Een oefendoel voor spreken stellen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a language learning setting, two adults set a small speaking practice goal and choose a way to track progress..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Een oefendoel voor spreken stellen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich möchte ein Ziel für meine Sprachübungen setzen.

Ig meuɡ-te ajn tsiel fuur maj-ne sjpraag-uu-boeŋ-en zet-tsen. Ik wil een doel stellen voor mijn taaloefening.
B

Welche Fähigkeit fühlt sich gerade am schwierigsten an?

Vel-ge fee-ig-kajt fuult zig ge-raa-de am sjwie-rig-sten an? Welke vaardigheid voelt nu het moeilijkst?
A

Flüssig in kurzen Gesprächen sprechen.

Flusig in koert-sen ge-sjprèè-gen sjpree-gen. Vlot spreken in korte gesprekken.
B

Wähle dann jeden Tag eine kleine Sprechaufgabe.

Wèè-le dan jee-den taak aj-ne klaj-ne sjpreeg-auf-gaa-be. Kies dan elke dag één kleine spreektaak.
A

Wie kann ich meinen Fortschritt verfolgen?

Wie kan ig maj-nen fort-sjrit fer-fol-gen? Hoe kan ik mijn vooruitgang bijhouden?
B

Nimm eine Antwort auf und hör sie später noch einmal an.

Nim aj-ne ant-voort auf oent heuur zie sjpee-ter nog ajn-maal an. Neem één antwoord op en luister er later nog eens naar.
A

Diese Routine klingt leicht zu befolgen.

Die-ze roe-tie-ne klinkt lajgt tsoe be-fol-gen. Die routine klinkt makkelijk om te volgen.
B

Halte die Aufgabe kurz und wiederhole sie oft.

Hal-te die auf-gaa-be koerts oent wie-der-oo-le zie oft. Houd de taak kort en herhaal hem vaak.

Woord voor woord

Ich Ich betekent hier ‘ik’ en is degene die de handeling uitvoert in ‘Ich möchte ein Ziel für meine Sprachübungen setzen’. Je gebruikt Ich voor de eerste persoon, bijvoorbeeld in ‘Ich möchte …’ wanneer je een wens uitspreekt.
möchte möchte drukt hier een beleefde wens uit: ‘wil graag’. Het staat in ‘Ich möchte …’ vóór het werkwoord aan het einde, zoals in ‘Ich möchte ein Ziel … setzen’.
ein ein betekent hier ‘een’ en verwijst naar één niet nader bepaald doel in ‘ein Ziel’. Je gebruikt ein vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je iets als één exemplaar introduceert.
Ziel Ziel betekent hier ‘doel’: iets dat je wilt bereiken met je taaloefeningen. In de bruikbare combinatie ‘ein Ziel für meine Sprachübungen setzen’ geef je aan welk doel je vastlegt.
für für betekent hier ‘voor’ en verbindt het doel met het gebied waarop het betrekking heeft: ‘für meine Sprachübungen’. Je gebruikt für + zelfstandig naamwoord om een bestemming, doel of betrekking aan te geven.
meine meine betekent hier ‘mijn’ en hoort bij ‘Sprachübungen’ in ‘meine Sprachübungen’. Je gebruikt meine vóór een zelfstandig naamwoord om bezit of verbondenheid met jezelf uit te drukken.
Sprachübungen Sprachübungen betekent hier ‘taaloefeningen’, dus oefeningen voor het leren of gebruiken van een taal. In ‘meine Sprachübungen’ noemt het wat je oefent; een bruikbaar patroon is meine + zelfstandig naamwoord.
setzen setzen betekent hier ‘stellen’ in de uitdrukking ‘ein Ziel … setzen’: een doel vastleggen. Het is het werkwoord aan het einde van ‘Ich möchte ein Ziel für meine Sprachübungen setzen’; je kunt ook een ander doel als object gebruiken.
Welche Welche vraagt hier ‘welke’ en verwijst naar de vaardigheid die het moeilijkst aanvoelt: ‘Welche Fähigkeit …?’. Je gebruikt Welche vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je uit verschillende mogelijkheden vraagt.
Fähigkeit Fähigkeit betekent hier ‘vaardigheid’ of ‘bekwaamheid’. In ‘Welche Fähigkeit fühlt sich gerade am schwierigsten an?’ gaat het om één specifiek onderdeel dat iemand lastig vindt; je kunt Welche + Fähigkeit gebruiken om naar een vaardigheid te vragen.
fühlt fühlt maakt hier samen met ‘sich … an’ de uitdrukking ‘fühlt sich gerade am schwierigsten an’, die betekent dat iets op dit moment het moeilijkst aanvoelt. De vorm hoort bij fühlen en past bij ‘Fähigkeit’ als onderwerp; een bruikbaar patroon is etwas fühlt sich … an.
sich sich is hier onderdeel van ‘fühlt sich gerade am schwierigsten an’ en verwijst terug naar ‘Fähigkeit’: de vaardigheid voelt voor iemand op een bepaalde manier aan. Je gebruikt deze vorm samen met fühlt … an om te beschrijven hoe iets aanvoelt.
gerade gerade betekent hier ‘op dit moment’ of ‘nu’. In ‘fühlt sich gerade am schwierigsten an’ beperkt het de uitspraak tot de huidige situatie; je gebruikt gerade vaak om aan te geven dat iets nu geldt.
am am hoort hier bij de vaste vorm ‘am schwierigsten’ en helpt om ‘het moeilijkst’ uit te drukken. De combinatie am + overtreffende vorm gebruik je wanneer je iets als het meest moeilijke beschrijft.
schwierigsten schwierigsten betekent hier ‘moeilijkst’ in de combinatie ‘am schwierigsten’. Samen met ‘fühlt sich gerade … an’ beschrijft het welke vaardigheid nu als het lastigst wordt ervaren; een bruikbaar patroon is am + overtreffende vorm.
an an is hier een deel van twee scheidbare werkwoordcombinaties. In ‘fühlt sich gerade am schwierigsten an’ hoort het bij sich anfühlen, en in ‘hör sie später noch einmal an’ bij anhören; in beide gevallen staat het aan het einde van de zin.
Flüssig Flüssig betekent hier ‘vloeiend’ en beschrijft de manier waarop iemand spreekt: ‘Flüssig … sprechen’. Je gebruikt Flüssig sprechen als je spreekt zonder veel haperingen, bijvoorbeeld tijdens korte gesprekken.
in in betekent hier ‘in’ en geeft de context aan: ‘in kurzen Gesprächen’. Je gebruikt in + een zelfstandig naamwoord om de situatie of omgeving te noemen waarin iets gebeurt.
kurzen kurzen betekent hier ‘korte’ en beschrijft ‘Gesprächen’ in ‘in kurzen Gesprächen’. Samen geeft de uitdrukking aan dat het om gesprekken van beperkte duur gaat; je kunt kurzen vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken om de lengte te beschrijven.
Gesprächen Gesprächen betekent hier ‘gesprekken’ en noemt de situaties waarin iemand vloeiend wil spreken. In ‘in kurzen Gesprächen’ staat het na in; dit is een bruikbaar patroon om een gesprekssituatie te noemen.
sprechen sprechen betekent hier ‘spreken’ en vormt samen met ‘Flüssig’ de vaardigheid ‘vloeiend spreken’. Het staat als infinitief aan het einde van ‘Flüssig in kurzen Gesprächen sprechen’; je kunt spreken met een manier of situatie combineren.
Wähle Wähle betekent hier ‘kies’ en is een directe aansporing om één taak te selecteren. In ‘Wähle dann jeden Tag eine kleine Sprechaufgabe’ staat het aan het begin van de instructie; je gebruikt Wähle gevolgd door wat iemand moet kiezen.
dann dann betekent hier ‘dan’ en verwijst naar de volgende stap na het bepalen van de moeilijke vaardigheid. In ‘Wähle dann …’ leidt het de daaropvolgende instructie in; je gebruikt dann om een volgorde of gevolg aan te geven.
jeden jeden hoort hier bij ‘Tag’ in de tijdsbepaling ‘jeden Tag’, die ‘elke dag’ betekent. Je gebruikt deze combinatie om aan te geven dat iets dagelijks gebeurt.
Tag Tag betekent hier ‘dag’. Samen met ‘jeden’ vormt het ‘jeden Tag’, waarmee de dagelijkse herhaling van de spreektaak wordt aangegeven; dit is een veelgebruikt patroon voor dagelijkse gewoonten.
eine eine betekent hier ‘een’ en verwijst naar één kleine spreektaak in ‘eine kleine Sprechaufgabe’. Je gebruikt eine vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je één niet nader bepaald item aanwijst.
kleine kleine betekent hier ‘kleine’ en beschrijft ‘Sprechaufgabe’. In ‘eine kleine Sprechaufgabe’ maakt het duidelijk dat de gekozen oefening beperkt en haalbaar moet zijn; je gebruikt kleine vóór een zelfstandig naamwoord om de omvang te beschrijven.
Sprechaufgabe Sprechaufgabe betekent hier ‘spreektaak’: een taak waarbij je moet spreken. Het woord noemt precies wat er elke dag gekozen wordt in ‘eine kleine Sprechaufgabe’; een bruikbaar patroon is eine kleine + zelfstandig naamwoord.
Wie Wie betekent hier ‘hoe’ en vraagt naar de manier waarop iemand de vooruitgang kan volgen: ‘Wie kann ich meinen Fortschritt verfolgen?’. Je gebruikt Wie aan het begin van een vraag naar een methode of werkwijze.
kann kann betekent hier ‘kan’ en drukt de mogelijkheid uit om iets te doen. In ‘Wie kann ich meinen Fortschritt verfolgen?’ staat kann vóór het onderwerp en staat verfolgen aan het einde; je gebruikt kann + infinitief om te vragen wat mogelijk is.
meinen meinen betekent hier ‘mijn’ en hoort bij ‘Fortschritt’ in ‘meinen Fortschritt’. Je gebruikt deze vorm vóór een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat de vooruitgang van jezelf is.
Fortschritt Fortschritt betekent hier ‘vooruitgang’, dus de verbetering die je tijdens het oefenen maakt. In ‘meinen Fortschritt verfolgen’ is het datgene wat je bijhoudt; deze combinatie is bruikbaar wanneer je ontwikkeling wilt volgen.
verfolgen verfolgen betekent hier ‘bijhouden’ of ‘volgen’ in ‘meinen Fortschritt verfolgen’. Het staat als infinitief na kann in ‘Wie kann ich meinen Fortschritt verfolgen?’; je kunt dit werkwoord gebruiken met iets dat je door de tijd heen observeert.
Nimm Nimm betekent hier ‘neem op’ in de instructie ‘Nimm eine Antwort auf’. Samen met auf vormt het de betekenis ‘een antwoord opnemen’, bijvoorbeeld om het later terug te luisteren; je gebruikt Nimm gevolgd door het op te nemen object en auf.
Antwort Antwort betekent hier ‘antwoord’. In ‘Nimm eine Antwort auf’ is het de gesproken reactie die wordt opgenomen; je kunt Antwort gebruiken voor een reactie op een vraag.
auf auf is hier het scheidbare deel van aufnehmen in ‘Nimm eine Antwort auf’. Samen betekent de uitdrukking ‘een antwoord opnemen’, en auf staat in deze opdracht aan het einde van de zin.
und und betekent ‘en’ en verbindt hier twee opeenvolgende opdrachten: ‘Nimm eine Antwort auf’ en ‘hör sie später noch einmal an’. Je gebruikt und om gelijkwaardige handelingen of zinnen met elkaar te verbinden.
hör hör betekent hier ‘luister’ in de combinatie ‘hör sie später noch einmal an’. Samen met an betekent dit dat je opnieuw naar de opgenomen reactie luistert; je gebruikt Hör gevolgd door wat je beluistert en an aan het einde.
sie sie betekent hier ‘het’ en verwijst terug naar ‘Antwort’ in ‘hör sie später noch einmal an’. Het vervangt het eerder genoemde antwoord, zodat het niet opnieuw hoeft te worden herhaald; je gebruikt sie hier als datgene waarnaar geluisterd wordt.
später später betekent hier ‘later’ en geeft aan dat het luisteren niet meteen hoeft te gebeuren. In ‘hör sie später noch einmal an’ plaatst het de handeling op een later moment; je gebruikt später om naar een later tijdstip te verwijzen.
noch noch draagt hier samen met ‘einmal’ de betekenis ‘nog een keer’ of ‘opnieuw’. In ‘hör sie später noch einmal an’ geeft de combinatie aan dat je opnieuw naar het antwoord luistert; gebruik noch einmal als vaste manier om herhaling uit te drukken.
einmal einmal betekent hier samen met ‘noch’ ‘een keer’. De uitdrukking ‘noch einmal’ betekent ‘nog een keer’ of ‘opnieuw’ en wordt hier gebruikt voor het opnieuw beluisteren van een antwoord.
Diese Diese betekent hier ‘deze’ en verwijst naar de routine die net is voorgesteld: ‘Diese Routine klingt leicht zu befolgen’. Je gebruikt Diese vóór een zelfstandig naamwoord om iets aan te wijzen dat in de huidige context bekend of nabij is.
Routine Routine betekent hier ‘routine’: de vaste werkwijze van een antwoord opnemen en later opnieuw beluisteren. In ‘Diese Routine’ verwijst het woord naar die volledige reeks handelingen; je kunt Routine gebruiken voor een herhaald dagelijks patroon.
klingt klingt betekent hier ‘klinkt’ en geeft een indruk of beoordeling van de routine: ‘Diese Routine klingt leicht zu befolgen’. De vorm hoort bij klingen; een bruikbaar patroon is iets klingt + een beoordeling.
leicht leicht betekent hier ‘gemakkelijk’ en beschrijft hoe uitvoerbaar de routine lijkt. In ‘klingt leicht zu befolgen’ hoort het bij de volledige constructie ‘leicht zu befolgen’; je gebruikt leicht om een handeling als niet moeilijk te beoordelen.
zu zu markeert hier de infinitiefconstructie ‘zu befolgen’, die samen met leicht betekent ‘gemakkelijk te volgen’. Je gebruikt leicht zu + werkwoord om te zeggen dat iets eenvoudig is om te doen.
befolgen befolgen betekent hier ‘volgen’ in ‘leicht zu befolgen’: de routine uitvoeren zoals die is voorgesteld. Het staat na zu en heeft de routine als datgene wat gevolgd wordt; je kunt befolgen gebruiken voor een taak, instructie of routine.
die die betekent hier ‘de’ en hoort bij ‘Aufgabe’ in ‘die Aufgabe’. Je gebruikt die vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je verwijst naar een specifieke taak die in de context al bekend is.
Aufgabe Aufgabe betekent hier ‘taak’ en verwijst naar de kleine spreektaak die dagelijks wordt geoefend. In ‘Halte die Aufgabe kurz’ is het de taak die kort gehouden moet worden; je kunt Aufgabe gebruiken voor een concrete oefening of opdracht.
kurz kurz betekent hier ‘kort’ in de instructie ‘Halte die Aufgabe kurz’. Het beschrijft de gewenste beperkte duur of omvang van de taak; je kunt etwas kurz halten gebruiken om te zeggen dat iets beperkt moet blijven.
wiederhole wiederhole betekent hier ‘herhaal’ en is een aansporing om dezelfde taak opnieuw te doen. In ‘wiederhole sie oft’ verwijst sie naar de taak; je gebruikt wiederhole gevolgd door wat opnieuw gedaan moet worden.
oft oft betekent hier ‘vaak’ en geeft aan dat de taak regelmatig herhaald moet worden. In ‘wiederhole sie oft’ beschrijft het hoe vaak de handeling gebeurt; je gebruikt oft om een hoge herhalingsfrequentie aan te geven.

Grammatica

Trennbare Verben: Präfix am Satzende

Nimm deine Antwort auf und hör sie an.

Nim daj-ne ant-voort auf oent heuur zie an.

Neem je antwoord op en luister ernaar.

Bij scheidbare werkwoorden zoals aufnehmen en anhören staat het voorvoegsel aan het einde van de zin.

Superlativ mit am + -sten

Sprechen in Gesprächen fühlt sich am schwierigsten an.

Sjpree-gen in ge-sjprèè-gen fuult zig am sjwie-rig-sten an.

Spreken in gesprekken voelt het moeilijkst aan.

De overtreffende trap als bijwoord wordt gevormd met am en een uitgang op -sten.

Duits woordenschat

Fähigkeit zelfstandig naamwoord
fèè-ig-kajt vaardigheid

Welche Fähigkeit

flüssig bijwoord
flusig vloeiend

flüssig sprechen

gerade bijwoord
ge-raa-de op dit moment

gerade am schwierigsten

Gespräch zelfstandig naamwoord
ge-sjprèèg gesprek Gesprächen

in kurzen Gesprächen

schwierig bijvoeglijk naamwoord
sjwie-rig moeilijk am schwierigsten

am schwierigsten

setzen werkwoord
zet-tsen stellen

ein Ziel setzen

sich anfühlen werkwoord
zig an-fuu-len aanvoelen fühlt sich ... an

fühlt sich gerade am schwierigsten an

Sprachübung zelfstandig naamwoord
sjpraag-uu-boeng taaloefening Sprachübungen

für meine Sprachübungen

Sprechaufgabe zelfstandig naamwoord
sjpreeg-auf-gaa-be spreektaak

eine kleine Sprechaufgabe

sprechen werkwoord
sjpree-gen spreken

flüssig sprechen

wählen werkwoord
wèè-len kiezen Wähle

Wähle dann

Ziel zelfstandig naamwoord
tsiel doel

ein Ziel

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Vlot spreken in korte gesprekken.

Antwoord tonenFlüssig in kurzen Gesprächen sprechen.

Hoe kan ik mijn vooruitgang bijhouden?

Antwoord tonenWie kann ich meinen Fortschritt verfolgen?

Die routine klinkt makkelijk om te volgen.

Antwoord tonenDiese Routine klingt leicht zu befolgen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gesprek

Antwoord tonenGesprächen

op dit moment

Antwoord tonengerade

vaardigheid

Antwoord tonenFähigkeit

stellen

Antwoord tonensetzen