Een grammaticapatroon begrijpen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a language classroom, two adults discuss a grammar pattern, why a verb form changes, and how to make another example..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een grammaticapatroon begrijpen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Kannst du dieses Grammatikmuster noch einmal erklären?

kanst doe die-zus gramaatiek-moester nog aynmaal er-kleren? Kun je dit grammaticapatroon nog een keer uitleggen?
B

Es zeigt, dass eine Handlung schon abgeschlossen ist.

es tsijkt, das aynuh hand-loeng sjoon ap-guh-sjloosun is(t). Het laat zien dat een handeling al is voltooid.
A

Warum ändert sich das Verb in diesem Satz?

va-roem en-dut zich das verp in die-zum tsats? Waarom verandert het werkwoord in deze zin?
B

Die Form ändert sich, weil das Ereignis vorbei ist.

die form en-dut zich, vail das er-ain-g-nis foor-bai is(t). De vorm verandert omdat de gebeurtenis voorbij is.
A

Kannst du mir noch ein Beispiel geben?

kanst doe mie-uh nog ain bay-sjpiel gee-bun? Kun je me nog een voorbeeld geven?
B

Jemand hat das Buch vor dem Unterricht geöffnet.

jee-mant hat das boech foor deem oen-ter-richt guh-euf-nut. Iemand heeft het boek voor de les geopend.
A

Dadurch ist das Muster leichter zu verstehen.

da-doerch is(t) das moester laich-tuh tsoe fer-sjtee-un. Daardoor is het patroon gemakkelijker te begrijpen.
B

Versuche jetzt, deinen eigenen Satz zu bilden.

fer-tsoe-guh yetst, dai-nun ai-guh-nun tsats tsoe bil-dun. Probeer nu zelf een zin te maken.

Uitleg van de zinnen

  1. Kannst du dieses Grammatikmuster noch einmal erklären?

    Kun je dit grammaticapatroon nog een keer uitleggen?

    Kannst du
    kun je
    dieses
    dit
    Grammatikmuster
    grammaticapatroon
    noch einmal
    nog een keer
    erklären
    uitleggen
    Uitgebreide uitleg

    Kannst du is een herbruikbare vraagconstructie: kannst is de tegenwoordige tijd van können voor du (jij), met de betekenis “kun je”. In een ja-neevraag staat de vervoegde vorm vooraan: Kannst du ...? Het andere werkwoord staat bij deze modale constructie aan het einde in de infinitief. dieses betekent hier “dit” en verwijst naar het grammaticale patroon dat daarna wordt genoemd. De vorm past bij das Grammatikmuster: het zelfstandig naamwoord is onzijdig en staat hier als lijdend voorwerp. Bij een onzijdig zelfstandig naamwoord zijn nominatief en accusatief van dit aanwijzende woord allebei dieses; in andere combinaties kunnen de vormen veranderen, bijvoorbeeld diese Regel. Grammatikmuster is een samenstelling van Grammatik en Muster en betekent “grammaticaal patroon”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Grammatikmuster. Het meervoud heeft dezelfde vorm: die Grammatikmuster. Voorbeeld: Ich sehe ein Grammatikmuster. — “Ik zie een grammaticaal patroon.” noch einmal is een vaste, goed herbruikbare combinatie met de betekenis “nog een keer” of “opnieuw”. noch kan op zichzelf ook “nog” betekenen, maar samen met einmal drukt het hier herhaling uit. Voorbeeld: Sag das noch einmal. — “Zeg dat nog een keer.” erklären betekent “uitleggen”. Dit is de infinitief die na kannst aan het einde van de vraag staat. De vervoegde vorm zonder modaal werkwoord is bijvoorbeeld Du erklärst das. — “Jij legt dat uit.” Na können blijft het hoofdwerkwoord als infinitief staan: Du kannst das erklären. — “Je kunt dat uitleggen.” Samen heeft de zin de vorm Kannst du + dieses Grammatikmuster + noch einmal + erklären?: “Kun je dit grammaticale patroon nog een keer uitleggen?” De spreker vraagt dus om een herhaalde uitleg van het genoemde patroon.

  2. Es zeigt, dass eine Handlung schon abgeschlossen ist.

    Het laat zien dat een handeling al is voltooid.

    zeigt
    laat zien
    Handlung
    handeling
    schon
    al
    abgeschlossen
    voltooid
    Uitgebreide uitleg

    zeigt is de derde persoon enkelvoud van zeigen (“laten zien, tonen”): ich zeige, du zeigst, er/sie/es zeigt. In deze zin is Es het onderwerp van zeigt; de vaste vertaling geeft dat weer met “het”. Handlung betekent hier “handeling”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Handlung; het meervoud is Handlungen. In eine Handlung staat het woord in het enkelvoud en de nominatief, omdat het onderwerp is van ist in de dass-bijzin. Het onbepaalde lidwoord past daarbij als eine; dat drukt hier niet zelfstandig een specifiek aantal uit. schon betekent hier “al”. Het geeft aan dat de voltooiing op het bedoelde moment reeds bereikt is. In deze zin staat het vóór abgeschlossen. abgeschlossen betekent hier “voltooid” of “afgerond”. Het is het voltooid deelwoord van abschließen (“afsluiten, voltooien”), hier gebruikt als predicatieve toestandsbeschrijving bij ist. In deze positie krijgt abgeschlossen geen naamvalsuitgang en verandert het niet mee met Handlung. De combinatie abgeschlossen ist betekent in deze bijzin “voltooid is”. ist is de derde persoon enkelvoud van sein. Omdat dit een Duitse dass-bijzin is, staat het vervoegde werkwoord achteraan: abgeschlossen ist. Bijvoorbeeld: Die Tür ist abgeschlossen. — “De deur is op slot.” De structuur Es zeigt, dass ... betekent “Het laat zien dat ...”. Binnen de dass-bijzin vormen eine Handlung, schon, abgeschlossen en ist samen de betekenis “dat een handeling al voltooid is”. De volledige zin betekent daarom: “Het laat zien dat een handeling al is voltooid.”

  3. Warum ändert sich das Verb in diesem Satz?

    Waarom verandert het werkwoord in deze zin?

    Warum
    waarom
    ändert sich
    verandert
    Verb
    werkwoord
    diesem
    deze
    Satz
    zin
    Uitgebreide uitleg

    Warum vraagt naar de reden: “waarom?”. Het staat hier aan het begin van de vraag. Vergelijkbaar is wie? (“hoe?”), maar warum? vraagt specifiek naar een oorzaak of reden. ändert sich komt van sich ändern (“veranderen”). ändert is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, van ändern; sich hoort bij de constructie sich ändern. Het onderwerp is hier das Verb, dus de vorm is enkelvoud: Das Verb ändert sich. In de context gaat het om een verandering van vorm, niet om het vervangen van het werkwoord door een ander werkwoord. Verb is het zelfstandig naamwoord voor een werkwoord. Het is onzijdig: das Verb; het meervoud is die Verben. In deze zin is das Verb het onderwerp van ändert sich. diesem betekent hier “deze” en staat in de datief enkelvoud. De datief wordt hier veroorzaakt door de plaatsbetekenis van in: in diesem Satz betekent “in deze zin”. diesem past bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Satz in het Duits; de vorm van het aanwijzende woord wordt dus bepaald door naamval, getal en grammaticaal geslacht. Satz betekent “zin”. Het is mannelijk: der Satz; na in met een plaatsbetekenis staat het hier in de datief: in dem Satz of, met het aanwijzende woord, in diesem Satz. Het meervoud is Sätze. Samen vormen de delen de vraag: Warum vraagt naar de reden, ändert sich das Verb betekent “verandert het werkwoord”, en in diesem Satz bepaalt waar die verandering plaatsvindt. De volledige betekenis is: “Waarom verandert het werkwoord in deze zin?”

  4. Die Form ändert sich, weil das Ereignis vorbei ist.

    De vorm verandert omdat de gebeurtenis voorbij is.

    Form
    vorm
    ändert sich
    verandert
    weil
    omdat
    Ereignis
    gebeurtenis
    vorbei
    voorbij
    Uitgebreide uitleg

    Form betekent hier “vorm”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Form; het meervoud is die Formen. In die Form staat het woord in het vrouwelijk enkelvoud. Die is echter niet op zichzelf een uniek teken voor enkelvoud, want hetzelfde lidwoord komt ook bij meervoud voor. ändert sich komt van sich ändern, “veranderen”. ändert is de derde persoon enkelvoud van ändern in de tegenwoordige tijd; het onderwerp is die Form. sich hoort bij dit wederkerende werkwoord en verwijst hier niet naar een apart genoemde persoon. Voorbeeld: Die Farbe ändert sich. — “De kleur verandert.” weil leidt een redengevende bijzin in: “omdat”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Daarom staat ist aan het einde van het deel weil das Ereignis vorbei ist. Ereignis betekent “gebeurtenis”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Ereignis; het meervoud is die Ereignisse. In deze zin is das Ereignis het onderwerp van de bijzin. Voorbeeld: Das Ereignis beginnt heute. — “De gebeurtenis begint vandaag.” vorbei betekent hier “voorbij” of “afgelopen”. Het beschrijft samen met ist de toestand van das Ereignis: vorbei sein betekent “voorbij zijn”. Vorbei blijft in deze constructie onveranderd; ist is de derde persoon enkelvoud van sein. Voorbeeld: Der Film ist vorbei. — “De film is afgelopen.” De hoofdzin Die Form ändert sich zegt dat de vorm verandert. De bijzin begint met weil en geeft de reden: das Ereignis vorbei ist, “de gebeurtenis voorbij is”. Samen betekent de volledige zin: “De vorm verandert omdat de gebeurtenis voorbij is.”

  5. Kannst du mir noch ein Beispiel geben?

    Kun je me nog een voorbeeld geven?

    Kannst du
    kun je
    mir
    me / mij
    noch
    nog
    Beispiel
    voorbeeld
    geben
    geven
    Uitgebreide uitleg

    Kannst du is een vaste vraagopbouw met können (“kunnen”) in de vorm kannst voor du (“jij”). Het onderwerp staat hier expliciet in du; kannst drukt mogelijkheid of een verzoek uit. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde. Voorbeeld: Kannst du warten? — “Kun je wachten?” mir is de datiefvorm van ich (“ik”) en betekent hier “mij” als ontvanger van iets. De persoonlijke voornaamwoorden hebben verschillende vormen per grammaticale rol: ich is de vorm voor het onderwerp, mir voor de datief. In deze zin is de bedoelde ontvanger de spreker. Voorbeeld: Gib mir das Buch. — “Geef mij het boek.” noch betekent hier “nog” in de betekenis “nog een” of “een extra”. Het verwijst dus naar een bijkomend voorbeeld, niet naar voortduring in de tijd. De combinatie noch ein/eine ... is een bruikbaar patroon voor “nog een ...”. Beispiel is een zelfstandig naamwoord en betekent “voorbeeld”. Het heeft het grammaticale geslacht onzijdig: das Beispiel; na ein verschijnt hier de vorm ein Beispiel. Het meervoud is Beispiele. Voorbeeld: Das ist ein gutes Beispiel. — “Dat is een goed voorbeeld.” geben is het werkwoord “geven”. Hier staat het in de infinitief, omdat kannst het vervoegde modale werkwoord is. In een gewone hoofdzin zonder modaal werkwoord krijgt geben bijvoorbeeld de persoonsvorm gibt bij er/sie/es: Sie gibt mir ein Beispiel. — “Zij geeft mij een voorbeeld.” Samen vormt de zin het patroon Kannst du + datiefpersoon + noch ein + zelfstandig naamwoord + infinitief?. Kannst du maakt er een verzoek om mogelijkheid of hulp van, mir noemt de ontvanger, noch ein Beispiel betekent “nog een voorbeeld”, en geben benoemt de gevraagde handeling. De volledige betekenis is: “Kun je me nog een voorbeeld geven?”

  6. Jemand hat das Buch vor dem Unterricht geöffnet.

    Iemand heeft het boek voor de les geopend.

    Jemand hat
    iemand heeft
    Buch
    boek
    vor dem
    voor de
    Unterricht
    les
    geöffnet
    geopend
    Uitgebreide uitleg

    Jemand hat betekent hier dat een niet nader genoemde persoon iets heeft gedaan. Jemand is een onbepaald voornaamwoord: “iemand”. hat is de tegenwoordige vorm van haben bij de derde persoon enkelvoud. Samen met het voltooid deelwoord vormt het het Perfekt, een veelgebruikte verleden tijd in gesproken Duits. Buch betekent “boek”. Het volledige naamwoordgroepje is das Buch: das hoort bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Buch. In deze zin is das Buch het lijdend voorwerp van geöffnet; daarom staat het in de accusatief, maar bij dit onzijdige lidwoord blijft de vorm das hetzelfde. vor dem betekent hier “voor de”, in de tijdsbetekenis. Bij een tijdstip of periode gebruikt vor de datief: dem Unterricht is de datiefvorm van het mannelijke zelfstandig naamwoord der Unterricht. Dit is iets anders dan een plaatsbetekenis zoals “vóór het gebouw”; de precieze betekenis volgt uit de context. Unterricht betekent “les” of “onderwijs”. Het woord is mannelijk: der Unterricht. Een bruikbaar voorbeeld is: Vor dem Unterricht lese ich. — “Voor de les lees ik.” geöffnet is het voltooid deelwoord van öffnen, “openen”. Dit is een regelmatige vorm: öffnen – geöffnet, met ge- en de uitgang -et. In deze zin betekent het dat de niet nader genoemde persoon het boek heeft geopend. De zin bouwt dus op als Jemand hat + das Buch + vor dem Unterricht + geöffnet: “Iemand heeft het boek voor de les geopend.” De tijdsbepaling vor dem Unterricht maakt duidelijk dat het openen vóór de les plaatsvond.

  7. Dadurch ist das Muster leichter zu verstehen.

    Daardoor is het patroon gemakkelijker te begrijpen.

    Dadurch
    daardoor
    ist
    is
    Muster
    patroon
    leichter
    gemakkelijker
    zu verstehen
    te begrijpen
    Uitgebreide uitleg

    Dadurch betekent hier ‘daardoor’ en verwijst naar een voorafgaande omstandigheid of handeling als oorzaak van het volgende resultaat. Het is een pronominaal bijwoord: da- verwijst naar iets dat uit de context komt en durch drukt het middel of de oorzaak uit. Een bruikbaar patroon is Dadurch ist ... — ‘Daardoor is ...’. ist is de tegenwoordige tijd van sein bij het enkelvoudige onderwerp van de zin. De volledige vervoeging in de tegenwoordige tijd is sein: ich bin, du bist, er/sie/es ist, wir sind, ihr seid, sie/Sie sind. Hier verbindt ist het onderwerp met een beschrijving van de toestand. Muster betekent hier ‘patroon’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Muster. Het meervoud heeft dezelfde vorm: die Muster; het lidwoord maakt dan het verschil zichtbaar. Voorbeeld: Ich sehe ein Muster. — ‘Ik zie een patroon.’ leichter is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord leicht (‘gemakkelijk’): leicht — leichter — am leichtesten. Het beschrijft hier dat iets gemakkelijker is dan zonder de genoemde omstandigheid of dan een andere mogelijkheid; die vergelijking hoeft niet expliciet genoemd te worden. Leichter is dus geen vorm van Muster, maar een verbogen vorm van leicht als naamwoordelijk deel van de zin. zu verstehen bestaat uit verstehen (‘begrijpen’) met zu voor het infinitief. In etwas ist leichter zu verstehen betekent deze combinatie dat iets gemakkelijker te begrijpen is. Het patroon etwas ist ... zu + infinitief kan een eigenschap of praktische mogelijkheid uitdrukken. Voorbeeld: Der Text ist schwer zu verstehen. — ‘De tekst is moeilijk te begrijpen.’ Samen betekent Dadurch ist das Muster leichter zu verstehen: ‘Daardoor is het patroon gemakkelijker te begrijpen.’ Dadurch geeft de aanleiding aan; das Muster is datgene waarvan de begrijpelijkheid wordt beschreven; ist leichter zu verstehen zegt dat het begrijpen ervan gemakkelijker is. De voorafgaande context ondersteunt een verband met de eerder genoemde handeling, zonder dat de Duitse zin die handeling opnieuw noemt.

  8. Versuche jetzt, deinen eigenen Satz zu bilden.

    Probeer nu zelf een zin te maken.

    Versuche
    probeer
    jetzt
    nu
    deinen
    je/jouw
    eigenen
    eigen; zelf
    Satz
    zin
    zu bilden
    vormen; maken
    Uitgebreide uitleg

    Versuche is hier de gebiedende wijs van versuchen voor één aangesproken persoon in de informele vorm: “probeer”. De vorm hoort bij de opdracht aan de lezer. Bijvoorbeeld: Versuche es noch einmal. — “Probeer het nog een keer.” jetzt betekent “nu” en geeft het moment van de opdracht aan. Het verandert niet mee met persoon of getal. deinen is de bezittelijke vorm van dein (“je/jouw”). Hier staat hij bij Satz, dat mannelijk is en in deze zin de vierde naamval heeft: dein Satz wordt deinen Satz. De vorm deinen drukt dus bezit uit en niet op zichzelf een aantal. eigenen betekent hier “eigen” in de betekenis van iets dat van de aangesproken persoon zelf is. Het bijvoeglijk naamwoord staat vóór het zelfstandig naamwoord en krijgt de uitgang -en in deze woordgroep: deinen eigenen Satz. De combinatie benadrukt dat de zin van de aangesproken persoon zelf is. Satz betekent “zin”. Het meervoud is Sätze; dat is een andere vorm dan het enkelvoud in de vaste zin. Bijvoorbeeld: Der Satz ist kurz. — “De zin is kort.” zu bilden bestaat uit bilden (“vormen”, “maken”) met zu. Na versuchen geeft deze zu-infinitief aan wat iemand probeert te doen. bilden is de infinitief; zu bilden is de vorm die hier bij versuchen hoort. Bijvoorbeeld: Versuche, einen Satz zu bilden. — “Probeer een zin te maken.” Samen betekent Versuche jetzt “Probeer nu”, en deinen eigenen Satz zu bilden “je eigen zin te maken”. De volledige uiting is dus: “Probeer nu zelf een zin te maken.” Het bevelkarakter komt van de gebiedende wijs Versuche; de punt sluit de geschreven zin af.

Grammatica

weil + werkwoord aan het einde

weil sich die Form ändert

vail zich die form en-dut

omdat de vorm verandert

In een bijzin met weil staat het vervoegde werkwoord aan het einde: weil sich die Form ändert.

versuchen, ... zu + Infinitiv

Versuche jetzt, ein eigenes Muster zu bilden.

fer-tsoe-guh yetst, ain ai-guh-nus moester tsoe bil-dun

Probeer nu een eigen patroon te vormen.

Na versuchen gebruik je zu + infinitief voor wat je probeert te doen: zu bilden.

Duits woordenschat

abgeschlossen bijvoeglijk naamwoord
ap-guh-sjloosun voltooid
Ereignis zelfstandig naamwoord
er-ain-g-nis gebeurtenis
erklären werkwoord
er-kleren uitleggen
Form zelfstandig naamwoord
form vorm
Grammatikmuster zelfstandig naamwoord
gramaatiek-moester grammaticapatroon

dieses Grammatikmuster

Handlung zelfstandig naamwoord
hand-loeng handeling
noch einmal bijwoord
nog aynmaal nog een keer
Satz zelfstandig naamwoord
tsats zin

in diesem Satz

sich ändern werkwoord
zich en-dun veranderen ändert sich
Verb zelfstandig naamwoord
verp werkwoord
weil voegwoord
vail omdat
zeigen werkwoord
tsijken laten zien zeigt

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

zin

Antwoord tonenSatz

uitleggen

Antwoord tonenerklären

laten zien

Antwoord tonenzeigt

werkwoord

Antwoord tonenVerb