Gereedschap lenen en terugbrengen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared space, one person borrows a screwdriver for a shelf repair and agrees to return it clean before dinner..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Gereedschap lenen en terugbrengen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Kann ich deinen Schraubenzieher für eine kleine Reparatur ausleihen?

kan ich doinun sjrauben-tsiejer foor ajnun klajnu reparatoer auslajun Mag ik je schroevendraaier lenen voor een kleine reparatie?
B

Er liegt im blauen Werkzeugkasten.

ea liekt im blauun veerk-tsoik-kastun Hij ligt in de blauwe gereedschapskist.
A

Ich muss die Regalhalterungen festziehen.

ich mus die reegaal-haltoengun fest-tsieën Ik moet de plankbeugels aandraaien.
B

Nimm den mittelgroßen Schraubenzieher.

nim deen mitl-groosun sjrauben-tsiejer Gebruik de middelgrote schroevendraaier.
B

Er passt besser zu diesen Halterungen.

ea past bessa tsoe diezun haltoengun Hij past beter bij die beugels.
A

Wann soll ich ihn zurückbringen?

van zol ich ien tsoe-ruk-bringun Wanneer moet ik hem terugbrengen?
B

Bring ihn bitte vor dem Abendessen zurück.

bring ien bitte foor deem aabun-essun tsoe-ruk Breng hem alsjeblieft voor het avondeten terug.
A

Wenn er staubig wird, wische ich ihn zuerst ab.

ven ea staubich virt, visje ich ien tsoe-eerst ap Als hij stoffig wordt, veeg ik hem eerst af.
B

Das hilft, die Werkzeuge in gutem Zustand zu halten.

das hilft, die veerk-tsoige in goetum tsoe-sjtand tsoe haltun Dat helpt om het gereedschap in goede staat te houden.

Uitleg van de zinnen

  1. Kann ich deinen Schraubenzieher für eine kleine Reparatur ausleihen?

    Mag ik je schroevendraaier lenen voor een kleine reparatie?

    Kann ich
    kan ik …?
    deinen
    je (bezittelijk)
    Schraubenzieher
    schroevendraaier
    für
    voor
    kleine
    kleine
    Reparatur
    reparatie
    ausleihen
    lenen
    Uitgebreide uitleg

    Kann ich vormt hier een vraag met können (“kunnen”) en het onderwerp ich (“ik”). In een ja-neevraag staat de persoonsvorm vooraan: Kann ich ...? betekent in deze context “Mag ik ...?” en vraagt om toestemming. Herbruikbaar patroon: Kann ich das nehmen? — “Mag ik dat nemen?” deinen betekent hier “jouw/je” en hoort bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Schraubenzieher. De vorm is dein in de basisvorm, maar deinen omdat het bezeten woord hier een mannelijk lijdend voorwerp is. Het bezittelijk woord past zich dus aan de naamval en het grammaticale geslacht van het bezeten zelfstandig naamwoord aan; het verwijst niet naar het geslacht van de eigenaar. Schraubenzieher is “schroevendraaier”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Schraubenzieher; in het meervoud blijft de vorm Schraubenzieher: die Schraubenzieher. Voorbeeld: Ich brauche einen Schraubenzieher. — “Ik heb een schroevendraaier nodig.” für betekent “voor” en leidt hier het doel van de handeling in. Na für staat in het Duits de accusatief. Daarom staat er eine kleine Reparatur als doel waarvoor de schroevendraaier geleend wordt. kleine betekent hier “kleine”. Het bijvoeglijk naamwoord klein krijgt in eine kleine Reparatur de uitgang -e: het beschrijft het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Reparatur in deze naamval- en lidwoordcombinatie. Voorbeeld: eine kleine Tasche — “een kleine tas”. Reparatur betekent “reparatie”. Het is vrouwelijk: die Reparatur; met het onbepaalde lidwoord staat hier eine Reparatur. Het woord benoemt in deze zin de reparatie als doel. ausleihen betekent hier, volgens de vaste vertaling, “lenen” in de betekenis iets van iemand lenen. Het werkwoord maakt op zichzelf niet duidelijk wie uitleent en wie leent. Voor “iets lenen” gebruikt het Duits vaak de wederkerende constructie sich etwas ausleihen: Ich leihe mir ein Buch aus. — “Ik leen een boek.” Voor “iets aan iemand uitlenen” is het patroon jemandem etwas ausleihen: Ich leihe ihm mein Buch aus. — “Ik leen hem mijn boek uit.” In een constructie met können blijft de infinitief ausleihen aan het einde staan. De vaste zin gebruikt deze vorm als onderdeel van het verzoek om de schroevendraaier te lenen; presenteer haar dus niet als een voorbeeld van de uitlenende betekenis. Samen betekent Kann ich deinen Schraubenzieher für eine kleine Reparatur ausleihen?: “Mag ik je schroevendraaier lenen voor een kleine reparatie?” De vraagopbouw Kann ich ...? geeft het verzoek om toestemming, deinen Schraubenzieher is wat geleend wordt, für eine kleine Reparatur geeft het doel, en ausleihen staat als infinitief aan het einde.

  2. Er liegt im blauen Werkzeugkasten.

    Hij ligt in de blauwe gereedschapskist.

    Er
    hij
    liegt
    ligt
    im
    in de
    blauen
    blauwe
    Werkzeugkasten
    gereedschapskist
    Uitgebreide uitleg

    Er betekent hier “hij” en verwijst, samen met de context, naar de schroevendraaier uit de vorige zin. Het is een persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon enkelvoud, mannelijk: er = “hij”. Voor een vrouwelijk of meervoudig referent gebruik je andere vormen, zoals sie. liegt is de vorm van liegen voor er in de tegenwoordige tijd: er liegt = “hij ligt”. Liegen beschrijft hier een vaste of rustende positie, niet het vertellen van een onwaarheid. Voorbeeld: Das Buch liegt auf dem Tisch. — “Het boek ligt op de tafel.” im is de samentrekking van in dem. Hier gaat het om een plaats waar iets zich bevindt, dus in staat bij deze betekenis met de datief. dem is de datiefvorm van het bepaalde lidwoord voor een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord. Bij beweging naar binnen kan in daarentegen met de accusatief staan: Ich lege das Buch in den Kasten. — “Ik leg het boek in de kast.” blauen is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord blau. Het beschrijft de kleur van de gereedschapskist. In im blauen Werkzeugkasten staat blauen in de datief enkelvoud mannelijk, omdat Werkzeugkasten mannelijk is en de plaatsbepaling met in dem wordt gevormd. De uitgang hoort dus bij blauen, niet bij Werkzeugkasten. Werkzeugkasten betekent “gereedschapskist”. Het is een samenstelling van Werkzeug (“gereedschap”) en Kasten (“kast” of “kist”); het hele woord is mannelijk: der Werkzeugkasten. Het meervoud is Werkzeugkästen. Samen vormen de delen Er liegt + im blauen Werkzeugkasten de betekenis: “Hij ligt in de blauwe gereedschapskist.” De zin beschrijft de locatie van de schroevendraaier als een rustende positie in die kist.

  3. Ich muss die Regalhalterungen festziehen.

    Ik moet de plankbeugels aandraaien.

    Ich muss
    ik moet
    Regalhalterungen
    plankbeugels
    festziehen
    aandraaien
    Uitgebreide uitleg

    Ich muss betekent hier dat de spreker een noodzakelijke handeling noemt: “ik moet”. muss is de vorm van müssen voor de eerste persoon enkelvoud; het onderwerp Ich bepaalt die vorm. Na een vervoegd modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin: Ich muss ... festziehen = “Ik moet ... aandraaien”. Regalhalterungen betekent hier “plankbeugels”. Het is een meervoudig zelfstandig naamwoord; het enkelvoud is die Regalhalterung, het meervoud die Regalhalterungen. Het samengestelde woord verwijst naar houders of beugels voor een plank. Het lidwoord ontbreekt hier omdat het om een meervoudig object zonder bepaaldheidsmarkering gaat. festziehen betekent “aandraaien” of “stevig vastdraaien”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin wordt het vervoegde deel gescheiden, bijvoorbeeld Ich ziehe die Schraube fest = “Ik draai de schroef stevig aan.” Na müssen blijft de infinitief samen aan het einde staan: festziehen. Samen vormen de delen Ich muss die Regalhalterungen festziehen.: “Ik moet de plankbeugels aandraaien.” De spreker is de uitvoerder, die Regalhalterungen is wat wordt aangedraaid, en muss drukt de noodzakelijkheid uit.

  4. Nimm den mittelgroßen Schraubenzieher.

    Gebruik de middelgrote schroevendraaier.

    Nimm
    gebruik
    mittelgroßen
    middelgrote
    Schraubenzieher
    schroevendraaier
    Uitgebreide uitleg

    Nimm betekent hier “gebruik” en is de gebiedende wijs van nehmen (“nemen”) voor één informeel aangesproken persoon. In deze context krijgt het de bedoelde betekenis “gebruik”. De klinkerwisseling in nehmen → nimm hoort bij deze vorm. Voorbeeld: Nimm den Schlüssel. — “Neem de sleutel.” mittelgroßen betekent hier “middelgrote”. Het basiswoord is mittelgroß. De uitgang -en staat op het bijvoeglijk naamwoord omdat het bij Schraubenzieher hoort: den en het zelfstandig naamwoord vormen samen een mannelijke accusatiefgroep, en na het bepaalde lidwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -en. Voorbeeld: Ich kaufe den kleinen Schraubenzieher. — “Ik koop de kleine schroevendraaier.” Schraubenzieher betekent “schroevendraaier”. Het woord is mannelijk: der Schraubenzieher; na den staat het in de accusatief: den Schraubenzieher. De meervoudsvorm heeft dezelfde vorm: die Schraubenzieher. Voorbeeld: Der Schraubenzieher liegt hier. — “De schroevendraaier ligt hier.” Samen vormt Nimm den mittelgroßen Schraubenzieher een directe instructie: “Gebruik de middelgrote schroevendraaier.” Nimm geeft de opdracht, terwijl den mittelgroßen Schraubenzieher het voorwerp van die handeling noemt.

  5. Er passt besser zu diesen Halterungen.

    Hij past beter bij die beugels.

    Er
    hij
    passt
    past
    besser
    beter
    zu
    bij
    diesen
    die/deze
    Halterungen
    beugels
    Uitgebreide uitleg

    Er betekent hier “hij”. Het is een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud en heeft hier de grammaticale mannelijke vorm. De vorm zegt op zichzelf niet welk concreet voorwerp de spreker bedoelt; de vaste vertaling geeft de referentie als “hij” weer. passt komt van passen. Hier betekent het dat iets goed aansluit of geschikt is bij iets anders. De vorm is de derde persoon enkelvoud: er passt. Voorbeeld: Das passt. — “Dat past.” besser is de vergrotende trap van gut: gut — besser — am besten. Hier vergelijkt de zin hoe goed het bedoelde voorwerp aansluit: het sluit beter aan. besser hoort dus bij passt, niet bij Halterungen. zu hoort bij dit gebruik van passen: iets passt zu iets wanneer het erbij past of ermee overeenkomt. Na zu staat in het Duits de datief. diesen is de vorm van het aanwijzende woord dieser bij een meervoudig zelfstandig naamwoord in de datief. Afhankelijk van de context kan het in het Nederlands als “deze” of als “die” worden weergegeven. Hier staat het samen met Halterungen na zu; het is niet de enkelvoudige datiefvorm diesem. Halterungen is het meervoud van Halterung, een bevestigingsonderdeel of beugel. In deze vorm is de uitgang -en onderdeel van de meervoudsvorm. Samen met diesen vormt het zu diesen Halterungen, letterlijk een datiefgroep na zu. De delen vormen samen Er (“hij”) + passt (“past”) + besser (“beter”) + zu diesen Halterungen (“bij die beugels”). De volledige betekenis is: “Hij past beter bij die beugels.”

  6. Wann soll ich ihn zurückbringen?

    Wanneer moet ik hem terugbrengen?

    Wann
    wanneer
    soll ich
    moet ik
    ihn
    hem
    zurückbringen
    terugbrengen
    Uitgebreide uitleg

    Wann vraagt naar een tijdstip: “wanneer”. Het staat hier aan het begin van de vraag. Vergelijk: Wann kommst du? = “Wanneer kom je?” soll ich combineert het modale werkwoord sollen met het onderwerp ich. In deze vraag betekent soll “moet” of “hoor ik te”; het drukt uit wat volgens de situatie of een andere persoon de bedoeling is. sollen vervoegt in de tegenwoordige tijd: ich soll, du sollst, er/sie soll. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin. ihn betekent hier “hem”. Het is de accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor een mannelijk enkelvoudig referent: er (onderwerp) → ihn (direct object). De vorm ihn zegt dus welke grammaticale rol het woord heeft; de concrete referent wordt door de vaste zin niet zelfstandig benoemd. zurückbringen betekent “terugbrengen”. Dit is een scheidbaar werkwoord: zurück + bringen. In de infinitief blijft het één woord. In een hoofdzin zonder modaal werkwoord splitst het vaak: Ich bringe ihn zurück. = “Ik breng hem terug.” Na soll blijft het als infinitief bijeen: Ich soll ihn zurückbringen. Samen vormen de delen de vraag Wann + soll ich + ihn + zurückbringen?: “Wanneer moet ik hem terugbrengen?” De vraag vraagt naar het tijdstip van het terugbrengen; ihn is daarbij het directe object. Dezelfde structuur is herbruikbaar met een ander werkwoord, bijvoorbeeld: Wann soll ich anfangen? = “Wanneer moet ik beginnen?”

  7. Bring ihn bitte vor dem Abendessen zurück.

    Breng hem alsjeblieft voor het avondeten terug.

    Bring … zurück
    breng ... terug
    ihn
    hem
    bitte
    alsjeblieft
    vor
    voor
    Abendessen
    avondeten
    Uitgebreide uitleg

    Bring ... zurück komt van het scheidbare werkwoord zurückbringen en betekent hier iets of iemand terugbrengen. In de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon staat bring; het voorvoegsel zurück staat in deze hoofdzin achteraan. Het onderwerp du is niet uitgesproken maar wordt door deze gebiedende wijs begrepen. Voorbeeld: Bring das Buch zurück. — Breng het boek terug. In een bijzin of bij een modaal werkwoord blijft het scheidbare werkwoord als infinitief bij elkaar: Ich will das Buch zurückbringen. — Ik wil het boek terugbrengen. In een gewone hoofdzin staat de vervoegde vorm weer gesplitst: Ich bringe das Buch zurück. — Ik breng het boek terug. ihn is hier de accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor mannelijk enkelvoud en is het lijdend voorwerp van zurückbringen. De vaste vertaling ondersteunt de betekenis hem, maar identificeert niet welk mannelijk enkelvoudig referent ermee wordt bedoeld. De relevante vormtegenstelling is er als onderwerp tegenover ihn als lijdend voorwerp: Er kommt. — Hij komt. Ich sehe ihn. — Ik zie hem. ihn draagt hier niet zelf de betekenis ‘terug’; die betekenis hoort bij zurück in het werkwoord. bitte maakt het bevel beleefder en betekent hier alsjeblieft. Voorbeeld: Komm bitte morgen. — Kom morgen alsjeblieft. vor geeft hier een tijdsrelatie aan: vóór een bepaald moment of een bepaalde gebeurtenis. In deze betekenis staat het bijbehorende zelfstandig naamwoord in de datief. Daarom verschijnt het lidwoord bij das Abendessen als dem Abendessen: das hoort bij het onzijdige enkelvoud in de vorm die hier de basisvorm van het lidwoord is, en dem is de datiefvorm. vor dem Abendessen betekent dus voor het avondeten. In een andere context kan vor ook een plaatsrelatie uitdrukken, maar dat is niet de betekenis in deze zin. Abendessen is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het betekent avondeten en is onzijdig: das Abendessen. Het samengestelde woord benoemt de maaltijd. Voorbeeld: Wir essen vor dem Abendessen nichts. — Wij eten niets vóór het avondeten. Samen bestaat de zin uit de gebiedende wijs Bring ... zurück, het lijdend voorwerp ihn, de beleefdheidsmarkeerder bitte en de tijdsbepaling vor dem Abendessen. De betekenis is: ‘Breng hem alsjeblieft vóór het avondeten terug.’

  8. Wenn er staubig wird, wische ich ihn zuerst ab.

    Als hij stoffig wordt, veeg ik hem eerst af.

    Wenn er
    als hij
    staubig
    stoffig
    wird
    wordt
    wische … ab
    afvegen
    ihn
    hem
    zuerst
    eerst
    Uitgebreide uitleg

    Wenn er opent een voorwaardelijke bijzin: “als hij”. Wenn betekent hier “als/wanneer” en is geen vraagwoord naar een tijdstip. Er is de derde persoon enkelvoud van het persoonlijke voornaamwoord met mannelijk grammaticaal geslacht. Dat grammaticale geslacht hoeft niet te betekenen dat de referent een man is. In de vaste vertaling wordt deze vorm weergegeven als “hij”. staubig betekent hier “stoffig”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na wird een toestand of verandering van toestand beschrijft. Voorbeeld: Das Werkzeug wird sauber. — “Het gereedschap wordt schoon.” wird is de derde persoon enkelvoud van werden, “worden”. Een nuttige tegenwoordige-tijdreeks is ich werde, du wirst, er/sie/es wird, wir/sie werden. In Wenn er staubig wird betekent wird dus “wordt”, niet alleen “is”. wische ... ab komt van het scheidbare werkwoord abwischen, “afvegen”. In een hoofdzin staat het vervoegde deel vooraan in de werkwoordsvorm en het voorvoegsel aan het einde: Ich wische den Tisch ab. — “Ik veeg de tafel af.” Wische is hier de ik-vorm in de tegenwoordige tijd; in de volledige hoofdzin staat het onderwerp ich er direct achter. ihn is de accusatiefvorm van het mannelijke persoonlijke voornaamwoord er: er wordt gebruikt als onderwerp en ihn als lijdend voorwerp. De vaste vertaling geeft hier “hem”; samen met de voorafgaande zin ondersteunt de context dat dit dezelfde eerder genoemde referent is. De vorm ihn markeert dus de rol van lijdend voorwerp, niet noodzakelijk dat de referent een man is. Bij een vrouwelijk of onzijdig lijdend voorwerp staan bijvoorbeeld sie of es. zuerst betekent “eerst” en geeft de volgorde van de handelingen aan. Het verandert niet wie de handeling uitvoert. Samen vormt Wenn er staubig wird de voorwaardelijke bijzin “Als hij stoffig wordt”. In de hoofdzin voert ich de handeling uit: wische ... ab betekent “veeg ... af”, ihn is wat wordt afgeveegd en zuerst bepaalt de volgorde. De volledige betekenis is daarom: “Als hij stoffig wordt, veeg ik hem eerst af.”

  9. Das hilft, die Werkzeuge in gutem Zustand zu halten.

    Dat helpt om het gereedschap in goede staat te houden.

    Das
    dat
    hilft
    helpt
    Werkzeuge
    gereedschap; werktuigen
    gutem
    goede
    Zustand
    staat; toestand
    halten
    houden
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier dat en verwijst naar een eerder genoemde situatie of handeling, zonder dat de zin zelf een specifiek zelfstandig naamwoord als referent vastlegt. Als aanwijzend voornaamwoord staat het in de onzijdige vorm; die vorm verandert hier niet door een zichtbaar genoemd referent. hilft komt van helfen en is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: er/sie/es hilft. De klinkerwisseling in helfen → hilft hoort bij deze vorm. In combinatie met Das betekent het dat helpt. Bijvoorbeeld: Das hilft mir. — Dat helpt mij. die Werkzeuge betekent het gereedschap of letterlijk de werktuigen. Werkzeuge is het meervoud van das Werkzeug; in deze zin is het de groep dingen die men in goede staat wil houden. Het lidwoord die markeert hier het meervoud. Voor één exemplaar staat das Werkzeug. gutem hoort bij het bijvoeglijk naamwoord gut en betekent hier goede. Het krijgt de uitgang -em omdat het deel uitmaakt van in gutem Zustand: Zustand is mannelijk, en in krijgt hier een datiefgroep omdat het om een toestand gaat, niet om een beweging naar een plaats. De vorm gutem is dus de verbogen vorm van gut, niet van Zustand. Zustand betekent staat of toestand. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Zustand. De vaste combinatie in gutem Zustand betekent in goede staat; in schlechtem Zustand betekent in slechte staat. halten is het infinitief van halten en betekent hier houden of in een bepaalde toestand laten blijven. Met zu vormt het zu halten, letterlijk om te houden. In etwas in gutem Zustand halten is etwas datgene wat in die toestand blijft. Bijvoorbeeld: Wir versuchen, das Gerät sauber zu halten. — We proberen het apparaat schoon te houden. Samen vormen Das hilft en die Werkzeuge in gutem Zustand zu halten de constructie Dat helpt om het gereedschap in goede staat te houden. Das is het onderwerp, hilft zegt dat dit ondersteunend werkt, en zu halten geeft aan welke handeling daardoor wordt vergemakkelijkt.

Grammatica

Trennbare Verben: Präfix am Satzende

Ich wische den Werkzeugkasten ab.

ich visje deen veerk-tsoik-kastun ap

Ik veeg de gereedschapskist af.

Bij scheidbare werkwoorden staat het voorvoegsel in een gewone hoofdzin achteraan: abwischen → wische ... ab.

Imperativ bei nehmen: Nimm ...

Nimm den kleinen Schraubenzieher.

nim deen klajnun sjrauben-tsiejer

Neem de kleine schroevendraaier.

De gebiedende wijs van nehmen voor één persoon is Nimm; het onderwerp du wordt weggelaten.

Duits woordenschat

ausleihen werkwoord
auslajun lenen

Kann ich deinen Schraubenzieher für eine kleine Reparatur ausleihen?

blau bijvoeglijk naamwoord
blau blauw blauen

im blauen Werkzeugkasten

festziehen werkwoord
fest-tsieën aandraaien

Ich muss die Regalhalterungen festziehen.

klein bijvoeglijk naamwoord
klajn klein kleine

für eine kleine Reparatur

liegen werkwoord
liegun liggen liegt

Er liegt im blauen Werkzeugkasten.

mittelgroß bijvoeglijk naamwoord
mitl-groos middelgroot mittelgroßen

den mittelgroßen Schraubenzieher

nehmen werkwoord
neemun nemen Nimm

Nimm den mittelgroßen Schraubenzieher.

passen werkwoord
pasun passen passt

Er passt besser zu diesen Halterungen.

Regalhalterung zelfstandig naamwoord
reegaal-haltoeng plankbeugel Regalhalterungen

Ich muss die Regalhalterungen festziehen.

Reparatur zelfstandig naamwoord
reparatoer reparatie

Kann ich deinen Schraubenzieher für eine kleine Reparatur ausleihen?

Schraubenzieher zelfstandig naamwoord
sjrauben-tsiejer schroevendraaier

Kann ich deinen Schraubenzieher für eine kleine Reparatur ausleihen?

Werkzeugkasten zelfstandig naamwoord
veerk-tsoik-kastun gereedschapskist

Er liegt im blauen Werkzeugkasten.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Hij ligt in de blauwe gereedschapskist.

Antwoord tonenEr liegt im blauen Werkzeugkasten.

Ik moet de plankbeugels aandraaien.

Antwoord tonenIch muss die Regalhalterungen festziehen.

Gebruik de middelgrote schroevendraaier.

Antwoord tonenNimm den mittelgroßen Schraubenzieher.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

blauw

Antwoord tonenblauen

klein

Antwoord tonenkleine

aandraaien

Antwoord tonenfestziehen

lenen

Antwoord tonenausleihen