Een treinkaartje kopen met een overstap | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a train ticket machine, one adult helps another choose a destination, check the transfer point, and keep the ticket..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een treinkaartje kopen met een overstap oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich brauche Hilfe, um für diese Reise ein Ticket zu kaufen.

iech brau-chun hil-fuh, oem fuur die-zuh rai-zuh ain ti-kut tsoe kau-fun. Ik heb hulp nodig bij het kopen van een kaartje voor deze reis.
B

Du kannst es an diesem Automaten kaufen.

doe kanst es an die-zum au-to-maa-tun kau-fun. Je kunt het bij deze automaat kopen.
A

Welche Option soll ich zuerst wählen?

vel-sjuh op-tsie-oon zol iech tsoe-erst vee-lun? Welke optie moet ik eerst kiezen?
B

Wähle dein Reiseziel auf dem Bildschirm aus.

vee-luh dain rai-zuh-tsiel auf deem bilt-sjirm aus. Kies je bestemming op het scherm.
A

Wie kann ich sehen, wo ich umsteigen muss?

wie kan iech zee-un, voo iech oem-sjtai-gun moes? Hoe kan ik zien waar ik moet overstappen?
B

Die Streckendetails erscheinen vor der Zahlung.

die sjtrek-un-die-tails er-sjai-nun foor de-er tsaa-loeng. De details van de route verschijnen vóór de betaling.
A

Ich kann jetzt den Umsteigepunkt sehen.

iech kan jetsst deen oem-sjtai-guh-poengkt zee-un. Ik kan het overstappunt nu zien.
B

Behalte die Fahrkarte bei dir, bis die Reise vorbei ist.

buh-hal-tuh die faar-kar-tuh bai dier, bis die rai-zuh foor-bai ist. Houd het kaartje bij je tot de reis voorbij is.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich brauche Hilfe, um für diese Reise ein Ticket zu kaufen.

    Ik heb hulp nodig bij het kopen van een kaartje voor deze reis.

    brauche
    heb nodig
    Hilfe
    hulp
    um … zu
    om ... te
    für
    voor
    diese
    deze
    Reise
    reis
    Ticket
    kaartje; ticket
    kaufen
    kopen
    Uitgebreide uitleg

    brauche komt van brauchen en is hier de vorm bij ich: ich brauche = “ik heb nodig”. De persoonsuitgang bij ich is hier -e; bij du is de vorm bijvoorbeeld du brauchst. Voorbeeld: Ich brauche Zeit. = “Ik heb tijd nodig.” Hilfe betekent hier “hulp”. Het is een zelfstandig naamwoord; het werkwoordelijke patroon is Hilfe brauchen = “hulp nodig hebben”. Voorbeeld: Wir brauchen Hilfe. = “Wij hebben hulp nodig.” um ... zu is een constructie waarmee het doel van een handeling wordt uitgedrukt: um ... zu kaufen = “om ... te kopen”. um staat vóór het doelgedeelte en zu staat direct vóór het infinitief kaufen. Bij deze constructie is het begrepen onderwerp van beide handelingen hetzelfde: degene die ich brauche zegt, is ook degene die koopt. Voorbeeld: Ich lerne Deutsch, um zu reisen. = “Ik leer Duits om te reizen.” für betekent “voor” en wordt in het Duits met de accusatief gebruikt. In für diese Reise geeft het aan waarvoor het ticket bedoeld is: voor deze reis. diese betekent hier “deze” en hoort bij Reise. In deze combinatie staat het bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief na für; de vorm is dan diese. Bij een mannelijk zelfstandig naamwoord is een vergelijkbare accusatiefvorm bijvoorbeeld diesen: für diesen Plan = “voor dit plan”. Reise betekent “reis”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Reise. In het meervoud is het die Reisen. Voorbeeld: Die Reise beginnt morgen. = “De reis begint morgen.” Ticket betekent “kaartje” of “ticket”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Ticket. In ein Ticket blijft het onbepaalde lidwoord in het onzijdige accusatief enkelvoud ein; dat lidwoord drukt hier niet zelfstandig een specifiek aantal uit, maar maakt het zelfstandig naamwoord onbepaald. kaufen betekent “kopen”. Dit is de infinitief. Na zu verschijnt de vorm zu kaufen; zu hoort bij de infinitiefconstructie en verandert de basisbetekenis van het werkwoord niet. Voorbeeld: Ich möchte ein Ticket kaufen. = “Ik wil een ticket kopen.” Samen betekent Ich brauche Hilfe “Ik heb hulp nodig”. Daarna specificeert um für diese Reise ein Ticket zu kaufen waarvoor die hulp nodig is: “om voor deze reis een kaartje te kopen”. De volledige zin betekent dus: “Ik heb hulp nodig om voor deze reis een kaartje te kopen.”

  2. Du kannst es an diesem Automaten kaufen.

    Je kunt het bij deze automaat kopen.

    Du kannst
    jij kunt
    es
    het
    an
    bij / aan
    diesem
    deze
    Automaten
    automaat
    kaufen
    kopen
    Uitgebreide uitleg

    Du kannst betekent hier dat je iets kunt doen: du is de tweede persoon enkelvoud en kannst is de vorm van können bij du. Het is een modaal werkwoord; het volgende werkwoord blijft in de infinitief staan. Vergelijk: Ich kann helfen. — Ik kan helpen. es is een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp. In deze zin verwijst het, volgens de vaste vertaling, naar het kaartje of ticket dat men wil kopen. De vorm es hoort bij een onzijdig enkelvoudig antecedent; de grammaticale vorm van het voornaamwoord bepaalt niet zelfstandig wat het concrete voorwerp is. an geeft hier de plaats aan waar de handeling gebeurt: bij of aan een automaat. In deze plaatsbetekenis staat an bij een vaste locatie met de datief. Het is dus niet de richtingsbetekenis van an waarbij een beweging naar een plaats wordt benadrukt. Voorbeeld: Ich kaufe das Ticket an der Maschine. — Ik koop het kaartje bij de machine. diesem betekent hier deze en staat in de datief. De vorm stemt af op het grammaticale geslacht en getal van Automat: dat is mannelijk enkelvoud, waardoor het patroon dieser → diesem in de datief ontstaat. Diesem zou ook bij een onzijdig enkelvoud kunnen voorkomen; de vorm alleen maakt het geslacht dus niet altijd uniek. Automaten betekent automaat. Het zelfstandig naamwoord heeft als basisvorm der Automat. In deze zin is Automaten datief enkelvoud na an; mannelijke zelfstandige naamwoorden van dit type krijgen in de enkelvoudige naamvallen buiten de nominatief vaak de uitgang -en (bijvoorbeeld mit dem Automaten — met de automaat). Dit is hier niet een meervoudsvorm: het meervoud is eveneens Automaten, maar diesem en de constructie wijzen hier op datief enkelvoud. kaufen is de infinitief van kopen. Na het modale werkwoord können staat deze infinitief achteraan in de hoofdzin: Du kannst es kaufen. — Je kunt het kopen. De infinitief verandert hier niet mee met du; de persoonsinformatie staat in kannst. Samen vormt an diesem Automaten de plaatsbepaling bij deze automaat. Du kannst geeft de mogelijkheid aan, es is wat gekocht wordt, en kaufen noemt de handeling. De volledige betekenis is daarom: Je kunt het bij deze automaat kopen.

  3. Welche Option soll ich zuerst wählen?

    Welke optie moet ik eerst kiezen?

    Welche
    welke
    Option
    optie
    soll ich
    moet ik
    zuerst
    eerst
    wählen
    kiezen
    Uitgebreide uitleg

    Welche betekent hier “welke” en staat bij Option. Omdat Option vrouwelijk enkelvoud is en in deze vraag de gekozen optie aanduidt, heeft het vraagwoord de vorm welche. Vergelijk bijvoorbeeld: Welcher Weg? = “Welke weg?” en Welches Ziel? = “Welke bestemming?”; de vorm hangt af van het geslacht en de naamval van het zelfstandig naamwoord. Option betekent “optie”. Het is een zelfstandig naamwoord: die Option, meervoud die Optionen. In deze zin is het de optie waarnaar gevraagd wordt. soll ich bestaat uit soll, de eerste persoon enkelvoud van sollen, plus het persoonlijk voornaamwoord ich (“ik”). In deze vraag vraagt de spreker welke handeling volgens de situatie of de gesprekspartner de juiste is: “Welke moet ik kiezen?” Sollen kan ook een verplichting uitdrukken, maar hier past door de vraag naar een keuze vooral de betekenis “wat wordt mij aangeraden / wat hoor ik te doen?”. Voorbeeld: Soll ich warten? = “Moet ik wachten?” zuerst is een bijwoord van volgorde en betekent “eerst”. Het geeft aan dat het kiezen vóór een mogelijke volgende stap gebeurt. Voorbeeld: Was soll ich zuerst tun? = “Wat moet ik eerst doen?” wählen betekent “kiezen”. Dit is de infinitief, dus de onverbogen vorm. Na het modale werkwoord sollen staat de infinitief aan het einde van de zin: ich soll wählen = “ik moet kiezen”. De vervoegde vorm in een gewone mededeling is bijvoorbeeld Ich wähle eine Option. = “Ik kies een optie.” Samen vormt Welche Option soll ich zuerst wählen? een vraag naar de eerste optie die de spreker moet of volgens de situatie hoort te kiezen: “Welke optie moet ik eerst kiezen?”

  4. Wähle dein Reiseziel auf dem Bildschirm aus.

    Kies je bestemming op het scherm.

    Wähle … aus
    kies ... uit
    dein
    je
    Reiseziel
    bestemming
    auf dem Bildschirm
    op het scherm
    Uitgebreide uitleg

    Wähle … aus is de gebiedende wijs van het scheidbare werkwoord auswählen (kiezen/selecteren). In deze zin staat het onderwerp du niet apart: de vorm Wähle richt zich tot één persoon. Bij een scheidbaar werkwoord staat aus in de gebiedende hoofdzin aan het einde. Voorbeeld: Wähle eine Option aus. — Kies een optie. De vraag uit de eerdere context gebruikt dezelfde werkwoordfamilie in wählen: Welche Option soll ich zuerst wählen? — Welke optie moet ik eerst kiezen? In de gegeven zin maakt auswählen duidelijk dat je iets uit beschikbare mogelijkheden selecteert. dein betekent hier je en hoort bij Reiseziel. Het is een bezittelijk woord: het doel is van de aangesprokene. De vorm dein is hier passend bij het onzijdige zelfstandig naamwoord das Reiseziel in de naamval die na auswählen in deze zin wordt gebruikt. Het bezittelijke woord verandert dus mee met grammaticale kenmerken van het zelfstandig naamwoord en zijn rol in de zin; het betekent niet zelfstandig een aantal. Reiseziel betekent bestemming, hier de bestemming die iemand moet selecteren. Het is samengesteld uit Reise (reis) en Ziel (doel), maar als geheel verwijst het naar een reisbestemming. Het meervoud is Reiseziele. auf dem Bildschirm betekent op het scherm. Bildschirm is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Bildschirm. Het voorzetsel auf krijgt hier dem omdat de plaats als vaste locatie wordt voorgesteld, niet als beweging naar het scherm. Vergelijk: Der Name steht auf dem Bildschirm. — De naam staat op het scherm. Bij beweging naar een plaats kan auf een andere naamval krijgen, bijvoorbeeld Ich lege das Buch auf den Tisch. — Ik leg het boek op de tafel. Samen betekent de zin: Wähle dein Reiseziel auf dem Bildschirm aus. — Kies je bestemming op het scherm. De gebiedende wijs geeft de instructie; dein Reiseziel is wat geselecteerd moet worden, en auf dem Bildschirm geeft aan waar die selectie wordt uitgevoerd.

  5. Wie kann ich sehen, wo ich umsteigen muss?

    Hoe kan ik zien waar ik moet overstappen?

    Wie kann ich
    Hoe kan ik
    sehen
    zien
    wo
    waar
    umsteigen
    overstappen
    muss
    moet
    Uitgebreide uitleg

    Wie kann ich vormt hier het patroon Wie kann ich + infinitief?: “Hoe kan ik …?” kann is de tegenwoordige tijd van können bij ich; het drukt mogelijkheid of een manier uit. In deze vraag staat het onderwerp ich direct na het vraagwoord, en de infinitief komt aan het einde van het hoofdgedeelte. sehen is de infinitief van sehen, “zien”. In deze context betekent het samen met kann eerder “kunnen zien/uitvinden” dan alleen fysiek kijken. Voorbeeld: Wie kann ich das sehen? — “Hoe kan ik dat zien?” wo betekent hier “waar” en leidt de indirecte vraag wo ich umsteigen muss in. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Het vraagwoord zegt waar de overstap plaatsvindt; het legt niet zelfstandig vast naar welke specifieke halte of welk station wordt verwezen. umsteigen is de infinitief “overstappen”, dus van voertuig of verbinding wisselen. Het is een scheidbaar werkwoord: zonder modaal werkwoord krijg je bijvoorbeeld Ich steige in Köln um — “Ik stap in Keulen over.” Na een modaal werkwoord blijft het als volledige infinitief bijeen: Ich muss umsteigen — “Ik moet overstappen.” muss is hier de vorm van müssen bij ich in de tegenwoordige tijd: “moet”. Het drukt noodzaak uit. De andere vormen zijn bijvoorbeeld du musst en wir müssen; de vorm wordt dus niet alleen door het aantal bepaald, maar ook door de persoon. Samen betekent wo ich umsteigen muss letterlijk “waar ik moet overstappen”. Omdat dit een bijzin na sehen is, staat muss helemaal achteraan. De volledige structuur is Wie kann ich sehen + wo ich umsteigen muss: “Hoe kan ik zien waar ik moet overstappen?”

  6. Die Streckendetails erscheinen vor der Zahlung.

    De details van de route verschijnen vóór de betaling.

    Streckendetails
    routedetails
    erscheinen
    verschijnen
    vor
    vóór
    Zahlung
    betaling
    Uitgebreide uitleg

    Streckendetails betekent hier details over de route. Het is een samenstelling van Strecke (“route/traject”) en Details; het laatste deel bepaalt het meervoud: das Detail → die Details, en dus ook die Streckendetails. Voorbeeld: Die Streckendetails sind hilfreich. — “De routedetails zijn nuttig.” erscheinen betekent hier “verschijnen” of “zichtbaar worden”. De vorm is de tegenwoordige tijd van erscheinen; bij sie in het meervoud is die vorm erscheinen (bijvoorbeeld: Die Informationen erscheinen später. — “De informatie verschijnt later.”). Het onderwerp staat hier in het meervoud, daarom staat het werkwoord op erscheinen en niet op de enkelvoudsvorm erscheint. vor drukt hier tijd uit: “vóór”. In een tijdsbepaling staat het met de datief: vor der Zahlung. In een andere context kan vor ook een plaatsrelatie aangeven, zoals in vor dem Haus — “voor het huis”; de betekenis hier is echter temporeel. Zahlung betekent “betaling”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Zahlung. Na het temporele vor krijgt het lidwoord in de datief de vorm der: vor der Zahlung. Het werkwoord zahlen betekent “betalen”, maar Zahlung is het zelfstandige naamwoord voor de handeling of het verschuldigde betaalmoment. Voorbeeld: Die Zahlung ist erfolgt. — “De betaling is uitgevoerd.” Samen vormen de delen Die Streckendetails erscheinen (“De routedetails verschijnen”) en vor der Zahlung (“vóór de betaling”). De volledige zin betekent dus: “De details van de route verschijnen vóór de betaling.”

  7. Ich kann jetzt den Umsteigepunkt sehen.

    Ik kan het overstappunt nu zien.

    Ich kann
    ik kan
    jetzt
    nu
    Umsteigepunkt
    overstappunt
    sehen
    zien
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier “ik kan” en combineert het onderwerp Ich met het modale werkwoord können. kann is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud; vergelijk: ich kann, du kannst, er/sie kann. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de zin. Voorbeeld: Ich kann warten. — “Ik kan wachten.” jetzt betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Voorbeeld: Ich lerne jetzt. — “Ik leer nu.” Umsteigepunkt betekent “overstappunt”: een punt of plaats waar je overstapt. Het is een samenstelling van umsteigen (“overstappen”) en Punkt (“punt”), maar Umsteigepunkt wordt als één zelfstandig naamwoord geschreven. In deze zin staat den Umsteigepunkt in de vierde naamval, omdat het het directe object van sehen is. Het lidwoord laat bovendien zien dat het mannelijke zelfstandig naamwoord der Umsteigepunkt hier accusatief is: der → den. Voorbeeld: Ich suche den Umsteigepunkt. — “Ik zoek het overstappunt.” sehen betekent “zien”. Dit is hier de infinitief die bij kann hoort. Belangrijke vormen zijn sehen — sieht — sah — gesehen; de klinker verandert dus in sommige vormen. Voorbeeld: Wir können den Bahnhof sehen. — “Wij kunnen het station zien.” Samen vormen de delen: Ich kann jetzt den Umsteigepunkt sehen. Het modale werkwoord kann drukt mogelijkheid of vermogen uit, jetzt geeft het tijdstip aan, den Umsteigepunkt is wat gezien wordt, en sehen blijft als infinitief aan het einde staan. De volledige betekenis is: “Ik kan het overstappunt nu zien.”

  8. Behalte die Fahrkarte bei dir, bis die Reise vorbei ist.

    Houd het kaartje bij je tot de reis voorbij is.

    Behalte
    houd bij
    die Fahrkarte
    het kaartje
    bei dir
    bij je
    bis
    totdat
    die Reise
    de reis
    vorbei ist
    voorbij is
    Uitgebreide uitleg

    Behalte komt van behalten en is hier de gebiedende wijs voor du: “houd/bewaar”. De vorm spreekt de aangesprokene rechtstreeks aan; het onderwerp du staat er niet apart bij. Voorbeeld: Behalte den Schlüssel! = “Houd de sleutel bij je!” die Fahrkarte betekent hier “het kaartje”, specifieker: een vervoerbewijs. Fahrkarte is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; in deze zin staat het als lijdend voorwerp in de accusatief. Bij dit vrouwelijke woord zijn nominatief en accusatief enkelvoud allebei die. Het eerste deel hangt samen met fahren (“reizen/rijden”), maar leer Fahrkarte als zelfstandig woord. bei dir betekent “bij je”. bei wordt met de datief gebruikt; dir is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor du. Vergelijk: bei mir = “bij me” en bei dir = “bij je”. Samen geeft deze uitdrukking aan dat iets zich bij de aangesprokene bevindt. bis leidt hier een tijdsbepaling in: “totdat”. In de bijzin die met bis begint, staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Warte, bis ich komme. = “Wacht totdat ik kom.” die Reise betekent “de reis”. Reise is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In die Reise vorbei ist is het de onderwerpsgroep van de bijzin; die is hier dus nominatief enkelvoud, niet het lijdend voorwerp van Behalte. vorbei ist vormt hier de betekenis “voorbij is” of “afgelopen is”. ist is de derde persoon enkelvoud van sein; vorbei beschrijft de toestand van de reis. In de bijzin staat ist achteraan: die Reise vorbei ist. Voorbeeld: Der Film ist vorbei. = “De film is afgelopen.” Samen betekent Behalte die Fahrkarte bei dir “Houd het kaartje bij je”. bis die Reise vorbei ist bepaalt tot welk moment: dat moet zo blijven totdat de reis afgelopen is. De volledige instructie is daarom: “Houd het kaartje bij je tot de reis voorbij is.”

Grammatica

Trennbares Verb: auswählen → Wähle ... aus

Wähle eine Option am Bildschirm aus.

vee-luh ai-nuh op-tsie-oon am bilt-sjirm aus.

Kies een optie op het scherm.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel aus aan het einde van de zin.

Duits woordenschat

auswählen werkwoord
aus-vee-lun selecteren aus

Wähle dein Reiseziel auf dem Bildschirm aus.

Automat zelfstandig naamwoord
au-to-maat automaat Automaten

Du kannst es an diesem Automaten kaufen.

Bildschirm zelfstandig naamwoord
bilt-sjirm scherm

Wähle dein Reiseziel auf dem Bildschirm aus.

brauchen werkwoord
brau-chun nodig hebben brauche

Ich brauche Hilfe, um für diese Reise ein Ticket zu kaufen.

Hilfe zelfstandig naamwoord
hil-fuh hulp

Ich brauche Hilfe, um für diese Reise ein Ticket zu kaufen.

kaufen werkwoord
kau-fun kopen

Ich brauche Hilfe, um für diese Reise ein Ticket zu kaufen.

Option zelfstandig naamwoord
op-tsie-oon optie

Welche Option soll ich zuerst wählen?

Reiseziel zelfstandig naamwoord
rai-zuh-tsiel bestemming

Wähle dein Reiseziel auf dem Bildschirm aus.

Streckendetail zelfstandig naamwoord
sjtrek-un-dee-tail detail van de route Streckendetails

Die Streckendetails erscheinen vor der Zahlung.

Ticket zelfstandig naamwoord
ti-kut kaartje

Du kannst es an diesem Automaten kaufen.

umsteigen werkwoord
oem-sjtai-gun overstappen

Wie kann ich sehen, wo ich umsteigen muss?

wählen werkwoord
vee-lun kiezen Wähle

Wähle dein Reiseziel auf dem Bildschirm aus.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Welke optie moet ik eerst kiezen?

Antwoord tonenWelche Option soll ich zuerst wählen?

De details van de route verschijnen vóór de betaling.

Antwoord tonenDie Streckendetails erscheinen vor der Zahlung.

Ik kan het overstappunt nu zien.

Antwoord tonenIch kann jetzt den Umsteigepunkt sehen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hulp

Antwoord tonenHilfe

kopen

Antwoord tonenkaufen

scherm

Antwoord tonenBildschirm

automaat

Antwoord tonenAutomaten