Gibt
In „Gibt es einen ruhigen Bereich ...?“ vraagt „Gibt“ of zo’n plek bestaat: „is er“. Het is de vorm van „geben“ in de vaste constructie „Gibt es ...?“. Gebruik dit patroon om naar het bestaan of de beschikbaarheid van iets te vragen.
es
In „Gibt es einen ruhigen Bereich ...?“ is „es“ het vaste grammaticale onderwerp van de bestaansuitdrukking „Gibt es ...?“. Samen met „Gibt“ betekent het hier niet zelfstandig „het“, maar helpt het de vraag „Is er ...?“ te vormen. Gebruik „Gibt es ...?“ voor vragen over aanwezigheid of beschikbaarheid.
einen
„Einen“ leidt in „einen ruhigen Bereich“ een niet nader bepaalde rustige ruimte aan: „een“. De vorm hoort bij het mannelijke zelfstandig naamwoord „Bereich“ in deze woordgroep. Een bruikbaar patroon is „Gibt es einen ...?“ wanneer je naar één mogelijke plek of zaak vraagt.
ruhigen
In „einen ruhigen Bereich“ betekent „ruhigen“ „rustige“ en beschrijft het de plek waar de spreker wil werken. De vorm „ruhigen“ hoort hier bij „Bereich“ in deze woordgroep; de grondvorm is „ruhig“. Gebruik het met plaatsen of andere dingen die stil of kalm zijn.
Bereich
„Bereich“ betekent hier „gebied“ of „ruimte“, specifiek een gedeelte van de bibliotheek. In „einen ruhigen Bereich“ benoemt het de plek waar gewerkt kan worden. Gebruik „Bereich“ voor een afgebakend gedeelte van een gebouw of activiteit.
in
In „in dem ich arbeiten kann“ betekent „in“ „in“ en verbindt het de ruimte met de handeling „werken“. Hier introduceert het de plaats waar de spreker kan werken. Gebruik „in“ met een plaats wanneer iets zich daar bevindt of daar gebeurt.
dem
In „in dem ich arbeiten kann“ verwijst „dem“ terug naar „Bereich“ en betekent het „waarin“. Het verbindt de plaats met de bijzin over werken. Een bruikbaar patroon is „ein Ort, in dem ich ... kann“ voor een plek waar je iets kunt doen.
ich
„Ich“ betekent „ik“ en verwijst in „in dem ich arbeiten kann“ naar de persoon die wil werken. Het is degene die de handeling uitvoert. Gebruik „ich“ als je over je eigen handeling of mogelijkheid spreekt.
arbeiten
„Arbeiten“ betekent hier „werken“ en beschrijft wat de spreker in de rustige ruimte wil doen. Het is de vorm die na „kann“ staat; de grondvorm is „arbeiten“. Gebruik „ich kann arbeiten“ om aan te geven dat je ergens kunt werken.
kann
In „ich arbeiten kann“ drukt „kann“ de mogelijkheid uit: „kan“. Het is de vorm van „können“ bij „ich“, en in deze bijzin staat het achteraan. Gebruik „ich kann ...“ om een eigen mogelijkheid of toestemming in context uit te drukken.
Oben
„Oben“ betekent in „Oben links gibt es Tische ...“ „boven“ of „op de bovenverdieping“. Het geeft aan waar de tafels zich bevinden. Gebruik „oben“ om een hoger gelegen plek in een gebouw aan te wijzen.
links
„Links“ betekent in „Oben links gibt es Tische ...“ „aan de linkerkant“. Samen met „Oben“ geeft het de precieze richting van de tafels aan. Gebruik „oben links“ om een plek links op een hogere verdieping of in een hoger gedeelte te beschrijven.
Tische
„Tische“ betekent hier „tafels“ of, in deze bibliotheek, „bureaus“. Het verwijst naar de werkplekken die boven links staan. De vorm is het meervoud van „Tisch“; gebruik „Tische für ...“ om tafels met een bepaald doel te beschrijven.
zum
In „zum ruhigen Lernen“ betekent „zum“ „voor het rustig leren“. Het is de samengevoegde vorm van „zu dem“ en leidt hier het doel van de tafels in. Gebruik „zum“ in patronen zoals „Tische zum Arbeiten“ wanneer iets voor een activiteit bedoeld is.
Lernen
In „zum ruhigen Lernen“ betekent „Lernen“ „leren“ of „studeren“ als activiteit. Het staat als zelfstandig naamwoord na „zum“; de bijbehorende werkwoordsvorm is „lernen“. Gebruik „zum ... Lernen“ om het doel van een plek of voorwerp te benoemen.
Könnte
In „Könnte ich dort kurz telefonieren?“ maakt „Könnte“ de vraag beleefd en betekent het „zou ik kunnen“. Het is de vorm van „können“ in een voorzichtige vraag. Gebruik „Könnte ich ...?“ wanneer je beleefd naar de mogelijkheid of toestemming voor iets vraagt.
dort
„Dort“ betekent in „Könnte ich dort kurz telefonieren?“ „daar“ en verwijst naar de eerder genoemde bureaus. Het voorkomt dat de plek opnieuw genoemd moet worden. Gebruik „dort“ voor een plaats die al bekend is in de situatie of het gesprek.
kurz
In „kurz telefonieren“ betekent „kurz“ „kort“ of „even“, dus een telefoongesprek van beperkte duur. Het beschrijft hier hoe lang de handeling duurt. Gebruik „kurz“ met handelingen zoals „kurz telefonieren“ wanneer je de duur beperkt wilt aangeven.
telefonieren
„Telefonieren“ betekent in „kurz telefonieren“ „telefoneren“ of „een telefoongesprek voeren“. Het is de vorm die na „Könnte ich“ staat; de grondvorm is „telefonieren“. Gebruik „ich möchte telefonieren“ of „Könnte ich telefonieren?“ wanneer je over bellen spreekt.
Diese
In „Diese Tische sind nur zum stillen Lernen“ verwijst „Diese“ naar de eerder genoemde tafels en betekent het „deze“. Het wijst de specifieke tafels aan die nu besproken worden. Gebruik „Diese ...“ om iets concreets in de directe situatie aan te wijzen.
sind
„Sind“ betekent in „Diese Tische sind nur zum stillen Lernen“ „zijn“ en verbindt de tafels met hun toegestane doel. Het is een vorm van „sein“ bij het meervoudige onderwerp „Diese Tische“. Gebruik „Diese ... sind ...“ om een eigenschap, regel of bestemming van meerdere dingen te geven.
nur
„Nur“ betekent in „nur zum stillen Lernen“ „alleen“ en beperkt het gebruik van de tafels tot stil leren. Het markeert hier een beperking van het doel. Gebruik „nur für ...“ of „nur zum ...“ om aan te geven dat iets uitsluitend daarvoor bedoeld is.
stillen
In „zum stillen Lernen“ betekent „stillen“ „stil“ en beschrijft het de manier waarop er geleerd wordt. De vorm hoort bij „Lernen“ in deze woordgroep; de grondvorm is „still“. Gebruik „still lernen“ voor leren zonder geluid of gesprekken.
Dann
„Dann“ betekent in „Dann telefoniere ich woanders“ „dan“ en geeft aan wat de spreker als gevolg van de regel zal doen. Het verbindt de nieuwe beslissing met de vorige informatie. Gebruik „Dann ...“ om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
telefoniere
In „Dann telefoniere ich woanders“ betekent „telefoniere“ „ik telefoneer“ of „ik bel“. Het is de vorm van „telefonieren“ bij „ich“, en staat hier vóór het onderwerp omdat „Dann“ vooraan staat. Gebruik „Dann telefoniere ich ...“ om een plan als gevolg van een situatie te formuleren.
woanders
„Woanders“ betekent in „Dann telefoniere ich woanders“ „ergens anders“. Het verwijst naar een andere plaats dan de stille bureaus. Gebruik „woanders“ wanneer je aangeeft dat iets op een andere plek gebeurt.
Die
In „Die Lobby ist besser zum Telefonieren“ betekent „Die“ „de“ en leidt het specifieke zelfstandig naamwoord „Lobby“ in. Het verwijst naar de lobby die in deze situatie bedoeld is. Gebruik „Die ... ist ...“ om een bekende plek of zaak te beoordelen.
Lobby
„Lobby“ betekent hier „hal“ of „lobby“, de ruimte die geschikter is om te bellen. In „Die Lobby ist besser zum Telefonieren“ benoemt het de alternatieve plek voor telefoongesprekken. Gebruik „Lobby“ voor de ontvangstruimte of hal van bijvoorbeeld een bibliotheek of hotel.
ist
„Ist“ betekent in „Die Lobby ist besser ...“ „is“ en drukt hier een beoordeling van de lobby uit. Het is de vorm van „sein“ bij „Die Lobby“. Gebruik „X ist besser für ...“ om een geschiktere optie aan te wijzen.
besser
„Besser“ betekent in „Die Lobby ist besser zum Telefonieren“ „beter“ of „geschikter“. Het vergelijkt de lobby met de eerder genoemde bureaus voor telefoneren. Gebruik „besser für ...“ of „besser zum ...“ om de meest geschikte plaats of optie te benoemen.
Ein
In „Ein Schreibtisch oben passt für mich“ betekent „Ein“ „een“ en introduceert het een niet nader bepaald bureau. Het hoort bij het mannelijke zelfstandig naamwoord „Schreibtisch“ in deze woordgroep. Gebruik „Ein ... passt für mich“ om een optie te noemen die voor jou geschikt is.
Schreibtisch
„Schreibtisch“ betekent „bureau“ en benoemt in „Ein Schreibtisch oben“ de werkplek die de spreker kiest. Het gaat om één bureau op de bovenverdieping. Gebruik „Schreibtisch“ voor een bureau waaraan iemand werkt of studeert.
passt
In „passt für mich“ betekent „passt“ „past voor mij“ of „is geschikt voor mij“. Het is de vorm van „passen“ bij „Ein Schreibtisch“. Gebruik „Das passt für mich“ of „Ein ... passt für mich“ om instemming of geschiktheid voor jezelf uit te drukken.
für
In „für mich“ betekent „für“ „voor“ en geeft het aan voor wie het bureau geschikt is. Het verbindt de optie met de persoon „mich“. Gebruik „passen für ...“ om te zeggen voor wie iets geschikt is.
mich
„Mich“ betekent in „passt für mich“ „mij“ en verwijst naar de spreker als degene voor wie het bureau geschikt is. Het staat na „für“ in deze vaste woordgroep. Gebruik „für mich“ om een persoonlijke voorkeur, geschiktheid of beoordeling uit te drukken.
Am
In „Am Nachmittag ist es meistens ruhig“ betekent „Am“ „in de“ en duidt het een moment van de dag aan. Het is de samengevoegde vorm van „an dem“. Gebruik „am“ met tijdsaanduidingen zoals „am Nachmittag“ om aan te geven wanneer iets gebeurt.
Nachmittag
„Nachmittag“ betekent „middag“ en verwijst in „Am Nachmittag“ naar het deel van de dag waarin de bibliotheek meestal rustig is. Samen met „Am“ vormt het een tijdsbepaling. Gebruik „am Nachmittag“ om naar de middag te verwijzen.
meistens
„Meistens“ betekent in „ist es meistens ruhig“ „meestal“ en zegt dat de rust in de middag vaak voorkomt, maar niet noodzakelijk altijd. Het bepaalt hoe vaak de situatie geldt. Gebruik „meistens“ vóór een bijvoeglijk naamwoord of werkwoord om een gebruikelijke situatie te beschrijven.
ruhig
In „ist es meistens ruhig“ betekent „ruhig“ „rustig“ of „stil“ en beschrijft het de sfeer in de bibliotheek. Het staat na „ist“ als beschrijving van de situatie. Gebruik „Es ist ruhig“ om te zeggen dat er weinig geluid of onrust is.