Voor een vergadering even privé bellen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before a meeting, one adult steps into the hallway for a private phone call while another saves the seat and notes..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Voor een vergadering even privé bellen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich muss kurz telefonieren.

Isj moes koerts telefooníéren. Ik moet kort bellen.
B

Du kannst den Flur benutzen, wenn du Privatsphäre brauchst.

Doe kanst deén floer benóetsen, ven doe privétsfèère brauks(t). Je kunt de gang gebruiken als je privacy nodig hebt.
A

Ich möchte nicht alle stören.

Isj meusjte nikt alle sjteuren. Ik wil niet iedereen storen.
B

Dort draußen sollte es gerade ruhig sein.

Dort drausen zolte es geráde roei-iesj zain. Daar zou het nu rustig moeten zijn.
A

Ich komme zurück, bevor die Besprechung beginnt.

Isj komme tsoerük, befóór die besjprègoeng begint. Ik kom terug voordat de vergadering begint.
B

Das passt. Wir haben noch genug Zeit.

Das past. Vieër haben noch genoek tsait. Dat is goed. We hebben nog genoeg tijd.
A

Bitte halte meinen Platz frei, während ich telefoniere.

Bitte halte mainen plats frai, vèèrent isj telefooníére. Wil je mijn plek vrijhouden terwijl ik bel?
B

Ich lasse deine Notizen hier.

Isj lasse daine notsíén hier. Ik houd je aantekeningen hier.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich muss kurz telefonieren.

    Ik moet kort bellen.

    Ich muss
    ik moet
    kurz
    kort; even
    telefonieren
    bellen
    Uitgebreide uitleg

    Ich muss betekent hier dat de spreker moet bellen. Ich is het persoonlijke voornaamwoord voor de spreker. muss is de vorm van müssen bij ich; müssen drukt noodzakelijkheid of verplichting uit. In een Duitse hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede plaats en komt het andere werkwoord meestal aan het einde: Ich muss warten. — Ik moet wachten. kurz betekent hier kort in de zin van een korte tijd: het bellen duurt maar even. Het beschrijft hier dus de duur van de handeling, niet de lengte van een voorwerp. Een vergelijkbare tijdsbepaling is lange in Ich muss lange telefonieren. — Ik moet lang bellen. telefonieren is het werkwoord voor bellen of telefoneren. Het is een regelmatig werkwoord; de vorm in de zin is de infinitief. Na muss blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief en staat het achteraan. Bijvoorbeeld: Ich muss morgen telefonieren. — Ik moet morgen bellen. Samen vormen de woorden Ich muss kurz telefonieren de betekenis: Ik moet kort bellen, natuurlijk ook Ik moet even bellen. De noodzakelijkheid komt van muss, kurz geeft de korte duur aan en telefonieren benoemt de handeling.

  2. Du kannst den Flur benutzen, wenn du Privatsphäre brauchst.

    Je kunt de gang gebruiken als je privacy nodig hebt.

    Du kannst
    je kunt
    den Flur
    de gang
    benutzen
    gebruiken
    wenn
    als
    Privatsphäre
    privacy
    brauchst
    nodig hebt
    Uitgebreide uitleg

    Du kannst betekent hier “je kunt” en vormt met benutzen een mogelijkheid of toestemming: het onderwerp is du, en kannst is de tegenwoordige tijd van können voor de tweede persoon enkelvoud. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord vaak als infinitief aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Du kannst hier warten. — “Je kunt hier wachten.” den Flur betekent “de gang”. Flur is een mannelijk zelfstandig naamwoord; den is hier de bepaalde accusatiefvorm van der, omdat de gang het directe object van benutzen is. De basisvorm in de nominatief is der Flur; vergelijk: Der Flur ist lang. — “De gang is lang.” benutzen betekent “gebruiken” en is hier de infinitief die bij kannst hoort. De vorm blijft daarom onverbogen; het onderwerp en de tijd worden in deze combinatie door kannst uitgedrukt. Voorbeeld: Du kannst meinen Computer benutzen. — “Je kunt mijn computer gebruiken.” wenn betekent “als” in de betekenis van een voorwaarde. Het leidt hier een bijzin in. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan; dat zie je verderop bij brauchst. Privatsphäre betekent “privacy” en is een zelfstandig naamwoord. In deze zin is het datgene wat iemand nodig heeft: Privatsphäre brauchen betekent letterlijk “privacy nodig hebben”. Voorbeeld: Ich brauche Privatsphäre. — “Ik heb privacy nodig.” brauchst betekent hier “nodig hebt”. Het is de vorm van brauchen voor du in de tegenwoordige tijd. Omdat het in de wenn-bijzin staat, komt het aan het einde: wenn du Privatsphäre brauchst. Voorbeeld: Wenn du Hilfe brauchst, ruf mich an. — “Als je hulp nodig hebt, bel me.” De hoofdzin is Du kannst den Flur benutzen: “Je kunt de gang gebruiken.” De voorwaardelijke bijzin wenn du Privatsphäre brauchst specificeert wanneer dat relevant is: “als je privacy nodig hebt”. Samen betekent de hele uiting: “Je kunt de gang gebruiken als je privacy nodig hebt.”

  3. Ich möchte nicht alle stören.

    Ik wil niet iedereen storen.

    Ich möchte
    ik wil / ik zou willen
    nicht
    niet
    alle
    iedereen; alle mensen
    stören
    storen
    Uitgebreide uitleg

    Ich möchte: Dit is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud van möchten, met de betekenis “ik zou willen” of hier “ik wil”. De vorm drukt vaak een beleefde of verzachte wens uit en staat met een infinitief: Ich möchte schlafen. — “Ik wil slapen.” Bij du wordt dat Du möchtest schlafen. — “Jij wilt slapen.” nicht: Dit is de ontkenning “niet”. In deze zin werkt het samen met alle stören: de spreker wil niet iedereen storen. Het betekent hier dus niet dat de wens om te storen volledig wordt ontkend; de zin contrasteert “iedereen storen” met niet iedereen storen. alle: Hier betekent dit “iedereen” of “alle mensen” en staat het zelfstandig als voorwerp bij stören. In het meervoud hebben nominatief en accusatief dezelfde vorm: Alle warten. — “Iedereen wacht.” en Ich sehe alle. — “Ik zie iedereen.” De vorm zelf identificeert niet welke personen bedoeld zijn; die groep volgt hier uit de vaste vertaling en context. stören: Dit is de infinitief van stören, “storen”. Na möchte staat de infinitief aan het einde: Ich möchte niemanden stören. — “Ik wil niemand storen.” stören krijgt hier geen persoonsuitgang, omdat möchte de vervoegde werkwoordsvorm is. Samen vormen Ich möchte nicht + alle + stören de betekenis “Ik wil niet iedereen storen.” De herbruikbare structuur is Ich möchte nicht + infinitief, bijvoorbeeld: Ich möchte nicht warten. — “Ik wil niet wachten.”

  4. Dort draußen sollte es gerade ruhig sein.

    Daar zou het nu rustig moeten zijn.

    Dort draußen
    daar buiten
    sollte es
    het zou moeten
    gerade
    nu, op dit moment
    ruhig
    rustig
    sein
    zijn
    Uitgebreide uitleg

    Dort draußen betekent hier ‘daar buiten’: dort wijst naar een plaats op enige afstand en draußen betekent ‘buiten’. Samen vormen ze een plaatsaanduiding. Voorbeeld: Dort draußen ist ein Hund. — ‘Daar buiten is een hond.’ sollte es drukt hier uit dat iets naar verwachting of volgens de omstandigheden zo zou moeten zijn: ‘het zou moeten’. sollte is de vorm van sollen voor de verleden tijd (Präteritum) en wordt ook gebruikt voor een voorzichtige verwachting of aanbeveling. es is hier een onpersoonlijk onderwerp; de vorm verwijst in deze zin niet naar een concreet genoemd zelfstandig naamwoord. Vergelijk: Es sollte funktionieren. — ‘Het zou moeten werken.’ gerade betekent hier ‘nu, op dit moment’. Het geeft aan dat de beschreven toestand juist rond het huidige moment geldt. In andere contexten kan gerade ook ‘net’ of ‘recht’ betekenen, maar die betekenissen passen hier niet. ruhig is het bijvoeglijk naamwoord ‘rustig’. Na sein beschrijft het een toestand; het krijgt in deze positie geen verbuiging. Een nuttig contrast is ruhig — ‘rustig’ tegenover laut — ‘luid’. Voorbeeld: Der Raum ist ruhig. — ‘De ruimte is rustig.’ sein is de infinitief van sein, ‘zijn’. Na een vorm van sollen blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief en staat het aan het einde van de zin. De combinatie sollte ... sein betekent dus ‘zou ... moeten zijn’. Samen is Dort draußen sollte es gerade ruhig sein. opgebouwd als plaatsaanduiding + onpersoonlijk onderwerp + modale vorm + tijdsaanduiding + toestand + infinitief. De volledige betekenis is: ‘Daar buiten zou het nu rustig moeten zijn.’ De zin formuleert een verwachting of veronderstelling, niet een stellige vaststelling.

  5. Ich komme zurück, bevor die Besprechung beginnt.

    Ik kom terug voordat de vergadering begint.

    Ich
    ik
    komme
    kom
    zurück
    terug
    bevor
    voordat
    Besprechung
    vergadering
    beginnt
    begint
    Uitgebreide uitleg

    Ich is het persoonlijk voornaamwoord in de eerste persoon enkelvoud en is hier het onderwerp: “ik”. Het verandert niet naar grammaticaal geslacht. Een bruikbaar contrast is ich (“ik”) tegenover wir (“wij”), voor meer dan één spreker. komme is de tegenwoordige tijd van kommen (“komen”) voor de eerste persoon enkelvoud. Samen met zurück betekent het hier dat de spreker terugkomt. De infinitief zurückkommen is een scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin staat het vervoegde deel op de tweede positie en staat zurück aan het einde: Ich komme zurück. — “Ik kom terug.” zurück betekent hier “terug”. Het is op zichzelf een bijwoord en niet het vervoegde werkwoord. Met kommen vormt het de betekenis “terugkomen”. Dit patroon kan ook met een ander onderwerp worden gebruikt: Wir kommen zurück. — “Wij komen terug.” bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. De gebeurtenis in die bijzin vindt volgens de zin eerder plaats dan de gebeurtenis in de hoofdzin. In een Duitse bijzin met bevor staat het vervoegde werkwoord normaal achteraan: bevor die Besprechung beginnt — “voordat de vergadering begint”. Besprechung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord met hier de betekenis “vergadering”; in andere contexten kan het ook “bespreking” betekenen. Het staat hier in het enkelvoud en is het onderwerp van beginnt. Daardoor is de naamwoordgroep die Besprechung hier nominatief vrouwelijk enkelvoud. Duitse zelfstandige naamwoorden krijgen een hoofdletter. Het meervoud is Besprechungen. beginnt is de tegenwoordige tijd van beginnen (“beginnen”) voor de derde persoon enkelvoud. Het onderwerp is die Besprechung, dus de vorm is beginnt: die Besprechung beginnt. Ter vergelijking: ich beginne — “ik begin” en wir beginnen — “wij beginnen”. De hoofdzin Ich komme zurück betekent “Ik kom terug”. De bijzin bevor die Besprechung beginnt geeft aan dat dit terugkomen plaatsvindt vóór het begin van de vergadering. Samen betekent de hele uiting: “Ik kom terug voordat de vergadering begint.”

  6. Das passt. Wir haben noch genug Zeit.

    Dat is goed. We hebben nog genoeg tijd.

    Das
    dat
    passt
    past; is goed
    Wir
    wij
    haben
    hebben
    noch
    nog
    genug
    genoeg
    Zeit
    tijd
    Uitgebreide uitleg

    Das verwijst hier naar een situatie of omstandigheid die als geheel wordt beoordeeld; de vaste vertaling ondersteunt de betekenis “dat”. Als aanwijzend voornaamwoord staat het zelfstandig. Het verandert hier niet omdat het niet als bijvoeglijk woord vóór een zelfstandig naamwoord staat. passt komt van passen. De vorm is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: passen → er/sie/es passt. In deze zin betekent het niet letterlijk “passen” als in ergens in passen, maar “goed zijn” of “in orde zijn”. Voorbeeld: Das passt gut. — “Dat komt goed uit.” Wir betekent “wij” en is de eerste persoon meervoud. Het verwijst naar de spreker samen met minstens één andere betrokkene; de zin specificeert niet wie die andere betrokkene is. haben is de tegenwoordige vorm bij wir van haben (“hebben”): ich habe, du hast, wir haben. In Wir haben ... Zeit vormt het samen met een zelfstandig naamwoord de betekenis “wij hebben ... tijd”. noch betekent hier “nog”: de beschikbare tijd is op dit moment voldoende en de situatie is niet afgelopen. De precieze tijdsduur wordt niet genoemd. In een andere context kan noch bijvoorbeeld ook “nog steeds” of “nog een” betekenen, maar die betekenissen passen niet als hoofdvertaling van deze zin. genug betekent “genoeg” of “voldoende”. Het geeft aan dat de hoeveelheid tijd toereikend is. Het kan ook bij andere zelfstandige naamwoorden staan, bijvoorbeeld genug Wasser — “genoeg water”. Zeit betekent “tijd”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Zeit. In deze zin staat het zonder lidwoord na genug; genug Zeit betekent “genoeg tijd”. Een bruikbaar contrast is viel Zeit — “veel tijd” tegenover wenig Zeit — “weinig tijd”. De eerste korte zin bestaat uit Das + passt: “Dat is goed” of “Dat komt goed.” Daarna staat Wir als onderwerp vóór haben, de persoonsvorm. noch genug Zeit vormt het geheel “nog genoeg tijd”: er is voor de betrokkenen voldoende tijd beschikbaar. Samen betekent de uiting: “Dat is goed. We hebben nog genoeg tijd.”

  7. Bitte halte meinen Platz frei, während ich telefoniere.

    Wil je mijn plek vrijhouden terwijl ik bel?

    Bitte
    alsjeblieft
    halte
    houd
    meinen
    mijn
    Platz
    plek
    frei
    vrij
    während
    terwijl
    ich
    ik
    telefoniere
    bel
    Uitgebreide uitleg

    Bitte maakt het verzoek beleefd: “alsjeblieft” of “graag”. Het staat hier aan het begin van een verzoek en verandert de inhoud van de opdracht niet. halte is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van halten (“houden”). In deze zin hoort het bij frei: etwas freihalten betekent “iets vrijhouden” of “iets reserveren”. Voorbeeld: Halte die Tür offen. — “Houd de deur open.” meinen is de bezittelijke vorm van mein (“mijn”). Hier staat hij bij Platz, een mannelijk zelfstandig naamwoord, dat het directe voorwerp van halte is; daarom krijgt mein in het mannelijk enkelvoud de accusatiefvorm meinen. De vorm wordt dus niet door een hoeveelheid bepaald. Platz is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier “plek” of “plaats”. In combinatie met meinen Platz freihalten gaat het om die plek voor de spreker beschikbaar houden. Voorbeeld: Der Platz ist frei. — “De plek is vrij.” frei is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “vrij” of “niet bezet”. Samen met halte vormt het de gescheiden constructie halte ... frei: Halte meinen Platz frei. — “Houd mijn plek vrij.” während is een voegwoord met de betekenis “terwijl”. Het leidt hier een bijzin in. In een Duitse bijzin staat de vervoegde persoonsvorm aan het einde, zoals in während ich telefoniere. ich is het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Het is hier het onderwerp van telefoniere. telefoniere komt van telefonieren (“telefoneren, bellen”) en is de tegenwoordige tijd in de eerste persoon enkelvoud: ich telefoniere. In deze context betekent het natuurlijk “ik bel”. Voorbeeld: Ich telefoniere gerade. — “Ik ben nu aan het bellen.” De hoofdzin Bitte halte meinen Platz frei is een beleefd verzoek om een bepaalde plek vrij te houden. De bijzin während ich telefoniere geeft aan wanneer dat moet gebeuren: tijdens het bellen van de spreker. Samen betekent de zin: “Wil je mijn plek vrijhouden terwijl ik bel?”

  8. Ich lasse deine Notizen hier.

    Ik houd je aantekeningen hier.

    Ich
    ik
    lasse
    laat / houd
    deine
    je / jouw
    Notizen
    aantekeningen
    hier
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier de spreker als onderwerp: “ik”. Het is de eerste persoon enkelvoud. In een eenvoudige mededeling staat de persoonsvorm in het Duits meestal op de tweede plaats: Ich lasse .... lasse is de vorm van lassen bij ich in de tegenwoordige tijd: ich lasse, du lässt, er/sie/es lässt. In deze zin betekent lassen niet “iemand iets laten doen”, maar “iets ergens laten of houden”. Het voorwerp dat wordt gelaten of gehouden staat hier na het werkwoord. Voorbeeld: Ich lasse das Buch hier. — “Ik laat het boek hier.” deine is een bezittelijke bepaler en betekent hier “je/jouw”. De bezitter is de aangesproken persoon; de vorm verwijst niet naar het geslacht van die persoon. Notizen is meervoud, en bij een meervoudig zelfstandig naamwoord heeft deze bezittelijke vorm hier de uitgang -e: deine Notizen. Het meervoud blijft in de accusatief hetzelfde als in de nominatief. Vergelijk: deine Notiz — “je aantekening” (enkelvoud), deine Notizen — “je aantekeningen” (meervoud). Notizen betekent “aantekeningen”. Het is het meervoud van die Notiz; de slot-n behoort dus tot de meervoudsvorm. In deze zin is Notizen het lijdend voorwerp van lasse: dat zijn de dingen die de spreker hier laat of houdt. Voorbeeld: Ich lese deine Notizen. — “Ik lees je aantekeningen.” hier is een plaatsbijwoord en betekent “hier”, dus op de plaats die met hier wordt aangeduid. Het verandert niet naar getal of naamval. Voorbeeld: Die Notizen sind hier. — “De aantekeningen zijn hier.” Samen vormen de delen Ich lasse + deine Notizen + hier de betekenis: “Ik houd je aantekeningen hier.” De spreker is het onderwerp, deine Notizen is wat hier wordt gehouden of gelaten, en hier geeft de plaats aan. De tegenwoordige tijd presenteert dit als de huidige handeling of toestand.

Grammatica

wenn + Nebensatz: Verb am Ende

Wenn du gerade telefonierst, störe ich dich nicht.

Ven doe geráde telefooníérst, sjteure isj disj nikt.

Als je nu belt, stoor ik je niet.

Na „wenn” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin: „telefonierst”.

während + Nebensatz: Verb am Ende

Während ich gerade telefoniere, lasse ich den Platz frei.

Vèèrent isj geráde telefooníére, lasse isj deen plats frai.

Terwijl ik nu bel, houd ik de plek vrij.

Na „während” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin: „telefoniere”.

Duits woordenschat

alle voornaamwoord
alle iedereen; alle
benutzen werkwoord
benóetsen gebruiken
brauchen werkwoord
brauken nodig hebben brauchst
draußen bijwoord
drausen buiten
Flur zelfstandig naamwoord
floer gang
gerade bijwoord
geráde nu; op dit moment
kurz bijwoord
koerts kort
Privatsphäre zelfstandig naamwoord
privaatssfèère privacy; persoonlijke levenssfeer
ruhig bijvoeglijk naamwoord
roei-iesj rustig
stören werkwoord
sjteuren storen
telefonieren werkwoord
telefooníéren bellen
wenn voegwoord
ven als; wanneer

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik moet kort bellen.

Antwoord tonenIch muss kurz telefonieren.

Ik wil niet iedereen storen.

Antwoord tonenIch möchte nicht alle stören.

Ik houd je aantekeningen hier.

Antwoord tonenIch lasse deine Notizen hier.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gang

Antwoord tonenFlur

kort

Antwoord tonenkurz

storen

Antwoord tonenstören

gebruiken

Antwoord tonenbenutzen