Een korte koffiepauze op het werk | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At work, two adults decide to save a file and take a short coffee break before returning to a report..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een korte koffiepauze op het werk oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich kann mich nicht mehr gut konzentrieren.

Ich kan mich niet meer goet kontsen-tree-ren. Ik raak mijn concentratie kwijt.
B

Lass uns kurz weggehen und einen Kaffee holen.

Las oens koerts vek-gee-en oent ainen kafee hoolen. Laten we even weggaan en koffie halen.
A

Eine kurze Pause wäre hilfreich.

Aine koertse pauze veere hilf-raich. Een korte pauze lijkt me nuttig.
B

Wir können uns dehnen, bevor wir uns wieder hinsetzen.

Vier keunen oens deenen, bevoor vier oens vieder hinzetten. We kunnen ons uitrekken voordat we weer gaan zitten.
A

Sollen wir nach dem Kaffee mit dem Bericht weitermachen?

Zollen vier naach deem kafee mit deem bericht vaaitermaaken? Zullen we na de koffie weer met het rapport verdergaan?
B

Dann können wir den nächsten Teil fertig machen.

Dan keunen vier deen nekchsten tail fertich maaken. Dan kunnen we het volgende deel afmaken.
A

Ich speichere die Datei, bevor wir gehen.

Ich sjpaichere dee datai, bevoor vier gee-en. Ik sla het bestand op voordat we weggaan.
B

Speichere es jetzt, damit wir nichts verlieren.

Sjpaichere es jets, daamit vier niets ferlie-ren. Sla het nu op, zodat we niets verliezen.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich kann mich nicht mehr gut konzentrieren.

    Ik raak mijn concentratie kwijt.

    Ich kann
    ik kan
    mich
    mezelf
    nicht mehr
    niet meer
    gut
    goed
    konzentrieren
    concentreren
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier dat de spreker iets niet meer goed voor elkaar krijgt. kann is de vorm van het modale werkwoord können in de tegenwoordige tijd voor ich: ich kann, du kannst, er/sie kann. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief verderop in de zin: Ich kann heute arbeiten betekent “Ik kan vandaag werken”. mich is hier de accusatief-vorm van het wederkerende voornaamwoord bij ich. Het hoort bij het werkwoord sich konzentrieren: ich konzentriere mich, “ik concentreer me”. De vorm voor een andere persoon verandert bijvoorbeeld in du konzentrierst dich; het gaat dus niet om een zelfstandig betekenisdragend “mezelf” buiten deze werkwoordconstructie. nicht mehr geeft samen “niet meer” of “niet langer” aan. Het beschrijft hier dat de mogelijkheid of toestand niet langer geldt: vroeger kon de spreker zich wel goed concentreren, maar nu niet meer. nicht ontkent de betreffende combinatie, terwijl mehr het idee van voortduring tot nu toe toevoegt. Een bruikbaar voorbeeld is Ich kann nicht mehr warten, “Ik kan niet langer wachten”. gut betekent hier “goed” en beschrijft hoe het concentreren lukt. Het is de bijwoordelijke vorm bij konzentrieren, niet een verbogen vorm van een zelfstandig naamwoord. Ter vergelijking: ein guter Plan betekent “een goed plan”, maar in Ich arbeite gut beschrijft gut de manier waarop iemand werkt. konzentrieren is de infinitief “concentreren”. In deze zin staat het samen met het wederkerende element mich, dus mich konzentrieren betekent “me concentreren”. De infinitief komt aan het einde omdat können het modale werkwoord is; het vervoegde kann staat eerder en konzentrieren blijft in de basisvorm staan. Samen vormen de delen de betekenis: Ich kann + mich konzentrieren geeft “ik kan me concentreren”, nicht mehr maakt daarvan “ik kan me niet meer concentreren”, en gut specificeert dat dit niet goed lukt. De hele zin betekent daarom: “Ik kan me niet meer goed concentreren.” In de vaste Nederlandse vertaling wordt dezelfde situatie natuurlijk weergegeven als “Ik raak mijn concentratie kwijt.”

  2. Lass uns kurz weggehen und einen Kaffee holen.

    Laten we even weggaan en koffie halen.

    Lass uns
    laten we
    kurz
    even
    weggehen
    weggaan
    Kaffee
    koffie
    holen
    halen
    Uitgebreide uitleg

    Lass uns is een vaste, informele manier om een voorstel te doen: “laten we ...”. Lass is hier de gebiedende wijs van lassen; samen met uns vormt het de aansporing. Een bruikbaar patroon is Lass uns + infinitief, bijvoorbeeld: Lass uns anfangen. — “Laten we beginnen.” kurz betekent hier “even” en beschrijft de korte duur van de voorgestelde activiteit. Het is in deze zin geen beschrijving van een zelfstandig naamwoord, maar een bijwoordelijke bepaling. Voorbeeld: Warte kurz. — “Wacht even.” weggehen betekent “weggaan”. Het is een samengesteld werkwoord met weg-; als infinitief staat het hier volledig bij het eerste deel van het voorstel. In een hoofdzin kan het scheiden: Wir gehen jetzt weg. — “We gaan nu weg.” Kaffee betekent “koffie”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. In einen Kaffee staat het in de uitdrukking voor een koffie als consumptie of bestelling; einen is de vorm van het onbepaalde lidwoord die bij deze mannelijke accusatiefconstructie hoort. Voorbeeld: Ich trinke Kaffee. — “Ik drink koffie.” holen betekent “halen” of “gaan halen”. Het staat hier als infinitief na und en vormt samen met einen Kaffee de tweede voorgestelde handeling: koffie halen. Voorbeeld: Ich hole Wasser. — “Ik haal water.” De zin bouwt het voorstel zo op: Lass uns (“laten we”), kurz weggehen (“even weggaan”) und einen Kaffee holen (“en koffie halen”). De volledige betekenis is: “Laten we even weggaan en koffie halen.”

  3. Eine kurze Pause wäre hilfreich.

    Een korte pauze lijkt me nuttig.

    kurze
    kort
    Pause
    pauze
    wäre hilfreich
    zou nuttig zijn
    Uitgebreide uitleg

    kurze betekent hier “korte” en beschrijft Pause. Het is de verbogen vorm van kurz (“kort”). In eine kurze Pause staat het bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud, in de nominatief, na het onbepaalde lidwoord eine. Vergelijk als voorbeelden ein kurzer Weg (“een korte weg”) en ein kurzes Gespräch (“een kort gesprek”): de uitgang van kurz verandert volgens onder meer het grammaticale geslacht en de naamval. Pause betekent hier “pauze”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Pause; het meervoud is die Pausen. Voorbeeld: Wir machen eine kurze Pause. — “We nemen een korte pauze.” wäre is de vorm van sein (“zijn”) in de Konjunktiv II. In deze zin maakt die vorm de beoordeling voorzichtig of voorwaardelijk: een korte pauze zou nuttig zijn. hilfreich betekent “nuttig” of “behulpzaam”. Na wäre staat het als naamwoordelijk gezegde en krijgt het geen verbogen uitgang. Voorbeeld: Das wäre hilfreich. — “Dat zou nuttig zijn.” Samen betekenen eine kurze Pause en wäre hilfreich dat een korte pauze volgens de spreker nuttig zou zijn; in de vaste vertaling wordt dat weergegeven als: “Een korte pauze lijkt me nuttig.”

  4. Wir können uns dehnen, bevor wir uns wieder hinsetzen.

    We kunnen ons uitrekken voordat we weer gaan zitten.

    Wir können
    wij kunnen
    uns
    ons
    dehnen
    uitrekken
    bevor
    voordat
    wieder
    weer
    hinsetzen
    gaan zitten
    Uitgebreide uitleg

    Wir können betekent hier: “wij kunnen” en vormt een modale combinatie. können is de tegenwoordige tijd van können (“kunnen”): ich kann, du kannst, wir können. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief: Wir können warten. — “Wij kunnen wachten.” uns betekent hier “ons” en is het wederkerende voornaamwoord bij wir. Het verwijst dus naar dezelfde groep als wir; in deze zin is het de groep die zichzelf uitrekt. Vergelijk: Wir waschen uns. — “Wij wassen ons.” De vorm uns hoort bij de eerste persoon meervoud; andere personen hebben bijvoorbeeld mich bij ich en sich bij sie. dehnen betekent hier “uitrekken”. Het is de infinitief na können. In deze wederkerende combinatie krijgt het de betekenis “zich uitrekken”: Ich dehne mich. — “Ik rek me uit.” De vorm dehnen zelf draagt hier geen persoonsuitgang, omdat können de persoonsvorm is. bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In een Duitse bijzin na bevor staat de persoonsvorm aan het einde: Bevor wir beginnen, trinken wir Wasser. — “Voordat we beginnen, drinken we water.” wieder betekent hier “weer”, in de betekenis dat iets opnieuw gebeurt. Het zegt niet op zichzelf wanneer of hoe lang de vorige handeling duurde: Wir treffen uns wieder. — “We spreken elkaar weer.” hinsetzen betekent “gaan zitten” of letterlijk “zich neerzetten”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin wordt het Wir setzen uns hin. — “Wij gaan zitten.” In de bijzin na bevor blijft het als één vorm aan het einde staan: bevor wir uns wieder hinsetzen. Het wederkerende uns blijft vóór hinsetzen staan. De delen komen samen als volgt: Wir können uns dehnen zegt dat de groep de mogelijkheid heeft om zich uit te rekken. bevor wir uns wieder hinsetzen zegt dat dit gebeurt vóórdat dezelfde groep weer gaat zitten. De volledige betekenis is daarom: “We kunnen ons uitrekken voordat we weer gaan zitten.”

  5. Sollen wir nach dem Kaffee mit dem Bericht weitermachen?

    Zullen we na de koffie weer met het rapport verdergaan?

    Sollen wir
    zullen we
    Kaffee
    koffie
    Bericht
    rapport
    weitermachen
    verdergaan
    Uitgebreide uitleg

    Sollen wir vormt hier een voorstel in vraagvorm: “zullen we …?” sollen is de infinitief; soll is de vorm bij ich en er/sie/es, terwijl sollen bij wir hoort. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie en de infinitief vaak aan het einde: Sollen wir später anfangen? — “Zullen we later beginnen?” Kaffee betekent hier koffie als activiteit of moment, niet noodzakelijk één kop koffie. Na nach krijgt het bepaalde lidwoord de datief: nach dem Kaffee betekent “na de koffie”. Het zelfstandig naamwoord blijft Kaffee; dem markeert hier de naamval en het mannelijke grammaticale geslacht. Bericht is een schriftelijk of mondeling rapport/verslag. Het meervoud is Berichte. In mit dem Bericht staat het woord in de datief, omdat mit altijd de datief vraagt: mit dem Bericht — “met het rapport”. weitermachen betekent doorgaan met iets of verdergaan. Het is een scheidbaar werkwoord: weiter + machen. In een gewone hoofdzin wordt het vervoegde deel gesplitst: Wir machen nach dem Kaffee mit dem Bericht weiter. In deze vraag staat de infinitief als geheel aan het einde: Sollen wir ... weitermachen? Een vergelijkbaar voorbeeld is Wir machen morgen weiter. — “We gaan morgen verder.” De combinatie nach dem Kaffee geeft het tijdstip “na de koffie” aan. mit dem Bericht geeft aan waarmee het doorgaan gebeurt. Samen vormt Sollen wir nach dem Kaffee mit dem Bericht weitermachen? de betekenis: “Zullen we na de koffie weer met het rapport verdergaan?” De vertaling maakt duidelijk dat het om hervatten of voortzetten van het rapport gaat; het woord wieder staat niet letterlijk in de Duitse zin, maar past bij die bedoelde betekenis.

  6. Dann können wir den nächsten Teil fertig machen.

    Dan kunnen we het volgende deel afmaken.

    Dann
    dan
    können wir
    kunnen we
    nächsten
    volgende
    Teil
    deel
    fertig machen
    afmaken
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” of “vervolgens”: het verbindt deze handeling met wat eerder is genoemd. Als een tijd- of volgordeadverbium vooraan staat, komt de persoonsvorm in een Duitse hoofdzin vaak vóór het onderwerp: Dann können wir .... können wir bestaat uit het modale werkwoord können en het onderwerp wir. können drukt hier de mogelijkheid of gelegenheid uit: “we kunnen”. Het vervoegde werkwoord staat op de tweede zinsplaats; het andere werkwoord komt als infinitief aan het einde. Vergelijk: Wir können den Teil fertig machen. — “We kunnen het deel afmaken.” nächsten is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord nächst-, hier met de betekenis “volgende”. De uitgang -en past bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Teil in de vierde naamval na het bepaalde lidwoord den: den nächsten Teil. De vorm betekent hier niet “dichtstbijzijnde” in ruimtelijke zin, maar het deel dat in de volgorde hierna komt. Teil is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent “deel” of “onderdeel”. In den nächsten Teil staat het in de accusatief, omdat het de zaak is die men afmaakt. Het meervoud is Teile: die nächsten Teile — “de volgende delen”. fertig machen is een scheidbare werkwoordelijke verbinding met de betekenis “afmaken” of “voltooien”. fertig geeft het bereikte resultaat aan, en machen is het werkwoord “maken”. Na het modale werkwoord blijft de infinitiefverbinding aan het einde bij elkaar: Wir können die Aufgabe fertig machen. — “We kunnen de opdracht afmaken.” Samen betekent Dann können wir den nächsten Teil fertig machen.: “Dan kunnen we het volgende deel afmaken.” De volgorde is: eerst de tijdsaanduiding Dann, daarna het vervoegde modale werkwoord en wir, vervolgens het lijdend voorwerp den nächsten Teil, en ten slotte de infinitiefverbinding fertig machen.

  7. Ich speichere die Datei, bevor wir gehen.

    Ik sla het bestand op voordat we weggaan.

    speichere
    sla op
    Datei
    bestand
    bevor wir gehen
    voordat we weggaan
    Uitgebreide uitleg

    speichere is hier de ik-vorm in de tegenwoordige tijd van speichern (“opslaan”): ich speichere. Dit is niet de gebiedende wijs; in de volgende context staat juist Speichere als bevel aan één persoon. Een bruikbaar patroon is Ich speichere ... = “Ik sla ... op”. Datei betekent hier “bestand”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Datei; in het meervoud staat die Dateien. In die Datei laat die hier dus het bepaalde lidwoord bij dit zelfstandig naamwoord zien, niet een aanwijzing voor het aantal bestanden. bevor wir gehen betekent “voordat we weggaan”. bevor leidt een bijzin in. In die bijzin staat het vervoegde werkwoord gehen achteraan: wir gehen. gehen betekent hier “weggaan”; de vorm voor wir is gelijk aan de infinitief. Vergelijk: Wir gehen jetzt. = “We gaan nu.” De hele zin bestaat uit Ich speichere die Datei (“Ik sla het bestand op”) en de tijdsbepalende bijzin bevor wir gehen (“voordat we weggaan”). Samen betekent de zin: “Ik sla het bestand op voordat we weggaan.”

  8. Speichere es jetzt, damit wir nichts verlieren.

    Sla het nu op, zodat we niets verliezen.

    Speichere
    sla op
    es
    het
    jetzt
    nu
    damit
    zodat
    wir
    we
    nichts
    niets
    verlieren
    verliezen
    Uitgebreide uitleg

    Speichere komt van speichern (“opslaan”). Dit is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm: Speichere! In alledaagse taal komt ook Speicher! voor. In de vorige zin staat speichere als gewone ik-vorm (ich speichere); de vorm hier is een opdracht aan de luisteraar. es is hier het lijdend voorwerp: “het”. Het is een persoonlijk voornaamwoord in de accusatief en verwijst in deze context naar het op te slaan bestand of object; de Nederlandse vertaling en de voorafgaande zin over die Datei ondersteunen de lezing “het”. Een handig patroon is etwas speichern — “iets opslaan” — met het opgeslagen object na het werkwoord of als voornaamwoord: Ich speichere die Datei. — “Ik sla het bestand op.” jetzt betekent “nu” en geeft aan dat de handeling op dit moment moet gebeuren. In deze zin staat het na es: Speichere es jetzt! — “Sla het nu op!” damit leidt hier een doelzin in: “zodat” of “opdat”. Na damit staat in het Duits een bijzin; het vervoegde werkwoord gaat naar het einde. Patroon: ..., damit ... [werkwoord]. Bijvoorbeeld: Schreib es auf, damit wir es nicht vergessen. — “Schrijf het op, zodat we het niet vergeten.” wir betekent “we/wij”. Het is de eerste persoon meervoud en is hier het onderwerp van de bijzin. Het verwijst naar de spreker samen met minstens één andere persoon, zonder dat de precieze groepssamenstelling in de zin wordt uitgewerkt. nichts betekent “niets”. Het maakt de bijzin negatief en is hier het lijdend voorwerp van verlieren: letterlijk “niets verliezen”. Het woord blijft in deze vorm; het onderscheidt zich bijvoorbeeld van nicht, dat doorgaans een werkwoord, bijvoeglijk naamwoord of ander zinsdeel ontkent. verlieren betekent “verliezen”. Dit is de infinitief; in de damit-bijzin staat hij aan het einde. De tegenwoordige tijd met wir is wir verlieren, zonder extra uitgang: Wir verlieren nichts. — “We verliezen niets.” Samen vormen de delen: Speichere es jetzt = “Sla het nu op”, en damit wir nichts verlieren = “zodat we niets verliezen”. De volledige betekenis is daarom: “Sla het nu op, zodat we niets verliezen.”

Grammatica

Bevor + Nebensatz: Verb am Ende

Bevor wir weggehen, holen wir Kaffee.

Bevoor vier vek-gee-en, hoolen vier kafee.

Voordat we weggaan, halen we koffie.

Na „bevor” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

Damit + Nebensatz: Verb am Ende

Wir machen eine kurze Pause, damit wir uns wieder konzentrieren.

Vier maaken aine koertse pauze, daamit vier oens vieder kontsen-tree-ren.

We nemen een korte pauze, zodat we ons weer kunnen concentreren.

„Damit” drukt een doel uit; in de bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan.

Duits woordenschat

Bericht zelfstandig naamwoord
bericht rapport
bevor voegwoord
bevoor voordat
hilfreich bijvoeglijk naamwoord
hilf-raich nuttig
holen werkwoord
hoolen halen
Kaffee zelfstandig naamwoord
kafee koffie
kurz bijvoeglijk naamwoord
koerts kort kurze
Pause zelfstandig naamwoord
pauze pauze
sich dehnen werkwoord
zich deenen zich uitrekken dehnen
sich hinsetzen werkwoord
zich hinzetten gaan zitten hinsetzen
sich konzentrieren werkwoord
zich kontsen-tree-ren zich concentreren konzentrieren
weggehen werkwoord
vek-gee-en weggaan
wieder bijwoord
vieder weer

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Een korte pauze lijkt me nuttig.

Antwoord tonenEine kurze Pause wäre hilfreich.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

pauze

Antwoord tonenPause

nuttig

Antwoord tonenhilfreich

koffie

Antwoord tonenKaffee

kort

Antwoord tonenkurze