Een pauze tijdens het studeren | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: During a study session, two adults pause so one person can rest and return later to vocabulary review..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een pauze tijdens het studeren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich lerne schon lange.

ich ler-nuh sjoon lang-uh Ik studeer al een lange tijd.
B

Leg deine Arbeit beiseite.

leek dai-nuh ar-bait bai-zai-tuh Leg je werk opzij.
B

Ruh dich einen Moment aus.

roe dich ai-nun mo-ment aous Rust even uit.
A

Ich kann mich jetzt nur schwer konzentrieren.

ich kan mich jetz(t) noer sjveer kont-tsen-trie-run Ik kan me nu moeilijk concentreren.
B

Das bedeutet meistens, dass dein Gehirn eine Pause braucht.

das buh-doit-ut mais-tuns, das dain guh-hie-urn ai-nuh paou-zuh braoucht Dat betekent meestal dat je brein een pauze nodig heeft.
A

Soll ich später die Vokabeln wiederholen?

zol ich sjpee-tur die voo-kaa-buln vie-duh-hoo-lun Moet ik de woordenschat later herhalen?
B

Beginne mit den leichteren Wörtern, wenn du zurückkommst.

buh-gin-uh mit deen laich-tuh-run vur-tun, ven doe tsu-ruk-komst Begin met de makkelijkere woorden als je terugkomt.
A

Ich mache mein Notizbuch zu, während ich mich ausruhe.

ich ma-chuh main noo-tiets-boe-ch tsoe, vee-runt ich mich aous-roeo-uh Ik doe mijn notitieboek dicht terwijl ik rust.
B

Dann können wir ruhiger weitermachen.

dan kuh-nun vie-ur roe-i-gur vai-tuh-ma-chun Dan kunnen we rustiger doorgaan.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich lerne schon lange.

    Ik studeer al een lange tijd.

    Ich
    ik
    lerne
    leer / studeer
    schon lange
    al lange tijd
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud in de onderwerpsfunctie. Het bijbehorende bezittelijke of objectvorm is anders, bijvoorbeeld mich in Er sieht mich — “Hij ziet mij”. lerne komt van het werkwoord lernen, dat hier volgens de vaste vertaling “studeren” betekent. De uitgang -e markeert hier de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich lerne, du lernst, sie lernt. Dezelfde vorm kan afhankelijk van de context ook “leren” betekenen; in deze zin is “studeren” de bedoelde betekenis. Voorbeeld: Ich lerne Deutsch. — “Ik studeer Duits.” schon lange geeft aan dat de activiteit al gedurende een lange tijd aan de gang is. schon betekent hier “al”, terwijl lange de duur benadrukt. Het is dus niet simpelweg “lang geleden”. Voorbeeld: Ich wohne schon lange hier. — “Ik woon hier al lange tijd.” Samen vormen de delen Ich lerne schon lange. de mededeling: “Ik studeer al een lange tijd.” Het onderwerp Ich hoort bij de vorm lerne, en schon lange plaatst het studeren als een activiteit die tot nu toe al langere tijd duurt.

  2. Leg deine Arbeit beiseite.

    Leg je werk opzij.

    Leg … beiseite
    opzijleggen
    deine
    jouw
    Arbeit
    werk
    Uitgebreide uitleg

    Leg … beiseite hoort bij het scheidbare werkwoord beiseitelegen: iets opzij leggen of terzijde leggen. Leg is hier de gebiedende wijs voor één persoon die informeel met du wordt aangesproken. Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel beiseite in zo’n hoofdzin achteraan. Het patroon is dus: Leg + voorwerp + beiseite. Voorbeeld: Leg das Buch beiseite. — Leg het boek opzij. deine betekent hier “je/jouw” en hoort bij de aangesproken persoon. De uitgang -e past zich in deze zin aan aan Arbeit: een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de vierde naamval (accusatief). Het bezittelijk woord drukt bezit of verbondenheid uit, niet noodzakelijk eigendom in enge zin. Voorbeeld: Nimm deine Tasche. — Neem je tas. Arbeit betekent “werk”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Arbeit. In deze zin is het het voorwerp van de handeling en staat het daarom in de accusatief; bij dit zelfstandig naamwoord is de vorm in enkelvoud hier toch Arbeit. Samen vormt Leg deine Arbeit beiseite de gebiedende zin “Leg je werk opzij.” De aangesproken persoon moet het werk terzijde leggen; de zin zegt niet dat het werk wordt weggegooid of beëindigd. De formulering is een directe, informele instructie.

  3. Ruh dich einen Moment aus.

    Rust even uit.

    Ruh … aus
    rust uit
    dich
    je
    Moment
    moment
    Uitgebreide uitleg

    Ruh … aus vormt samen het scheidbare werkwoord sich ausruhen: rusten of uitrusten. Hier staat het als een bevel aan één persoon die met du wordt aangesproken. Bij dit scheidbare werkwoord staat het voorvoegsel aus aan het einde: Ruh dich aus! = Rust uit! Het woord aus krijgt hier dus samen met Ruh zijn betekenis; daarom zijn de twee delen als één constructie geselecteerd. dich is het wederkerend voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud in de accusatief. Het verwijst hier naar dezelfde persoon als het verzwegen onderwerp van het bevel: du rust dich uit. Voorbeeld: Wasch dich! = Was je! Bij meerdere aangesproken personen staat de vorm euch: Ruht euch aus! = Rust uit, allemaal! Moment is een mannelijk zelfstandig naamwoord. In einen Moment staat het in de accusatief als tijdsduur; ein Moment wordt dan einen Moment. De hele uitdrukking betekent hier even of een moment lang, zonder een precieze klokduur vast te leggen. Voorbeeld: Warte einen Moment. = Wacht even. Samen betekent Ruh dich einen Moment aus.: Rust even uit. De gebiedende wijs Ruh … aus geeft het bevel, dich maakt het werkwoord wederkerend en einen Moment geeft aan hoe lang de rust bedoeld is.

  4. Ich kann mich jetzt nur schwer konzentrieren.

    Ik kan me nu moeilijk concentreren.

    Ich kann
    ik kan
    mich
    me
    jetzt
    nu
    nur
    alleen; slechts
    schwer
    moeilijk
    konzentrieren
    concentreren
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann geeft hier aan dat de spreker op dit moment iets wel of niet kan: können is de basisvorm en kann is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Ich kann heute kommen. — Ik kan vandaag komen. mich is hier het wederkerende voornaamwoord bij sich konzentrieren: de handeling is op de spreker zelf gericht. De vorm mich hoort bij de eerste persoon enkelvoud als lijdend voorwerp; vergelijk ich als onderwerp en mich als voorwerp. Voorbeeld: Ich wasche mich. — Ik was me. jetzt betekent nu en plaatst de situatie in het huidige moment. Het kan ook in andere zinnen staan, bijvoorbeeld: Jetzt lerne ich. — Nu leer ik. nur beperkt wat er gezegd wordt: hier betekent het slechts of alleen. In combinatie met schwer maakt het duidelijk dat concentreren maar met moeite lukt. Voorbeeld: Ich kann nur langsam lesen. — Ik kan alleen langzaam lezen. schwer betekent hier niet fysiek zwaar, maar moeilijk of met moeite. Het beschrijft in deze zin hoe de handeling lukt. Het bijwoord heeft hier dezelfde vorm als het bijvoeglijk naamwoord; in ein schwerer Koffer betekent schwer wel zwaar en beschrijft het een zelfstandig naamwoord. konzentrieren is de infinitief concentreren. Het werkwoord wordt in deze betekenis wederkerend gebruikt: sich konzentrieren; in de zin staat daarom mich konzentrieren voor de eerste persoon. Voorbeeld: Sie konzentriert sich auf die Aufgabe. — Zij concentreert zich op de opdracht. Samen vormen de delen Ich kann ... konzentrieren een constructie met können en de infinitief konzentrieren; mich maakt die infinitief wederkerend. jetzt bepaalt het moment, en nur schwer zegt dat de handeling slechts met moeite lukt. De volledige betekenis is dus: Ik kan me nu moeilijk concentreren.

  5. Das bedeutet meistens, dass dein Gehirn eine Pause braucht.

    Dat betekent meestal dat je brein een pauze nodig heeft.

    Das
    dat
    bedeutet
    betekent
    meistens
    meestal
    dass
    dat
    dein
    je
    Gehirn
    brein
    Pause
    pauze
    braucht
    nodig heeft
    Uitgebreide uitleg

    Das verwijst hier als aanwijzend voornaamwoord naar de vooraf beschreven situatie en betekent in deze zin “dat”. Het is dus niet het lidwoord bij Gehirn; dat zelfstandig naamwoord volgt later. Voorbeeld: Das ist wichtig. — “Dat is belangrijk.” bedeutet is de vorm van bedeuten (“betekenen”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich bedeute, du bedeutest, er/sie/es bedeutet. Voorbeeld: Das bedeutet viel. — “Dat betekent veel.” meistens betekent “meestal” en geeft aan dat iets in veel, maar niet noodzakelijk alle, gevallen zo is. Het is een bijwoord en verandert niet mee. dass leidt hier een bijzin in met de inhoud van wat Das bedeutet betekent. In een Duitse dass-bijzin staat de vervoegde werkwoordsvorm aan het einde. Patroon: ..., dass ... Verb. Voorbeeld: Ich weiß, dass du müde bist. — “Ik weet dat je moe bent.” dein betekent “je/jouw” en geeft bezit aan. Het hoort bij Gehirn: dein Gehirn. Omdat Gehirn een onzijdig zelfstandig naamwoord in het enkelvoud is, heeft het bezittelijk woord hier de vorm dein; de vorm kan in andere naamval- of meervoudsomstandigheden veranderen. Voorbeeld: Dein Buch ist hier. — “Je boek is hier.” Gehirn betekent “brein” en is in het Duits een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Gehirn. In deze zin is het het grammaticale onderwerp van braucht: het brein heeft iets nodig. Voorbeeld: Das Gehirn arbeitet ständig. — “Het brein werkt voortdurend.” Pause betekent “pauze” of “onderbreking”. Het is vrouwelijk: die Pause. In eine Pause is deze woordgroep het lijdend voorwerp. Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord is eine in de nominatief en accusatief hetzelfde; samen betekent de woordgroep “een pauze”. Voorbeeld: Wir machen eine Pause. — “We nemen een pauze.” braucht komt van brauchen (“nodig hebben”) en is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: er/sie/es braucht. De constructie etwas brauchen betekent dat iemand of iets iets nodig heeft; hier is eine Pause datgene wat nodig is. Voorbeeld: Ich brauche Ruhe. — “Ik heb rust nodig.” De hoofdzin Das bedeutet meistens betekent “Dat betekent meestal”. Daarna specificeert de dass-bijzin wat er meestal wordt bedoeld: dass dein Gehirn eine Pause braucht — “dat je brein een pauze nodig heeft”. Door braucht aan het einde te plaatsen, vormt het Duits de bijzin; samen is de volledige betekenis: “Dat betekent meestal dat je brein een pauze nodig heeft.”

  6. Soll ich später die Vokabeln wiederholen?

    Moet ik de woordenschat later herhalen?

    Soll ich
    moet ik …?
    später
    later
    Vokabeln
    woordenschatwoorden
    wiederholen
    herhalen
    Uitgebreide uitleg

    Soll ich vormt hier een vraag met het modale werkwoord sollen en het onderwerp ich. De vorm soll hoort bij de eerste persoon enkelvoud; de infinitief is sollen. In een vraag staat het vervoegde modale werkwoord vooraan en volgt de infinitief meestal aan het einde. In deze zin betekent Soll ich ...? “Moet ik ...?”. Voorbeeld: Soll ich warten? — “Moet ik wachten?” später is een bijwoord met de betekenis “later”: het plaatst de handeling op een later moment dan het huidige of eerder bedoelde moment. Het verandert niet mee met persoon of getal. Vokabeln is hier het zelfstandig naamwoord voor afzonderlijke woorden of uitdrukkingen van een woordenschat. Het is het meervoud van die Vokabel; de enkelvoudsvorm is dus Vokabel en het meervoud Vokabeln. In deze zin staat Vokabeln als lijdend voorwerp. Bij het meervoud is het bepaalde lidwoord die in de nominatief en accusatief hetzelfde. wiederholen is de infinitief met de betekenis “herhalen”. De basisvorm is wiederholen; bijvoorbeeld: Ich wiederhole das Wort. — “Ik herhaal het woord.” In de vaste zin staat deze infinitief aan het einde omdat hij hoort bij het modale werkwoord soll. Samen vormen de delen de vraag Soll ich später die Vokabeln wiederholen?: de spreker vraagt of hij of zij de woordenschat later moet herhalen. De tijdsbepaling später hoort bij wiederholen, en die Vokabeln is wat herhaald zou worden.

  7. Beginne mit den leichteren Wörtern, wenn du zurückkommst.

    Begin met de makkelijkere woorden als je terugkomt.

    Beginne
    begin
    mit den
    met de
    leichteren
    makkelijkere
    Wörtern
    woorden
    wenn du
    als je
    zurückkommst
    terugkomt
    Uitgebreide uitleg

    Beginne is de gebiedende wijs van beginnen voor du: “begin”. De stam is beginn-; in de zin staat de vorm voor een directe instructie aan één aangesproken persoon. Een bruikbaar patroon is Beginne mit ... (“Begin met ...”). Voorbeeld: Beginne mit der ersten Aufgabe. — “Begin met de eerste opdracht.” mit den vormt hier samen met het volgende zelfstandig naamwoord de voorzetselgroep “met de ...”. mit vereist in het Duits de datief. den is hier de datief meervoud van het bepaald lidwoord; het is dus niet op zichzelf een getalswoord. leichteren betekent hier “makkelijkere”. Dit is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord leicht: leicht → leichter → am leichtesten (“makkelijk” → “makkelijker” → “het makkelijkst”). In deze woordgroep krijgt leichter de uitgang -en, omdat het bij een zelfstandig naamwoord in het meervoud staat na den in de datief: den leichteren Wörtern. Voorbeeld: Sie wählt die leichteren Übungen. — “Zij kiest de makkelijkere oefeningen.” Wörtern betekent “woorden”. De basisvorm is das Wort; het meervoud is die Wörter. In de datief meervoud krijgt dit zelfstandig naamwoord de uitgang -n: Wörtern. Daardoor staat mit den leichteren Wörtern letterlijk voor “met de makkelijkere woorden”. wenn du leidt een bijzin in met de betekenis “als je”. du is de informele tweede persoon enkelvoud. Het patroon wenn du ... kan een voorwaarde of tijd aangeven; in deze zin is de bedoeling “als/wanneer je terugkomt”. Voorbeeld: Wenn du Zeit hast, lies den Text. — “Als je tijd hebt, lees dan de tekst.” zurückkommst is de vorm voor du van het werkwoord zurückkommen (“terugkomen”). In deze wenn-bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan, zoals gebruikelijk in een Duitse bijzin: wenn du zurückkommst. Zurückkommen is een scheidbaar werkwoord; in een hoofdzin kan het prefix los staan (Du kommst zurück), maar hier blijft het als zurückkommst aan het einde van de bijzin. Samen vormt Beginne mit den leichteren Wörtern de instructie “Begin met de makkelijkere woorden”. Wenn du zurückkommst bepaalt wanneer dat gebeurt: “als je terugkomt”. De volledige betekenis is dus: “Begin met de makkelijkere woorden als je terugkomt.”

  8. Ich mache mein Notizbuch zu, während ich mich ausruhe.

    Ik doe mijn notitieboek dicht terwijl ik rust.

    Ich
    ik
    mache … zu
    doe dicht
    mein
    mijn
    Notizbuch
    notitieboek
    während
    terwijl
    mich ausruhe
    rust
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”. Dit is de eerste persoon enkelvoud. In een Duitse hoofdzin staat het werkwoord bij ich doorgaans in de vorm voor de eerste persoon enkelvoud, zoals in Ich lerne. — “Ik leer.” mache ... zu hoort bij het scheidbare werkwoord zumachen, “dichtdoen” of “sluiten”. In de tegenwoordige tijd staat het vervoegde deel op de tweede plaats en komt het deel zu aan het einde: Ich mache die Tür zu. — “Ik doe de deur dicht.” Het werkwoord machen alleen betekent “doen/maken”; hier krijgt het door zu de betekenis “dichtdoen”. mein betekent “mijn” en drukt bezit uit. Het verwijst hier naar de spreker, niet naar een zelfstandig naamwoord met een eigen persoon. De vorm blijft mein bij een onzijdig zelfstandig naamwoord in deze naamval, zoals in mein Buch — “mijn boek”. Notizbuch betekent “notitieboek”. Het is een onzijdig Duits zelfstandig naamwoord: das Notizbuch. In mein Notizbuch is het notitieboek het lijdend voorwerp van zumachen; daarom staat deze naamwoordgroep in de accusatief. Bij een onzijdig woord ziet mein in de nominatief en accusatief hetzelfde uit: mein Notizbuch. während leidt hier een bijzin in met de betekenis “terwijl”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Een herbruikbaar patroon is während ich ... — “terwijl ik ...”. mich ausruhe komt van het wederkerende werkwoord sich ausruhen, “uitrusten”. Bij ich wordt het wederkerende voornaamwoord mich: Ich ruhe mich aus. — “Ik rust uit.” In deze bijzin staat de vervoegde vorm ausruhe achteraan, terwijl het voorvoegsel aus hier aan het werkwoord vast blijft omdat ausruhen in deze constructie als geheel aan het einde staat. De vertaling “rust” geeft de bedoelde betekenis in deze zin weer. Samen betekent Ich mache mein Notizbuch zu “Ik doe mijn notitieboek dicht”. De bijzin während ich mich ausruhe voegt toe wanneer dat gebeurt: “terwijl ik rust”. De hele uiting betekent dus: “Ik doe mijn notitieboek dicht terwijl ik rust.”

  9. Dann können wir ruhiger weitermachen.

    Dan kunnen we rustiger doorgaan.

    Dann
    dan
    können wir
    kunnen we
    ruhiger
    rustiger
    weitermachen
    doorgaan
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” en verwijst naar het volgende moment of gevolg in de zin. Het kan een zin openen; in een gewone Duitse hoofdzin blijft het vervoegde werkwoord daarna op de tweede plaats. Vergelijk: Jetzt können wir gehen. — “Nu kunnen we gaan.” können wir drukt uit dat “wij” de mogelijkheid of gelegenheid hebben om iets te doen. können is de vervoegde vorm van können bij wir; de infinitief van het andere werkwoord komt bij deze modale constructie aan het einde van de zin. Wir können warten. — “Wij kunnen wachten.” Het gegeven wir betekent hier “we”; de precieze personen worden door de vaste zin niet verder benoemd. ruhiger is de vergrotende trap van ruhig (“rustig”): ruhig → ruhiger → am ruhigsten. Hier beschrijft ruhiger hoe het doorgaan gebeurt: rustiger dan eerder of dan de huidige situatie. Het staat bij weitermachen en heeft hier een bijwoordelijke functie, ook al heeft het dezelfde vorm als de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord. Wir arbeiten ruhiger. — “Wij werken rustiger.” weitermachen betekent “doorgaan” of “verdergaan met iets”. Het is een scheidbaar werkwoord: weiter + machen. Na het modale werkwoord können blijft de infinitief als één vorm aan het einde staan: Wir können weitermachen. — “Wij kunnen doorgaan.” In een hoofdzin zonder modaal werkwoord kan het uiteengaan: Wir machen weiter. — “Wij gaan door.” Samen vormt de zin: Dann (“dan”) + können wir (“kunnen we”) + ruhiger (“rustiger”) + weitermachen (“doorgaan”). De betekenis is dus: “Dan kunnen we rustiger doorgaan.” De eerste positie van Dann verklaart waarom können vóór wir staat: het vervoegde werkwoord blijft op de tweede zinsplaats.

Grammatica

wenn + Nebensatz: das Verb steht am Ende

Wenn du zurückkommst, mache ich das Notizbuch zu.

ven doe tsu-ruk-komst, ma-chuh ich das noo-tiets-boe-ch tsoe

Als je terugkomt, doe ik het notitieboek dicht.

Na wenn staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin. Bij zumachen staat zu aan het einde van de hoofdzin.

Duits woordenschat

Arbeit zelfstandig naamwoord
ar-bait werk
bedeuten werkwoord
buh-doi-tun betekenen bedeutet
beiseite bijwoord
bai-zai-tuh opzij
Gehirn zelfstandig naamwoord
guh-hie-urn brein
jetzt bijwoord
jetst nu
lernen werkwoord
ler-nun leren lerne
meistens bijwoord
mais-tuns meestal
Moment zelfstandig naamwoord
mo-ment moment
schon lange uitdrukking
sjoon lang-uh al lang
schwer bijwoord
sjveer moeilijk
sich ausruhen werkwoord
zich aous-roeo-uhn uitrusten ausruhe
sich konzentrieren werkwoord
zich kon-tsen-trie-run zich concentreren konzentrieren

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik studeer al een lange tijd.

Antwoord tonenIch lerne schon lange.

Leg je werk opzij.

Antwoord tonenLeg deine Arbeit beiseite.

Rust even uit.

Antwoord tonenRuh dich einen Moment aus.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

leren

Antwoord tonenlerne

moeilijk

Antwoord tonenschwer

uitrusten

Antwoord tonenausruhe

nu

Antwoord tonenjetzt