Een pauze tijdens het studeren | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: During a study session, two adults pause so one person can rest and return later to vocabulary review..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Een pauze tijdens het studeren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich lerne schon lange.

ich ler-nuh sjoon lang-uh Ik studeer al een lange tijd.
B

Leg deine Arbeit beiseite.

leek dai-nuh ar-bait bai-zai-tuh Leg je werk opzij.
B

Ruh dich einen Moment aus.

roe dich ai-nun mo-ment aous Rust even uit.
A

Ich kann mich jetzt nur schwer konzentrieren.

ich kan mich jetz(t) noer sjveer kont-tsen-trie-run Ik kan me nu moeilijk concentreren.
B

Das bedeutet meistens, dass dein Gehirn eine Pause braucht.

das buh-doit-ut mais-tuns, das dain guh-hie-urn ai-nuh paou-zuh braoucht Dat betekent meestal dat je brein een pauze nodig heeft.
A

Soll ich später die Vokabeln wiederholen?

zol ich sjpee-tur die voo-kaa-buln vie-duh-hoo-lun Moet ik de woordenschat later herhalen?
B

Beginne mit den leichteren Wörtern, wenn du zurückkommst.

buh-gin-uh mit deen laich-tuh-run vur-tun, ven doe tsu-ruk-komst Begin met de makkelijkere woorden als je terugkomt.
A

Ich mache mein Notizbuch zu, während ich mich ausruhe.

ich ma-chuh main noo-tiets-boe-ch tsoe, vee-runt ich mich aous-roeo-uh Ik doe mijn notitieboek dicht terwijl ik rust.
B

Dann können wir ruhiger weitermachen.

dan kuh-nun vie-ur roe-i-gur vai-tuh-ma-chun Dan kunnen we rustiger doorgaan.

Woord voor woord

Ich In „Ich lerne schon lange“ betekent „Ich“: ik, de persoon die spreekt. Het staat hier als onderwerp van de zin. Nieuw voorbeeld: „Ich lese.“ betekent „Ik lees.“
lerne In „Ich lerne schon lange“ betekent „lerne“: leer of studeer. Samen met „Ich“ beschrijft het wat de spreker al langere tijd doet. Nieuw voorbeeld: „Ich lerne Deutsch.“ betekent „Ik leer Duits.“
schon In „Ich lerne schon lange“ geeft „schon“ aan dat iets al het geval is. Samen met „lange“ verwijst het naar een periode die tot nu duurt. Nieuw voorbeeld: „Ich warte schon.“ betekent „Ik wacht al.“
lange In „Ich lerne schon lange“ verwijst „lange“ naar een lange tijdsduur. De vaste combinatie „schon lange“ betekent hier: al lange tijd. Nieuw voorbeeld: „Ich kenne ihn schon lange.“ betekent „Ik ken hem al lange tijd.“
Leg In „Leg deine Arbeit beiseite“ is „Leg“ een aansporing om iets neer te leggen of opzij te leggen. Het hoort bij de hele uitdrukking „Leg deine Arbeit beiseite“. Nieuw voorbeeld: „Leg das Buch auf den Tisch.“ betekent „Leg het boek op tafel.“
deine In „Leg deine Arbeit beiseite“ betekent „deine“: jouw, en het verwijst naar „Arbeit“. Het maakt duidelijk dat het werk van de aangesprokene bedoeld is. Nieuw voorbeeld: „deine Tasche“ betekent „jouw tas“.
Arbeit In „Leg deine Arbeit beiseite“ betekent „Arbeit“: werk, hier het werk waarmee iemand bezig is. Het is datgene wat tijdelijk opzij moet worden gelegd. Nieuw voorbeeld: „Ich habe viel Arbeit.“ betekent „Ik heb veel werk.“
beiseite In „Leg deine Arbeit beiseite“ betekent „beiseite“: opzij, dus weg van de huidige bezigheid. Samen met „Leg“ vormt het de uitdrukking „Leg deine Arbeit beiseite“. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer iemand tijdelijk met een taak moet stoppen.
Ruh In „Ruh dich einen Moment aus“ draagt „Ruh“ de aansporing over om te rusten. De volledige uitdrukking „Ruh dich einen Moment aus“ betekent: rust een moment uit. Je gebruikt haar bijvoorbeeld wanneer je iemand tijdens een inspanning een pauze aanraadt.
dich In „Ruh dich einen Moment aus“ verwijst „dich“ naar de persoon tegen wie gesproken wordt: je of jou. Het hoort bij de uitdrukking „sich ausruhen“, die hier als aansporing aan één persoon wordt gebruikt. Nieuw voorbeeld: „Ruh dich aus.“ betekent „Rust uit.“
einen In „Ruh dich einen Moment aus“ betekent „einen“: een. Samen met „Moment“ vormt het de gebruikelijke tijdsaanduiding „einen Moment“, dus: een moment. Je kunt deze combinatie gebruiken om een korte tijdsduur aan te geven.
Moment In „Ruh dich einen Moment aus“ betekent „Moment“: moment. „Einen Moment“ geeft aan dat de rust kort mag duren. Nieuw voorbeeld: „Warte einen Moment.“ betekent „Wacht een moment.“
aus In „Ruh dich einen Moment aus“ is „aus“ het afgescheiden deel van het werkwoord in „ausruhen“ en draagt het bij aan de betekenis: uitrusten. Het staat in deze aansporing achteraan. In „während ich mich ausruhe“ staat dezelfde werkwoordelijke betekenis als „ausruhe“ samen.
kann In „Ich kann mich jetzt nur schwer konzentrieren“ betekent „kann“: kan. Het geeft hier aan dat de spreker zich moeilijk kan concentreren. Na „kann“ staat het werkwoord „konzentrieren“ aan het einde van de hoofdzin.
mich In „Ich kann mich jetzt nur schwer konzentrieren“ verwijst „mich“ naar de spreker zelf: me of mij. Het hoort bij „sich konzentrieren“, dus de spreker concentreert zichzelf. Nieuw voorbeeld: „Ich konzentriere mich.“ betekent „Ik concentreer me.“
jetzt In „Ich kann mich jetzt nur schwer konzentrieren“ betekent „jetzt“: nu. Het beperkt de moeilijkheid van het concentreren tot het huidige moment. Nieuw voorbeeld: „Ich habe jetzt Zeit.“ betekent „Ik heb nu tijd.“
nur In „Ich kann mich jetzt nur schwer konzentrieren“ betekent „nur“: slechts of maar. Het versterkt hier dat de spreker zich maar moeilijk kan concentreren. Samen met „schwer“ beschrijft het hoe beperkt dat lukt.
schwer In „Ich kann mich jetzt nur schwer konzentrieren“ betekent „schwer“: moeilijk. Het beschrijft dat de handeling van concentreren niet gemakkelijk lukt. Nieuw voorbeeld: „Das ist schwer.“ betekent „Dat is moeilijk.“
konzentrieren In „Ich kann mich jetzt nur schwer konzentrieren“ betekent „konzentrieren“: concentreren. Met „mich“ vormt het „mich konzentrieren“, dus zich concentreren. Na „kann“ blijft deze vorm aan het einde van de zin staan.
Das In „Das bedeutet meistens, dass dein Gehirn eine Pause braucht“ verwijst „Das“ naar de eerder genoemde moeilijkheid om zich te concentreren. Het betekent hier: dat. Als onderwerp staat het vooraan in de zin. Nieuw voorbeeld: „Das ist wichtig.“ betekent „Dat is belangrijk.“
bedeutet In „Das bedeutet meistens, dass dein Gehirn eine Pause braucht“ betekent „bedeutet“: betekent. Het verbindt „Das“ met de uitleg die daarna volgt. Je kunt „Das bedeutet, dass ...“ gebruiken om de betekenis of conclusie van iets uit te leggen.
meistens In „Das bedeutet meistens, dass dein Gehirn eine Pause braucht“ betekent „meistens“: meestal. Het maakt duidelijk dat dit vaak zo is, maar niet noodzakelijk altijd. Nieuw voorbeeld: „Ich lerne meistens am Abend.“ betekent „Ik leer meestal 's avonds.“
dass In „Das bedeutet meistens, dass dein Gehirn eine Pause braucht“ leidt „dass“ de inhoud van de betekenis in. Het verbindt „Das bedeutet meistens“ met „dein Gehirn eine Pause braucht“. In het deel na „dass“ staat het werkwoord „braucht“ achteraan.
dein In „dass dein Gehirn eine Pause braucht“ betekent „dein“: jouw, en het verwijst naar „Gehirn“. Het maakt duidelijk dat het brein van de aangesprokene bedoeld is. Nieuw voorbeeld: „dein Buch“ betekent „jouw boek“.
Gehirn In „dass dein Gehirn eine Pause braucht“ betekent „Gehirn“: brein. Het brein wordt hier voorgesteld als iets dat na langdurig studeren rust nodig heeft. Nieuw voorbeeld: „Mein Gehirn ist müde.“ betekent „Mijn brein is moe.“
eine In „dein Gehirn eine Pause braucht“ betekent „eine“: een. Samen met „Pause“ vormt het „eine Pause“, dus: een pauze. Je gebruikt deze combinatie wanneer iemand tijdelijk moet stoppen met een activiteit.
Pause In „dein Gehirn eine Pause braucht“ betekent „Pause“: pauze. Het gaat hier om een onderbreking van het studeren om te rusten. Nieuw voorbeeld: „Wir machen eine Pause.“ betekent „We nemen een pauze.“
braucht In „dein Gehirn eine Pause braucht“ betekent „braucht“: nodig heeft. Het onderwerp is „dein Gehirn“ en wat nodig is, is „eine Pause“. Je kunt „etwas brauchen“ gebruiken om te zeggen dat iemand of iets iets nodig heeft.
Soll In „Soll ich später die Vokabeln wiederholen?“ betekent „Soll“: zal ik of moet ik, in de vorm van een vraag om advies of instructie. Samen met „ich“ vraagt de spreker wat hij of zij later moet doen. Nieuw voorbeeld: „Soll ich anfangen?“ betekent „Zal ik beginnen?“
später In „Soll ich später die Vokabeln wiederholen?“ betekent „später“: later. Het geeft aan dat het herhalen niet nu, maar op een later moment gebeurt. Nieuw voorbeeld: „Wir sprechen später.“ betekent „We praten later.“
die In „Soll ich später die Vokabeln wiederholen?“ staat „die“ direct voor „Vokabeln“ en verwijst het naar de bedoelde woordenschatwoorden. Samen vormen ze „die Vokabeln“. Het is hier dus niet zelfstandig, maar onderdeel van die naamwoordgroep.
Vokabeln In „Soll ich später die Vokabeln wiederholen?“ betekent „Vokabeln“: woordenschatwoorden. Het gaat om de woorden die tijdens het leren zijn behandeld. Nieuw voorbeeld: „Ich lerne neue Vokabeln.“ betekent „Ik leer nieuwe woordenschatwoorden.“
wiederholen In „Soll ich später die Vokabeln wiederholen?“ betekent „wiederholen“: herhalen. De handeling wordt toegepast op „die Vokabeln“. Na „Soll ich“ staat deze werkwoordsvorm aan het einde van de vraag.
Beginne In „Beginne mit den leichteren Wörtern“ is „Beginne“ een aansporing om te starten. De zin zegt waarmee iemand moet beginnen: „mit den leichteren Wörtern“. Je gebruikt deze vorm wanneer je één persoon rechtstreeks een advies of instructie geeft.
mit In „Beginne mit den leichteren Wörtern“ betekent „mit“: met. Het introduceert het startpunt van de activiteit, namelijk „den leichteren Wörtern“. Een veelgebruikt patroon is „beginnen mit ...“.
den In „mit den leichteren Wörtern“ staat „den“ voor de bedoelde woorden na „mit“. Het hoort samen met „leichteren Wörtern“ in de woordgroep waarmee de instructie begint. De vorm is hier onderdeel van „mit den leichteren Wörtern“.
leichteren In „mit den leichteren Wörtern“ betekent „leichteren“: makkelijkere. Het vergelijkt deze woorden met andere woorden die moeilijker zijn binnen de leertaak. Het beschrijft „Wörtern“ en staat in de woordgroep „den leichteren Wörtern“.
Wörtern In „Beginne mit den leichteren Wörtern“ betekent „Wörtern“: woorden. Het gaat specifiek om de makkelijkere woorden waarmee de leerling na de pauze moet starten. Nieuw voorbeeld: „Ich arbeite mit neuen Wörtern.“ betekent „Ik werk met nieuwe woorden.“
wenn In „wenn du zurückkommst“ betekent „wenn“: als of wanneer. Het introduceert de voorwaarde of het moment waarop de persoon terugkomt. In het deel na „wenn“ staat „zurückkommst“ aan het einde.
du In „wenn du zurückkommst“ betekent „du“: jij. Het is de persoon die na de pauze terugkomt. Nieuw voorbeeld: „Du kommst später.“ betekent „Jij komt later.“
zurückkommst In „wenn du zurückkommst“ betekent „zurückkommst“: terugkomt. Het beschrijft het moment waarop de aangesprokene naar de studie terugkeert. Samen met „wenn“ vormt het „wenn du zurückkommst“, dus: als je terugkomt.
mache In „Ich mache mein Notizbuch zu“ betekent „mache“ hier: doe dicht of sluit. De betekenis ontstaat samen met het afgescheiden deel „zu“ in „mache ... zu“. Je gebruikt dit patroon bijvoorbeeld wanneer je iets sluit.
mein In „Ich mache mein Notizbuch zu“ betekent „mein“: mijn, en het verwijst naar „Notizbuch“. Het maakt duidelijk dat het notitieboek van de spreker is. Nieuw voorbeeld: „mein Buch“ betekent „mijn boek“.
Notizbuch In „Ich mache mein Notizbuch zu“ betekent „Notizbuch“: notitieboek. Dat is het voorwerp dat de spreker tijdens het rusten sluit. Nieuw voorbeeld: „Das Notizbuch ist auf dem Tisch.“ betekent „Het notitieboek ligt op tafel.“
zu In „Ich mache mein Notizbuch zu“ is „zu“ het afgescheiden deel dat samen met „mache“ de betekenis sluiten of dichtdoen vormt. Het staat achter het voorwerp „mein Notizbuch“. De hele structuur is „etwas zumachen“; in deze zin zie je „mache ... zu“.
während In „während ich mich ausruhe“ betekent „während“: terwijl. Het verbindt de hoofdhandeling van het sluiten met de handeling van rusten die tegelijk plaatsvindt. Na „während“ staat het werkwoordelijke deel „ausruhe“ aan het einde van de bijzin.
ausruhe In „während ich mich ausruhe“ betekent „ausruhe“: rust. Het hoort samen met „mich“ bij de betekenis uitrusten. De uitdrukking „während ich mich ausruhe“ betekent: terwijl ik rust.
Dann In „Dann können wir ruhiger weitermachen“ betekent „Dann“: dan. Het verwijst naar het gevolg van eerst rusten: daarna kunnen ze kalmer doorgaan. Nieuw voorbeeld: „Dann machen wir eine Pause.“ betekent „Dan nemen we een pauze.“
können In „Dann können wir ruhiger weitermachen“ betekent „können“: kunnen. Het geeft aan dat de twee personen daarna in staat zijn om verder te gaan. Na „können“ staat „weitermachen“ aan het einde van de zin.
wir In „Dann können wir ruhiger weitermachen“ betekent „wir“: wij. Het verwijst naar de spreker en de andere persoon samen. Nieuw voorbeeld: „Wir lernen zusammen.“ betekent „Wij leren samen.“
ruhiger In „Dann können wir ruhiger weitermachen“ betekent „ruhiger“: rustiger of kalmer. Het beschrijft dat het doorgaan na de pauze op een kalmere manier gebeurt. Het hoort bij „weitermachen“ in de combinatie „ruhiger weitermachen“.
weitermachen In „Dann können wir ruhiger weitermachen“ betekent „weitermachen“: doorgaan of verdergaan. Het verwijst hier naar het hervatten van het studeren na de pauze. Na „können wir“ staat deze werkwoordsvorm aan het einde.

Grammatica

wenn + Nebensatz: das Verb steht am Ende

Wenn du zurückkommst, mache ich das Notizbuch zu.

ven doe tsu-ruk-komst, ma-chuh ich das noo-tiets-boe-ch tsoe

Als je terugkomt, doe ik het notitieboek dicht.

Na wenn staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin. Bij zumachen staat zu aan het einde van de hoofdzin.

Duits woordenschat

Arbeit zelfstandig naamwoord
ar-bait werk
bedeuten werkwoord
buh-doi-tun betekenen bedeutet
beiseite bijwoord
bai-zai-tuh opzij
Gehirn zelfstandig naamwoord
guh-hie-urn brein
jetzt bijwoord
jetst nu
lernen werkwoord
ler-nun leren lerne
meistens bijwoord
mais-tuns meestal
Moment zelfstandig naamwoord
mo-ment moment
schon lange uitdrukking
sjoon lang-uh al lang
schwer bijwoord
sjveer moeilijk
sich ausruhen werkwoord
zich aous-roeo-uhn uitrusten ausruhe
sich konzentrieren werkwoord
zich kon-tsen-trie-run zich concentreren konzentrieren

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik studeer al een lange tijd.

Antwoord tonenIch lerne schon lange.

Leg je werk opzij.

Antwoord tonenLeg deine Arbeit beiseite.

Rust even uit.

Antwoord tonenRuh dich einen Moment aus.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

leren

Antwoord tonenlerne

moeilijk

Antwoord tonenschwer

uitrusten

Antwoord tonenausruhe

nu

Antwoord tonenjetzt