Wir
Wir betekent hier ‘wij’ en is het onderwerp van Wir schreiben. Het verwijst naar de spreker en de andere persoon samen.
schreiben
In Wir schreiben bald einen kurzen Test betekent schreiben hier ‘een toets maken’. Na een onderwerp kan schrijven ook in deze betekenis met een toets worden gebruikt.
bald
Bald betekent hier ‘binnenkort’: de toets vindt binnenkort plaats. Het is een tijdsaanduiding in Wir schreiben bald einen kurzen Test.
einen
Einen is hier het onbepaalde lidwoord in einen kurzen Test: ‘een’. Het hoort bij het mannelijke woord Test in deze woordgroep.
kurzen
Kurzen betekent ‘korte’ in einen kurzen Test. De vorm kurzen hoort bij Test en staat direct ervoor.
Test
Test betekent hier ‘toets’. In einen kurzen Test gaat het om de korte toets die binnenkort wordt gemaakt.
oder
Oder betekent hier niet ‘of’ tussen twee keuzes, maar vraagt aan het einde van Wir schreiben bald einen kurzen Test, oder? om bevestiging. Je gebruikt deze vorm ook vaak als korte bevestigingsvraag achter een mededeling.
Er
Er betekent hier ‘hij’, maar verwijst in Er behandelt die wichtigsten Abschnitte naar de toets, omdat Test mannelijk is. Het staat als onderwerp aan het begin van de zin.
behandelt
Behandelt betekent hier ‘behandelt’ of ‘gaat over’: de toets gaat over de belangrijkste onderdelen. In Er behandelt die wichtigsten Abschnitte is de toets het onderwerp van behandelt.
die
Die is hier het bepaalde lidwoord bij het meervoudige woord Abschnitte: ‘de’. Het staat in die wichtigsten Abschnitte.
wichtigsten
Wichtigsten betekent ‘belangrijkste’ in die wichtigsten Abschnitte. Het geeft aan dat deze onderdelen binnen de unit als het belangrijkst worden gekozen.
Abschnitte
Abschnitte betekent hier ‘onderdelen’ of ‘secties’. Het is de meervoudsvorm van Abschnitt en staat in die wichtigsten Abschnitte.
aus
Aus betekent hier ‘uit’ en geeft aan waar de onderdelen vandaan komen: uit deze unit. De volledige woordgroep is aus dieser Einheit.
dieser
Dieser betekent hier ‘deze’ in aus dieser Einheit. De vorm dieser hoort bij Einheit na aus.
Einheit
Einheit betekent hier ‘lesunit’ of ‘eenheid’. In aus dieser Einheit verwijst het naar de unit waarin de onderdelen staan.
Welchen
Welchen betekent hier ‘welke’ en vraagt om een keuze uit de onderdelen. In Welchen Abschnitt soll ich zuerst wiederholen? hoort het bij Abschnitt.
Abschnitt
Abschnitt betekent hier ‘onderdeel’ of ‘sectie’ van de lesunit. In Welchen Abschnitt gaat het om één onderdeel dat eerst herhaald moet worden.
soll
Soll drukt hier uit dat de spreker wil weten wat hij het beste moet doen: Welchen Abschnitt soll ich zuerst wiederholen? Het staat samen met het werkwoord wiederholen.
ich
Ich betekent ‘ik’ en verwijst naar de spreker. In soll ich eerst is ich degene die het onderdeel zal herhalen; hetzelfde voornaamwoord staat ook in Ich überprüfe meine Fehler.
zuerst
Zuerst betekent ‘eerst’ en geeft de volgorde aan. In soll ich zuerst wiederholen vraagt de spreker welk onderdeel hij als eerste moet herhalen.
wiederholen
Wiederholen betekent hier ‘herhalen’ of ‘stof opnieuw doornemen’. Het staat aan het einde van Welchen Abschnitt soll ich zuerst wiederholen na soll.
Beginne
Beginne betekent hier ‘begin’ en is een aansporing om te starten. In Beginne mit dem Hörverstehen zegt de spreker waarmee de ander moet beginnen.
mit
Mit betekent hier ‘met’ en introduceert waarmee iemand begint. De constructie in Beginne mit dem Hörverstehen geeft het startonderdeel aan.
dem
Dem betekent hier ‘het’ in dem Hörverstehen. Deze vorm hoort bij Hörverstehen na mit.
Hörverstehen
Hörverstehen betekent hier ‘luisterbegrip’ of ‘luistervaardigheid’. In Beginne mit dem Hörverstehen is het de eerste leeractiviteit die wordt aangeraden.
weil
Weil betekent ‘omdat’ en leidt de reden voor het advies in. In weil es sich meistens auf deine Punktzahl auswirkt staat het werkwoord auswirkt aan het einde van de bijzin.
es
Es betekent hier ‘het’ en verwijst naar het Hörverstehen. In weil es sich meistens auf deine Punktzahl auswirkt is es het onderwerp van de bijzin.
sich
Sich hoort hier bij sich auf etwas auswirken. Samen met auf en het genoemde gevolg drukt deze combinatie uit dat iets invloed heeft op iets anders.
meistens
Meistens betekent ‘meestal’ en geeft aan dat het effect doorgaans optreedt. Het staat in weil es sich meistens auf deine Punktzahl auswirkt.
auf
Auf hoort hier bij de combinatie sich auf etwas auswirken, die betekent dat iets invloed heeft op iets. In de dialoog volgt daarop auf deine Punktzahl.
deine
Deine betekent ‘jouw’ en geeft aan dat de Punktzahl van de aangesproken persoon is. Het staat direct voor deine Punktzahl.
Punktzahl
Punktzahl betekent ‘score’ of ‘aantal punten’. In deine Punktzahl gaat het om het resultaat dat de leerling op de toets behaalt.
auswirkt
Auswirkt betekent hier ‘invloed heeft op’ in sich meistens auf deine Punktzahl auswirkt. Het werkwoord staat aan het einde van de weil-bijzin.
Können
Können betekent hier ‘kunnen’ en vraagt naar de mogelijkheid om samen iets te doen. Können staat aan het begin van de vraag; dezelfde werkwoordsvorm verschijnt in normale schrijfwijze als können.
zusammen
Zusammen betekent ‘samen’. In Können wir zusammen ein paar Übungsfragen machen? geeft het aan dat beide personen de oefening gezamenlijk doen.
ein
Ein maakt hier samen met paar de hoeveelheid uit: ein paar betekent ‘enkele’ of ‘een paar’. In ein paar Übungsfragen verwijst het naar een kleine hoeveelheid oefenvragen.
paar
Paar draagt in ein paar bij aan de betekenis ‘enkele’ of ‘een paar’. Dezelfde hoeveelheid staat ook in ein paar kurze Fragen.
Übungsfragen
Übungsfragen betekent ‘oefenvragen’. In ein paar Übungsfragen machen gaat het om vragen waarmee de cursisten voor de toets oefenen.
machen
Machen betekent hier ‘doen’ of ‘maken’ in de uitdrukking ein paar Übungsfragen machen. Het verwijst naar het maken van oefenvragen, niet naar het vervaardigen van vragen.
kurze
Kurze betekent ‘korte’ in ein paar kurze Fragen. Het beschrijft de lengte of omvang van de vragen.
Fragen
Fragen betekent hier ‘vragen’. Het is het meervoud van Frage en staat in ein paar kurze Fragen.
nehmen
Nehmen betekent hier ‘nemen’ in de betekenis ‘gebruiken’ of ‘kiezen’: een paar korte vragen gebruiken. Het staat in Wir können ein paar kurze Fragen nehmen naast überprüfen.
und
Und betekent ‘en’ en verbindt de twee handelingen in Wir können ein paar kurze Fragen nehmen und jede Antwort überprüfen. Beide handelingen horen bij hetzelfde voorstel.
jede
Jede betekent hier ‘elke’ en bepaalt het woord Antwort. In jede Antwort überprüfen gaat het om alle antwoorden, één voor één.
Antwort
Antwort betekent ‘antwoord’. In jede Antwort überprüfen gaat het om elk antwoord dat bij een oefenvraag hoort.
überprüfen
Überprüfen betekent hier ‘controleren’ of ‘nakijken’. In jede Antwort überprüfen gaat het om het controleren van elk antwoord na het maken van de vragen.
überprüfe
Überprüfe betekent hier ‘ik controleer’ of ‘ik kijk na’ in Ich überprüfe meine Fehler. De vorm is aangepast aan het onderwerp ich en staat voor het object meine Fehler.
meine
Meine betekent ‘mijn’ en geeft aan dat de Fehler van de spreker zijn. In meine Fehler staat het direct voor Fehler.
Fehler
Fehler betekent hier ‘fouten’. In Ich überprüfe meine Fehler verwijst het naar de fouten die de spreker tijdens het oefenen heeft gemaakt.
nach
Nach betekent hier ‘na’ en geeft een tijdsvolgorde aan. In nach jeder Frage controleert de spreker zijn fouten nadat elke vraag is behandeld.
jeder
Jeder betekent hier ‘elke’ en bepaalt Frage in nach jeder Frage. Het maakt duidelijk dat de handeling na iedere afzonderlijke vraag gebeurt.
Frage
Frage betekent ‘vraag’. In nach jeder Frage gaat het om één vraag per keer.
Das
Das betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de voorgestelde manier van oefenen en nakijken. In Das sollte dir bei der Vorbereitung helfen staat het als onderwerp.
sollte
Sollte drukt hier een voorzichtige verwachting uit: de aanpak zou moeten helpen. De volledige zin is Das sollte dir bei der Vorbereitung helfen.
dir
Dir betekent hier ‘jou’ of ‘aan jou’. In Das sollte dir bei der Vorbereitung helfen is dir degene die de hulp ontvangt.
bei
Bei betekent hier ‘bij’ of ‘tijdens’ en geeft de activiteit aan waarbij iets helpt. In bei der Vorbereitung verwijst het naar het voorbereiden op de toets.
der
Der betekent hier ‘de’ in der Vorbereitung. Deze vorm hoort bij Vorbereitung na bei.
Vorbereitung
Vorbereitung betekent ‘voorbereiding’. In bei der Vorbereitung helpen de voorgestelde oefeningen bij het voorbereiden op de toets.
helfen
Helfen betekent ‘helpen’. In Das sollte dir bei der Vorbereitung helfen staat dir voor de persoon die door de voorbereiding wordt geholpen.