Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een zakdoek uit een tas lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Kann ich mir ein Taschentuch aus deiner Tasche nehmen?
kan ich mir aain tassen-toeg aus daina tasje neemen? Mag ik een zakdoek uit je tas lenen?Sie sind in der Seitentasche.
zie zint in dea zaiten-tasje. Ze zitten in het zijvak.Darf ich sie öffnen?
darf ich zie eufnen? Mag ik het openmaken?Möchtest du lieber selbst eins nehmen?
meuchtes doe lieba zelps(t) ains neemen? Wil je liever zelf een pakken?Du kannst sie öffnen.
doe kanst zie eufnen. Je mag het openmaken.Ich habe jetzt eins.
ich haabe jetst ains. Ik heb er nu een.Mach die Seitentasche zu, wenn du fertig bist.
mach die zaiten-tasje tsoe, ven doe fertich bist. Doe het zijvak dicht als je klaar bent.Ich mache sie vorsichtig zu.
ich mache zie foa-zichtich tsoe. Ik doe het voorzichtig dicht.Nimm ein weiteres Taschentuch mit, wenn du eins brauchst.
nim aain vaiteres tassen-toeg mit, ven doe ains braaucht. Neem een extra zakdoek mee als je er een nodig hebt.Uitleg van de zinnen
Kann ich mir ein Taschentuch aus deiner Tasche nehmen?
Mag ik een zakdoek uit je tas lenen?
- Kann ich
- mag ik
- mir
- voor mezelf
- Taschentuch
- zakdoek
- aus
- uit
- deiner
- jouw
- Tasche
- tas
- nehmen
- nemen
Uitgebreide uitleg
Kann ich opent een ja-neevraag. kann is de vorm van können bij ich in de tegenwoordige tijd. In deze context vraagt de spreker om toestemming; daarom past in het Nederlands “mag ik …?”. In een mededelende zin staat het onderwerp vóór het werkwoord: Ich kann …; in deze vraag staat het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp. Voorbeeld: Kann ich hier sitzen? — “Mag ik hier zitten?” mir is de datiefvorm van ich en betekent hier “voor mezelf”. Het geeft aan dat de handeling de spreker zelf betreft. Voorbeeld: Ich nehme mir ein Buch. — “Ik pak voor mezelf een boek.” Taschentuch betekent “zakdoek”. Het meervoud is Taschentücher. Het woord is onzijdig: daarom staat hier het onbepaalde lidwoord ein bij deze enkelvoudsvorm. ein geeft een niet nader bepaald exemplaar aan, maar bewijst op zichzelf geen afzonderlijk getelde hoeveelheid. Voorbeeld: Ich brauche ein Taschentuch. — “Ik heb een zakdoek nodig.” aus betekent “uit” bij beweging vanuit de binnenkant van een plaats of voorwerp. Het voorzetsel regeert hier een datiefgroep: aus deiner Tasche betekent “uit jouw tas”. Voorbeeld: Sie nimmt das Buch aus der Tasche. — “Ze pakt het boek uit de tas.” deiner is de bezittelijke vorm van dein (“jouw”). In deiner Tasche krijgt deze vorm de uitgang -er, omdat Tasche vrouwelijk enkelvoud is en aus de datief vereist. deiner drukt dus bezit uit; het verwijst naar de aangesproken persoon in de informele vorm du. Tasche betekent “tas”. Het meervoud is Taschen. In deiner Tasche staat het zelfstandig naamwoord in de datief door aus, maar de vorm van Tasche verandert daarbij niet zichtbaar. Voorbeeld: Der Schlüssel ist in der Tasche. — “De sleutel zit in de tas.” nehmen is de infinitief van “nemen”. Omdat kann het vervoegde werkwoord is, blijft nehmen als infinitief aan het einde staan. Voorbeeld: Kann ich den Stift nehmen? — “Mag ik de pen nemen?” In de vaste Nederlandse vertaling wordt deze handeling als “lenen” weergegeven; de Duitse vorm zelf is nehmen. Samen betekent Kann ich mir ein Taschentuch aus deiner Tasche nehmen? volgens de vaste vertaling: “Mag ik een zakdoek uit je tas lenen?” Kann ich vraagt toestemming, mir geeft aan dat de handeling voor de spreker zelf is, ein Taschentuch is wat wordt genomen, aus deiner Tasche geeft de bron aan en nehmen blijft als infinitief achteraan bij kann.
Sie sind in der Seitentasche.
Ze zitten in het zijvak.
- Sie sind
- ze zijn
- Seitentasche
- zijvak
Uitgebreide uitleg
Sie sind betekent hier “ze zijn”. sind is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) voor de derde persoon meervoud: sie sind. De vorm Sie sind kan in een andere context ook de beleefde aanspreekvorm “u bent” betekenen, maar de vaste vertaling geeft hier de betekenis “ze zijn”. Voorbeelden: Sie sind müde. = “Ze zijn moe.”; Sie ist müde. = “Ze is moe.” Seitentasche betekent “zijvak”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Seite (“zijkant”) + Tasche (“tas” of “zak”), met de concrete betekenis “zijvak”. Het meervoud is Seitentaschen. Voorbeeld: Das Handy ist in der Seitentasche. = “De telefoon zit in het zijvak.” In in der Seitentasche geeft in een plaats aan: iets bevindt zich binnenin een ruimte. Bij een vaste plaats gebruikt het Duits hier de datief. Seitentasche is vrouwelijk; de datief enkelvoud van het lidwoord die is der: in der Seitentasche. Dit der betekent hier dus niet “van de” als bezit, maar is de vorm van het bepaalde lidwoord na in voor deze plaatsbepaling. Samen vormen de delen de betekenis: Sie sind + in der Seitentasche = “Ze zitten in het zijvak.” De zin beschrijft een huidige locatie; hij zegt niet dat de genoemde zaken daarheen worden verplaatst.
Darf ich sie öffnen?
Mag ik het openmaken?
- Darf ich
- Mag ik
- sie
- het
- öffnen
- openmaken
Uitgebreide uitleg
Darf ich betekent hier dat de spreker toestemming vraagt: “Mag ik …?” Darf is de vorm van dürfen bij ich. Na Darf ich volgt het werkwoord voor de voorgenomen handeling. Voorbeeld: Darf ich hereinkommen? — “Mag ik binnenkomen?” sie is hier het lijdend voorwerp van öffnen en betekent volgens de vaste vertaling “het”. De Duitse vorm sie kan zonder extra context zowel een vrouwelijk enkelvoud als een meervoud in de accusatief zijn; de vorm zelf maakt dat onderscheid niet zichtbaar. In deze zin geeft de vaste vertaling de bedoelde betekenis als één object weer. Verwar dit niet met Sie met een hoofdletter, het beleefde “u”. öffnen betekent hier “openmaken” of “openen”. Het is de infinitief van öffnen. Na een modaal werkwoord zoals dürfen staat de infinitief in deze vraag achteraan: Darf ich sie öffnen? Voorbeeld: Darf ich das Fenster öffnen? — “Mag ik het raam openen?” Samen vormt Darf ich de toestemmingsvraag, sie het voorwerp en öffnen de handeling. De volledige betekenis is dus: “Mag ik het openmaken?”
Möchtest du lieber selbst eins nehmen?
Wil je liever zelf een pakken?
- Möchtest du
- wil je
- lieber
- liever
- selbst
- zelf
- eins
- er eentje
- nehmen
- nemen; pakken
Uitgebreide uitleg
Möchtest du betekent hier “wil je”. Möchtest is de vorm voor de tweede persoon enkelvoud van mögen in de Konjunktiv II; deze vorm wordt in het hedendaagse Duits vaak zelfstandig gebruikt om een wens of een beleefde vraag uit te drukken. In een ja-neevraag staat deze werkwoordsvorm vooraan: Möchtest du ...? Een herbruikbaar voorbeeld is Möchtest du Tee? = “Wil je thee?” lieber betekent “liever”. Het is de vergelijkende vorm van gern (“graag”) en geeft een voorkeur aan. De reeks is gern – lieber – am liebsten: “graag” – “liever” – “het liefst”. Hier geeft lieber een voorkeur aan zonder de andere mogelijkheid te benoemen. selbst betekent “zelf” en legt de nadruk op de persoon die handelt. Het hoort hier bij du: “jij zelf”. Een bruikbaar voorbeeld is Ich mache es selbst. = “Ik doe het zelf.” eins betekent hier “er eentje” of “één”. Het is zelfstandig gebruikt en verwijst naar één eerder begrepen ding; de precieze benaming van dat ding staat niet in deze zin. Een voorbeeld is Ich nehme eins. = “Ik pak er eentje.” nehmen betekent “nemen” of, in deze situatie, “pakken”. Dit is de infinitief. Na de modale vorm möchtest staat de infinitief aan het einde: Möchtest du ... nehmen? Möchtest drukt de wens uit en nehmen benoemt de handeling. Samen vormen de delen de vraag: Möchtest du + lieber + selbst + eins nehmen? De betekenis is: “Wil je liever zelf een pakken?” De zin vraagt of de aangesprokene er de voorkeur aan geeft zelf één ding te pakken; welk ding met eins wordt bedoeld, wordt niet benoemd.
Du kannst sie öffnen.
Je mag het openmaken.
- Du kannst
- je mag
- sie
- het
- öffnen
- openmaken
Uitgebreide uitleg
Du kannst bestaat uit du (“je”) en de vorm kannst van können (“kunnen”), hier gebruikt voor toestemming: “je mag”. können krijgt bij du de vorm kannst; na deze vorm staat de andere werkwoordsvorm als infinitief. Bijvoorbeeld: Du kannst gehen. — “Je mag gaan.” sie is hier het lijdend voorwerp van öffnen. De vaste vertaling legt de bedoelde betekenis vast als “het”. De Duitse vorm sie kan, afhankelijk van het bedoelde antecedent, ook “haar” of “hen/ze” betekenen; de vorm alleen bepaalt dus niet altijd de Nederlandse verwijswoordkeuze. Dat Duitse grammaticale geslacht hoeft bovendien niet hetzelfde te zijn als het Nederlandse geslacht. In deze zin nemen we daarom de door de vaste vertaling aangegeven betekenis “het” over. öffnen betekent “openen” of, in deze context, “openmaken”. Het is de infinitief; na kannst blijft die vorm onveranderd. Bijvoorbeeld: Du kannst das Fenster öffnen. — “Je mag het raam openen.” Samen vormen de delen Du kannst sie öffnen de betekenis “Je mag het openmaken.”
Ich habe jetzt eins.
Ik heb er nu een.
- Ich habe
- ik heb
- jetzt
- nu
- eins
- er één
Uitgebreide uitleg
Ich habe: haben betekent “hebben”. habe is de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud: ich habe = “ik heb”. Het onderwerp ich staat hier vóór de persoonsvorm. Voorbeeld: Ich habe Zeit. = “Ik heb tijd.” jetzt: betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Voorbeeld: Ich komme jetzt. = “Ik kom nu.” eins: betekent hier “één” of, natuurlijker vertaald, “er één”. Het is een zelfstandig gebruikt telwoord: het verwijst naar één ding zonder dat het genoemde zelfstandig naamwoord opnieuw wordt herhaald. eins staat dus niet voor een specifiek benoemd voorwerp in deze zin; de zin zegt alleen dat de spreker er nu één heeft. Voorbeeld: Ich nehme eins. = “Ik neem er één.” Samen vormen de delen Ich habe + jetzt + eins de betekenis: “Ik heb er nu één.” De zin gebruikt de tegenwoordige tijd om een huidige toestand of bezit uit te drukken. Denk aan het herbruikbare patroon Ich habe ... (“Ik heb ...”), waarbij op de plaats van eins ook een benoemd zelfstandig naamwoord kan staan, bijvoorbeeld Ich habe den Schlüssel. = “Ik heb de sleutel.”
Mach die Seitentasche zu, wenn du fertig bist.
Doe het zijvak dicht als je klaar bent.
- Mach … zu
- doe ... dicht
- Seitentasche
- zijvak
- wenn
- als/wanneer
- fertig
- klaar
- bist
- bent
Uitgebreide uitleg
Mach ... zu komt van het scheidbare werkwoord zumachen, “dichtdoen/sluiten”. In de gebiedende wijs voor du staat Mach vooraan en het partikel zu aan het einde van de werkwoordelijke groep: Mach die Tasche zu! = “Doe de tas dicht!” In een gewone hoofdzin staat het werkwoord bijvoorbeeld als Du machst die Tasche zu. Seitentasche is een zelfstandig naamwoord: die Seitentasche, hier “het zijvak”. Het is een samenstelling van Seite (“kant”) en Tasche (“tas/vak”); als geheel benoemt het hier het zijvak. die is het bepaalde lidwoord bij dit vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord. Als lijdend voorwerp heeft dit vrouwelijke enkelvoud nog steeds de vorm die, net als in de nominatief. wenn betekent hier “als” of “wanneer” en leidt een bijzin in die aangeeft wanneer de opdracht geldt. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: wenn du fertig bist = “als je klaar bent”. fertig is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “klaar”. Na sein beschrijft het een toestand: Ich bin fertig = “Ik ben klaar.” bist is de vorm van sein (“zijn”) voor de tweede persoon enkelvoud: du bist. In deze bijzin staat bist achteraan, zoals gebruikelijk in een Duitse bijzin die met wenn begint. De hoofdzin Mach die Seitentasche zu geeft de opdracht om het zijvak dicht te doen. De bijzin wenn du fertig bist geeft aan wanneer die opdracht geldt. Samen betekent de zin: “Doe het zijvak dicht als je klaar bent.”
Ich mache sie vorsichtig zu.
Ik doe het voorzichtig dicht.
- Ich
- ik
- mache … zu
- doe dicht
- sie
- het
- vorsichtig
- voorzichtig
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is het onderwerp. Het bepaalt de vorm mache: dat is de eerste persoon enkelvoud van machen in de tegenwoordige tijd. Vergelijk: Ich mache die Tür zu. — “Ik doe de deur dicht.” mache ... zu komt van het scheidbare werkwoord zumachen, “dichtdoen” of “sluiten”. In een hoofdzin staat de vervoegde vorm mache op de tweede plaats en komt het partikel zu aan het einde: Ich mache die Tasche zu. — “Ik doe de tas dicht.” In een gebiedende zin zie je dezelfde constructie in Mach die Seitentasche zu. — “Doe het zijvak dicht.” sie is hier het lijdend voorwerp. In deze context verwijst het naar het zijvak uit de vorige zin. De Duitse vorm is enkelvoudig vrouwelijk in de accusatief, omdat die Seitentasche door sie wordt vervangen; het Nederlandse “het” laat die Duitse grammaticale vorm niet zien. Sie met een hoofdletter kan in andere zinnen ook “u” betekenen, maar de kleine letter in deze zin is een ander gebruik. vorsichtig betekent hier “voorzichtig” en beschrijft hoe het dichtdoen gebeurt. Het woord kan ook als bijvoeglijk naamwoord bij een zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld eine vorsichtige Bewegung — “een voorzichtige beweging”. In de gegeven zin is het bijwoordelijk gebruikt. Samen vormen de delen: Ich (ik) + mache ... zu (doe dicht) + sie (het zijvak) + vorsichtig (voorzichtig). De volledige betekenis is daarom: “Ik doe het voorzichtig dicht.”
Nimm ein weiteres Taschentuch mit, wenn du eins brauchst.
Neem een extra zakdoek mee als je er een nodig hebt.
- Nimm … mit
- meenemen
- ein
- een
- weiteres
- extra
- Taschentuch
- zakdoek
- wenn
- als
- du
- je
- eins
- er een
- brauchst
- nodig hebt
Uitgebreide uitleg
Nimm … mit betekent hier: neem iets mee. Dit is de gebiedende wijs voor du van mitnehmen (‘meenemen’), een scheidbaar werkwoord. In de zin staat Nimm vooraan en komt het deel mit aan het einde van de hoofdzin. De volledige vorm in een gewone mededelende zin is bijvoorbeeld: Du nimmst ein Taschentuch mit. — ‘Je neemt een zakdoek mee.’ ein is hier het onbepaalde lidwoord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Taschentuch. Het drukt in deze zin geen expliciet aantal uit; het introduceert een zakdoek als voorwerp van nimm … mit. weiteres betekent hier ‘extra’ of ‘nog een’. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord weiter in de combinatie ein weiteres Taschentuch. De uitgang -es past bij het onzijdige accusatief-naamwoord na ein. Vergelijk: ein weiterer Versuch — ‘een extra poging’ en eine weitere Frage — ‘een extra vraag’. De vorm verandert dus mee met de grammaticale eigenschappen van het zelfstandig naamwoord en de constructie. Taschentuch betekent ‘zakdoek’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Taschentuch; na ein staat hier de accusatiefvorm ein weiteres Taschentuch. Een bruikbaar meervoud is Taschentücher: Ich brauche zwei Taschentücher. — ‘Ik heb twee zakdoeken nodig.’ wenn leidt hier een voorwaardelijke bijzin in en betekent ‘als’. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord in het Duits doorgaans aan het einde. Wenn du Zeit hast, komm mit. — ‘Als je tijd hebt, kom dan mee.’ du is de informele tweede persoon enkelvoud: ‘je/jij’. Het is hier het onderwerp van brauchst. De vorm hoort bij één aangesproken persoon; de zin zegt niet meer over die persoon dan de gegeven context ondersteunt. eins betekent hier ‘er een’, dus één exemplaar van het eerder genoemde onzijdige voorwerp. Het is een zelfstandig gebruikt telwoord of voornaamwoord en vervangt een herhaling van Taschentuch: Brauchst du ein Taschentuch? — Ja, ich brauche eins. — ‘Heb je een zakdoek nodig? — Ja, ik heb er een nodig.’ Het lidwoord ein introduceert een zelfstandig naamwoord, terwijl eins zelfstandig kan staan. brauchst is de tegenwoordige-tijdsvorm van brauchen (‘nodig hebben’) bij du: du brauchst. In de bijzin staat deze vorm aan het einde. De tegenstelling is bijvoorbeeld ich brauche, du brauchst, sie braucht; de uitgang laat hier zien wie het onderwerp is. Samen betekent Nimm ein weiteres Taschentuch mit ‘Neem een extra zakdoek mee’. wenn du eins brauchst betekent ‘als je er een nodig hebt’: du is het onderwerp, eins is het benodigde voorwerp en brauchst staat aan het eind van de bijzin. De hele zin is dus: ‘Neem een extra zakdoek mee als je er een nodig hebt.’
Grammatica
Trennbare Verben: zumachen / mitnehmen
Mach die Tasche vorsichtig zu und nimm ein Taschentuch mit.
mach die tasje foa-zichtich tsoe oent nim aain tassen-toeg mit.Doe de tas voorzichtig dicht en neem een zakdoek mee.
Bij scheidbare werkwoorden staat het voorvoegsel achteraan: mach ... zu, nimm ... mit.
sich etwas nehmen: sich + Dativ
Ich nehme mir selbst eins.
ich neeme mia zelps(t) ains.Ik neem er zelf een voor mezelf.
Bij sich nehmen staat de persoon in de datief: mir betekent hier ‘voor mezelf’.
Duits woordenschat
Kann ich mir ein Taschentuch aus deiner Tasche nehmen?
Sie sind in der Seitentasche.
Kann ich mir ein Taschentuch aus deiner Tasche nehmen?
Ich habe jetzt eins.
Mach die Seitentasche zu, wenn du fertig bist.
Möchtest du lieber selbst eins nehmen?
Nimm ein weiteres Taschentuch mit, wenn du eins brauchst.
Darf ich sie öffnen?
Möchtest du lieber selbst eins nehmen?
Kann ich mir ein Taschentuch aus deiner Tasche nehmen?
Ich mache sie vorsichtig zu.
Mach die Seitentasche zu, wenn du fertig bist.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ze zitten in het zijvak.
Antwoord tonen
Sie sind in der Seitentasche.Mag ik het openmaken?
Antwoord tonen
Darf ich sie öffnen?Wil je liever zelf een pakken?
Antwoord tonen
Möchtest du lieber selbst eins nehmen?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
zelf
Antwoord tonen
selbstliever
Antwoord tonen
lieberer een
Antwoord tonen
einshet zijvak