Könnten
„Könnten“ drukt hier een beleefd verzoek uit: of iemand de vereisten kan uitleggen. Het is de vorm van „können“ in een beleefde vraag; een bruikbaar patroon is „Könnten Sie ...?“ bij een formeel verzoek.
Sie
„Sie“ betekent hier „u“ in een formele aanspreekvorm. Deze vorm gebruik je bijvoorbeeld op het werk tegenover iemand die je formeel aanspreekt, vaak in „Könnten Sie ...?“.
mir
„mir“ betekent hier „aan mij“ of „voor mij“ en geeft aan voor wie de uitleg bedoeld is. Het is de vorm van „ich“ na deze werkwoordelijke verbinding; een veelgebruikt patroon is „jemandem etwas erklären“.
die
„die“ is hier het bepaalde lidwoord bij „Anforderungen“. Het verwijst naar concrete vereisten die in de werksituatie al bekend zijn; je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord zoals in „die Anforderungen“.
Anforderungen
„Anforderungen“ betekent hier de vereisten waaraan het werk moet voldoen. Het is het meervoud van „Anforderung“; je kunt het bijvoorbeeld gebruiken voor eisen aan een document of taak.
erklären
„erklären“ betekent hier iets duidelijk maken door uitleg te geven. Het is de infinitief na „Könnten Sie ...?“; een bruikbaar patroon is „jemandem etwas erklären“.
Welcher
„Welcher“ betekent hier „welke“ en vraagt naar één specifiek deel. Deze vorm hoort bij „Teil“; je gebruikt bijvoorbeeld „Welcher Teil ...?“ om een onderdeel te laten aanwijzen.
Teil
„Teil“ betekent hier een onderdeel van de vereisten. Het woord kan op het werk naar een gedeelte van een document, taak of uitleg verwijzen; „Welcher Teil ...?“ is een bruikbare vraagvorm.
ist
„ist“ betekent hier „is“ en verbindt „Teil“ met de eigenschap „unklar“. Het is de vorm van „sein“ bij „Teil“; een veelgebruikt patroon is „etwas ist unklar“.
unklar
„unklar“ betekent hier dat iets niet duidelijk of niet begrijpelijk is. Je gebruikt het om een onduidelijk onderdeel, punt of instructie te beschrijven, zoals in „Welcher Teil ist unklar?“.
Ich
„Ich“ betekent hier „ik“ en verwijst naar de persoon die de taak moet uitvoeren. Het staat vaak aan het begin van een zin om de eigen situatie te beschrijven, zoals in „Ich bin nicht sicher“.
bin
„bin“ betekent hier „ben“ en beschrijft de toestand van de spreker. Het is de vorm van „sein“ bij „ich“; een bruikbaar patroon is „Ich bin nicht sicher, ...“.
nicht
„nicht“ ontkent hier dat de spreker zeker is. Het staat in „Ich bin nicht sicher“ vóór de eigenschap „sicher“; dezelfde structuur kun je gebruiken om onzekerheid uit te drukken.
sicher
„sicher“ betekent hier „zeker“ in de uitdrukking „nicht sicher sein“. Met „Ich bin nicht sicher“ geef je op een beleefde manier aan dat je iets niet weet.
welches
„welches“ betekent hier „welk“ en verwijst naar één mogelijk „Dateiformat“. Deze vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord en leidt de keuzevraag in „welches Dateiformat ich verwenden soll“.
Dateiformat
„Dateiformat“ betekent hier het formaat waarin het bestand moet worden gebruikt of aangeleverd. Het is een samenstelling van „Datei“ en „Format“; een bruikbaar patroon is „welches Dateiformat ...?“.
verwenden
„verwenden“ betekent hier „gebruiken“, namelijk een bepaald bestandsformaat gebruiken. In „welches Dateiformat ich verwenden soll“ staat het als infinitief aan het einde van de bijzin; in „Verwenden Sie ...“ is het dezelfde vorm in een formele opdracht.
soll
„soll“ geeft hier aan wat van de spreker wordt verwacht: welk formaat die moet gebruiken. Het is de vorm van „sollen“ bij „ich“; een bruikbaar patroon is „ich soll ...“ voor een opdracht of verwachting.
für
„für“ betekent hier „voor“ en geeft aan waarvoor de versie bedoeld is. Het staat vóór „die endgültige Version“; je gebruikt „für“ vaak om het doel of de bestemming van iets aan te geven.
endgültige
„endgültige“ betekent hier „definitieve“ en beschrijft de versie die als eindversie bedoeld is. Het is de aangepaste vorm van „endgültig“ vóór „Version“; een bruikbaar patroon is „die endgültige Version“.
Version
„Version“ betekent hier de versie van het document die uiteindelijk moet worden aangeleverd. Het woord wordt gebruikt voor een bepaalde uitgave of stand van een document, zoals in „die endgültige Version“.
das
„das“ is hier het bepaalde lidwoord bij „Standardformat“. Het verwijst naar een specifiek standaardformaat; je gebruikt het vóór een onzijdig zelfstandig naamwoord zoals in „das Standardformat“.
Standardformat
„Standardformat“ betekent hier het afgesproken standaardformaat voor documenten. Het is een samenstelling van „Standard“ en „Format“; je kunt het gebruiken om het vereiste formaat voor een definitieve versie aan te duiden.
Dokumente
„Dokumente“ betekent hier documenten in het algemeen. Het is het meervoud van „Dokument“ en staat na „für“ in „das Standardformat für Dokumente“, een patroon voor het soort document waarop iets betrekking heeft.
Haben
„Haben“ betekent hier „hebben“ en vraagt of de aangesproken persoon een voorbeeld bezit of beschikbaar heeft. Het is de hoofdlettervorm van „haben“ aan het begin van de formele vraag „Haben Sie ...?“.
ein
„ein“ betekent hier „een“ en introduceert één niet nader genoemd voorbeeld. Het staat vóór „Beispiel“; een bruikbaar patroon is „Haben Sie ein Beispiel?“.
Beispiel
„Beispiel“ betekent hier een voorbeeld dat als leidraad kan dienen. Je gebruikt het voor iets concreets waaraan iemand zich kan oriënteren, zoals in „ein Beispiel, an dem ...“.
an
„an“ hoort hier bij de vaste verbinding „sich an etwas orientieren“ en verwijst naar het voorbeeld als leidraad. In „an dem“ staat het samen met het daaropvolgende woord; gebruik deze verbinding wanneer je iets als richtlijn neemt.
dem
„dem“ verwijst hier terug naar „Beispiel“ in de bijzin „an dem ich mich orientieren kann“. Samen met „an“ vormt het de verbinding die aangeeft aan welk voorbeeld iemand zich richt.
mich
„mich“ betekent hier „mezelf“ en hoort bij de reflexieve verbinding „mich an etwas orientieren“. Het is de vorm die bij „ich“ hoort; een bruikbaar patroon is „ich orientiere mich an ...“.
orientieren
„orientieren“ betekent hier zich richten naar een voorbeeld om te weten hoe iets moet worden gedaan. In deze zin staat het in „mich an dem ... orientieren“; je gebruikt het met „sich an etwas orientieren“.
kann
„kann“ betekent hier „kan“ en geeft de mogelijkheid aan om zich aan het voorbeeld te oriënteren. Het is de vorm van „können“ bij „ich“; een bruikbaar patroon is „ich kann mich an ... orientieren“.
Ihnen
„Ihnen“ betekent hier „aan u“ in de formele aanspreekvorm en geeft aan voor wie het patroon wordt gestuurd. Het is de vorm van „Sie“ in deze functie; een bruikbaar patroon is „Ich kann Ihnen ... schicken“.
Muster
„Muster“ betekent hier een concreet voorbeeldbestand of voorbeeldstuk uit een vergelijkbaar verzoek. Je gebruikt het om iets te tonen dat als model kan dienen, zoals in „ein Muster aus ...“.
aus
„aus“ betekent hier „uit“ en geeft aan waar het voorbeeld vandaan komt. Het staat vóór „einer ähnlichen Anfrage“; een bruikbaar patroon is „ein Muster aus einer Anfrage“.
einer
„einer“ betekent hier „een“ in „aus einer ähnlichen Anfrage“. Deze vorm staat na „aus“ en introduceert één vergelijkbaar verzoek waaruit het voorbeeld afkomstig is.
ähnlichen
„ähnlichen“ betekent hier „vergelijkbaar“ en beschrijft de aanvraag die op de huidige aanvraag lijkt. Het staat vóór „Anfrage“ in „einer ähnlichen Anfrage“; je kunt het gebruiken om vergelijkbare gevallen aan te duiden.
Anfrage
„Anfrage“ betekent hier een verzoek of aanvraag waarop eerder is gereageerd. Het woord past bij een werksituatie waarin iemand informatie of een bepaalde uitvoering vraagt; „aus einer ähnlichen Anfrage“ verwijst naar zo’n eerder geval.
schicken
„schicken“ betekent hier iets opsturen, namelijk een voorbeeld naar de andere persoon. In „Ich kann Ihnen ... schicken“ staat het als infinitief na „kann“; in „Schicken Sie mir ...“ is het dezelfde vorm in een formele opdracht.
würde
„würde“ maakt hier een voorwaardelijke, voorzichtige uitspraak: het sturen van een voorbeeld zou helpen. Het is de vorm van „werden“ in deze constructie; een bruikbaar patroon is „Das würde mir helfen“.
helfen
„helfen“ betekent hier helpen om beter te begrijpen wat moet worden ingeleverd. Het staat na „würde“ als infinitief; een bruikbaar patroon is „etwas würde mir helfen, ... zu verstehen“.
zu
„zu“ leidt hier de infinitiefconstructie „zu verstehen“ in en verbindt die met „helfen“. Een bruikbaar patroon is „jemandem helfen, etwas zu verstehen“.
verstehen
„verstehen“ betekent hier begrijpen welke prestatie of welk document moet worden ingeleverd. Het staat als „zu verstehen“ na „helfen“; je gebruikt deze constructie om het doel van hulp te benoemen.
was
„was“ betekent hier „wat“ en leidt de bijzin in over datgene wat moet worden ingeleverd. Het verwijst naar de nog niet nader genoemde taak of levering; een bruikbaar patroon is „verstehen, was ...“.
abgeben
„abgeben“ betekent hier iets inleveren of aanleveren als resultaat van de taak. Het staat aan het einde van de bijzin „was ich abgeben soll“; je gebruikt het bijvoorbeeld voor een document of andere gevraagde oplevering.
eine
„eine“ betekent hier „een“ en introduceert één bericht dat de ander kan sturen. Het staat vóór „Nachricht“; een bruikbaar patroon is „eine Nachricht schicken“.
Nachricht
„Nachricht“ betekent hier een bericht of korte mededeling aan de andere persoon. In „Schicken Sie mir eine Nachricht“ gebruik je het om iemand te vragen opnieuw contact op te nemen.
wenn
„wenn“ betekent hier „als“ en introduceert de voorwaarde waaronder de ander moet schrijven. Het staat aan het begin van de bijzin „wenn noch etwas unklar ist“; je gebruikt het om een voorwaarde of situatie aan te geven.
noch
„noch“ betekent hier „nog“ en geeft aan dat er naast het al besproken punt misschien iets anders onduidelijk blijft. Samen met „etwas“ vormt het „noch etwas“, een veelgebruikte combinatie voor „nog iets“.
etwas
„etwas“ betekent hier „iets“ en verwijst naar een onbepaald overblijvend punt dat onduidelijk kan zijn. In „wenn noch etwas unklar ist“ staat het vóór de eigenschap „unklar“; je gebruikt het wanneer je niet specificeert wat het precies is.