Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een tas bij de gevonden voorwerpen herkennen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich suche meine Tasche im Fundbüro.
iesj zoe-guh maine tasje im foent-buu-roo. Ik zoek mijn tas bij de gevonden voorwerpen.Können Sie sie für mich beschreiben?
keunnen zee zee vuur miesj buh-sjraibun? Kunt u de tas voor mij beschrijven?Sie hat einen roten Trageriemen und einen kaputten Reißverschluss.
zee hat aine roodun traaguh-rie-mun oent aine kapoetun raais-fer-sloes. De tas heeft een rode draagband en een kapotte rits.Ist auf der Vorderseite ein Muster?
ist auf deer ford uh-zaite aine moestuh? Zit er een patroon op de voorkant?Auf der Vorderseite ist ein kleines Blumenmuster.
auf deer ford uh-zaite ist aine klaines bloe-mun-moes-tuh. Op de voorkant staat een klein bloemenpatroon.Diese Tasche könnte Ihnen gehören.
die-zuh tasje keuntuh ienuhn guh-heuren. Deze tas kan van u zijn.Das ist ganz sicher meine Tasche.
das ist gants zie-sjuh maine tasje. Dat is zeker mijn tas.Bitte unterschreiben Sie dieses Formular, bevor Sie die Tasche mitnehmen.
bituh oentuh-sjraibun zee die-zus for-moe-laar, buh-foor zee dee tasje mit-nee-mun. Wilt u dit formulier ondertekenen voordat u de tas meeneemt?Uitleg van de zinnen
Ich suche meine Tasche im Fundbüro.
Ik zoek mijn tas bij de gevonden voorwerpen.
- suche
- zoek
- meine
- mijn
- Tasche
- tas
- im
- bij/in het
- Fundbüro
- bureau voor gevonden voorwerpen
Uitgebreide uitleg
suche komt van suchen en betekent hier “zoeken”. Het is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich suche = “ik zoek”. Vergelijk: du suchst = “jij zoekt”. Voorbeeld: Ich suche den Schlüssel. — “Ik zoek de sleutel.” meine betekent hier “mijn” en hoort bij Tasche. Het is de bezittelijke vorm die past bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de vierde naamval: meine Tasche. Het bezit zelf is niet noodzakelijk vrouwelijk; de vorm wordt hier bepaald door het grammaticale geslacht en de naamval van Tasche. Voorbeeld: Ich suche meine Jacke. — “Ik zoek mijn jas.” Tasche betekent “tas”. Het woord is vrouwelijk: die Tasche; het meervoud is die Taschen. In deze zin staat het in het enkelvoud en is het het gezochte voorwerp. Voorbeeld: Die Tasche ist hier. — “De tas is hier.” im is de vaste samentrekking van in dem: “in het”. Het geeft hier de plaats aan waar de spreker zoekt. in staat bij een vaste plaats doorgaans met de derde naamval; dem is de vorm van het lidwoord bij het onzijdige Fundbüro. Voorbeeld: Das Buch ist im Schrank. — “Het boek is in de kast.” Fundbüro betekent “bureau voor gevonden voorwerpen” of “afdeling gevonden voorwerpen”. Het is onzijdig: das Fundbüro; daarom wordt in dem hier im. Het woord kan ook als plaatsaanduiding worden gebruikt, zoals in Ich gehe zum Fundbüro. — “Ik ga naar het bureau voor gevonden voorwerpen.” Samen vormen de delen Ich suche meine Tasche (“Ik zoek mijn tas”) en im Fundbüro (“in/bij het bureau voor gevonden voorwerpen”). De volledige zin betekent dus: “Ik zoek mijn tas bij de gevonden voorwerpen.”
Können Sie sie für mich beschreiben?
Kunt u de tas voor mij beschrijven?
- Können Sie
- kunt u
- sie
- de tas
- für mich
- voor mij
- beschreiben
- beschrijven
Uitgebreide uitleg
Können Sie betekent hier “kunt u”. können is hier de vervoegde vorm van het modale werkwoord können, bij de beleefde aanspreekvorm Sie. De vorm is in deze vraag gelijk aan de infinitief können; alleen de hoofdletter komt hier door de positie aan het begin van de zin. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief. Bijvoorbeeld: Können Sie mir helfen? — “Kunt u mij helpen?” Sie is de formele aanspreekvorm voor één persoon of meer personen en wordt met een hoofdletter geschreven. Het is hier het onderwerp van Können. sie betekent hier “de tas”. Het is een vrouwelijk persoonlijk voornaamwoord in de accusatief, als lijdend voorwerp van beschreiben. De vaste vertaling en de context maken duidelijk dat het naar de tas verwijst. De kleine letter onderscheidt deze vorm bovendien van de formele aanspreekvorm Sie; in andere zinnen kan sie ook “zij” betekenen. für mich betekent “voor mij”. Het voorzetsel für regeert in het Duits de accusatief; daarom heeft ich hier de vorm mich. Vergelijk: für dich — “voor jou”. Deze combinatie geeft aan voor wie de handeling bedoeld is. beschreiben betekent “beschrijven”: iets of iemand met woorden kenmerken geven. Dit werkwoord is niet regelmatig: beschreiben — beschrieb — hat beschrieben. Bijvoorbeeld: Ich beschreibe die Tasche. — “Ik beschrijf de tas.” Als infinitief staat beschreiben hier achteraan na het modale werkwoord können. Samen betekent Können Sie sie für mich beschreiben?: “Kunt u de tas voor mij beschrijven?” De aangesprokene wordt gevraagd de tas te beschrijven; de volgende context noemt daarbij een rode draagband en een kapotte rits.
Sie hat einen roten Trageriemen und einen kaputten Reißverschluss.
De tas heeft een rode draagband en een kapotte rits.
- Sie
- zij; hier de tas
- hat
- heeft
- roten
- rode
- Trageriemen
- draagband
- kaputten
- kapotte
- Reißverschluss
- rits
Uitgebreide uitleg
Sie betekent hier ‘zij’ en verwijst volgens de vaste vertaling naar de tas. Het is een vrouwelijk enkelvoudig persoonlijk voornaamwoord. Aan het begin van een Duitse zin wordt het met een hoofdletter geschreven; daardoor ziet het er hier hetzelfde uit als het formele Sie (‘u’) en als het meervoudige sie wanneer dat aan het begin van een zin staat. De context en de vertaling bepalen hier dat het om de tas gaat. hat is de derde persoon enkelvoud van haben (‘hebben’) in de tegenwoordige tijd. De vorm haben gebruik je bijvoorbeeld met ich, wir en sie in het meervoud; bij er, sie of es in het enkelvoud wordt het hat. Voorbeeld: Die Tasche hat ein Muster. — ‘De tas heeft een patroon.’ roten hoort bij het bijvoeglijk naamwoord rot (‘rood’) en beschrijft Trageriemen. De vorm staat vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in de vierde naamval (accusatief), na het onbepaalde lidwoord einen: einen roten Trageriemen. Het is dus rot dat de uitgang -en krijgt, niet Trageriemen. Vergelijk: ein roter Trageriemen — ‘een rode draagband’ als onderwerp; Ich sehe einen roten Trageriemen. — ‘Ik zie een rode draagband.’ Trageriemen betekent ‘draagband’ of ‘draagriem’. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Trageriemen. In einen Trageriemen staat het enkelvoud in de accusatief; de vorm van het zelfstandig naamwoord zelf verandert hier niet zichtbaar. Het samengestelde woord verwijst naar een band waarmee iets gedragen kan worden. kaputten komt van kaputt (‘kapot’) en beschrijft Reißverschluss. Ook hier staat het bijvoeglijk naamwoord vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief na einen, waardoor kaputt de vorm kaputten krijgt: einen kaputten Reißverschluss. Voorbeeld: Der Reißverschluss ist kaputt. — ‘De rits is kapot.’ Na sein staat het bijvoeglijk naamwoord hier dus zonder deze verbuigingsuitgang. Reißverschluss betekent ‘rits’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Reißverschluss; in deze zin staat het als lijdend voorwerp in einen kaputten Reißverschluss. De spelling met ß hoort bij het Duitse woord. Samen vormt Sie hat de betekenis ‘zij/de tas heeft’. Daarna volgen twee naamwoordgroepen die met und (‘en’) verbonden zijn: einen roten Trageriemen en einen kaputten Reißverschluss. Beide zijn mannelijke enkelvoudige lijdende voorwerpen na hat, daarom verschijnt in beide naamwoordgroepen einen en krijgen de voorafgaande bijvoeglijke naamwoorden de vorm roten en kaputten. De volledige betekenis is: ‘De tas heeft een rode draagband en een kapotte rits.’
Ist auf der Vorderseite ein Muster?
Zit er een patroon op de voorkant?
- Ist
- is
- Vorderseite
- voorkant
- Muster
- patroon
Uitgebreide uitleg
Ist is de derde persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd: sein – ist. In een Duitse ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan. Hier vraagt Ist ...? of er iets aanwezig is; in natuurlijk Nederlands kan dat “Zit/staat er ...?” worden. Het onderwerp ein Muster volgt later in de vraag. Vorderseite betekent hier “voorkant”. Het is een vrouwelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: die Vorderseite. Herken het als geheel; Seite betekent “kant” of “zijde”, en vorder- verwijst naar wat vooraan is. In auf der Vorderseite staat Vorderseite in de datief na auf, omdat het om een vaste plaats gaat. auf der Rückseite betekent bijvoorbeeld “op de achterkant”. Muster betekent hier “patroon” of “motief”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Muster. De vorm Muster is zowel enkelvoud als meervoud; het lidwoord of de context maakt het verschil zichtbaar: ein Muster = “een patroon”, mehrere Muster = “meerdere patronen”. Hier noemt ein Muster iets waarvan wordt gevraagd of het aanwezig is; ein legt op zichzelf geen nadruk op tellen. De zin volgt het patroon Ist + plaatsbepaling + onbepaalde naamwoordgroep? In Ist auf der Vorderseite ein Muster? vraagt Ist of er iets aanwezig is, auf der Vorderseite geeft de plaats aan en ein Muster noemt wat daar mogelijk aanwezig is. Samen betekent de zin: “Zit er een patroon op de voorkant?” De volgende zin gebruikt hetzelfde kader van plaats en aanwezigheid en noemt daar een concreet bloemenpatroon.
Auf der Vorderseite ist ein kleines Blumenmuster.
Op de voorkant staat een klein bloemenpatroon.
- Auf der
- op de
- Vorderseite
- voorkant
- ist
- is
- kleines
- klein
- Blumenmuster
- bloemenpatroon
Uitgebreide uitleg
Auf der betekent hier “op de” en vormt het begin van een plaatsbepaling. Bij een vaste plaats gebruikt auf de datief: auf der Vorderseite. der is hier de datiefvorm van het bepaalde lidwoord bij het vrouwelijke enkelvoud die Vorderseite. Voorbeeld: Auf der Rückseite ist ein Etikett. — “Op de achterkant staat een etiket.” Vorderseite betekent “voorkant” of “voorzijde”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het tegenovergestelde is Rückseite (“achterkant”). Voorbeeld: Das Etikett ist auf der Vorderseite. — “Het etiket staat op de voorkant.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). In deze zin combineert het met de plaatsbepaling om aan te geven dat iets daar aanwezig is; daarom wordt het in de Nederlandse vertaling natuurlijk “staat”. Voorbeeld: Auf dem Tisch ist ein Buch. — “Op de tafel ligt een boek.” kleines is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord klein (“klein”). Het beschrijft Blumenmuster, dat onzijdig enkelvoud is: das Blumenmuster. Na het onbepaalde lidwoord ein krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -es: ein kleines .... Voorbeeld: ein kleines Fenster — “een klein raam”. Blumenmuster betekent “bloemenpatroon”. Het is een samenstelling met Blume (“bloem”) en Muster (“patroon”); het geheel is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Blumenmuster. Het voorvoegsel Blumen- verwijst naar bloemen als soort of motief. Het onbepaalde lidwoord en de vorm kleines laten hier zien dat het om een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord gaat; ein moet hier niet los worden uitgelegd als een expliciete telhoeveelheid. Samen vormen Auf der Vorderseite + ist + ein kleines Blumenmuster de mededeling: “Op de voorkant staat een klein bloemenpatroon.” De plaatsbepaling staat vooraan; daarna volgt de mededeling dat daar een klein bloemenpatroon aanwezig is. Een herbruikbaar patroon is Auf der Vorderseite ist ein/eine ... — “Op de voorkant staat/zit een ...”; ein of eine hangt af van het geslacht en de naamval van het volgende zelfstandig naamwoord.
Diese Tasche könnte Ihnen gehören.
Deze tas kan van u zijn.
- Diese
- deze
- Tasche
- tas
- könnte
- zou kunnen
- Ihnen
- u
- gehören
- toebehoren; van iemand zijn
Uitgebreide uitleg
Diese betekent hier “deze” en verwijst naar een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud: Tasche. De vorm stemt daarmee overeen in naamval en getal. Vergelijkbare vormen zijn bijvoorbeeld dieser bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in de nominatief en diese ook bij een meervoud. Voorbeeld: Diese Jacke ist neu. — “Deze jas is nieuw.” Tasche betekent hier “tas”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. De meervoudsvorm is Taschen. Voorbeeld: Die Taschen sind schwer. — “De tassen zijn zwaar.” könnte is de Konjunktiv-II-vorm van können en drukt hier een mogelijkheid uit: “zou kunnen” of “kan mogelijk”. Het gaat dus niet om een vaststaand feit. De vorm kann betekent “kan” en geeft doorgaans een directere mogelijkheid of bekwaamheid aan; könnte maakt de mogelijkheid voorzichtiger of minder zeker. Voorbeeld: Das könnte stimmen. — “Dat zou kunnen kloppen.” Ihnen betekent hier de formele aanspreekvorm “u”. Deze vorm staat in de datief. De hoofdletter is kenmerkend voor de formele tweede persoon; de informele enkelvoudsvorm is dir in de datief. gehören betekent hier “toebehoren aan” of “van iemand zijn”. Het werkwoord gebruikt de persoon aan wie iets toebehoort in de datief: Die Tasche gehört Ihnen. — “De tas is van u.” Het onderwerp is datgene wat iemand toebehoort, hier Diese Tasche. Samen vormt könnte ... gehören een mogelijkheid met een datiefpersoon: Diese Tasche könnte Ihnen gehören. De letterlijke opbouw is “Deze tas zou u toebehoren”, en de natuurlijke Nederlandse betekenis is: “Deze tas kan van u zijn.” De zin presenteert dit als een mogelijkheid, niet als zekerheid.
Das ist ganz sicher meine Tasche.
Dat is zeker mijn tas.
- Das ist
- dat is
- ganz sicher
- zeker; heel zeker
- meine
- mijn
- Tasche
- tas
Uitgebreide uitleg
Das ist: Das betekent hier “dat” en verwijst in deze zin naar het aangewezen voorwerp; de precieze referent wordt door deze ene zin niet benoemd. Als aanwijzend voornaamwoord staat das in de vorm voor onzijdig enkelvoud. ist is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) in de derde persoon enkelvoud: sein → ist. Samen vormt dit een herbruikbaar patroon: Das ist ... = “Dat is ...”. ganz sicher: Hier versterkt ganz het bijwoord sicher: “heel zeker” of natuurlijk “zeker”. sicher kan ook zelfstandig “zeker/veilig” betekenen, maar in deze combinatie drukt het zekerheid uit. Een vergelijkbaar patroon is Das ist nicht sicher = “Dat is niet zeker.” meine: Dit is de bezittelijke bepaler voor “mijn”. Hij hoort bij Tasche, niet bij Das: meine Tasche betekent “mijn tas”. De vorm meine past hier bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; het geslacht van de bezitter wordt niet door meine aangegeven. Vergelijk: mein Buch = “mijn boek” en meine Bücher = “mijn boeken”. Tasche: Tasche betekent “tas”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is Taschen. Een bruikbaar voorbeeld is Meine Tasche ist hier = “Mijn tas is hier.” Geheel samengevoegd geeft Das ist + ganz sicher + meine Tasche de betekenis: “Dat is zeker mijn tas.” De zin stelt dus met zekerheid vast dat het aangewezen voorwerp de tas van de spreker is. Het patroon Das ist meine/deine/seine ... kan worden hergebruikt om bezit te benoemen.
Bitte unterschreiben Sie dieses Formular, bevor Sie die Tasche mitnehmen.
Wilt u dit formulier ondertekenen voordat u de tas meeneemt?
- Bitte
- alstublieft
- unterschreiben
- ondertekenen
- Sie
- u
- dieses
- dit
- Formular
- formulier
- bevor
- voordat
- die
- de
- Tasche
- tas
- mitnehmen
- meenemen
Uitgebreide uitleg
Bitte maakt het verzoek beleefd: “alstublieft”. Aan het begin van een verzoek kan het samen met de formele aanspreekvorm Sie staan. unterschreiben betekent hier “ondertekenen”. Dit is de infinitief. In een beleefd formeel verzoek gebruikt het Duits vaak de constructie Bitte + infinitief + Sie: Bitte unterschreiben Sie ... = “Wilt u ... ondertekenen?” Het werkwoord krijgt hier dus niet de vorm van een gewone gebiedende wijs voor één persoon. Sie is de formele vorm voor “u”. De hoofdletter hoort bij deze aanspreekvorm; ze onderscheidt Sie ook van het kleine sie, dat andere functies kan hebben. Het tweede Sie in bevor Sie ... verwijst in de vertaling eveneens naar de aangesprokene. dieses betekent hier “dit” en staat vóór Formular. Het stemt af op Formular: das Formular is onzijdig, en na unterschreiben staat het formulier als lijdend voorwerp in de accusatief. Een bruikbaar contrast is dieser bij een mannelijk woord en diese bij een vrouwelijk of meervoudig woord; de vorm hangt ook van de naamval af. Formular is “formulier”. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Formular; in deze zin verschijnt het na dieses als dieses Formular. Een eenvoudig voorbeeld: Ich unterschreibe das Formular. — “Ik onderteken het formulier.” bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In de Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde: bevor Sie ... mitnehmen. De bijzin geeft aan dat het meenemen later plaatsvindt dan het ondertekenen. die is hier het bepaalde lidwoord vóór Tasche. In combinatie met Tasche is het de vrouwelijke enkelvoudsvorm; bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord blijft die in de nominatief en accusatief gelijk. Het lidwoord zelf zegt niet hoeveel tassen er zijn. Tasche betekent “tas”. Het woord is vrouwelijk: die Tasche. In de context sluit het aan bij de eerder genoemde tas: meine Tasche — “mijn tas” — en hier die Tasche — “de tas”. mitnehmen betekent “meenemen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin wordt het vaak gesplitst, bijvoorbeeld Sie nehmen die Tasche mit. — “U neemt de tas mee.” In bevor Sie die Tasche mitnehmen staat mitnehmen aan het einde van de bijzin. Deze vorm ziet eruit als de infinitief, maar is hier de vervoegde vorm voor Sie (en ook voor sie meervoud); de context maakt duidelijk dat het om de formele aanspreekvorm gaat. Samen vormt Bitte unterschreiben Sie dieses Formular een beleefd formeel verzoek om dit formulier te ondertekenen. bevor Sie die Tasche mitnehmen voegt de tijdsvoorwaarde toe: dat moet gebeuren voordat u de tas meeneemt. De volledige betekenis is daarom: “Wilt u dit formulier ondertekenen voordat u de tas meeneemt?”
Grammatica
bevor + Nebensatz: Das konjugierte Verb steht am Ende.
Bevor Sie die Tasche mitnehmen, unterschreiben Sie das Formular.
buh-foor zee dee tasje mit-nee-mun, oentuh-sjraibun zee das for-moe-laar.Voordat u de tas meeneemt, ondertekent u het formulier.
Na „bevor“ staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.
Trennbares Verb: mitnehmen → nehmen ... mit
Sie nehmen die Tasche mit.
zee nee-mun dee tasje mit.U neemt de tas mee.
Bij een scheidbaar werkwoord staat „mit“ aan het einde van de hoofdzin.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik zoek mijn tas bij de gevonden voorwerpen.
Antwoord tonen
Ich suche meine Tasche im Fundbüro.Kunt u de tas voor mij beschrijven?
Antwoord tonen
Können Sie sie für mich beschreiben?Zit er een patroon op de voorkant?
Antwoord tonen
Ist auf der Vorderseite ein Muster?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
patroon
Antwoord tonen
Mustervoorkant
Antwoord tonen
Vorderseitebureau voor gevonden voorwerpen
Antwoord tonen
Fundbürokapotte