Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een tas inpakken voor een uitstapje oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich packe meine Tasche für den Ausflug.
Iesj pakkuh mai-nuh tasjuh fuur deen aus-floek. Ik pak mijn tas in voor het uitstapje.Was musst du noch mitnehmen?
Vas moest doe nog mit-nee-muh? Wat moet je nog meenemen?Ich habe ein Ladegerät, einen Snack und einen Regenmantel.
Iesj haa-buh ain laa-duh-guh-reet, ai-nuh snek oent ain ree-guhm-man-tul. Ik heb een oplader, een snack en een regenjas.Damit bist du vorbereitet, wenn sich das Wetter ändert.
Da-mit bist doe foar-buh-rai-tut, ven ziesj das vet-tuh en-durt. Daarmee ben je voorbereid als het weer verandert.Soll ich eine zusätzliche Flasche Wasser mitnehmen?
Zol iesj ai-nuh tsoe-zets-lih-sjuh flasjuh vas-suh mit-nee-muh? Zal ik een extra fles water meenemen?Nimm eine mit, falls der Spaziergang länger dauert als erwartet.
Nim ai-nuh mit, vals deer sjpa-tsee-uh-gang leng-uh dau-urt als er-vaar-tut. Neem er een mee voor het geval de wandeling langer duurt dan verwacht.Meine Tasche ist voll.
Mai-nuh tasjuh ist fol. Mijn tas is vol.Sie ist nicht zu schwer.
Zee ist niesjt tsoe sjveer. Hij is niet te zwaar.Dann bist du bereit loszugehen.
Dan bist doe buh-rait loos-tsoe-gay-uhn. Dan ben je klaar om te vertrekken.Uitleg van de zinnen
Ich packe meine Tasche für den Ausflug.
Ik pak mijn tas in voor het uitstapje.
- packe
- pak in
- meine
- mijn
- Tasche
- tas
- für
- voor
- Ausflug
- uitstapje
Uitgebreide uitleg
packe komt hier van packen: “inpakken”. De vorm packe is de ik-vorm in de tegenwoordige tijd: ich packe = “ik pak in”. In het Duits kan packen ook gewoon “pakken” betekenen; in deze zin geeft de combinatie met meine Tasche de betekenis “een tas inpakken”. Voorbeeld: Ich packe meinen Koffer. — “Ik pak mijn koffer in.” meine betekent hier “mijn” en hoort bij Tasche. Het is een bezittelijk woord; de vorm hangt onder meer af van het grammaticale geslacht, getal en de naamval van het zelfstandig naamwoord. Tasche is vrouwelijk en staat hier als lijdend voorwerp; bij dit vrouwelijke enkelvoud is de vorm in deze naamval meine. Voorbeeld: Meine Tasche ist groß. — “Mijn tas is groot.” Tasche betekent “tas”. Het meervoud is Taschen. In deze zin is Tasche enkelvoud en is het de zaak die wordt ingepakt. Voorbeeld: Die Tasche ist schwer. — “De tas is zwaar.” für betekent “voor” en geeft hier het doel of de bestemming van het inpakken aan. für wordt in het Duits gebruikt met de accusatief. Daarom staat er in het aansluitende naamwoordgroepje den Ausflug: den is de accusatiefvorm van het mannelijke lidwoord der. Ausflug betekent “uitstapje”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is Ausflüge. Na für staat hier de accusatief enkelvoud, dus den Ausflug. Voorbeeld: Wir machen einen Ausflug. — “Wij maken een uitstapje.” De zin bestaat uit Ich packe (“ik pak in”), meine Tasche (“mijn tas”) en für den Ausflug (“voor het uitstapje”). Samen betekent Ich packe meine Tasche für den Ausflug.: “Ik pak mijn tas in voor het uitstapje.”
Was musst du noch mitnehmen?
Wat moet je nog meenemen?
- Was
- wat
- musst du
- moet je
- noch
- nog
- mitnehmen
- meenemen
Uitgebreide uitleg
Was betekent hier “wat” en vraagt naar een zaak die meegenomen moet worden. Het is de vraagvorm voor een onbekend ding; voor een persoon gebruik je bijvoorbeeld Wer (“wie”). musst du bestaat uit de vervoegde vorm musst van müssen (“moeten”) en het persoonlijk voornaamwoord du (“je”). musst is de vorm voor de tweede persoon enkelvoud: du musst. In een vraag met een vraagwoord staat de persoonsvorm direct na het vraagwoord en komt het onderwerp daarna: Was musst du ...? De modaliteit komt van müssen; het gaat dus om wat je nog moet meenemen, niet alleen om wat je van plan bent. Voorbeeld: Was musst du lernen? — “Wat moet je leren?” noch betekent hier “nog” en geeft aan dat er op dit moment nog iets resteert of bijkomt. Het woord noemt zelf geen specifiek aantal. Voorbeeld: Ich brauche noch Wasser. — “Ik heb nog water nodig.” mitnehmen betekent “meenemen”. Het is een scheidbaar werkwoord: zonder modaal werkwoord verschijnt het vaak gesplitst, bijvoorbeeld Ich nehme den Schirm mit — “Ik neem de paraplu mee.” Na een vervoegd modaal werkwoord staat mitnehmen als volledig infinitief aan het einde: Du musst den Schirm mitnehmen — “Je moet de paraplu meenemen.” Samen vormt de zin het patroon Was musst du noch mitnehmen? — “Wat moet je nog meenemen?” Was vraagt naar het voorwerp, musst du geeft de verplichting met du als onderwerp, noch voegt de betekenis “nog” toe, en mitnehmen benoemt de handeling. In de gegeven context gaat het om spullen voor het uitstapje; de zin vraagt welke daarvan nog meegenomen moeten worden.
Ich habe ein Ladegerät, einen Snack und einen Regenmantel.
Ik heb een oplader, een snack en een regenjas.
- habe
- heb
- Ladegerät
- oplader
- Snack
- snack
- Regenmantel
- regenjas
Uitgebreide uitleg
habe is de vorm van haben bij ich in de tegenwoordige tijd. Samen met Ich betekent Ich habe hier “ik heb”. Voor andere personen verandert de vorm: du hast, er/sie/es hat, wir haben. Voorbeeld: Ich habe Zeit. — “Ik heb tijd.” Ladegerät betekent hier “oplader”. Het basiswoord is das Ladegerät; als lijdend voorwerp blijft het onzijdige onbepaalde lidwoord ein gelijk: Ich habe ein Ladegerät. — “Ik heb een oplader.” De vorm ein geeft hier niet op zichzelf een expliciet aantal aan. Snack is “snack”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Snack. In deze zin staat het als lijdend voorwerp, waardoor het onbepaalde lidwoord ein de accusatiefvorm einen krijgt: Ich habe einen Snack. — “Ik heb een snack.” Regenmantel betekent “regenjas”. Het is een mannelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: der Regenmantel. Ook hier krijgt het onbepaalde lidwoord door de lijdendvoorwerpsfunctie de vorm einen: Ich habe einen Regenmantel. — “Ik heb een regenjas.” De zin bouwt dus op als Ich habe + voorwerp 1 + und + voorwerp 2 + und + voorwerp 3. De voorwerpen staan naast elkaar in een opsomming: “Ik heb een oplader, een snack en een regenjas.”
Damit bist du vorbereitet, wenn sich das Wetter ändert.
Daarmee ben je voorbereid als het weer verandert.
- Damit
- daarmee
- bist du
- ben je
- vorbereitet
- voorbereid
- wenn
- als
- Wetter
- weer
- sich … ändert
- veranderen
Uitgebreide uitleg
Damit betekent hier “daarmee” en verwijst naar iets dat al in de situatie genoemd is. In andere zinnen kan damit ook een doelrelatie inleiden, maar dat is hier niet de betekenis. Voorbeeld: Damit kann ich arbeiten. — “Daarmee kan ik werken.” bist du is de vorm van sein (“zijn”) voor de tweede persoon enkelvoud: du bist. De omgekeerde volgorde ontstaat doordat Damit voorop staat. Vergelijk: Du bist vorbereitet. — “Je bent voorbereid.” Vorbereitet betekent hier “voorbereid”. Het is het voltooid deelwoord van vorbereiten, maar staat hier beschrijvend na sein: Du bist vorbereitet — “Je bent voorbereid.” In Du hast dich vorbereitet — “Je hebt je voorbereid” — maakt dezelfde vorm deel uit van een voltooide werkwoordsvorm; dich vorbereitet betekent daar dat je zelf voorbereidingen hebt getroffen. Wenn leidt hier de bijzin “als het weer verandert” in. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Voorbeeld: Wenn es regnet, bleibe ich hier. — “Als het regent, blijf ik hier.” Wetter is het zelfstandig naamwoord “weer”. De volledige woordgroep is das Wetter; das markeert hier onder meer dat Wetter grammaticaal onzijdig is. Voorbeeld: Das Wetter ist gut. — “Het weer is goed.” Sich ändert bestaat uit het wederkerende voornaamwoord sich en de derde-persoons enkelvoudsvorm ändert van ändern (“veranderen”). Samen beschrijft dit dat het weer verandert, zonder een genoemde persoon die het weer verandert. De vorm ändert heeft de umlaut van dit werkwoord; die umlaut hoort niet bij sich. Voorbeeld: Der Plan ändert sich. — “Het plan verandert.” Samen betekent Damit bist du vorbereitet “Daarmee ben je voorbereid”. De bijzin wenn sich das Wetter ändert specificeert de situatie: “als het weer verandert”. De volledige zin betekent dus: “Daarmee ben je voorbereid als het weer verandert.”
Soll ich eine zusätzliche Flasche Wasser mitnehmen?
Zal ik een extra fles water meenemen?
- Soll ich
- zal ik
- zusätzliche
- extra
- Flasche
- fles
- Wasser
- water
- mitnehmen
- meenemen
Uitgebreide uitleg
Soll ich betekent hier “zal ik …?” en vormt een vraag over het uitvoeren van iets. Het komt van sollen; in de tegenwoordige tijd is de vorm bij ich soll. In een ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan: Soll ich warten? = “Zal ik wachten?” zusätzliche betekent hier “extra” of “bijkomende”. De basisvorm is zusätzlich. De uitgang -e past hier bij het bijvoeglijk naamwoord vóór het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord Flasche, na eine: eine zusätzliche Flasche. Bijvoorbeeld: eine zusätzliche Decke = “een extra deken”. Flasche betekent “fles”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Flasche, met het meervoud die Flaschen. In deze zin staat het in het enkelvoud; eine is hier het onbepaalde lidwoord bij dit vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: Die Flasche ist leer. = “De fles is leeg.” Wasser betekent “water”. Het is hier een stofnaam en staat zonder lidwoord: eine Flasche Wasser = “een fles water”. Het zelfstandig naamwoord Flasche benoemt de verpakking; Wasser benoemt wat erin zit. Bijvoorbeeld: Ich trinke Wasser. = “Ik drink water.” mitnehmen betekent “meenemen”. Het is een scheidbaar werkwoord: mitnehmen bestaat uit mit + nehmen, maar na het modale werkwoord soll blijft het als infinitief bij elkaar aan het einde staan. In een gewone hoofdzin zie je de scheiding: Ich nehme Wasser mit. = “Ik neem water mee.” De vorm Soll ich … mitnehmen? is dus een herbruikbaar patroon voor “Zal ik … meenemen?” Samen vormen de delen de vraag Soll ich eine zusätzliche Flasche Wasser mitnehmen?: “Zal ik een extra fles water meenemen?” De spreker vraagt of het een goed idee is om een extra fles water mee te nemen.
Nimm eine mit, falls der Spaziergang länger dauert als erwartet.
Neem er een mee voor het geval de wandeling langer duurt dan verwacht.
- Nimm … mit
- neem mee
- eine
- er één
- falls
- voor het geval dat
- der Spaziergang
- de wandeling
- länger
- langer
- dauert
- duurt
- als erwartet
- dan verwacht
Uitgebreide uitleg
Nimm … mit is the separable verb mitnehmen in the informal singular imperative: “neem … mee”. The prefix mit- moves to the end in this form, so the two parts are separated. The object can stand between them. Compare the infinitive mitnehmen with the imperative Nimm … mit. eine is the feminine singular accusative form of the indefinite article and here stands independently for a feminine noun already understood in the context, namely the extra bottle mentioned previously. It therefore means “er één”, but it does not by itself assert a numerical count beyond identifying one such item. Compare ein (masculine or neuter nominative/accusative in relevant uses) and eine (feminine in this use). falls introduces a condition: “voor het geval dat”. In the clause after falls, German normally places the finite verb at the end. This is why dauert comes at the end of its clause. der Spaziergang means “de wandeling”. Spaziergang is masculine, so its definite article in the nominative singular is der. The noun is the subject of dauert. länger is the comparative of lang: lang = “lang”, länger = “langer”. It compares the duration with an expected duration. The comparative form is marked by -er; the noun being compared is not changed. dauert is the third-person singular present form of dauern, “duren”. Here it agrees with the singular subject der Spaziergang: “de wandeling duurt”. The present tense can describe a future situation inside this condition. als erwartet means “dan verwacht”. als introduces the second part of a comparison after the comparative länger. erwartet is the participial/adjectival form related to erwarten; the fuller idea is “dan men verwacht”, but the German expression leaves the expected subject implicit. Together, Nimm eine mit means “neem er één mee”. falls der Spaziergang länger dauert als erwartet means “voor het geval de wandeling langer duurt dan verwacht”. The complete utterance is therefore: “Neem er een mee voor het geval de wandeling langer duurt dan verwacht.”
Meine Tasche ist voll.
Mijn tas is vol.
- Meine
- mijn
- Tasche
- tas
- ist
- is
- voll
- vol
Uitgebreide uitleg
Meine betekent hier “mijn” en hoort bij Tasche. De vorm is de verbogen vorm van het bezittelijke woord mein: bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud in deze zinsfunctie staat meine. Vergelijk: mein Buch = “mijn boek” en meine Tasche = “mijn tas”. Tasche betekent “tas”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tasche; het meervoud is die Taschen. In dit voorbeeld is Tasche het onderwerp van de zin. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De reeks is: ich bin, du bist, er/sie/es ist. Hier verbindt ist het onderwerp met een eigenschap. voll betekent “vol”. Het is hier een bijvoeglijk naamwoord na ist, dus het krijgt geen uitgang: Die Tasche ist voll. De vergelijking is voll – voller – am vollsten (“vol” – “voller” – “het volst”). Samen vormen de delen Meine Tasche (“mijn tas”), ist (“is”) en voll (“vol”): Meine Tasche ist voll. betekent “Mijn tas is vol.”
Sie ist nicht zu schwer.
Hij is niet te zwaar.
- Sie
- zij(die Tasche を受ける)
- ist
- is
- nicht
- niet
- zu schwer
- te zwaar
Uitgebreide uitleg
Sie is « zij » en verwijst naar die Tasche (« de tas »): in het Duits is Tasche vrouwelijk, daarom staat hier sie. In het Nederlands is tas mannelijk; de vertaling gebruikt daarom hij (« Hij is niet te zwaar »). ist is de derde persoon enkelvoud van sein (« zijn »). nicht maakt de zin negatief. zu schwer betekent « te zwaar »: zu + bijvoeglijk naamwoord drukt een te hoge mate uit. De zin als geheel betekent: « Zij is niet te zwaar. »
Dann bist du bereit loszugehen.
Dan ben je klaar om te vertrekken.
- Dann
- dan
- bist
- bent
- du
- jij
- bereit
- klaar
- loszugehen
- te vertrekken
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan”. Het is een bijwoord en verandert niet mee met de persoon of het getal. Voorbeeld: Dann gehen wir. — “Dan gaan we.” bist is de vorm van sein (“zijn”) voor du in de tegenwoordige tijd: du bist. Andere vormen zijn bijvoorbeeld ich bin en sie ist. Hier beschrijft bist de toestand van klaar zijn. du is het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon. Samen met bist vormt het de tweede persoon enkelvoud: du bist. Bij formele aanspreking gebruikt het Duits Sie sind. bereit is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “klaar” of “gereed”. In bereit sein beschrijft het een toestand waarin iemand klaar is om iets te doen. Na sein krijgt dit bijvoeglijk naamwoord hier geen verbuiging. loszugehen is de vorm met zu van het werkwoord losgehen, “vertrekken” of “op weg gaan”. losgehen bevat gehen (“gaan”); het voorvoegsel los- geeft hier het vertrekken of beginnen met gaan aan. Omdat losgehen een scheidbaar werkwoord is, staat zu binnen de vorm: loszugehen. Voorbeeld: Wir sind bereit loszugehen. — “We zijn klaar om te vertrekken.” Samen betekent de zin: “Dan ben je klaar om te vertrekken.” du bist bereit geeft aan dat de aangesproken persoon klaar is, en loszugehen benoemt waarvoor die persoon klaar is. De herbruikbare constructie is bereit sein, etwas zu tun: “klaar zijn om iets te doen”.
Grammatica
wenn/falls + bijzin: het werkwoord staat achteraan
Falls der Spaziergang länger dauert, nehmen wir Wasser mit.
Vals deer sjpa-tsee-uh-gang leng-uh dau-urt, nee-muh wier vas-suh mit.Als de wandeling langer duurt, nemen we water mee.
Na wenn of falls staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.
losgehen → loszugehen
Wir sind bereit, loszugehen.
Wier zint buh-rait, loos-tsoe-gay-uhn.We zijn klaar om te vertrekken.
Bij scheidbare werkwoorden komt zu tussen het voorvoegsel en het werkwoord: loszugehen.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wat moet je nog meenemen?
Antwoord tonen
Was musst du noch mitnehmen?Mijn tas is vol.
Antwoord tonen
Meine Tasche ist voll.Hij is niet te zwaar.
Antwoord tonen
Sie ist nicht zu schwer.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
voorbereid
Antwoord tonen
vorbereitettas
Antwoord tonen
Taschesnack
Antwoord tonen
Snackoplader