Een koffer ordenen voor de reis | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before a trip, two adults organize a suitcase by folding shirts, separating liquids, and moving heavy books..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Een koffer ordenen voor de reis oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Mein Koffer ist unordentlich, und wir fahren morgen los.

main koffer ist oenordentliech, oent vieër vaaren morgn lohs. Mijn koffer is rommelig en we vertrekken morgen.
B

Falte zuerst die Hemden, um Platz zu sparen.

falte tsoe-eerst die hemden, oem plats tsu sjpaa-ren. Vouw de shirts eerst op om ruimte te besparen.
A

Soll ich die Flüssigkeiten von den Kleidern trennen?

zol ich die fluusichkaiten fon deen klaidern trennen? Moet ik de vloeistoffen van de kleren scheiden?
B

Pack die Flüssigkeiten in einen Plastikbeutel, bevor du sie einpackst.

pak die fluusichkaiten in ainen plastikboitel, befoor doe zie aainpakst. Doe de vloeistoffen in een plastic zak voordat je ze inpakt.
A

Der Koffer ist fast an der Gewichtsgrenze.

deer koffer ist fast an deer gevoichtsgrentse. De koffer zit bijna aan de gewichtsgrens.
B

Dann leg die schweren Bücher in deinen Rucksack.

dan leek dee sjveeren boecher in dainen roeksak. Verplaats dan de zware boeken naar je rugzak.
A

Dadurch lässt sich der Koffer leichter schließen.

daadoerch lest zich deer koffer laichter sjlie-sen. Daardoor is de koffer gemakkelijker te sluiten.
B

Jetzt sollte er für die Reise bereit sein.

jets zolte eer fuur die raize beraait zain. Nu zou hij klaar moeten zijn voor de reis.

Woord voor woord

Mein “Mein” betekent hier “mijn” en hoort bij “Mein Koffer”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord om bezit aan te geven, bijvoorbeeld bij een persoonlijk voorwerp.
Koffer “Koffer” betekent hier “koffer”, de bagage die wordt ingepakt. Je gebruikt het bij reizen, bijvoorbeeld voor kleding en andere spullen.
ist “Ist” betekent hier “is” en verbindt “Mein Koffer” met de beschrijving “unordentlich”. Deze vorm van “sein” gebruik je om te zeggen hoe iets is.
unordentlich “Unordentlich” betekent hier “rommelig” of niet netjes georganiseerd. Het beschrijft in “Mein Koffer ist unordentlich” de toestand van de koffer.
und “Und” betekent “en” en verbindt hier twee mededelingen: de koffer is rommelig en de spreker vertrekt morgen. Je gebruikt het om gelijkwaardige informatie samen te voegen.
wir “Wir” betekent “we” en verwijst hier naar de mensen die morgen vertrekken. Je gebruikt het als onderwerp wanneer de spreker zichzelf samen met anderen bedoelt.
fahren “Fahren” draagt in “wir fahren morgen los” de betekenis van reizen of vertrekken. Samen met “los” vormt het de uitdrukking “losfahren”; “fahren” staat hier bij “wir”.
morgen “Morgen” betekent “morgen”, dus de dag na vandaag. Het geeft hier aan wanneer “wir fahren ... los” gebeurt.
los “Los” is hier een deel van “fahren ... los” en maakt duidelijk dat het vertrek begint. Samen met “fahren” gebruik je het om aan te geven dat iemand vertrekt.
Falte “Falte” betekent hier “vouw” als opdracht aan één persoon. Het is de gebiedende vorm van “falten” en wordt gebruikt met “die Hemden” als datgene wat gevouwen moet worden.
zuerst “Zuerst” betekent “eerst” en geeft de volgorde van de handeling aan. Hier moet het vouwen vóór de andere inpakstappen gebeuren.
die “Die” is hier het meervoudige bepaalde lidwoord bij “Hemden” en betekent “de”. Je gebruikt het vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer het om bepaalde overhemden gaat.
Hemden “Hemden” betekent hier “overhemden” en is wat er gevouwen moet worden. Het verwijst naar kledingstukken die in de koffer worden gelegd.
um “Um” leidt hier samen met “zu sparen” het doel van de handeling in: vouwen gebeurt om ruimte te besparen. De hele constructie “um Platz zu sparen” geeft een doel aan.
Platz “Platz” betekent hier “ruimte” in de koffer. In “um Platz zu sparen” is het datgene waarvan men zo weinig mogelijk wil gebruiken.
zu “Zu” markeert hier samen met “sparen” de infinitief in de doelconstructie “um Platz zu sparen”. De combinatie geeft aan wat het doel van het vouwen is.
sparen “Sparen” betekent hier “besparen”, namelijk minder ruimte gebruiken. In “um Platz zu sparen” benoemt het de bedoeling van het eerst vouwen van de hemden.
Soll “Soll” betekent hier “moet ik” of “zal ik” en maakt van “Soll ich ...?” een vraag om advies of toestemming. Het is een vorm van “sollen” en wordt hier met “ich” gebruikt.
ich “Ich” betekent “ik” en is hier degene die vraagt of hij of zij de vloeistoffen moet scheiden. Je gebruikt het als onderwerp voor een handeling die de spreker zelf uitvoert.
Flüssigkeiten “Flüssigkeiten” betekent hier “vloeistoffen”, de spullen die apart van de kleren moeten worden gehouden. Het gaat in deze scène om vloeibare bagage die in een plastic zak wordt gepakt.
von “Von” betekent hier “van” en geeft aan waarvan de vloeistoffen worden gescheiden: “von den Kleidern”. Je gebruikt het hier om de twee groepen tegenover elkaar te plaatsen.
den “Den” is hier het lidwoord bij het meervoudige “Kleidern” in de woordgroep “von den Kleidern”. Het hoort bij deze vaste combinatie met “von”.
Kleidern “Kleidern” betekent hier “kleren” en vormt met “von” de groep waarvan de vloeistoffen gescheiden worden. Het verwijst naar de kleding in de koffer.
trennen “Trennen” betekent hier “scheiden” of apart houden. In “die Flüssigkeiten von den Kleidern trennen” geeft het aan dat de vloeistoffen niet bij de kleren moeten blijven.
Pack “Pack” is hier een opdracht aan één persoon om iets in te pakken of ergens in te doen. Het is de gebiedende vorm van “packen” en krijgt “die Flüssigkeiten” als voorwerp.
in “In” geeft hier de bestemming aan: de vloeistoffen moeten “in einen Plastikbeutel” komen. Je gebruikt het bij iets dat naar de binnenkant van een plaats of verpakking wordt verplaatst.
einen “Einen” betekent hier “een” en hoort bij “Plastikbeutel” in de woordgroep “in einen Plastikbeutel”. Het verwijst naar één niet nader bepaalde plastic zak als bestemming.
Plastikbeutel “Plastikbeutel” betekent hier “plastic zak”, waarin de vloeistoffen moeten worden verpakt. Je gebruikt het voor een zak die als verpakking dient.
bevor “Bevor” betekent “voordat” en geeft aan dat het inpakken van de vloeistoffen eerder gebeurt dan de volgende handeling. Het leidt hier de bijzin “bevor du sie einpackst” in.
du “Du” betekent “je” en verwijst naar de persoon die de vloeistoffen moet inpakken. Je gebruikt het hier als onderwerp in de bijzin na “bevor”.
sie “Sie” betekent hier “ze” en verwijst naar “die Flüssigkeiten”. Het is het voornaamwoord voor datgene wat de aangesprokene moet inpakken.
einpackst “Einpackst” betekent hier “inpakt” en verwijst naar het inpakken van de vloeistoffen. Het is de vorm van “einpacken” die bij “du” hoort; in de bijzin blijft het werkwoord achteraan staan.
Der “Der” is hier het mannelijke bepaalde lidwoord bij “Koffer” en betekent “de”. Het opent de zin waarin de toestand van de koffer ten opzichte van de gewichtsgrens wordt beschreven.
fast “Fast” betekent “bijna” en geeft aan dat de koffer de gewichtsgrens nog niet helemaal heeft bereikt. Je gebruikt het vóór een grens, hoeveelheid of toestand die bijna bereikt is.
an “An” betekent hier “aan” in de woordgroep “an der Gewichtsgrenze”. Samen met die woordgroep geeft het aan dat de koffer dicht bij de toegestane grens zit.
Gewichtsgrenze “Gewichtsgrenze” betekent “gewichtsgrens”, de maximale hoeveelheid gewicht die hier relevant is voor de koffer. In “an der Gewichtsgrenze” wordt die grens als referentiepunt gebruikt.
Dann “Dann” betekent “dan” en geeft hier de volgende stap aan nadat duidelijk is dat de koffer bijna te zwaar is. Je gebruikt het om een gevolg of vervolghandeling in te leiden.
leg “Leg” betekent hier “leg” als opdracht om de boeken ergens neer te leggen. Het is de gebiedende vorm van “legen” en wordt gebruikt met “die schweren Bücher” als voorwerp.
schweren “Schweren” betekent hier “zware” en beschrijft de boeken als spullen met veel gewicht. De vorm hoort bij het meervoudige “Bücher” in “die schweren Bücher”.
Bücher “Bücher” betekent hier “boeken”, die vanwege hun gewicht naar de rugzak moeten worden verplaatst. Het zijn de voorwerpen die bij “leg” worden genoemd.
deinen “Deinen” betekent hier “jouw” of “je” en hoort bij “Rucksack” in “deinen Rucksack”. Het maakt duidelijk dat de rugzak van de aangesprokene is.
Rucksack “Rucksack” betekent hier “rugzak”, de plaats waar de zware boeken naartoe worden verplaatst. Je gebruikt het bij bagage die op de rug gedragen wordt.
Dadurch “Dadurch” betekent “daardoor” en verwijst naar de zojuist genoemde verplaatsing van de boeken. Het leidt hier het gevolg in dat de koffer gemakkelijker kan worden gesloten.
lässt “Lässt” draagt in “Dadurch lässt sich der Koffer leichter schließen” bij aan de betekenis dat de koffer gemakkelijker gesloten kan worden. Het is een vorm van “lassen” binnen de constructie “lässt sich ... schließen”, niet simpelweg een losstaande vertaling van “laat”.
sich “Sich” hoort hier bij de constructie “lässt sich ... schließen” en helpt uitdrukken dat iets gesloten kan worden. De constructie beschrijft de mogelijkheid of het gemak van de handeling bij de koffer.
leichter “Leichter” betekent hier “gemakkelijker” en beschrijft hoe het sluiten na de aanpassing gaat. Het vergelijkt de nieuwe situatie met de eerdere, moeilijkere situatie.
schließen “Schließen” betekent hier “sluiten”, namelijk de koffer dichtdoen. In “lässt sich der Koffer leichter schließen” benoemt het de handeling die gemakkelijker wordt.
Jetzt “Jetzt” betekent “nu” en verwijst naar het moment nadat de koffer is geordend. Het markeert de nieuwe toestand aan het einde van de handeling.
sollte “Sollte” betekent hier “zou moeten” en drukt een verwachting uit dat de koffer nu klaar is. Het is een vorm van “sollen” en staat samen met “bereit sein”.
er “Er” betekent hier “hij” en verwijst naar “der Koffer”. Het is het onderwerp van de slotzin en voorkomt dat “Koffer” opnieuw wordt herhaald.
für “Für” betekent hier “voor” en verbindt “bereit” met het doel waarvoor de koffer klaar is: “für die Reise”. Je gebruikt het om aan te geven waarvoor iets bestemd of gereed is.
Reise “Reise” betekent hier “reis”, de tocht waarvoor de koffer wordt ingepakt. In “für die Reise” wordt aangegeven waarvoor de koffer gereed moet zijn.
bereit “Bereit” betekent hier “klaar” of gereed om te vertrekken. In “für die Reise bereit sein” beschrijft het dat de koffer geschikt is voor de komende reis.
sein “Sein” betekent hier “zijn” en vormt samen met “bereit” de uitdrukking “bereit sein”: klaar zijn. Het staat na “sollte” in de infinitiefvorm.

Grammatica

bevor + Nebensatz: Das konjugierte Verb steht am Ende.

Bevor wir morgen losfahren, packe ich den Koffer.

befoor vieër morgn lohsfaaren, pakke ich deen koffer.

Voordat we morgen vertrekken, pak ik de koffer in.

Na „bevor“ staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin: „bevor wir morgen losfahren“.

sich lassen + Infinitiv: mogelijkheid of uitvoerbaarheid

Der Rucksack lässt sich leicht schließen.

deer roeksak lest zich laicht sjlie-sen.

De rugzak kan gemakkelijk worden gesloten.

„lässt sich ... schließen“ betekent dat iets op een bepaalde manier kan worden gedaan.

Duits woordenschat

das Hemd zelfstandig naamwoord
das hemt het overhemd die Hemden
das Kleid zelfstandig naamwoord
das klaid het kledingstuk den Kleidern
der Koffer zelfstandig naamwoord
deer koffer de koffer Mein Koffer
der Platz zelfstandig naamwoord
deer plats de ruimte Platz
die Flüssigkeit zelfstandig naamwoord
dee fluusich-kait de vloeistof die Flüssigkeiten
falten werkwoord
fal-ten vouwen Falte
losfahren werkwoord
lohs-faaren vertrekken fahren ... los
morgen bijwoord
morgn morgen
sparen werkwoord
sjpaa-ren besparen
trennen werkwoord
tren-nen scheiden
unordentlich bijvoeglijk naamwoord
oenordentliech rommelig
zuerst bijwoord
tsoe-eerst eerst

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vouwen

Antwoord tonenFalte

besparen

Antwoord tonensparen

rommelig

Antwoord tonenunordentlich

de ruimte

Antwoord tonenPlatz