Een studieruimte reserveren | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a library, one person reserves a quiet study room and asks about the request form and key return..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Een studieruimte reserveren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich möchte gern einen Lernraum reservieren.

iesj meug-te gern aj-nen lèrn-rauwm ree-zer-VIE-ren. Ik wil graag een studieruimte reserveren.
B

Ich schaue kurz nach, welche Räume heute frei sind.

iesj sjau-uh koerts naach, vèl-sje reu-muh HOI-tuh fraj zint. Ik kijk even welke kamers vandaag vrij zijn.
A

Ich brauche einen ruhigen Ort, um mit einem Klassenkameraden zu lernen.

iesj brau-ghuh aj-nen roe-ie-gen ort, oem mit aj-nem klas-en-ka-raa-me-den tsoe lèr-nen. Ik heb een rustige plek nodig om met een klasgenoot te studeren.
B

Heute Nachmittag ist ein kleiner Raum frei.

HOI-tuh naach-mi-taak ist ajn klaj-ner rauwm fraj. Vanmiddag is er een kleine kamer vrij.
A

Kann ich ihn an der Servicetheke reservieren?

kan iesj ien an der zèr-wies-tee-kuh ree-zer-VIE-ren? Kan ik die bij de balie reserveren?
B

Bitte füllen Sie hier das Antragsformular aus.

BIT-tuh ful-len zie hier-uh das AN-traaks-for-moe-LAAR auws. Vul hier alstublieft het aanvraagformulier in.
A

Bringe ich den Schlüssel zu dieser Servicetheke zurück?

BRING-uh iesj deen slus-l tsoe DIE-zer zèr-wies-tee-kuh tsoe-RUK? Breng ik de sleutel terug naar deze balie?
B

Bringen Sie ihn zurück, bevor die Bibliothek schließt.

BRING-en zie ien tsoe-RUK, buh-FOOR die biblio-TEEK sjlie-st. Breng hem terug voordat de bibliotheek sluit.

Woord voor woord

Ich “Ich” betekent hier “ik” en is degene die de reservering wil maken of informatie vraagt. Het staat als onderwerp in zinnen zoals “Ich möchte gern einen Lernraum reservieren” en “Ich brauche einen ruhigen Ort”.
möchte “möchte” drukt hier een beleefde wens uit: de spreker zou graag een studieruimte reserveren. Het wordt gebruikt met een infinitief, zoals in “Ich möchte gern einen Lernraum reservieren”, en is geschikt voor beleefde verzoeken aan een medewerker.
gern “gern” betekent hier “graag” en voegt een voorkeur toe aan “Ich möchte”. In “Ich möchte gern einen Lernraum reservieren” staat het vóór de handeling; hetzelfde patroon kan bij andere voorkeuren worden gebruikt.
einen “einen” geeft in “einen Lernraum” een niet nader bepaalde Lernraum aan. Deze vorm staat vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord als object van “reservieren”, bijvoorbeeld wanneer iemand één ruimte wil boeken.
Lernraum “Lernraum” betekent hier “studieruimte”: een ruimte waarin men kan leren of studeren. Het woord staat als object in “einen Lernraum reservieren” en kan in een bibliotheek worden gebruikt bij het vragen naar een geschikte ruimte.
reservieren “reservieren” betekent hier “reserveren” of “boeken”. Het is de handeling die volgt op “möchte” in “Ich möchte gern einen Lernraum reservieren” en wordt gebruikt voor een ruimte of andere voorziening die vooraf wordt vastgelegd.
schaue “schaue” betekent hier “kijk” in de uitdrukking “Ich schaue kurz nach”, waarmee de medewerker zegt dat die iets snel gaat controleren. Het is de ik-vorm bij het onderwerp “Ich” en past bij een korte controle van beschikbare ruimtes.
kurz “kurz” betekent hier “even” of “kort” en maakt duidelijk dat de controle niet lang zal duren. In “Ich schaue kurz nach” staat het bij de handeling; dit is bruikbaar wanneer je iemand geruststelt dat je iets snel controleert.
nach “nach” maakt in “Ich schaue kurz nach” deel uit van de uitdrukking voor iets controleren of opzoeken. Het hoort bij “schaue” en wordt hier gebruikt wanneer een medewerker de beschikbaarheid van de kamers nagaat.
welche “welche” betekent hier “welke” en leidt de vraag naar de specifieke kamers in “welche Räume heute frei sind”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en is bruikbaar wanneer je uit meerdere mogelijkheden een keuze wilt bepalen.
Räume “Räume” betekent hier “kamers” of “ruimtes” en verwijst naar de verschillende beschikbare studieruimtes. In “welche Räume heute frei sind” is het het onderwerp van de bijzin; het kan worden gebruikt om naar meerdere ruimtes te vragen.
heute “heute” betekent hier “vandaag” en geeft aan op welke dag de kamers vrij zijn. In “welche Räume heute frei sind” staat het bij de beschikbaarheid; dezelfde tijdsaanduiding verschijnt aan het begin van “Heute Nachmittag”.
frei “frei” betekent hier “vrij” in de betekenis “beschikbaar”. In “welche Räume heute frei sind” beschrijft het de kamers, en in een bibliotheek gebruik je het om te zeggen dat een ruimte nog gereserveerd kan worden.
sind “sind” betekent hier “zijn” en verbindt de kamers met de eigenschap “frei”. In “welche Räume heute frei sind” staat het aan het einde van de bijzin; het wordt gebruikt bij een meervoudig onderwerp zoals “Räume”.
brauche “brauche” betekent hier “heb nodig”: de spreker heeft een rustige plek nodig om te studeren. In “Ich brauche einen ruhigen Ort” staat het vóór wat nodig is; dit patroon is bruikbaar om een concrete behoefte te noemen.
ruhigen “ruhigen” betekent hier “rustige” en beschrijft de gewenste plek in “einen ruhigen Ort”. De vorm staat vóór “Ort” en past bij het object dat de spreker nodig heeft, bijvoorbeeld wanneer stilte belangrijk is om te studeren.
Ort “Ort” betekent hier “plek” of “plaats” en verwijst naar de gewenste studeerplek. In “einen ruhigen Ort” wordt het nader bepaald door “ruhigen”; je gebruikt het om een plaats voor een activiteit aan te duiden.
um “um” begint in “um mit einem Klassenkameraden zu lernen” de constructie die het doel uitdrukt: om met een klasgenoot te leren. Het staat samen met “zu” en het werkwoord aan het einde; deze constructie is bruikbaar om het doel van een handeling te noemen.
mit “mit” betekent hier “met” en geeft aan met wie de spreker wil leren: “mit einem Klassenkameraden”. Het wordt gebruikt vóór de persoon die samen met iemand anders aan de activiteit deelneemt.
einem “einem” betekent hier “een” in “mit einem Klassenkameraden”. Na “mit” staat deze vorm vóór de persoon met wie de spreker samen leert; het patroon “mit einem ...” kan een niet nader bepaalde samenwerkingspartner aanduiden.
Klassenkameraden “Klassenkameraden” betekent hier “klasgenoot” in “mit einem Klassenkameraden”. Deze vorm staat na “einem” en verwijst naar de persoon met wie de spreker wil leren; de uitdrukking is bruikbaar voor gezamenlijke studie.
zu “zu” maakt in “um mit einem Klassenkameraden zu lernen” deel uit van de infinitiefconstructie voor het doel “om ... te leren”. Het staat direct vóór “lernen” en wordt in dit patroon gebruikt om een doel of bedoeling uit te drukken.
lernen “lernen” betekent hier “leren” of “studeren”, namelijk samen met een klasgenoot. Het staat na “zu” in “um mit einem Klassenkameraden zu lernen”; deze vorm benoemt de activiteit die het doel is.
Nachmittag “Nachmittag” betekent hier “middag” in de tijdsaanduiding “Heute Nachmittag”. Het verwijst naar de periode waarin de kleine ruimte beschikbaar is en kan met een dagaanduiding worden gecombineerd.
ist “ist” betekent hier “is” en zegt dat een kleine ruimte beschikbaar is: “ein kleiner Raum ist frei”. Het wordt gebruikt met één ruimte als onderwerp en met een eigenschap zoals “frei”.
ein “ein” betekent hier “een” en introduceert in “ein kleiner Raum” één niet nader bepaalde ruimte. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord en het zelfstandig naamwoord wanneer de medewerker een beschikbare ruimte noemt.
kleiner “kleiner” betekent hier “klein” en beschrijft de ruimte in “ein kleiner Raum”. Het staat vóór “Raum” en helpt de beschikbare ruimte van andere, mogelijk grotere ruimtes te onderscheiden.
Raum “Raum” betekent hier “kamer” of “ruimte” en verwijst naar de kleine ruimte die die middag beschikbaar is. In “ein kleiner Raum” wordt het woord door “kleiner” beschreven; het past bij gesprekken over beschikbare kamers.
Kann “Kann” betekent hier “kan” en opent de beleefde vraag “Kann ich ihn an der Servicetheke reservieren?”. De spreker vraagt daarmee of het mogelijk of toegestaan is om de ruimte bij de balie te reserveren.
ihn “ihn” is hier het voornaamwoord voor het mannelijke object waarnaar wordt verwezen. In “Kann ich ihn an der Servicetheke reservieren?” verwijst het naar “Raum”, en in “Bringen Sie ihn zurück” naar “Schlüssel”; het vervangt dus het eerder genoemde object.
an “an” betekent hier “bij” in “an der Servicetheke” en geeft de plaats van de reservering aan. Het wordt hier samen met de balie gebruikt om te zeggen waar de handeling plaatsvindt.
der “der” is hier het bepaalde lidwoord in “an der Servicetheke” en verwijst naar de specifieke servicebalie. Het staat direct vóór “Servicetheke” in de plaatsaanduiding waar de reservering kan gebeuren.
Servicetheke “Servicetheke” betekent hier “servicebalie” of “informatiebalie”. In “an der Servicetheke” benoemt het de plek waar de spreker de ruimte wil reserveren; het woord past bij vragen over hulp of administratieve handelingen in de bibliotheek.
Bitte “Bitte” betekent hier “alstublieft” en maakt “Bitte füllen Sie hier das Antragsformular aus” tot een beleefde instructie. Het staat aan het begin van het verzoek en wordt gebruikt wanneer je iemand vriendelijk vraagt iets te doen.
füllen “füllen” betekent hier “invullen” als onderdeel van “Bitte füllen Sie hier das Antragsformular aus”. Het krijgt zijn volledige betekenis samen met “aus” en wordt gebruikt met een formulier als object.
Sie “Sie” betekent hier “u” en richt de formele instructie tot de bezoeker: “Bitte füllen Sie hier das Antragsformular aus”. De hoofdletter markeert de beleefde aanspreekvorm; je gebruikt deze vorm in een formeel gesprek met bijvoorbeeld een bibliotheekmedewerker of bezoeker.
hier “hier” betekent hier “hier” en wijst de plaats aan waar het formulier moet worden ingevuld. In “Bitte füllen Sie hier das Antragsformular aus” staat het bij de handeling en geeft het een concrete locatie aan.
das “das” is hier het bepaalde lidwoord in “das Antragsformular” en verwijst naar het specifieke formulier dat voor de aanvraag nodig is. Het staat vóór “Antragsformular” als het object van het invullen.
Antragsformular “Antragsformular” betekent hier “aanvraagformulier”: het formulier dat de bezoeker voor de reservering moet invullen. In “das Antragsformular ausfüllen” is het het document waarop de aanvraag wordt vastgelegd.
aus “aus” maakt samen met “füllen” de uitdrukking “Bitte füllen Sie hier das Antragsformular aus”, met de betekenis “vul het formulier in”. Het staat aan het einde van deze instructie; het volledige werkwoord wordt gebruikt met een formulier of ander document.
Bringe “Bringe” betekent hier “breng ik terug” in de vraag “Bringe ich den Schlüssel zu dieser Servicetheke zurück?”. De spreker vraagt of de sleutel naar de balie moet worden teruggebracht; de vorm staat vooraan omdat het een vraag is.
den “den” is hier het bepaalde lidwoord in “den Schlüssel” en verwijst naar de specifieke sleutel. Het staat vóór “Schlüssel”, dat in de vraag het voorwerp is dat teruggebracht moet worden.
Schlüssel “Schlüssel” betekent hier “sleutel” en verwijst naar de sleutel van de studieruimte. In “den Schlüssel zu dieser Servicetheke zurück” is het het voorwerp dat na gebruik teruggebracht moet worden.
dieser “dieser” betekent hier “deze” en wijst in “zu dieser Servicetheke” naar de specifieke servicebalie waar de sleutel moet worden ingeleverd. Het wordt gebruikt wanneer de spreker één concrete balie aanwijst.
zurück “zurück” betekent hier “terug” en maakt in “Bringe ich den Schlüssel zu dieser Servicetheke zurück?” en “Bringen Sie ihn zurück” deel uit van de handeling van terugbrengen. Het staat in deze zinnen achter het object of het voornaamwoord en benadrukt dat iets naar de balie teruggaat.
Bringen “Bringen” betekent hier “breng” in de formele instructie “Bringen Sie ihn zurück”. Samen met “zurück” zegt de medewerker dat de sleutel moet worden teruggebracht; deze vorm is geschikt voor een beleefd bevel of verzoek aan “Sie”.
bevor “bevor” betekent hier “voordat” en leidt de tijdsbepaling “bevor die Bibliothek schließt” in. Het maakt duidelijk dat de sleutel terug moet zijn vóór het sluiten; je gebruikt het om een deadline ten opzichte van een andere gebeurtenis uit te drukken.
die “die” is hier het bepaalde lidwoord in “die Bibliothek” en verwijst naar de specifieke bibliotheek waarin het gesprek plaatsvindt. Het staat vóór “Bibliothek” als onderwerp van de bijzin.
Bibliothek “Bibliothek” betekent hier “bibliotheek” en benoemt de plaats die aan het einde van de dag sluit. In “bevor die Bibliothek schließt” is het de instelling die de tijdsgrens voor het terugbrengen van de sleutel bepaalt.
schließt “schließt” betekent hier “sluit” en verwijst naar het moment waarop de bibliotheek dichtgaat. In “bevor die Bibliothek schließt” staat het aan het einde van de bijzin; de vorm hoort bij “die Bibliothek” als onderwerp.

Grammatica

möchten + Infinitiv

Ich möchte gern einen Lernraum reservieren.

iesj meug-te gern aj-nen lèrn-rauwm ree-zer-VIE-ren.

Ik wil graag een studieruimte reserveren.

Na möchte(n) staat het tweede werkwoord als infinitief aan het einde van de zin.

Scheidbare werkwoorden: nachschauen → schaue ... nach

Ich schaue kurz nach.

iesj sjau-uh koerts naach.

Ik kijk het even na.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel aan het einde van de hoofdzin.

Duits woordenschat

brauchen werkwoord
brau-ghen nodig hebben brauche

Ich brauche einen ruhigen Ort.

frei bijvoeglijk naamwoord
fraj vrij

welche Räume heute frei sind

gern bijwoord
gèrn graag

Ich möchte gern einen Lernraum reservieren.

Klassenkamerad zelfstandig naamwoord
klas-en-ka-raa-maat klasgenoot Klassenkameraden

mit einem Klassenkameraden

lernen werkwoord
lèr-nen studeren; leren

um mit einem Klassenkameraden zu lernen.

Lernraum zelfstandig naamwoord
lèrn-rauwm studieruimte

Ich möchte gern einen Lernraum reservieren.

möchten werkwoord
meug-sjt'n graag willen möchte

Ich möchte gern einen Lernraum reservieren.

nachschauen werkwoord
naach-sjau-en nakijken schaue kurz nach

Ich schaue kurz nach, welche Räume heute frei sind.

Ort zelfstandig naamwoord
ort plek

Ich brauche einen ruhigen Ort, um mit einem Klassenkameraden zu lernen.

Raum zelfstandig naamwoord
rauwm kamer; ruimte Räume

Ich schaue kurz nach, welche Räume heute frei sind.

reservieren werkwoord
ree-zer-VIE-ren reserveren

Ich möchte gern einen Lernraum reservieren.

ruhig bijvoeglijk naamwoord
roe-ie-sj rustig ruhigen

Ich brauche einen ruhigen Ort.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil graag een studieruimte reserveren.

Antwoord tonenIch möchte gern einen Lernraum reservieren.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

graag willen

Antwoord tonenmöchte

vrij

Antwoord tonenfrei

studieruimte

Antwoord tonenLernraum

kamer; ruimte

Antwoord tonenRäume