Ist
Ist betekent hier ‘is’ en staat vooraan om te vragen of de kassa open is. Gebruik deze vorm om bij een winkel of medewerker te vragen of iets geopend en beschikbaar is.
diese
diese betekent hier ‘deze’ en wijst naar de kassa in diese Kasse. Het staat direct voor het zelfstandig naamwoord en wordt gebruikt om iets specifieks aan te wijzen.
Kasse
Kasse betekent hier ‘kassa’, de plaats waar je in de winkel afrekent. In Ist diese Kasse jetzt offen? gaat het om de beschikbaarheid van die kassa.
jetzt
jetzt betekent ‘nu’ en geeft aan dat het om het huidige moment gaat. Je gebruikt het om te vragen of een dienst of plaats op dit moment beschikbaar is.
offen
offen betekent hier ‘open’ in de betekenis dat de kassa in gebruik is. In Ist diese Kasse jetzt offen? beschrijft het de toestand van de kassa.
Sie
Sie betekent in Sie können Ihre Sachen hier hinlegen en Benutzen Sie den Bildschirm rechts von Ihnen het formele ‘u’. In sie einpacke is de kleine vorm sie echter ‘ze’ en verwijst die naar de spullen; de hoofdletter maakt het formele aanspreekwoord herkenbaar.
können
können betekent hier ‘kunnen’ en geeft aan dat de aangesproken persoon iets mag of in staat is te doen. In Sie können Ihre Sachen hier hinlegen staat het samen met een infinitief aan het einde: hinlegen. Gebruik het om beleefd een mogelijkheid of toestemming aan te geven.
Ihre
Ihre betekent hier ‘uw’ en verwijst naar de spullen van de formeel aangesproken persoon. In Ihre Sachen staat het vóór het zelfstandig naamwoord; je gebruikt het om beleefd naar iemands bezittingen te verwijzen.
Sachen
Sachen betekent hier ‘spullen’ of ‘artikelen’ en verwijst naar de boodschappen van de klant. In Ihre Sachen hier hinlegen is het wat ergens neergelegd moet worden.
hier
hier betekent ‘hier’ en verwijst naar de plek bij de kassa waar de spullen neergelegd kunnen worden. Gebruik het om een concrete plaats dicht bij de spreker aan te wijzen.
hinlegen
hinlegen betekent hier ‘neerleggen’ of ‘ergens neerleggen’. Na können blijft de infinitief als één vorm aan het einde van de zin staan: hier hinlegen. Gebruik het voor iets dat je op een bepaalde plek plaatst.
Soll
Soll betekent hier ‘moet’ of ‘zal ik’ en vormt met ich een vraag om instructie: Soll ich ...? Het wordt gebruikt wanneer je wilt weten of je iets op die manier moet doen.
ich
ich betekent ‘ik’ en is in Soll ich ...? degene die de betaling uitvoert. Aan het begin van een zin verschijnt dezelfde vorm als Ich in Ich werde vorsichtig sein.
zum
zum betekent hier ‘om te’ in zum Bezahlen en geeft het doel van het gebruik van het scherm aan. Het is de samengevoegde vorm van zu dem; samen met Bezahlen verwijst het naar de activiteit waarvoor het scherm wordt gebruikt.
Bezahlen
Bezahlen betekent hier ‘betalen’ als activiteit in zum Bezahlen. Het is met een hoofdletter geschreven omdat het als zelfstandig benoemde activiteit wordt gebruikt; zum Bezahlen betekent ‘om te betalen’.
den
den betekent hier ‘de’ in den Bildschirm en hoort bij het directe object van benutzen. Deze vorm staat in de dialoog vóór Bildschirm in de woordgroep den Bildschirm.
Bildschirm
Bildschirm betekent ‘scherm’ en verwijst hier naar het betaalscherm bij de kassa. In den Bildschirm benutzen is het scherm het hulpmiddel dat de klant moet gebruiken.
benutzen
benutzen betekent ‘gebruiken’. In Soll ich ... benutzen? staat het als infinitief na Soll; in Benutzen Sie den Bildschirm is Benutzen een beleefde instructie. Gebruik het voor apparaten, hulpmiddelen of andere dingen die je gebruikt.
rechts
rechts betekent hier ‘rechts’ of ‘aan de rechterkant’. In rechts von Ihnen beschrijft het waar het scherm zich bevindt ten opzichte van de aangesproken persoon.
von
von betekent hier ‘van’ in de plaatsaanduiding rechts von Ihnen. Samen geeft deze combinatie aan dat iets rechts ten opzichte van een persoon ligt.
Ihnen
Ihnen betekent hier ‘u’ in de formele woordgroep von Ihnen. Het verwijst naar de persoon tot wie de medewerker spreekt en wordt hier gebruikt om een positie ten opzichte van die persoon aan te geven.
fühlt
fühlt betekent hier ‘voelt’ in de beschrijving van de tas. In fühlt sich zu voll an gaat het om hoe de tas aanvoelt wanneer hij te vol is.
sich
sich verwijst hier terug naar die tas in fühlt sich zu voll an. Het hoort bij deze wederkerige constructie en maakt duidelijk dat de tas zelf zo aanvoelt.
zu
zu betekent hier ‘te’ en versterkt voll in zu voll. De combinatie geeft aan dat de tas voller is dan wenselijk; zu + een bijvoeglijk naamwoord gebruik je om een te hoge graad uit te drukken.
voll
voll betekent ‘vol’ en beschrijft de toestand van de tas. In zu voll betekent het dat de tas te veel gevuld is.
an
an staat hier aan het einde van fühlt sich zu voll an en maakt die uitdrukking compleet. Het verwijst niet zelfstandig naar ‘aan’, maar hoort bij de werkwoordsvorm die beschrijft hoe iets aanvoelt.
kann
kann betekent hier ‘kan’ en drukt uit dat de medewerker in staat is het artikel te verplaatsen. In Ich kann ... legen staat het samen met de infinitief legen; je gebruikt het om hulp of een mogelijkheid aan te bieden.
schweren
schweren betekent hier ‘zware’ en beschrijft het gewicht van het artikel in den schweren Artikel. De vorm krijgt hier de uitgang -en na den en staat vóór Artikel.
Artikel
Artikel betekent hier ‘artikel’ of ‘product’, namelijk het zware product dat naar een andere tas wordt verplaatst. In den schweren Artikel is het wat de medewerker in een andere tas legt.
in
in betekent hier ‘in’ of ‘naar binnen in’ de andere tas. In in eine andere Tüte legen geeft het een bestemming aan, omdat het artikel naar die tas wordt verplaatst.
eine
eine betekent hier ‘een’ in eine andere Tüte. Het is het onbepaalde lidwoord vóór andere Tüte; het idee ‘andere’ komt van andere, niet van eine zelf.
andere
andere betekent hier ‘andere’ en laat zien dat het om een verschillende tas gaat. In eine andere Tüte verwijst het naar de alternatieve tas waarin het artikel wordt gelegd.
legen
legen betekent hier ‘leggen’ of ‘plaatsen’. In Ich kann ... legen staat het als infinitief na kann, terwijl Legen Sie ... een beleefde instructie is. Gebruik het voor iets dat je op of in een bepaalde plaats legt.
aus
aus betekent hier ‘van’ of ‘gemaakt van’ in Sachen aus Glas. Het geeft het materiaal van de spullen aan; aus + een materiaal gebruik je om te zeggen waarvan iets gemaakt is.
Glas
Glas betekent hier ‘glas’ als materiaal. In Sachen aus Glas beschrijft het welke spullen voorzichtig behandeld moeten worden.
bitte
bitte betekent ‘alstublieft’ of ‘graag’ en verzacht het verzoek Legen Sie ... bitte. Gebruik het om een instructie of vraag beleefd te formuleren.
separate
separate betekent hier ‘aparte’ en beschrijft een tas die los van de andere tas gebruikt wordt. In eine separate Tüte staat het vóór het zelfstandig naamwoord en geeft het de gewenste scheiding aan.
werde
werde betekent hier ‘zal’ in Ich werde vorsichtig sein. Samen met sein drukt het een aangekondigde of toegezegde handeling uit; werde + infinitief is een bruikbaar patroon om te zeggen wat je zult doen.
vorsichtig
vorsichtig betekent hier ‘voorzichtig’ in vorsichtig sein. Het beschrijft hoe de medewerker met de glazen spullen zal omgaan; gebruik het bij handelingen waarbij iets niet beschadigd mag raken.
sein
sein betekent hier ‘zijn’ in vorsichtig sein. Het staat als infinitief na werde en verbindt de persoon met de eigenschap voorzichtig.
während
während betekent hier ‘terwijl’ en verbindt het voorzichtig zijn met het inpakken van de spullen. Het leidt de bijzin während ich sie einpacke in; in die bijzin staat het werkwoord achteraan.
einpacke
einpacke betekent hier ‘inpak’ of ‘in de tas doe’ in während ich sie einpacke. De vorm staat achteraan in de bijzin en heeft het object sie voor zich; gebruik dit patroon wanneer je beschrijft dat je spullen inpakt.