Garantie van een kleine luidspreker | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shop, a customer asks staff what a small speaker warranty covers before deciding to buy it..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Garantie van een kleine luidspreker oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich überlege, diesen kleinen Lautsprecher zu kaufen.

iesj uubaleeguh, deezen klainen loutsjprechuh tsu kaufuh. Ik denk erover om deze kleine luidspreker te kopen.
B

Ich kann Ihnen die Garantie erklären, bevor Sie sich entscheiden.

iesj kan ienen de garantie eakleeren, buhfoor zie zich entsjaiduh. Ik kan u de garantie uitleggen voordat u beslist.
A

Was deckt die Garantie ab?

vas dekt dee garantie ap? Wat dekt de garantie?
B

Die Garantie deckt Produktfehler bei normaler Nutzung ab.

dee garantie dekt prodoektfeeler bai normaaluh noetsoeng ap. De garantie dekt productgebreken bij normaal gebruik.
A

Was ist mit Schäden durch einen Unfall?

vas ist mit sjeeduh doerch ainen oenfal? Hoe zit het met schade door een ongeluk?
B

Das ist nicht abgedeckt.

das ist nisjt apgedekt. Dat valt er niet onder.
A

Wohin soll ich gehen, wenn es nicht mehr funktioniert?

vohin zol iesj geeën, ven es nisjt meer foengtsjoneert? Waar moet ik naartoe als het niet meer werkt?
B

Bringen Sie den Kassenbon und die Schachtel zum Kundenservice.

bringuh zie deen kasuhboon oent dee sjachtuhl tsoem koenduhnzervis. Breng de bon en de doos naar de klantenservice.
B

Der Kundenservice kann es prüfen.

deer koenduhnzervis kan es pruufuh. De klantenservice kan het controleren.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich überlege, diesen kleinen Lautsprecher zu kaufen.

    Ik denk erover om deze kleine luidspreker te kopen.

    überlege
    overweeg; denk erover
    diesen
    deze
    kleinen
    kleine
    Lautsprecher
    luidspreker
    zu kaufen
    te kopen
    Uitgebreide uitleg

    überlege komt hier van überlegen en betekent “overwegen” of “erover nadenken”. Het is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich überlege. In deze betekenis kan het een handeling of keuze inleiden: Ich überlege, morgen zu kommen. — “Ik overweeg morgen te komen.” diesen betekent hier “deze” en verwijst naar het bedoelde voorwerp. De vorm is mannelijk enkelvoud in de accusatief, omdat het werkwoord kaufen een lijdend voorwerp heeft: wat koop je? Het aanwijzende woord krijgt dus de vorm diesen; het is niet op zichzelf een telwoord. kleinen betekent “kleine”. Het bijvoeglijk naamwoord is klein; in deze woordgroep staat het in de vorm kleinen. Die uitgang hoort bij het bijvoeglijk naamwoord zelf en wordt hier veroorzaakt door de combinatie van mannelijk enkelvoud, accusatief en het voorafgaande diesen. Vergelijk: diesen kleinen Lautsprecher — “deze kleine luidspreker”. Lautsprecher betekent “luidspreker”. Het is een zelfstandig naamwoord; in deze zin staat het in het mannelijk enkelvoud als lijdend voorwerp. De vorm Lautsprecher kan in het Duits ook als meervoud voorkomen, maar hier maakt diesen kleinen duidelijk dat het om één mannelijk voorwerp gaat. zu kaufen betekent “te kopen”. kaufen is de infinitief van het regelmatige werkwoord “kopen”. Na überlegen kan een te-infinitiefgroep aangeven welke handeling iemand overweegt: Ich überlege, das Buch zu kaufen. — “Ik overweeg het boek te kopen.” Samen bestaat de zin uit Ich überlege (“ik overweeg”) en de infinitiefgroep diesen kleinen Lautsprecher zu kaufen (“deze kleine luidspreker te kopen”). De volledige betekenis is daarom: “Ik denk erover om deze kleine luidspreker te kopen.”

  2. Ich kann Ihnen die Garantie erklären, bevor Sie sich entscheiden.

    Ik kan u de garantie uitleggen voordat u beslist.

    Ich kann
    ik kan
    Ihnen
    u
    Garantie
    garantie
    erklären
    uitleggen
    bevor
    voordat
    Sie … sich entscheiden
    u beslist
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann: können betekent hier “kunnen” in de betekenis dat de spreker de mogelijkheid of bekwaamheid heeft om iets te doen. kann is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud, van können; het onderwerp Ich bepaalt die vorm. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief, hier erklären, aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Ich kann helfen. — “Ik kan helpen.” Ihnen: dit is de beleefde vorm van “u” in de datief. De datief markeert hier de persoon aan wie de uitleg wordt gegeven. Ihnen wordt zowel voor beleefd enkelvoud als voor beleefd meervoud gebruikt; deze zin maakt het aantal niet duidelijk. Het verschilt van Sie als onderwerp: Sie helfen. betekent “U helpt” (beleefd enkelvoud of meervoud), terwijl Ich helfe Ihnen. betekent “Ik help u.” Garantie: dit zelfstandig naamwoord betekent hier “garantie”. Het is vrouwelijk: die Garantie. In de zin staat het met het bepaalde lidwoord die, omdat het om de bedoelde garantie gaat. De vorm Garantie verandert hier niet. Het lidwoord die laat het vrouwelijke geslacht zien, maar onderscheidt in deze vorm niet zelfstandig nominatief van accusatief; de zinsbouw maakt duidelijk dat die Garantie hier het lijdend voorwerp is. Voorbeeld: Die Garantie gilt zwei Jahre. — “De garantie is twee jaar geldig.” erklären: dit betekent “uitleggen” of “verklaren”. Het is de infinitief van erklären; na kann blijft die infinitief onvervoegd. De constructie jemandem etwas erklären gebruikt de persoon die de uitleg ontvangt in de datief (Ihnen) en datgene wat wordt uitgelegd als lijdend voorwerp (die Garantie). bevor: dit onderschikkende voegwoord betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Daarom staat entscheiden niet direct na Sie, maar aan het einde van deze bijzin. Sie + sich entscheiden: Sie is hier het onderwerp van de bijzin en is de beleefde vorm van “u”; de vorm kan ook beleefd meervoud betekenen, zonder dat de zin het aantal vastlegt. sich entscheiden is een wederkerend werkwoord met de betekenis “beslissen” of “een beslissing nemen”; het is geen wederkerige constructie tussen twee deelnemers. In deze bijzin is entscheiden de vervoegde tegenwoordige tijd: bij beleefd enkelvoud en bij derde persoon meervoud is de vorm gelijk. sich hoort bij dit werkwoord en verwijst naar het onderwerp. Voorbeeld: Sie entscheiden sich morgen. — “U beslist morgen.” Samen: Ich kann Ihnen die Garantie erklären betekent “Ik kan u de garantie uitleggen”. Daarna voegt bevor Sie sich entscheiden de tijdsrelatie toe: dit gebeurt voordat u beslist. De hoofdzin heeft dus de volgorde onderwerp + modaal werkwoord + datiefontvanger + lijdend voorwerp + infinitief; de bevor-bijzin plaatst het vervoegde werkwoord achteraan. De volledige betekenis is: “Ik kan u de garantie uitleggen voordat u beslist.”

  3. Was deckt die Garantie ab?

    Wat dekt de garantie?

    Was
    wat
    deckt … ab
    dekken ... af
    Garantie
    garantie
    Uitgebreide uitleg

    Was is hier het vragend voornaamwoord “wat”. Het vraagt naar het voorwerp van de handeling: wat wordt gedekt? Vergelijk: Was verkauft die Firma? — “Wat verkoopt het bedrijf?” Voor een persoon gebruik je bijvoorbeeld Wer ...? — “Wie ...?” deckt ... ab komt van het scheidbare werkwoord abdecken, hier in de tegenwoordige tijd: deckt is de derde persoon enkelvoud. Het voorvoegsel ab staat in deze hoofdzin achteraan. Samen betekent de constructie hier “dekken” of “afdekken”, in de context van een garantie. Voorbeeld: Die Versicherung deckt den Schaden ab. — “De verzekering dekt de schade.” In een bijzin blijft het scheidbare werkwoord bijeen: ..., weil die Versicherung den Schaden abdeckt. — “..., omdat de verzekering de schade dekt.” Garantie is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Hier is het de kern van het onderwerp: de garantie verricht het dekken. die is hier het bepaalde lidwoord in de vrouwelijke nominatief enkelvoud; de combinatie die Garantie verwijst naar een specifieke garantie. De vorm deckt stemt af op dit enkelvoudige onderwerp, niet op Was. Voorbeeld: Die Garantie gilt zwei Jahre. — “De garantie geldt twee jaar.” Samen vormt de zin een vraag naar de zaken die onder de garantie vallen: Was is het gevraagde voorwerp, die Garantie is het onderwerp en deckt ... ab beschrijft wat de garantie doet. De vaste betekenis is dus: “Wat dekt de garantie?”

  4. Die Garantie deckt Produktfehler bei normaler Nutzung ab.

    De garantie dekt productgebreken bij normaal gebruik.

    Garantie
    garantie
    deckt … ab
    dekt ... af
    Produktfehler
    productgebreken
    normaler
    normaal
    Nutzung
    gebruik
    Uitgebreide uitleg

    Garantie betekent hier “garantie”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Garantie. Het meervoud is Garantien. Voorbeeld: Die Garantie gilt zwei Jahre. = “De garantie is twee jaar geldig.” deckt ... ab komt van het scheidbare werkwoord abdecken en betekent hier “dekt ... af” of “valt onder de dekking”. In een hoofdzin staat het vervoegde deel deckt op de tweede positie en komt het voorvoegsel ab aan het einde: Die Versicherung deckt den Schaden ab. = “De verzekering dekt de schade.” deckt is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd van abdecken; het onderwerp is hier Die Garantie. Produktfehler betekent hier “productgebreken”. Het is een samenstelling van Produkt en Fehler. De vorm Produktfehler is zowel enkelvoud als meervoud; in deze zin geeft de vaste vertaling de meervoudige betekenis “productgebreken” aan. Voorbeeld: Die Firma prüft Produktfehler. = “Het bedrijf controleert productgebreken.” normaler betekent hier “normaal”. Het bijvoeglijk naamwoord is normal; de uitgang -er verschijnt hier omdat het bijvoeglijk naamwoord bij Nutzung staat in de datief na bei, met het vrouwelijke lidwoord einer: bei einer normalen Nutzung. In de gegeven zin is het lidwoord weggelaten, waardoor normaler zelf de datiefuitgang draagt. Voorbeeld: bei normaler Belastung = “bij normale belasting”. Nutzung betekent “gebruik”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Nutzung; het werkwoord dat ermee samenhangt is nutzen (“gebruiken”). Na bei staat het in de datief: bei normaler Nutzung = “bij normaal gebruik”. Samen vormen de delen de structuur Die Garantie deckt [iets] bei [omstandigheid] ab: “De garantie dekt [iets] bij [omstandigheid] af.” Het onderwerp is Die Garantie, het gedekte element is Produktfehler, en bei normaler Nutzung geeft de omstandigheid aan. De volledige betekenis is daarom: “De garantie dekt productgebreken bij normaal gebruik.”

  5. Was ist mit Schäden durch einen Unfall?

    Hoe zit het met schade door een ongeluk?

    Was ist mit
    Hoe zit het met …?
    Schäden
    schade
    durch
    door
    Unfall
    ongeluk
    Uitgebreide uitleg

    Was ist mit is een vaste vraagconstructie met de betekenis “hoe zit het met …?” of “wat gebeurt er met …?”. Ze vraagt naar de status, behandeling of relevantie van iets dat nog ter sprake komt. Het werkwoord ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”); was betekent hier “wat”. Schäden betekent hier “schade” in de context van de garantie. Het is het meervoud van der Schaden; het enkelvoud is dus Schaden en het meervoud Schäden. De umlaut en de uitgang -e markeren hier het meervoud. In andere contexten kan Schaden ook naar afzonderlijke beschadigingen of schadegevallen verwijzen. Voorbeeld: Der Schaden ist groß. — “De schade is groot.” durch betekent “door” en geeft hier de oorzaak aan. Na durch staat in het Duits de accusatief. Daarom staat vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Unfall de vorm einen, niet ein. Unfall betekent “ongeluk” en is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Unfall. In einen Unfall staat het in de accusatief enkelvoud, omdat het na durch komt. De combinatie durch einen Unfall betekent dus “door een ongeluk”. Samen vormen Schäden durch einen Unfall de woordgroep “schade door een ongeluk”. De vraag Was ist mit Schäden durch einen Unfall? vraagt vervolgens hoe het zit met zulke schade, zonder zelf al te zeggen of die wel of niet gedekt is. In combinatie met de context gaat het om de dekking van schade die door een ongeluk is veroorzaakt.

  6. Das ist nicht abgedeckt.

    Dat valt er niet onder.

    Das
    dat
    ist
    is
    nicht
    niet
    abgedeckt
    gedekt
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat”. Het is een aanwijzend voornaamwoord in de onzijdige vorm; de precieze zaak waarnaar het verwijst wordt in deze ene zin niet benoemd. De Nederlandse vertaling maakt wel duidelijk dat het om iets gaat dat niet onder de bedoelde dekking of regeling valt. ist is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) in de derde persoon enkelvoud: ich bin, du bist, er/sie/es ist. Hier verbindt het het onderwerp met de toestand abgedeckt. nicht ontkent het daarop betrekking hebbende deel. In deze zin maakt het dus duidelijk dat de dekking niet geldt; het betekent hier niet dat de spreker onzeker is. abgedeckt betekent hier “gedekt” of “onder de dekking vallend”. Het hoort bij abdecken (“afdekken”, “dekken”) en is de vorm die in een constructie met sein de toestand beschrijft. Een verwante maar andere vorm is abgedeckt werden: daarin wordt het afdekken als handeling of proces voorgesteld, terwijl ist abgedeckt de bestaande toestand benadrukt. Voorbeeld: Der Schaden ist abgedeckt. — “De schade is gedekt.” Samen vormen ist ... abgedeckt en nicht de ontkende toestandsbeschrijving: iets is niet gedekt. De volledige zin betekent daarom: “Dat valt er niet onder.” In deze context is dat een korte, zakelijke reactie op de vraag of een bepaald soort schade onder de dekking valt.

  7. Wohin soll ich gehen, wenn es nicht mehr funktioniert?

    Waar moet ik naartoe als het niet meer werkt?

    Wohin
    waarheen
    soll ich
    moet ik
    gehen
    gaan
    wenn
    als
    nicht mehr
    niet meer
    funktioniert
    werkt
    Uitgebreide uitleg

    Wohin vraagt naar een bestemming: “waarheen” of natuurlijker “waar naartoe”. Het is de richtingvariant van wo (“waar” op een plaats). Voorbeelden: Wohin gehst du? — “Waar ga je naartoe?”; Wo bist du? — “Waar ben je?” Soll ich bestaat hier uit de tegenwoordige vorm soll van sollen en het persoonlijk voornaamwoord ich. In deze vraag betekent het “moet ik?” en wordt gevraagd welke handeling of bestemming passend is. De vorm soll hoort bij ich; in de tegenwoordige tijd is het volledige rijtje ich soll, du sollst, er/sie/es soll. Sollen verschilt van müssen: sollen verwijst vaak naar een verwachting, opdracht of aanbevolen handelwijze, terwijl müssen nadrukkelijker noodzakelijkheid uitdrukt. In deze vaste vertaling is “moet ik” de passende betekenis. Gehen is de infinitief “gaan”. Na een modaal werkwoord zoals sollen staat het andere werkwoord in de infinitief: Ich soll gehen — “Ik moet gaan.” In de vraag staat die infinitief na het onderwerp: Soll ich gehen? — “Moet ik gaan?” Wenn leidt hier een voorwaardelijke bijzin in: “als” of “wanneer”. In een Duitse bijzin met wenn staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Daarom staat funktioniert aan het einde van de bijzin: wenn es funktioniert — “als het werkt”. Nicht mehr betekent samen “niet meer”: iets werkte eerder of zou kunnen werken, maar dat is nu niet langer zo. Nicht alleen betekent “niet”; mehr alleen kan onder andere “meer” betekenen. De combinatie moet hier dus niet worden opgevat als “niet meer [in hoeveelheid]”, maar als het ophouden van de werking. Funktioniert komt van funktionieren, “werken” in de betekenis “functioneren”. Het is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: es funktioniert. Het onderwerp is het grammaticale es, dat in de vaste vertaling als “het” wordt weergegeven; de concrete zaak waarnaar dat verwijst wordt door deze ene zin niet nader benoemd. Vergelijk: Das Gerät funktioniert. — “Het apparaat werkt.” Samen vormen de delen de vraag Wohin soll ich gehen? — “Waar moet ik naartoe?” De bijzin wenn es nicht mehr funktioniert geeft de voorwaarde: “als het niet meer werkt”. De volledige betekenis is dus: “Waar moet ik naartoe als het niet meer werkt?” De woordvolgorde laat zien dat wenn de voorwaardelijke bijzin inleidt en dat funktioniert daarin achteraan staat.

  8. Bringen Sie den Kassenbon und die Schachtel zum Kundenservice.

    Breng de bon en de doos naar de klantenservice.

    Bringen Sie
    breng (formeel)
    Kassenbon
    kassabon
    Schachtel
    doos
    zum
    naar de/het
    Kundenservice
    klantenservice
    Uitgebreide uitleg

    Bringen Sie betekent hier “breng” als formele opdracht aan één of meer aangesproken personen. Het werkwoord is bringen (“brengen”); de vorm Bringen is hier de formele imperatief, met Sie als formeel aanspreekwoord. Voorbeeld: Bringen Sie den Schlüssel. — “Breng de sleutel.” Kassenbon betekent hier “kassabon” of “aankoopbewijs”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Kassenbon. Na bringen staat het meegebrachte voorwerp in de accusatief, daarom wordt der in dit soort zinnen den: den Kassenbon. Schachtel betekent “doos”, meer bepaald een doosje of verpakking. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Schachtel. In de accusatief blijft het lidwoord hier die: die Schachtel. De twee voorwerpen worden met und (“en”) verbonden. zum is de vaste samentrekking van zu dem. Zu geeft hier de bestemming aan en vereist de datief; dem hoort bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Kundenservice. Vergelijk: zum Arzt — “naar de dokter”. Kundenservice betekent “klantenservice”. Het is mannelijk: der Kundenservice; na zu verschijnt de datiefvorm dem Kundenservice, samengevat in zum Kundenservice. Samen bestaat de zin uit een opdracht, twee dingen die moeten worden gebracht en de bestemming: Bringen Sie + den Kassenbon und die Schachtel + zum Kundenservice. De volledige betekenis is: “Breng de kassabon en de doos naar de klantenservice.”

  9. Der Kundenservice kann es prüfen.

    De klantenservice kan het controleren.

    Kundenservice
    klantenservice
    kann
    kan
    es
    het
    prüfen
    controleren
    Uitgebreide uitleg

    Kundenservice betekent hier “klantenservice”. Het is een samengesteld Duits zelfstandig naamwoord: der Kundenservice. Het lidwoord der hoort bij het grammaticale mannelijk geslacht van dit woord; dat zegt niet dat de concrete dienst een persoon is. Een bruikbaar voorbeeld is: Der Kundenservice hilft. — “De klantenservice helpt.” kann is de vorm van können voor de derde persoon enkelvoud: er/sie/es kann. In deze zin drukt het uit dat de klantenservice de mogelijkheid of bevoegdheid heeft om iets te controleren. Het modale werkwoord staat hier vóór het inhoudelijke werkwoord. Vergelijk: Ich kann es prüfen. — “Ik kan het controleren.” es is hier een persoonlijk voornaamwoord in de onzijdige vorm en staat als lijdend voorwerp bij prüfen; de vaste vertaling geeft dit weer als “het”. De precieze zaak waarnaar es verwijst, wordt in deze zin zelf niet nader benoemd. Voor een meervoudig lijdend voorwerp zou Duits bijvoorbeeld sie gebruiken, maar die vorm past niet bij het hier gegeven voornaamwoord. prüfen is de infinitief “controleren” of “nakijken”. Het blijft in deze constructie een infinitief, omdat het na het modale werkwoord kann aan het einde van de zin staat. De persoonsvorm is dan kann, niet prüfen. In een zin zonder dit modale werkwoord kan dezelfde handeling bijvoorbeeld zo verschijnen: Der Kundenservice prüft es. — “De klantenservice controleert het.” Samen vormen de delen Der Kundenservice + kann + es prüfen: “De klantenservice kan het controleren.” Het onderwerp is de klantenservice; kann geeft de mogelijkheid of bevoegdheid aan; es is het gecontroleerde object; en prüfen benoemt de handeling. Dit is een herbruikbaar patroon: [onderwerp] kann [voorwerp] [infinitief], zoals Sie kann den Beleg prüfen. — “Zij kan de bon controleren.”

Grammatica

überlegen, etwas zu kaufen

Ich überlege, einen kleinen Lautsprecher zu kaufen.

iesj uubaleeguh, ainen klainen loutsjprechuh tsu kaufuh.

Ik overweeg een kleine luidspreker te kopen.

Na überlegen gebruik je vaak zu + infinitief: zu kaufen staat aan het einde van de bijzin.

etwas abdecken – deckt ... ab

Die Garantie deckt normale Nutzung ab.

dee garantie dekt normaaluh noetsoeng ap.

De garantie dekt normaal gebruik.

abdecken is scheidbaar. In een hoofdzin staat ab aan het einde: deckt ... ab.

Duits woordenschat

abdecken werkwoord
apdekkən dekken deckt ... ab
erklären werkwoord
eakleeren uitleggen
Garantie zelfstandig naamwoord
garantee garantie
kaufen werkwoord
kaufuh kopen zu kaufen
klein bijvoeglijk naamwoord
klain klein kleinen
Lautsprecher zelfstandig naamwoord
loutsjprechuh luidspreker
normal bijvoeglijk naamwoord
normaal normaal normaler
Nutzung zelfstandig naamwoord
noetsoeng gebruik
Produktfehler zelfstandig naamwoord
prodoektfeeluh productgebreken
Schaden zelfstandig naamwoord
sjaaduh schade Schäden
sich entscheiden werkwoord
zisj entsjaiduh beslissen
überlegen werkwoord
uubaleeguh overwegen überlege

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat dekt de garantie?

Antwoord tonenWas deckt die Garantie ab?

Dat valt er niet onder.

Antwoord tonenDas ist nicht abgedeckt.

De klantenservice kan het controleren.

Antwoord tonenDer Kundenservice kann es prüfen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

overwegen

Antwoord tonenüberlege

klein

Antwoord tonenkleinen

uitleggen

Antwoord tonenerklären

luidspreker

Antwoord tonenLautsprecher