Volgende stappen na het afronden van een taak | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At work, two adults plan review and handoff steps after the main task is finished..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Volgende stappen na het afronden van een taak oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich habe die Hauptaufgabe abgeschlossen.

isj haabuh dee haupt-aufgaabuh ap-guh-sjloosuhn. Ik heb de hoofdtaak afgerond.
B

Lass es von jemandem prüfen, bevor du es teilst.

las es fon jeemandem pruufuhn, buh-foor doe es tailst. Laat iemand het nakijken voordat je het deelt.
A

Wer sollte es prüfen?

veer zolte es pruufuhn? Wie moet het nakijken?
B

Frag die Teamleitung, weil sich der Plan ändern kann.

fraak dee tiem-laitoeng, vail zisj deer plaan endern kan. Vraag het aan de teamleider, omdat het plan kan veranderen.
A

Soll ich auch eine kurze Nachricht vorbereiten?

zol isj auch aine koertsuh naach-risjt fo:r-buh-raituhn? Moet ik ook een kort bericht maken?
B

Erkläre, was sich geändert hat und wo du die Datei findest.

erkleeruh, vas zisj guh-endert hat oent vo doe dee da-tai finduhst. Leg uit wat er is veranderd en waar je het bestand kunt vinden.
A

Ich werde um eine Prüfung bitten und eine kurze Notiz hinzufügen.

isj veerduh um aine pruu-fung bituhn oent aine koertsuh no-tiets hin-tsoe-foe-guhn. Ik zal om een controle vragen en een korte notitie toevoegen.
B

Das sollte die Übergabe klarer machen.

das zolte dee uu-buh-gaabuh klaaruh maakuhn. Dat zou de overdracht duidelijker moeten maken.

Woord voor woord

Ich ‘Ich’ betekent hier ‘ik’: de persoon die de hoofdtaak heeft afgerond. Aan het begin van een zin schrijf je deze vorm met een hoofdletter; later staat dezelfde vorm als ‘ich’. Je gebruikt ‘Ich’ wanneer je op het werk over je eigen handeling of resultaat spreekt.
habe ‘habe’ betekent hier ‘heb’ en is de vorm van ‘haben’ die helpt om een afgeronde handeling uit te drukken. Het staat samen met ‘abgeschlossen’ in ‘Ich habe die Hauptaufgabe abgeschlossen’. Je gebruikt dit patroon om te zeggen dat je iets hebt afgerond.
die ‘die’ is hier het bepaalde lidwoord bij de specifieke taak in ‘die Hauptaufgabe’. Het verwijst naar de hoofdtaak waarover de gesprekspartners spreken. Je gebruikt ‘die’ vóór een zelfstandig naamwoord wanneer het bedoelde ding al bekend of bepaald is.
Hauptaufgabe ‘Hauptaufgabe’ betekent ‘hoofdtaak’: de belangrijkste taak waar A aan heeft gewerkt. Het woord vormt samen met ‘die’ de woordgroep ‘die Hauptaufgabe’. Je kunt het op het werk gebruiken om de centrale opdracht van een werkperiode of project aan te duiden.
abgeschlossen ‘abgeschlossen’ betekent hier ‘afgerond’ of ‘voltooid’ en is de vorm van ‘abschließen’ die bij een afgeronde taak hoort. In ‘Ich habe die Hauptaufgabe abgeschlossen’ staat het samen met ‘habe’. Je gebruikt deze vorm wanneer een taak volledig klaar is.
Lass ‘Lass’ geeft hier een opdracht: zorg ervoor dat iemand het controleert. Het is de gebiedende vorm van ‘lassen’ in ‘Lass es von jemandem prüfen’. Je gebruikt deze constructie wanneer je iemand vraagt een handeling door een andere persoon te laten uitvoeren.
es ‘es’ betekent hier ‘het’ en verwijst naar de hoofdtaak of het bijbehorende werk dat gecontroleerd moet worden. In ‘Lass es von jemandem prüfen’ is ‘es’ datgene waarop de controle betrekking heeft. Je gebruikt ‘es’ om naar een eerder genoemd onzijdig ding of resultaat terug te verwijzen.
von ‘von’ betekent hier ‘door’ en introduceert de persoon die de controle uitvoert in ‘von jemandem’. Het geeft aan wie het werk moet nakijken. Je gebruikt ‘von’ in deze constructie om de uitvoerder van de handeling te noemen.
jemandem ‘jemandem’ betekent hier ‘iemand’ en verwijst naar een nog niet nader genoemde persoon die het werk controleert. De vorm staat na ‘von’ in ‘von jemandem’. Je gebruikt dit wanneer de uitvoerder nog niet bekend of niet belangrijk is.
prüfen ‘prüfen’ betekent hier ‘controleren’ of ‘nakijken’. Het is de infinitief na de opdracht ‘Lass es von jemandem prüfen’. Je gebruikt het met iets dat gecontroleerd wordt, zoals een taak, plan of bestand.
bevor ‘bevor’ betekent ‘voordat’ en geeft aan dat de controle eerder moet plaatsvinden dan het delen. In ‘bevor du es teilst’ leidt het een bijzin in. Je gebruikt ‘bevor’ om twee handelingen in tijd te ordenen.
du ‘du’ betekent hier ‘je’ en verwijst naar de persoon tegen wie B spreekt. In ‘bevor du es teilst’ is ‘du’ degene die het werk deelt. Je gebruikt ‘du’ voor één direct aangesproken persoon.
teilst ‘teilst’ betekent hier ‘deelt’ en is een vorm van ‘teilen’ voor de aangesproken persoon. In ‘bevor du es teilst’ staat het werkwoord aan het einde van de bijzin na ‘bevor’. Je gebruikt het met iets dat je met anderen beschikbaar stelt of verspreidt.
Wer ‘Wer’ betekent ‘wie’ en vraagt naar de persoon die het werk moet controleren. In ‘Wer sollte es prüfen?’ is het de persoon die gezocht wordt. Je gebruikt ‘Wer’ aan het begin van een vraag naar een persoon.
sollte ‘sollte’ is een vorm van ‘sollen’ en drukt hier een aanbeveling uit: wie zou het moeten controleren? In ‘Wer sollte es prüfen?’ staat het samen met de infinitief ‘prüfen’. Je gebruikt dit om naar een geschikte persoon of aanbevolen handeling te vragen.
Frag ‘Frag’ betekent hier ‘vraag’ en is een opdracht aan A. In ‘Frag die Teamleitung’ geeft B aan wie A moet aanspreken. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand direct opdraagt om informatie of advies te vragen.
Teamleitung ‘Teamleitung’ betekent hier ‘teamleiding’ of de persoon die het team leidt. In ‘Frag die Teamleitung’ is dit degene aan wie A om een controle moet vragen. Je gebruikt het woord in een werkomgeving wanneer je naar de leiding van een team verwijst.
weil ‘weil’ betekent ‘omdat’ en introduceert de reden voor het advies om de teamleiding te vragen. In ‘weil sich der Plan ändern kann’ staat het werkwoord aan het einde van de bijzin. Je gebruikt ‘weil’ om een reden of verklaring toe te voegen.
sich ‘sich’ hoort hier bij ‘ändern’ in de uitdrukking ‘sich ändern’: veranderen. Het verwijst naar ‘der Plan’, waarvan de toestand kan veranderen. Je gebruikt deze combinatie om te zeggen dat iets zelf anders wordt.
der ‘der’ is hier het bepaalde lidwoord vóór ‘Plan’ in ‘der Plan’. De woordgroep is het onderwerp van de bijzin over wat mogelijk verandert. Je gebruikt ‘der’ hier vóór het bekende plan waarnaar wordt verwezen.
Plan ‘Plan’ betekent ‘plan’ en is hier het plan dat mogelijk anders wordt. In ‘der Plan’ is het plan het onderwerp van ‘sich ändern’. Je gebruikt het op het werk om een afgesproken aanpak of reeks stappen aan te duiden.
ändern ‘ändern’ betekent hier ‘veranderen’ en staat in de combinatie ‘sich ändern’. Het is een infinitief omdat het samen met ‘kann’ de mogelijkheid beschrijft. Je gebruikt ‘sich ändern’ wanneer een plan, situatie of afspraak anders wordt.
kann ‘kann’ betekent hier ‘kan’ en is een vorm van ‘können’ die een mogelijkheid uitdrukt. In ‘ändern kann’ staat de infinitief aan het einde van de bijzin. Je gebruikt dit om te zeggen dat iets mogelijk gebeurt.
Soll ‘Soll’ is een vorm van ‘sollen’ en betekent hier ‘moet’ of ‘zal ik’, in een vraag naar wat verstandig of gewenst is. In ‘Soll ich auch eine kurze Nachricht vorbereiten?’ vraagt A om advies over een extra taak. Je gebruikt ‘Soll ich ...?’ om te vragen of je iets moet doen.
auch ‘auch’ betekent ‘ook’ en voegt het voorbereiden van een bericht toe aan de eerdere vervolgstappen. In ‘auch eine kurze Nachricht’ maakt het duidelijk dat dit een extra handeling is. Je gebruikt ‘auch’ wanneer je iets aan een al genoemd element toevoegt.
eine ‘eine’ betekent hier ‘een’ en hoort bij ‘Nachricht’ in ‘eine kurze Nachricht’. Het verwijst naar één niet nader bepaald bericht. Je gebruikt deze vorm om een enkel bericht te introduceren dat nog niet eerder is genoemd.
kurze ‘kurze’ betekent ‘korte’ en beschrijft in ‘eine kurze Nachricht’ de beperkte lengte van het bericht. Het is de vorm van ‘kurz’ die bij deze woordgroep hoort. Je gebruikt ‘eine kurze Nachricht’ wanneer je een beknopt bericht bedoelt.
Nachricht ‘Nachricht’ betekent hier ‘bericht’: een korte tekst met informatie over het werk. In ‘eine kurze Nachricht vorbereiten’ is het het bericht dat A eventueel moet voorbereiden. Je gebruikt het woord voor een schriftelijke mededeling aan een collega of team.
vorbereiten ‘vorbereiten’ betekent ‘voorbereiden’ en is de infinitief na ‘Soll ich’. In ‘eine kurze Nachricht vorbereiten’ gaat het om het klaarmaken van een bericht. Je gebruikt het met iets dat je vooraf gereedmaakt voor verzending, bespreking of overdracht.
Erkläre ‘Erkläre’ betekent hier ‘leg uit’ en is een directe opdracht. In ‘Erkläre, was sich geändert hat’ vraagt B om informatie over de wijzigingen. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand vraagt iets begrijpelijk toe te lichten.
was ‘was’ betekent hier ‘wat’ en introduceert in ‘was sich geändert hat’ de inhoud van de uitleg. Het verwijst naar de dingen die veranderd zijn. Je gebruikt ‘was’ om te vragen of uit te leggen welke informatie of verandering bedoeld wordt.
geändert ‘geändert’ betekent hier ‘veranderd’ en is de vorm van ‘ändern’ voor een verandering die al heeft plaatsgevonden. In ‘sich geändert hat’ staat het samen met ‘hat’. Je gebruikt deze vorm om te beschrijven wat anders is geworden sinds een eerder moment.
hat ‘hat’ betekent hier ‘heeft’ en is een vorm van ‘haben’ die samen met ‘geändert’ een afgeronde verandering uitdrukt. In de bijzin ‘was sich geändert hat’ staat ‘hat’ aan het einde. Je gebruikt dit patroon om te zeggen wat er veranderd is.
und ‘und’ betekent ‘en’ en verbindt hier twee punten die in de uitleg moeten komen: wat is veranderd en waar het bestand te vinden is. Het koppelt de twee delen van de opdracht in ‘Erkläre, was sich geändert hat und wo du die Datei findest’. Je gebruikt ‘und’ om gelijkwaardige informatie of handelingen te verbinden.
wo ‘wo’ betekent ‘waar’ en introduceert de plaatsinformatie in ‘wo du die Datei findest’. B vraagt dus ook om de vindplaats van het bestand te noemen. Je gebruikt ‘wo’ om naar een locatie of vindplaats te vragen of te verwijzen.
Datei ‘Datei’ betekent ‘bestand’ en is hier het digitale bestand waar de ontvanger naar moet kunnen zoeken. In ‘die Datei findest’ is het het object dat gevonden wordt. Je gebruikt dit woord voor een digitaal document of ander computerbestand.
findest ‘findest’ betekent hier ‘vindt’ en is een vorm van ‘finden’ voor de aangesproken persoon. In ‘wo du die Datei findest’ beschrijft het waar je het bestand kunt vinden. Je gebruikt het met iets dat je lokaliseert of terugvindt.
werde ‘werde’ is een vorm van ‘werden’ en helpt hier de toekomstige bedoeling uit te drukken: A zal om een controle vragen. In ‘Ich werde um eine Prüfung bitten’ staat het samen met de infinitief ‘bitten’. Je gebruikt dit om een voorgenomen handeling aan te kondigen.
um ‘um’ hoort hier bij de vaste combinatie ‘um eine Prüfung bitten’. Samen betekent die combinatie dat je om een controle of beoordeling vraagt. Je gebruikt ‘um’ in dit patroon om datgene te noemen waar je om verzoekt.
Prüfung ‘Prüfung’ betekent hier ‘controle’ of ‘beoordeling’ van het werk. In ‘um eine Prüfung bitten’ is het datgene waar A om vraagt. Je gebruikt het woord wanneer werk, een plan of een resultaat nagekeken moet worden.
bitten ‘bitten’ betekent hier ‘vragen’ of ‘verzoeken’. In ‘um eine Prüfung bitten’ staat het met ‘um’ om aan te geven waarvoor je een verzoek doet. Je gebruikt dit patroon wanneer je iemand formeel of duidelijk om een handeling vraagt.
Notiz ‘Notiz’ betekent ‘notitie’ en verwijst hier naar een korte aanvullende opmerking bij het werk. In ‘eine kurze Notiz hinzufügen’ is het de informatie die A nog toevoegt. Je gebruikt het woord voor een korte geschreven herinnering of toelichting.
hinzufügen ‘hinzufügen’ betekent ‘toevoegen’ en is de infinitief in ‘eine kurze Notiz hinzufügen’. A voegt daarmee extra informatie aan het werk of bericht toe. Je gebruikt het met iets dat je aan bestaand materiaal, een document of een uitleg toevoegt.
Das ‘Das’ betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de eerder genoemde controle en korte notitie als geheel. In ‘Das sollte die Übergabe klarer machen’ is het de gezamenlijke aanpak die het resultaat beïnvloedt. Je gebruikt ‘Das’ om naar een zojuist genoemde handeling, situatie of combinatie van handelingen terug te verwijzen.
Übergabe ‘Übergabe’ betekent hier ‘overdracht’: het doorgeven van werk en relevante informatie aan een andere persoon of groep. In ‘die Übergabe klarer machen’ is dit het proces dat duidelijker moet worden. Je gebruikt het woord op het werk wanneer verantwoordelijkheid of informatie wordt doorgegeven.
klarer ‘klarer’ betekent hier ‘duidelijker’ en is de vergrotende vorm van ‘klar’. In ‘die Übergabe klarer machen’ beschrijft het het gewenste effect van de controle en notitie. Je gebruikt ‘klarer machen’ wanneer extra informatie iets begrijpelijker of overzichtelijker maakt.
machen ‘machen’ betekent hier ‘maken’ in de betekenis ‘ervoor zorgen dat iets wordt’. In ‘die Übergabe klarer machen’ gaat het erom de overdracht duidelijker te maken; de infinitief staat na ‘sollte’. Je gebruikt deze combinatie om een gewenst effect op iets te beschrijven.

Grammatica

weil + Verb am Ende

weil die Teamleitung den Plan geändert hat

vail dee tiem-laitoeng deen plaan guh-endert hat

omdat de teamleiding het plan heeft veranderd

Na „weil“ staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.

eine kurze + zelfstandig naamwoord

eine kurze Nachricht

aine koertsuh naach-risjt

een kort bericht

Na het onbepaalde lidwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang „-e“.

Duits woordenschat

abschließen werkwoord
ap-sjlie-suhn afronden abgeschlossen

Ich habe die Hauptaufgabe abgeschlossen.

ändern werkwoord
endern veranderen geändert

Was sich geändert hat.

fragen werkwoord
fraagen vragen Frag

Frag die Teamleitung.

Hauptaufgabe zelfstandig naamwoord
haupt-aufgaabuh hoofdtaak die Hauptaufgabe

Ich habe die Hauptaufgabe abgeschlossen.

jemand voornaamwoord
jeemant iemand jemandem

Lass es von jemandem prüfen.

lassen werkwoord
lasuhn laten Lass

Lass es von jemandem prüfen.

Plan zelfstandig naamwoord
plaan plan der Plan

Der Plan kann sich ändern.

prüfen werkwoord
pruufuhn controleren; nakijken

Lass es von jemandem prüfen, bevor du es teilst.

Teamleitung zelfstandig naamwoord
tiem-laitoeng teamleiding die Teamleitung

Frag die Teamleitung.

teilen werkwoord
tailuhn delen teilst

Bevor du es teilst.

weil voegwoord
vail omdat

Weil sich der Plan ändern kann.

wer voornaamwoord
veer wie

Wer sollte es prüfen?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb de hoofdtaak afgerond.

Antwoord tonenIch habe die Hauptaufgabe abgeschlossen.

Wie moet het nakijken?

Antwoord tonenWer sollte es prüfen?

Dat zou de overdracht duidelijker moeten maken.

Antwoord tonenDas sollte die Übergabe klarer machen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

laten

Antwoord tonenLass

controleren; nakijken

Antwoord tonenprüfen

iemand

Antwoord tonenjemandem

delen

Antwoord tonenteilst