Werkvereisten verduidelijken | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At work, two adults clarify the required file format and ask for an example to follow..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Werkvereisten verduidelijken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Könnten Sie mir die Anforderungen erklären?

Keunten zie mier die anfoorderoengen èrklèren? Kunt u de vereisten voor mij verduidelijken?
B

Welcher Teil ist unklar?

Vèlsja tail ist oenklaar? Welk deel is onduidelijk?
A

Ich bin nicht sicher, welches Dateiformat ich verwenden soll.

Isj bin nist zisja, vèlsjes daateformaat isj ferwenden zol. Ik weet niet zeker welk bestandsformaat ik moet gebruiken.
B

Verwenden Sie für die endgültige Version das Standardformat für Dokumente.

Ferwenden zie fuur die èntgultige verzie-oon das sjtandartformaat fuur dokoemènte. Gebruik voor de definitieve versie het standaardformaat voor documenten.
A

Haben Sie ein Beispiel, an dem ich mich orientieren kann?

Haaben zie ain baisjpiel, an deem isj misj oriën-tieren kan? Hebt u een voorbeeld dat ik kan volgen?
B

Ich kann Ihnen ein Muster aus einer ähnlichen Anfrage schicken.

Isj kan ienen ain moesta aus aina eenliesjen anfraage sjikken. Ik kan u een voorbeeld uit een vergelijkbaar verzoek sturen.
A

Das würde mir helfen zu verstehen, was ich abgeben soll.

Das vurde mier helpen tsoe ferstèèn, vas isj apgeeben zol. Dat zou me helpen te begrijpen wat ik moet opleveren.
B

Schicken Sie mir eine Nachricht, wenn noch etwas unklar ist.

Sjikken zie mier aine naachrisjt, ven noch ètvas oenklaar ist. Stuur me een bericht als er nog iets onduidelijk is.

Uitleg van de zinnen

  1. Könnten Sie mir die Anforderungen erklären?

    Kunt u de vereisten voor mij verduidelijken?

    Könnten Sie
    zou u ...?
    mir
    voor mij
    Anforderungen
    vereisten
    erklären
    verduidelijken
    Uitgebreide uitleg

    Könnten Sie drukt hier een beleefd verzoek uit: “zou u … kunnen?” könnten is de vorm van können (“kunnen”) die in zulke verzoeken een voorzichtige, beleefde formulering geeft. Sie is de formele aanspreekvorm voor “u” en wordt in deze betekenis met een hoofdletter geschreven. De infinitief staat in deze vraag aan het einde: Könnten Sie ... erklären? — “Zou u ... kunnen uitleggen?” mir betekent hier “voor mij” en is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk de rolverdeling: mir = “aan/voor mij”, terwijl mich = “mij” als rechtstreeks object. Voorbeeld: Könnten Sie mir helfen? — “Zou u mij kunnen helpen?” Anforderungen betekent hier “vereisten” of “eisen”. Het is het meervoud van Anforderung (“vereiste”); het meervoud wordt dus met -en gevormd. Het woord kan slaan op voorwaarden waaraan iemand of iets moet voldoen. Voorbeeld: Die Anforderungen sind klar. — “De vereisten zijn duidelijk.” erklären is de infinitief en betekent hier “uitleggen” of “verduidelijken”. De stam is erklär-; in een hoofdzin krijgt het werkwoord persoonsuitgangen, bijvoorbeeld Ich erkläre das. — “Ik leg dat uit.” In deze vraag blijft erklären als infinitief staan omdat könnten de vervoegde vorm is. Samen vormen de delen: Könnten Sie + mir + die Anforderungen + erklären? De spreker vraagt de aangesprokene beleefd om de vereisten voor de spreker uit te leggen: “Kunt u de vereisten voor mij verduidelijken?” De formulering is formeel en geschikt wanneer je iemand met Sie aanspreekt.

  2. Welcher Teil ist unklar?

    Welk deel is onduidelijk?

    Welcher
    welk
    Teil
    deel
    unklar
    onduidelijk
    Uitgebreide uitleg

    Welcher staat hier vóór Teil en is de vorm voor een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en de nominatief: welcher Teil = “welk deel”. De vorm hangt dus niet alleen van het enkelvoud af, maar ook van geslacht en naamval. Vergelijk: welche Frage = “welke vraag” en welches Format = “welk formaat”. Teil betekent hier “deel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Teil; het meervoud is die Teile. Het kan ook een onderdeel van iets aanduiden. Voorbeeld: Welcher Teil fehlt? — “Welk deel ontbreekt?” unklar betekent hier “onduidelijk” of “niet helder”. Na ist staat het als naamwoordelijk deel van het gezegde en krijgt het geen adjectivische uitgang: Der Teil ist unklar. — “Het deel is onduidelijk.” Het tegenovergestelde is klar — “duidelijk”; un- draagt in unklar bij aan de ontkennende betekenis. De vraag bestaat uit Welcher Teil als onderwerp en ist unklar als mededeling over dat onderwerp. ist is hier de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). Samen betekent Welcher Teil ist unklar?: “Welk deel is onduidelijk?” Het patroon is herbruikbaar: Welcher Teil ist ...? vraagt welk onderdeel een bepaalde eigenschap heeft.

  3. Ich bin nicht sicher, welches Dateiformat ich verwenden soll.

    Ik weet niet zeker welk bestandsformaat ik moet gebruiken.

    Ich bin
    ik ben
    nicht sicher
    niet zeker
    welches
    welk(e)
    Dateiformat
    bestandsformaat
    verwenden
    gebruiken
    soll
    moet
    Uitgebreide uitleg

    Ich bin: ich betekent “ik” en bin is de eerste persoon enkelvoud van sein (“zijn”). De vaste combinatie Ich bin ... beschrijft hier de toestand van de spreker. Vergelijk: Ich bin bereit. — “Ik ben er klaar voor.” nicht sicher: sicher betekent hier “zeker” in de betekenis “zeker van iets zijn”; nicht maakt die beoordeling negatief. Samen betekent dit “niet zeker”, niet simpelweg “onveilig”. Bijvoorbeeld: Ich bin nicht sicher. — “Ik weet het niet zeker.” welches: dit is hier een vraagwoord binnen een indirecte vraag: “welk(e)”. Het krijgt de vorm welches omdat het verwijst naar het onzijdige enkelvoudige zelfstandig naamwoord Dateiformat (das Dateiformat). Een vergelijkbaar patroon is Ich weiß nicht, welches Buch ich nehmen soll. — “Ik weet niet welk boek ik moet nemen.” Dateiformat: dit samengestelde zelfstandig naamwoord betekent “bestandsformaat”. Het tweede deel, Format, bepaalt het grammaticale geslacht: das Format, dus ook das Dateiformat. Het meervoud is Dateiformate. verwenden: dit werkwoord betekent “gebruiken” of “benutten”. De vorm is hier de infinitief; in de combinatie met een modaal werkwoord blijft verwenden onveranderd: ich soll verwenden — “ik moet gebruiken”. Bijvoorbeeld: Sie können dieses Format verwenden. — “U kunt dit formaat gebruiken.” soll: dit is de eerste persoon enkelvoud van het modale werkwoord sollen. Het voegt hier de betekenis “moet” toe aan verwenden. De infinitief van het modale werkwoord is sollen; in een hoofdzin staat die persoonsvorm doorgaans op de tweede plaats, maar in deze indirecte vraag staat soll achteraan: welches Dateiformat ich verwenden soll. De combinatie welches Dateiformat ich verwenden soll betekent “welk bestandsformaat ik moet gebruiken”. Het is een indirecte vraag: na Ich bin nicht sicher volgt de inhoud waarover de spreker onzeker is. In die bijzin staan het onderwerp ich, de infinitief verwenden en het modale werkwoord soll aan het einde. De volledige zin betekent daarom: “Ik weet niet zeker welk bestandsformaat ik moet gebruiken.”

  4. Verwenden Sie für die endgültige Version das Standardformat für Dokumente.

    Gebruik voor de definitieve versie het standaardformaat voor documenten.

    Verwenden Sie
    gebruik
    endgültige
    definitieve
    Version
    versie
    Standardformat
    standaardformaat
    Dokumente
    documenten
    Uitgebreide uitleg

    Verwenden Sie betekent hier een formele opdracht: “gebruik”. De vorm verwenden is de infinitief en ook de vorm die bij de formele aanspreekvorm Sie in een gebiedende zin wordt gebruikt. In een gewone mededelende zin staat bijvoorbeeld Sie verwenden das Format (“U gebruikt het formaat”). Het formele Sie wordt altijd met een hoofdletter geschreven. endgültige betekent hier “definitieve”. Het bijvoeglijk naamwoord heeft als basisvorm endgültig. De uitgang -e komt hier doordat het bijvoeglijk naamwoord vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Version staat in de accusatief enkelvoud: die endgültige Version. De vorm verwijst dus naar de versie, niet naar het formaat. Version betekent “versie”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Version; in deze zin staat het na für als die endgültige Version. Een bruikbaar contrast is eine frühere Version (“een eerdere versie”) tegenover die endgültige Version (“de definitieve versie”). Standardformat betekent “standaardformaat”. Het is een samenstelling van Standard en Format, maar in gebruik is het één zelfstandig naamwoord. Het is onzijdig: das Standardformat. In deze zin staat het met das, omdat für de accusatief vraagt: für das Standardformat. Bij een onzijdig zelfstandig naamwoord blijven nominatief en accusatief van het bepaalde lidwoord hier allebei das. Dokumente betekent “documenten”. Dit is het meervoud van Dokument; na für staat het in de accusatief: für Dokumente. Het meervoud is hier niet hetzelfde als het specifieke standaardformaat: für das Standardformat für Dokumente betekent “voor het standaardformaat voor documenten”. De vaste combinatie für ... geeft aan waarvoor iets bedoeld is. für die endgültige Version betekent “voor de definitieve versie”, en das Standardformat für Dokumente betekent “het standaardformaat voor documenten”. Samen vormt de zin een formele opdracht: “Gebruik voor de definitieve versie het standaardformaat voor documenten.”

  5. Haben Sie ein Beispiel, an dem ich mich orientieren kann?

    Hebt u een voorbeeld dat ik kan volgen?

    Haben Sie
    hebt u
    ein Beispiel
    een voorbeeld
    an dem
    waaraan
    mich orientieren
    me oriënteren
    kann
    kan
    Uitgebreide uitleg

    Haben Sie is een formele vraagvorm: haben betekent hier “hebben”, en Sie is de beleefde tweede persoon (“u”). In een directe vraag staat het vervoegde werkwoord vooraan. Vergelijk: Haben Sie Zeit? — “Hebt u tijd?” De formele aanspreekvorm Sie krijgt altijd een hoofdletter. ein Beispiel betekent “een voorbeeld”. Beispiel is een onzijdig zelfstandig naamwoord; in deze vraag staat het als lijdend voorwerp bij haben, dus in de accusatief. De vorm van het onbepaalde lidwoord is hier ein. Het lidwoord drukt op zichzelf geen expliciet geteld aantal uit; het introduceert een niet nader bepaald voorbeeld. Voorbeeld: Ich brauche ein Beispiel. — “Ik heb een voorbeeld nodig.” an dem betekent hier “waaraan” en leidt de betrekkelijke bijzin in die het voorbeeld nader bepaalt. dem is de datiefvorm van het betrekkelijk voornaamwoord voor een onzijdig antecedent; het sluit aan bij Beispiel. De combinatie sich an etwas orientieren gebruikt an met datief voor datgene waaraan iemand zich richt of waaraan iemand houvast neemt. Voorbeeld: An diesem Plan kann ich mich orientieren. — “Aan dit plan kan ik mij oriënteren.” mich orientieren betekent hier “mij oriënteren” of “mij richten”. Het werkwoord is sich orientieren; mich is de wederkerende vorm voor de eerste persoon enkelvoud bij ich. De vorm verandert dus mee met het onderwerp: ich orientiere mich, maar Sie orientieren sich. In deze zin hoort mich bij ich, niet bij Beispiel. kann betekent “kan” en is de vorm van het modale werkwoord können voor de eerste persoon enkelvoud: ich kann. In de betrekkelijke bijzin staat het vervoegde modale werkwoord achteraan: an dem ich mich orientieren kann. Het andere werkwoord blijft als infinitief bij kann staan; samen drukken ze uit dat de spreker het voorbeeld kan gebruiken als richtpunt. De vraag is opgebouwd uit de hoofdzin Haben Sie ein Beispiel? en de betrekkelijke bijzin an dem ich mich orientieren kann. Samen betekent de vaste uiting: “Hebt u een voorbeeld waaraan ik mij kan oriënteren?” De formulering is beleefd en geschikt wanneer iemand om een bruikbaar model of referentie vraagt.

  6. Ich kann Ihnen ein Muster aus einer ähnlichen Anfrage schicken.

    Ik kan u een voorbeeld uit een vergelijkbaar verzoek sturen.

    Ich kann
    ik kan
    Ihnen
    u
    Muster
    voorbeeld
    aus
    uit
    ähnlichen
    vergelijkbaar
    Anfrage
    verzoek
    schicken
    sturen
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann bevat ich, de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. kann is de vorm van het modale werkwoord können bij ich. Het drukt hier uit dat de spreker iets kan doen. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Ich kann helfen = “Ik kan helpen”. Ihnen is de beleefde aanspreekvorm “u” in de datief. De hoofdletter hoort bij deze formele vorm. Vergelijk in het Duits Sie voor de nominatief en Ihnen voor de datief: Ich sehe Sie = “Ik zie u”, maar Ich helfe Ihnen = “Ik help u”. Muster is hier een voorbeeld of model dat als leidraad kan dienen. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Muster. In andere contexten kan hetzelfde woord ook een patroon of sjabloon betekenen; in deze zin past de betekenis “voorbeeld” bij de vaste vertaling. aus is een voorzetsel dat hier “uit” of “vanuit” betekent en de datief regeert. Het geeft aan waaruit het voorbeeld afkomstig is. Een bruikbaar patroon is aus + datief, bijvoorbeeld: Sie kommt aus der Stadt = “Zij komt uit de stad.” ähnlichen is een verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord ähnlich (“vergelijkbaar”). Het beschrijft Anfrage. In aus einer ähnlichen Anfrage staat de naamwoordgroep na aus in de datief; na het onbepaalde lidwoord einer krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -en. Vergelijk: eine ähnliche Anfrage (nominatief/accusatief) tegenover aus einer ähnlichen Anfrage (datief). Anfrage betekent “verzoek” of “aanvraag”; hier gaat het om een verzoek. Het is vrouwelijk: die Anfrage, met als meervoud die Anfragen. Voorbeeld: Ich habe eine Anfrage = “Ik heb een verzoek.” schicken is de infinitief van het werkwoord “sturen”. Na kann blijft deze vorm onveranderd en staat hij aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Ich kann Ihnen die Datei schicken = “Ik kan u het bestand sturen.” Samen vormen Ich kann ... schicken en Ihnen de betekenis “Ik kan u ... sturen”. Het object is ein Muster, dus “een voorbeeld”. aus einer ähnlichen Anfrage specificeert de herkomst van dat voorbeeld: het komt uit een vergelijkbaar verzoek. De volledige zin betekent daarom: “Ik kan u een voorbeeld uit een vergelijkbaar verzoek sturen.”

  7. Das würde mir helfen zu verstehen, was ich abgeben soll.

    Dat zou me helpen te begrijpen wat ik moet opleveren.

    Das
    dat
    würde
    zou
    mir
    mij; me
    helfen
    helpen
    zu verstehen
    te begrijpen
    was
    wat
    ich
    ik
    abgeben
    opleveren; inleveren
    soll
    moet
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en verwijst naar iets dat eerder is genoemd; de precieze referent wordt in deze zin niet verder benoemd. Als aanwijzend voornaamwoord kan das zelfstandig staan, dus zonder zelfstandig naamwoord erachter. würde is de vorm van werden die in deze constructie een voorwaardelijke of hypothetische betekenis geeft: würde helfen = “zou helpen”. Het is niet hetzelfde als het gewone toekomstige gebruik van werden; hier gaat het om een verondersteld gevolg. Een herbruikbaar patroon is Das würde mir helfen. — “Dat zou mij helpen.” mir is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: ich = “ik”, mir = “mij/me” in een datieffunctie. Het werkwoord helfen gebruikt in het Duits een datief: Das hilft mir. — “Dat helpt mij.” helfen is hier het infinitief “helpen”. Na würde staat het hoofdwerkwoord in de infinitief: würde + infinitief. zu verstehen betekent “te begrijpen”. verstehen is het werkwoord “begrijpen”; met zu vormt het hier een infinitiefgroep. helfen, etwas zu verstehen betekent “helpen om iets te begrijpen”. was betekent hier “wat” en leidt de indirecte vraag in: zu verstehen, was ... = “te begrijpen wat ...”. Het is dus geen vraag die zelfstandig vooraan staat, maar een ingebedde vraag binnen de grotere zin. ich is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Het is hier het onderwerp van de bijzin die door was wordt ingeleid. abgeben betekent hier “opleveren” of “inleveren”, afhankelijk van het soort zaak dat men afgeeft. Het is een scheidbaar werkwoord (ab- + geben), maar in deze infinitief blijft het aaneengeschreven: abgeben. Voorbeeld: Ich muss den Bericht abgeben. — “Ik moet het verslag inleveren.” soll is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord sollen bij ich; deze vorm is toevallig gelijk aan de vorm bij er, sie en es. In deze zin geeft soll volgens de vaste vertaling aan wat de spreker moet opleveren. In de bijzin staan de werkwoorden achteraan: was ich abgeben soll. Samen vormen würde ... helfen zu verstehen en was ich abgeben soll de betekenis: “Dat zou mij helpen te begrijpen wat ik moet opleveren.” De hoofdzin zegt dat iets de spreker zou helpen; de indirecte vraag specificeert wat die persoon moet opleveren. De formulering is neutraal en bruikbaar wanneer iemand om verduidelijking van een in te leveren resultaat vraagt.

  8. Schicken Sie mir eine Nachricht, wenn noch etwas unklar ist.

    Stuur me een bericht als er nog iets onduidelijk is.

    Schicken
    stuur
    Sie
    u
    mir
    aan mij
    Nachricht
    bericht
    wenn
    als
    noch
    nog
    etwas
    iets
    unklar
    onduidelijk
    Uitgebreide uitleg

    Schicken betekent hier “stuur”. Het is de gebiedende wijs van schicken (“sturen”). Met het formele onderwerp Sie gebruikt het Duits in deze beleefde aansporing de vorm Schicken Sie ...; bij een informele enkelvoudige aanspreking staat bijvoorbeeld Schick .... Sie is hier de formele tweede-persoonsvorm: “u”. De hoofdletter onderscheidt deze vorm van sie (“zij” of “ze”). In Schicken Sie ... staat het onderwerp na de gebiedende werkwoordsvorm, zoals gebruikelijk in deze formele imperatief. mir betekent “aan mij” of kort “me”. Dit is de datiefvorm van ich (“ik”): ich → mir. Het geeft de ontvanger van de boodschap aan. Vergelijk: Er hilft mir. — “Hij helpt me.” Nachricht betekent “bericht”. Het is een zelfstandig naamwoord met het vrouwelijke lidwoord: die Nachricht; het meervoud is die Nachrichten. In eine Nachricht staat het onbepaalde lidwoord in de accusatief, omdat het bericht dat gestuurd moet worden het lijdend voorwerp is. wenn leidt hier een voorwaardelijke bijzin in en betekent “als”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Het patroon is bijvoorbeeld: wenn etwas klar ist — “als iets duidelijk is”. noch betekent hier “nog” of, in deze voorwaarde, “nog steeds”. Het geeft aan dat de onduidelijkheid op het bedoelde moment nog aanwezig kan zijn. etwas betekent “iets”. Het is hier een onbepaald voornaamwoord en verwijst niet naar een met naam genoemde zaak. Het woord drukt op zichzelf geen bepaald aantal uit. Een bruikbaar voorbeeld is: Ich möchte etwas fragen. — “Ik wil iets vragen.” unklar betekent “onduidelijk”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat hier na ist als gezegde staat: etwas ist unklar — “iets is onduidelijk”. In die positie krijgt unklar geen uitgang. Het tegenovergestelde is klar (“duidelijk”); etwas ist klar betekent “iets is duidelijk”. Samen vormen Schicken Sie mir eine Nachricht een formele aansporing: “Stuur me een bericht”. wenn noch etwas unklar ist specificeert de voorwaarde: “als er nog iets onduidelijk is”. De Duitse bijzin zet ist aan het einde. De volledige betekenis is dus: “Stuur me een bericht als er nog iets onduidelijk is.”

Grammatica

Trennbares werkwoord: abgeben → ich gebe ... ab

Ich gebe die endgültige Version ab.

Isj geebe die èntgultige verzie-oon ap.

Ik lever de definitieve versie in.

Bij een trennbaar werkwoord staat het voorvoegsel in een gewone hoofdzin aan het einde.

Duits woordenschat

Anforderung zelfstandig naamwoord
anfoorderoeng vereiste Anforderungen
Beispiel zelfstandig naamwoord
baisjpiel voorbeeld
Dateiformat zelfstandig naamwoord
daateformaat bestandsformaat
Dokument zelfstandig naamwoord
dokoemènt document Dokumente
endgültig bijvoeglijk naamwoord
èntgultisj definitief endgültige
erklären werkwoord
èrklèren uitleggen
sicher bijvoeglijk naamwoord
zisja zeker
Standardformat zelfstandig naamwoord
sjtandartformaat standaardformaat
Teil zelfstandig naamwoord
tail deel
unklar bijvoeglijk naamwoord
oenklaar onduidelijk
Version zelfstandig naamwoord
verzie-oon versie
verwenden werkwoord
ferwenden gebruiken Verwenden

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kunt u de vereisten voor mij verduidelijken?

Antwoord tonenKönnten Sie mir die Anforderungen erklären?

Welk deel is onduidelijk?

Antwoord tonenWelcher Teil ist unklar?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

uitleggen

Antwoord tonenerklären

gebruiken

Antwoord tonenVerwenden

zeker

Antwoord tonensicher

deel

Antwoord tonenTeil