Een oefendoel voor spreken stellen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a language learning setting, two adults set a small speaking practice goal and choose a way to track progress..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een oefendoel voor spreken stellen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich möchte ein Ziel für meine Sprachübungen setzen.

Ig meuɡ-te ajn tsiel fuur maj-ne sjpraag-uu-boeŋ-en zet-tsen. Ik wil een doel stellen voor mijn taaloefening.
B

Welche Fähigkeit fühlt sich gerade am schwierigsten an?

Vel-ge fee-ig-kajt fuult zig ge-raa-de am sjwie-rig-sten an? Welke vaardigheid voelt nu het moeilijkst?
A

Flüssig in kurzen Gesprächen sprechen.

Flusig in koert-sen ge-sjprèè-gen sjpree-gen. Vlot spreken in korte gesprekken.
B

Wähle dann jeden Tag eine kleine Sprechaufgabe.

Wèè-le dan jee-den taak aj-ne klaj-ne sjpreeg-auf-gaa-be. Kies dan elke dag één kleine spreektaak.
A

Wie kann ich meinen Fortschritt verfolgen?

Wie kan ig maj-nen fort-sjrit fer-fol-gen? Hoe kan ik mijn vooruitgang bijhouden?
B

Nimm eine Antwort auf und hör sie später noch einmal an.

Nim aj-ne ant-voort auf oent heuur zie sjpee-ter nog ajn-maal an. Neem één antwoord op en luister er later nog eens naar.
A

Diese Routine klingt leicht zu befolgen.

Die-ze roe-tie-ne klinkt lajgt tsoe be-fol-gen. Die routine klinkt makkelijk om te volgen.
B

Halte die Aufgabe kurz und wiederhole sie oft.

Hal-te die auf-gaa-be koerts oent wie-der-oo-le zie oft. Houd de taak kort en herhaal hem vaak.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich möchte ein Ziel für meine Sprachübungen setzen.

    Ik wil een doel stellen voor mijn taaloefening.

    Ich möchte
    ik wil graag
    Ziel
    doel
    für
    voor
    Sprachübungen
    taaloefeningen
    setzen
    stellen
    Uitgebreide uitleg

    Ich möchte betekent hier dat de spreker iets wil of graag wil doen. möchte is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud van möchten in deze gebruikelijke beleefde wensuitdrukking; het infinitief mögen ligt eraan ten grondslag. In een zin als Ich möchte lernen. staat het werkwoord van de handeling achteraan: “Ik wil graag leren.” Ziel betekent hier “doel”. Het zelfstandige naamwoord heeft als basisvorm das Ziel; het meervoud is die Ziele. In ein Ziel staat het onbepaalde lidwoord bij een enkelvoudig, onzijdig zelfstandig naamwoord. Het drukt hier niet op zichzelf een afzonderlijke telhandeling uit, maar introduceert het genoemde doel. für betekent “voor” en leidt in deze betekenis een naamwoordgroep in de accusatief in. Dat zie je in für meine Sprachübungen: meine is daar de vorm bij een meervoudige accusatiefgroep. Het voorzetsel koppelt de oefeningen aan het doel: het doel is bestemd voor die oefeningen. Sprachübungen betekent “taaloefeningen”. Het is het meervoud van Sprachübung; het samengestelde woord combineert Sprache (“taal”) met Übung (“oefening”). Het meervoud kan in de nominatief en accusatief dezelfde vorm hebben, dus de vorm Sprachübungen verandert hier niet zichtbaar door für. Voorbeeld: Ich mache Sprachübungen. — “Ik doe taaloefeningen.” setzen betekent hier “stellen” of “vastleggen”, in de combinatie ein Ziel setzen: een doel bepalen. Het is het infinitief; de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd is ich setze. Voorbeeld: Wir setzen ein neues Ziel. — “Wij stellen een nieuw doel.” Samen vormen de delen Ich möchte + ein Ziel + für meine Sprachübungen + setzen de betekenis: “Ik wil een doel stellen voor mijn taaloefeningen.” Omdat möchte de vervoegde werkwoordsvorm is, staat het zelfstandige werkwoord setzen aan het einde van deze zin. Deze formulering is geschikt om op een beleefde, duidelijke manier een leerdoel te noemen.

  2. Welche Fähigkeit fühlt sich gerade am schwierigsten an?

    Welke vaardigheid voelt nu het moeilijkst?

    Welche
    welke
    Fähigkeit
    vaardigheid
    fühlt sich … an
    aanvoelen
    gerade
    nu
    am schwierigsten
    het moeilijkst
    Uitgebreide uitleg

    Welche betekent hier “welke” en staat bij Fähigkeit. Het is de vorm voor vrouwelijk enkelvoud in deze naamval; andere combinaties zijn bijvoorbeeld welcher en welches, afhankelijk van het grammaticale geslacht en de naamval van het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Welche Sprache lernst du? — “Welke taal leer je?” Fähigkeit betekent “vaardigheid” of “bekwaamheid”. Het meervoud is Fähigkeiten. Het woord kan zowel een aangeleerde vaardigheid als een vermogen aanduiden; hier gaat het om een vaardigheid die iemand oefent. fühlt sich … an komt van het scheidbare werkwoord sich anfühlen, “aanvoelen”. In deze zin is fühlt de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, passend bij Fähigkeit; sich is het wederkerend voornaamwoord en an staat aan het einde. Het patroon is: etwas fühlt sich + bijvoeglijk naamwoord + an — “iets voelt … aan”. Voorbeeld: Die Aufgabe fühlt sich leicht an. — “De opdracht voelt gemakkelijk aan.” gerade betekent hier “nu” of “op dit moment”. Het beperkt de vraag tot de huidige ervaring, niet tot een blijvende eigenschap. Voorbeeld: Ich bin gerade beschäftigt. — “Ik ben nu bezig.” am schwierigsten betekent “het moeilijkst”. Het is de overtreffende trap van het bijvoeglijk naamwoord schwierig: schwierig — “moeilijk”, schwieriger — “moeilijker”, am schwierigsten — “het moeilijkst”. Deze vorm staat hier na fühlt sich … an en beschrijft hoe de vaardigheid wordt ervaren. Voorbeeld: Diese Übung ist am schwierigsten. — “Deze oefening is het moeilijkst.” Samen vormt de zin de vraag: Welche Fähigkeit vraagt om één vaardigheid, fühlt sich … an vraagt hoe die vaardigheid wordt ervaren, gerade maakt dat “nu”, en am schwierigsten geeft de hoogste moeilijkheidsgraad aan. De volledige betekenis is: “Welke vaardigheid voelt nu het moeilijkst?”

  3. Flüssig in kurzen Gesprächen sprechen.

    Vlot spreken in korte gesprekken.

    Flüssig
    vloeiend
    kurzen
    korte
    Gesprächen
    gesprekken
    sprechen
    spreken
    Uitgebreide uitleg

    Flüssig betekent hier “vloeiend” en beschrijft hoe iemand spreekt. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord flüssig die hier bijwoordelijk wordt gebruikt; er is geen zelfstandig naamwoord waar het mee moet overeenkomen. Vergelijk: Sie spricht flüssig. — “Zij spreekt vloeiend.” kurzen betekent “korte”. Het basiswoord is kurz; de uitgang -en komt hier door de combinatie van in met een meervoudige datiefgroep: in kurzen Gesprächen. Bij een plaats of situatie zonder bewegingsrichting gebruikt in hier de datief. In een ander voorbeeld: in kurzen Sätzen — “in korte zinnen”. Gesprächen betekent hier “gesprekken”. Het enkelvoud is das Gespräch, het meervoud die Gespräche; in de datief meervoud wordt dat Gesprächen. De uitgang -n aan het zelfstandig naamwoord is dus onderdeel van de datief meervoudsvorm. Gespräch verwijst naar een gesprek of conversatie, niet naar een specifiek aantal gesprekken buiten wat de zin zelf uitdrukt. sprechen is de infinitief van sprechen, “spreken”. De infinitief kan in een korte opdracht, doelomschrijving of oefeninstructie aan het einde staan. Een volledig voorbeeld: Ich möchte flüssig sprechen. — “Ik wil vloeiend spreken.” Samen vormen in kurzen Gesprächen een voorzetselgroep die het toepassingsgebied aangeeft: tijdens of binnen korte gesprekken. Flüssig zegt op welke manier het spreken gebeurt, en sprechen benoemt de handeling. De hele uiting betekent daarom: “Vlot spreken in korte gesprekken.” Als korte oefen- of doelomschrijving klinkt de Duitse formulering beknopt en natuurlijk.

  4. Wähle dann jeden Tag eine kleine Sprechaufgabe.

    Kies dan elke dag één kleine spreektaak.

    Wähle
    kies
    dann
    dan
    Tag
    dag
    kleine
    kleine
    Sprechaufgabe
    spreektaak
    Uitgebreide uitleg

    Wähle is de gebiedende wijs van wählen (“kiezen”). De vorm zonder genoemd onderwerp richt zich hier tot één persoon in de informele aanspreekvorm: “kies”. Bijvoorbeeld: Wähle ein Buch. — “Kies een boek.” dann betekent hier “dan” en geeft aan wat vervolgens moet gebeuren. Samen met een tijdsaanduiding kan het een volgorde aangeven: Dann übe. — “Oefen dan.” Tag is het zelfstandig naamwoord der Tag (“dag”). In jeden Tag staat het in een vaste tijdsbepaling met de betekenis “elke dag”; jeden draagt daar de verbogen vorm die bij deze uitdrukking hoort. Bijvoorbeeld: Ich lerne jeden Tag. — “Ik leer elke dag.” kleine is een verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord klein (“klein”). Het beschrijft hier Sprechaufgabe, dat vrouwelijk is: eine kleine Sprechaufgabe. De uitgang -e past bij deze combinatie; het bijvoeglijk naamwoord zelf heeft als basisvorm klein. Sprechaufgabe is een samenstelling van sprechen (“spreken”) en Aufgabe (“taak/opdracht”). Hier betekent het een opdracht om te spreken, dus een “spreektaak”. Het meervoud is Sprechaufgaben. Bijvoorbeeld: Die Sprechaufgabe ist kurz. — “De spreektaak is kort.” De delen worden samen Wähle dann jeden Tag eine kleine Sprechaufgabe.: “Kies dan elke dag één kleine spreektaak.” Wähle geeft de opdracht, dann de volgorde, jeden Tag de dagelijkse herhaling en eine kleine Sprechaufgabe wat er gekozen moet worden. De context sluit aan bij oefenen in korte gesprekken; de zin zelf schrijft alleen deze dagelijkse keuze voor.

  5. Wie kann ich meinen Fortschritt verfolgen?

    Hoe kan ik mijn vooruitgang bijhouden?

    Wie
    hoe
    kann ich
    kan ik
    meinen
    mijn
    Fortschritt
    vooruitgang
    verfolgen
    bijhouden
    Uitgebreide uitleg

    Wie betekent hier “hoe” en vraagt naar de manier waarop iets kan gebeuren. Het staat aan het begin van deze vraag. Vergelijk bijvoorbeeld: Wie lernst du? — “Hoe leer je?” kann ich bestaat uit de vorm kann van können en het onderwerp ich. kann is de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd en drukt hier mogelijkheid of kunnen uit. In een hoofdvraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp: Kann ich anfangen? — “Kan ik beginnen?” De infinitief die bij kann hoort, staat verderop in de zin. meinen betekent hier “mijn” en hoort bij Fortschritt. Het is de mannelijke accusatief enkelvoudsvorm van het bezittelijk woord mein: mein Fortschritt (onderwerp), maar meinen Fortschritt (lijdend voorwerp). De vorm meinen draagt dus de uitgang voor deze combinatie; het zelfstandig naamwoord Fortschritt zelf verandert hier niet. Fortschritt betekent “vooruitgang” of “vordering”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Fortschritt. Een bruikbaar verwant voorbeeld is Fortschritte machen — “vooruitgang boeken”. In deze zin gaat het om de vooruitgang van de spreker, niet om een expliciet genoemde hoeveelheid. verfolgen betekent hier “bijhouden” in de zin van ontwikkelingen blijven volgen. Het is de infinitief die na het modale werkwoord kann staat: Ich kann meinen Fortschritt verfolgen. — “Ik kan mijn vooruitgang bijhouden.” In andere contexten kan verfolgen ook “achtervolgen” of “nastreven” betekenen; hier past de betekenis “bijhouden” bij de vaste vertaling. Samen vormen de delen de vraag Wie kann ich meinen Fortschritt verfolgen?: “Hoe kan ik mijn vooruitgang bijhouden?” De vraag gebruikt Wie om naar een methode te vragen, kann ich om mogelijkheid of kunnen uit te drukken, en meinen Fortschritt verfolgen als de handeling die de spreker wil uitvoeren.

  6. Nimm eine Antwort auf und hör sie später noch einmal an.

    Neem één antwoord op en luister er later nog eens naar.

    Nimm … auf
    neem op
    Antwort
    antwoord
    hör … an
    luister ernaar
    sie
    het antwoord
    später
    later
    noch einmal
    nog eens
    Uitgebreide uitleg

    Nimm ... auf is de gebiedende wijs van het scheidbare werkwoord aufnehmen in de betekenis “opnemen”, hier: een antwoord opnemen. Bij een scheidbaar werkwoord staat auf in een hoofdzin of gebiedende zin achteraan: Nimm eine Antwort auf. De vorm nimm hoort bij du; de gebiedende wijs voor meerdere personen is bijvoorbeeld Nehmt ... auf. Voorbeeld: Nimm die Nachricht auf. — “Neem het bericht op.” Antwort betekent hier “antwoord”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Antwort, met meervoud die Antworten. In deze zin staat het na eine: eine Antwort. De vaste vertaling maakt duidelijk dat het om één antwoord gaat. Voorbeeld: Das ist eine gute Antwort. — “Dat is een goed antwoord.” hör ... an hoort bij het scheidbare werkwoord anhören, “beluisteren”. hör is de gebiedende wijs voor du van hören; an komt in deze zin aan het einde van de verbale combinatie. Het object staat tussen het werkwoord en het afgescheiden deel: Hör die Aufnahme an. — “Luister naar de opname.” sie is hier een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval en verwijst naar Antwort: “het antwoord”. De vorm is vrouwelijk enkelvoud in deze functie; de vertaling bevestigt die verwijzing met “er”. Het voornaamwoord neemt dus niet de vorm van het werkwoord over, maar vervangt het zelfstandig naamwoord als object. Voorbeeld: Ich höre sie an. — “Ik luister ernaar.” später betekent “later” en plaatst het luisteren op een later tijdstip dan het opnemen. Voorbeeld: Wir sprechen später. — “We praten later.” noch einmal betekent “nog eens” of “opnieuw”. Samen geeft het aan dat het luisteren opnieuw gebeurt. einmal alleen betekent “één keer” of “eens”, terwijl noch einmal de herhaling benadrukt. Voorbeeld: Lies den Satz noch einmal. — “Lees de zin nog eens.” Samen bestaat de zin uit twee gebiedende opdrachten: Nimm eine Antwort auf (“Neem één antwoord op”) en hör sie später noch einmal an (“luister er later nog eens naar”). Het voornaamwoord sie verwijst daarbij terug naar Antwort; später bepaalt wanneer de tweede handeling plaatsvindt en noch einmal dat die handeling opnieuw wordt uitgevoerd. De hele uiting betekent: “Neem één antwoord op en luister er later nog eens naar.”

  7. Diese Routine klingt leicht zu befolgen.

    Die routine klinkt makkelijk om te volgen.

    Diese
    deze
    Routine
    routine
    klingt
    klinkt
    leicht
    gemakkelijk
    zu befolgen
    om te volgen
    Uitgebreide uitleg

    Diese verwijst hier naar Routine. Het is de vorm van het aanwijzende woord bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord in de nominatief: diese Routine. De vorm past zich dus aan de grammaticale kenmerken van Routine aan; het is niet zelf het woord voor de routine. Routine betekent hier een vaste werkwijze of reeks handelingen. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het lidwoord en aanwijzende woord laten het geslacht en de naamval zien: die Routine, diese Routine. klingt komt van klingen en is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: die Routine klingt. Naast een letterlijk geluid kan klingen ook betekenen dat iets een bepaalde indruk maakt. In deze zin betekent het dat de routine gemakkelijk lijkt of overkomt. Voorbeeld: Das klingt gut. — Dat klinkt goed. leicht betekent hier gemakkelijk. Het staat als beschrijvend woord bij de hele infinitiefgroep zu befolgen en krijgt daarom geen uitgang: leicht. Het tegenovergestelde is schwer: Die Regel ist leicht zu verstehen. — De regel is gemakkelijk te begrijpen. zu befolgen komt van befolgen, in de vorm zu + infinitief. Befolgen betekent een instructie, regel of werkwijze opvolgen. De combinatie leicht zu befolgen is een herbruikbaar patroon voor iets dat gemakkelijk uit te voeren is: Die Anweisung ist schwer zu befolgen. — De instructie is moeilijk op te volgen. Zu is hier een infinitiefmarker, niet een voorzetsel; het hoort bij de infinitiefconstructie. Samen vormen de delen de betekenis: Diese Routine is het onderwerp, klingt geeft de indruk weer, en leicht zu befolgen beschrijft hoe gemakkelijk het is om die routine op te volgen. De volledige zin betekent daarom: Deze routine klinkt gemakkelijk om te volgen, natuurlijker in het Nederlands: Deze routine lijkt gemakkelijk te volgen.

  8. Halte die Aufgabe kurz und wiederhole sie oft.

    Houd de taak kort en herhaal hem vaak.

    Halte
    houd
    Aufgabe
    taak
    kurz
    kort
    wiederhole
    herhaal
    oft
    vaak
    Uitgebreide uitleg

    Halte is de gebiedende wijs van halten in de betekenis “kort houden” of “behouden in een bepaalde toestand”. De vorm zonder zichtbaar onderwerp is gericht aan één persoon in de informele aanspreekvorm du: halten → du hältst → Halte!. In deze zin hoort Halte bij die Aufgabe kurz: de opdracht moet kort blijven. Aufgabe betekent hier “taak” of “opdracht”. Het is een zelfstandig naamwoord; de basisvorm is die Aufgabe, met meervoud die Aufgaben. In die Aufgabe staat het bepaalde lidwoord bij een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Die Aufgabe ist leicht. — “De taak is makkelijk.” kurz betekent hier “kort”. Het beschrijft de toestand waarin de taak gehouden moet worden. Na werkwoorden zoals halten kan een bijvoeglijk naamwoord zo’n gewenste of gehandhaafde toestand aangeven: Halte den Text kurz. — “Houd de tekst kort.” Kurz kan ook vóór een zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld eine kurze Aufgabe; dan krijgt het bijvoeglijke naamwoord een andere vorm. wiederhole is de gebiedende wijs van wiederholen, “herhalen”. Ook hier is de vorm gericht aan één persoon in de informele du-vorm: du wiederholst → Wiederhole!. De tweede handeling heeft hetzelfde onderwerp als Halte, maar dat onderwerp wordt in het Duits bij een bevel niet opnieuw uitgesproken. In sie verwijst het voornaamwoord naar de eerder genoemde taak. Het is hier de vierde naamval van het vrouwelijke enkelvoud: die Aufgabe wordt als lijdend voorwerp sie. Het voornaamwoord neemt dus het grammaticale geslacht en getal van Aufgabe over; het betekent hier niet “zij”. Voorbeeld: Ich sehe die Aufgabe und wiederhole sie. — “Ik zie de taak en herhaal haar.” oft betekent “vaak” en zegt hoe frequent de herhaling moet gebeuren. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of getal. Een nuttige tegenstelling is oft — “vaak” tegenover selten — “zelden”. De zin bestaat uit twee bevelen met hetzelfde aangesproken onderwerp: Halte die Aufgabe kurz en wiederhole sie oft. Samen betekent hij: “Houd de taak kort en herhaal haar vaak.” De eerste gebiedende wijs geeft de gewenste toestand van de taak aan; de tweede geeft de herhaalde handeling en haar frequentie aan.

Grammatica

Trennbare Verben: Präfix am Satzende

Nimm deine Antwort auf und hör sie an.

Nim daj-ne ant-voort auf oent heuur zie an.

Neem je antwoord op en luister ernaar.

Bij scheidbare werkwoorden zoals aufnehmen en anhören staat het voorvoegsel aan het einde van de zin.

Superlativ mit am + -sten

Sprechen in Gesprächen fühlt sich am schwierigsten an.

Sjpree-gen in ge-sjprèè-gen fuult zig am sjwie-rig-sten an.

Spreken in gesprekken voelt het moeilijkst aan.

De overtreffende trap als bijwoord wordt gevormd met am en een uitgang op -sten.

Duits woordenschat

Fähigkeit zelfstandig naamwoord
fèè-ig-kajt vaardigheid

Welche Fähigkeit

flüssig bijwoord
flusig vloeiend

flüssig sprechen

gerade bijwoord
ge-raa-de op dit moment

gerade am schwierigsten

Gespräch zelfstandig naamwoord
ge-sjprèèg gesprek Gesprächen

in kurzen Gesprächen

schwierig bijvoeglijk naamwoord
sjwie-rig moeilijk am schwierigsten

am schwierigsten

setzen werkwoord
zet-tsen stellen

ein Ziel setzen

sich anfühlen werkwoord
zig an-fuu-len aanvoelen fühlt sich ... an

fühlt sich gerade am schwierigsten an

Sprachübung zelfstandig naamwoord
sjpraag-uu-boeng taaloefening Sprachübungen

für meine Sprachübungen

Sprechaufgabe zelfstandig naamwoord
sjpreeg-auf-gaa-be spreektaak

eine kleine Sprechaufgabe

sprechen werkwoord
sjpree-gen spreken

flüssig sprechen

wählen werkwoord
wèè-len kiezen Wähle

Wähle dann

Ziel zelfstandig naamwoord
tsiel doel

ein Ziel

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Vlot spreken in korte gesprekken.

Antwoord tonenFlüssig in kurzen Gesprächen sprechen.

Hoe kan ik mijn vooruitgang bijhouden?

Antwoord tonenWie kann ich meinen Fortschritt verfolgen?

Die routine klinkt makkelijk om te volgen.

Antwoord tonenDiese Routine klingt leicht zu befolgen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gesprek

Antwoord tonenGesprächen

op dit moment

Antwoord tonengerade

vaardigheid

Antwoord tonenFähigkeit

stellen

Antwoord tonensetzen