Ich
„Ich“ betekent hier de spreker zelf: ik. Het staat in „Ich suche meine Tasche“ als onderwerp van de zin. Je gebruikt „Ich“ wanneer je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld in „Ich brauche Hilfe“ als nieuw voorbeeld.
suche
„suche“ betekent hier „zoek“ of „ben op zoek naar“. Het is de vorm die bij „Ich“ hoort in „Ich suche meine Tasche“; de volledige werkwoordsvorm is „suchen“. Een bruikbaar patroon is „Ich suche ...“, gevolgd door wat je zoekt.
meine
„meine“ betekent hier „mijn“ en verwijst naar de tas van de spreker in „meine Tasche“. De vorm past hier bij het vrouwelijke woord „Tasche“ in deze zin. Je kunt „meine“ gebruiken vóór iets dat van jou is, zoals in „meine Tasche“.
Tasche
„Tasche“ betekent hier „tas“, de tas die de spreker zoekt. In „meine Tasche“ is het het voorwerp waarnaar gezocht wordt. Je gebruikt „Tasche“ bijvoorbeeld wanneer je een verloren of meegenomen tas beschrijft.
im
„im“ betekent hier „in het“ en maakt deel uit van „im Fundbüro“: bij of in het kantoor voor gevonden voorwerpen. „im“ is de samengevoegde vorm van „in dem“. Een bruikbaar patroon is „im“ plus een plaats, zoals „im Fundbüro“.
Fundbüro
„Fundbüro“ betekent „bureau voor gevonden voorwerpen“. In „im Fundbüro“ noemt het de plaats waar de tas wordt gezocht. Je gebruikt „Fundbüro“ wanneer je naar een verloren voorwerp informeert.
Können
„Können“ betekent hier „kunt u“ in de beleefde vraag „Können Sie sie für mich beschreiben?“. Het staat aan het begin van de vraag en wordt aangevuld met „beschreiben“. Een bruikbaar vraagpatroon is „Können Sie ...?“ wanneer je iemand beleefd om iets vraagt.
Sie
„Sie“ betekent hier „u“ als formele aanspreekvorm in „Können Sie sie für mich beschreiben?“. De hoofdletter laat in deze zin zien dat het om de aangesproken persoon gaat. Je gebruikt „Sie“ in een beleefd gesprek met bijvoorbeeld een medewerker.
für
„für“ betekent hier „voor“ in „für mich“: voor mij. Het geeft aan voor wie de handeling bedoeld is. Een bruikbaar patroon is „für“ plus een persoon, zoals „für mich“.
mich
„mich“ betekent hier „mij“ in „für mich“. Het verwijst naar de persoon voor wie de beschrijving gevraagd wordt. Je gebruikt „für mich“ wanneer iets voor jou bedoeld is.
beschreiben
„beschreiben“ betekent hier „beschrijven“, dus vertellen welke kenmerken de tas heeft. In „Können Sie sie für mich beschreiben?“ staat het na „Können“ in deze werkwoordsvorm. Een bruikbaar patroon is „etwas beschreiben“, bijvoorbeeld een tas of een voorwerp.
hat
„hat“ betekent hier „heeft“ in „Sie hat einen roten Trageriemen und einen kaputten Reißverschluss“. Het zegt welke kenmerken de tas heeft. Je gebruikt „hat“ om eigenschappen of onderdelen van een voorwerp te noemen.
einen
„einen“ betekent hier „een“ in „einen roten Trageriemen“. Het hoort bij het mannelijke woord „Trageriemen“ en staat hier bij wat de tas heeft. Een bruikbaar patroon is „hat einen ...“, gevolgd door een kenmerk of onderdeel.
roten
„roten“ betekent hier „rode“ en beschrijft de draagriem in „einen roten Trageriemen“. De vorm „roten“ hoort hier bij „einen ... Trageriemen“. Je kunt dezelfde combinatie gebruiken om een rode draagriem van een tas te beschrijven.
Trageriemen
„Trageriemen“ betekent hier „draagriem“ of „schouderriem“. In „einen roten Trageriemen“ is het een onderdeel van de tas. Je gebruikt „Trageriemen“ wanneer je een tas aan de hand van zijn riem beschrijft.
und
„und“ betekent hier „en“ en verbindt „einen roten Trageriemen“ met „einen kaputten Reißverschluss“. Het voegt twee kenmerken van dezelfde tas samen. Je gebruikt „und“ om gelijkwaardige informatie aan elkaar te koppelen.
kaputten
„kaputten“ betekent hier „kapotte“ en beschrijft de rits in „einen kaputten Reißverschluss“. De vorm „kaputten“ hoort hier bij „einen ... Reißverschluss“. Je kunt het gebruiken om een beschadigd onderdeel van een voorwerp te beschrijven.
Reißverschluss
„Reißverschluss“ betekent hier „rits“, namelijk de kapotte rits van de tas. In „einen kaputten Reißverschluss“ wordt een specifiek onderdeel van de tas beschreven. Je gebruikt dit woord wanneer je een tas, jas of ander voorwerp aan de hand van zijn rits beschrijft.
Ist
„Ist“ betekent hier „is“ in de vraag „Ist auf der Vorderseite ein Muster?“. Het vraagt of een bepaald kenmerk aanwezig is. Een bruikbaar vraagpatroon is „Ist ...?“ om naar de aanwezigheid van iets te vragen.
auf
„auf“ betekent hier „op“ in „auf der Vorderseite“: op de voorkant. Het geeft de plaats aan waar het patroon zich bevindt. Je gebruikt „auf“ met een oppervlak of kant, zoals in „auf der Vorderseite“.
der
„der“ betekent hier „de“ in „der Vorderseite“. In deze vaste plaatsaanduiding hoort het bij „Vorderseite“ na „auf“. Een bruikbaar patroon is „auf der Vorderseite“ wanneer je iets aan de voorkant beschrijft.
Vorderseite
„Vorderseite“ betekent hier „voorkant“ of „voorzijde“. In „auf der Vorderseite“ geeft het aan waar het patroon op de tas staat. Je gebruikt „Vorderseite“ om de voorkant van een voorwerp te onderscheiden van een andere kant.
ein
„ein“ betekent hier „een“ in „ein Muster“. In de vraag wordt ermee gevraagd of er een patroon aanwezig is. Een bruikbaar patroon is „Ist ... ein ...?“ om te vragen of iets een bepaald kenmerk heeft.
Muster
„Muster“ betekent hier „patroon“, het zichtbare ontwerp op de voorkant van de tas. In „ein Muster“ is het precies het kenmerk waarnaar gevraagd wordt. Je gebruikt „Muster“ om een ontwerp of herhaald motief op een voorwerp te beschrijven.
kleines
„kleines“ betekent hier „klein“ en beschrijft het bloemenpatroon in „ein kleines Blumenmuster“. De vorm „kleines“ hoort hier bij het onzijdige woord „Blumenmuster“. Je kunt „ein kleines ...“ gebruiken om een klein voorwerp of kenmerk te beschrijven.
Blumenmuster
„Blumenmuster“ betekent hier „bloemenpatroon“, dus een patroon met bloemen op de tas. In „ein kleines Blumenmuster“ wordt het patroon nader beschreven. Je gebruikt dit woord wanneer bloemen het ontwerp van bijvoorbeeld een tas of kleding vormen.
Diese
„Diese“ betekent hier „deze“ in „Diese Tasche könnte Ihnen gehören“ en wijst naar de tas die wordt getoond. Het staat direct vóór „Tasche“. Je gebruikt „diese“ om in een gesprek een nabij of aangewezen voorwerp aan te wijzen.
könnte
„könnte“ betekent hier „zou kunnen“ of „misschien“ in „Diese Tasche könnte Ihnen gehören“. Het drukt een mogelijkheid uit, geen zekerheid. Je gebruikt „könnte“ bijvoorbeeld wanneer je voorzichtig zegt dat een gevonden voorwerp van iemand kan zijn.
Ihnen
„Ihnen“ betekent hier „u“ in de betekenis „aan u“ in „Ihnen gehören“. Het verwijst formeel naar de persoon aan wie de tas toebehoort. Een bruikbaar patroon is „etwas gehört Ihnen“ om te zeggen dat iets van u is.
gehören
„gehören“ betekent hier „toebehoren aan“ in „Diese Tasche könnte Ihnen gehören“. Het werkwoord verbindt het voorwerp met de persoon aan wie het toebehoort. Een bruikbaar patroon is „Das gehört ...“, gevolgd door de persoon aan wie iets toebehoort.
Das
„Das“ betekent hier „dat“ en verwijst in „Das ist ganz sicher meine Tasche“ naar de tas die wordt aangewezen. Het staat als aanwijzend onderwerp vóór „ist“. Je gebruikt „Das ist ...“ om een voorwerp te identificeren of te bevestigen.
ganz
„ganz“ versterkt hier „sicher“ in „ganz sicher“ en betekent „heel“ of „volkomen“. Samen drukken de woorden sterke zekerheid uit over de tas. Een bruikbaar patroon is „ganz sicher“ wanneer je iets nadrukkelijk zeker weet.
sicher
„sicher“ betekent hier „zeker“ in „ganz sicher“. De spreker gebruikt het om te bevestigen dat de tas van hem of haar is. Je gebruikt „sicher“ om zekerheid uit te drukken, bijvoorbeeld in „Das ist sicher richtig“ als nieuw voorbeeld.
Bitte
„Bitte“ betekent hier „alstublieft“ en maakt het verzoek „Bitte unterschreiben Sie dieses Formular“ beleefd. Het staat aan het begin van de instructie. Je gebruikt „Bitte“ wanneer je iemand vriendelijk vraagt iets te doen.
unterschreiben
„unterschreiben“ betekent hier „ondertekenen“, dus een handtekening op het formulier zetten. In „Bitte unterschreiben Sie dieses Formular“ staat het als werkwoord bij het formele verzoek. Een bruikbaar patroon is „ein Formular unterschreiben“.
dieses
„dieses“ betekent hier „dit“ in „dieses Formular“ en wijst naar het formulier dat de medewerker voorlegt. Het staat direct vóór „Formular“. Je gebruikt „dieses“ om een specifiek formulier of ander aangewezen voorwerp aan te wijzen.
Formular
„Formular“ betekent hier „formulier“, het document dat vóór het meenemen van de tas moet worden ondertekend. In „dieses Formular“ gaat het om een concreet formulier. Je gebruikt „Formular“ bijvoorbeeld voor een document dat je moet invullen of ondertekenen.
bevor
„bevor“ betekent hier „voordat“ en verbindt het ondertekenen met het later meenemen van de tas. In „bevor Sie die Tasche mitnehmen“ leidt het de bijzin in. Een bruikbaar patroon is „..., bevor ...“ om twee handelingen in tijdsvolgorde te verbinden.
die
„die“ betekent hier „de“ in „die Tasche“. Het verwijst naar de tas die eerder is beschreven en teruggegeven wordt. Een bruikbaar patroon is „die Tasche mitnehmen“ wanneer je naar het meenemen van een specifieke tas verwijst.
mitnehmen
„mitnehmen“ betekent hier „meenemen“ in „die Tasche mitnehmen“. Het beschrijft dat de persoon de tas na het ondertekenen meeneemt. Een bruikbaar patroon is „etwas mitnehmen“, met het voorwerp na het werkwoord.