Betalen en de tas controleren bij de kassa | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a shop checkout, a customer pays on a screen and asks staff to separate heavy and glass items while bagging..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Betalen en de tas controleren bij de kassa oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ist diese Kasse jetzt offen?

Ist die-ze kas-se jets-t of-fen? Is deze kassa nu open?
B

Sie können Ihre Sachen hier hinlegen.

Zie keu-nen ie-re za-chen hie-uh hin-lee-gen. U kunt uw boodschappen hier neerleggen.
A

Soll ich zum Bezahlen den Bildschirm benutzen?

Zol ich tsoem be-tsaa-len deen bilt-sjirm be-noet-sen? Moet ik het scherm gebruiken om te betalen?
B

Benutzen Sie den Bildschirm rechts von Ihnen.

Be-noet-sen zie deen bilt-sjirm rechs fon ie-nen. Gebruik het scherm aan uw rechterkant.
A

Diese Tüte fühlt sich zu voll an.

Die-ze tuu-te fuult zich tsoe fol an. Deze tas voelt te vol aan.
B

Ich kann den schweren Artikel in eine andere Tüte legen.

Ich kan deen sjvee-ren ar-tie-kul in ai-ne an-dre tuu-te lee-gen. Ik kan het zware artikel in een andere tas doen.
A

Legen Sie die Sachen aus Glas bitte in eine separate Tüte.

Lee-gen zie die za-chen aus glaas bit-te in ai-ne ze-pa-raa-te tuu-te. Doe de glazen spullen alstublieft in een aparte tas.
B

Ich werde vorsichtig sein, während ich sie einpacke.

Ich vee-uh-de foo-uh-zich zain, vee-rent ich zie ain-pak-ke. Ik zal voorzichtig zijn terwijl ik ze inpak.

Uitleg van de zinnen

  1. Ist diese Kasse jetzt offen?

    Is deze kassa nu open?

    Ist
    is
    diese
    deze
    Kasse
    kassa
    jetzt
    nu
    offen
    open
    Uitgebreide uitleg

    Ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”): sein – ist. In een ja/nee-vraag staat deze vervoegde vorm vooraan. Vergelijk: Die Kasse ist offen. = “De kassa is open.” → Ist die Kasse offen? = “Is de kassa open?” diese betekent hier “deze”. Het is de aanwijzende vorm bij het vrouwelijk enkelvoud Kasse, hier in de nominatief. De vorm maakt samen met het zelfstandig naamwoord duidelijk welke kassa wordt bedoeld en past bij de naamval en het geslacht van de woordgroep. In andere naamvallen kan de vorm veranderen: Ich sehe diese Kasse. = “Ik zie deze kassa.” (Bij het vrouwelijk enkelvoud zijn nominatief en accusatief hier toevallig gelijk.) Kasse is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een kassa. Het meervoud is Kassen: eine Kasse = “een kassa”, zwei Kassen = “twee kassa’s”. In deze zin verwijst het woord, in overeenstemming met de vaste vertaling, naar de kassa waar men boodschappen afrekent. jetzt is een bijwoord van tijd en betekent “nu”. Het bepaalt wanneer de toestand geldt, zonder zelf te verbuigen. Voorbeeld: Die Kasse ist jetzt offen. = “De kassa is nu open.” offen betekent hier “open”. Het is een bijvoeglijk naamwoord na het werkwoord sein; in deze predicatieve positie krijgt het geen uitgang: Die Kasse ist offen. Het tegengestelde is geschlossen (“gesloten”): Die Kasse ist geschlossen. Samen vormen diese Kasse het onderwerp; ist koppelt dat onderwerp aan de toestand offen, en jetzt geeft de tijd aan. De vraagvolgorde Ist ...? maakt er een ja/nee-vraag van: “Is deze kassa nu open?”

  2. Sie können Ihre Sachen hier hinlegen.

    U kunt uw boodschappen hier neerleggen.

    Sie können
    u kunt
    Sachen
    boodschappen
    hier
    hier
    hinlegen
    neerleggen
    Uitgebreide uitleg

    Sie können: Hier betekent Sie “u” als beleefde aanspreekvorm; dezelfde vorm kan in het Duits ook naar meerdere personen verwijzen, maar de vaste vertaling kiest hier voor “u”. können is de vorm van het modale werkwoord können bij Sie en betekent hier “kunnen”. Met een ander werkwoord staat het modale werkwoord vervoegd en staat het andere werkwoord meestal als infinitief aan het einde: Sie können warten = “U kunt wachten”. Sachen: Dit is het meervoud van Sache (“zaak”, “ding” of “spul”). In deze winkelsituatie wordt het passend vertaald als “boodschappen”. Het meervoud verwijst hier naar de spullen die de aangesproken persoon wil neerleggen; de Duitse vorm zegt niet afzonderlijk hoeveel spullen het zijn. hier: Dit bijwoord betekent “hier” en bepaalt de plaats van de handeling. Het kan zelfstandig een plaats aanduiden, bijvoorbeeld: Ich warte hier. — “Ik wacht hier.” hinlegen: Dit is het werkwoord hinlegen, “neerleggen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin verschijnt het als Sie legen die Sachen hin, terwijl na können de volledige infinitief hinlegen aan het einde blijft staan. hin- benadrukt een beweging naar een aangewezen plaats; legen betekent “leggen”. Samen vormen de delen: Sie können + Ihre Sachen + hier + hinlegen. Ihre hoort bij Sachen en betekent hier “uw”; het past bij de beleefde aanspreekvorm Sie. Door können wordt de mogelijkheid of toestemming om iets te doen uitgedrukt, en hinlegen benoemt de handeling. De hele zin betekent daarom: “U kunt uw boodschappen hier neerleggen.”

  3. Soll ich zum Bezahlen den Bildschirm benutzen?

    Moet ik het scherm gebruiken om te betalen?

    Soll ich
    moet ik
    zum Bezahlen
    om te betalen
    Bildschirm
    scherm
    benutzen
    gebruiken
    Uitgebreide uitleg

    Soll ich is een vraagpatroon met sollen en ich. Hier vraagt de spreker of het de bedoeling of instructie is dat die persoon iets doet; in deze context past daarom “moet ik”. De vorm soll hoort bij ich in de tegenwoordige tijd. Vergelijk: Du sollst warten. = “Jij moet wachten.” De vraagvorm ontstaat hier doordat soll voor ich staat. zum Bezahlen drukt het doel uit: “om te betalen”. zum is de samengevoegde vorm van zu dem. Bezahlen is het als zelfstandig naamwoord gebruikte infinitief van bezahlen; daarom begint het met een hoofdletter. Het patroon zum + nominale infinitief is een veelgebruikte manier om “om te …” uit te drukken, bijvoorbeeld: zum Lernen = “om te leren”. Bildschirm betekent “scherm”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Bildschirm. In de volledige zin staat den Bildschirm, omdat het scherm het directe object is van benutzen; den is hier de accusatiefvorm van het mannelijke lidwoord. Het zelfstandig naamwoord zelf blijft Bildschirm. benutzen betekent “gebruiken”. Het is een regelmatig werkwoord; de vorm bij ich is ich benutze, bijvoorbeeld: Ich benutze den Drucker. = “Ik gebruik de printer.” In deze vraag staat het werkwoord in de infinitief, omdat het samen met het modale werkwoord soll wordt gebruikt. Samen vormen de delen Soll ich + zum Bezahlen + den Bildschirm + benutzen? de vraag: “Moet ik het scherm gebruiken om te betalen?” De vraag gaat dus over de keuze of instructie om het scherm voor dat doel te gebruiken.

  4. Benutzen Sie den Bildschirm rechts von Ihnen.

    Gebruik het scherm aan uw rechterkant.

    Benutzen Sie
    gebruik (beleefd)
    Bildschirm
    scherm
    rechts
    rechts
    von Ihnen
    van u
    Uitgebreide uitleg

    Benutzen Sie betekent hier “gebruik” als beleefde aansporing. Het werkwoord heeft als basisvorm benutzen (“gebruiken”). Benutzen Sie ... is de beleefde gebiedende wijs: de vorm met Sie gebruikt de infinitief en Sie staat met een hoofdletter. In een vraag kan dezelfde combinatie anders functioneren: Benutzen Sie den Bildschirm? betekent “Gebruikt u het scherm?” Bildschirm betekent hier “scherm”. Het is een zelfstandig naamwoord met mannelijk geslacht: der Bildschirm. Na benutzen staat het directe voorwerp in de accusatief, waardoor der verandert in den: den Bildschirm. Een herbruikbaar voorbeeld is Benutzen Sie den Drucker. — “Gebruik de printer.” rechts betekent “rechts” en geeft de richting of positie aan. In rechts von ... betekent het “rechts van ...”. Het is hier geen verbogen vorm; het bijwoord blijft rechts. von Ihnen betekent “van u”. Het voorzetsel von regeert de datief. De beleefde vorm Ihnen is de datiefvorm van Sie; de hoofdletter hoort bij de beleefde aanspreekvorm. Samen met rechts vormt dit rechts von Ihnen: “rechts van u” of, natuurlijker in deze vertaling, “aan uw rechterkant”. De hele zin is opgebouwd als Benutzen Sie + den Bildschirm + rechts von Ihnen: “Gebruik het scherm aan uw rechterkant.” De spreker geeft dus een beleefde instructie om het scherm te gebruiken dat zich rechts van de aangesprokene bevindt.

  5. Diese Tüte fühlt sich zu voll an.

    Deze tas voelt te vol aan.

    Diese
    deze
    Tüte
    tas / zak
    fühlt sich … an
    voelt aan
    zu voll
    te vol
    Uitgebreide uitleg

    Diese betekent hier “deze” en staat bij Tüte. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het aanwijzend voornaamwoord: dieser (mannelijk), diese (vrouwelijk of meervoud), dieses (onzijdig). De vorm wordt dus gekozen door het grammaticale geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord, niet alleen door de nabijheid van het voorwerp. Tüte betekent hier “tas” of “zak”, in deze context een draagtas. Het woord is vrouwelijk: die Tüte. Het meervoud is Tüten. Voorbeeld: Die Tüte ist leer. — “De tas is leeg.” fühlt sich ... an is de scheidbare constructie van sich anfühlen, “aanvoelen”. In de hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede positie en komt het deel an aan het einde. fühlt is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, passend bij Diese Tüte. sich is hier het wederkerend voornaamwoord dat bij dit werkwoord hoort. Voorbeeld: Der Stoff fühlt sich weich an. — “De stof voelt zacht aan.” zu voll betekent “te vol”. voll is het bijvoeglijk naamwoord “vol”; zu ervoor maakt duidelijk dat de mate boven een geschikte of gewenste grens ligt. Dit is niet hetzelfde als alleen voll (“vol”). Voorbeeld: Die Tasche ist zu schwer. — “De tas is te zwaar.” Samen ontstaat de betekenis: Diese Tüte (“deze tas”) is het onderwerp, fühlt sich ... an zegt hoe zij aanvoelt, en zu voll beschrijft dat gevoel als overmatig vol. De volledige zin betekent daarom: “Deze tas voelt te vol aan.”

  6. Ich kann den schweren Artikel in eine andere Tüte legen.

    Ik kan het zware artikel in een andere tas doen.

    Ich kann
    ik kan
    schweren
    zware
    Artikel
    artikel
    in eine
    in een
    andere
    andere
    Tüte
    tas
    legen
    leggen; doen
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier “ik kan”. kann is de vorm van können voor ich; het drukt mogelijkheid of vermogen uit. Met een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde: Ich kann ... legen = “Ik kan ... doen/leggen”. schweren verschijnt hier als schweren in den schweren Artikel. Het basiswoord is het bijvoeglijk naamwoord schwer (“zwaar”). De uitgang -en hoort bij de combinatie van een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief met het bepaalde lidwoord den; het is dus den schweren Artikel, niet omdat Artikel zelf van vorm verandert. Vergelijk: ein schwerer Artikel (nominatief) en einen schweren Artikel (accusatief na bijvoorbeeld Ich kaufe). Artikel betekent hier “artikel” of “voorwerp”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Artikel. In deze zin is het het lijdend voorwerp van legen, daarom staat het in de accusatief: den Artikel. In de vaste vertaling wordt dit weergegeven als “het zware artikel”. in eine betekent hier “in een”, als aanduiding van de richting naar een plaats. in kan zowel een plaats als een richting aangeven: in der Tüte = “in de tas” (plaats), maar in eine Tüte legen = “in een tas doen/leggen” (richting). Bij richting gebruikt het vrouwelijke onbepaalde lidwoord hier de accusatiefvorm eine. andere betekent hier “andere”. Het beschrijft Tüte, een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In eine andere Tüte krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -e, omdat het na het onbepaalde lidwoord bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief staat. Een herbruikbaar patroon is eine andere ... = “een andere ...”. Tüte betekent “tas” of “zak”. Het woord is vrouwelijk: die Tüte; daarom staat het hier na in eine andere in de accusatief, zonder zichtbare verandering aan het zelfstandig naamwoord zelf. Tüte sluit in deze context aan bij de tas uit de vaste vertaling en de context. legen betekent hier “leggen” en, met een voorwerp dat in een tas gaat, natuurlijk ook “doen”. Het is de infinitief van legen. Het onderscheid met liegen is nuttig: legen beschrijft iemand die iets ergens neerlegt of ergens in doet, terwijl liegen beschrijft dat iets ergens ligt. Voorbeeld: Ich lege das Buch auf den Tisch. = “Ik leg het boek op de tafel.” Samen bestaat de zin uit Ich kann + het lijdend voorwerp den schweren Artikel + de richtingsbepaling in eine andere Tüte + de infinitief legen. De volledige betekenis is: “Ik kan het zware artikel in een andere tas doen.”

  7. Legen Sie die Sachen aus Glas bitte in eine separate Tüte.

    Doe de glazen spullen alstublieft in een aparte tas.

    Legen Sie
    doe …
    Sachen
    spullen; dingen
    Glas
    glas
    bitte
    alstublieft
    separate
    apart
    Tüte
    tas; zak
    Uitgebreide uitleg

    Legen Sie is de beleefde gebiedende vorm van legen (“leggen”). In deze vorm richt de spreker zich tot één of meer personen met het formele Sie; dat Sie wordt altijd met een hoofdletter geschreven. De constructie Legen Sie ... is een bruikbaar beleefd bevel. Bijvoorbeeld: Legen Sie das Buch hierhin. — “Legt u het boek hier neer.” Sachen betekent hier “spullen” of “dingen”. Het is het meervoud van Sache (“zaak; ding”): eine Sache → Sachen. Het voorafgaande die is hier de vorm die bij het meervoudige lijdend voorwerp hoort: die Sachen. Glas betekent “glas”. In aus Glas geeft het materiaal aan: “van glas”. Glas blijft in deze materiaalbetekenis hier onveranderd; Sachen aus Glas betekent dus “spullen van glas” of “glazen spullen”. aus staat bij materiaal doorgaans zonder lidwoord, zoals in ein Tisch aus Holz — “een tafel van hout”. bitte maakt het bevel beleefder en betekent hier “alstublieft”. Het verandert niet wie de handeling uitvoert of wat er moet gebeuren. separate betekent “apart” of “afzonderlijk”. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord separat. In eine separate Tüte krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -e, omdat Tüte vrouwelijk is en deze woordgroep als bestemming in de accusatief staat. Vergelijk: eine separate Box — “een aparte doos”. Tüte betekent hier “tas” of “zak”, in deze context een zak waarin iets wordt gedaan. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tüte; het meervoud is die Tüten. De combinatie eine separate Tüte betekent “een aparte tas/zak”. De woordgroep in eine separate Tüte geeft de bestemming aan. Bij legen wordt voor een beweging naar een plaats de accusatief gebruikt: in eine ... Tüte. Dat verschilt van een vaste locatie, waarbij vaak de datief staat, bijvoorbeeld Die Sachen sind in einer Tüte. — “De spullen zijn in een tas.” Samen bouwen de delen de betekenis op: Legen Sie geeft het beleefde bevel, die Sachen aus Glas is wat verplaatst moet worden, bitte verzacht het bevel, en in eine separate Tüte noemt de bestemming. De volledige zin betekent daarom: “Doe de glazen spullen alstublieft in een aparte tas.”

  8. Ich werde vorsichtig sein, während ich sie einpacke.

    Ik zal voorzichtig zijn terwijl ik ze inpak.

    Ich werde
    ik zal
    vorsichtig
    voorzichtig
    sein
    zijn
    während
    terwijl
    sie
    ze
    einpacke
    inpak
    Uitgebreide uitleg

    Ich werde is een herbruikbare manier om een toekomstige handeling aan te kondigen: werden staat hier in de tegenwoordige tijd bij ich en vormt samen met een infinitief de toekomende tijd. Voorbeelden: Ich werde kommen. — Ik zal komen. Du wirst kommen. — Jij zult komen. De vorm verandert dus met de persoon; werde hoort bij ich. vorsichtig betekent hier dat de spreker voorzichtig zal zijn. Het woord kan als bijvoeglijk naamwoord bij een zelfstandig naamwoord staan, maar ook als beschrijving na sein, zoals hier. Voorbeeld: Sei vorsichtig! — Wees voorzichtig! Het tegenovergestelde is unvorsichtig — onvoorzichtig. sein is de infinitief met de betekenis ‘zijn’. Na werde blijft het in deze vorm staan: Ich werde vorsichtig sein. — Ik zal voorzichtig zijn. De vorm sein is dus niet de persoonsvorm in dit deel; werde draagt de persoons- en tijdsinformatie. während leidt hier een bijzin in met de betekenis ‘terwijl’. In een Duitse bijzin staat de vervoegde persoonsvorm doorgaans achteraan. Voorbeeld: Während ich koche, liest er. — Terwijl ik kook, leest hij. sie is hier een persoonlijk voornaamwoord in het meervoud met de rol van lijdend voorwerp: ‘ze’ of ‘hen’. In combinatie met de vaste vertaling en de vorige zin verwijst het naar de glazen spullen. Deze vorm kan in andere contexten ook een andere grammaticale waarde hebben, maar hier is de bedoelde lezing het meervoudige voorwerp. einpacke betekent hier ‘inpak’. Het werkwoord is einpacken, een scheidbaar werkwoord. In een gewone hoofdzin kan het voorvoegsel los komen: Ich packe die Sachen ein. — Ik pak de spullen in. In deze bijzin blijft het voorvoegsel eraan vast en staat de vervoegde vorm aan het einde: während ich sie einpacke. einpacke is de vorm voor ich in de tegenwoordige tijd; het onderwerp ich staat in deze bijzin vóór het voorwerp sie. Samen vormen de delen: Ich werde vorsichtig sein — ik zal voorzichtig zijn — gevolgd door während ich sie einpacke — terwijl ik ze inpak. De volledige betekenis is: ‘Ik zal voorzichtig zijn terwijl ik ze inpak.’

Grammatica

während + bijzin: het werkwoord staat aan het einde

Während ich das Glas separat einpacke, lege ich die Sachen hin.

Vee-rent ich das glaas ze-pa-raat ain-pak-ke, lee-ge ich die za-chen hin.

Terwijl ik het glas apart inpak, leg ik de spullen neer.

Na während staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin: ich ... einpacke.

scheidbare werkwoorden: hinlegen → ich lege ... hin

Ich lege die Sachen hin.

Ich lee-ge die za-chen hin.

Ik leg de spullen neer.

Bij een scheidbaar werkwoord komt het voorvoegsel aan het einde van de hoofdzin.

Duits woordenschat

Artikel zelfstandig naamwoord
ar-tie-kul artikel

Ich kann den schweren Artikel in eine andere Tüte legen.

benutzen werkwoord
be-noet-sen gebruiken Benutzen

Benutzen Sie den Bildschirm rechts von Ihnen.

bezahlen werkwoord
be-tsaa-len betalen Bezahlen

Soll ich zum Bezahlen den Bildschirm benutzen?

Bildschirm zelfstandig naamwoord
bilt-sjirm scherm

Soll ich zum Bezahlen den Bildschirm benutzen?

hinlegen werkwoord
hin-lee-gen neerleggen

Sie können Ihre Sachen hier hinlegen.

Kasse zelfstandig naamwoord
kas-se kassa

Ist diese Kasse jetzt offen?

offen bijvoeglijk naamwoord
of-fen open

Ist diese Kasse jetzt offen?

Sache zelfstandig naamwoord
za-che spul; zaak Sachen

Sie können Ihre Sachen hier hinlegen.

schwer bijvoeglijk naamwoord
sjvee-uh zwaar schweren

Ich kann den schweren Artikel in eine andere Tüte legen.

sich fühlen werkwoord
zich fuulen zich voelen fühlt sich

Diese Tüte fühlt sich zu voll an.

Tüte zelfstandig naamwoord
tuu-te tas; zak

Diese Tüte fühlt sich zu voll an.

voll bijvoeglijk naamwoord
fol vol

Diese Tüte fühlt sich zu voll an.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is deze kassa nu open?

Antwoord tonenIst diese Kasse jetzt offen?

U kunt uw boodschappen hier neerleggen.

Antwoord tonenSie können Ihre Sachen hier hinlegen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

tas; zak

Antwoord tonenTüte

gebruiken

Antwoord tonenBenutzen

neerleggen

Antwoord tonenhinlegen

betalen

Antwoord tonenBezahlen