Ich
Ich betekent in „Ich möchte ein Buch verlängern“ dat de spreker over zichzelf spreekt. De hoofdletter is verplicht aan het begin van de zin; midden in een zin staat dezelfde vorm als „ich“.
möchte
„möchte“ drukt in „Ich möchte ein Buch verlängern“ een beleefde wens uit: de spreker zou graag een boek willen verlengen. Het staat vóór de infinitief „verlängern“; „Ich möchte …“ is een bruikbaar patroon om beleefd iets te vragen of te zeggen.
ein
„ein“ betekent in „ein Buch“: een, zonder een specifiek boek eerder aan te wijzen. Het hoort direct bij „Buch“; „ein Buch verlängern“ is een bruikbare combinatie voor een boek willen verlengen.
Buch
„Buch“ betekent in „ein Buch“ een boek, hier het boek dat de spreker wil verlengen. Het komt ook terug in „das Buch“ wanneer hetzelfde boek later opnieuw wordt genoemd.
verlängern
„verlängern“ betekent in „ein Buch verlängern“ de uitleentermijn van een boek langer maken. Na „möchte“ staat deze vorm als infinitief; „ein Buch verlängern“ is een direct bruikbaar patroon bij een bibliotheek.
das
„das“ verwijst in „das ich ausgeliehen habe“ naar het boek dat de spreker heeft geleend. Het leidt hier een bijzin in die uitlegt om welk boek het gaat; in „Das kannst du“ verwijst „Das“ naar de mogelijkheid om het boek te verlengen.
ausgeliehen
„ausgeliehen“ betekent in „das ich ausgeliehen habe“ geleend, dus tijdelijk meegenomen van iemand of een instelling. Samen met „habe“ vormt het de uitdrukking „ausgeliehen habe“; „ein Buch ausgeliehen haben“ is een bruikbaar patroon.
habe
„habe“ betekent in „das ich ausgeliehen habe“ heb en helpt om te zeggen dat de spreker het boek heeft geleend. Het staat samen met „ausgeliehen“ aan het einde van de bijzin; „ich habe … ausgeliehen“ is een bruikbaar patroon voor iets lenen.
Du
Du betekent in „Du kannst es über dein Online-Konto verlängern“ je of jij, de persoon die door de medewerker wordt aangesproken. De hoofdletter staat hier omdat het aan het begin van de zin staat; midden in een zin verschijnt dezelfde vorm als „du“.
kannst
„kannst“ betekent in „Du kannst es … verlängern“ kunt of kunt in staat zijn. Het staat bij „Du“ en vóór de infinitief „verlängern“; „Du kannst …“ gebruik je om iemand een mogelijkheid of toestemming te noemen.
es
„es“ verwijst in „Du kannst es über dein Online-Konto verlängern“ naar het boek. Het vervangt daar het eerder genoemde „Buch“; „es verlängern“ is een bruikbaar patroon wanneer duidelijk is welk voorwerp bedoeld wordt.
über
„über“ betekent in „über dein Online-Konto“ via, dus met behulp van het onlineaccount. Het staat vóór „dein Online-Konto“; „über ein Konto“ is een bruikbare combinatie voor toegang tot een dienst of handeling via een account.
dein
„dein“ betekent in „dein Online-Konto“ jouw en geeft aan dat het onlineaccount bij de aangesproken persoon hoort. Het staat direct vóór „Online-Konto“; „dein …“ gebruik je om bezit of verbondenheid met de aangesproken persoon aan te geven.
Online-Konto
„Online-Konto“ betekent in „dein Online-Konto“ onlineaccount, het account waarmee de gebruiker de verlenging kan regelen. Het samengestelde woord combineert online toegang met een account; „über dein Online-Konto“ is hier de relevante vaste woordgroep.
komme
„komme“ betekent in „Ich komme heute nicht in mein Konto“ letterlijk kom, maar de hele uitdrukking betekent hier dat de spreker geen toegang krijgt tot zijn account. „in ein Konto kommen“ beschrijft in deze context toegang krijgen tot een account.
heute
„heute“ betekent in „Ich komme heute nicht in mein Konto“ vandaag en beperkt de uitspraak tot deze dag. Het kan vóór de ontkenning staan zoals hier; „heute nicht …“ is een bruikbaar patroon om te zeggen dat iets vandaag niet lukt.
nicht
„nicht“ ontkent in „Ich komme heute nicht in mein Konto“ dat de spreker toegang krijgt tot zijn account. Het staat hier vóór het doel „in mein Konto“; „nicht in … kommen“ gebruik je om te zeggen dat toegang tot een plaats of account niet lukt.
in
„in“ geeft in „in mein Konto“ het doel van de toegang aan: naar of binnen het account. Samen met „kommen“ vormt het hier de betekenis toegang krijgen; „in ein Konto kommen“ is een bruikbaar patroon voor inloggen of toegang verkrijgen.
mein
„mein“ betekent in „mein Konto“ mijn en geeft aan dat het account van de spreker is. Het staat direct vóór „Konto“; „mein …“ gebruik je om bezit of verbondenheid met jezelf aan te geven.
Konto
„Konto“ betekent in „mein Konto“ account, hier het persoonlijke account van de bibliotheekgebruiker. In „in mein Konto kommen“ is het het account waartoe de spreker toegang probeert te krijgen.
Wir
Wir betekent in „Wir können dir am Schalter helfen“ we of wij, waarmee de medewerker namens de bibliotheek spreekt. De hoofdletter staat aan het begin van de zin; midden in een zin staat dezelfde vorm als „wir“.
können
„können“ betekent in „Wir können dir … helfen“ kunnen en drukt uit dat de medewerkers in staat zijn om te helpen. Na „können“ staat de infinitief „helfen“ aan het einde; „Wir können dir … helfen“ is een bruikbaar aanbod om iemand te helpen.
dir
„dir“ betekent in „Wir können dir am Schalter helfen“ jou of voor jou en geeft aan wie hulp ontvangt. Het hoort bij „helfen“; „jemandem helfen“ is een bruikbaar patroon voor zeggen wie je helpt.
am
„am“ betekent in „am Schalter“ bij of aan de balie. Het is de vaste verkorte vorm van „an dem“; „am Schalter helfen“ gebruik je om de plaats van de hulp aan te geven.
Schalter
„Schalter“ betekent in „am Schalter“ balie, de plek waar de bibliotheekmedewerker helpt. Samen met „am“ vormt het de plaatsaanduiding „am Schalter“.
helfen
„helfen“ betekent in „dir … helfen“ helpen. Na „können“ staat deze infinitief; „jemandem helfen“ is een bruikbaar patroon om hulp aan een persoon te beschrijven.
Brauche
„Brauche“ betekent in „Brauche ich meinen Bibliotheksausweis?“ heb ik nodig en vormt een vraag naar noodzakelijkheid. De vorm staat vooraan omdat de zin een ja-neevraag is; „Brauche ich …?“ gebruik je om te vragen of je iets nodig hebt.
meinen
„meinen“ betekent in „meinen Bibliotheksausweis“ mijn en verwijst naar de bibliotheekpas van de spreker. Het staat vóór „Bibliotheksausweis“; „meinen … brauchen“ is een bruikbaar patroon om te vragen of je iets moet meenemen.
Bibliotheksausweis
„Bibliotheksausweis“ betekent in „meinen Bibliotheksausweis“ bibliotheekpas of bibliotheekbewijs. In deze scène is het het kaartje dat nodig kan zijn om de gegevens van de gebruiker te vinden.
Bring
„Bring“ betekent in „Bring deinen Bibliotheksausweis mit“ breng mee en is een directe opdracht aan de aangesproken persoon. Het hoort bij het afgescheiden „mit“; „Bring … mit“ gebruik je om iemand te vragen iets mee te nemen.
deinen
„deinen“ betekent in „deinen Bibliotheksausweis“ jouw en geeft aan dat de bibliotheekpas van de aangesproken persoon is. Het staat vóór „Bibliotheksausweis“; „deinen … mitbringen“ is een bruikbaar patroon om te zeggen wat iemand moet meenemen.
mit
„mit“ draagt in „Bring deinen Bibliotheksausweis mit“ de betekenis mee, samen met „Bring“: breng je bibliotheekpas mee. Het staat hier aan het einde van de hoofdzin; bij „mitbringen“ kan het voorvoegsel in een opdracht los staan.
damit
„damit“ betekent in „damit wir deine Daten finden können“ zodat en introduceert het doel van het meenemen van de pas. In de „damit“-bijzin staan „finden“ en „können“ aan het einde; „…, damit wir … können“ is een bruikbaar patroon om een doel uit te leggen.
deine
„deine“ betekent in „deine Daten“ jouw en geeft aan dat de gegevens bij de aangesproken persoon horen. Het staat direct vóór „Daten“; „deine Daten finden“ is een bruikbare combinatie wanneer je iemands gegevens opzoekt.
Daten
„Daten“ betekent in „deine Daten“ gegevens, hier de gegevens van de bibliotheekgebruiker. Het staat als datgene wat de medewerkers proberen te vinden; „Daten finden“ gebruik je om gegevens in een systeem of registratie op te zoeken.
finden
„finden“ betekent in „deine Daten finden“ vinden of opzoeken. Het staat na „können“ in de doelbijzin; „Daten finden“ is een bruikbaar patroon voor gegevens in een registratie terugvinden.
Kann
„Kann“ betekent in „Kann ich das Buch dann heute verlängern?“ kan en vraagt of de spreker de handeling mag of kan uitvoeren. De vorm staat vooraan omdat dit een ja-neevraag is; „Kann ich …?“ is een bruikbaar patroon om naar mogelijkheid of toestemming te vragen.
dann
„dann“ betekent in „das Buch dann heute verlängern“ dan of daarna, namelijk na het helpen aan de balie. Het verbindt de eerdere stap met de gewenste verlenging; „dann …“ gebruik je om een volgende stap in de tijd of situatie aan te geven.
außer
„außer“ betekent in „außer jemand anderes hat es reserviert“ behalve of tenzij en noemt de uitzondering op de mogelijkheid om het boek te verlengen. Het leidt de uitzonderingszin in; „…, außer …“ is een bruikbaar patroon om een voorwaarde of uitzondering toe te voegen.
jemand
„jemand“ betekent in „jemand anderes“ iemand, zonder die persoon nader te noemen. Samen met „anderes“ verwijst het naar een andere persoon die het boek mogelijk heeft gereserveerd; „jemand …“ gebruik je wanneer de identiteit onbekend of niet belangrijk is.
anderes
„anderes“ betekent in „jemand anderes“ anders of iemand anders. Het maakt duidelijk dat het om een andere persoon dan de huidige gesprekspartner of spreker gaat; „jemand anderes“ is een bruikbare woordgroep voor een onbekende andere persoon.
hat
„hat“ betekent in „hat es reserviert“ heeft en helpt om te zeggen dat iemand het boek heeft gereserveerd. Het staat samen met „reserviert“; „jemand hat … reserviert“ is een bruikbaar patroon om een voltooide reservering te beschrijven.
reserviert
„reserviert“ betekent in „es reserviert“ gereserveerd en verwijst hier naar het boek dat door iemand anders is aangevraagd. Samen met „hat“ vormt het „hat … reserviert“; „jemand hat es reserviert“ gebruik je om uit te leggen waarom verlengen misschien niet kan.