Een tas inpakken voor een uitstapje | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before an outing, two adults check a packed bag for a charger, a snack, a raincoat, and water..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Een tas inpakken voor een uitstapje oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich packe meine Tasche für den Ausflug.

Iesj pakkuh mai-nuh tasjuh fuur deen aus-floek. Ik pak mijn tas in voor het uitstapje.
B

Was musst du noch mitnehmen?

Vas moest doe nog mit-nee-muh? Wat moet je nog meenemen?
A

Ich habe ein Ladegerät, einen Snack und einen Regenmantel.

Iesj haa-buh ain laa-duh-guh-reet, ai-nuh snek oent ain ree-guhm-man-tul. Ik heb een oplader, een snack en een regenjas.
B

Damit bist du vorbereitet, wenn sich das Wetter ändert.

Da-mit bist doe foar-buh-rai-tut, ven ziesj das vet-tuh en-durt. Daarmee ben je voorbereid als het weer verandert.
A

Soll ich eine zusätzliche Flasche Wasser mitnehmen?

Zol iesj ai-nuh tsoe-zets-lih-sjuh flasjuh vas-suh mit-nee-muh? Zal ik een extra fles water meenemen?
B

Nimm eine mit, falls der Spaziergang länger dauert als erwartet.

Nim ai-nuh mit, vals deer sjpa-tsee-uh-gang leng-uh dau-urt als er-vaar-tut. Neem er een mee voor het geval de wandeling langer duurt dan verwacht.
A

Meine Tasche ist voll.

Mai-nuh tasjuh ist fol. Mijn tas is vol.
A

Sie ist nicht zu schwer.

Zee ist niesjt tsoe sjveer. Hij is niet te zwaar.
B

Dann bist du bereit loszugehen.

Dan bist doe buh-rait loos-tsoe-gay-uhn. Dan ben je klaar om te vertrekken.

Woord voor woord

Ich Ich betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de persoon die haar tas inpakt. In de dialoog staat het in de zinnen "Ich packe meine Tasche" en "Ich habe ein Ladegerät". Je gebruikt "Ich" wanneer je zelf iets doet of hebt.
packe Packe betekent hier dat de spreker haar tas aan het inpakken is. Samen met "Ich" vormt het de uitspraak "Ich packe meine Tasche". Dit patroon gebruik je om te zeggen dat je iets inpakt.
meine Meine betekent hier ‘mijn’ en geeft aan dat de tas van de spreker is. Het staat in de woordgroep "meine Tasche". Je gebruikt deze vorm om bezit van de spreker aan te geven bij een woord zoals "Tasche".
Tasche Tasche betekent hier ‘tas’, de tas die voor het uitstapje wordt ingepakt. In de dialoog staat het in "meine Tasche" en later in "Meine Tasche ist voll". Je gebruikt het om een tas voor spullen te benoemen.
für Für betekent hier ‘voor’ en geeft aan waarvoor de tas wordt ingepakt. Het staat in de vaste woordgroep "für den Ausflug". Je gebruikt "für" om het doel of de bestemming van iets aan te geven.
den Den is hier het lidwoord bij "Ausflug" in de woordgroep "für den Ausflug". De hele woordgroep betekent ‘voor het uitstapje’. Je gebruikt deze combinatie wanneer je zegt dat iets voor dat uitstapje bedoeld is.
Ausflug Ausflug betekent hier ‘uitstapje’ of ‘excursie’. Het staat in "für den Ausflug" en benoemt de activiteit waarvoor de tas wordt gepakt. Je gebruikt het voor een geplande tocht of uitstap.
Was Was betekent hier ‘wat’ en vraagt naar het voorwerp dat nog meegenomen moet worden. In "Was musst du noch mitnehmen?" staat het aan het begin van de vraag. Je gebruikt "Was" om naar een ding of informatie te vragen.
musst Musst geeft hier aan wat iemand nog moet of nodig heeft om mee te nemen. Het staat in de vraag "Was musst du noch mitnehmen?". De combinatie "musst du" is bruikbaar wanneer je vraagt welke handeling iemand nog moet uitvoeren.
du Du betekent hier ‘je’ en verwijst naar de ene persoon die wordt aangesproken. In de dialoog staat het in "musst du" en "bist du vorbereitet". Je gebruikt "du" in een directe vraag of mededeling aan die persoon.
noch Noch betekent hier ‘nog’ en laat zien dat er mogelijk iets ontbreekt voordat de tas klaar is. Het staat in de woordgroep "noch mitnehmen". Je gebruikt het wanneer een handeling of behoefte op dat moment nog niet is afgerond.
mitnehmen Mitnehmen betekent hier ‘meenemen’, dus iets bij je hebben tijdens het uitstapje. Het staat na "musst du noch" in "musst du noch mitnehmen" en ook na "Flasche Wasser". Je gebruikt het met het voorwerp dat je ergens mee naartoe brengt.
habe Habe betekent hier ‘heb’ en introduceert de spullen die de spreker al bij zich heeft. Het staat in "Ich habe ein Ladegerät, einen Snack und einen Regenmantel". Je gebruikt "Ich habe" om te zeggen welke dingen je hebt.
ein Ein betekent hier ‘een’ en introduceert één oplader in de opsomming. Het staat in de woordgroep "ein Ladegerät". Je gebruikt deze combinatie wanneer je één niet nader bepaalde oplader noemt.
Ladegerät Ladegerät betekent hier ‘oplader’, een voorwerp dat in de tas zit. Het staat in "ein Ladegerät". Je gebruikt het om een apparaat te benoemen waarmee je bijvoorbeeld een telefoon kunt opladen.
einen Einen betekent hier ‘een’ en staat vóór "Snack" in de opsomming van spullen. De volledige woordgroep is "einen Snack". Je gebruikt deze vorm hier wanneer je één snack noemt als iets dat de spreker heeft.
Snack Snack betekent hier ‘snack’ of een kleine hap om te eten. Het staat in "einen Snack" naast de oplader en de regenjas. Je gebruikt het voor iets kleins dat je onderweg kunt eten.
und Und betekent ‘en’ en verbindt de drie genoemde spullen met elkaar. In de dialoog staat het in "ein Ladegerät, einen Snack und einen Regenmantel". Je gebruikt "und" om woorden of woordgroepen aan elkaar te koppelen.
Regenmantel Regenmantel betekent hier ‘regenjas’, een kledingstuk voor regenachtig weer. Het staat in de opsomming "ein Ladegerät, einen Snack und einen Regenmantel". Je gebruikt het wanneer je een jas bedoelt die tegen regen beschermt.
Damit Damit betekent hier ‘daarmee’ en verwijst naar de genoemde spullen in de tas. In "Damit bist du vorbereitet" zegt de spreker dat die spullen samen voldoende voorbereiding bieden. Je gebruikt "Damit" om naar eerder genoemde dingen te verwijzen.
bist Bist betekent hier ‘bent’ en beschrijft de toestand van de aangesproken persoon. Het staat in "Damit bist du vorbereitet" en "Dann bist du bereit loszugehen". Je gebruikt deze vorm in een zin met "du" om een toestand of eigenschap van die persoon te beschrijven.
vorbereitet Vorbereitet betekent hier ‘voorbereid’: de persoon heeft alles bij zich wat nodig kan zijn. Het staat in "bist du vorbereitet". Je gebruikt deze uitdrukking wanneer iemand klaar is voor een activiteit of mogelijke verandering.
wenn Wenn betekent hier ‘als’ of ‘wanneer’ en leidt de voorwaarde in dat het weer verandert. Het staat in "wenn sich das Wetter ändert". Je gebruikt "wenn" om een voorwaarde of situatie aan te geven.
sich Sich hoort hier bij "ändert" in de uitdrukking "sich ändert". Samen beschrijven ze dat het weer verandert. Je gebruikt de volledige woordgroep "wenn sich das Wetter ändert" om een mogelijke verandering van het weer te benoemen.
das Das is hier het lidwoord bij "Wetter" in de woordgroep "das Wetter". De volledige woordgroep betekent ‘het weer’. Je gebruikt deze combinatie wanneer je over de weersomstandigheden spreekt.
Wetter Wetter betekent hier ‘weer’, dus de weersomstandigheden die kunnen veranderen. Het staat in "das Wetter" en in de zin "wenn sich das Wetter ändert". Je gebruikt het om over regen, zon of andere weersomstandigheden te praten.
ändert Ändert betekent hier ‘verandert’ en beschrijft een verandering van het weer. Het staat samen met "sich" in "sich ändert". Je gebruikt deze vorm in de dialoog om aan te geven dat de weersomstandigheden anders worden.
Soll Soll betekent hier ‘zal ik’ of ‘moet ik’ in een vraag om advies. In "Soll ich eine zusätzliche Flasche Wasser mitnehmen?" vraagt de spreker of het verstandig is om nog iets mee te nemen. Je gebruikt "Soll ich ...?" wanneer je vraagt wat je het beste kunt doen.
zusätzliche Zusätzliche betekent hier ‘extra’ of ‘aanvullende’ en geeft aan dat er al een fles is of wordt overwogen en dat deze erbij komt. Het staat in "eine zusätzliche Flasche Wasser". Je gebruikt het om iets extra’s naast het al genoemde aan te duiden.
Flasche Flasche betekent hier ‘fles’, concreet een fles die met water wordt gevuld of meegenomen. Het staat in "eine zusätzliche Flasche Wasser". Je gebruikt het om de verpakking van het water te benoemen.
Wasser Wasser betekent hier ‘water’, de inhoud van de extra fles. De volledige woordgroep is "eine zusätzliche Flasche Wasser". Je gebruikt deze combinatie wanneer je een fles met water bedoelt.
mit Mit betekent hier ‘mee’ als onderdeel van het werkwoord "mitnehmen". Het draagt in "mitnehmen" het idee bij dat iets met de persoon meegaat; de hele handeling is ‘meenemen’. In de dialoog staat het in "Flasche Wasser mitnehmen".
Nimm Nimm betekent hier ‘neem’ of ‘neem mee’ en geeft een directe aanbeveling aan de aangesproken persoon. Het staat in de opdracht "Nimm eine mit". Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand rechtstreeks zegt iets mee te nemen.
eine Eine betekent hier ‘een’ en verwijst in "Nimm eine mit" terug naar de genoemde fles. Het zelfstandig naamwoord wordt daar niet opnieuw gezegd, maar de betekenis blijft ‘neem er één mee’. Je gebruikt deze vorm om naar één eerder genoemd voorwerp terug te verwijzen.
falls Falls betekent hier ‘als’ of ‘voor het geval dat’ en introduceert een mogelijke omstandigheid. Het staat in "falls der Spaziergang länger dauert als erwartet". Je gebruikt "falls" wanneer je iets voor een mogelijke situatie wilt voorzien.
der Der is hier het lidwoord bij "Spaziergang" in de woordgroep "der Spaziergang". De volledige woordgroep verwijst naar de wandeling die mogelijk langer duurt. Je gebruikt deze combinatie wanneer je over die wandeling spreekt.
Spaziergang Spaziergang betekent hier ‘wandeling’. Het staat in "der Spaziergang" als datgene waarvan de duur mogelijk langer is. Je gebruikt het voor een activiteit waarbij je te voet op pad gaat.
länger Länger betekent hier ‘langer’ en vergelijkt de verwachte duur van de wandeling met wat er werkelijk nodig kan zijn. Het staat in "länger dauert als erwartet". Je gebruikt het om aan te geven dat iets meer tijd in beslag neemt dan voorzien.
dauert Dauert betekent hier ‘duurt’ en beschrijft hoeveel tijd de wandeling in beslag neemt. Het staat in "der Spaziergang länger dauert". Je gebruikt deze vorm om de duur van een activiteit of gebeurtenis te beschrijven.
als Als betekent hier ‘dan’ in de vergelijking "länger dauert als erwartet". Het verbindt de langere werkelijke duur met wat werd verwacht. Je gebruikt deze combinatie wanneer je twee duur- of eigenschapsniveaus vergelijkt.
erwartet Erwartet betekent hier ‘verwacht’ en verwijst naar de vooraf ingeschatte duur van de wandeling. In "als erwartet" vormt het samen met "als" de betekenis ‘dan verwacht’. Je gebruikt dit om een werkelijke situatie met een verwachting te vergelijken.
ist Ist betekent hier ‘is’ en verbindt de tas met de beschrijving dat hij vol is. Het staat in "Meine Tasche ist voll" en in "Sie ist nicht zu schwer". Je gebruikt deze vorm om een toestand of eigenschap te beschrijven.
voll Voll betekent hier ‘vol’: de tas bevat veel spullen en heeft weinig ruimte over. Het staat in "Meine Tasche ist voll". Je gebruikt het om aan te geven dat een tas of andere ruimte gevuld is.
Sie Sie betekent hier ‘ze’ of ‘zij’, maar verwijst in deze dialoog naar de tas uit de vorige zin. In "Sie ist nicht zu schwer" beschrijft de spreker dus de tas, niet een persoon. Je gebruikt dit woord hier om niet opnieuw "Meine Tasche" te hoeven herhalen.
nicht Nicht betekent hier ‘niet’ en ontkent dat de tas te zwaar is. Het staat in de combinatie "nicht zu schwer". Je gebruikt deze combinatie om te zeggen dat een bepaalde mate of eigenschap niet wordt bereikt.
zu Zu betekent hier ‘te’ in de combinatie "zu schwer". Samen geeft "zu schwer" aan dat iets een ongeschikt hoog gewicht zou hebben; met "nicht" wordt dat ontkend. Je gebruikt het vóór een eigenschap wanneer die mate overdreven of problematisch is.
schwer Schwer betekent hier ‘zwaar’ en beschrijft het gewicht van de tas. In "nicht zu schwer" zegt de spreker dat het gewicht nog aanvaardbaar is. Je gebruikt het om het gewicht van een voorwerp of tas te beschrijven.
Dann Dann betekent hier ‘dan’ en trekt een conclusie uit het feit dat de tas vol maar niet te zwaar is. Het staat in "Dann bist du bereit loszugehen". Je gebruikt "Dann" om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
bereit Bereit betekent hier ‘klaar’ of ‘gereed’ om te vertrekken. Het staat in de combinatie "bereit loszugehen". Je gebruikt dit patroon om te zeggen dat iemand klaar is om een bepaalde handeling te beginnen.
loszugehen Loszugehen betekent hier ‘te vertrekken’ of ‘op weg te gaan’. Het staat na "bereit" in "bereit loszugehen" en benoemt de handeling waarvoor de persoon klaar is. Het basiswerkwoord is "losgehen"; in deze constructie verschijnt de vorm "loszugehen".

Grammatica

wenn/falls + bijzin: het werkwoord staat achteraan

Falls der Spaziergang länger dauert, nehmen wir Wasser mit.

Vals deer sjpa-tsee-uh-gang leng-uh dau-urt, nee-muh wier vas-suh mit.

Als de wandeling langer duurt, nemen we water mee.

Na wenn of falls staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

losgehen → loszugehen

Wir sind bereit, loszugehen.

Wier zint buh-rait, loos-tsoe-gay-uhn.

We zijn klaar om te vertrekken.

Bij scheidbare werkwoorden komt zu tussen het voorvoegsel en het werkwoord: loszugehen.

Duits woordenschat

Ausflug zelfstandig naamwoord
aus-floek uitstapje
damit bijwoord
da-mit daarmee Damit
Ladegerät zelfstandig naamwoord
laa-duh-guh-reet oplader
mitnehmen werkwoord
mit-nee-muh meenemen
packen werkwoord
pakkuh inpakken packe
Regenmantel zelfstandig naamwoord
ree-guhm-man-tul regenjas
Snack zelfstandig naamwoord
snek snack
Tasche zelfstandig naamwoord
tasjuh tas
vorbereitet bijvoeglijk naamwoord
foar-buh-rai-tut voorbereid
wenn voegwoord
ven als
Wetter zelfstandig naamwoord
vet-tuh weer
zusätzlich bijvoeglijk naamwoord
tsoe-zets-lih extra zusätzliche

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat moet je nog meenemen?

Antwoord tonenWas musst du noch mitnehmen?

Mijn tas is vol.

Antwoord tonenMeine Tasche ist voll.

Hij is niet te zwaar.

Antwoord tonenSie ist nicht zu schwer.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

voorbereid

Antwoord tonenvorbereitet

tas

Antwoord tonenTasche

snack

Antwoord tonenSnack

oplader

Antwoord tonenLadegerät