Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met De weg naar de vergaderruimte oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Können Sie mir sagen, wo der Konferenzraum ist?
Keu-nuh zie miea zaaguh, voo dea konferentsraum ist? Kunt u mij vertellen waar de vergaderruimte is?Gehen Sie an der Lobby vorbei. Der Konferenzraum ist in der Nähe der Aufzüge.
Gee-uh zie an dea lobby foar-baai. Dea konferentsraum ist in dea nee-uh dea auf-tsuu-guh. Ga langs de lobby. Die is in de buurt van de liften.Soll ich von hier aus den Aufzug nehmen?
Zol ich fon hiea aus deen auf-tsuuk neemuh? Moet ik vanaf hier de lift nemen?Fahren Sie mit dem Aufzug eine Etage nach oben.
Faaruh zie mit deem auf-tsuuk aainuh ee-taazje naach oo-buh. Ga met de lift één verdieping omhoog.Biegen Sie dann links in den Flur ab.
Biegn zie dan links in deen floea ap. Sla dan linksaf de gang in.Gibt es eine Karte, die ich benutzen kann?
Gipt es aainuh kaartuh, die ich buh-noetsuh kan? Is er een kaart die ik kan gebruiken?Am Empfang liegt eine.
Am empfank liekt aainuh. Er ligt er een bij de receptie.Das hilft. Ich bin zum ersten Mal in diesem Gebäude.
Das hilft. Ich bin tsoem eearstuh maal in diezuhm guh-bojd uh. Dat helpt. Het is de eerste keer dat ik in dit gebouw ben.Der Raum ist nahe am Ende des Flurs markiert.
Dea raum ist naa-uh am enduh des floers markieat. De ruimte staat aangegeven vlak bij het einde van de gang.Uitleg van de zinnen
Können Sie mir sagen, wo der Konferenzraum ist?
Kunt u mij vertellen waar de vergaderruimte is?
- Können Sie
- kunt u
- mir sagen
- mij vertellen
- wo
- waar
- der Konferenzraum
- de vergaderruimte
- ist
- is
Uitgebreide uitleg
Können Sie is een beleefde vraagvorm met het werkwoord können en het formele aanspreekwoord Sie. können betekent hier dat iemand iets kan doen; in een vraag zoals Können Sie ...? wordt dat natuurlijk weergegeven als “Kunt u ...?”. In deze ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan, vóór Sie. Het basiswerkwoord staat vaak als infinitief aan het einde van de bijbehorende werkwoordgroep: Sie können helfen betekent “U kunt helpen”. mir sagen bestaat uit mir, de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord ich, en sagen, “vertellen” of “zeggen”. mir betekent hier “mij” als ontvanger van de informatie. Vergelijk de vormen: ich = “ik”, mir = “mij” in een datiefrol. sagen is de infinitief; het vervoegde werkwoord können draagt in deze zin de persoonsvorm. Voorbeeld: Können Sie mir helfen? — “Kunt u mij helpen?” wo is een vraagwoord voor een plaats: “waar”. Het leidt hier de ingebedde vraag in die informatie vraagt over de locatie. In een directe vraag staat het op dezelfde manier aan het begin: Wo ist der Aufzug? — “Waar is de lift?” der Konferenzraum betekent “de vergaderruimte”. Konferenzraum is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het bestaat als woord uit Konferenz en Raum, maar de vaste betekenis van het geheel is de genoemde ruimte voor een conferentie. der is hier het bepaalde lidwoord in de nominatief, omdat der Konferenzraum het onderwerp is van ist. Het meervoud is die Konferenzräume — “de vergaderruimtes”. ist is de derde persoon enkelvoud van sein, “zijn”. De vorm sein wordt ist bij een enkelvoudig onderwerp zoals der Konferenzraum; bij het meervoud hoort bijvoorbeeld sind: Die Räume sind dort — “De ruimtes zijn daar.” In de ingebedde vraag staat de persoonsvorm aan het einde: wo der Konferenzraum ist. Samen vormen de delen een beleefde vraag: Können Sie mir sagen vraagt of de aangesprokene informatie kan geven, en wo der Konferenzraum ist specificeert welke informatie nodig is. De volledige betekenis is daarom: “Kunt u mij vertellen waar de vergaderruimte is?”
Gehen Sie an der Lobby vorbei. Der Konferenzraum ist in der Nähe der Aufzüge.
Ga langs de lobby. Die is in de buurt van de liften.
- Gehen Sie
- ga (formeel)
- an der … vorbei
- langs … heen
- Lobby
- lobby
- Konferenzraum
- vergaderruimte
- in der Nähe
- in de buurt
- Aufzüge
- liften
Uitgebreide uitleg
Gehen Sie betekent hier een formele aansporing om te gaan. Gehen is de infinitief en ook de vorm voor het formele bevel; Sie is de beleefde aanspreekvorm voor één persoon of meer personen. In dit formele bevel staat het werkwoord vooraan. Voorbeeld: Gehen Sie geradeaus. — Ga rechtdoor. an der en vorbei vormen samen met Gehen het patroon an + datief + vorbeigehen: langs iets gaan. vorbei staat hier los van het werkwoord, maar hoort betekenisvol bij Gehen ... vorbei. Lobby is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Daarom verschijnt na an hier de datiefvorm der: an der Lobby. Voorbeeld: Gehen Sie an der Tür vorbei. — Ga langs de deur. Konferenzraum betekent vergaderruimte. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Konferenzraum. In Der Konferenzraum ist ... staat het als onderwerp bij ist. Het samengestelde woord bestaat uit Konferenz en Raum; het hoofdwoord Raum bepaalt het grammaticale geslacht. Voorbeeld: Der Konferenzraum ist oben. — De vergaderruimte is boven. in der Nähe betekent in de buurt of dichtbij. Het is een vaste ruimtelijke uitdrukking. Om te zeggen waarvan iets dichtbij is, volgt vaak in der Nähe von ...; in deze zin staat de genitiefconstructie in der Nähe der Aufzüge. Aufzüge betekent liften. Het enkelvoud is der Aufzug; het meervoud is die Aufzüge, met een umlaut in de stam. In der Aufzüge is dezelfde meervoudsvorm onderdeel van de genitiefconstructie na Nähe: de buurt van de liften. Het lidwoord der is hier dus niet het mannelijke enkelvoud, maar de genitief meervoudsvorm. Samen betekent Gehen Sie an der Lobby vorbei dat de aangesproken persoon langs de lobby gaat. Daarna geeft Der Konferenzraum ist in der Nähe der Aufzüge de locatie van de vergaderruimte: die bevindt zich in de buurt van de liften. De volledige betekenis is: Ga langs de lobby. De vergaderruimte is in de buurt van de liften.
Soll ich von hier aus den Aufzug nehmen?
Moet ik vanaf hier de lift nemen?
- Soll ich
- zal ik …?
- von hier aus
- vanaf hier
- den Aufzug
- de lift
- nehmen
- nemen
Uitgebreide uitleg
Soll ich bestaat uit soll, de eerste persoon enkelvoud van sollen, en ich = “ik”. In deze vraag drukt sollen uit dat de spreker vraagt of hij iets moet of behoort te doen: “zal/moet ik …?” Bij een ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan. Het andere werkwoord staat als infinitief aan het einde. Voorbeeld: Soll ich warten? — “Moet ik wachten?” von hier aus betekent “vanaf hier” of “van hieruit”. von geeft het uitgangspunt aan; aus benadrukt het vertrekpunt van waaruit iets wordt bekeken of gedaan. Deze vaste combinatie is bruikbaar bij routes en handelingen. Voorbeeld: Von hier aus sehen wir den Eingang. — “Vanaf hier zien we de ingang.” den Aufzug betekent hier “de lift”. Aufzug is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het basiswoord is der Aufzug. In deze zin staat het als lijdend voorwerp bij nehmen, daarom wordt het bepaald lidwoord der de accusatiefvorm den. Het zelfstandig naamwoord zelf krijgt hier geen zichtbare uitgang. Voorbeeld: Ich nehme den Aufzug. — “Ik neem de lift.” nehmen is de infinitief “nemen”. De vorm verandert volgens persoon en tijd, bijvoorbeeld ich nehme — “ik neem” en er nimmt — “hij neemt”. In de vaste uitdrukking den Aufzug nehmen betekent het niet simpelweg een voorwerp meenemen, maar de lift gebruiken. Voorbeeld: Wir nehmen die Treppe. — “Wij nemen de trap.” Samen vormt Soll ich von hier aus den Aufzug nehmen? een ja-neevraag: “Moet ik vanaf hier de lift nemen?” Soll ich vraagt wat de spreker behoort te doen, von hier aus bepaalt het vertrekpunt, en den Aufzug nehmen benoemt de voorgestelde manier om verder te gaan. De woordvolgorde is dus: vervoegd werkwoord + onderwerp + overige informatie + infinitief.
Fahren Sie mit dem Aufzug eine Etage nach oben.
Ga met de lift één verdieping omhoog.
- Fahren Sie
- gaat u
- Aufzug
- lift
- Etage
- verdieping
- nach oben
- omhoog
Uitgebreide uitleg
Fahren Sie betekent hier “gaat u” en vormt een formele, beleefde instructie. fahren is de basisvorm; Sie is de formele aanspreekvorm voor één of meer personen. In een bevel staat het werkwoord vooraan: Fahren Sie langsam. = “Ga langzaam.” Met dem Aufzug gaat het hier om met de lift omhoog gaan, niet noodzakelijk om zelf een voertuig te besturen. Aufzug is het mannelijke zelfstandig naamwoord voor “lift”. Na mit staat een datiefgroep, daarom staat het lidwoord in mit dem Aufzug als dem. De combinatie mit + datief is herbruikbaar: mit dem Bus = “met de bus”. Etage betekent “verdieping” en is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Etage. In eine Etage staat het woord in de accusatief; de groep geeft hier de afgelegde afstand aan. De vertaling maakt expliciet dat het om één verdieping gaat. Het onbepaalde lidwoord alleen is niet automatisch een telwoord, maar eine kan in deze context wel met die betekenis samengaan. nach oben geeft de richting “omhoog” of “naar boven” aan. nach hoort hier bij de richtingsuitdrukking nach oben; het gaat dus om beweging naar boven, niet alleen om een plaats. Een bruikbaar contrast is nach oben = “omhoog” tegenover nach unten = “omlaag”. Samen betekent Fahren Sie mit dem Aufzug eine Etage nach oben: “Ga met de lift één verdieping omhoog.” De delen geven de formele instructie, het vervoermiddel, de afgelegde afstand en de richting.
Biegen Sie dann links in den Flur ab.
Sla dan linksaf de gang in.
- Biegen … ab
- sla ... af
- Sie
- u (formeel)
- dann
- dan
- links
- links / naar links
- Flur
- gang
Uitgebreide uitleg
Biegen ... ab komt van het scheidbare werkwoord abbiegen: afslaan, een richting nemen. In deze zin staat het als formele gebiedende wijs. Bij de aanspreekvorm Sie blijft de werkwoordsvorm Biegen gelijk aan de infinitief; het voorvoegsel ab staat aan het einde. Een bruikbaar patroon is: Biegen Sie ... ab. — “Sla ... af.” Voorbeeld: Biegen Sie an der Ecke rechts ab. — “Sla bij de hoek rechtsaf.” Sie is hier de formele aanspreekvorm “u”. De hoofdletter is verplicht voor dit formele voornaamwoord en onderscheidt het van het meervoudige persoonlijke voornaamwoord sie (“zij” of “ze”). In het patroon Biegen Sie ... ab drukt Sie de persoon aan die de instructie moet uitvoeren. dann betekent “dan” in de volgorde van handelingen. Het verbindt deze instructie met een eerdere stap: eerst omhooggaan en daarna afslaan. Het zegt op zichzelf niet hoe lang er gewacht wordt. links betekent hier “links” of “naar links” en geeft de richting aan. In routeaanwijzingen kan het natuurlijk met abbiegen worden gecombineerd: links abbiegen — “links afslaan”. Het tegenovergestelde is rechts — “rechts”. Flur betekent “gang”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Flur; in het meervoud is het die Flure. In in den Flur staat het in de accusatief, omdat in hier een beweging naar een plaats uitdrukt. Het lidwoord verandert daarom van der naar den: in den Flur — “de gang in”. Samen vormen dann links de richtings- en volgorde-informatie, terwijl in den Flur de bestemming noemt. De volledige instructie Biegen Sie dann links in den Flur ab. betekent: “Sla dan linksaf de gang in.”
Gibt es eine Karte, die ich benutzen kann?
Is er een kaart die ik kan gebruiken?
- Gibt es
- is er
- Karte
- kaart
- die ich
- die ik
- benutzen
- gebruiken
- kann
- kan
Uitgebreide uitleg
Gibt es is de vaste manier om in het Duits te vragen of iets aanwezig of beschikbaar is: “is er …?”. Gibt is de derde persoon enkelvoud van geben in de tegenwoordige tijd, maar in deze constructie betekent het geheel niet letterlijk “geeft het”. Het patroon is Gibt es + een zelfstandig naamwoord ...?. Karte betekent hier “kaart”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Karte, meervoud die Karten. In deze zin staat het na het onbepaalde lidwoord eine; dat geeft hier een niet nader bepaalde kaart aan, zonder op zichzelf een aantal te benadrukken. die ich begint een betrekkelijke bijzin. Die verwijst hier naar die Karte en is de vorm die bij dit vrouwelijke enkelvoud past. Binnen de bijzin is die het lijdend voorwerp van benutzen, terwijl ich het onderwerp is. Het betrekkelijk voornaamwoord kan dus niet worden verklaard door alleen de dichtstbijzijnde positie; zijn rol komt uit de grammaticale functie in de bijzin. Een herbruikbaar patroon is das Buch, das ich lese — “het boek dat ik lees”. benutzen is het hele werkwoord “gebruiken”. De vorm blijft hier een infinitief, omdat hij samen met het modale werkwoord kann voorkomt. In een Duitse bijzin staat deze infinitief aan het einde: die ich ... benutzen kann. Kann is de eerste persoon enkelvoud van können: ich kann betekent “ik kan”. Het drukt hier uit dat de spreker de kaart kan gebruiken. In de betrekkelijke bijzin staat het vervoegde modale werkwoord achteraan; daarom komt kann na benutzen. Vergelijk: Ich kann die Karte benutzen — “Ik kan de kaart gebruiken.” Samen vormt eine Karte, die ich benutzen kann de woordgroep “een kaart die ik kan gebruiken”. Met de vraagconstructie ervoor wordt de volledige betekenis: “Is er een kaart die ik kan gebruiken?” De formulering is geschikt om in een praktische situatie naar een beschikbare kaart te vragen.
Am Empfang liegt eine.
Er ligt er een bij de receptie.
- Am Empfang
- bij de receptie
- liegt
- ligt
- eine
- een
Uitgebreide uitleg
Am Empfang betekent hier “bij de receptie”. Am is de vaste samentrekking van an dem: an krijgt in deze plaatsaanduiding de datief, en dem hoort bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Empfang. Een herbruikbaar voorbeeld is: Das Büro ist am Empfang. — “Het kantoor is bij de receptie.” liegt is de derde persoon enkelvoud van liegen in de tegenwoordige tijd. In deze zin beschrijft het vooral de plaats van iets: het bevindt zich bij de receptie. Het is dus niet hetzelfde als steht (“staat”), dat je bijvoorbeeld voor een rechtopstaand voorwerp gebruikt. Voorbeeld: Die Karte liegt auf dem Tisch. — “De kaart ligt op de tafel.” eine is hier een zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord: het zelfstandig naamwoord wordt weggelaten omdat het uit de context bekend is. Het verwijst in deze context naar de kaart uit de voorafgaande vraag: eine Karte. De vorm eine is vrouwelijk enkelvoud in de nominatief, omdat het weggelaten zelfstandig naamwoord het onderwerp van liegt is. Vergelijk: ein Stift (mannelijk), eine Karte (vrouwelijk), ein Buch (onzijdig). Het onbepaalde lidwoord drukt op zichzelf niet noodzakelijk een exacte telling uit. De zin begint met de plaatsbepaling Am Empfang. Daarna staat het vervoegde werkwoord liegt, en vervolgens het uit de context begrepen onderwerp eine [Karte]. Samen betekent de uiting: “Bij de receptie ligt er een [kaart].”
Das hilft. Ich bin zum ersten Mal in diesem Gebäude.
Dat helpt. Het is de eerste keer dat ik in dit gebouw ben.
- Das
- dat
- hilft
- helpt
- Ich bin
- ik ben
- zum ersten Mal
- voor het eerst
- diesem
- dit/deze
- Gebäude
- gebouw
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en verwijst naar iets dat in de situatie al bekend is; de precieze referent wordt niet verder benoemd. Als aanwijzend voornaamwoord staat het zelfstandig: Das hilft. betekent “Dat helpt.” hilft is de vorm van helfen in de derde persoon enkelvoud: helfen → er/sie/es hilft. De stamklinker verandert hier van e naar i. Voor de eerste persoon is de vorm ich helfe, bijvoorbeeld: Ich helfe dir. — “Ik help je.” Ich bin bestaat uit het persoonlijk voornaamwoord ich (“ik”) en de eerste persoon enkelvoud van sein (“zijn”): sein → ich bin. In deze zin maakt het de spreker tot onderwerp van de plaats- en tijdsbepaling die volgt. zum ersten Mal betekent “voor het eerst”. zum is de samentrekking van zu dem; de vaste uitdrukking zum ersten Mal geeft aan dat iets de eerste ervaring of gelegenheid is. ersten is de rangtelwoordvorm bij eins (“één”): der erste, die erste, das erste. diesem betekent “dit/deze” in een vorm die hier past bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord in de datief. Het verwijst in de zin naar Gebäude; de datief wordt veroorzaakt door de plaatsbepaling in diesem Gebäude. Het aanwijzende woord verandert dus mee met naamval, getal en geslacht: bijvoorbeeld dieses Gebäude als onderwerp of lijdend voorwerp, maar in diesem Gebäude voor een vaste plaats. Gebäude betekent “gebouw”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Gebäude. Het meervoud is die Gebäude; de vorm blijft daarbij hetzelfde, terwijl het lidwoord het verschil laat zien. In in diesem Gebäude staat het enkelvoud in de datief. Bij in geeft de datief een plaats zonder verplaatsing aan; bij een beweging naar binnen kan de accusatief voorkomen, bijvoorbeeld: Ich gehe in dieses Gebäude. — “Ik ga dit gebouw binnen.” Samen betekent Das hilft. “Dat helpt.” Daarna geeft Ich bin zum ersten Mal in diesem Gebäude aan dat de spreker voor de eerste keer in dit specifieke gebouw is. De volledige betekenis is: “Dat helpt. Het is de eerste keer dat ik in dit gebouw ben.”
Der Raum ist nahe am Ende des Flurs markiert.
De ruimte staat aangegeven vlak bij het einde van de gang.
- Raum
- ruimte
- nahe
- dicht bij; vlak bij
- Ende
- einde
- Flurs
- gang
- markiert
- aangegeven; gemarkeerd
Uitgebreide uitleg
Raum betekent hier “ruimte” en is een zelfstandig naamwoord: der Raum (mannelijk), meervoud die Räume. In deze zin is Raum het onderwerp van ist markiert, daarom staat het in de nominatief. Voorbeeld: Der Raum ist groß. — “De ruimte is groot.” nahe geeft hier nabijheid aan: “vlak bij”. Het staat in de vaste combinatie nahe am ...; am is de samentrekking van an dem. Voorbeeld: Das Hotel liegt nahe am Bahnhof. — “Het hotel ligt vlak bij het station.” Ende betekent “einde”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Ende. In am Ende staat het na an dem, dus in de datief: an dem Ende → am Ende. Voorbeeld: Am Ende der Straße ist ein Park. — “Aan het einde van de straat is een park.” Flurs betekent hier “van de gang”. Het basiswoord is der Flur (mannelijk); des Flurs is de genitief enkelvoud en drukt de verhouding “van de gang” uit. De uitgang -s hoort dus bij Flur, niet bij Ende. Voorbeeld: Das Ende des Flurs ist dunkel. — “Het einde van de gang is donker.” markiert betekent hier “aangegeven” of “gemarkeerd”. Het is het voltooid deelwoord van markieren en staat samen met ist in ist markiert: letterlijk een toestand waarin iets gemarkeerd is. Voorbeeld: Der Eingang ist deutlich markiert. — “De ingang is duidelijk aangegeven.” De hele structuur is Der Raum + ist + nahe am Ende des Flurs + markiert: “De ruimte staat aangegeven vlak bij het einde van de gang.” Der Raum is het onderwerp; nahe am Ende des Flurs geeft de plaats aan; ist markiert zegt dat de ruimte daar aangegeven is.
Grammatica
Biegen ... ab
Biegen ... ab
Biegn ... apafslaan
Bij het scheidbare werkwoord abbiegen staat het voorvoegsel ab aan het einde van de zin.
zum ersten Mal
zum ersten Mal
Tsoem eearstuh maalvoor het eerst
zum is een samentrekking van zu dem; deze vaste uitdrukking betekent ‘voor het eerst’.
Duits woordenschat
Biegen Sie dann links ... ab
der Aufzüge
eine Etage
Fahren Sie mit dem Aufzug
in der Nähe der Aufzüge
der Konferenzraum
an der Lobby
nach oben
den Aufzug nehmen
Können Sie mir sagen
von hier aus
wo der Konferenzraum ist
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Er ligt er een bij de receptie.
Antwoord tonen
Am Empfang liegt eine.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
lift
Antwoord tonen
Aufzügezeggen
Antwoord tonen
sagenlobby
Antwoord tonen
Lobbygaan, rijden