Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Plannen met vrienden aanpassen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Es tut mir leid, ich muss unseren Plan ändern.
Es toet mier laait, ich moes oenzerun plaan èn-dern. Het spijt me, ik moet ons plan veranderen.Ich bin froh, dass du es mir gesagt hast, bevor ich losging.
Ich bin froo, das doe es mier ge-zaakt hast, be-foor ich loós-gieng. Ik ben blij dat je het me vertelde voordat ik wegging.Etwas Unerwartetes ist dazwischengekommen.
Èt-vas oen-er-vár-tuh-tus ist da-tsviesjən-ge-kó-men. Er is iets onverwachts tussengekomen.Das ist in Ordnung. Wir können einen anderen Tag wählen.
Das ist in órd-noeng. Wier keu-nen ainen an-der-en taak vee-len. Dat is niet erg. We kunnen een andere dag kiezen.Würde es dir später in dieser Woche passen?
Veur-de es dier sjpè-ter in die-zer vó-chuh pas-sen? Zou later deze week voor jou uitkomen?Später in dieser Woche passt es mir gut.
Sjpè-ter in die-zer vó-chuh past es mier goed. Later deze week komt voor mij goed uit.Ich kann dir den neuen Plan schicken.
Ich kan dier deen nòi-en plaan sjik-ken. Ik kan je het nieuwe plan sturen.Das hilft mir, meinen Zeitplan anzupassen.
Das hilpt mier, mainen tsait-plaan an-tsoe-passen. Dat helpt me om mijn agenda aan te passen.Uitleg van de zinnen
Es tut mir leid, ich muss unseren Plan ändern.
Het spijt me, ik moet ons plan veranderen.
- Es tut mir leid
- Het spijt me
- ich muss
- ik moet
- unseren
- ons
- Plan
- plan
- ändern
- veranderen
Uitgebreide uitleg
Es tut mir leid is een vaste Duitse uitdrukking voor “het spijt me”. In deze uitdrukking betekent leidtun niet simpelweg “doen”; de combinatie drukt spijt uit. Een bruikbaar voorbeeld is: Das tut mir leid. — “Dat spijt me.” ich muss betekent hier “ik moet”. muss is de vorm van het modale werkwoord müssen bij ich in de tegenwoordige tijd. Het geeft noodzakelijkheid aan. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de zin: Ich muss arbeiten. — “Ik moet werken.” unseren betekent hier “ons” bij het zelfstandig naamwoord Plan. Het is de verbogen vorm van unser en staat bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord in de accusatief: unser Plan wordt als lijdend voorwerp unseren Plan. De uitgang staat dus op het bezittelijke woord, niet op Plan. Vergelijk bijvoorbeeld: unseren Hund — “onze hond”. Plan betekent “plan”. Het is een mannelijk Duits zelfstandig naamwoord, daarom wordt het met een hoofdletter geschreven. In deze zin is Plan het lijdend voorwerp van ändern: datgene wat veranderd moet worden. ändern betekent “veranderen” of “wijzigen”. Dit is de infinitief. Omdat het na muss staat, blijft het in de infinitief en staat het aan het einde: Ich muss den Termin ändern. — “Ik moet de afspraak wijzigen.” Samen betekent ich muss unseren Plan ändern: “ik moet ons plan veranderen”. De modale combinatie ich muss geeft de noodzakelijkheid aan, unseren Plan is wat veranderd wordt, en ändern staat als infinitief achteraan. De hele uiting is daarom: “Het spijt me, ik moet ons plan veranderen.”
Ich bin froh, dass du es mir gesagt hast, bevor ich losging.
Ik ben blij dat je het me vertelde voordat ik wegging.
- Ich bin
- ik ben
- froh
- blij
- dass
- dat
- du
- je
- es
- het
- mir
- me
- gesagt
- verteld
- bevor
- voordat
- ich
- ik
- losging
- wegging
Uitgebreide uitleg
Ich bin is de vaste combinatie van het persoonlijk voornaamwoord ich (“ik”) met de tegenwoordige vorm bin van sein (“zijn”). In deze zin vormt het de hoofdzin: “ik ben”. Voorbeelden: Ich bin müde. = “Ik ben moe.” en Wir sind müde. = “Wij zijn moe.” froh betekent hier “blij” of “opgelucht”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na sein zelfstandig als gezegde staat en daarom hier geen uitgang krijgt. Een nuttig contrast is traurig (“verdrietig”): Ich bin froh. = “Ik ben blij”; Ich bin traurig. = “Ik ben verdrietig.” dass leidt een bijzin in die uitlegt waarover iemand blij is. In een Duitse dass-bijzin staat de vervoegde werkwoordsvorm aan het einde. Het patroon is bijvoorbeeld Ich weiß, dass du kommst. = “Ik weet dat je komt.” du is de informele tweede persoon enkelvoud: “je/jij”. Het is hier het onderwerp van de dass-bijzin. De vorm verandert naargelang de grammaticale functie; als lijdend voorwerp is de overeenkomstige vorm dich, en als meewerkend voorwerp dir. es betekent hier “het” en is het lijdend voorwerp van “zeggen”: de inhoud waarover gesproken wordt. Het verwijst in deze zin naar iets dat aan de aangesprokene verteld is, zonder dat de concrete inhoud wordt genoemd. Es kan in andere zinnen ook een ander soort voornaamwoord zijn, maar hier past de betekenis “het” bij du es mir gesagt hast. mir is de datiefvorm van ich en betekent “aan mij” of in natuurlijk Nederlands “me”. Bij sagen wordt de ontvanger vaak met de datief uitgedrukt: Du sagst mir die Wahrheit. = “Je vertelt me de waarheid.” De vormen zijn ich (onderwerp), mich (lijdend voorwerp) en mir (meewerkend voorwerp). gesagt is het voltooid deelwoord van sagen (“zeggen”): sagen – gesagt. Samen met hast vormt het het perfectum: du hast gesagt = “je hebt gezegd” of, in deze Nederlandse vertaling, “je vertelde”. Omdat het een dass-bijzin is, staat de vervoegde hulpwerkwoordsvorm hast aan het einde: dass du es mir gesagt hast. Het voltooid deelwoord gesagt staat daar vlak vóór. bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin over de eerdere tijdsgrens in. Ook hier staat de vervoegde werkwoordsvorm aan het einde: Bevor ich gehe, ... = “Voordat ik ga, ...”. De bijzin met bevor geeft dus aan wat eerder plaatsvond dan het vertrek. ich betekent opnieuw “ik”. In bevor ich losging is het het onderwerp van de bevor-bijzin. Hetzelfde voornaamwoord kan dus in verschillende bijzinnen opnieuw voorkomen, telkens met zijn eigen werkwoordelijke relatie. losging is de verleden tijd van losgehen, een scheidbaar werkwoord met de betekenis “vertrekken” of “op weg gaan”. In een hoofdzin wordt het prefix gescheiden: Ich ging los. = “Ik vertrok.” In de bevor-bijzin blijft het werkwoord samen en staat het aan het einde: bevor ich losging. Losging is hier de enkelvoudige verleden tijd bij ich; de Nederlandse vertaling geeft die betekenis weer met “wegging”. Samen vormen Ich bin froh en de dass-bijzin: “Ik ben blij dat je het me vertelde.” De combinatie bevor ich losging voegt daaraan toe dat het vertellen plaatsvond vóór het moment waarop ik vertrok. De volledige betekenis is daarom: “Ik ben blij dat je het me vertelde voordat ik wegging.”
Etwas Unerwartetes ist dazwischengekommen.
Er is iets onverwachts tussengekomen.
- Etwas
- iets
- Unerwartetes
- onverwachts
- dazwischengekommen
- tussengekomen
Uitgebreide uitleg
Etwas betekent hier “iets”: een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader genoemd ding of voorval. Het zegt op zichzelf niet hoeveel dingen er zijn. Voorbeeld: Etwas ist passiert. — “Er is iets gebeurd.” Unerwartetes is het zelfstandig gebruikte bijvoeglijk naamwoord unerwartet (“onverwacht”). Het krijgt hier een hoofdletter omdat het als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt. Na etwas staat deze vorm in het onzijdig enkelvoud en in de nominatief, met de uitgang -es: etwas Unerwartetes. De betekenis is dus “iets onverwachts”, zonder dat het onverwachte voorval nader wordt benoemd. Voorbeeld: Sie hat etwas Unerwartetes gesehen. — “Ze heeft iets onverwachts gezien.” Dazwischengekommen hoort bij het werkwoord dazwischenkommen, letterlijk “ertussen komen”. In deze zin betekent het dat iets onverwachts tussenbeide is gekomen. Dazwischengekommen is het voltooid deelwoord. De voltooide tijd staat hier met sein: ist dazwischengekommen; het hulpwerkwoord is dus sein, niet haben. Voorbeeld: Etwas ist dazwischengekommen. — “Er is iets tussengekomen.” Samen vormen de delen Etwas Unerwartetes ist dazwischengekommen. de betekenis: “Er is iets onverwachts tussengekomen.” Etwas Unerwartetes is het onderwerp, en ist dazwischengekommen zegt dat dit onverwachte iets tussenbeide is gekomen. De precieze oorzaak wordt niet genoemd.
Das ist in Ordnung. Wir können einen anderen Tag wählen.
Dat is niet erg. We kunnen een andere dag kiezen.
- Das ist
- dat is
- in Ordnung
- in orde; oké
- Wir können
- we kunnen
- anderen
- andere
- Tag
- dag
- wählen
- kiezen
Uitgebreide uitleg
Das ist betekent hier “dat is”. Das is een aanwijzend voornaamwoord; de vorm is onzijdig en enkelvoudig, maar de concrete zaak waarnaar het verwijst wordt in deze zin niet nader benoemd. ist is de vorm van sein voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: sein – ist. in Ordnung is een vaste uitdrukking voor “in orde” of “oké”. In deze zin stelt ze de situatie gerust: wat er is gebeurd, wordt als aanvaardbaar voorgesteld. Bijvoorbeeld: Alles ist in Ordnung. — “Alles is in orde.” Wir können betekent “wij kunnen”. können is een modaal werkwoord; het geeft hier de mogelijkheid aan. Het vervoegde modale werkwoord staat op de tweede plaats, terwijl het bijbehorende werkwoord aan het einde van de zin in de infinitief komt: Wir können morgen kommen. — “Wij kunnen morgen komen.” Wir is de eerste persoon meervoud; können is daarvoor de tegenwoordige vorm. anderen betekent hier “andere”. Het is de verbogen vorm van ander. In einen anderen Tag staat het bijvoeglijk naamwoord bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Tag; de combinatie is enkelvoud en lijdend voorwerp. De uitgang -en in anderen past bij de combinatie einen plus een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief. Vergelijk: ein anderer Tag — “een andere dag” als onderwerp, maar einen anderen Tag — “een andere dag” als lijdend voorwerp. Tag betekent “dag”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Tag. Na einen krijgt het hier de accusatiefvorm zonder zichtbare verandering aan het zelfstandig naamwoord: einen Tag. Het meervoud is Tage, zoals in zwei Tage — “twee dagen”. wählen betekent “kiezen”. Dit is de infinitief die na het modale werkwoord können aan het einde staat. Zonder modaliteit kun je bijvoorbeeld zeggen: Wir wählen einen Tag. — “Wij kiezen een dag.” Samen vormen de delen: Das ist in Ordnung = “Dat is niet erg / Dat is in orde”; Wir können einen anderen Tag wählen = “We kunnen een andere dag kiezen”. De volledige vaste betekenis is dus: “Dat is niet erg. We kunnen een andere dag kiezen.” In deze context is können geschikt om een mogelijke alternatieve afspraak voor te stellen, zonder te beweren dat die al definitief gekozen is.
Würde es dir später in dieser Woche passen?
Zou later deze week voor jou uitkomen?
- Würde es dir
- zou het voor jou … uitkomen?
- später
- later
- dieser
- deze
- Woche
- week
- passen
- uitkomen; passen
Uitgebreide uitleg
Würde es dir vormt hier een beleefde vraag naar geschiktheid. würde is de Konjunktiv-II-vorm van werden en staat met de infinitief aan het einde: Würde es dir passen? betekent hier niet dat iemand letterlijk iets “zou worden”, maar “zou het voor jou uitkomen?”. dir is de datiefvorm van du; bij passen krijgt de persoon voor wie iets geschikt is de datief. Voorbeeld: Würde es dir morgen passen? — Zou het morgen voor jou uitkomen? später betekent hier “later”, dus op een later moment dan het relevante moment. Het is een bijwoord en verandert niet naar geslacht of getal. Voorbeeld: Wir sprechen später. — We praten later. dieser staat bij Woche en betekent “deze”. De vorm is hier datief vrouwelijk enkelvoud: in dieser Woche. Het voorzetsel in krijgt in deze tijdsaanduiding de datief. De vorm diese hoort bijvoorbeeld bij vrouwelijk enkelvoud in de nominatief of accusatief, maar niet in deze woordgroep. Woche is het zelfstandig naamwoord “week”. Het meervoud is Wochen: in dieser Woche — in deze week; in diesen Wochen — in deze weken. In de vaste zin maakt später in dieser Woche samen de tijdsaanduiding “later deze week”. passen betekent hier “uitkomen” of “geschikt zijn”. In de constructie etwas passt jemandem is iets het onderwerp en staat de persoon voor wie het geschikt is in de datief: Der Termin passt mir. — De afspraak komt voor mij uit. De tegenwoordige tijd is passt bij enkelvoudig es; de infinitief na würde blijft passen. De volledige structuur is würde + onderwerp + datiefpersoon + tijdsaanduiding + infinitief: Würde es dir später in dieser Woche passen? De vaste vertaling is: “Zou later deze week voor jou uitkomen?” De vraag vraagt dus of een niet nader gespecificeerd moment of afspraak later in die week geschikt is voor de aangesprokene. De formulering is beleefd en bruikbaar wanneer je een moment wilt voorstellen of afstemmen.
Später in dieser Woche passt es mir gut.
Later deze week komt voor mij goed uit.
- Später
- later
- dieser
- deze
- Woche
- week
- passt
- komt uit / past
- es mir
- het voor mij
- gut
- goed
Uitgebreide uitleg
Später betekent hier “later” en staat als tijdsbepaling aan het begin. Het is verwant aan spät (“laat”): spät – später – am spätesten (“laat – later – het laatst”). In deze zin gaat het om een later moment, niet om een vergelijking met een expliciet genoemde andere tijd. Voorbeeld: Ich komme später. — “Ik kom later.” dieser hoort bij Woche. Woche is vrouwelijk, en in in dieser Woche staat de combinatie in de datief: in krijgt hier de datief omdat het om een tijdsperiode gaat, niet om een beweging naar een plaats. De vrouwelijke datiefvorm van het aanwijzende woord is dieser; vergelijk bijvoorbeeld diese Woche als onderwerp of lijdend voorwerp. Voorbeeld: In dieser Woche arbeite ich viel. — “Deze week werk ik veel.” Woche betekent “week” en is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Woche. De volledige tijdsbepaling in dieser Woche betekent “deze week” en geeft aan binnen welke week iets goed uitkomt. passt is de derde persoon enkelvoud van passen, in de tegenwoordige tijd. In es passt mir betekent passen niet alleen “passen” in de zin van geschikt zijn qua maat, maar “uitkomen” of “geschikt zijn” voor iemand. Voorbeeld: Der Termin passt mir. — “De afspraak komt voor mij uit.” De vorm passt hoort bij het enkelvoudige onderwerp es; passen heeft ook de concrete betekenis “passen” qua maat, zoals in Die Jacke passt. — “De jas past.” es mir vormt hier samen met passt het patroon es passt jemandem: iets komt voor iemand uit. es is het formele onderwerp in dit patroon; mir is de datiefvorm van ich en geeft aan voor wie de tijd geschikt is. De persoonlijke vormen zijn ich – mir, du – dir, er/sie/es – ihm/ihr/ihm. Voorbeeld: Der Montag passt ihr gut. — “Maandag komt voor haar goed uit.” gut betekent “goed” en beschrijft hier hoe de tijd uitkomt. In combinatie met passen versterkt het de geschiktheid: es passt mir gut betekent natuurlijk “het komt voor mij goed uit”. De vergrotende trap is besser (“beter”): Der Freitag passt mir besser. — “Vrijdag komt voor mij beter uit.” Samen betekent Später in dieser Woche passt es mir gut.: “Later deze week komt het voor mij goed uit.” De volgorde is: eerst het latere tijdstip, daarna de week waarin dat moment valt, vervolgens het patroon es passt mir en ten slotte gut, dat aangeeft dat dit moment geschikt is voor de spreker.
Ich kann dir den neuen Plan schicken.
Ik kan je het nieuwe plan sturen.
- Ich kann
- ik kan
- dir
- je / jou
- neuen
- nieuwe
- Plan
- plan
- schicken
- sturen
Uitgebreide uitleg
Ich kann betekent hier dat de spreker in staat of bereid is iets te doen: “ik kan”. kann is de vorm van het modale werkwoord können bij ich in de tegenwoordige tijd. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde: Ich kann kommen = “Ik kan komen”. dir is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon: “je/jou” als ontvanger. Vergelijk dir met de accusatiefvorm dich: Ich sehe dich = “Ik zie je”, maar Ich helfe dir = “Ik help je”. Hier is de aangesproken persoon degene voor wie of aan wie het plan wordt gestuurd. neuen komt van het bijvoeglijk naamwoord neu, “nieuw”. In deze zin krijgt het de uitgang -en, omdat het bij den Plan hoort: Plan is mannelijk en staat hier in de accusatief; het bepaalde lidwoord is den. Vergelijk: der neue Plan (onderwerp) en den neuen Plan (lijdend voorwerp). Plan betekent “plan”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Plan; in deze zin staat de accusatiefvorm met het lidwoord den: den Plan. Een voorbeeld is Ich ändere den Plan = “Ik verander het plan”. schicken betekent “sturen”. Dit is de infinitiefvorm. Na kann blijft die vorm onveranderd en staat hij aan het einde: Ich kann dir die Datei schicken = “Ik kan je het bestand sturen”. Samen vormt Ich kann dir den neuen Plan schicken een modale zin: de spreker zegt dat hij of zij de aangesproken persoon het nieuwe plan kan sturen. Ich is de uitvoerder, dir de ontvanger, den neuen Plan wat wordt gestuurd, en schicken de handeling; de modale vorm kann staat op de tweede plaats en de infinitief schicken aan het einde.
Das hilft mir, meinen Zeitplan anzupassen.
Dat helpt me om mijn agenda aan te passen.
- Das
- dat
- hilft
- helpt
- mir
- mij
- meinen
- mijn
- Zeitplan
- agenda
- anzupassen
- aan te passen
Uitgebreide uitleg
Das is hier een aanwijzend voornaamwoord als onderwerp: “dat”. De concrete referent wordt in de gegeven zin niet verder benoemd; de vorm verwijst dus naar iets dat uit de context begrepen wordt. Als zelfstandig onderwerp staat het in de nominatief. Voorbeeld: Das ist wichtig. — “Dat is belangrijk.” hilft komt van helfen en is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: helfen → er/sie/es hilft. In deze betekenis krijgt de persoon die hulp ontvangt de datief. Het patroon is jemandem helfen, etwas zu tun — iemand helpen om iets te doen. mir is de datiefvorm van het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: ich → mir. Het betekent hier “mij” als degene die geholpen wordt. Voorbeeld: Sie hilft mir. — “Zij helpt mij.” meinen is hier geen werkwoord, maar de bezittelijke bepaler “mijn”. Hij hoort bij Zeitplan en staat in de mannelijke accusatief enkelvoud: mein Zeitplan (nominatief) → meinen Zeitplan (accusatief). De uitgang -en staat dus op meinen, omdat Zeitplan het lijdend voorwerp is bij anpassen. Zeitplan betekent “tijdschema” of, in deze vertaling, “agenda”. Het is een mannelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: der Zeitplan. In de accusatief verandert het zelfstandig naamwoord zelf niet; de bijbehorende vorm is bijvoorbeeld den Zeitplan. Voorbeeld: Ich ändere meinen Zeitplan. — “Ik verander mijn tijdschema.” anzupassen komt van het scheidbare werkwoord anpassen, “aanpassen”. Na zu krijgt dit werkwoord de vorm anzupassen: bij een scheidbaar werkwoord komt zu tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam. Het betekent hier “aan te passen”, niet simpelweg “passen”. Voorbeeld: Sie versucht, den Plan anzupassen. — “Zij probeert het plan aan te passen.” Samen vormt hilft ... mir, ... anzupassen het patroon jemandem helfen, etwas zu tun: iemand helpen om iets te doen. meinen Zeitplan is wat aangepast wordt, terwijl Das het onderwerp is van hilft. De volledige betekenis is daarom: “Dat helpt mij om mijn agenda aan te passen.”
Grammatica
bevor + Nebensatz: Das Verb steht am Ende
Bevor es losging
be-foor es loós-giengVoordat het begon
Na „bevor” staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.
etwas + substantiviertes Adjektiv
etwas Unerwartetes
èt-vas oen-er-vár-tuh-tusiets onverwachts
Na „etwas” krijgt het bijvoeglijk naamwoord een hoofdletter en de uitgang -es.
Duits woordenschat
Ich muss unseren Plan ändern.
Bevor ich losging.
Etwas Unerwartetes ist dazwischengekommen.
Es tut mir leid, ich muss unseren Plan ändern.
Ich bin froh, dass du es mir gesagt hast.
Ich bin froh, dass du es mir gesagt hast.
Das ist in Ordnung.
Bevor ich losging.
Würde es dir später in dieser Woche passen?
Etwas Unerwartetes ist dazwischengekommen.
Wir können einen anderen Tag wählen.
Später in dieser Woche passt es mir gut.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Er is iets onverwachts tussengekomen.
Antwoord tonen
Etwas Unerwartetes ist dazwischengekommen.Dat helpt me om mijn agenda aan te passen.
Antwoord tonen
Das hilft mir, meinen Zeitplan anzupassen.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
voordat
Antwoord tonen
bevorveranderen
Antwoord tonen
ändernblij
Antwoord tonen
frohwegging