Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Voorbereiden op een korte toets oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Wir schreiben bald einen kurzen Test, oder?
Vie-a sjraibun balt ainen koertsun test, ooda? We hebben binnenkort een korte toets, toch?Er behandelt die wichtigsten Abschnitte aus dieser Einheit.
Ee-a beh-handult dee viechtigstun ap-sjnit-tuh oows dee-zuh ain-hait. Die behandelt de belangrijkste onderdelen uit deze unit.Welchen Abschnitt soll ich zuerst wiederholen?
Velchun ap-sjnit zol ich tsoo-eerst vee-duh-ho-lun? Welk onderdeel moet ik eerst herhalen?Beginne mit dem Hörverstehen, weil es sich meistens auf deine Punktzahl auswirkt.
Beh-ginuh mit deem heur-fair-sjtee-un, vail es zich mais-tuns oowf dai-nuh poeng-tsaal oows-wirkt. Begin met luisteren, want dat heeft meestal invloed op je score.Können wir zusammen ein paar Übungsfragen machen?
Keunun vie-a tsoo-zamun ain paar uu-boengs-fraa-gun makhun? Kunnen we samen een paar oefenvragen proberen?Wir können ein paar kurze Fragen nehmen und jede Antwort überprüfen.
Vie-a keunun ain paar koertsuh fraa-gun neemun oent yee-duh ant-vort uu-buh-pruu-fun. We kunnen een paar korte vragen gebruiken en elk antwoord controleren.Ich überprüfe meine Fehler nach jeder Frage.
Ich uu-buh-pruu-fuh mai-nuh fee-luh naach yee-duh fraa-guh. Ik bekijk mijn fouten na elke vraag.Das sollte dir bei der Vorbereitung helfen.
Das zol-tuh die-a bai dee-a foa-buh-rai-toeng hel-fun. Dat zou je moeten helpen om je voor te bereiden.Uitleg van de zinnen
Wir schreiben bald einen kurzen Test, oder?
We hebben binnenkort een korte toets, toch?
- schreiben
- schrijven; hier: een toets maken
- bald
- binnenkort
- kurzen
- korte
- Test
- toets
- oder?
- toch?
Uitgebreide uitleg
schreiben staat hier in de tegenwoordige tijd bij wir: wir schreiben = “wij schrijven”. In deze vaste zin krijgt het, samen met einen kurzen Test, de bedoelde betekenis “een toets maken/hebben”; de Nederlandse vertaling bepaalt die lezing. De vorm schreiben is ook de basisvorm (infinitief) en wordt bij wir niet anders geschreven dan bij sie in het meervoud. Voorbeeld: Wir schreiben morgen einen Test. — “Wij maken morgen een toets.” bald betekent hier “binnenkort”, dus op een moment in de nabije toekomst. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een persoon of zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Ich komme bald. — “Ik kom binnenkort.” kurzen is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord kurz (“kort”). Het beschrijft Test. De uitgang -en komt hier doordat Test mannelijk is en de woordgroep het lijdend voorwerp is: einen kurzen Test. Vergelijk: ein kurzer Test — “een korte toets” als onderwerp, maar Ich schreibe einen kurzen Test — “Ik maak een korte toets” als lijdend voorwerp. Test is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Test; in deze zin staat het als lijdend voorwerp na einen. Het betekent hier “toets”. Het meervoud is Tests: zwei Tests — “twee toetsen”. oder? staat aan het einde als korte bevestigingsvraag, hier “toch?”. Het vraagt of de ander de voorafgaande bewering bevestigt. Het is niet hetzelfde als een gewone keuzevraag waarin oder “of” tussen twee mogelijkheden verbindt. Samen betekent Wir schreiben bald einen kurzen Test, oder?: “We hebben binnenkort een korte toets, toch?” Wir schreiben geeft de betrokken groep aan, bald plaatst de toets in de nabije toekomst, einen kurzen Test benoemt wat zij maken of hebben, en oder? vraagt om bevestiging. De formulering is alledaags en geschikt voor een gesprek over een toets.
Er behandelt die wichtigsten Abschnitte aus dieser Einheit.
Die behandelt de belangrijkste onderdelen uit deze unit.
- Er
- hij
- behandelt
- behandelt
- wichtigsten
- belangrijkste
- Abschnitte
- onderdelen
- aus
- uit
- dieser
- deze
- Einheit
- eenheid
Uitgebreide uitleg
Er is de derde persoon enkelvoud en betekent hier hij. De vorm is mannelijk; het woord verwijst grammaticaal naar de uitvoerder van de handeling, maar de zin geeft geen verdere informatie over die persoon. behandelt komt van behandeln en is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: er behandelt. In deze zin betekent het dat hij de genoemde onderdelen bespreekt of behandelt. Voorbeeld: Sie behandelt das Thema. — Zij behandelt het onderwerp. wichtigsten is de overtreffende trap van wichtig (belangrijk): wichtig → wichtiger → am wichtigsten / der, die, das wichtigste. Hier staat de attributieve vorm vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord Abschnitte; daarom krijgt het bijvoeglijk naamwoord de vorm wichtigsten in de woordgroep die wichtigsten Abschnitte. Abschnitte is het meervoud van Abschnitt (onderdeel, sectie of passage). Het meervoud wordt hier zichtbaar door -e: ein Abschnitt → mehrere Abschnitte. Voorbeeld: Wir lesen zwei Abschnitte. — We lezen twee onderdelen. aus betekent hier uit en geeft de herkomst of het geheel aan waaruit iets komt. Het voorzetsel aus krijgt in het Duits een naamwoordgroep in de datief. dieser betekent hier deze en verwijst naar de eenheid die in de zin wordt genoemd. Na aus staat deze vorm in de datief. Bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Einheit is dat dieser: aus dieser Einheit. Einheit is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier eenheid of een lesunit. De vorm blijft in deze woordgroep enkelvoud; de datief wordt vooral zichtbaar aan dieser, niet aan een aparte uitgang op Einheit. Samen vormen die wichtigsten Abschnitte het lijdend voorwerp van behandelt: hij behandelt de belangrijkste onderdelen. aus dieser Einheit bepaalt waaruit die onderdelen komen. De volledige betekenis is daarom: Hij behandelt de belangrijkste onderdelen uit deze eenheid.
Welchen Abschnitt soll ich zuerst wiederholen?
Welk onderdeel moet ik eerst herhalen?
- Welchen
- welk(e)
- Abschnitt
- onderdeel
- soll ich
- moet ik
- zuerst
- eerst
- wiederholen
- herhalen
Uitgebreide uitleg
Welchen is de vorm van welcher voor het mannelijk enkelvoud in de vierde naamval (accusatief). Hier is Abschnitt het lijdend voorwerp van wiederholen, dus krijgt het vraagwoord deze vorm. Vergelijk: welcher Abschnitt? wanneer het woord zelf onderwerp is, maar welchen Abschnitt? wanneer iemand dat onderdeel herhaalt. Voorbeeld: Welchen Film siehst du? — Welke film kijk je? Abschnitt betekent hier een onderdeel of deel van een grotere tekst of leerstof. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Abschnitt; het meervoud is die Abschnitte. In de context gaat het om een onderdeel uit de eenheid, maar de vraag bepaalt niet welk onderdeel dat is. Soll ich bestaat uit de modale werkwoordsvorm soll en het persoonlijk voornaamwoord ich. soll is de eerste persoon enkelvoud van sollen. In deze vraag vraagt de spreker welke handeling volgens de situatie of het plan van hem of haar wordt verwacht: welk onderdeel moet ik herhalen? Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde. Voorbeeld: Soll ich anfangen? — Moet ik beginnen? Zuerst betekent dat iets als eerste in een reeks gebeurt. Het zegt hier dat het herhalen van dit onderdeel vóór andere onderdelen komt. Voorbeeld: Ich lese zuerst den Text. — Ik lees eerst de tekst. Wiederholen is de infinitief van het werkwoord wiederholen, ‘opnieuw doornemen’ of ‘herhalen’. De vorm staat hier als infinitief omdat hij bij soll hoort; soll draagt de persoonsvorm en wiederholen blijft onvervoegd. Voorbeeld: Wir wiederholen die Regeln. — Wij herhalen de regels. Samen vormt de zin de vraag welk onderdeel de spreker als eerste opnieuw moet doornemen: Welchen Abschnitt vraagt naar het onderdeel, soll ich geeft de verwachte of opgedragen handeling aan, zuerst bepaalt de volgorde en wiederholen benoemt die handeling.
Beginne mit dem Hörverstehen, weil es sich meistens auf deine Punktzahl auswirkt.
Begin met luisteren, want dat heeft meestal invloed op je score.
- Beginne
- begin
- Hörverstehen
- luistervaardigheid
- meistens
- meestal
- sich … auswirkt
- invloed heeft
- Punktzahl
- score
Uitgebreide uitleg
Beginne is de gebiedende wijs van beginnen voor du: beginnen → du beginnst → Beginne!. De vorm geeft hier een instructie aan één aangesproken persoon. Voorbeeld: Beginne mit der ersten Aufgabe. — Begin met de eerste opdracht. Hörverstehen betekent hier luistervaardigheid of luisterbegrip. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: hören (luisteren) + Verstehen (begrijpen), maar Hörverstehen als geheel is het relevante woord. Het is onzijdig: das Hörverstehen. Na mit staat de datief, daarom staat er in de zin dem Hörverstehen. Voorbeeld: Wir üben heute das Hörverstehen. — Vandaag oefenen we luistervaardigheid. meistens is een bijwoord met de betekenis ‘meestal’: het zegt dat iets in de meeste gevallen gebeurt, zonder te betekenen dat het altijd gebeurt. Voorbeeld: Ich lerne meistens morgens. — Ik leer meestal ’s ochtends. auswirkt hoort bij het wederkerende werkwoord sich auswirken auf — invloed hebben op. De vorm is hier derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd: es wirkt sich aus; in de bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: weil es sich ... auswirkt. Het vaste patroon is sich auf etwas auswirken: Das Training wirkt sich auf die Leistung aus. — De training heeft invloed op de prestatie. Het voornaamwoord es verwijst in deze zin naar het eerder genoemde Hörverstehen, zoals ook door dat in de vertaling wordt bevestigd. Punktzahl betekent score of puntenaantal. Het is vrouwelijk: die Punktzahl. In auf deine Punktzahl staat deine bij dit vrouwelijke enkelvoud; bij sich auswirken auf wordt het doel van de invloed met auf en de accusatief uitgedrukt. Voorbeeld: Das Ergebnis wirkt sich auf meine Punktzahl aus. — Het resultaat heeft invloed op mijn score. Samen vormt de zin de instructie Beginne mit dem Hörverstehen — begin met luistervaardigheid — gevolgd door de reden weil es sich meistens auf deine Punktzahl auswirkt — omdat dat meestal invloed heeft op je score. De hele uiting betekent dus: ‘Begin met luisteren, want dat heeft meestal invloed op je score.’
Können wir zusammen ein paar Übungsfragen machen?
Kunnen we samen een paar oefenvragen proberen?
- Können wir
- kunnen we
- zusammen
- samen
- ein paar
- een paar
- Übungsfragen
- oefenvragen
- machen
- doen
Uitgebreide uitleg
Können wir opent een ja-neevraag. können is het werkwoord können in de tegenwoordige tijd bij wir; deze vorm is toevallig gelijk aan de infinitief. In deze zin drukt het een voorstel of mogelijkheid uit: “kunnen wij …?” Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Können wir anfangen? — “Kunnen we beginnen?” zusammen betekent hier dat de activiteit gezamenlijk gebeurt. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een persoon of meervoud. Voorbeeld: Wir lernen zusammen. — “We leren samen.” ein paar betekent “een paar” of “enkele”: een kleine, niet nader bepaalde hoeveelheid. Het zegt hier niet noodzakelijk dat het precies om twee gaat. Het volgende zelfstandig naamwoord staat in het meervoud. Voorbeeld: Ich habe ein paar Fragen. — “Ik heb een paar vragen.” Übungsfragen is het meervoud van Übungsfrage, een samenstelling van Übung (“oefening”) en Frage (“vraag”): dus oefenvragen. Het meervoud wordt hier zichtbaar door -n aan het einde: Übungsfrage → Übungsfragen. Voorbeeld: Die Übungsfragen sind kurz. — “De oefenvragen zijn kort.” machen is de infinitief van machen, “doen” of “maken”. Met Übungsfragen betekent het hier dat men de oefenvragen samen maakt of doorneemt; de infinitief staat aan het einde omdat können het modale werkwoord is. Voorbeeld: Wir machen eine Übung. — “We doen een oefening.” Samen vormen de delen de vraag Können wir zusammen ein paar Übungsfragen machen?: “Kunnen we samen een paar oefenvragen proberen?” De vraag stelt voor om gezamenlijk een kleine, niet precies bepaalde hoeveelheid oefenvragen te maken of door te nemen. De volgorde is kenmerkend voor een Duitse ja-neevraag: het vervoegde modale werkwoord staat vooraan, het onderwerp volgt, en de infinitief machen staat achteraan.
Wir können ein paar kurze Fragen nehmen und jede Antwort überprüfen.
We kunnen een paar korte vragen gebruiken en elk antwoord controleren.
- Wir können
- wij kunnen
- ein paar
- een paar
- kurze
- korte
- Fragen
- vragen
- nehmen
- nemen; gebruiken
- jede
- elke
- Antwort
- antwoord
- überprüfen
- controleren
Uitgebreide uitleg
Wir können bevat het onderwerp wir (“wij”) en de modale werkwoordsvorm können (“kunnen”). können is de vorm voor wir; het daaropvolgende hoofdwerkwoord blijft in het infinitief. In een gewone Duitse hoofdzin staat dat infinitief hier aan het einde van zijn deelzin. Voorbeeld: Wir können warten. — “Wij kunnen wachten.” ein paar betekent hier “een paar” of “enkele”. Het geeft een kleine, niet precies vastgelegde hoeveelheid aan. Het is een vaste kwantiteitsaanduiding die met een meervoudig zelfstandig naamwoord wordt gebruikt; ein paar verandert hier niet mee. Voorbeeld: Ich habe ein paar Fragen. — “Ik heb een paar vragen.” kurze komt van het bijvoeglijk naamwoord kurz (“kort”). In kurze Fragen beschrijft het de vragen. De uitgang -e hoort bij de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord in deze woordgroep. Vergelijk: kurze Frage — “korte vraag” en kurze Fragen — “korte vragen”. Fragen is het meervoud van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord die Frage (“de vraag”). De vorm Fragen kan dus naar meerdere vragen verwijzen. Voorbeeld: Die Fragen sind kurz. — “De vragen zijn kort.” nehmen betekent hier niet letterlijk “nemen”, maar “gebruiken” of “selecteren”: de vragen worden als materiaal voor de activiteit genomen. Het is de infinitief die na können staat. In een andere context kan nehmen wel letterlijk “nemen” betekenen. Voorbeeld: Wir können diese Frage nehmen. — “Wij kunnen deze vraag gebruiken.” jede betekent “elke” of “ieder” en staat hier bij Antwort, een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. De vorm voor een mannelijk zelfstandig naamwoord is bijvoorbeeld jeder, zoals in jeder Tag (“elke dag”); bij een onzijdig zelfstandig naamwoord staat jedes. jede drukt hier uit dat de antwoorden één voor één allemaal worden bedoeld, niet dat er één specifiek antwoord wordt aangewezen. Antwort is het vrouwelijke zelfstandig naamwoord die Antwort (“het antwoord”). In jede Antwort staat het in het enkelvoud, omdat jede elk afzonderlijk antwoord aanwijst. Het meervoud is Antworten: die Antworten — “de antwoorden”. überprüfen betekent “controleren” of “nakijken”. Het staat als infinitief na können en krijgt hier de betekenis dat elk antwoord wordt nagegaan. Voorbeeld: Wir überprüfen die Antwort. — “Wij controleren het antwoord.” Samen vormen de delen: Wir können (“wij kunnen”) + ein paar kurze Fragen nehmen (“een paar korte vragen gebruiken”) + und (“en”) + jede Antwort überprüfen (“elk antwoord controleren”). De volledige betekenis is: “We kunnen een paar korte vragen gebruiken en elk antwoord controleren.”
Ich überprüfe meine Fehler nach jeder Frage.
Ik bekijk mijn fouten na elke vraag.
- Ich
- ik
- überprüfe
- controleer; kijk na
- meine
- mijn
- Fehler
- fouten
- nach
- na
- jeder
- elke
- Frage
- vraag
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm die je gebruikt als de spreker zelf de handelende persoon is. Voorbeeld: Ich lerne Deutsch. — “Ik leer Duits.” überprüfe is de ik-vorm in de tegenwoordige tijd van überprüfen (“controleren; nakijken”). De vorm eindigt hier op -e: ich überprüfe. Het werkwoord staat in deze hoofdzin op de tweede plaats, na het onderwerp. Voorbeeld: Ich überprüfe die Antwort. — “Ik controleer het antwoord.” meine is een bezittelijk woord bij ich: “mijn”. Het verwijst hier naar wat bij de spreker hoort. Voor het meervoud Fehler heeft het de vorm meine; bij een mannelijk enkelvoud zou je bijvoorbeeld mein Fehler zeggen. meine draagt hier dus de bezitsinformatie, niet het zelfstandig naamwoord. Fehler betekent hier “fouten”. Het is het meervoud van der Fehler (“de fout”); de schrijfwijze is in enkelvoud en meervoud gelijk, terwijl het lidwoord het verschil kan tonen: ein Fehler, maar zwei Fehler. In deze zin is het lijdend voorwerp van überprüfe: wat de spreker nakijkt. nach betekent hier “na” in een tijdsaanduiding. In deze betekenis staat het met een datiefgroep: nach jeder Frage. Het gaat om het moment na iedere vraag, niet om een richting. jeder betekent hier “elke”. In nach jeder Frage staat het bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en krijgt het de datiefvorm jeder. De vorm verandert volgens de grammaticale kenmerken van het woord waarmee hij samenhangt; jeder is dus niet simpelweg een algemene vorm voor alle contexten. Frage betekent “vraag”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Frage. In de datief na nach staat het hier nog steeds als enkelvoud: nach jeder Frage. Voorbeeld: Nach der Frage antworte ich. — “Na de vraag antwoord ik.” Samen vormen de delen: Ich überprüfe = “ik kijk na”, meine Fehler = “mijn fouten” en nach jeder Frage = “na elke vraag”. De volledige betekenis is: “Ik bekijk mijn fouten na elke vraag.” De tegenwoordige tijd beschrijft hier een herhaalde werkwijze: na elke afzonderlijke vraag voert de spreker deze controle uit.
Das sollte dir bei der Vorbereitung helfen.
Dat zou je moeten helpen om je voor te bereiden.
- Das
- dat
- sollte
- zou moeten
- dir
- jou
- Vorbereitung
- voorbereiding
- helfen
- helpen
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en is het onderwerp. De zin geeft niet aan waarnaar das precies verwijst. Als zelfstandig aanwijzend voornaamwoord staat het hier in de onzijdige enkelvoudsvorm. Voorbeeld: Das Buch ist neu. — “Dat boek is nieuw.” sollte is de vorm van het modale werkwoord sollen voor de derde persoon enkelvoud in de Präteritum-vorm. Hier verwijst die vorm niet naar een eenvoudige gebeurtenis in het verleden, maar drukt ze een voorzichtige verwachting uit: “zou moeten”. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord doorgaans als infinitief aan het einde. Voorbeeld: Das sollte funktionieren. — “Dat zou moeten werken.” dir is de datiefvorm van het informele persoonlijke voornaamwoord du voor één aangesproken persoon. Hier is het de persoon die baat heeft bij de hulp. Het is niet het onderwerp; Das is het onderwerp. Voorbeeld: Ich helfe dir. — “Ik help jou.” Vorbereitung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord met de betekenis “voorbereiding”. In bei der Vorbereitung staat het in een datiefgroep na bei; daarom heeft het vrouwelijke lidwoord de vorm der. Het verwante werkwoord is vorbereiten — “voorbereiden”. Voorbeeld: Die Vorbereitung dauert lange. — “De voorbereiding duurt lang.” helfen betekent “helpen”. Hier is het de infinitief die bij sollte hoort. helfen gebruikt voor de persoon die hulp krijgt de datief, vandaar dir en niet de accusatiefvorm dich. Voorbeeld: Der Tipp hilft mir. — “De tip helpt mij.” Samen betekent Das sollte dir bei der Vorbereitung helfen: “Dat zou je moeten helpen om je voor te bereiden.” Das is het onderwerp, sollte ... helfen drukt de voorzichtige verwachting uit, dir noemt de persoon die baat heeft bij de hulp, en bei der Vorbereitung geeft aan waarbij die hulp nuttig is.
Grammatica
sich auswirken: wirkt sich ... aus
Das wirkt sich aus.
Das virkt zich oows.Dat heeft invloed.
Dit is een scheidbaar werkwoord: sich auswirken wordt in de hoofdzin gesplitst in wirkt sich ... aus.
wichtig → wichtigsten
die wichtigsten Abschnitte
Dee vichtichstun ap-sjnit-tuhde belangrijkste onderdelen
De overtreffende trap van wichtig is am wichtigsten; vóór een zelfstandig naamwoord krijgt hij een uitgang: wichtigsten.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Welk onderdeel moet ik eerst herhalen?
Antwoord tonen
Welchen Abschnitt soll ich zuerst wiederholen?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
herhalen
Antwoord tonen
wiederholenbehandelen
Antwoord tonen
behandelteenheid
Antwoord tonen
Einheiteen toets maken