Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een vertraagde bus oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Entschuldigung, hat der Bus Verspätung?
Ent-sjoel-die-goeng, hat deer boes fersjpéé-toeng? Pardon, heeft de bus vertraging?In der Nähe ist viel Verkehr.
In deer nee-e ist fiel fer-keer. Er is hier veel verkeer.Wissen Sie, wann er ankommt?
Vissen zie, van ea an-komt? Weet u wanneer hij aankomt?Er ist noch unterwegs.
Ea ist noch oenter-veeks. Hij is nog onderweg.Dann müssen Sie vielleicht länger warten.
Dan mus-sen zie fie-laicht leng-er var-ten. Dan moet u misschien langer wachten.Gibt es einen anderen Bus auf derselben Strecke?
Gipt es ai-nen an-de-ren boes aouf deer-zel-ben sjtrek-ke? Is er een andere bus voor dezelfde route?Ja, aber mit diesem Bus dauert es länger.
Yaa, aa-ber mit die-zem boes dau-ert es leng-er. Ja, maar met die bus duurt het langer.Ich bleibe hier und warte auf diesen Bus.
Ich blai-be hier oent var-te aouf die-zen boes. Ik blijf hier op deze bus wachten.Das ist wahrscheinlich am besten, wenn Sie warten können.
Das ist vaar-sjain-liech am bes-ten, ven zie var-ten keu-nen. Dat is waarschijnlijk het beste als u kunt wachten.Uitleg van de zinnen
Entschuldigung, hat der Bus Verspätung?
Pardon, heeft de bus vertraging?
- Entschuldigung
- pardon; excuseer
- hat der
- heeft de …?
- Bus
- bus
- Verspätung
- vertraging
Uitgebreide uitleg
Entschuldigung is hier een beleefde manier om iemands aandacht te vragen voordat je iets vraagt: “pardon” of “excuseer”. Het is ook het gewone Duitse woord voor “verontschuldiging”, maar in deze zin werkt het als korte aanspreekformule. hat der vormt samen het begin van een ja-neevraag. hat is de derde persoon enkelvoud van haben (“hebben”): ich habe, du hast, er/sie/es hat. In een Duitse hoofdzin staat het vervoegde werkwoord in een ja-neevraag op de eerste plaats; het onderwerp der Bus komt er direct achter: Hat der Bus ...? Het lidwoord der hoort bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Bus in deze onderwerpvorm. Het is hier geen aanwijzing voor een persoon; het betekent “de”. Bus betekent “bus”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Bus. Het meervoud is die Busse, bijvoorbeeld: Die Busse kommen spät. — “De bussen komen laat.” Verspätung betekent hier “vertraging”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Verspätung. De vaste combinatie Verspätung haben betekent “vertraging hebben”. Het verwante bijvoeglijk naamwoord verspätet betekent “vertraagd” of “te laat”, maar dat is een andere vorm: Der Bus ist verspätet. — “De bus heeft vertraging / is vertraagd.” Samen betekent hat der Bus Verspätung? letterlijk dat je vraagt of de bus vertraging heeft. De vraagvolgorde — eerst hat, daarna der Bus — maakt er een ja-neevraag van. Met de beleefde aanspreekformule ervoor wordt de volledige uiting: “Pardon, heeft de bus vertraging?”
In der Nähe ist viel Verkehr.
Er is hier veel verkeer.
- In der Nähe
- in de buurt
- ist
- is
- viel
- veel
- Verkehr
- verkeer
Uitgebreide uitleg
In der Nähe betekent hier ‘in de buurt’ of ‘vlakbij’. Het is een vaste plaatsaanduiding: in staat hier bij een locatie, en der Nähe is de datief enkelvoud van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord die Nähe (‘nabijheid’). De vorm der betekent hier dus niet dat Nähe mannelijk is. Voor een beweging naar binnen kan in in andere contexten een accusatiefgroep nemen; dat is hier niet aan de orde. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (‘zijn’) in de tegenwoordige tijd. De vorm past bij het onderwerp Verkehr, dat in deze zin als enkelvoudig naamwoord wordt behandeld. De tegenwoordige tijd beschrijft hier de aanwezige verkeerssituatie. viel betekent hier ‘veel’ bij een niet-afgebakende hoeveelheid. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en blijft in deze constructie viel; het is niet hetzelfde als viele, dat bij telbare meervoudige zaken wordt gebruikt. Vergelijk: viel Verkehr = ‘veel verkeer’, maar viele Autos = ‘veel auto’s’. Verkehr betekent hier ‘verkeer’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Verkehr. In deze zin verwijst het naar verkeer als algemene, niet afzonderlijk getelde hoeveelheid. Een bruikbaar voorbeeld is Heute ist viel Verkehr. — ‘Vandaag is er veel verkeer.’ Samen vormen de delen In der Nähe + ist + viel Verkehr de betekenis: ‘In de buurt is veel verkeer’, natuurlijk weergegeven als ‘Er is hier veel verkeer.’ De plaatsaanduiding staat vooraan; daarna volgt de persoonsvorm ist, en vervolgens de hoeveelheid met het onderwerpachtige zelfstandig naamwoord Verkehr. De zin meldt dus de verkeerssituatie op de bedoelde nabijgelegen plaats.
Wissen Sie, wann er ankommt?
Weet u wanneer hij aankomt?
- Wissen Sie
- Weet u
- wann
- wanneer
- er
- hij
- ankommt
- aankomt
Uitgebreide uitleg
Wissen Sie is de beleefde aanspreekvorm voor “weet u”. Het werkwoord wissen betekent “weten”; Sie is hier de formele tweede persoon. In een zelfstandige vraag staat het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp: Wissen Sie ...? Het formele Sie krijgt altijd een hoofdletter en gebruikt dezelfde werkwoordsvorm als meervoudig sie. Voorbeeld: Wissen Sie das? — “Weet u dat?” wann betekent “wanneer” en leidt hier een indirecte vraag in. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Vergelijk Wann kommt er an? — “Wanneer komt hij aan?” met Ich weiß, wann er ankommt. — “Ik weet wanneer hij aankomt.” er is een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud, met de rol van onderwerp; de vaste vertaling ondersteunt hier de betekenis “hij”. Het verwijst dus naar de mannelijke persoon die aankomt, zonder dat de zin zelf die persoon nader benoemt. Andere vormen zijn bijvoorbeeld sie voor “zij” en es voor “het”, maar die zijn niet de vorm in deze zin. ankommt komt van het scheidbare werkwoord ankommen, “aankomen”. De vorm is tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: er kommt an in een hoofdzin, maar er ankommt in deze bijzin, omdat het vervoegde werkwoord daar achteraan staat en an weer aan kommt vastzit. Samen vormt Wissen Sie de hoofdvraag en wann er ankommt de indirecte vraag: de spreker vraagt formeel of de aangesprokene weet op welk moment hij aankomt. De volledige betekenis is: “Weet u wanneer hij aankomt?”
Er ist noch unterwegs.
Hij is nog onderweg.
- Er
- hij
- ist
- is
- noch
- nog
- unterwegs
- onderweg
Uitgebreide uitleg
Er is hier het persoonlijke voornaamwoord voor een mannelijke persoon en is het onderwerp van de zin. De vaste vertaling en de voorafgaande vraag ondersteunen de betekenis ‘hij’. Vergelijk als oefening: Sie ist unterwegs. — ‘Zij is onderweg.’ ist is de vorm van sein (‘zijn’) bij de derde persoon enkelvoud: er ist, sie ist, es ist. Andere vormen zijn bijvoorbeeld ich bin en wir sind. Voorbeeld: Er ist zu Hause. — ‘Hij is thuis.’ noch betekent hier ‘nog’: de toestand duurt op dit moment voort. Het staat vóór unterwegs en maakt dus deel uit van de betekenis ‘nog onderweg’. Voorbeeld: Sie wartet noch. — ‘Zij wacht nog.’ unterwegs betekent ‘onderweg’ of ‘op weg’. In de vaste combinatie unterwegs sein beschrijft het dat iemand op weg is of zich nog verplaatst; het woord zelf krijgt hier geen persoonsuitgang. Voorbeeld: Wir sind unterwegs. — ‘Wij zijn onderweg.’ Samen vormen de delen Er ist + noch + unterwegs de betekenis: ‘Hij is nog onderweg.’ De zin zegt dus dat hij op het relevante moment nog niet op zijn bestemming is aangekomen.
Dann müssen Sie vielleicht länger warten.
Dan moet u misschien langer wachten.
- Dann
- dan
- müssen Sie
- moet u
- vielleicht
- misschien
- länger
- langer
- warten
- wachten
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan” en kan in zo’n zin een gevolg of volgende situatie inleiden. Het kan ook naar een tijdstip verwijzen; in deze zin is de vertaling “dan” de juiste betekenis. müssen Sie bestaat uit müssen plus het formele aanspreekpronomen Sie. müssen drukt hier noodzaak uit: “moeten”. De vorm is een vervoegde vorm van müssen: ich muss, du musst, er/sie muss, wir müssen, Sie müssen. Het formele Sie wordt met een hoofdletter geschreven en gebruikt dezelfde werkwoordsvorm als het meervoudige sie/wir-type, maar betekent hier “u”. Voorbeeld: Sie müssen hier warten. — “U moet hier wachten.” vielleicht maakt de uitspraak onzeker: “misschien”. Het zegt dat de genoemde mogelijkheid niet zeker is. Voorbeeld: Vielleicht kommt er später. — “Misschien komt hij later.” länger is de vergrotende trap van lang: lang — länger — am längsten. Hier betekent het dat het wachten meer tijd zal kosten; er wordt geen specifiek vergelijkingspunt genoemd. länger hoort bij de duur van het wachten, niet bij Sie of bij een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Der Weg ist länger. — “De weg is langer.” warten is de infinitief “wachten”. Na het modale werkwoord müssen staat de infinitief aan het einde van de zin: Sie müssen warten — “U moet wachten”. Samen geeft Dann müssen Sie vielleicht länger warten de betekenis: “Dan moet u misschien langer wachten.” Dann plaatst deze mogelijkheid als gevolg of volgende situatie; müssen Sie geeft de noodzaak aan; vielleicht verzacht de zekerheid; en länger warten beschrijft een langere wachttijd.
Gibt es einen anderen Bus auf derselben Strecke?
Is er een andere bus voor dezelfde route?
- Gibt es
- is er ...?
- anderen
- andere
- Bus
- bus
- auf
- op / voor
- derselben
- dezelfde
- Strecke
- route
Uitgebreide uitleg
Gibt es is de vaste Duitse constructie om te vragen of iets bestaat of aanwezig is: letterlijk ongeveer “bestaat er / is er”. gibt is de derde persoon enkelvoud van geben (“geven”), maar in deze constructie betekent het geheel “er is”. De vraag heeft inversie: het werkwoord staat vooraan. Bijvoorbeeld: Gibt es hier einen Bahnhof? — “Is er hier een station?” anderen betekent hier “andere” en hoort bij Bus. Het is de verbogen vorm van ander. Omdat Bus mannelijk is en hier na het onbepaalde lidwoord einen in de vierde naamval staat, krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -en: einen anderen Bus. Vergelijk: ein anderer Bus (onderwerp) en mit einem anderen Bus (na mit, dat de derde naamval vraagt). Bus is een zelfstandig naamwoord voor een bus. Het meervoud is Busse: zwei Busse — “twee bussen”. In deze zin staat Bus in het enkelvoud; einen en anderen markeren samen de vorm die bij die functie past. auf betekent hier “op” en vormt samen met derselben Strecke een plaatsbepaling. Bij een vaste locatie gebruikt auf de derde naamval; bij een beweging naar een oppervlak kan het de vierde naamval krijgen. Hier gaat het niet om een beweging, maar om de route waarop de bus rijdt. derselben betekent “dezelfde” en is de verbogen vorm van derselbe. Het hoort bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Strecke en staat hier in de derde naamval: auf derselben Strecke. derselbe verwijst naar precies dezelfde zaak als een eerder bedoelde zaak; dat is sterker dan alleen ein anderer of ein weiterer. Strecke betekent hier “route” of “traject”. Het is vrouwelijk: die Strecke. Het meervoud is Strecken: lange Strecken — “lange trajecten”. De delen worden samen Gibt es einen anderen Bus auf derselben Strecke?: “Is er een andere bus op dezelfde route?” De vraag zoekt dus naar het bestaan of de beschikbaarheid van een andere bus, waarbij die bus aan dezelfde route wordt gekoppeld. auf derselben Strecke beschrijft de route; het maakt niet van derselben een aanduiding van een specifieke bus.
Ja, aber mit diesem Bus dauert es länger.
Ja, maar met die bus duurt het langer.
- Ja, aber
- Ja, maar
- mit
- met
- diesem
- die; deze aanwijzende vorm
- Bus
- bus
- dauert
- duurt
- länger
- langer
Uitgebreide uitleg
Ja, aber combineert een bevestiging met een tegenstelling: “ja, maar …”. Het eerste deel erkent iets, terwijl het tweede deel een beperkende of contrasterende toevoeging geeft. Voorbeeld: Ja, aber heute nicht. — “Ja, maar vandaag niet.” mit betekent hier “met” en staat in het Duits met de datief: mit + datief. Voorbeeld: mit dem Zug — “met de trein.” diesem is de datief enkelvoud van het aanwijzende woord bij een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord. Hier hoort het bij Bus, dat mannelijk is: dieser Bus (onderwerp), mit diesem Bus (na mit, datief). In de vaste vertaling wordt deze aanwijzing weergegeven als “die” in “met die bus”. Bus betekent “bus”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het meervoud is Busse: zwei Busse — “twee bussen.” dauert komt van dauern en is de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. dauern wordt gebruikt voor de duur van iets: Der Weg dauert zehn Minuten. — “De weg duurt tien minuten.” In deze zin is es het grammaticale onderwerp bij dauert; de combinatie es dauert … geeft aan hoe lang iets duurt. länger is de vergrotende trap van lang: lang — länger — am längsten, “lang” — “langer” — “het langst”. Hier betekent het dat de duur langer is dan een relevante, niet opnieuw genoemde vergelijking. De umlaut verandert de klinker in deze vergrotende trap. Voorbeeld: Die Fahrt ist länger. — “De rit is langer.” Samen vormt mit diesem Bus een voorzetselgroep: “met die bus” in de vaste vertaling. dauert es länger betekent “duurt het langer”. De volledige zin betekent: “Ja, maar met die bus duurt het langer.”
Ich bleibe hier und warte auf diesen Bus.
Ik blijf hier op deze bus wachten.
- Ich
- ik
- bleibe
- blijf
- hier
- hier
- warte auf
- wacht op
- diesen
- deze
- Bus
- bus
Uitgebreide uitleg
Ich is de nominatiefvorm voor de eerste persoon enkelvoud: de spreker is degene die beide handelingen uitvoert. Vergelijk ich met du (jij) en wir (wij). Voorbeeld: Ich lerne Deutsch. — Ik leer Duits. bleibe komt van bleiben en is hier de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud. In deze zin betekent het ‘blijven’ of ‘niet weggaan’: de spreker blijft op de genoemde plaats. De vormen zijn bijvoorbeeld ich bleibe, du bleibst, sie bleiben. Voorbeeld: Ich bleibe zu Hause. — Ik blijf thuis. hier is een plaatsbijwoord en betekent ‘op deze plaats’. Het verwijst naar de plaats waar de spreker zich bevindt; de zin specificeert niet verder welke plaats dat is. Voorbeeld: Warte hier! — Wacht hier! warte auf is de constructie warten auf (‘wachten op’). warte is hier de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud van warten; auf hoort bij deze betekenis van het werkwoord en leidt datgene aan waarop men wacht. In deze constructie staat de daaropvolgende naamwoordgroep in de accusatief. Voorbeeld: Ich warte auf den Zug. — Ik wacht op de trein. diesen is de accusatiefvorm van het aanwijzende woord dieser bij een mannelijk enkelvoudig naamwoord. Het betekent hier ‘deze’ en past bij Bus: der Bus wordt in de accusatief binnen deze naamwoordgroep diesen Bus. Deze vorm wijst hier de bedoelde bus aan; de vorm beweert op zichzelf niet dat de bus fysiek dichtbij is. Voorbeeld: Ich nehme diesen Zug. — Ik neem deze trein. Bus is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Bus. Na auf in de betekenis ‘wachten op’ staat de naamwoordgroep in de accusatief; in deze zin zie je dat aan diesen, terwijl Bus zelf dezelfde vorm behoudt. Het meervoud is Busse. Voorbeeld: Der Bus kommt. — De bus komt. und verbindt hier twee gelijkwaardige delen: Ich bleibe hier en warte auf diesen Bus. Het onderwerp Ich geldt voor beide werkwoorden; in het tweede deel wordt het niet herhaald. Samen betekent de hele uiting: ‘Ik blijf hier en wacht op deze bus.’ De spreker blijft op deze plaats en wacht daar op de bedoelde bus. De tegenwoordige tijd wordt in het Duits hier voor de actuele situatie gebruikt.
Das ist wahrscheinlich am besten, wenn Sie warten können.
Dat is waarschijnlijk het beste als u kunt wachten.
- Das ist
- dat is
- wahrscheinlich
- waarschijnlijk
- am besten
- het beste
- wenn Sie
- als u
- warten
- wachten
- können
- kunnen
Uitgebreide uitleg
Das ist betekent hier “dat is”. Das is een aanwijzend voornaamwoord in het onzijdige enkelvoud; het verwijst hier naar de bedoelde optie of situatie, zonder dat de zin zelfstandig precies benoemt wat “dat” is. Ist is de derde persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd: sein → ist. Voorbeeld: Das ist gut. = “Dat is goed.” Wahrscheinlich betekent “waarschijnlijk” en drukt uit dat de spreker iets als aannemelijk presenteert, niet als zekerheid. Het is een bijwoord en verandert hier niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Sie kommt wahrscheinlich später. = “Ze komt waarschijnlijk later.” Am besten betekent hier “het beste” of natuurlijker in deze aanbeveling: “het best”. Dit is de vaste bijwoordelijke superlatief van gut: gut → besser → am besten. Am besten beschrijft hier wat de beste handelwijze of optie is; het is niet het zelfstandig naamwoord van de daaropvolgende bijzin. Voorbeeld: Am besten warten wir hier. = “Het beste kunnen we hier wachten.” Wenn Sie begint de voorwaardelijke bijzin “als u”. Wenn leidt hier een voorwaarde in. Sie is de beleefde vorm voor “u”; deze vorm wordt met een hoofdletter geschreven en gebruikt dezelfde werkwoordsvorm als de derde persoon meervoud. De specifieke persoon achter Sie wordt door deze zin niet nader geïdentificeerd. In een wenn-bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan: wenn Sie warten können. Warten betekent hier “wachten”. De vorm is het infinitief; de basisvorm is eveneens warten. In combinatie met een modaal werkwoord blijft warten infinitief: Sie können warten = “u kunt wachten”. Voorbeeld: Wir warten hier. = “Wij wachten hier.” Können betekent hier “kunnen” in de zin van de mogelijkheid hebben om iets te doen. Het is het infinitief van können; in Sie können zou de vervoegde vorm voor de beleefde Sie gelijk zijn aan het infinitief. Omdat können hier in een bijzin met wenn staat, komt het aan het einde: wenn Sie warten können. Voorbeeld: Sie können bleiben. = “U kunt blijven.” Samen betekent Das ist wahrscheinlich am besten “Dat is waarschijnlijk het beste”. wenn Sie warten können voegt de voorwaarde toe: “als u kunt wachten”. De volledige zin is dus: “Dat is waarschijnlijk het beste als u kunt wachten.” De komma markeert de grens tussen de hoofdzin en de voorwaardelijke bijzin.
Grammatica
ankommen → kommt ... an
Er kommt an.
Ea komt an.Hij komt aan.
Bij scheidbare werkwoorden staat het voorvoegsel in een hoofdzin achteraan: kommt ... an.
am besten
Am besten warten.
Am bes-ten var-ten.Het beste is wachten.
Am besten is een vaste uitdrukking voor een beste aanbeveling of optie.
Duits woordenschat
Gibt es einen anderen Bus?
Wann er ankommt?
Entschuldigung, hat der Bus Verspätung?
In der Nähe ist viel Verkehr.
Dann müssen Sie vielleicht länger warten.
Er ist noch unterwegs.
Er ist noch unterwegs.
In der Nähe ist viel Verkehr.
Hat der Bus Verspätung?
Dann müssen Sie vielleicht länger warten.
Länger warten.
Wissen Sie, wann er ankommt?
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Pardon, heeft de bus vertraging?
Antwoord tonen
Entschuldigung, hat der Bus Verspätung?Er is hier veel verkeer.
Antwoord tonen
In der Nähe ist viel Verkehr.Weet u wanneer hij aankomt?
Antwoord tonen
Wissen Sie, wann er ankommt?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
vertraging
Antwoord tonen
Verspätungnog
Antwoord tonen
nochmisschien
Antwoord tonen
vielleichtweten