Een verloren portemonnee melden | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a front desk, one adult prepares to report a lost wallet while another helps describe it clearly..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Een verloren portemonnee melden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich glaube, ich habe meine Geldbörse liegen lassen.

iech glau-buh, iech haa-buh mai-nuh gelt-beur-zuh lie-guhn lah-suhn. Ik denk dat ik mijn portemonnee heb laten liggen.
B

Gehen wir zurück zum Empfang und melden wir es.

gee-uhn wier tsu-ruk tsoem em-pfang oent mel-duhn wier es. Laten we teruggaan naar de balie en het melden.
A

Sie ist braun und hat einen kleinen silbernen Knopf.

zie ist braun oent haat ai-nuhn klai-nuhn zil-buh-nuhn knop. Hij is bruin en heeft een klein zilveren knoopje.
B

Dieses Detail hilft ihnen, bei den Fundsachen zu suchen.

die-zuhs deh-tail hilft ie-nuhn, bai deen foent-tsaa-chuhn tsoe zoe-chuhn. Dat detail helpt hen om bij de gevonden voorwerpen te zoeken.
A

Was soll ich sagen, wenn sie nach Details fragen?

vas zol iech zaa-guhn, ven zie naach deh-tails fraa-guhn? Wat moet ik zeggen als ze om details vragen?
B

Beschreibe die Geldbörse, aber behalte persönliche Informationen für dich.

buh-sjrie-buh dee gelt-beur-zuh, aa-buh beh-hal-tuh peur-zöö-nlih-chuh in-for-maa-tsie-oo-nuhn fuur diech. Beschrijf de portemonnee, maar houd persoonlijke informatie voor jezelf.
A

Ich kann für sie eine kurze Notiz schreiben.

iech kan fuur zie ai-nuh koer-tsuh no-tiets sjrai-buhn. Ik kan een kort briefje voor hen schrijven.
B

Damit wird die Meldung klar.

daa-mit virt dee mel-doeng klaar. Dat maakt de melding duidelijk.

Woord voor woord

Ich „Ich“ betekent hier „ik“ en is het onderwerp van de spreker in de melding van de verloren portemonnee. Je gebruikt deze vorm wanneer je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld bij het uitleggen wat er is gebeurd.
glaube „glaube“ betekent hier „denk“ of „geloof“ en drukt uit dat de spreker niet helemaal zeker is. Het is een vorm van de infinitiefvorm glauben. In „Ich glaube, ich habe meine Geldbörse liegen lassen“ gebruik je deze vorm om een vermoeden over een gebeurtenis te formuleren.
habe „habe“ is hier het hulpwerkwoord in de mededeling over wat de spreker heeft gedaan. Het is een vorm van haben en staat samen met „liegen lassen“ in „ich habe meine Geldbörse liegen lassen“. Je gebruikt habe ook wanneer je in de ik-vorm een gebeurtenis of handeling beschrijft.
meine „meine“ betekent hier „mijn“ en maakt duidelijk dat de Geldbörse van de spreker is. Het is een verbogen vorm van het bezittelijke mein en staat vóór „Geldbörse“. Je gebruikt deze vorm om een eigen voorwerp te identificeren.
Geldbörse „Geldbörse“ betekent „portemonnee“ en benoemt het verloren voorwerp. In „meine Geldbörse“ wordt het voorwerp precies geïdentificeerd. Je gebruikt dit woord wanneer je een portemonnee beschrijft of meldt.
liegen „liegen“ beschrijft hier dat de portemonnee ergens is blijven liggen. Samen met „lassen“ vormt het de uitdrukking „liegen lassen“, waarmee de spreker zegt dat hij de portemonnee heeft achtergelaten. Je gebruikt deze combinatie bij een voorwerp dat je per ongeluk op een plaats hebt laten liggen.
lassen „lassen“ draagt in „liegen lassen“ bij aan de betekenis „achterlaten“: de spreker heeft de portemonnee daar laten liggen. Het is hier een infinitiefvorm die samen met „liegen“ de volledige uitdrukking vormt. Gebruik de combinatie wanneer je uitlegt dat je iets ergens hebt achtergelaten.
Gehen „Gehen“ betekent hier „gaan“ en vormt aan het begin van „Gehen wir zurück zum Empfang und melden wir es“ een voorstel om samen terug te gaan. Het is een vorm van gehen. Je gebruikt dit soort formulering wanneer je iemand voorstelt om samen ergens naartoe te gaan.
wir „wir“ betekent „wij“ en verwijst naar de spreker en de andere persoon samen. In „Gehen wir zurück“ maakt het duidelijk dat beide personen teruggaan. Je gebruikt wir wanneer een handeling door jezelf en minstens één andere persoon wordt uitgevoerd.
zurück „zurück“ betekent hier „terug“ en geeft aan dat de personen naar een eerdere plaats gaan. In „Gehen wir zurück zum Empfang“ hoort het bij de richting van het gaan. Je gebruikt dit woord wanneer iemand opnieuw naar een eerder bezochte plaats gaat.
zum „zum“ betekent hier „naar de“ en is de samengevoegde vorm van zu en dem. In „zurück zum Empfang“ markeert het de bestemming. Je gebruikt zum vóór een bestemming wanneer je zegt waar iemand naartoe gaat.
Empfang „Empfang“ betekent hier „receptie“ of „balie“ en is de plaats waar de verloren portemonnee gemeld kan worden. In „zum Empfang“ benoemt het de bestemming. Je gebruikt dit woord wanneer je naar een receptie of ontvangstbalie verwijst.
und „und“ betekent „en“ en verbindt in deze zin het teruggaan met het melden van de portemonnee. In „Gehen wir zurück zum Empfang und melden wir es“ koppelt het twee gezamenlijke handelingen. Je gebruikt und om handelingen, personen of zaken met elkaar te verbinden.
melden „melden“ betekent hier „melden“ of „rapporteren“ en verwijst naar het doorgeven van de verloren portemonnee aan de balie. In de zin staat het bij „es“, dat naar het verloren voorwerp verwijst. Je gebruikt melden wanneer je een verlies of probleem officieel aan iemand doorgeeft.
es „es“ betekent hier „het“ of „dat“ en verwijst naar de eerder genoemde verloren portemonnee. In „melden wir es“ is het het voorwerp dat gemeld wordt. Je gebruikt es om naar een al genoemd ding terug te verwijzen zonder het opnieuw te benoemen.
Sie „Sie“ met hoofdletter verwijst in „Sie ist braun“ naar de Geldbörse, omdat Geldbörse in deze zin vrouwelijk is. De kleine letter in „wenn sie nach Details fragen“ verwijst daar naar de mensen die om details vragen. Let dus op de hoofdletter: in deze dialoog verandert die de verwijzing.
ist „ist“ betekent hier „is“ en verbindt de portemonnee met de kleur „braun“. Het is een vorm van sein. Je gebruikt ist om een kenmerk of toestand van een voorwerp te beschrijven.
braun „braun“ betekent „bruin“ en beschrijft in „Sie ist braun“ de kleur van de portemonnee. Het staat na ist als de kleur die aan het voorwerp wordt toegeschreven. Je gebruikt dit woord om een bruin voorwerp te identificeren.
hat „hat“ betekent hier „heeft“ en noemt een kenmerk dat bij de portemonnee hoort. Het is een vorm van haben en staat in „hat einen kleinen silbernen Knopf“. Je gebruikt hat om een zichtbaar onderdeel of kenmerk van een voorwerp te beschrijven.
einen „einen“ betekent hier „een“ en introduceert de knop die de portemonnee heeft. Het is een vorm van het onbepaalde lidwoord ein en staat vóór „kleinen silbernen Knopf“. Je gebruikt deze vorm wanneer je één niet eerder genoemd mannelijk voorwerp beschrijft.
kleinen „kleinen“ betekent hier „kleine“ en beschrijft de grootte van de knop. Het is een verbogen vorm van klein en staat direct vóór „silbernen Knopf“. Je gebruikt een dergelijke vorm om de grootte van een genoemd voorwerp te preciseren.
silbernen „silbernen“ betekent hier „zilveren“ en beschrijft het materiaal of de kleur van de knop. Het is een verbogen vorm van silbern en staat in „einen kleinen silbernen Knopf“. Je gebruikt dit woord om een voorwerp met een zilveren kenmerk te onderscheiden.
Knopf „Knopf“ betekent „knop“ en benoemt het kleine zilveren onderdeel van de portemonnee. In „einen kleinen silbernen Knopf“ vormt het de kern van de beschrijving. Je gebruikt dit woord wanneer je een knop op kleding of een voorwerp beschrijft.
Dieses „Dieses“ betekent hier „dit“ en verwijst naar het specifieke detail dat zojuist is genoemd. In „Dieses Detail“ wijst het naar de kleine zilveren knop. Het is een vorm van dieser en wordt gebruikt om iets concreets aan te wijzen.
Detail „Detail“ betekent „detail“ en verwijst hier naar de beschrijving van de zilveren knop. In „Dieses Detail hilft ihnen“ wordt dit kenmerk voorgesteld als nuttige informatie. Je gebruikt het woord wanneer een klein kenmerk helpt om een voorwerp te herkennen.
hilft „hilft“ betekent hier „helpt“ en zegt dat het beschreven detail nuttig is voor de medewerkers. Het is een vorm van helfen en staat in „hilft ihnen, bei den Fundsachen zu suchen“. Je gebruikt hilft wanneer iets iemand ondersteunt bij een handeling.
ihnen „ihnen“ betekent hier „hen“ en verwijst naar de mensen die bij de gevonden voorwerpen zoeken. In „hilft ihnen“ geeft het aan wie door het detail geholpen wordt. Je gebruikt deze vorm wanneer je verwijst naar meerdere mensen die hulp ontvangen.
bei „bei“ betekent hier „bij“ en plaatst het zoeken bij de gevonden voorwerpen. In „bei den Fundsachen zu suchen“ geeft het aan waar de medewerkers zoeken. Je gebruikt bei om een plaats, afdeling of context aan te geven waarin iets gebeurt.
den „den“ is hier het bepaalde lidwoord bij „Fundsachen“ in de woordgroep „bei den Fundsachen“. Het verwijst naar de concrete verzameling gevonden voorwerpen. Je gebruikt deze vorm in een vaste woordgroep wanneer je naar die specifieke gevonden voorwerpen verwijst.
Fundsachen „Fundsachen“ betekent „gevonden voorwerpen“ of „verloren voorwerpen“ die bij een balie zijn afgegeven. In „bei den Fundsachen“ verwijst het naar de plaats of verzameling waar de medewerkers zoeken. Je gebruikt dit woord bij een afdeling of plek voor voorwerpen die anderen hebben gevonden.
zu „zu“ markeert hier de infinitief in „zu suchen“ na „hilft ihnen“. Het verbindt de hulp van de medewerkers met de handeling die zij uitvoeren. Je gebruikt zu in een constructie waarin iemand helpt om iets te doen.
suchen „suchen“ betekent hier „zoeken“ en beschrijft de handeling bij de gevonden voorwerpen. Het is de infinitief in „bei den Fundsachen zu suchen“. Je gebruikt dit woord wanneer je naar een verloren voorwerp of andere specifieke zaak zoekt.
Was „Was“ betekent „wat“ en vraagt in „Was soll ich sagen“ naar de inhoud van wat de spreker moet zeggen. Het staat aan het begin van de vraag. Je gebruikt Was wanneer je naar een zaak, antwoord of formulering vraagt.
soll „soll“ betekent hier „moet“ of „zou moeten“ en vraagt welke woorden de spreker hoort te gebruiken. Het is een vorm van sollen en staat samen met „sagen“ in „Was soll ich sagen“. Je gebruikt soll wanneer je vraagt wat passend of gewenst is om te doen.
sagen „sagen“ betekent „zeggen“ en verwijst hier naar de woorden die de spreker aan de medewerkers kan geven. Het is de infinitief na „soll“ in „Was soll ich sagen“. Je gebruikt dit woord wanneer je vraagt of beschrijft wat iemand mondeling moet uitdrukken.
wenn „wenn“ betekent hier „als“ en leidt de situatie in waarin de medewerkers om details vragen. In „wenn sie nach Details fragen“ maakt het een voorwaarde of mogelijk moment duidelijk. Je gebruikt wenn om te zeggen wat er gebeurt als een bepaalde situatie zich voordoet.
nach „nach“ betekent hier „naar“ in de combinatie „nach Details fragen“ en geeft aan waar de vraag over gaat. Deze combinatie betekent dat iemand om details vraagt. Je gebruikt het patroon nach etwas fragen wanneer iemand naar bepaalde informatie vraagt.
Details „Details“ betekent „details“ en verwijst naar nadere kenmerken van de portemonnee. In „nach Details fragen“ zijn het de gegevens waar de medewerkers om vragen. Je gebruikt dit woord wanneer algemene informatie verder moet worden uitgewerkt.
fragen „fragen“ betekent „vragen“ en beschrijft wat de medewerkers doen met betrekking tot de details. Het staat in „wenn sie nach Details fragen“. Je gebruikt het patroon nach etwas fragen wanneer iemand specifieke informatie wil weten.
Beschreibe „Beschreibe“ betekent „beschrijf“ en is een directe instructie aan één persoon om de portemonnee te beschrijven. Het is een vorm van beschreiben. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand rechtstreeks vraagt om kenmerken van een voorwerp of situatie te vertellen.
die „die“ is hier het bepaalde lidwoord bij „Geldbörse“ in de instructie „Beschreibe die Geldbörse“. Het verwijst naar de specifieke portemonnee die al in het gesprek genoemd is. Je gebruikt het voor een voorwerp dat voor de gesprekspartners duidelijk bekend is.
aber „aber“ betekent „maar“ en verbindt in deze zin de opdracht om de portemonnee te beschrijven met de beperking rond persoonlijke informatie. Het markeert dus een tegenstelling tussen nuttige beschrijving en privacy. Je gebruikt aber om twee delen met een tegenstelling of beperking te verbinden.
behalte „behalte“ betekent hier „houd“ of „bewaar“ en zegt dat de persoonlijke informatie niet gedeeld moet worden. Het is een vorm van behalten en staat in „behalte persönliche Informationen für dich“. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer je iemand adviseert bepaalde informatie voor zichzelf te houden.
persönliche „persönliche“ betekent „persoonlijke“ en specificeert het soort informatie dat privé moet blijven. Het is een verbogen vorm van persönlich en staat vóór „Informationen“. Je gebruikt dit woord om informatie over een persoon te onderscheiden van een gewone beschrijving van een voorwerp.
Informationen „Informationen“ betekent „informatie“ en verwijst hier naar persoonlijke gegevens die niet gedeeld moeten worden. In „persönliche Informationen“ vormt het de inhoud die iemand voor zichzelf moet houden. Je gebruikt dit woord wanneer je over gegevens of mededelingen spreekt.
für „für“ betekent hier „voor“ en koppelt de persoonlijke informatie in „behalte persönliche Informationen für dich“ aan de persoon die deze voor zichzelf houdt. De volledige uitdrukking geeft het advies om de informatie niet met anderen te delen. Je gebruikt für vaak om de persoon aan te geven voor wie iets bedoeld is.
dich „dich“ betekent hier „jou“ of „je“ en verwijst naar de persoon die rechtstreeks wordt aangesproken. In „für dich“ maakt het duidelijk dat de informatie bij die persoon moet blijven. Je gebruikt deze vorm in een directe aanspreking van één persoon.
kann „kann“ betekent hier „kan“ en drukt uit dat de spreker in staat is om een korte notitie te schrijven. Het is een vorm van können en staat samen met „schreiben“ in „Ich kann für sie eine kurze Notiz schreiben“. Je gebruikt kann om een mogelijkheid, vaardigheid of aanbod uit te drukken.
eine „eine“ betekent hier „een“ en introduceert de korte notitie die de spreker wil schrijven. Het is een vorm van het onbepaalde lidwoord ein en staat vóór „kurze Notiz“. Je gebruikt deze vorm wanneer je één nog niet nader bepaalde zaak benoemt.
kurze „kurze“ betekent hier „korte“ en beschrijft de lengte van de notitie. Het is een verbogen vorm van kurz en staat vóór „Notiz“. Je gebruikt dit woord om aan te geven dat een tekst of mededeling weinig woorden of inhoud heeft.
Notiz „Notiz“ betekent „notitie“ of „briefje“ en verwijst hier naar de korte schriftelijke informatie voor de medewerkers. In „eine kurze Notiz schreiben“ is het de tekst die de melding duidelijker kan maken. Je gebruikt dit woord voor een korte geschreven mededeling.
schreiben „schreiben“ betekent „schrijven“ en beschrijft wat de spreker met de notitie kan doen. Het is de infinitief na „kann“ in „Ich kann für sie eine kurze Notiz schreiben“. Je gebruikt kann met schreiben wanneer je aanbiedt of zegt dat je iets kunt opschrijven.
Damit „Damit“ betekent hier „daarmee“ of „daardoor“ en verwijst terug naar de korte notitie. In „Damit wird die Meldung klar“ verbindt het die notitie met het resultaat dat de melding duidelijk wordt. Je gebruikt Damit om naar een zojuist genoemd middel of een vorige handeling terug te verwijzen.
wird „wird“ betekent hier „wordt“ en beschrijft een verandering naar een duidelijke melding. Het is een vorm van werden in „Damit wird die Meldung klar“. Je gebruikt wird wanneer je zegt dat iets een bepaalde toestand krijgt of daarin verandert.
klar „klar“ betekent hier „duidelijk“ of „begrijpelijk“ en beschrijft het resultaat voor de melding. In „wird die Meldung klar“ geeft het aan dat de informatie gemakkelijker te begrijpen wordt. Je gebruikt dit woord wanneer een uitleg, bericht of melding geen onduidelijkheid meer bevat.

Grammatica

Adjectiefuitgangen na het bepaald lidwoord: den + -en

Beschreibe den kleinen silbernen Knopf.

buh-sjrie-buh deen klai-nuhn zil-buh-nuhn knop.

Beschrijf de kleine zilveren knoop.

Na den krijgen bijvoeglijke naamwoorden meestal de uitgang -en: kleinen en silbernen.

Duits woordenschat

braun bijvoeglijk naamwoord
braun bruin

Sie ist braun und hat einen kleinen silbernen Knopf.

Detail zelfstandig naamwoord
deh-tail detail

Dieses Detail hilft ihnen, bei den Fundsachen zu suchen.

Empfang zelfstandig naamwoord
em-pfang receptie

Gehen wir zurück zum Empfang und melden wir es.

Geldbörse zelfstandig naamwoord
gelt-beur-zuh portemonnee

Ich glaube, ich habe meine Geldbörse liegen lassen.

glauben werkwoord
glau-buhn denken glaube

Ich glaube, ich habe meine Geldbörse liegen lassen.

helfen werkwoord
hel-fuhn helpen hilft

Dieses Detail hilft ihnen, bei den Fundsachen zu suchen.

klein bijvoeglijk naamwoord
klain klein kleinen

Sie ist braun und hat einen kleinen silbernen Knopf.

Knopf zelfstandig naamwoord
knop knoop

Sie ist braun und hat einen kleinen silbernen Knopf.

liegen lassen uitdrukking
lie-guhn lah-suhn laten liggen

Ich glaube, ich habe meine Geldbörse liegen lassen.

melden werkwoord
mel-duhn melden

Gehen wir zurück zum Empfang und melden wir es.

silbern bijvoeglijk naamwoord
zil-buhn zilveren silbernen

Sie ist braun und hat einen kleinen silbernen Knopf.

zurück bijwoord
tsu-ruk terug

Gehen wir zurück zum Empfang und melden wir es.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dat maakt de melding duidelijk.

Antwoord tonenDamit wird die Meldung klar.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

receptie

Antwoord tonenEmpfang

zilveren

Antwoord tonensilbernen

melden

Antwoord tonenmelden

bruin

Antwoord tonenbraun