Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Online luisteroefeningen kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Kennst du eine nützliche Online-Ressource für Sprachübungen?
kenst doe ai-nuh nuuts-li-khuh on-lajn ree-soer-suh fjoer shpraak-uu-boeng-en? Ken je een handige online bron om talen te oefenen?Diese Website hat kurze Hörübungen.
dee-zuh veep-sai-tuh hat koer-tsuh heuur-uu-boeng-en. Deze website heeft korte luisteroefeningen.Kann ich dort die Audioaufnahme anhören?
kan ikh dort dee au-die-oo-auf-naa-muh an-heu-ren? Kan ik daar naar de audio luisteren?Du kannst auf der Seite das Audio für jede Übung abspielen.
doe kanst auf deer zai-tuh das au-die-oo fjoer yay-duh uu-boeng ap-shpee-len. Je kunt op de pagina de audio van elke oefening afspelen.Wie wähle ich das richtige Niveau?
vee vee-luh ikh das rikh-ti-guh nee-voh? Hoe kies ik het juiste niveau?Wähle ein Niveau, bei dem die meisten Sätze klar sind.
vee-luh ain nee-voh, bai deem dee mais-ten zet-suh klaar zint. Kies een niveau waarop de meeste zinnen duidelijk zijn.Das klingt weniger stressig als schwierigere Übungen.
das klinkt vee-ni-guh shtress-ikh als shvee-ri-guh-ruh uu-boeng-en. Dat klinkt minder stressvol dan moeilijkere oefeningen.Das sollte dir helfen, Selbstvertrauen aufzubauen.
das shol-tuh deer hel-fen, zelbst-fer-trau-en auf-tsu-bau-en. Dat zou je moeten helpen om zelfvertrouwen op te bouwen.Uitleg van de zinnen
Kennst du eine nützliche Online-Ressource für Sprachübungen?
Ken je een handige online bron om talen te oefenen?
- Kennst du
- Ken je
- nützliche
- nuttige, handige
- Online-Ressource
- onlinebron
- für
- voor
- Sprachübungen
- taaloefeningen
Uitgebreide uitleg
Kennst du is een vraag met het werkwoord kennen (“kennen; bekend zijn met”) en het onderwerp du (“jij”). Kennst is de vorm van kennen voor du in de tegenwoordige tijd: ich kenne, du kennst, er/sie/es kennt. In een ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan: Kennst du diese Website? = “Ken je deze website?” Het gaat hier om bekendheid met een bron, niet om iemand of iets leren kennen als gebeurtenis. nützliche betekent hier “handige/nuttige”. De basisvorm is het bijvoeglijk naamwoord nützlich; nützliche is daarvan de verbogen vorm. Het beschrijft Ressource, dat in deze zin vrouwelijk enkelvoud is en na eine als lijdend voorwerp verschijnt: eine nützliche Ressource. Vergelijk: eine nützliche Website = “een nuttige website”. De uitgang van het bijvoeglijk naamwoord hangt in dit soort woordgroepen samen met het lidwoord en de grammaticale vorm; alleen het feit dat er één bron bedoeld wordt, verklaart de uitgang niet volledig. Online-Ressource is een samengesteld zelfstandig naamwoord voor een onlinebron. Het hoofddeel Ressource bepaalt het grammaticale geslacht: die Ressource, dus eine Online-Ressource in deze woordgroep. Duitse zelfstandige naamwoorden krijgen een hoofdletter. Het meervoud is Online-Ressourcen: Viele Online-Ressourcen sind kostenlos. = “Veel onlinebronnen zijn gratis.” für is een voorzetsel met de betekenis “voor”. In deze zin leidt het het doel van de bron in: een bron voor taaloefeningen. für staat normaal met de accusatief: für einen Kurs = “voor een cursus”. Sprachübungen betekent “taaloefeningen”. Het is het meervoud van Sprachübung; het samengestelde woord bestaat uit Sprache (“taal”) en Übung (“oefening”), maar als geheel benoemt het oefeningen om een taal te oefenen. De meervoudsvorm heeft hier geen zichtbaar lidwoord, bijvoorbeeld: Ich mache Sprachübungen. = “Ik doe taaloefeningen.” Samen vormen de delen de vraag of de aangesprokene een handige onlinebron voor taaloefeningen kent: Kennst du + eine nützliche Online-Ressource + für Sprachübungen. De vraag gaat dus over bekendheid met een geschikte bron, niet over de vraag of zo’n bron bestaat.
Diese Website hat kurze Hörübungen.
Deze website heeft korte luisteroefeningen.
- Diese
- deze
- Website
- website
- hat
- heeft
- kurze
- korte
- Hörübungen
- luisteroefeningen
Uitgebreide uitleg
Diese verwijst hier naar de website en staat bij het vrouwelijk enkelvoud in de nominatief, omdat de website het onderwerp is. De vormen van dit aanwijzend woord veranderen met geslacht, getal en naamval: dieser (mannelijk, nominatief), diese (vrouwelijk of meervoud in de nominatief) en dieses (onzijdig enkelvoud in de nominatief). Voorbeeld: Diese Übung ist kurz. — Deze oefening is kort. Website is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Website. Het meervoud is Websites; het woord wordt in het Duits vaak met het Engelse leenwoord gebruikt. In deze zin is Website het onderwerp van hat. hat is de derde persoon enkelvoud van haben in de tegenwoordige tijd. De basisvorm is haben; de relevante vormen zijn ich habe, du hast, er/sie/es hat, wir haben. Hat betekent hier dat de website bepaalde oefeningen beschikbaar heeft of bevat. Voorbeeld: Die App hat viele Übungen. — De app heeft veel oefeningen. kurze beschrijft Hörübungen: de oefeningen zijn kort. Het bijvoeglijk naamwoord is kurz; de vergrotende trap is kürzer en de overtreffende trap is am kürzesten of attributief die kürzesten. In kurze Hörübungen staat het bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord in het meervoud en krijgt het de uitgang -e. Voorbeeld: Wir machen kurze Pausen. — We houden korte pauzes. Hörübungen is het meervoud van Hörübung, een samenstelling van Hör- (met luisteren te maken) en Übung (oefening). Het verwijst hier naar luisteroefeningen, niet naar één specifieke audio-opname. Voorbeeld: Die Hörübung ist einfach. — De luisteroefening is eenvoudig. Samen vormen de delen: Diese Website (deze website) + hat (heeft) + kurze Hörübungen (korte luisteroefeningen). De volledige betekenis is dus: deze website heeft korte luisteroefeningen. De formulering is een neutrale, informatieve mededeling.
Kann ich dort die Audioaufnahme anhören?
Kan ik daar naar de audio luisteren?
- Kann ich
- kan ik
- dort
- daar
- Audioaufnahme
- audio-opname
- anhören
- beluisteren
Uitgebreide uitleg
Kann ich vormt hier het begin van een ja-neevraag. kann is de vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud: ich kann. In een Duitse ja-neevraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp; daarom staat kann vóór ich. Het modale werkwoord drukt hier mogelijkheid of toestemming uit, afhankelijk van de situatie. Voorbeeld: Kann ich eintreten? — “Kan ik binnenkomen?” dort betekent “daar”, op een plaats die niet bij de spreker is. Het is een plaatsbijwoord en verandert niet van vorm. Voorbeeld: Das Buch liegt dort. — “Het boek ligt daar.” Audioaufnahme is een samenstelling met de betekenis “audio-opname”. Het woord is vrouwelijk: die Audioaufnahme. In deze zin staat het als lijdend voorwerp bij anhören, dus met het lidwoord die; bij dit vrouwelijke zelfstandig naamwoord ziet de accusatief er hier hetzelfde uit als de nominatief. Voorbeeld: Ich höre die Aufnahme an. — “Ik luister naar de opname.” anhören betekent hier “beluisteren” of “naar iets luisteren”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin splitst het zich, bijvoorbeeld Ich höre die Aufnahme an. Na een modaal werkwoord blijft het als infinitief bij elkaar en staat het aan het einde: Ich kann die Aufnahme anhören. Dat verklaart de positie van anhören in deze vraag. Het eenvoudigere hören kan ook “horen” of “luisteren” betekenen, maar sich etwas anhören legt de nadruk op het bewust beluisteren van iets. Samen ontstaat de structuur Kann ich dort die Audioaufnahme anhören?: Kann ich vraagt of de spreker dit kan of mag doen, dort geeft de plaats aan, die Audioaufnahme is wat beluisterd wordt en anhören benoemt de handeling. De vaste betekenis is: “Kan ik daar naar de audio luisteren?”
Du kannst auf der Seite das Audio für jede Übung abspielen.
Je kunt op de pagina de audio van elke oefening afspelen.
- Du kannst
- je kunt
- auf
- op
- der Seite
- de pagina
- Audio
- audio
- für
- voor
- jede
- elke
- Übung
- oefening
- abspielen
- afspelen
Uitgebreide uitleg
Du kannst bestaat uit du (jij) en de vervoegde vorm kannst van können (kunnen). kannst is de vorm voor de tweede persoon enkelvoud. Met een infinitief drukt können een mogelijkheid of vaardigheid uit: Du kannst das Video abspielen. = Je kunt de video afspelen. auf betekent hier ‘op’ en geeft samen met der Seite de plaats aan. In deze betekenis krijgt auf bij een vaste locatie de datief. die Seite is vrouwelijk; daarom wordt het in de datief enkelvoud der Seite. De hele combinatie auf der Seite betekent ‘op de pagina’. Audio is hier een zelfstandig naamwoord voor een geluidsopname of audiobestand. In het Duits is het doorgaans onzijdig: das Audio. In de zin is das Audio het lijdend voorwerp van abspielen; het lidwoord staat buiten de geselecteerde woordgroep. für betekent ‘voor’ en regeert de accusatief. Daarom staat het bijbehorende zelfstandig naamwoord in de accusatief, ook al is dat bij een vrouwelijk enkelvoud niet zichtbaar aan de vorm. jede hoort bij Übung. jeder betekent ‘elke’ of ‘ieder’; jede is de vorm voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud, hier de accusatief: jede Übung. die Übung betekent ‘de oefening’; het meervoud is die Übungen. abspielen betekent bij media ‘afspelen’. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin met een vervoegd werkwoord verschijnt abspielen als infinitief aan het einde, terwijl können wordt vervoegd. Het patroon is dus Du kannst ... abspielen = ‘Je kunt ... afspelen’. Samen betekent auf der Seite ‘op de pagina’, das Audio ‘de audio’ en für jede Übung ‘voor elke oefening’. Met Du kannst en abspielen wordt de volledige betekenis: ‘Je kunt op de pagina de audio van elke oefening afspelen.’
Wie wähle ich das richtige Niveau?
Hoe kies ik het juiste niveau?
- Wie
- hoe
- wähle
- kies
- ich
- ik
- richtige
- juiste
- Niveau
- niveau
Uitgebreide uitleg
Wie vraagt hier naar de manier waarop iets gebeurt: “hoe”. Het staat aan het begin van de vraag. Vergelijk wer (“wie”, naar een persoon) en was (“wat”, naar een zaak of informatie). wähle is hier de vorm van wählen (“kiezen”) voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In een Duitse vraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp: Wähle ich ...? betekent letterlijk ongeveer “Kies ik ...?”, maar met Wie wordt de betekenis “Hoe kies ik ...?”. De vorm wähle kan in een andere context ook een bevel aan één persoon zijn; hier maakt ich duidelijk dat het om “ik kies” gaat. ich betekent “ik” en is het onderwerp: de spreker vraagt hoe die zelf kiest. Het persoonlijke voornaamwoord blijft ich voor de eerste persoon enkelvoud; de werkwoordsvorm wähle sluit daarop aan. richtige komt van het bijvoeglijk naamwoord richtig (“juist”, “correct”). In das richtige Niveau krijgt het de uitgang -e, omdat het vóór een onzijdig zelfstandig naamwoord in de accusatief staat en voorafgegaan wordt door het bepaalde lidwoord das. De vorm stemt dus af op Niveau, niet andersom. Voorbeeld: das richtige Buch — “het juiste boek”. Niveau betekent “niveau”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Niveau. In deze zin is het het lijdend voorwerp van wählen, dus datgene wat gekozen wordt. Het meervoud is Niveaus, bijvoorbeeld verschillende Niveaus — “verschillende niveaus”. Samen vormt de zin Wie wähle ich das richtige Niveau?: “Hoe kies ik het juiste niveau?” De vraag gebruikt de volgorde vraagwoord + persoonsvorm + onderwerp + lijdend voorwerp. Wie vraagt naar de keuzeprocedure, wähle ich geeft aan dat de spreker kiest, en das richtige Niveau benoemt wat gekozen wordt.
Wähle ein Niveau, bei dem die meisten Sätze klar sind.
Kies een niveau waarop de meeste zinnen duidelijk zijn.
- Wähle
- kies
- Niveau
- niveau
- bei dem
- waarop
- die meisten
- de meeste
- Sätze
- zinnen
- klar
- duidelijk
- sind
- zijn
Uitgebreide uitleg
Wähle is de gebiedende wijs van wählen (“kiezen”) voor één persoon die informeel wordt aangesproken. De vorm geeft hier een advies of instructie: “Kies …”. Vergelijk: Wählen Sie ... is de formele gebiedende wijs. Niveau betekent hier “niveau”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Niveau, meervoud die Niveaus. In deze zin is het het gekozen object van wähle. bei dem is een betrekkelijk element met de betekenis “waarop” in deze context. Het verwijst hier naar Niveau. dem is de datiefvorm van het onzijdige betrekkelijke voornaamwoord; de voorzetselcombinatie bei dem leidt de bijzin in. De constructie is herbruikbaar in bijvoorbeeld: ein Kurs, bei dem man viel übt — “een cursus waarin/op welke manier men veel oefent”. die meisten betekent “de meeste”. meist- drukt hier een meerderheid binnen een groep uit. De vorm meisten staat bij het meervoudige onderwerp Sätze; het lidwoord is die. Sätze betekent “zinnen”. Het is het meervoud van der Satz (“de zin”); de umlaut en de uitgang veranderen de enkelvoudsvorm in het meervoud: der Satz → die Sätze. klar betekent hier “duidelijk” of “helder”. Het is een predicatief bijvoeglijk naamwoord na sein en krijgt daarom geen uitgang: Die Sätze sind klar — “De zinnen zijn duidelijk.” sind is de derde persoon meervoud van sein (“zijn”). Het onderwerp is die meisten Sätze, dus de meervoudsvorm sind is nodig. De basisreeks is: sein — ist voor enkelvoud — sind voor meervoud. De delen vormen samen: Wähle ein Niveau (“Kies een niveau”) + bei dem (“waarop”) + die meisten Sätze klar sind (“de meeste zinnen duidelijk zijn”). De volledige betekenis is: “Kies een niveau waarop de meeste zinnen duidelijk zijn.” De bijzin specificeert aan welke eigenschap het gekozen niveau moet voldoen.
Das klingt weniger stressig als schwierigere Übungen.
Dat klinkt minder stressvol dan moeilijkere oefeningen.
- Das
- dat
- klingt
- klinkt
- weniger … als
- minder ... dan
- stressig
- stressvol
- schwierigere
- moeilijkere
- Übungen
- oefeningen
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en verwijst naar de voorafgaande inhoud of situatie als geheel, niet noodzakelijk naar één genoemd zelfstandig naamwoord. De vorm is een enkelvoudig onzijdig voornaamwoord in de nominatief. Voor een concreet mannelijk, vrouwelijk of meervoudig zelfstandig naamwoord zouden andere vormen kunnen staan, maar die referentie wordt hier niet afzonderlijk genoemd. klingt komt van klingen (“klinken”) en is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: es klingt = “het klinkt”. Het onderwerp is hier Das. Voorbeelden: Das klingt gut. — “Dat klinkt goed.” Die Ideen klingen interessant. — “De ideeën klinken interessant.” weniger ... als is een vaste vergelijkingspatroon: “minder ... dan”. weniger vergelijkt een lagere mate van een eigenschap; als leidt datgene in waarmee wordt vergeleken. In een patroon kun je bijvoorbeeld zeggen: Der Text ist weniger lang als der vorige. — “De tekst is minder lang dan de vorige.” stressig is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “stressvol” of “belastend”. Hier beschrijft het hoe iets klinkt. Het woord krijgt in deze positie geen zichtbare verbuiging, omdat het na klingt als naamwoordelijk deel van de zin staat. Een nuttig contrast is ruhig (“rustig”): Das klingt ruhig. — “Dat klinkt rustig.” schwierigere komt van schwierig (“moeilijk”) en is de vergrotende trap: schwierig → schwieriger → am schwierigsten (“moeilijk” → “moeilijker” → “het moeilijkst”). In schwierigere Übungen krijgt de vergrotende vorm de uitgang -e bij het meervoudige zelfstandig naamwoord Übungen. De vorm betekent hier “moeilijkere”, dus oefeningen met een hogere moeilijkheidsgraad dan een andere, niet nader genoemde groep. Übungen is het meervoud van Übung (“oefening”). Het zelfstandig naamwoord verwijst hier naar oefeningen als vergelijkingspunt. Voorbeelden: Diese Übungen sind kurz. — “Deze oefeningen zijn kort.” Het meervoud herken je hier ook aan de uitgang -en. Samen bestaat de zin uit Das klingt (“Dat klinkt”), gevolgd door de vergelijking weniger stressig als schwierigere Übungen (“minder stressvol dan moeilijkere oefeningen”). De volledige betekenis is dus: “Dat klinkt minder stressvol dan moeilijkere oefeningen.”
Das sollte dir helfen, Selbstvertrauen aufzubauen.
Dat zou je moeten helpen om zelfvertrouwen op te bouwen.
- Das
- dat; dit/het bedoelde
- sollte
- zou moeten
- dir
- je; jou
- helfen
- helpen
- Selbstvertrauen
- zelfvertrouwen
- aufzubauen
- op te bouwen
Uitgebreide uitleg
Das is hier een aanwijzend voornaamwoord als onderwerp. In deze context verwijst het naar iets dat al ter sprake is gekomen; de vertaling maakt dat als “dat” duidelijk. De vorm das is onzijdig enkelvoud; als aanwijzend voornaamwoord kan het dus naar een onzijdig element of naar een eerder genoemde situatie/inhoud verwijzen. Voorbeeld: Das ist gut. = “Dat is goed.” sollte is de vorm van sollen bij de derde persoon enkelvoud. In deze zin drukt die vorm geen eenvoudig verleden feit uit, maar een verwachting of aanbeveling uit: “zou moeten”. Het patroon Das sollte ... is daardoor bruikbaar voor “Dat zou ... moeten”. sollen kan ook in andere tijden of personen voorkomen, bijvoorbeeld du sollst = “jij moet” en sie sollen = “zij moeten”; die vormen zijn niet hetzelfde als het waargenomen sollte. dir is de datiefvorm van het persoonlijk voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud: “je/jou” als ontvanger of betrokkene. Het werkwoord helfen gebruikt voor de geholpen persoon de datief, daarom staat hier dir en niet de accusatiefvorm dich. Voorbeeld: Ich helfe dir. = “Ik help je.” helfen betekent hier “helpen” en staat als infinitief na sollte. De combinatie jemandem helfen is een belangrijk patroon: de persoon die hulp krijgt staat in de datief. De infinitief zelf verandert hier niet mee met de persoon; helfen blijft dus de vorm die na het modale werkwoord staat. Selbstvertrauen is een zelfstandig naamwoord en betekent “zelfvertrouwen”. Het is een Duits samengesteld woord; als zelfstandig naamwoord krijgt het een hoofdletter. In dir helfen, Selbstvertrauen aufzubauen is zelfvertrouwen datgene wat iemand geleidelijk ontwikkelt. Voorbeeld: Sie hat viel Selbstvertrauen. = “Ze heeft veel zelfvertrouwen.” aufzubauen hoort bij het werkwoord aufbauen, “opbouwen”. Bij een te-infinitief wordt zu bij dit scheidbare werkwoord tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam geplaatst: aufbauen → aufzubauen. Na helfen geeft deze infinitiefconstructie aan waarmee de hulp verband houdt. Voorbeeld: Das hilft mir, Vertrauen aufzubauen. = “Dat helpt me om vertrouwen op te bouwen.” Samen vormt Das sollte dir helfen de betekenis “Dat zou je moeten helpen”. De constructie jemandem helfen, etwas aufzubauen betekent vervolgens dat iets een persoon helpt om iets op te bouwen. De volledige zin betekent daarom: “Dat zou je moeten helpen om zelfvertrouwen op te bouwen.”
Grammatica
Komparativ: Adjektiv + -er
schwierigere Sätze
shvee-ri-guh-ruh zet-suhmoeilijkere zinnen
Met -er maak je een vergelijkende vorm: schwierig → schwieriger. Het bijvoeglijk naamwoord krijgt hier ook een uitgang.
zu + infinitief bij scheidbare werkwoorden
helfen, Selbstvertrauen aufzubauen
hel-fen, zelbst-fer-trau-en auf-tsu-bau-enhelpen om zelfvertrouwen op te bouwen
Bij een scheidbaar werkwoord komt zu tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam: auf-zubauen.
Duits woordenschat
das Audio abspielen
die Audioaufnahme anhören
die Audioaufnahme anhören
kurze Hörübungen
kurze Hörübungen
die meisten Sätze
das richtige Niveau
eine nützliche Online-Ressource
eine nützliche Online-Ressource
auf der Seite
für Sprachübungen
Wie wähle ich das richtige Niveau?
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Deze website heeft korte luisteroefeningen.
Antwoord tonen
Diese Website hat kurze Hörübungen.Kan ik daar naar de audio luisteren?
Antwoord tonen
Kann ich dort die Audioaufnahme anhören?Hoe kies ik het juiste niveau?
Antwoord tonen
Wie wähle ich das richtige Niveau?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
afspelen
Antwoord tonen
abspielenbeluisteren
Antwoord tonen
anhörenkort
Antwoord tonen
kurzepagina