Een laptopoplader lenen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At work, one person borrows a laptop charger, checks the connector, and agrees where to return it..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een laptopoplader lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Der Akku meines Laptops ist fast leer.

Dee-uh akkoe mai-nuhs lèptops ist fast lee-uh. De batterij van mijn laptop is bijna leeg.
B

Du kannst mein Ladegerät bis zum Meeting ausleihen.

Doe kanst main laa-duh-guh-rèèt bis tsoem mie-ting aus-lai-uhn. Je kunt mijn oplader lenen tot de vergadering.
A

Ist es mit meinem Laptop kompatibel?

Ist es mit mai-nuhm lèptop kom-pa-tie-bee-buh-l? Is hij geschikt voor mijn laptop?
B

Das sollte so sein, aber überprüfe zuerst den Stecker.

Das zoll-tuh zoo zain, aa-buh uu-buh-pruu-fuh tsoe-uhst deen sjtek-uh. Dat zou moeten, maar controleer eerst de stekker.
A

Der Stecker passt, und der Akku wird jetzt geladen.

Dee-uh sjtek-uh past, oent dee-uh akkoe virt jetst guh-laa-duhn. De stekker past en de batterij wordt nu opgeladen.
B

Leg es zurück auf meinen Schreibtisch, wenn du fertig bist.

Leek es tsoe-ruk auf main-uhn sjraip-tisj, ven doe fèr-tich bist. Leg hem terug op mijn bureau als je klaar bent.
A

Ich lege es zurück, bevor du gehst.

Isj lee-guh es tsoe-ruk, buh-foo-uh doe gee-st. Ik leg hem terug voordat je weggaat.
B

Dann habe ich genug Zeit, bevor ich es wieder brauche.

Dan haa-buh isj guh-noek tsait, buh-foo-uh isj es wie-duh brau-chuh. Dan heb ik genoeg tijd voordat ik hem weer nodig heb.

Uitleg van de zinnen

  1. Der Akku meines Laptops ist fast leer.

    De batterij van mijn laptop is bijna leeg.

    Akku
    batterij
    meines
    mijn
    Laptops
    laptop
    ist
    is
    fast
    bijna
    leer
    leeg
    Uitgebreide uitleg

    Akku betekent hier een oplaadbare batterij. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Akku; het meervoud is die Akkus. Voorbeeld: Mein Akku ist voll. — Mijn batterij is vol. meines is de verbogen vorm van het bezittelijk woord mein. Hier staat het bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in de genitief en betekent het “mijn” in de woordgroep “van mijn laptop”. Het zegt hier dus dat de laptop van de spreker is, niet dat de batterij afzonderlijk als bezit wordt aangeduid. Laptops is de genitief enkelvoud van der Laptop. Dit zelfstandig naamwoord krijgt in deze vorm de uitgang -s: der Laptop → des Laptops. Samen betekenen meines Laptops “van mijn laptop”. Voorbeeld: Der Bildschirm meines Laptops ist groß. — Het scherm van mijn laptop is groot. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd: sein → ist. Het verbindt hier het onderwerp Der Akku met de toestand leer. fast is een bijwoord met de betekenis “bijna”. Het geeft aan dat de batterij niet volledig leeg is, maar dicht bij die toestand komt. Voorbeeld: Der Akku ist fast voll. — De batterij is bijna vol. leer betekent hier “zonder of met bijna geen resterende lading”. Als predicatief bijvoeglijk naamwoord staat het na ist zonder verbuigingsuitgang. Het bruikbare contrast is voll (“vol”): Der Akku ist leer. — De batterij is leeg. De zin bouwt van links naar rechts op: Der Akku is het onderwerp, meines Laptops specificeert van welke laptop de batterij is, en ist fast leer beschrijft de toestand ervan. De volledige betekenis is: “De batterij van mijn laptop is bijna leeg.”

  2. Du kannst mein Ladegerät bis zum Meeting ausleihen.

    Je kunt mijn oplader lenen tot de vergadering.

    Du kannst
    je kunt
    Ladegerät
    oplader
    bis zum Meeting
    tot de vergadering
    ausleihen
    lenen
    Uitgebreide uitleg

    Du kannst: können betekent “kunnen” en kannst is de vorm voor du in de tegenwoordige tijd. Als modaal werkwoord staat het vervoegde werkwoord op de tweede plaats en blijft het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Du kannst das nehmen = “Je kunt dat nemen.” Ladegerät: dit zelfstandige naamwoord betekent hier “oplader” en is onzijdig: das Ladegerät. Het is een samenstelling van laden (“opladen/laden”) en Gerät (“apparaat”), maar als geheel benoemt het een oplader. In mein Ladegerät verwijst mein naar dit onzijdige zelfstandig naamwoord; in de accusatief blijft de vorm mein hetzelfde. Voorbeeld: Ich brauche mein Ladegerät. = “Ik heb mijn oplader nodig.” bis zum Meeting: dit geeft de tijdsgrens aan: “tot de vergadering”. zum is de vaste samentrekking van zu dem; bij Meeting staat dus het lidwoord dem, omdat zu de datief vraagt. Meeting is hier onzijdig: das Meeting. De constructie bis zum ... is bruikbaar voor een eindpunt in de tijd, bijvoorbeeld bis zum Abend = “tot de avond”. ausleihen: dit werkwoord betekent in deze zin “lenen”. Bij de betekenis “iets lenen” kan het zonder sich worden gebruikt, zoals in ein Buch ausleihen = “een boek lenen”. Het is een scheidbaar werkwoord (aus + leihen), maar na het modale werkwoord können blijft het als volledige infinitief aan het einde staan: Du kannst mein Ladegerät ausleihen. Samen vormen de delen: Du kannst (“je kunt”) + mein Ladegerät (“mijn oplader”) + bis zum Meeting (“tot de vergadering”) + ausleihen (“lenen”). De volledige betekenis is daarom: “Je kunt mijn oplader tot de vergadering lenen.”

  3. Ist es mit meinem Laptop kompatibel?

    Is hij geschikt voor mijn laptop?

    Ist es
    is het
    kompatibel
    compatibel; geschikt
    mit
    met
    meinem
    mijn
    Laptop
    laptop
    Uitgebreide uitleg

    Ist es vormt hier de ja-neevraag: ist is de tegenwoordige tijd van sein bij es (derde persoon enkelvoud). es is het grammaticale onderwerp. De Nederlandse vertaling geeft dit weer met “hij”; de Duitse zin noemt zelf niet met een zelfstandig naamwoord welk apparaat met es wordt bedoeld. Herbruikbaar patroon: Ist es kompatibel? — “Is het compatibel?” kompatibel is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “compatibel” of, in deze context, “geschikt om samen te werken”. Na sein staat het zonder uitgang: ist kompatibel. Het beschrijft es; de vorm wordt niet door Laptop beïnvloed. Een nuttig contrast is inkompatibel — “incompatibel”. In deze zin krijgt kompatibel zijn aanvulling met mit: kompatibel mit .... mit betekent “met” en staat in het Duits met de datief. Hier leidt het de aanvulling in die aangeeft waarmee iets compatibel is. meinem is de datiefvorm van het bezittelijk woord mein bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Laptop: mit meinem Laptop. De uitgang -em markeert hier de datief in deze combinatie. Vergelijk mein Laptop (mannelijk nominatief), meinen Laptop (mannelijk accusatief) en mit meinem Laptop (mannelijk datief). Laptop is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Laptop. Na mit staat het in de datief, maar het zelfstandig naamwoord zelf krijgt hier geen zichtbare uitgang: mit meinem Laptop. Voorbeeld: Ich arbeite mit meinem Laptop. — “Ik werk met mijn laptop.” Samen vormen Ist es + kompatibel + mit meinem Laptop de vraag “Is het compatibel met mijn laptop?” De constructie is herbruikbaar met een ander voorwerp, bijvoorbeeld Ist es mit meinem Drucker kompatibel? — “Is het compatibel met mijn printer?”

  4. Das sollte so sein, aber überprüfe zuerst den Stecker.

    Dat zou moeten, maar controleer eerst de stekker.

    Das
    dat
    sollte
    zou moeten
    so sein
    zo zijn
    überprüfe
    controleer
    zuerst
    eerst
    Stecker
    stekker
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en verwijst naar de voorafgaande gedachte of situatie: of het compatibel is. Als zelfstandig aanwijzend voornaamwoord staat het in de onzijdige vorm; de concrete referent wordt niet als zelfstandig naamwoord herhaald. sollte is de vorm van sollen. Hier drukt deze vorm uit dat iets zo zou moeten zijn: sollen → sollte (voorwaardelijke/voorzichtige vorm) → “zou moeten”. De vorm sollte kan in andere contexten ook verleden tijd zijn, maar in deze zin geeft de combinatie met sein een verwachting of vereiste weer. so sein bestaat uit so (“zo”) en het infinitief sein (“zijn”). Samen betekent het “zo zijn” of “op die manier zijn”. Na een modaal werkwoord blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief staan: Das sollte so sein = “Dat zou zo moeten zijn”. überprüfe is de informele gebiedende wijs van überprüfen (“controleren”, “verifiëren”), gericht aan één persoon. De vorm gebruikt dezelfde stam als het werkwoord, maar de uitgang van een beleefde of meervoudige aanspreekvorm zou anders zijn; die andere vorm staat hier niet. zuerst betekent “eerst” en ordent de handelingen: het controleren gebeurt vóór een volgende handeling. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Stecker betekent hier “stekker”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Stecker; het meervoud is die Stecker. In deze zin staat het na überprüfe als het directe object; in de aangeleverde woordgroep is alleen het lexicale deel Stecker geselecteerd, terwijl het lidwoord in de volledige zin ervoor staat. De zin is opgebouwd als Das sollte so sein + aber + überprüfe zuerst den Stecker. Het eerste deel zegt dat de veronderstelde toestand zou moeten kloppen. aber (“maar”) introduceert daarna een tegenstelling, en het bevel vraagt om eerst de stekker te controleren. Samen betekent de hele uiting: “Dat zou zo moeten zijn, maar controleer eerst de stekker.”

  5. Der Stecker passt, und der Akku wird jetzt geladen.

    De stekker past en de batterij wordt nu opgeladen.

    Der Stecker
    de stekker
    passt
    past
    der Akku
    de batterij
    wird … geladen
    wordt opgeladen
    jetzt
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Der Stecker betekent hier “de stekker”. der is hier het bepaald lidwoord voor een mannelijk zelfstandig naamwoord in het nominatief enkelvoud; de woordgroep is het onderwerp. Het patroon der + zelfstandig naamwoord kan dus onder deze voorwaarden een bepaald mannelijk enkelvoudig onderwerp vormen. passt komt van passen en betekent hier “past”. Het is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: passen → er/sie/es passt. Bij een meervoudig onderwerp staat passen, bijvoorbeeld: Die Stecker passen. — “De stekkers passen.” der Akku betekent hier “de batterij”. Akku is een mannelijk zelfstandig naamwoord; als onderwerp in het nominatief enkelvoud krijgt het het bepaalde lidwoord der. wird ... geladen is de tegenwoordige lijdende vorm van laden. wird is de vorm van werden voor de derde persoon enkelvoud, en geladen is het voltooid deelwoord van laden. Samen betekent dit dat de batterij wordt opgeladen: de batterij ondergaat de handeling. jetzt betekent “nu” en geeft aan dat het opladen op dit moment gebeurt. In de zin staat het tussen wird en geladen, binnen de lijdende constructie. De twee mededelingen zijn met und verbonden. Der Stecker passt betekent “De stekker past”. Der Akku wird jetzt geladen betekent “De batterij wordt nu opgeladen”. Samen betekent de hele zin: “De stekker past en de batterij wordt nu opgeladen.”

  6. Leg es zurück auf meinen Schreibtisch, wenn du fertig bist.

    Leg hem terug op mijn bureau als je klaar bent.

    Leg
    leg
    zurück
    terug
    auf
    op
    Schreibtisch
    bureau; schrijftafel
    wenn
    als; wanneer
    fertig
    klaar
    bist
    bent
    Uitgebreide uitleg

    Leg is de gebiedende wijs (imperatief) van legen (“leggen”). Voor een informele enkelvoudige opdracht aan du gebruikt het Duits hier Leg ...; het onderwerp wordt niet uitgesproken. Legen betekent iets ergens neerleggen, terwijl liegen betekent dat iets ergens ligt. zurück betekent hier “terug” en geeft aan dat iets naar een eerdere plaats wordt gebracht. Samen vormen Leg ... zurück een scheidbare constructie: in deze opdracht staat Leg vooraan en zurück achter het object. Bijvoorbeeld: Leg das Buch zurück. — “Leg het boek terug.” auf betekent hier “op”. Bij een beweging naar een plaats gebruikt het Duits met auf de vierde naamval (accusatief): auf meinen Schreibtisch. Dat verschilt van een vaste plaats, bijvoorbeeld Das Buch liegt auf meinem Schreibtisch — “Het boek ligt op mijn bureau.” Schreibtisch is een zelfstandig naamwoord voor een bureau of schrijftafel. Het is mannelijk: der Schreibtisch. In meinen Schreibtisch staat het in de accusatief na het bewegingswerkwoord legen; daarom is het bezittelijk woord meinen, niet mein. wenn leidt hier een voorwaardelijke/tijdelijke bijzin in met de betekenis “als” of “wanneer”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. De volgorde is dus wenn du fertig bist, niet een volgorde met bist direct na du. fertig betekent hier “klaar”, in de zin dat de bedoelde persoon met een taak of handeling is geëindigd. Als predicatief bijvoeglijk naamwoord na sein krijgt het geen uitgang: Du bist fertig — “Je bent klaar.” bist is de tweede persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd: sein — du bist. Het verwijst grammaticaal naar het onderwerp du in de bijzin. Vergelijk: Ich bin fertig — “Ik ben klaar.” es is in de hoofdzin het lijdend voorwerp van legen: iets wordt teruggelegd. Het is een onzijdig persoonlijk voornaamwoord; de vaste Nederlandse vertaling geeft dit weer als hem, maar de exacte zaak waarnaar es verwijst wordt in deze zin zelf niet benoemd. meinen Schreibtisch is daarentegen de bestemming: het bureau waarop iets wordt gelegd. De volledige structuur is Leg es zurück auf meinen Schreibtisch, wenn du fertig bist: “Leg het terug op mijn bureau als je klaar bent.” De hoofdzin bevat de opdracht Leg es zurück en de plaatsbepaling auf meinen Schreibtisch; de bijzin wenn du fertig bist geeft aan wanneer de opdracht moet worden uitgevoerd.

  7. Ich lege es zurück, bevor du gehst.

    Ik leg hem terug voordat je weggaat.

    lege … zurück
    terugleggen
    es
    hem
    bevor
    voordat
    gehst
    weggaat
    Uitgebreide uitleg

    lege … zurück hoort bij het scheidbare werkwoord zurücklegen (‘terugleggen’). In deze zin is lege de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud, van legen; het onderwerp ich maakt duidelijk dat de spreker iets teruglegt. Bij een scheidbaar werkwoord staat het deel zurück in een hoofdzin achteraan: Ich lege es zurück. In een woordenboekvorm blijft het één werkwoord: zurücklegen. Voorbeeld: Ich lege das Buch zurück. — Ik leg het boek terug. es is hier het onzijdige voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief), als lijdend voorwerp van lege ... zurück. Volgens de vaste vertaling verwijst het in deze uiting naar het bedoelde object: ‘hem’. De vormkeuze van het Duitse voornaamwoord hangt af van het grammaticale geslacht en de naamval van het antecedent; es zelf is niet de vorm voor elk mannelijk object. Voorbeeld: Ich sehe es. — Ik zie het. bevor leidt een bijzin in die aangeeft dat iets eerder plaatsvindt dan de handeling in die bijzin: ‘voordat’. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het patroon is bevor + onderwerp + ... + werkwoord. gehst is de tweede persoon enkelvoud van gehen (‘gaan’), in de tegenwoordige tijd. In du gehst betekent het hier ‘je weggaat’. De uitgang -st markeert hier de vorm bij du; de infinitief is gehen. Voorbeeld: Du gehst jetzt. — Je gaat nu. Samen betekent Ich lege es zurück ‘Ik leg hem terug’. De bijzin bevor du gehst bepaalt wanneer dat gebeurt: ‘voordat je weggaat’. De volledige uiting is dus: ‘Ik leg hem terug voordat je weggaat.’

  8. Dann habe ich genug Zeit, bevor ich es wieder brauche.

    Dan heb ik genoeg tijd voordat ik hem weer nodig heb.

    Dann
    dan
    habe
    heb
    ich
    ik
    genug
    genoeg
    Zeit
    tijd
    bevor
    voordat
    es
    hem
    wieder
    weer
    brauche
    nodig heb
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” als tijdsaanduiding: op dat moment of daarna. Het kan ook een gevolg inleiden, maar in deze zin gaat het om de tijdsrelatie. habe is de ik-vorm van haben in de tegenwoordige tijd: ich habe. Omdat Dann vooraan staat, komt het vervoegde werkwoord op de tweede plaats en volgt het onderwerp: Dann habe ich .... Voorbeeld: Heute habe ich Zeit. — “Vandaag heb ik tijd.” ich is de eerste persoon enkelvoud: “ik”. In habe ich blijft de betekenis “ik heb”; de volgorde is hier het gevolg van de positie van Dann in de hoofdzin. genug betekent “genoeg” en verandert hier niet van vorm. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord: genug Zeit — “genoeg tijd”. Voorbeeld: Wir haben genug Wasser. — “We hebben genoeg water.” Zeit is een zelfstandig naamwoord en betekent “tijd”. Het heeft in het Duits een hoofdletter. De combinatie genug Zeit haben betekent “genoeg tijd hebben”. bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: bevor ich es wieder brauche. Voorbeeld: Ich gehe, bevor es dunkel wird. — “Ik ga voordat het donker wordt.” es is hier een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval en is het voorwerp van brauche. In de gegeven context verwijst het naar het eerder genoemde voorwerp; de vaste vertaling geeft dat weer met “hem”. De vorm es zelf laat hier niet zien welk concreet voorwerp bedoeld wordt. wieder betekent “weer” of “opnieuw”. Het geeft aan dat de behoefte aan het voorwerp opnieuw optreedt. Voorbeeld: Ich komme morgen wieder. — “Ik kom morgen weer.” brauche is de ik-vorm van brauchen in de tegenwoordige tijd: ich brauche — “ik heb nodig”. In de bijzin staat deze vorm aan het einde. brauchen neemt het benodigde ding als voorwerp: Ich brauche es. — “Ik heb het nodig.” Samen betekent Dann habe ich genug Zeit “Dan heb ik genoeg tijd”. De bijzin bevor ich es wieder brauche specificeert het moment: “voordat ik het weer nodig heb”. De volledige betekenis is dus: “Dan heb ik genoeg tijd voordat ik hem weer nodig heb.”

Grammatica

Bevor + Nebensatz: Verb am Ende

Bevor du gehst, überprüfe den Akku.

Buh-foo-uh doe gee-st, uu-buh-pruu-fuh deen akkoe.

Voordat je gaat, controleer de accu.

Na „bevor“ staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.

Duits woordenschat

Akku zelfstandig naamwoord
akkoe accu, batterij

Der Akku meines Laptops ist fast leer.

ausleihen werkwoord
aus-lai-uhn lenen

Du kannst mein Ladegerät bis zum Meeting ausleihen.

kompatibel bijvoeglijk naamwoord
kom-pa-tie-bee-buh-l compatibel

Ist es mit meinem Laptop kompatibel?

Ladegerät zelfstandig naamwoord
laa-duh-guh-rèèt oplader

Du kannst mein Ladegerät bis zum Meeting ausleihen.

laden werkwoord
laa-duhn opladen geladen

Der Akku wird jetzt geladen.

Laptop zelfstandig naamwoord
lèptop laptop Laptops

Der Akku meines Laptops ist fast leer.

leer bijvoeglijk naamwoord
lee-uh leeg

Der Akku meines Laptops ist fast leer.

Meeting zelfstandig naamwoord
mie-ting vergadering, meeting

Du kannst mein Ladegerät bis zum Meeting ausleihen.

passen werkwoord
pas-uhn passen, geschikt zijn passt

Der Stecker passt.

Stecker zelfstandig naamwoord
sjtek-uh stekker, connector

Überprüfe zuerst den Stecker.

überprüfen werkwoord
uu-buh-pruu-fuhn controleren, nakijken überprüfe

Überprüfe zuerst den Stecker.

zuerst bijwoord
tsoe-uhst eerst

Überprüfe zuerst den Stecker.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is hij geschikt voor mijn laptop?

Antwoord tonenIst es mit meinem Laptop kompatibel?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vergadering, meeting

Antwoord tonenMeeting

controleren, nakijken

Antwoord tonenüberprüfe

accu, batterij

Antwoord tonenAkku

laptop

Antwoord tonenLaptops