Voorbereiden op een korte toets | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a language classroom, two adults prepare for a short test by choosing what to review and trying practice questions..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Voorbereiden op een korte toets oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Wir schreiben bald einen kurzen Test, oder?

Vie-a sjraibun balt ainen koertsun test, ooda? We hebben binnenkort een korte toets, toch?
B

Er behandelt die wichtigsten Abschnitte aus dieser Einheit.

Ee-a beh-handult dee viechtigstun ap-sjnit-tuh oows dee-zuh ain-hait. Die behandelt de belangrijkste onderdelen uit deze unit.
A

Welchen Abschnitt soll ich zuerst wiederholen?

Velchun ap-sjnit zol ich tsoo-eerst vee-duh-ho-lun? Welk onderdeel moet ik eerst herhalen?
B

Beginne mit dem Hörverstehen, weil es sich meistens auf deine Punktzahl auswirkt.

Beh-ginuh mit deem heur-fair-sjtee-un, vail es zich mais-tuns oowf dai-nuh poeng-tsaal oows-wirkt. Begin met luisteren, want dat heeft meestal invloed op je score.
A

Können wir zusammen ein paar Übungsfragen machen?

Keunun vie-a tsoo-zamun ain paar uu-boengs-fraa-gun makhun? Kunnen we samen een paar oefenvragen proberen?
B

Wir können ein paar kurze Fragen nehmen und jede Antwort überprüfen.

Vie-a keunun ain paar koertsuh fraa-gun neemun oent yee-duh ant-vort uu-buh-pruu-fun. We kunnen een paar korte vragen gebruiken en elk antwoord controleren.
A

Ich überprüfe meine Fehler nach jeder Frage.

Ich uu-buh-pruu-fuh mai-nuh fee-luh naach yee-duh fraa-guh. Ik bekijk mijn fouten na elke vraag.
B

Das sollte dir bei der Vorbereitung helfen.

Das zol-tuh die-a bai dee-a foa-buh-rai-toeng hel-fun. Dat zou je moeten helpen om je voor te bereiden.

Woord voor woord

Wir Wir betekent hier ‘wij’ en is het onderwerp van Wir schreiben. Het verwijst naar de spreker en de andere persoon samen.
schreiben In Wir schreiben bald einen kurzen Test betekent schreiben hier ‘een toets maken’. Na een onderwerp kan schrijven ook in deze betekenis met een toets worden gebruikt.
bald Bald betekent hier ‘binnenkort’: de toets vindt binnenkort plaats. Het is een tijdsaanduiding in Wir schreiben bald einen kurzen Test.
einen Einen is hier het onbepaalde lidwoord in einen kurzen Test: ‘een’. Het hoort bij het mannelijke woord Test in deze woordgroep.
kurzen Kurzen betekent ‘korte’ in einen kurzen Test. De vorm kurzen hoort bij Test en staat direct ervoor.
Test Test betekent hier ‘toets’. In einen kurzen Test gaat het om de korte toets die binnenkort wordt gemaakt.
oder Oder betekent hier niet ‘of’ tussen twee keuzes, maar vraagt aan het einde van Wir schreiben bald einen kurzen Test, oder? om bevestiging. Je gebruikt deze vorm ook vaak als korte bevestigingsvraag achter een mededeling.
Er Er betekent hier ‘hij’, maar verwijst in Er behandelt die wichtigsten Abschnitte naar de toets, omdat Test mannelijk is. Het staat als onderwerp aan het begin van de zin.
behandelt Behandelt betekent hier ‘behandelt’ of ‘gaat over’: de toets gaat over de belangrijkste onderdelen. In Er behandelt die wichtigsten Abschnitte is de toets het onderwerp van behandelt.
die Die is hier het bepaalde lidwoord bij het meervoudige woord Abschnitte: ‘de’. Het staat in die wichtigsten Abschnitte.
wichtigsten Wichtigsten betekent ‘belangrijkste’ in die wichtigsten Abschnitte. Het geeft aan dat deze onderdelen binnen de unit als het belangrijkst worden gekozen.
Abschnitte Abschnitte betekent hier ‘onderdelen’ of ‘secties’. Het is de meervoudsvorm van Abschnitt en staat in die wichtigsten Abschnitte.
aus Aus betekent hier ‘uit’ en geeft aan waar de onderdelen vandaan komen: uit deze unit. De volledige woordgroep is aus dieser Einheit.
dieser Dieser betekent hier ‘deze’ in aus dieser Einheit. De vorm dieser hoort bij Einheit na aus.
Einheit Einheit betekent hier ‘lesunit’ of ‘eenheid’. In aus dieser Einheit verwijst het naar de unit waarin de onderdelen staan.
Welchen Welchen betekent hier ‘welke’ en vraagt om een keuze uit de onderdelen. In Welchen Abschnitt soll ich zuerst wiederholen? hoort het bij Abschnitt.
Abschnitt Abschnitt betekent hier ‘onderdeel’ of ‘sectie’ van de lesunit. In Welchen Abschnitt gaat het om één onderdeel dat eerst herhaald moet worden.
soll Soll drukt hier uit dat de spreker wil weten wat hij het beste moet doen: Welchen Abschnitt soll ich zuerst wiederholen? Het staat samen met het werkwoord wiederholen.
ich Ich betekent ‘ik’ en verwijst naar de spreker. In soll ich eerst is ich degene die het onderdeel zal herhalen; hetzelfde voornaamwoord staat ook in Ich überprüfe meine Fehler.
zuerst Zuerst betekent ‘eerst’ en geeft de volgorde aan. In soll ich zuerst wiederholen vraagt de spreker welk onderdeel hij als eerste moet herhalen.
wiederholen Wiederholen betekent hier ‘herhalen’ of ‘stof opnieuw doornemen’. Het staat aan het einde van Welchen Abschnitt soll ich zuerst wiederholen na soll.
Beginne Beginne betekent hier ‘begin’ en is een aansporing om te starten. In Beginne mit dem Hörverstehen zegt de spreker waarmee de ander moet beginnen.
mit Mit betekent hier ‘met’ en introduceert waarmee iemand begint. De constructie in Beginne mit dem Hörverstehen geeft het startonderdeel aan.
dem Dem betekent hier ‘het’ in dem Hörverstehen. Deze vorm hoort bij Hörverstehen na mit.
Hörverstehen Hörverstehen betekent hier ‘luisterbegrip’ of ‘luistervaardigheid’. In Beginne mit dem Hörverstehen is het de eerste leeractiviteit die wordt aangeraden.
weil Weil betekent ‘omdat’ en leidt de reden voor het advies in. In weil es sich meistens auf deine Punktzahl auswirkt staat het werkwoord auswirkt aan het einde van de bijzin.
es Es betekent hier ‘het’ en verwijst naar het Hörverstehen. In weil es sich meistens auf deine Punktzahl auswirkt is es het onderwerp van de bijzin.
sich Sich hoort hier bij sich auf etwas auswirken. Samen met auf en het genoemde gevolg drukt deze combinatie uit dat iets invloed heeft op iets anders.
meistens Meistens betekent ‘meestal’ en geeft aan dat het effect doorgaans optreedt. Het staat in weil es sich meistens auf deine Punktzahl auswirkt.
auf Auf hoort hier bij de combinatie sich auf etwas auswirken, die betekent dat iets invloed heeft op iets. In de dialoog volgt daarop auf deine Punktzahl.
deine Deine betekent ‘jouw’ en geeft aan dat de Punktzahl van de aangesproken persoon is. Het staat direct voor deine Punktzahl.
Punktzahl Punktzahl betekent ‘score’ of ‘aantal punten’. In deine Punktzahl gaat het om het resultaat dat de leerling op de toets behaalt.
auswirkt Auswirkt betekent hier ‘invloed heeft op’ in sich meistens auf deine Punktzahl auswirkt. Het werkwoord staat aan het einde van de weil-bijzin.
Können Können betekent hier ‘kunnen’ en vraagt naar de mogelijkheid om samen iets te doen. Können staat aan het begin van de vraag; dezelfde werkwoordsvorm verschijnt in normale schrijfwijze als können.
zusammen Zusammen betekent ‘samen’. In Können wir zusammen ein paar Übungsfragen machen? geeft het aan dat beide personen de oefening gezamenlijk doen.
ein Ein maakt hier samen met paar de hoeveelheid uit: ein paar betekent ‘enkele’ of ‘een paar’. In ein paar Übungsfragen verwijst het naar een kleine hoeveelheid oefenvragen.
paar Paar draagt in ein paar bij aan de betekenis ‘enkele’ of ‘een paar’. Dezelfde hoeveelheid staat ook in ein paar kurze Fragen.
Übungsfragen Übungsfragen betekent ‘oefenvragen’. In ein paar Übungsfragen machen gaat het om vragen waarmee de cursisten voor de toets oefenen.
machen Machen betekent hier ‘doen’ of ‘maken’ in de uitdrukking ein paar Übungsfragen machen. Het verwijst naar het maken van oefenvragen, niet naar het vervaardigen van vragen.
kurze Kurze betekent ‘korte’ in ein paar kurze Fragen. Het beschrijft de lengte of omvang van de vragen.
Fragen Fragen betekent hier ‘vragen’. Het is het meervoud van Frage en staat in ein paar kurze Fragen.
nehmen Nehmen betekent hier ‘nemen’ in de betekenis ‘gebruiken’ of ‘kiezen’: een paar korte vragen gebruiken. Het staat in Wir können ein paar kurze Fragen nehmen naast überprüfen.
und Und betekent ‘en’ en verbindt de twee handelingen in Wir können ein paar kurze Fragen nehmen und jede Antwort überprüfen. Beide handelingen horen bij hetzelfde voorstel.
jede Jede betekent hier ‘elke’ en bepaalt het woord Antwort. In jede Antwort überprüfen gaat het om alle antwoorden, één voor één.
Antwort Antwort betekent ‘antwoord’. In jede Antwort überprüfen gaat het om elk antwoord dat bij een oefenvraag hoort.
überprüfen Überprüfen betekent hier ‘controleren’ of ‘nakijken’. In jede Antwort überprüfen gaat het om het controleren van elk antwoord na het maken van de vragen.
überprüfe Überprüfe betekent hier ‘ik controleer’ of ‘ik kijk na’ in Ich überprüfe meine Fehler. De vorm is aangepast aan het onderwerp ich en staat voor het object meine Fehler.
meine Meine betekent ‘mijn’ en geeft aan dat de Fehler van de spreker zijn. In meine Fehler staat het direct voor Fehler.
Fehler Fehler betekent hier ‘fouten’. In Ich überprüfe meine Fehler verwijst het naar de fouten die de spreker tijdens het oefenen heeft gemaakt.
nach Nach betekent hier ‘na’ en geeft een tijdsvolgorde aan. In nach jeder Frage controleert de spreker zijn fouten nadat elke vraag is behandeld.
jeder Jeder betekent hier ‘elke’ en bepaalt Frage in nach jeder Frage. Het maakt duidelijk dat de handeling na iedere afzonderlijke vraag gebeurt.
Frage Frage betekent ‘vraag’. In nach jeder Frage gaat het om één vraag per keer.
Das Das betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de voorgestelde manier van oefenen en nakijken. In Das sollte dir bei der Vorbereitung helfen staat het als onderwerp.
sollte Sollte drukt hier een voorzichtige verwachting uit: de aanpak zou moeten helpen. De volledige zin is Das sollte dir bei der Vorbereitung helfen.
dir Dir betekent hier ‘jou’ of ‘aan jou’. In Das sollte dir bei der Vorbereitung helfen is dir degene die de hulp ontvangt.
bei Bei betekent hier ‘bij’ of ‘tijdens’ en geeft de activiteit aan waarbij iets helpt. In bei der Vorbereitung verwijst het naar het voorbereiden op de toets.
der Der betekent hier ‘de’ in der Vorbereitung. Deze vorm hoort bij Vorbereitung na bei.
Vorbereitung Vorbereitung betekent ‘voorbereiding’. In bei der Vorbereitung helpen de voorgestelde oefeningen bij het voorbereiden op de toets.
helfen Helfen betekent ‘helpen’. In Das sollte dir bei der Vorbereitung helfen staat dir voor de persoon die door de voorbereiding wordt geholpen.

Grammatica

sich auswirken: wirkt sich ... aus

Das wirkt sich aus.

Das virkt zich oows.

Dat heeft invloed.

Dit is een scheidbaar werkwoord: sich auswirken wordt in de hoofdzin gesplitst in wirkt sich ... aus.

wichtig → wichtigsten

die wichtigsten Abschnitte

Dee vichtichstun ap-sjnit-tuh

de belangrijkste onderdelen

De overtreffende trap van wichtig is am wichtigsten; vóór een zelfstandig naamwoord krijgt hij een uitgang: wichtigsten.

Duits woordenschat

Abschnitt zelfstandig naamwoord
ap-sjnit onderdeel
bald bijwoord
balt binnenkort
behandeln werkwoord
beh-handuln behandelen behandelt
Einheit zelfstandig naamwoord
ain-hait eenheid
Hörverstehen zelfstandig naamwoord
heur-fair-sjtee-un luistervaardigheid
Punktzahl zelfstandig naamwoord
poeng-tsaal score
schreiben werkwoord
sjraibun een toets maken
sich auswirken werkwoord
zich oows-wir-kun invloed hebben op wirkt sich ... aus
Test zelfstandig naamwoord
test toets
wichtig bijvoeglijk naamwoord
vich-tich belangrijk wichtigsten
wiederholen werkwoord
vee-duh-ho-lun herhalen
zuerst bijwoord
tsoo-eerst eerst

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Welk onderdeel moet ik eerst herhalen?

Antwoord tonenWelchen Abschnitt soll ich zuerst wiederholen?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

herhalen

Antwoord tonenwiederholen

behandelen

Antwoord tonenbehandelt

eenheid

Antwoord tonenEinheit

een toets maken

Antwoord tonenschreiben