Muziekevenement met vrienden | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a community hall, two friends plan to attend a music event, get tickets at the door, and choose where to meet..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Muziekevenement met vrienden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Im Gemeindehaus gibt es eine Musikveranstaltung.

Im gəmaindehaus gipt es ajne moeziekferanstaltung. Er is een muziekevenement in het buurthuis.
B

Das klingt interessant. Kann man einfach hingehen?

Das klinkt interesant. Kan man ajnfach hingeën? Dat klinkt interessant. Kun je daar makkelijk naartoe gaan?
A

Wir können die Tickets an der Tür kaufen.

Wier keunnen die tikets an dea tuur kaufen. We kunnen bij de ingang kaartjes kopen.
B

Ich würde gern mit dir hingehen, wenn du frei bist.

Iesj wurde gèrn mit dia hingeën, wen doe fraai bist. Ik zou graag met je meegaan als je vrij bent.
A

Ich bringe die Informationen zur Veranstaltung mit.

Iesj bringe die informatsjoonen tsua feranstaltung mit. Ik neem de informatie over het evenement mee.
B

Wir können sie nutzen, um zu entscheiden, wann wir ankommen.

Wier keunnen zie noetsen, om tsoe entsjaiden, wan wier ankommen. We kunnen die gebruiken om te beslissen wanneer we aankomen.
A

Lass uns auch einen Treffpunkt wählen, der leicht zu finden ist.

Las oens aug ajnen trefkoenkt veelen, dea laicht tsoe finden ist. Laten we ook een ontmoetingsplek kiezen die makkelijk te vinden is.
B

Ein klarer Plan macht den Abend einfacher.

Ajn klaara plaan macht deen aaben ainfacha. Een duidelijk plan maakt de avond makkelijker.

Woord voor woord

Im Im betekent hier ‘in het’ in Im Gemeindehaus en is de samentrekking van in dem. Gebruik im met een plaats om te zeggen waar iets gebeurt. In deze scène kondigt een spreker aan waar het evenement plaatsvindt.
Gemeindehaus Gemeindehaus betekent hier ‘buurthuis’ in Im Gemeindehaus. Het woord benoemt het gebouw waar de muziekveranstaltung plaatsvindt. Gebruik het als plaatsaanduiding bij een afspraak of evenement in een buurthuis.
gibt Gibt is hier de vorm van geben in de uitdrukking gibt es, die het bestaan of de aanwezigheid van iets uitdrukt. In Im Gemeindehaus gibt es eine Musikveranstaltung betekent die uitdrukking dat er een muziekevenement is. Gebruik gibt es om een evenement, aanbod of mogelijkheid aan te kondigen.
es Es is hier het vaste element in gibt es en komt overeen met ‘er’ in ‘er is’ of ‘er zijn’. In Im Gemeindehaus gibt es een Musikveranstaltung verwijst es niet naar een afzonderlijk genoemd voorwerp. Gebruik gibt es om te zeggen dat iets ergens aanwezig of georganiseerd is.
eine Eine introduceert in eine Musikveranstaltung één niet eerder genoemd evenement: ‘een muziekevenement’. Het staat hier vóór het zelfstandig naamwoord Musikveranstaltung. Gebruik eine + zelfstandig naamwoord wanneer je een enkel nieuw vrouwelijk woord benoemt.
Musikveranstaltung Musikveranstaltung betekent hier ‘muziekevenement’ in eine Musikveranstaltung. Het woord benoemt een georganiseerde gebeurtenis met muziek. Gebruik het om specifiek naar een evenement rond muziek te verwijzen.
Das Das betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de zojuist genoemde informatie over het evenement. In Das klingt interessant reageert de spreker op het voorafgaande voorstel. Gebruik Das aan het begin van een reactie op een eerder genoemde situatie of mededeling.
klingt Klingt is de vorm van klingen en betekent hier ‘klinkt’ in Das klingt interessant. De spreker geeft daarmee een reactie op hoe een idee of bericht overkomt. Gebruik Das klingt + bijvoeglijk naamwoord om een eerste indruk te geven.
interessant Interessant beschrijft in Das klingt interessant dat het genoemde evenement of voorstel boeiend klinkt. Het staat na klingt als beschrijving van de indruk. Gebruik het om positief te reageren op nieuwe informatie of een voorstel.
Kann Kann is de vorm van können en vraagt in Kann man einfach hingehen? of het mogelijk of haalbaar is om ernaartoe te gaan. Als modaal werkwoord staat het aan het begin van deze vraag. Gebruik Kann man + infinitief om naar een algemene mogelijkheid te vragen.
man Man betekent hier ‘men’ of algemeen ‘je’ in Kann man einfach hingehen? Het verwijst niet naar één specifieke persoon, maar naar iemand in het algemeen. Gebruik man wanneer je naar een algemene mogelijkheid of gewoonte vraagt.
einfach Einfach betekent hier ‘gemakkelijk’ of ‘zonder veel moeite’ in Kann man einfach hingehen? Het beschrijft hoe eenvoudig het is om naar het evenement te gaan. Gebruik einfach bij een werkwoord om aan te geven dat iets weinig moeite kost.
hingehen Hingehen betekent hier ‘ernaartoe gaan’ en verwijst naar het eerder genoemde evenement. Het is het infinitief dat na Kann man aan het einde van de vraag staat. Gebruik hingehen voor naar een al bekende plaats of activiteit gaan.
Wir Wir betekent ‘wij’ en omvat in deze scène de twee vrienden die samen kaartjes kunnen kopen. In Wir können die Tickets ... is wir het onderwerp van de zin. Gebruik Wir können + infinitief om een gezamenlijke mogelijkheid of afspraak te benoemen.
können Können betekent hier ‘kunnen’ en drukt in Wir können die Tickets an der Tür kaufen een mogelijkheid of plan uit. Als modaal werkwoord krijgt het het infinitief kaufen aan het einde. Gebruik können + infinitief om te zeggen wat iemand kan of wat mogelijk is.
die Die is hier het bepaalde lidwoord vóór het meervoud Tickets en betekent ‘de’. In die Tickets verwijst het naar concrete kaartjes voor het evenement. Gebruik die vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer de bedoelde zaken bekend of specifiek zijn.
Tickets Tickets is het meervoud van Ticket en betekent hier ‘kaartjes’ voor de muziekveranstaltung. In die Tickets is het de zaak die de vrienden willen kopen. Gebruik Tickets bij het bespreken van toegang tot een evenement.
an An betekent hier ‘bij’ in an der Tür en geeft de plaats aan waar de kaartjes worden gekocht. Samen met der Tür vormt het een plaatsaanduiding bij kaufen. Gebruik an met een plek wanneer iets zich bij of aan die plek bevindt.
der In an der Tür is der het lidwoord bij Tür en betekent het ‘de’; in der leicht zu finden ist is der een betrekkelijk voornaamwoord dat naar Treffpunkt verwijst. De exacte vorm der heeft hier dus twee functies in verschillende zinsdelen. Let bij der op het omliggende zinsdeel: an der Tür benoemt een plaats, terwijl der leicht zu finden ist een plaats beschrijft.
Tür Tür betekent hier ‘deur’ in an der Tür, de plek waar de vrienden de kaartjes kunnen kopen. Het woord verwijst naar de ingang van de locatie. Gebruik an der Tür om een handeling bij een deur te situeren.
kaufen Kaufen betekent ‘kopen’ en is in Wir können die Tickets an der Tür kaufen het infinitief na können. Het krijgt die Tickets als object. Gebruik kaufen met een concreet object wanneer je zegt wat iemand aanschaft.
Ich Ich betekent ‘ik’ en is in Ich bringe ... mit het onderwerp van de mededeling. De spreker vertelt wat zij zelf zal meenemen. Gebruik Ich + werkwoord om een eigen handeling of aanbod te formuleren.
würde Würde is een vorm van werden en drukt in Ich würde gern mit dir hingehen een beleefde of voorwaardelijke wens uit: ‘ik zou graag meegaan’. Het staat samen met het infinitief hingehen. Gebruik Ich würde gern + infinitief om een vriendelijke voorkeur of uitnodiging kenbaar te maken.
gern Gern betekent hier ‘graag’ in Ich würde gern mit dir hingehen. Het maakt duidelijk dat de spreker met plezier wil meegaan. Gebruik gern bij een werkwoord om een voorkeur of bereidheid uit te drukken.
mit In mit dir betekent mit ‘met’, dus samen met de andere persoon; in Ich bringe die Informationen zur Veranstaltung mit is mit het afgescheiden deel van mitbringen en betekent het ‘mee’. De bijdrage hangt daarom af van de omliggende constructie. Gebruik mit dir voor gezelschap en bringe ... mit om te zeggen dat je iets meeneemt.
dir Dir betekent hier ‘jou’ in mit dir en verwijst naar de vriend met wie de spreker wil meegaan. Samen vormen mit dir de betekenis ‘met jou’. Gebruik mit + dir wanneer je zegt dat je iets samen met één bekende persoon doet.
wenn Wenn betekent hier ‘als’ en introduceert in wenn du frei bist de voorwaarde voor het meegaan. In deze bijzin staat bist aan het einde. Gebruik wenn + bijzin om een voorwaarde voor een plan of voorstel te geven.
du Du betekent ‘je’ en verwijst hier naar de ene vriend die mogelijk vrij is. Het is de aanspreekvorm voor één persoon in deze informele situatie. Gebruik du wanneer je rechtstreeks tegen één bekende persoon spreekt.
frei Frei betekent hier ‘vrij’ in wenn du frei bist, dus beschikbaar om mee te gaan. Het beschrijft de beschikbare tijd van de aangesproken persoon. Gebruik frei sein om te vragen of iemand tijd heeft voor een plan.
bist Bist is de vorm van sein bij du en betekent hier ‘bent’ in wenn du frei bist. Omdat dit een bijzin is, staat bist achteraan in het zinsdeel. Gebruik du bist + bijvoeglijk naamwoord om een toestand of eigenschap van iemand te beschrijven.
bringe Bringe is de vorm van bringen bij ich en betekent hier ‘breng’ in Ich bringe die Informationen zur Veranstaltung mit. Samen met het afgescheiden mit betekent de zin dat de spreker de informatie meeneemt. Gebruik Ich bringe + object + mit wanneer je aanbiedt iets mee te nemen.
Informationen Informationen betekent hier ‘informatie’ of ‘gegevens’ over het evenement in die Informationen zur Veranstaltung. Het meervoud verwijst naar de beschikbare details die de vrienden kunnen raadplegen. Gebruik Informationen zu + onderwerp om informatie over een onderwerp aan te duiden.
zur Zur is de samentrekking van zu der en staat in zur Veranstaltung. Hier verbindt het Informationen met het evenement: informatie over of voor de Veranstaltung. Gebruik Informationen zur Veranstaltung wanneer je naar evenementinformatie verwijst.
Veranstaltung Veranstaltung betekent hier ‘evenement’ in zur Veranstaltung. Het verwijst naar de muziekactiviteit die de vrienden willen bijwonen. Gebruik het om naar het geplande of besproken evenement te verwijzen.
sie Sie betekent hier ‘die informatie’ en verwijst terug naar die Informationen in Wir können sie nutzen. In deze zin gaat het niet om een vrouwelijke persoon, maar om het eerder genoemde meervoudige woord Informationen. Gebruik sie om een eerder genoemd zelfstandig naamwoord niet opnieuw te hoeven herhalen.
nutzen Nutzen betekent ‘gebruiken’ en is in Wir können sie nutzen het infinitief na können. Het object sie verwijst naar de informatie. Gebruik nutzen met iets dat je inzet om een doel te bereiken.
um Um introduceert samen met zu een doel in um zu entscheiden: ‘om te beslissen’. De volledige constructie legt uit waarvoor de informatie wordt gebruikt. Gebruik um ... zu + infinitief om het doel van een handeling te benoemen.
zu Zu staat hier vóór het infinitief entscheiden in um zu entscheiden en helpt samen met um de betekenis ‘om te beslissen’ te vormen. Het markeert dus geen afzonderlijke volledige betekenis van de doelzin. Gebruik um ... zu + infinitief voor een doel.
entscheiden Entscheiden betekent ‘beslissen’ en staat als infinitief in um zu entscheiden. De vrienden willen met de informatie bepalen wanneer ze aankomen. Gebruik entscheiden met een keuze of een vraagzin, zoals entscheiden, wann ... .
wann Wann betekent hier ‘wanneer’ in wann wir ankommen en introduceert de vraag naar het aankomsttijdstip. Het gaat hier om informatie binnen een grotere zin, niet om een zelfstandig uitgesproken vraag. Gebruik entscheiden, wann + bijzin om een tijdstip vast te leggen.
ankommen Ankommen betekent ‘aankomen’ en verwijst hier naar het moment waarop de vrienden bij het evenement of ontmoetingspunt arriveren. Het infinitief staat aan het einde van de bijzin wann wir ankommen. Gebruik wann + onderwerp + ankommen om naar een aankomsttijd te vragen of die te bepalen.
Lass Lass is de gebiedende vorm van lassen en betekent in Lass uns auch einen Treffpunkt wählen: ‘laten we’. De constructie stelt een gezamenlijke actie voor. Gebruik Lass uns + infinitief om iemand informeel voor te stellen samen iets te doen.
uns Uns betekent hier ‘ons’ in Lass uns ... wählen en verwijst naar de spreker en de aangesproken persoon samen. In deze vaste voorstelconstructie hoort uns direct bij Lass. Gebruik Lass uns + infinitief voor een gezamenlijk voorstel.
auch Auch betekent ‘ook’ en voegt het kiezen van een ontmoetingspunt toe aan de eerdere plannen. In Lass uns auch einen Treffpunkt wählen staat het vóór de nieuwe gezamenlijke actie. Gebruik auch wanneer je een extra punt of handeling aan een plan toevoegt.
einen Einen betekent hier ‘een’ in einen Treffpunkt en introduceert het ontmoetingspunt als het object dat gekozen moet worden. Het staat vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Treffpunkt. Gebruik einen + zelfstandig naamwoord wanneer zo’n mannelijk object in de zin wordt gekozen of benoemd.
Treffpunkt Treffpunkt betekent hier ‘afspreekpunt’ of ‘ontmoetingsplek’. In einen Treffpunkt wählen gaat het om een herkenbare plaats waar de vrienden elkaar zullen ontmoeten. Gebruik einen Treffpunkt wählen wanneer je samen een ontmoetingsplaats vastlegt.
wählen Wählen betekent ‘kiezen’ en staat als infinitief na Lass uns in Lass uns auch einen Treffpunkt wählen. Het object is einen Treffpunkt. Gebruik wählen met de zaak of plaats die je uit meerdere mogelijkheden selecteert.
leicht Leicht betekent hier ‘gemakkelijk’ in leicht zu finden en beschrijft dat het ontmoetingspunt weinig moeite kost om te lokaliseren. Samen met zu finden vormt het de beschrijving ‘gemakkelijk te vinden’. Gebruik leicht zu + infinitief om aan te geven dat een handeling eenvoudig is.
finden Finden betekent ‘vinden’ in der leicht zu finden ist. Het verwijst hier naar het lokaliseren van het ontmoetingspunt. Gebruik leicht zu finden voor een plaats of object dat gemakkelijk te lokaliseren is.
ist Ist is de vorm van sein en betekent hier ‘is’ in der leicht zu finden ist. Het verbindt der, dat naar Treffpunkt verwijst, met de beschrijving leicht zu finden. Omdat dit een bijzin is, staat ist aan het einde.
Ein Ein betekent hier ‘een’ in Ein klarer Plan en introduceert een duidelijk plan als nieuw onderwerp. Het staat vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Plan. Gebruik ein + zelfstandig naamwoord om één niet nader bepaald plan of voorwerp te benoemen.
klarer Klarer is de verbogen vorm van klar en betekent hier ‘duidelijk’ in Ein klarer Plan. Het beschrijft het plan als begrijpelijk en goed vastgelegd. Gebruik ein klarer Plan wanneer je een plan met duidelijke afspraken bedoelt.
Plan Plan betekent ‘plan’ in Ein klarer Plan. Hier gaat het om de afspraken over tijd en ontmoetingsplaats voor de avond. Gebruik het woord voor een voorgenomen aanpak of reeks afspraken.
macht Macht is de vorm van machen bij Plan en betekent hier ‘maakt’ in macht den Abend einfacher. De constructie geeft aan dat het duidelijke plan een resultaat heeft voor de avond. Gebruik etwas macht + object + bijvoeglijk naamwoord om te zeggen dat iets een situatie verandert.
den Den is hier het bepaalde lidwoord bij Abend en betekent ‘de’ in den Abend. Het markeert de avond als datgene waarop het effect van het plan betrekking heeft. Gebruik den vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord dat als object in de zin staat.
Abend Abend betekent hier ‘avond’ in den Abend. Het verwijst naar de avond waarop de vrienden naar de muziekveranstaltung gaan. Gebruik het woord om naar die tijdsperiode van de dag te verwijzen.
einfacher Einfacher is de vergrotende vorm van einfach en betekent hier ‘gemakkelijker’ in macht den Abend einfacher. Het plan zorgt ervoor dat de avond minder moeilijk te organiseren of te beleven is. Gebruik etwas macht etwas einfacher om een verbetering of vereenvoudiging te beschrijven.

Grammatica

es gibt + Akkusativ

Es gibt einen klaren Plan.

Es gipt ajnen klaaren plaan.

Er is een duidelijk plan.

Na „es gibt“ staat het lijdend voorwerp in de accusatief: „ein“ wordt bij „der Plan“ „einen“.

Adjektiv im Komparativ: einfacher

Mit einem klaren Plan ist es einfacher.

Mit ajnem klaaren plaan ist es ainfacha.

Met een duidelijk plan is het makkelijker.

„Einfacher“ is de vergrotende trap van „einfach“ en betekent „makkelijker“.

Duits woordenschat

einfach bijwoord
ajnfach makkelijk
es gibt uitdrukking
es gipt er is
Gemeindehaus zelfstandig naamwoord
gəmaindehaus buurthuis
gern bijwoord
gèrn graag
hingehen werkwoord
hingeën ernaartoe gaan
interessant bijvoeglijk naamwoord
interesant interessant
kaufen werkwoord
kaufen kopen
klingen werkwoord
klingen klinken klingt
mit voorzetsel
mit met
Musikveranstaltung zelfstandig naamwoord
moeziekferanstaltung muziekevenement
Ticket zelfstandig naamwoord
tiket kaartje Tickets
Tür zelfstandig naamwoord
tuur deur

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Er is een muziekevenement in het buurthuis.

Antwoord tonenIm Gemeindehaus gibt es eine Musikveranstaltung.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

klinken

Antwoord tonenklingt

ernaartoe gaan

Antwoord tonenhingehen

makkelijk

Antwoord toneneinfach

buurthuis

Antwoord tonenGemeindehaus