Even naar buiten voor frisse lucht | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At work, two adults step outside near the building for fresh air before returning to focus..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Even naar buiten voor frisse lucht oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Der Raum fühlt sich zu warm und still an.

deer raum fuult zikh tsoe varm oent sjtil an. De ruimte voelt te warm en stil aan.
B

Möchtest du kurz draußen spazieren gehen?

meuch-test doe koerts drau-sen sjpa-tsie-ren gee-en? Wil je even buiten wandelen?
A

Frische Luft würde helfen.

frisje loeft vurde helpen. Frisse lucht zou helpen.
B

Wir können in der Nähe vom Gebäude bleiben und bald zurückkommen.

vie-er keunnen in deer nee-uh fom ge-bau-de blai-ben oent balt tsoe-ruk-komen. We kunnen in de buurt van het gebouw blijven en snel terugkomen.
A

Es ist noch ein wenig Tageslicht da.

es ist nokh ain vee-nikh taa-ges-likht daa. Er is nog wat daglicht.
B

Dann gehen wir, bevor es dunkel wird.

dan gee-en vie-er, be-foor es doen-kel virt. Dan gaan we voordat het donker wordt.
A

Gehen wir zurück, wenn wir uns wieder erholt fühlen.

gee-en vie-er tsoe-ruk, ven vie-er oens vie-der er-holt fuulen. Laten we teruggaan als we ons weer fris voelen.
B

Dann sind wir wieder bereit, uns zu konzentrieren.

dan zint vie-er vie-der be-rait, oens tsoe kon-tsen-trie-ren. Dan zijn we weer klaar om ons te concentreren.

Uitleg van de zinnen

  1. Der Raum fühlt sich zu warm und still an.

    De ruimte voelt te warm en stil aan.

    Raum
    ruimte
    fühlt sich … an
    voelt aan
    zu warm
    te warm
    still
    stil
    Uitgebreide uitleg

    Raum betekent hier “ruimte” of “kamer”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Raum; het meervoud is die Räume. In het Duits worden zelfstandige naamwoorden met een hoofdletter geschreven. Voorbeeld: Der Raum ist groß. — “De ruimte is groot.” fühlt sich … an komt van het scheidbare werkwoord sich anfühlen, “aanvoelen”. sich verwijst hier naar het onderwerp, der Raum; het is dus de ruimte die als warm en stil wordt ervaren. In een hoofdzin staat an achteraan: Der Raum fühlt sich angenehm an. — “De ruimte voelt aangenaam aan.” De vorm fühlt is de derde persoon enkelvoud van fühlen; an hoort bij het werkwoord en is geen los voorzetsel in deze constructie. zu warm betekent “te warm”. warm is het bijvoeglijk naamwoord; zu maakt duidelijk dat de warmte boven een gewenste of geschikte grens ligt. Vergelijk warm — “warm” en zu warm — “te warm”. Voorbeeld: Der Tee ist zu warm. — “De thee is te warm.” still betekent hier “stil”, dus zonder merkbaar geluid. Het is een bijvoeglijk naamwoord en blijft in deze positie onveranderd na sich anfühlen: Der Raum fühlt sich still an. — “De ruimte voelt stil aan.” Het beschrijft hier de ervaren toestand van de ruimte. Samen vormt de zin Der Raum fühlt sich zu warm und still an.: “De ruimte voelt te warm en stil aan.” Der Raum is het onderwerp; fühlt sich … an geeft de ervaren indruk; zu warm en still zijn de twee eigenschappen die die indruk beschrijven. Het verbindingswoord und koppelt beide eigenschappen.

  2. Möchtest du kurz draußen spazieren gehen?

    Wil je even buiten wandelen?

    Möchtest du
    wil je
    kurz
    even; kort
    draußen
    buiten
    spazieren gehen
    wandelen
    Uitgebreide uitleg

    Möchtest du betekent hier “wil je?”. Möchtest is de vorm voor de tweede persoon enkelvoud van möchten, een beleefde wensvorm die historisch bij mögen hoort. In een vraag staat het onderwerp du er direct bij: Möchtest du ...? is een herbruikbaar patroon om te vragen of iemand iets wil doen. Voorbeeld: Möchtest du Tee? — “Wil je thee?” kurz betekent hier “even” of “voor korte tijd”. Het beschrijft de beperkte duur van de wandeling; het zegt niet dat de wandeling per se klein of onbelangrijk is. Als bijwoord kan kurz bijvoorbeeld ook in Ich warte kurz. staan — “Ik wacht even.” draußen betekent “buiten”, dus op een plaats buiten een gebouw. Het is een bijwoord en krijgt geen vorm die met een zelfstandig naamwoord hoeft overeen te komen. Voorbeeld: Die Kinder spielen draußen. — “De kinderen spelen buiten.” spazieren gehen is een vaste, goed herbruikbare combinatie met de betekenis “gaan wandelen”. gehen staat hier in de infinitief; de vervoegde vorm draagt de persoon: Ich gehe spazieren. — “Ik ga wandelen.” In de vraag blijft gehen als infinitief aan het einde staan. Samen vormen de delen de vraag Möchtest du kurz draußen spazieren gehen?: “Wil je even buiten wandelen?” Möchtest du maakt er een vraag naar de wens van de aangesprokene van, kurz beperkt de duur, draußen geeft de plaats aan en spazieren gehen benoemt de activiteit. De formulering is alledaags en kan bijvoorbeeld worden gebruikt wanneer iemand voorstelt om even buiten frisse lucht te halen.

  3. Frische Luft würde helfen.

    Frisse lucht zou helpen.

    Frische
    frisse
    Luft
    lucht
    würde
    zou
    helfen
    helpen
    Uitgebreide uitleg

    Frische betekent hier “frisse” en hoort bij Luft. Het bijvoeglijk naamwoord heeft als basisvorm frisch; in deze woordgroep krijgt het de uitgang -e, omdat het vóór het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord Luft staat zonder voorafgaand lidwoord. Voorbeeld: frische Milch = “verse melk”. Luft betekent “lucht”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Luft. Hier staat het in het enkelvoud en is het onderwerp van de zin. Het Duitse woord verwijst in deze zin naar lucht in het algemeen, zonder dat een bepaald lidwoord nodig is. würde is de vorm van werden die hier “zou” uitdrukt. In combinatie met een infinitief maakt deze vorm een mogelijke of voorwaardelijke uitkomst duidelijk: würde helfen = “zou helpen”. Dit is hier niet de betekenis “werd”, maar een gebruik van de Konjunktiv II. Voorbeeld: Das würde reichen. = “Dat zou voldoende zijn.” helfen is de infinitief van het werkwoord helfen, “helpen”. Omdat würde als hulpwerkwoord voorop staat in het werkwoordelijke deel, blijft helfen als infinitief staan. helfen kan ook een persoon als meewerkend voorwerp hebben, bijvoorbeeld Ich helfe dir. = “Ik help je”; in de vaste zin wordt alleen gezegd dat iets zou helpen, zonder genoemd persoon. Samen vormen Frische Luft het onderwerp: “frisse lucht”. würde helfen zegt wat die frisse lucht volgens de zin zou doen: “zou helpen”. De volledige betekenis is dus: “Frisse lucht zou helpen.”

  4. Wir können in der Nähe vom Gebäude bleiben und bald zurückkommen.

    We kunnen in de buurt van het gebouw blijven en snel terugkomen.

    Wir können
    wij kunnen
    in der Nähe
    in de buurt
    vom Gebäude
    van het gebouw
    bleiben
    blijven
    bald
    binnenkort
    zurückkommen
    terugkomen
    Uitgebreide uitleg

    Wir können betekent hier dat de spreker samen met anderen een mogelijkheid of voorstel uitdrukt: “wij kunnen”. können is de infinitief; in deze zin staat de vervoegde vorm bij wir. Als modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief: Wir können warten. = “Wij kunnen wachten.” in der Nähe is een vaste manier om “in de buurt” of “dichtbij” uit te drukken. Nähe is een zelfstandig naamwoord. Leer de combinatie als bruikbaar patroon: in der Nähe von ... = “in de buurt van ...”. vom Gebäude betekent “van het gebouw”. vom is de samentrekking van von dem. Na von staat hier de datief; dem is de datiefvorm van het bepaalde lidwoord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Gebäude. Bijvoorbeeld: Das Fenster ist vom Gebäude weit entfernt. = “Het raam is ver van het gebouw verwijderd.” bleiben betekent hier “blijven”. Het is de infinitief die afhankelijk is van können; können ... bleiben betekent “kunnen blijven”. In vervoegde vormen krijgt het werkwoord een andere persoonsvorm, bijvoorbeeld ich bleibe en wir bleiben. bald betekent hier “binnenkort” of “al snel” in de tijd. Het beschrijft wanneer iets gebeurt, niet hoe snel iemand beweegt. Een bruikbaar contrast is bald = “binnenkort” tegenover spät = “laat”. Bijvoorbeeld: Wir kommen bald zurück. = “Wij komen binnenkort terug.” zurückkommen betekent “terugkomen”. Het is een scheidbaar samengesteld werkwoord: in de infinitief blijft het één woord, maar in een hoofdzin kunnen zurück en kommen worden gescheiden: Wir kommen bald zurück. In deze zin staat de infinitief na het modale werkwoord können. De structuur is Wir können ... bleiben und ... zurückkommen: “Wij kunnen blijven en terugkomen.” in der Nähe vom Gebäude specificeert waar men kan blijven, en bald specificeert wanneer het terugkomen plaatsvindt. Samen betekent de hele uiting: “We kunnen in de buurt van het gebouw blijven en binnenkort terugkomen.” In de vaste Nederlandse vertaling staat daarvoor “snel terugkomen”; hier heeft “snel” de tijdsbetekenis “binnenkort”, niet de betekenis van hoge bewegingssnelheid.

  5. Es ist noch ein wenig Tageslicht da.

    Er is nog wat daglicht.

    Es ist … da
    er is ... aanwezig
    noch
    nog
    ein wenig
    een beetje
    Tageslicht
    daglicht
    Uitgebreide uitleg

    Es ist ... da vormt hier samen de mededeling dat iets aanwezig is: letterlijk ongeveer “het is ... aanwezig”, natuurlijk vertaald als “er is ...”. Es is in deze constructie geen verwijzing naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord; het is een formeel onderwerp. da staat aan het einde en betekent hier “aanwezig” of “er”. Hetzelfde patroon is bruikbaar in bijvoorbeeld: Noch etwas Wasser ist da. — “Er is nog wat water.” noch betekent hier “nog”: de genoemde toestand bestaat op dit moment nog. In de zin staat het vóór de hoeveelheid waar het betrekking op heeft. Een bruikbaar contrast is kein Tageslicht mehr — “geen daglicht meer”; noch en mehr drukken dus niet hetzelfde uit. ein wenig betekent “een beetje” of “een kleine hoeveelheid”. Het drukt hier geen exact aantal uit. ein hoort bij de vaste hoeveelheidsexpressie ein wenig; het is hier niet op zichzelf een bewijs van één afzonderlijk ding. Vergelijk: ein wenig Zeit — “een beetje tijd”. Tageslicht betekent “daglicht”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het is een samenstelling van Tag (“dag”) en Licht (“licht”); de betekenis van de hele samenstelling is het natuurlijke licht overdag. Als zelfstandig naamwoord is het onzijdig: das Tageslicht. In deze zin staat geen lidwoord vóór het woord, omdat ein wenig de kleine hoeveelheid aanduidt. Samen betekent Es ist noch ein wenig Tageslicht da: “Er is nog wat daglicht.” De zin zegt dus dat er op dit moment nog een kleine hoeveelheid daglicht aanwezig is. In combinatie met de context is dat de relevante omstandigheid vóór het donker wordt.

  6. Dann gehen wir, bevor es dunkel wird.

    Dan gaan we voordat het donker wordt.

    Dann
    dan
    gehen
    gaan
    wir
    we
    bevor
    voordat
    es dunkel wird
    het donker wordt
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” of “vervolgens” en plaatst de handeling in de tijd. Een bruikbaar contrast is jetzt = “nu”: Dann gehen wir. betekent “Dan gaan we”, terwijl Jetzt gehen wir. betekent “Nu gaan we”. gehen betekent hier “gaan” of, afhankelijk van de situatie, “vertrekken”. De vorm is tegenwoordige tijd: bij wir is de vorm gehen, die er hetzelfde uitziet als het infinitief gehen. Vergelijk: Ich gehe = “Ik ga”, wir gehen = “wij gaan”. Het is geen verleden tijd. wir betekent “we/wij” en is de eerste persoon meervoud. Het verwijst naar de spreker samen met minstens één andere persoon; de zin specificeert niet wie die andere persoon of personen zijn. Wir gehen morgen. = “Wij gaan morgen.” bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in die een eerdere tijdsgrens aangeeft. In een Duitse bevor-bijzin staat de persoonsvorm achteraan: bevor es dunkel wird. es dunkel wird betekent hier “het donker wordt”. dunkel is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “donker”. wird is de vorm van werden bij es in de tegenwoordige tijd. In deze combinatie betekent werden “worden” of “raken”, dus een verandering naar een donkere toestand; het is hier niet het hulpwerkwoord van een passieve vorm. Es wird kalt. = “Het wordt koud.” Samen geeft Dann gehen wir de hoofdzin “Dan gaan we”. De bijzin bevor es dunkel wird geeft aan dat dit vertrek plaatsvindt vóór het donker wordt. De volledige betekenis is daarom: “Dan gaan we voordat het donker wordt.”

  7. Gehen wir zurück, wenn wir uns wieder erholt fühlen.

    Laten we teruggaan als we ons weer fris voelen.

    Gehen wir
    laten we gaan
    zurück
    terug
    wenn
    als
    wir
    wij
    uns
    ons
    wieder
    weer
    erholt
    fris, uitgerust
    fühlen
    voelen
    Uitgebreide uitleg

    Gehen wir is hier een aansporing in de eerste persoon meervoud: “laten we gaan”. De vorm gehen ziet er hetzelfde uit als de infinitief “gaan”, maar in deze woordvolgorde functioneert de combinatie als de Duitse aansporingsvorm voor “laten we gaan”. Dit is iets anders dan een gewone mededeling: Wir gehen betekent “wij gaan”, terwijl Gehen wir! “laten we gaan!” betekent. zurück betekent “terug” en geeft de richting van gehen aan. Het is een bijwoord en verandert hier niet mee met wir. Samen geven Gehen wir zurück de herbruikbare betekenis “laten we teruggaan”. wenn leidt hier de bijzin in met de betekenis “als”. Het kan in andere contexten ook een tijdsrelatie uitdrukken, maar hier past “als” bij de vaste vertaling. In een Duitse bijzin met wenn staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Wenn ich müde bin, gehe ich nach Hause. — “Als ik moe ben, ga ik naar huis.” wir is het persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon meervoud: “wij”. Het is hier het onderwerp van fühlen en ook het onderwerp van Gehen. uns is de vierde-naamvalsvorm van wir en wordt hier reflexief gebruikt bij sich fühlen: de betrokken personen voelen zichzelf in een bepaalde toestand. Bij dit meervoud horen wir en uns; vergelijk in het enkelvoud ich fühle mich — “ik voel me” en du fühlst dich — “jij voelt je”. wieder betekent hier “weer” of “opnieuw”: de toestand treedt opnieuw op. De precieze betekenis van zulke bijwoorden hangt van de context af; in deze zin ondersteunt de vaste vertaling “weer”. erholt komt van sich erholen (“herstellen, bijkomen”) en betekent hier “hersteld” of natuurlijker “fris en uitgerust”. In sich erholt fühlen beschrijft het hoe iemand zich voelt. Het is geen vervoegde werkwoordsvorm die met wir verandert; fühlen is hier het vervoegde werkwoord. Voorbeeld: Nach der Pause fühle ich mich erholt. — “Na de pauze voel ik me uitgerust.” fühlen is hier de vervoegde vorm bij wir; de vorm valt bij deze persoon en dit getal samen met de infinitief fühlen (“voelen”). In de bijzin staat deze vorm aan het einde, zoals gebruikelijk in een Duitse bijzin met wenn. Voorbeeld: Wir fühlen uns erholt. — “Wij voelen ons uitgerust.” De delen worden dus opgebouwd als Gehen wir zurück (“laten we teruggaan”) + wenn wir uns wieder erholt fühlen (“als we ons weer fris voelen”). De volledige betekenis is: “Laten we teruggaan als we ons weer fris voelen.” De uitspraak stelt als voorwaarde dat de groep zich weer hersteld voelt; ze specificeert niet wanneer dat precies gebeurt.

  8. Dann sind wir wieder bereit, uns zu konzentrieren.

    Dan zijn we weer klaar om ons te concentreren.

    Dann
    dan
    sind wir
    zijn we
    wieder
    weer
    bereit
    klaar
    uns
    ons
    zu konzentrieren
    te concentreren
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” in de zin van een volgend moment of gevolg: op dat moment zijn we weer klaar. Het kan ook in andere zinnen een voorwaarde-gevolg aanduiden, maar die extra betekenis is hier niet nodig. sind wir bevat de vorm sind van het werkwoord sein (“zijn”). sind is de tegenwoordige tijd voor wir; vergelijk ich bin, du bist, wir sind. Omdat Dann vooropstaat, staat het werkwoord vóór het onderwerp: Dann sind wir .... Dit is de Duitse werkwoords-in-tweede-positievolgorde; het eerste zinsdeel kan dus vóór sind staan zonder dat wir verdwijnt. wieder betekent “weer” of “opnieuw”. In deze zin geeft het aan dat de toestand bereit opnieuw geldt. Voorbeeld: Wir treffen uns wieder. — “We spreken elkaar weer.” bereit is een bijvoeglijk naamwoord en betekent “klaar” of “bereid”. Het verandert hier niet van vorm door wir, omdat het na sein als gezegde staat. De constructie bereit sein, etwas zu tun betekent “klaar zijn om iets te doen”. Voorbeeld: Ich bin bereit zu gehen. — “Ik ben klaar om te gaan.” uns is de wederkerende vorm in de vierde naamval bij wir: wir → uns. Hier verwijst het naar dezelfde groep als wir, zodat de groep zichzelf concentreert. Andere relevante vormen zijn bijvoorbeeld ich → mich en du → dich; de vorm wordt dus bepaald door de persoon en de grammaticale rol, niet alleen door de betekenis “ons”. zu konzentrieren bestaat uit zu plus het infinitief konzentrieren, waarvan de basisvorm konzentrieren is. Het werkwoord betekent “concentreren” of “zich concentreren”; in deze zin hoort het wederkerende uns erbij: uns konzentrieren. Na bereit sein volgt zo de handeling waarvoor iemand klaar is. Voorbeeld: Sie ist bereit, sich zu konzentrieren. — “Zij is klaar om zich te concentreren.” Samen vormen de delen Dann sind wir wieder bereit, uns zu konzentrieren de betekenis: “Dan zijn we weer klaar om ons te concentreren.” Dann plaatst de toestand in een volgend moment, sind wir zegt welke groep die toestand heeft, wieder bereit maakt duidelijk dat de toestand opnieuw geldt, en uns zu konzentrieren benoemt de handeling waarvoor de groep klaar is.

Grammatica

Wenn + bijzin met werkwoord achteraan

Wenn wir bereit sind, können wir uns konzentrieren.

ven vie-er be-rait zint, keunnen vie-er oens kon-tsen-trie-ren.

Als we klaar zijn, kunnen we ons concentreren.

Na wenn staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin: bereit sind.

Scheidbaar werkwoord: zurückkommen → kommen ... zurück

Wir kommen bald zurück.

vie-er komen balt tsoe-ruk.

We komen snel terug.

Bij een vervoegd scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel aan het einde van de hoofdzin.

Duits woordenschat

draußen bijwoord
drau-sen buiten

Möchtest du kurz draußen spazieren gehen?

frisch bijvoeglijk naamwoord
frisj fris

Frische Luft würde helfen.

helfen werkwoord
hel-fen helpen

Frische Luft würde helfen.

kurz bijwoord
koerts even; kort

Möchtest du kurz draußen spazieren gehen?

Luft zelfstandig naamwoord
loeft lucht Frische Luft

Frische Luft würde helfen.

möchten werkwoord
meuchten willen Möchtest

Möchtest du kurz draußen spazieren gehen?

Nähe zelfstandig naamwoord
nee-uh buurt; nabijheid in der Nähe

Wir können in der Nähe vom Gebäude bleiben und bald zurückkommen.

Raum zelfstandig naamwoord
raum ruimte Der Raum

Der Raum fühlt sich zu warm und still an.

sich fühlen werkwoord
zikh fuulen zich voelen fühlt sich

Der Raum fühlt sich zu warm und still an.

spazieren gehen uitdrukking
sjpa-tsie-ren gee-en wandelen

Möchtest du kurz draußen spazieren gehen?

still bijvoeglijk naamwoord
sjtil stil

Der Raum fühlt sich zu warm und still an.

warm bijvoeglijk naamwoord
varm warm

Der Raum fühlt sich zu warm und still an.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wil je even buiten wandelen?

Antwoord tonenMöchtest du kurz draußen spazieren gehen?

Frisse lucht zou helpen.

Antwoord tonenFrische Luft würde helfen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

fris

Antwoord tonenfrisch

willen

Antwoord tonenMöchtest

stil

Antwoord tonenstill

buiten

Antwoord tonendraußen