Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een boek lenen in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Können Sie ein Buch für Sprachlerner empfehlen?
keunnen zie ain boeg fuur sjpraagh-lèrna empfelen? Kunt u een boek voor taalleerders aanbevelen?Suchen Sie einfache Geschichten oder kurze Artikel?
zoegen zie ainfagge ge-sjigte of koertse artiekel? Zoekt u gemakkelijke verhalen of korte artikelen?Ich möchte kurze Geschichten mit einfachen Wörtern.
ig meugte koertse ge-sjigte mit ainfaggen veurtern. Ik wil korte verhalen met eenvoudige woorden.Dieses Buch hat leicht verständliche Geschichten und hilfreiche Bilder.
diezes boeg hat laigt fer-sjtentlige ge-sjigte oent hilfraige bilda. Dit boek heeft gemakkelijk te begrijpen verhalen en handige afbeeldingen.Kann ich es heute mit nach Hause nehmen?
kan ig es hojte mit naagh hauze neemen? Kan ik het vandaag mee naar huis nemen?Bitte zeigen Sie Ihren Bibliotheksausweis am Schalter.
bitte tsaigen zie ieren biblioteeks-ausvais am sjalta. Laat uw bibliotheekpas alstublieft bij de balie zien.Ich leihe es jetzt aus.
ig laaie es jetst aus. Ik leen het nu.Kommen Sie für eine weitere Empfehlung zurück, nachdem Sie es zu Ende gelesen haben.
kommen zie fuur aine vaitara empfeloeng tsoeruk, naagh-dem zie es tsoe ende geleezən haaben. Kom terug voor een andere aanbeveling nadat u het hebt uitgelezen.Uitleg van de zinnen
Können Sie ein Buch für Sprachlerner empfehlen?
Kunt u een boek voor taalleerders aanbevelen?
- Können Sie
- kunt u
- Buch
- boek
- Sprachlerner
- taalleerders
- empfehlen
- aanbevelen
Uitgebreide uitleg
Können Sie betekent hier “kunt u” en vormt een beleefde formele vraag. können is hier niet de infinitief, maar de vervoegde vorm in de tegenwoordige tijd bij Sie; hij ziet er toevallig hetzelfde uit als de infinitief können. In een Duitse ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord voor het onderwerp: Können Sie ...? Het hoofdlettergebruik in Sie markeert de formele aanspreekvorm “u”. Buch betekent “boek”. Het meervoud is Bücher; de umlaut en de uitgang veranderen dus de vorm. In ein Buch is Buch het lijdend voorwerp bij empfehlen. Het onbepaalde lidwoord ein markeert hier niet op zichzelf een geteld aantal; de combinatie betekent “een boek”. Voorbeeld: Ich lese ein Buch. — “Ik lees een boek.” Sprachlerner betekent hier “taalleerders”. Het is een samenstelling met Sprach- (“taal-”) en Lerner (“lerende/leerder”). Als zelfstandig naamwoord is het mannelijk: der Sprachlerner; het meervoud heeft dezelfde vorm: die Sprachlerner. In deze zin ondersteunt de Nederlandse vertaling de meervoudslezing: für Sprachlerner betekent “voor taalleerders”. empfehlen betekent “aanbevelen”. Dit is de infinitief; na het modale werkwoord können blijft het lexicale werkwoord in de infinitief en staat het aan het einde van de vraag. Nuttige vormen zijn ich empfehle, du empfiehlst en er/sie empfiehlt. Voorbeeld: Ich kann dieses Buch empfehlen. — “Ik kan dit boek aanbevelen.” Samen opgebouwd: Können Sie vraagt beleefd of de aangesprokene iets kan doen; ein Buch is wat aanbevolen moet worden; für Sprachlerner specificeert voor wie het boek bedoeld is; en empfehlen staat als infinitief aan het einde. De volledige betekenis is: “Kunt u een boek voor taalleerders aanbevelen?”
Suchen Sie einfache Geschichten oder kurze Artikel?
Zoekt u gemakkelijke verhalen of korte artikelen?
- Suchen
- zoeken
- Sie
- u (beleefd)
- einfache
- eenvoudige
- Geschichten
- verhalen
- oder
- of
- kurze
- korte
- Artikel
- artikelen
Uitgebreide uitleg
Suchen betekent hier “zoeken”. Het is de vorm van suchen in de tegenwoordige tijd bij Sie: Sie suchen. In deze vraag staat het werkwoord vooraan, zoals vaak in een Duitse ja/nee-vraag. Voorbeeld: Suchen Sie ein Buch? — “Zoekt u een boek?” Sie is hier de formele aanspreekvorm “u”. Deze vorm wordt met een hoofdletter geschreven en gebruikt dezelfde werkwoordsvorm als sie in het meervoud, maar de hoofdletter en de context maken de formele aanspreekvorm herkenbaar. einfache betekent hier “gemakkelijke”. Het bijvoeglijk naamwoord is einfach; in einfache Geschichten krijgt het de uitgang -e. De vorm beschrijft Geschichten, niet het werkwoord. Voorbeeld: Das ist eine einfache Aufgabe. — “Dat is een gemakkelijke taak.” Geschichten betekent “verhalen”. Het enkelvoud is die Geschichte, het meervoud die Geschichten. De uitgang -n hoort dus bij het meervoud. Voorbeeld: Ich lese Geschichten. — “Ik lees verhalen.” oder betekent “of” en verbindt hier twee mogelijke dingen die gezocht worden. Voorbeeld: Tee oder Kaffee? — “Thee of koffie?” kurze betekent hier “korte”. Het basiswoord is kurz; in kurze Artikel krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -e bij het meervoud zonder voorafgaand lidwoord. Een andere vergelijking is kurz – kürzer – am kürzesten: “kort – korter – het kortst”. Artikel betekent hier “artikelen”. Het Duitse woord heeft in het enkelvoud en meervoud dezelfde vorm: der Artikel — “het artikel”, die Artikel — “de artikelen”. In deze zin blijkt het meervoud uit kurze en uit de bedoelde betekenis. Voorbeeld: Ich lese kurze Artikel. — “Ik lees korte artikelen.” De vraag volgt het patroon Werkwoord + Sie + ...?: Suchen Sie einfache Geschichten oder kurze Artikel? Eerst wordt gevraagd of u iets zoekt; daarna worden twee mogelijkheden verbonden met oder: gemakkelijke verhalen of korte artikelen. De volledige betekenis is: “Zoekt u gemakkelijke verhalen of korte artikelen?”
Ich möchte kurze Geschichten mit einfachen Wörtern.
Ik wil korte verhalen met eenvoudige woorden.
- Ich möchte
- ik wil
- kurze
- korte
- Geschichten
- verhalen
- einfache
- eenvoudige
- Wörtern
- woorden
Uitgebreide uitleg
Ich möchte: möchte is de vorm bij ich van mögen in de Konjunktiv II; in deze zin drukt die vorm een wens uit en betekent ze “ik wil”. Ze kan met een zelfstandig naamwoord of andere woordgroep worden gebruikt, dus hier volgt geen infinitief. Voorbeeld: Ich möchte lesen. — “Ik wil graag lezen.” Andere vormen zijn bijvoorbeeld du möchtest en wir möchten. kurze: dit is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord kurz (“kort”). Het beschrijft het meervoudige zelfstandig naamwoord Geschichten. In kurze Geschichten krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -e, omdat er geen lidwoord vóór deze meervoudige woordgroep staat. Voorbeeld: Wir lesen kurze Texte. — “Wij lezen korte teksten.” Geschichten: dit is het meervoud van die Geschichte (“het verhaal”): die Geschichte → die Geschichten. Hier benoemt het de zaken die de spreker wil. Voorbeeld: Die Geschichten sind interessant. — “De verhalen zijn interessant.” einfache: dit is de verbogen vorm van einfach (“eenvoudig”, “makkelijk”). Het beschrijft Wörtern in mit einfachen Wörtern. Na mit staat de datief; bij dit meervoud krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -en. Voorbeeld: Sie schreibt mit einfachen Worten. — “Zij schrijft met eenvoudige woorden.” Wörtern: dit is de datief meervoudsvorm van das Wort (“het woord”): die Wörter → mit Wörtern. Het voorzetsel mit vereist de datief. Wörter wordt vaak gebruikt voor afzonderlijke woorden; Worte is een andere meervoudsvorm, vooral voor samenhangende uitspraken of bewoordingen. Voorbeeld: Das Kind spielt mit Wörtern. — “Het kind speelt met woorden.” Samen betekent Ich möchte kurze Geschichten mit einfachen Wörtern: “Ik wil korte verhalen met eenvoudige woorden.” Ich möchte geeft de wens aan, kurze Geschichten benoemt wat de spreker wil, en mit einfachen Wörtern geeft aan dat die verhalen eenvoudige woorden bevatten.
Dieses Buch hat leicht verständliche Geschichten und hilfreiche Bilder.
Dit boek heeft gemakkelijk te begrijpen verhalen en handige afbeeldingen.
- Dieses
- dit
- Buch
- boek
- hat
- heeft
- leicht verständliche
- gemakkelijk te begrijpen
- Geschichten
- verhalen
- hilfreiche
- handige
- Bilder
- afbeeldingen
Uitgebreide uitleg
Dieses: betekent hier “dit” en staat vóór Buch als aanwijzende bepaler. De vorm is dieses omdat Buch een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord is en de hele woordgroep onderwerp is: dieses Buch. In een ander geslacht of getal verandert de vorm, bijvoorbeeld diese Geschichte (“dit verhaal”) en diese Bilder (“deze afbeeldingen”). Buch: betekent “boek”. Het meervoud is Bücher; de umlaut hoort bij de meervoudsvorm. Voorbeeld: Das Buch ist neu. — “Het boek is nieuw.” hat: is de derde persoon enkelvoud van haben (“hebben”) in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp hier is Dieses Buch, dus Duits gebruikt enkelvoud: Das Buch hat .... Voorbeeld: Der Text hat Bilder. — “De tekst heeft afbeeldingen.” leicht verständliche: beschrijft Geschichten als “gemakkelijk te begrijpen”. De kern is het bijvoeglijk naamwoord verständlich (“begrijpelijk”); leicht maakt duidelijk dat het begrijpen weinig moeite kost. In deze naamwoordgroep staat geen lidwoord vóór het meervoudige Geschichten, en de groep is lijdend voorwerp na hat; daarom krijgt verständlich de sterke meervoudsvorm verständliche met uitgang -e. Voorbeeld: Sie schreibt leicht verständliche Texte. — “Zij schrijft gemakkelijk te begrijpen teksten.” Geschichten: betekent hier “verhalen”. Het is het meervoud van Geschichte (“verhaal”): eine Geschichte tegenover Geschichten. Voorbeeld: Ich lese Geschichten. — “Ik lees verhalen.” hilfreiche: betekent “handige” of “nuttige” en beschrijft Bilder. De basisvorm is hilfreich. Ook hier staat geen lidwoord vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord en is de naamwoordgroep lijdend voorwerp na hat; daarom heeft het bijvoeglijk naamwoord de sterke meervoudsvorm hilfreiche met uitgang -e. Voorbeeld: Das ist eine hilfreiche Erklärung. — “Dat is een nuttige uitleg.” Bilder: betekent hier “afbeeldingen”. Het is het meervoud van Bild (“afbeelding” of “beeld”), met umlaut: Bild → Bilder. Voorbeeld: Die Bilder sind klar. — “De afbeeldingen zijn duidelijk.” Samen vormen Dieses Buch hat ... het patroon “Dit boek heeft ...”. Na hat volgen twee naamwoordgroepen die aangeven wat het boek heeft: leicht verständliche Geschichten (“gemakkelijk te begrijpen verhalen”) en hilfreiche Bilder (“handige afbeeldingen”). und verbindt deze twee naamwoordgroepen. De volledige betekenis is: “Dit boek heeft gemakkelijk te begrijpen verhalen en handige afbeeldingen.”
Kann ich es heute mit nach Hause nehmen?
Kan ik het vandaag mee naar huis nemen?
- Kann ich
- kan ik
- es
- het
- heute
- vandaag
- mit nach Hause
- mee naar huis
- nehmen
- nemen
Uitgebreide uitleg
Kann ich vormt een vraag met können en het onderwerp ich: “kan/mag ik …?” Hier vraagt de spreker of het meenemen mogelijk of toegestaan is. können heeft bijvoorbeeld de vormen ich kann, du kannst en wir können. In een hoofdzin staat de persoonsvorm in een vraag voor het onderwerp; het andere werkwoord komt verder naar achteren. es is hier het onzijdige lijdendvoorwerpspronomen “het”. De vorm staat in de accusatief, maar es is hier gelijk aan de nominatiefvorm. Uit deze vorm alleen volgt niet welk concreet ding ermee wordt bedoeld. heute is een tijdsbepaling: “vandaag”. Het zegt wanneer het meenemen plaatsvindt. Voorbeelden: heute kommen betekent “vandaag komen” en heute lernen betekent “vandaag leren”. mit nach Hause hoort bij het werkwoord mitnehmen en betekent hier “mee naar huis”. nach Hause is de vaste richtingsuitdrukking voor “naar huis”; mit voegt het idee “mee” toe. Bij het scheidbare werkwoord mitnehmen staat mit in deze zin los van nehmen. De combinatie kan in een andere hoofdzin bijvoorbeeld worden: Ich nehme das Buch mit nach Hause. — “Ik neem het boek mee naar huis.” Dit is een gelabeld oefenvoorbeeld, niet een extra feit uit de vraag. nehmen is de infinitief “nemen”. Samen met mit vormt het hier mitnehmen, “meenemen”. Omdat können de persoonsvorm is, blijft nehmen als infinitief staan en komt het aan het einde van de vraag. Het werkwoord nehmen heeft in de tegenwoordige tijd onder andere ich nehme, du nimmst en er/sie nimmt; die vormen horen bij nehmen zelf, niet bij het voorzetsel mit. Samengevoegd geeft Kann ich es heute mit nach Hause nehmen? de vraag of de spreker het vandaag mee naar huis kan nemen. De natuurlijke betekenis is: “Kan ik het vandaag mee naar huis nemen?”
Bitte zeigen Sie Ihren Bibliotheksausweis am Schalter.
Laat uw bibliotheekpas alstublieft bij de balie zien.
- Bitte
- alstublieft
- zeigen
- tonen; laten zien
- Sie
- u
- Ihren
- uw
- Bibliotheksausweis
- bibliotheekpas
- Schalter
- balie
Uitgebreide uitleg
Bitte maakt de zin beleefd: het betekent hier “alstublieft”. Het kan aan het begin van een verzoek staan. Voorbeeld: “Bitte warten Sie.” = “Wacht u alstublieft.” zeigen betekent hier “tonen” of “laten zien”. De vorm is de infinitief. In een beleefd bevel met Sie staat de infinitief, terwijl Sie als onderwerp na het werkwoord komt: Bitte zeigen Sie ... = “Laat u ... alstublieft zien.” Voorbeeld: “Zeigen Sie bitte Ihren Ausweis.” = “Laat uw identiteitsbewijs alstublieft zien.” Sie is de formele aanspreekvorm voor “u”. In deze zin is het het onderwerp van het verzoek. De vorm Sie wordt met een hoofdletter geschreven; als formeel onderwerp blijft zij voor enkelvoud en meervoud hetzelfde. Het werkwoord bij deze aanspreekvorm heeft dezelfde vorm als de infinitief: Sie zeigen. Ihren betekent hier “uw” en hoort bij Bibliotheksausweis. De vorm is hier de accusatiefvorm van het bezittelijk woord, omdat zeigen een direct object heeft: wat laat u zien? Bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief krijgt Ihr de vorm Ihren. Vergelijk: Ihr Ausweis = “uw identiteitsbewijs” als onderwerp, maar Ich sehe Ihren Ausweis = “Ik zie uw identiteitsbewijs”. Bibliotheksausweis is een mannelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: Bibliothek + Ausweis, dus een bibliotheekpas of bibliotheekidentiteitskaart. Het tweede deel bepaalt het grammaticale geslacht en de verbuiging: der Ausweis, den Ausweis; daarom staat hier Ihren Bibliotheksausweis in de accusatief. Voorbeeld: “Ich habe meinen Bibliotheksausweis dabei.” = “Ik heb mijn bibliotheekpas bij me.” Schalter betekent hier “balie”. Met am wordt de plaats bij de balie aangegeven. am is de samentrekking van an dem; na deze plaatsaanduiding staat Schalter in de datief: an dem Schalter → am Schalter. Samen vormt de zin het beleefde verzoek: Bitte + zeigen Sie + Ihren Bibliotheksausweis + am Schalter: “Laat uw bibliotheekpas alstublieft bij de balie zien.”
Ich leihe es jetzt aus.
Ik leen het nu.
- Ich
- ik
- leihe … aus
- leen
- es
- het
- jetzt
- nu
Uitgebreide uitleg
Ich is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: ‘ik’. Het is hier het onderwerp, dus de uitvoerder van de handeling. Voorbeeld: Ich lese. — ‘Ik lees.’ leihe … aus hoort bij het scheidbare werkwoord ausleihen. leihe is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud; aus staat in deze hoofdzin aan het einde. De vormketen is ausleihen → ich leihe … aus. Het werkwoord kan, afhankelijk van de constructie, iets aan iemand uitlenen of iets lenen. Voor uitlenen staat bijvoorbeeld Ich leihe dir das Buch aus. — ‘Ik leen jou het boek uit.’ Voor lenen door de spreker staat vaak Ich leihe mir das Buch aus. — ‘Ik leen het boek.’ De vaste vertaling en de context hier ondersteunen de tweede, leen-betekenis. De brontekst zelf bevat echter geen mir, en wordt hier niet herschreven. es is een persoonlijk voornaamwoord dat hier als object ‘het’ betekent. De zinnen geven niet aan welk zelfstandig naamwoord het precies aanduidt; wel gaat het om het voorwerp dat men leent. In andere zinnen kan es ook naar een onzijdig zelfstandig naamwoord verwijzen. jetzt betekent ‘nu’ en plaatst de handeling in het huidige moment. Het verandert niet mee met persoon of getal. Voorbeeld: Ich komme jetzt. — ‘Ik kom nu.’ Samen vormen Ich + leihe … aus + es + jetzt de betekenis: ‘Ik leen het nu.’ In deze Duitse hoofdzin staat het afgescheiden deel aus aan het einde; de Nederlandse vertaling geeft het werkwoord als één geheel weer.
Kommen Sie für eine weitere Empfehlung zurück, nachdem Sie es zu Ende gelesen haben.
Kom terug voor een andere aanbeveling nadat u het hebt uitgelezen.
- Kommen Sie
- kom (beleefd)
- weitere
- nog een; verdere
- Empfehlung
- aanbeveling
- zurück
- terug
- nachdem
- nadat
- es
- het
- zu Ende
- tot het einde
- gelesen
- gelezen
Uitgebreide uitleg
Kommen Sie is de beleefde gebiedende vorm van kommen (“komen”). In de formele aanspreekvorm gebruikt Duits Sie de werkwoordsvorm van de derde persoon meervoud. Het werkwoord staat hier aan het begin omdat het om een bevel of verzoek gaat. Bij het scheidbare werkwoord zurückkommen staat zurück in deze vorm verderop: Kommen Sie ... zurück. weitere betekent hier “nog een” of “verdere”. Het beschrijft Empfehlung binnen eine weitere Empfehlung. De vorm weitere past bij het vrouwelijke enkelvoud in deze naamwoordgroep. Vergelijk: eine weitere Frage = “nog een vraag”. Empfehlung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent “aanbeveling”. Het hoort bij het werkwoord empfehlen (“aanbevelen”): eine Empfehlung geben betekent “een aanbeveling geven”. Voor een ander type voorstel kan bijvoorbeeld ein weiterer Vorschlag (“nog een voorstel”) worden gebruikt; weiterer krijgt daar een andere uitgang omdat het bij een mannelijk zelfstandig naamwoord hoort. zurück betekent “terug”. Samen met kommen vormt het zurückkommen, “terugkomen”. In een hoofdzin of bevel kan het voorvoegsel gescheiden worden: Ich komme morgen zurück = “Ik kom morgen terug”. nachdem betekent “nadat” en leidt een bijzin in die een eerdere handeling in de tijd aangeeft. In een Duitse nachdem-bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Hier is dat haben; de volledige werkwoordsgroep is zu Ende gelesen haben. es is een onzijdig persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval en betekent hier, volgens de vaste vertaling, “het”. Het is het object van gelesen; de context gebruikt eveneens “het”, maar identificeert niet zelfstandig welk concreet voorwerp ermee bedoeld wordt. Ich lese es betekent bijvoorbeeld “Ik lees het”. zu Ende gelesen betekent “tot het einde gelezen” of natuurlijker “uitgelezen”. gelesen is het voltooid deelwoord van lesen (“lezen”); zu Ende lesen benadrukt dat de handeling volledig wordt afgemaakt. In de bijzin staat met haben de vorm zu Ende gelesen haben: nachdem ich den Bericht zu Ende gelesen habe = “nadat ik het verslag heb uitgelezen”. für eine weitere Empfehlung is een voorzetselgroep. für vraagt hier de vierde naamval, zichtbaar in eine weitere Empfehlung; de groep geeft het doel of de aanleiding van het terugkomen aan. nachdem Sie es zu Ende gelesen haben geeft aan wanneer dat terugkomen moet gebeuren. Samen bestaat de zin uit een beleefd verzoek en een tijdsbepaling: eerst wordt iemand verzocht terug te komen voor een andere aanbeveling; dat terugkomen wordt geplaatst ná het volledig lezen van es. De gebiedende vorm Kommen Sie ... zurück draagt het verzoek, für eine weitere Empfehlung geeft het doel of de aanleiding, en nachdem Sie es zu Ende gelesen haben geeft de tijd aan.
Grammatica
möchten + Infinitiv
Ich möchte ein Buch suchen.
ig meugte ain boeg zoegen.Ik wil een boek zoeken.
Na möchte staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de zin.
Sche名bare werkwoorden: ausleihen
Ich leihe ein Buch aus.
ig laaie ain boeg aus.Ik leen een boek.
Bij ausleihen splitst het voorvoegsel aus zich af en staat het aan het einde van de zin.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik leen het nu.
Antwoord tonen
Ich leihe es jetzt aus.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
boek
Antwoord tonen
Buchwillen
Antwoord tonen
möchtekort
Antwoord tonen
kurzezoeken