Kann
„Kann“ betekent hier „kan“ en maakt van de zin een beleefd verzoek. Het is de vorm van „können“ die in „Kann ich“ wordt gebruikt om te vragen of iets mogelijk is. Nieuw voorbeeld: „Kann ich das Fenster öffnen?“
ich
„ich“ betekent „ik“ en verwijst naar de persoon die de schroevendraaier wil lenen. Het staat hier als onderwerp vóór „ausleihen“. Nieuw voorbeeld: „Ich brauche Hilfe.“
deinen
„deinen“ betekent „jouw“ bij „Schraubenzieher“. Deze vorm hoort bij het mannelijke zelfstandig naamwoord als voorwerp van de vraag. Nieuw voorbeeld: „Ich nehme deinen Stift.“
Schraubenzieher
„Schraubenzieher“ betekent „schroevendraaier“, het gereedschap dat de spreker wil lenen. Het woord wordt hier gebruikt als het voorwerp van „ausleihen“. Een gebruikelijk patroon is: iets uitlenen of lenen voor een reparatie.
für
„für“ betekent hier „voor“ en geeft het doel van het lenen aan: een kleine reparatie. Het wordt gebruikt vóór „eine kleine Reparatur“. Nieuw voorbeeld: „Das ist für meine Schwester.“
eine
„eine“ betekent hier „een“ bij „Reparatur“. Het leidt een niet nader bepaalde reparatie in en hoort bij het vrouwelijke woord „Reparatur“. Nieuw voorbeeld: „Ich kaufe eine Lampe.“
kleine
„kleine“ betekent „kleine“ en beschrijft „Reparatur“. De vorm past hier bij het zelfstandig naamwoord in „eine kleine Reparatur“. Nieuw voorbeeld: „Wir machen eine kleine Pause.“
Reparatur
„Reparatur“ betekent „reparatie“ en noemt de klus waarvoor de schroevendraaier nodig is. Het staat hier na „für“ in de woordgroep „für eine kleine Reparatur“. Een bruikbaar patroon is: iets nodig hebben voor een reparatie.
ausleihen
„ausleihen“ betekent hier „lenen“, dus iets van iemand tijdelijk meenemen en later terugbrengen. Het staat als infinitief na „Kann ich“ en blijft daardoor als volledige vorm aan het einde van de vraag staan. Een bruikbaar patroon is: „etwas ausleihen“.
Er
„Er“ betekent „hij“ en verwijst hier naar de schroevendraaier. Het is het onderwerp van de zin over waar het gereedschap ligt. Nieuw voorbeeld: „Er ist im Schrank.“
liegt
„liegt“ betekent „ligt“ en beschrijft hier de plaats van de schroevendraaier in de gereedschapskist. Het is de vorm van „liegen“ die bij „Er“ hoort. Nieuw voorbeeld: „Das Buch liegt auf dem Tisch.“
im
„im“ betekent „in het“ en geeft aan dat iets zich in de gereedschapskist bevindt. Het is de vaste verkorte vorm van „in dem“. Nieuw voorbeeld: „Der Schlüssel ist im Auto.“
blauen
„blauen“ betekent „blauwe“ en beschrijft de gereedschapskist. De vorm staat in „im blauen Werkzeugkasten“, na „im“. Nieuw voorbeeld: „Das Fahrrad steht im blauen Schuppen.“
Werkzeugkasten
„Werkzeugkasten“ betekent „gereedschapskist“ en is de plaats waar de schroevendraaier ligt. Het is een samenstelling van „Werkzeug“ en „Kasten“. Een bruikbaar patroon is: iets ligt in een gereedschapskist.
muss
„muss“ betekent hier „moet“ en drukt uit dat de spreker de plankbeugels moet vastdraaien. Het is de vorm van „müssen“ die bij „ich“ hoort. Nieuw voorbeeld: „Ich muss jetzt gehen.“
die
„die“ betekent hier „de“ en hoort bij de meervoudige „Regalhalterungen“. Het markeert deze genoemde plankbeugels als het voorwerp van „festziehen“. Nieuw voorbeeld: „Ich sehe die Bücher.“
Regalhalterungen
„Regalhalterungen“ betekent „plankbeugels“ of houders voor een plank. Het woord noemt precies de onderdelen die de spreker wil vastdraaien. Een bruikbaar patroon is: beugels of houders van een plank vastdraaien.
festziehen
„festziehen“ betekent „vastdraaien“ en beschrijft de handeling met de plankbeugels. Het staat als infinitief na „muss“. Een bruikbaar patroon is: „Schrauben festziehen“.
Nimm
„Nimm“ betekent „neem“ en is hier een directe instructie om de middelgrote schroevendraaier te gebruiken. Het is de gebiedende vorm van „nehmen“ voor één aangesproken persoon. Nieuw voorbeeld: „Nimm diesen Stuhl.“
den
„den“ betekent hier „de“ bij „Schraubenzieher“. Het verwijst naar de specifieke schroevendraaier die de ander moet nemen. Nieuw voorbeeld: „Nimm den Schlüssel.“
mittelgroßen
„mittelgroßen“ betekent „middelgrote“ en beschrijft de aanbevolen schroevendraaier. De vorm staat in de woordgroep „den mittelgroßen Schraubenzieher“. Nieuw voorbeeld: „Nimm den mittelgroßen Karton.“
passt
„passt“ betekent hier „past“: deze schroevendraaier is geschikt voor de genoemde beugels. Het is de vorm van „passen“ die bij „Er“ hoort. Een bruikbaar patroon is: „etwas passt zu etwas“.
besser
„besser“ betekent „beter“ en geeft aan dat de middelgrote schroevendraaier geschikter is dan een andere mogelijkheid. Het hoort hier bij „passt“. Nieuw voorbeeld: „Diese Lösung passt besser.“
zu
„zu“ betekent hier „bij“ in de combinatie „passt besser zu“. Het verbindt de schroevendraaier met de beugels waarvoor hij geschikt is. Een bruikbaar patroon is: „Das passt zu diesem Thema.“
diesen
„diesen“ betekent hier „deze“ en verwijst naar de genoemde beugels. De vorm staat na „zu“ in „zu diesen Halterungen“. Nieuw voorbeeld: „Das passt zu diesen Schuhen.“
Halterungen
„Halterungen“ betekent „beugels“ of „houders“ en verwijst hier naar de plankbeugels. In de zin zijn ze het onderdeel waarvoor de schroevendraaier beter past. Een bruikbaar patroon is: „zu diesen Halterungen passen“.
Wann
„Wann“ betekent „wanneer“ en vraagt hier naar het juiste moment om de schroevendraaier terug te brengen. Het staat aan het begin van de vraag. Nieuw voorbeeld: „Wann kommst du zurück?“
soll
„soll“ betekent hier ongeveer „moet“ of „zal ik“ in de vraag naar wat het afgesproken of gewenste moment is. Het is de vorm van „sollen“ die bij „ich“ hoort in „Wann soll ich ...?“. Een bruikbaar patroon is: „Wann soll ich anfangen?“
ihn
„ihn“ betekent „hem“ en verwijst hier naar de mannelijke „Schraubenzieher“. Het is het voorwerp van „zurückbringen“. Nieuw voorbeeld: „Ich sehe ihn dort.“
zurückbringen
„zurückbringen“ betekent „terugbrengen“ en beschrijft dat de geleende schroevendraaier weer wordt teruggegeven. Het staat als infinitief na „soll“. Een bruikbaar patroon is: „etwas zurückbringen“.
Bring
„Bring“ betekent „breng“ en is hier een vriendelijke instructie om de schroevendraaier terug te brengen. Het is de gebiedende vorm van „bringen“ voor één aangesproken persoon. Nieuw voorbeeld: „Bring bitte deinen Ausweis mit.“
bitte
„bitte“ betekent hier „alsjeblieft“ en verzacht de instructie „Bring ihn ... zurück“. Het kan in een verzoek tussen de werkwoordelijke delen staan. Nieuw voorbeeld: „Warte bitte hier.“
vor
„vor“ betekent hier „vóór“ en geeft een tijdsgrens aan: de schroevendraaier moet vóór het avondeten terug zijn. In „vor dem Abendessen“ staat het vóór de tijdsaanduiding. Nieuw voorbeeld: „Komm vor acht Uhr.“
dem
„dem“ betekent hier „het“ in de tijdsaanduiding „vor dem Abendessen“. Het hoort bij het onzijdige zelfstandig naamwoord „Abendessen“ na „vor“. Nieuw voorbeeld: „Wir treffen uns vor dem Essen.“
Abendessen
„Abendessen“ betekent „avondeten“ en is hier het moment waarvoor de schroevendraaier moet worden teruggebracht. Het staat in de vaste tijdsaanduiding „vor dem Abendessen“. Een bruikbaar patroon is: iets vóór het avondeten doen.
zurück
„zurück“ betekent „terug“ en vormt samen met „Bring“ en „bringen“ de betekenis „terugbrengen“. In deze opdracht staat het afgescheiden aan het einde: „Bring ihn bitte vor dem Abendessen zurück“. Een bruikbaar patroon is: „Bring das Buch zurück.“
Wenn
„Wenn“ betekent hier „als“ en introduceert de voorwaarde dat de schroevendraaier stoffig wordt. Het staat aan het begin van de voorwaardelijke bijzin. Nieuw voorbeeld: „Wenn du Zeit hast, ruf mich an.“
staubig
„staubig“ betekent „stoffig“ en beschrijft de toestand waarin de schroevendraaier eventueel terechtkomt. Het staat na „wird“ in de combinatie „staubig wird“. Nieuw voorbeeld: „Der Tisch ist staubig.“
wird
„wird“ betekent hier „wordt“ en beschrijft een verandering naar een stoffige toestand. Het is de vorm van „werden“ die bij „er“ hoort. Nieuw voorbeeld: „Das Wetter wird besser.“
wische
„wische“ betekent „veeg“ en beschrijft wat de spreker zal doen om de schroevendraaier schoon te maken. Het is de vorm van „wischen“ die bij „ich“ hoort. Een bruikbaar patroon is: „etwas mit einem Tuch wischen“.
zuerst
„zuerst“ betekent „eerst“ en geeft de volgorde aan: de spreker veegt de schroevendraaier af vóór hij hem terugbrengt. Het staat hier vóór het afgescheiden deel „ab“. Nieuw voorbeeld: „Ich lese zuerst die Anleitung.“
ab
„ab“ is hier het afgescheiden deel van „abwischen“ en draagt samen met „wische“ de betekenis „afvegen“. Daarom staat „ab“ aan het einde van de hoofdzin: „wische ich ihn zuerst ab“. Een bruikbaar patroon is: „Ich wische den Tisch ab.“
Das
„Das“ betekent „dat“ en verwijst naar het vooraf beschreven schoonmaken van de schroevendraaier. Het is het onderwerp van de zin over het nut daarvan. Nieuw voorbeeld: „Das ist sehr hilfreich.“
hilft
„hilft“ betekent „helpt“ en zegt hier dat het afvegen bijdraagt aan het goed houden van het gereedschap. Het is de vorm van „helfen“ die bij „Das“ hoort. Een bruikbaar patroon is: „Das hilft, etwas sauber zu halten.“
Werkzeuge
„Werkzeuge“ betekent „gereedschappen“ en verwijst hier naar de gereedschappen in het algemeen, waaronder de geleende schroevendraaier. Het is het voorwerp van „in gutem Zustand zu halten“. Nieuw voorbeeld: „Die Werkzeuge liegen hier.“
in
„in“ betekent hier „in“ en hoort bij de toestand waarin de gereedschappen gehouden worden: „in gutem Zustand“. Een bruikbaar patroon is: „etwas in Ordnung halten“.
gutem
„gutem“ betekent „goede“ in de uitdrukking „in gutem Zustand“. Het beschrijft de gewenste toestand van de gereedschappen en staat na „in“. Nieuw voorbeeld: „Das Gerät ist in gutem Zustand.“
Zustand
„Zustand“ betekent „staat“ of „conditie“ en noemt de toestand waarin de gereedschappen moeten blijven. „in gutem Zustand“ is hier de volledige uitdrukking voor „in goede staat“. Een bruikbaar patroon is: „in gutem Zustand bleiben“.
halten
„halten“ betekent hier „houden“ in de betekenis van iets in een bepaalde toestand laten blijven. In „die Werkzeuge in gutem Zustand zu halten“ hoort het bij de constructie „helfen, etwas ... zu halten“. Een bruikbaar patroon is: „etwas sauber halten“.