Der
„Der“ is hier het bepaalde lidwoord bij „Akku“: het gaat om de specifieke accu van de laptop. Een bruikbaar patroon is „Der“ + een zelfstandig naamwoord bij een mededeling over iets specifieks.
Akku
„Akku“ betekent hier de accu of batterij van de laptop. In „Der Akku meines Laptops“ is het de bron van de toestand „fast leer“; je gebruikt het bij apparaten met een accu.
meines
„meines“ geeft hier aan dat de laptop bij de spreker hoort: „meines Laptops“ betekent van mijn laptop. De vorm staat vóór het bezittelijke zelfstandig naamwoord in deze constructie.
Laptops
„Laptops“ verwijst hier naar de laptop die bij de spreker hoort. De uitgang „-s“ markeert in „meines Laptops“ de bezitsrelatie; het bruikbare patroon is „meines“ + „Laptops“.
ist
„ist“ betekent hier „is“ en beschrijft de toestand van de accu in „Der Akku meines Laptops ist fast leer“. Je gebruikt „ist“ om een toestand of eigenschap mee te delen.
fast
„fast“ betekent hier „bijna“: de accu is nog niet helemaal leeg. In „fast leer“ staat het vóór de toestandsbeschrijving en verzacht het de uitspraak.
leer
„leer“ betekent hier dat de accu geen of bijna geen lading meer heeft. In „ist fast leer“ beschrijft het de toestand van de accu; hetzelfde patroon werkt voor een voorwerp dat bijna leeg is.
Du
„Du“ betekent „jij“ en spreekt de andere persoon rechtstreeks aan. In „Du kannst mein Ladegerät ... ausleihen“ is „Du“ degene die de oplader mag lenen.
kannst
„kannst“ drukt hier uit dat de aangesproken persoon iets mag of kan doen. In „Du kannst mein Ladegerät ... ausleihen“ staat het bij „Du“ en staat de handeling „ausleihen“ verderop in de zin.
mein
„mein“ betekent hier „mijn“ en geeft aan dat de oplader van de spreker is: „mein Ladegerät“. Het staat vóór het voorwerp dat wordt aangeboden om te lenen.
Ladegerät
„Ladegerät“ betekent „oplader“, hier de oplader voor de laptop. In „mein Ladegerät ... ausleihen“ is het voorwerp dat de andere persoon mag lenen.
bis
„bis“ geeft hier het eindpunt in de tijd aan: tot aan de vergadering. In „bis zum Meeting“ verbindt het de handeling met een tijdstip of gebeurtenis als deadline.
zum
„zum“ betekent hier „tot aan het“ in „bis zum Meeting“ en is de samengevoegde vorm van „zu dem“. Het bruikbare patroon is „bis zum“ + een tijdstip of gebeurtenis.
Meeting
„Meeting“ betekent hier de vergadering die als tijdsgrens dient. In „bis zum Meeting“ geeft het aan hoe lang de oplader geleend mag worden.
ausleihen
„ausleihen“ betekent hier iets lenen en daarna teruggeven; het gaat om de oplader van iemand anders gebruiken. In „Du kannst mein Ladegerät ... ausleihen“ staat het na „kannst“ als de handeling die mogelijk is.
es
„es“ verwijst hier naar „Ladegerät“, dus naar de oplader. In „Ist es mit meinem Laptop kompatibel?“ is het de zaak waarvan wordt gevraagd of die geschikt is voor de laptop.
mit
„mit“ betekent hier „met“ en koppelt de oplader aan het apparaat waarmee die moet werken. In „mit meinem Laptop kompatibel“ staat het vóór het apparaat waarmee de compatibiliteit wordt beoordeeld.
meinem
„meinem“ betekent hier „mijn“ in „mit meinem Laptop“. Na „mit“ krijgt het bezittelijke woord deze vorm; het bruikbare patroon is „mit meinem“ + apparaat.
Laptop
„Laptop“ verwijst hier naar het apparaat van de spreker waarmee de oplader compatibel moet zijn. In „mit meinem Laptop kompatibel“ is het het apparaat waarmee de vergelijking wordt gemaakt.
kompatibel
„kompatibel“ betekent hier dat de oplader met de laptop kan werken. In „mit meinem Laptop kompatibel“ wordt het gekoppeld aan het apparaat waarmee de geschiktheid wordt gecontroleerd.
Das
„Das“ verwijst hier naar de verwachting dat de oplader geschikt is voor de laptop. In „Das sollte so sein“ vat het de voorafgaande situatie samen.
sollte
„sollte“ drukt hier een voorzichtige verwachting uit: volgens de spreker zou het compatibel moeten zijn. In „Das sollte so sein“ wordt die verwachting gevolgd door een controle.
so
„so“ betekent hier „zo“ of „op die manier“ en verwijst naar de eerder besproken compatibiliteit. In „Das sollte so sein“ maakt het duidelijk welke situatie bedoeld wordt.
sein
„sein“ betekent hier „zijn“ en hoort bij „Das sollte so sein“. Na „sollte“ benoemt het de toestand die volgens de spreker verwacht wordt.
aber
„aber“ betekent „maar“ en zet de voorzichtige verwachting tegenover de opdracht om te controleren. In „..., aber überprüfe zuerst den Stecker“ verbindt het twee tegengestelde stappen.
überprüfe
„überprüfe“ is hier een directe opdracht om iets te controleren. In „überprüfe zuerst den Stecker“ staat het vóór het voorwerp dat nagekeken moet worden.
zuerst
„zuerst“ betekent „eerst“ en geeft aan dat het controleren vóór de andere handeling moet gebeuren. In „überprüfe zuerst den Stecker“ bepaalt het de volgorde van de stappen.
den
„den“ is hier het bepaalde lidwoord bij de specifieke stekker die gecontroleerd moet worden. In „den Stecker“ staat het vóór het voorwerp van de opdracht.
Stecker
„Stecker“ betekent hier de stekker of connector van de oplader. In „überprüfe zuerst den Stecker“ is het precies het onderdeel waarvan gecontroleerd wordt of het past.
passt
„passt“ betekent hier dat de stekker fysiek geschikt is en goed aansluit. In „Der Stecker passt“ wordt kort gemeld dat de controle geslaagd is.
und
„und“ betekent „en“ en verbindt twee mededelingen: de stekker past en de accu wordt geladen. In „passt, und der Akku ...“ koppelt het twee opeenvolgende observaties.
wird
„wird“ helpt hier om uit te drukken dat de accu op dit moment wordt geladen. Samen met „jetzt geladen“ vormt het de passieve beschrijving van wat er met de accu gebeurt.
jetzt
„jetzt“ betekent „nu“ en benadrukt dat het laden op dit moment bezig is. In „wird jetzt geladen“ geeft het de actuele tijd aan.
geladen
„geladen“ betekent hier „opgeladen“ en beschrijft wat er met de accu gebeurt. In „wird jetzt geladen“ staat het als voltooid deelwoord in de constructie voor een handeling die de accu ondergaat.
Leg
„Leg“ is hier een opdracht om de oplader ergens neer te leggen. In „Leg es zurück“ staat het vóór het voorwerp en de richtingsaanduiding.
zurück
„zurück“ betekent hier „terug“, naar de eerdere plaats van de oplader. In „Leg es zurück“ staat het bij de handeling van terugleggen.
auf
„auf“ geeft hier de bestemming aan: de oplader moet op het bureau worden gelegd. In „auf meinen Schreibtisch“ staat het vóór de plek waar iets terechtkomt.
meinen
„meinen“ betekent hier „mijn“ in „meinen Schreibtisch“. Het staat vóór de plaats waar de oplader moet worden teruggelegd.
Schreibtisch
„Schreibtisch“ betekent „bureau“ en is hier de afgesproken plaats om de oplader terug te leggen. In „auf meinen Schreibtisch“ benoemt het de bestemming van de handeling.
wenn
„wenn“ betekent hier „als“ of „wanneer“ en leidt de voorwaarde in voor het terugleggen. In „wenn du fertig bist“ staat de persoonsvorm „bist“ aan het einde van de bijzin.
fertig
„fertig“ betekent hier „klaar“, namelijk klaar met het gebruik van de oplader. In „wenn du fertig bist“ beschrijft het wanneer de afgesproken handeling moet plaatsvinden.
bist
„bist“ betekent hier „bent“ en hoort bij „du“ in „du fertig bist“. Het staat aan het einde van de bijzin die met „wenn“ begint.
Ich
„Ich“ betekent „ik“ en verwijst naar de persoon die belooft de oplader terug te leggen. In „Ich lege es zurück“ is „Ich“ degene die de handeling uitvoert.
lege
„lege“ betekent hier „leg“ of „plaats“ en beschrijft de handeling van de spreker. In „Ich lege es zurück“ staat het bij „Ich“ en krijgt het voorwerp „es“ de betekenis van de oplader.
bevor
„bevor“ betekent „voordat“ en geeft aan dat het terugleggen eerder gebeurt dan het vertrek van de ander. In „bevor du gehst“ leidt het een tijdsbepaling in.
gehst
„gehst“ betekent hier „gaat“ of „vertrekt“ en verwijst naar het weggaan van de andere persoon. In „bevor du gehst“ hoort het bij „du“ en staat het aan het einde van de bijzin.
Dann
„Dann“ betekent „dan“ en verbindt de belofte met het gevolg voor de ander. In „Dann habe ich genug Zeit“ geeft het aan wat er door die timing mogelijk wordt.
habe
„habe“ betekent hier „heb“ en beschrijft dat de spreker voldoende tijd zal hebben. In „Dann habe ich genug Zeit“ staat het werkwoord vóór „ich“ na het vooropgeplaatste „Dann“.
genug
„genug“ betekent „genoeg“ en geeft hier aan dat de beschikbare tijd voldoende is. In „genug Zeit“ staat het vóór het zelfstandig naamwoord dat wordt gekwantificeerd.
Zeit
„Zeit“ betekent „tijd“, hier de tijd tussen het terugleggen en het moment waarop de oplader weer nodig is. In „genug Zeit“ gaat het om een voldoende hoeveelheid tijd.
wieder
„wieder“ betekent hier „weer“ of „opnieuw“ en verwijst naar een later moment waarop de oplader opnieuw nodig is. In „es wieder brauche“ staat het vóór de handeling die opnieuw zal plaatsvinden.
brauche
„brauche“ betekent hier „nodig heb“ en beschrijft dat de spreker de oplader later opnieuw nodig heeft. In „bevor ich es wieder brauche“ staat het aan het einde van de bijzin en heeft „es“ de oplader als voorwerp.