Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een afspraak verzetten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich muss meinen Termin auf einen anderen Tag verschieben.
Ich moes main-en ter-MIEN auf ainen AND-er-en taak fer-SJIE-ben. Ik moet mijn afspraak naar een andere dag verzetten.Ich kann im Kalender für Sie nachsehen.
Ich kan im ka-LEN-der fuur zie naach-zee-en. Ik kan de agenda voor u nakijken.Gibt es später diese Woche noch einen freien Termin?
Gipt es SJPEE-ter DIE-ze VOCH-e nog ainen FRAI-en ter-MIEN? Is er later deze week nog een vrije plek?Später diese Woche ist am Nachmittag ein Termin frei.
SJPEE-ter DIE-ze VOCH-e ist am NAAKH-mit-taak ain ter-MIEN fraai. Er is later deze week 's middags een plek vrij.Das passt für mich.
Das past fuur mich. Dat past voor mij.Ich kann an dem Nachmittag kommen.
Ich kan an deem NAAKH-mit-taak KOM-men. Ik kan die middag komen.Ich ändere den Termin.
Ich EN-de-re deen ter-MIEN. Ik pas de afspraak aan.Soll ich dieselben Dokumente mitbringen?
Zol ich DIE-zel-been do-koo-MEN-te MIT-bring-en? Moet ik dezelfde documenten meenemen?Bitte bringen Sie Ihre Karte und das ausgefüllte Formular mit.
BIT-te BRING-en zie IE-re KAR-te oent das AUS-ge-fult-e for-moo-LAAR mit. Neem alstublieft uw kaart en het ingevulde formulier mee.Uitleg van de zinnen
Ich muss meinen Termin auf einen anderen Tag verschieben.
Ik moet mijn afspraak naar een andere dag verzetten.
- Ich muss
- ik moet
- Termin
- afspraak
- auf
- naar
- anderen
- andere
- Tag
- dag
- verschieben
- verzetten
Uitgebreide uitleg
Ich muss geeft hier aan dat de spreker iets moet doen. muss is de ik-vorm van het modale werkwoord müssen; de basisvorm is müssen, bijvoorbeeld: Ich muss arbeiten. — “Ik moet werken.” Bij müssen staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de zin. meinen hoort bij Termin. der Termin is een afspraak of een vastgelegde afspraak. In deze zin is Termin het lijdend voorwerp, daarom staat het mannelijke bezittelijke woord in de accusatief: mein Termin wordt meinen Termin. Vergelijk: Mein Termin beginnt. — “Mijn afspraak begint.” maar Ich verschiebe meinen Termin. — “Ik verzet mijn afspraak.” auf vormt hier met de volgende tijdsaanduiding het patroon etwas auf einen anderen Tag verschieben: iets naar een andere dag verzetten. In deze betekenis volgt na auf de accusatief, omdat de afspraak naar een nieuw tijdstip wordt verplaatst. Het is dus niet alleen het algemene voorzetsel auf, maar onderdeel van de uitdrukking voor verplaatsen naar een moment. einen anderen Tag betekent “een andere dag”. Tag is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Tag. Omdat het na auf in deze constructie accusatief staat, krijgt het de vorm einen Tag. anderen is het bijvoeglijk naamwoord bij Tag. De woordenreeks hoort bij het bijvoeglijke paradigma rond ander-; in deze mannelijke accusatiefgroep na einen krijgt de vorm de uitgang -en. Bijvoorbeeld: Wir wählen einen anderen Tag. — “We kiezen een andere dag.” verschieben betekent hier “verzetten” of “verplaatsen” naar een ander gepland tijdstip. De infinitief blijft na het modale werkwoord aan het einde staan. De werkwoordsvormen zijn bijvoorbeeld ich verschiebe — “ik verzet” en ich habe verschoben — “ik heb verzet”. Samen is Ich muss meinen Termin auf einen anderen Tag verschieben. opgebouwd als: “Ik moet mijn afspraak naar een andere dag verzetten.” De spreker zegt dus dat hij of zij de afspraak moet verplaatsen; de nieuwe dag wordt aangegeven met auf einen anderen Tag.
Ich kann im Kalender für Sie nachsehen.
Ik kan de agenda voor u nakijken.
- Ich kann
- ik kan
- Kalender
- agenda
- für Sie
- voor u
- nachsehen
- nakijken
Uitgebreide uitleg
Ich kann betekent hier dat de spreker iets kan of in staat is om het te doen. kann is de vorm van het modale werkwoord können bij ich; bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de zin. Bijvoorbeeld: Ich kann morgen kommen. — Ik kan morgen komen. Kalender betekent hier “agenda” of “kalender”. Het is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord der: der Kalender. In im Kalender is im de verkorte vorm van in dem; dit geeft hier de plaats aan waar de spreker iets nakijkt. Bijvoorbeeld: Der Termin steht im Kalender. — De afspraak staat in de agenda. für Sie betekent “voor u”. Sie met een hoofdletter is de beleefde vorm van “u”; de vorm blijft hier Sie, ongeacht of één of meer personen beleefd worden aangesproken. für is een voorzetsel dat in het Duits de accusatief gebruikt. Bijvoorbeeld: Ich habe eine Nachricht für Sie. — Ik heb een bericht voor u. nachsehen betekent “nakijken” of “controleren”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin zonder ander werkwoord kan het bijvoorbeeld Ich sehe im Kalender nach. zijn. Na het modale werkwoord kann blijft het als infinitief bij elkaar en staat het aan het einde: Ich kann nachsehen. — Ik kan nakijken. Samen vormen de delen Ich kann + im Kalender + für Sie + nachsehen de betekenis: “Ik kan de agenda voor u nakijken.” De spreker biedt dus aan om in de agenda te controleren, met für Sie als aanduiding dat dit ten behoeve van de aangesprokene gebeurt. De formulering is beleefd en geschikt in een service- of afspraakcontext.
Gibt es später diese Woche noch einen freien Termin?
Is er later deze week nog een vrije plek?
- Gibt es
- is er / zijn er
- später
- later
- Woche
- week
- noch
- nog
- freien
- vrije
- Termin
- afspraak
Uitgebreide uitleg
Gibt es is een vaste vraagconstructie voor het vragen of iets bestaat of beschikbaar is: “is er / zijn er?”. Het werkwoord geben staat hier in de derde persoon enkelvoud, omdat es het formele onderwerp van deze constructie is. Bijvoorbeeld: Gibt es noch Plätze? — “Zijn er nog plaatsen?” später betekent hier “later” en verwijst naar een later moment dan nu. De vorm verandert niet naar gelang van een zelfstandig naamwoord, omdat het hier een bijwoord is. Bijvoorbeeld: Ich rufe später an. — “Ik bel later.” Woche betekent “week”. In diese Woche vormt het samen met diese de tijdsbepaling “deze week”. Woche is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; dat zie je ook aan die Woche in de basisvorm. Bijvoorbeeld: Diese Woche habe ich viel zu tun. — “Deze week heb ik veel te doen.” noch betekent hier “nog”: er wordt gevraagd of er op een later moment in deze week nog een mogelijkheid over is. Het staat vóór de rest van de naamwoordgroep en hoort qua betekenis bij de vraag naar resterende beschikbaarheid. Bijvoorbeeld: Gibt es noch einen Platz? — “Is er nog een plek?” freien is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord frei, “vrij” of “beschikbaar”. Het beschrijft hier Termin: een beschikbare afspraakmogelijkheid. De uitgang -en verschijnt omdat freien Termin het lijdend voorwerp is na es gibt; bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Termin staat daarbij het onbepaalde lidwoord einen. Vergelijk: ein freier Termin — “een vrije afspraak” als onderwerp, maar einen freien Termin — “een vrije afspraak” als lijdend voorwerp. frei kan in andere contexten ook letterlijk “niet bezet” betekenen, bijvoorbeeld: Der Platz ist frei. — “De plek is vrij.” Termin betekent hier “afspraak” of, in deze beschikbaarheidscontext, “afspraakmoment/plek in de agenda”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Termin, met de vorm einen Termin in deze lijdendvoorwerpsgroep. Bijvoorbeeld: Ich habe morgen einen Termin. — “Ik heb morgen een afspraak.” Samen vormt später diese Woche de tijdsbepaling “later deze week”. Daarna vraagt noch einen freien Termin naar een nog beschikbare afspraakmogelijkheid. De hele vraag Gibt es später diese Woche noch einen freien Termin? betekent daarom: “Is er later deze week nog een vrije plek?” De formulering is geschikt om naar beschikbaarheid in een agenda te vragen.
Später diese Woche ist am Nachmittag ein Termin frei.
Er is later deze week 's middags een plek vrij.
- Später diese Woche
- later deze week
- am Nachmittag
- 's middags
- ein Termin
- een afspraak
- frei
- vrij
Uitgebreide uitleg
Später diese Woche betekent hier “later deze week”. später is de vergrotende vorm van spät (“laat”): spät → später → am spätesten. In deze tijdsbepaling geeft später aan dat het moment later in de week valt, zonder een precieze dag te noemen. Voorbeeld: Ich komme später. — “Ik kom later.” am Nachmittag betekent “'s middags” of “in de namiddag”. am is de vaste samentrekking van an dem; Nachmittag is een zelfstandig naamwoord en wordt daarom in het Duits met een hoofdletter geschreven. De constructie am + dagdeel is een bruikbaar patroon: am Morgen — “'s ochtends”, am Abend — “'s avonds”. ein Termin betekent hier “een afspraak” of, in deze context, “een vrij afspraakmoment”. Termin is een mannelijk zelfstandig naamwoord. Daarom staat het onbepaalde lidwoord in de nominatief als ein: het benoemt hier het onderwerp van ist, niet zelfstandig een vast aantal. De meervoudsvorm is Termine; bijvoorbeeld: Ich habe morgen einen Termin. — “Ik heb morgen een afspraak.” Na haben staat het mannelijke enkelvoud hier als einen Termin, niet als ein Termin. frei betekent hier “vrij” of “beschikbaar”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na het werkwoord sein predicatief gebruikt wordt en dan geen uitgang krijgt: Der Termin ist frei. — “De afspraak is vrij.” In een vergelijking is de reeks frei → freier → am freiesten; freier kan bijvoorbeeld “vrijer” betekenen, maar dat is niet de betekenis in deze zin. De zin bouwt de informatie op als tijd (Später diese Woche), dagdeel (am Nachmittag), onderwerp (ein Termin) en toestand (ist ... frei). ist is de vorm van sein voor de derde persoon enkelvoud. Samen betekent de uiting: “Later deze week is er 's middags een afspraak vrij.” In de gegeven context gaat het om een beschikbaar afspraakmoment.
Das passt für mich.
Dat past voor mij.
- Das
- dat
- passt
- past
- für mich
- voor mij
Uitgebreide uitleg
Das staat hier zelfstandig als aanwijzend voornaamwoord en betekent dat. De vorm is onzijdig; de precieze bedoelde zaak of situatie wordt door deze zin zelf niet benoemd. Het is hier dus geen lidwoord bij een zelfstandig naamwoord. Let op het verschil met dass, een voegwoord: Ich weiß, dass es passt betekent Ik weet dat het past. passt komt van passen. Dit is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: passen → es passt. In deze zin betekent passen niet letterlijk lichamelijk passen, maar geschikt zijn of goed uitkomen. Voorbeeld: Der Termin passt. — De afspraak komt goed uit. für mich betekent voor mij. für krijgt in het Duits de accusatief; het persoonlijke voornaamwoord ich wordt daarom mich: für mich. Vergelijk: für dich — voor jou. Samen vormt Das passt für mich de betekenis Dat past voor mij of natuurlijker: Dat komt mij goed uit. De volgende context maakt duidelijk dat het om de voorgestelde middag gaat, maar de Duitse zin zelf noemt die middag niet opnieuw. De formulering is alledaags en geschikt om instemming met een voorgesteld moment of plan uit te drukken.
Ich kann an dem Nachmittag kommen.
Ik kan die middag komen.
- Ich kann
- ik kan
- an dem Nachmittag
- die middag
- kommen
- komen
Uitgebreide uitleg
Ich kann betekent hier “ik kan” en vormt met het werkwoord aan het einde een zin met können als modaal werkwoord. kann is de tegenwoordige tijd voor ich van können; bij andere personen verandert de vorm, bijvoorbeeld du kannst en er/sie kann. Na können staat het andere werkwoord in de infinitief: Ich kann morgen kommen. = “Ik kan morgen komen.” an dem Nachmittag geeft het tijdstip aan: “die middag”. Nachmittag is een mannelijk zelfstandig naamwoord; in deze tijdsbepaling staat het in de datief na an. Het lidwoord dem laat die datief zien. an dem kan in het Duits ook worden samengetrokken tot am, maar de gegeven zin gebruikt uitdrukkelijk de vorm an dem. Voorbeeld: Am Montag arbeite ich. = “Op maandag werk ik.” kommen betekent “komen”. Dit is de infinitief; na het modale werkwoord kann blijft die vorm staan en staat hij in deze hoofdzin aan het einde. De vorm verandert dus niet om bij ich te passen: Ich kann kommen. = “Ik kan komen.” Samen betekent Ich kann + an dem Nachmittag + kommen: “Ik kan die middag komen.” De spreker zegt dat komen voor hem of haar op dat genoemde tijdstip mogelijk is.
Ich ändere den Termin.
Ik pas de afspraak aan.
- Ich
- ik
- ändere
- pas aan
- Termin
- afspraak
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm voor de spreker als onderwerp; vergelijk in een ander voorbeeld: Ich komme. — “Ik kom.” ändere komt van ändern en betekent hier “aanpassen” of “veranderen”. ändere is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: ich ändere. Het werkwoord is hier niet gescheiden. Voorbeeld: Ich ändere den Plan. — “Ik pas het plan aan.” Termin betekent “afspraak” of “afgesproken moment”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Termin in de basisvorm. Hier staat het als lijdend voorwerp bij ändern, daarom verschijnt het lidwoord als den Termin in de accusatief. den hoort dus bij de grammaticale vorm van Termin; het woord zelf blijft Termin. Samen vormen Ich + ändere + den Termin de betekenis: “Ik pas de afspraak aan.” De spreker is degene die de afspraak wijzigt; den Termin benoemt wat er wordt aangepast.
Soll ich dieselben Dokumente mitbringen?
Moet ik dezelfde documenten meenemen?
- Soll ich
- zal ik
- dieselben
- dezelfde
- Dokumente
- documenten
- mitbringen
- meenemen
Uitgebreide uitleg
Soll ich vormt hier een vraag met de betekenis “zal ik ...?”; in de vaste vertaling: “moet ik ...?”. soll is de vorm van het modale werkwoord sollen bij ich. In deze vraag staat het vervoegde modale werkwoord vooraan en staat het andere werkwoord als infinitief achteraan. Voorbeeld: Soll ich warten? — “Zal ik wachten?” dieselben betekent hier “dezelfde” en hoort bij Dokumente. Het is een verbogen vorm van derselbe; bij het meervoudige, accusatieve Dokumente staat de vorm dieselben. Het verwijst naar precies dezelfde documenten als in de bedoelde betekenis. Een bruikbaar contrast is andere Dokumente — “andere documenten”. Dokumente is het meervoud van das Dokument. In deze zin is het de meervoudige accusatiefvorm en het lijdend voorwerp van mitbringen. Voorbeeld: Ich bringe die Dokumente mit. — “Ik neem de documenten mee.” mitbringen betekent hier “meenemen”. Het is een scheidbaar werkwoord met mit- en de stam bringen. In een gewone hoofdzin wordt het vervoegde deel van mitbringen gebruikt en staat mit aan het einde: Ich bringe die Dokumente mit. Na een modaal werkwoord blijft het volledige infinitief mitbringen bij elkaar aan het einde: Soll ich die Dokumente mitbringen? Het werkwoord nehmen (“nemen”) is niet de stam van mitbringen; bringen is dat wel. Samen vormen Soll ich + dieselben Dokumente + mitbringen? de betekenis: “Moet ik dezelfde documenten meenemen?” De vraag gaat na of de spreker juist diezelfde documenten moet meenemen. De formulering is beleefd en neutraal.
Bitte bringen Sie Ihre Karte und das ausgefüllte Formular mit.
Neem alstublieft uw kaart en het ingevulde formulier mee.
- Bitte
- alstublieft
- bringen … mit
- meenemen
- Sie
- u
- Ihre
- uw
- Karte
- kaart
- ausgefüllte
- ingevulde
- Formular
- formulier
Uitgebreide uitleg
Bitte maakt het verzoek beleefd: “alstublieft”. Het kan aan het begin van een verzoek staan, zoals in Bitte warten Sie. — “Wacht u alstublieft.” bringen ... mit hoort bij het scheidbare werkwoord mitbringen (“meenemen” of “meebrengen”). In deze zin staat bringen na Bitte en komt het voorvoegsel mit aan het einde. Bringen Sie ... mit is hier een beleefd verzoek aan één of meer personen met de formele aanspreekvorm Sie. Voorbeeld: Bringen Sie den Schlüssel mit. — “Neem de sleutel mee.” Sie betekent hier formeel “u”. Deze vorm wordt met een hoofdletter geschreven en geeft op zichzelf niet aan of het om één of meerdere aangesproken personen gaat. Ihre is hier de formele bezitsvorm voor “uw” en hoort bij Karte: Ihre Karte betekent “uw kaart”. Het is de bezittelijke vorm van ihr-; de hoofdletter onderscheidt deze formele vorm van bijvoorbeeld ihre met een andere betekenis. In deze zin is Ihre vrouwelijk enkelvoud in de accusatief, omdat het bij het vrouwelijke enkelvoud die Karte staat en de hele woordgroep het lijdend voorwerp is. De uitgang hangt dus niet alleen van het geslacht af, maar ook van getal en naamval. Karte betekent hier “kaart”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Karte. Als lijdend voorwerp staat het hier in de accusatief; bij dit vrouwelijke woord ziet het lidwoord er in de nominatief en accusatief hetzelfde uit. ausgefüllte betekent “ingevulde”. Het is een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord van ausfüllen (“invullen”): ausgefüllt betekent “ingevuld”. In das ausgefüllte Formular krijgt het bijvoeglijk woord de uitgang -e na das in het onzijdige enkelvoud van de accusatief. Voorbeeld: das ausgefüllte Blatt — “het ingevulde blad”. Formular betekent “formulier”. Het is onzijdig: das Formular. Hier is het samen met Karte een lijdend voorwerp van mitbringen, dus staat het in de accusatief. Bij een onzijdig zelfstandig naamwoord blijft het bepaalde lidwoord in deze vorm das. Samen bestaat de zin uit het beleefde verzoek Bitte, de formele aanspreekvorm bringen Sie, de twee voorwerpen Ihre Karte en das ausgefüllte Formular, en het afgescheiden voorvoegsel mit. De betekenis is daarom: “Neem alstublieft uw kaart en het ingevulde formulier mee.”
Grammatica
Modalverb + Infinitiv am Satzende
Ich kann später nachsehen.
Ich kan SJPEE-ter NAACH-zee-en.Ik kan later nakijken.
Na een modaal werkwoord staat het tweede werkwoord als infinitief achteraan.
Adjektivendung nach „einen“
Wir verschieben den Termin auf einen anderen Tag.
Wiehr fer-SJIE-ben deen ter-MIEN auf ainen AND-er-en taak.We verzetten de afspraak naar een andere dag.
Na „einen“ krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang „-en“: „einen anderen Tag“.
Duits woordenschat
einen anderen Tag
auf einen anderen Tag
im Kalender
Ich kann
meinen Termin
Ich muss
für Sie nachsehen
Später diese Woche
einen anderen Tag
meinen Termin
meinen Termin verschieben
diese Woche
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Dat past voor mij.
Antwoord tonen
Das passt für mich.Ik kan die middag komen.
Antwoord tonen
Ich kann an dem Nachmittag kommen.Ik pas de afspraak aan.
Antwoord tonen
Ich ändere den Termin.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
verzetten
Antwoord tonen
verschiebenmoeten
Antwoord tonen
mussander
Antwoord tonen
anderenkunnen