Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een grote pan lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Kann ich heute deine große Pfanne ausleihen?
kan iesj hoi-tuh dai-nuh groo-suh pfan-uh aus-lai-uhn? Kan ik vandaag je grote pan lenen?Das kannst du, aber pass auf den Griff auf, denn er wird heiß.
das kanst doe, aa-buh pas owf dehn grif owf, den air virt hais. Dat kan, maar pas op voor het handvat, want dat wordt heet.Kann ich die Pfanne auf diesem Herd benutzen?
kan iesj dee pfan-uh owf dee-zum heert beh-noets-uhn? Kan ik de pan op deze kookplaat gebruiken?Das sollte gut gehen, wenn du die Hitze niedrig hältst.
das zol-tuh goet gay-uhn, ven doe dee hit-suh nee-driegsj helst. Dat moet goed gaan als je het vuur laag houdt.Ich spüle sie gleich nach dem Abendessen.
iesj sjpuu-luh zee glaaisj naag dehm aa-bent-es-uhn. Ik was de pan meteen na het eten af.Bitte trockne sie gut ab, bevor du sie mir zurückbringst.
bit-uh trok-nuh zee goet ap, beh-fohr doe zee mier tsu-ruk-bringst. Droog hem goed af voordat je hem bij mij terugbrengt.Wann möchtest du sie zurückhaben?
van meusj-test doe zee tsu-ruk-haa-buhn? Wanneer wil je hem terug hebben?Nach dem Abendessen ist es in Ordnung.
naag dehm aa-bent-es-uhn ist es in or-dnoeng. Na het eten is prima.Ich brauche sie erst später in dieser Woche wieder.
iesj brouw-guh zee èrst sjpee-tuh in dee-zuh voh-guh vee-duh. Ik heb hem deze week pas later weer nodig.Uitleg van de zinnen
Kann ich heute deine große Pfanne ausleihen?
Kan ik vandaag je grote pan lenen?
- Kann ich
- kan ik ...?
- heute
- vandaag
- deine
- je/jouw
- große
- grote
- Pfanne
- pan
- ausleihen
- lenen
Uitgebreide uitleg
Kann ich betekent hier “kan ik …?”: kann is de vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd, met ich als onderwerp. In deze vraag staat het vervoegde werkwoord vooraan. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Kann ich das machen? = “Kan ik dat doen?” heute betekent “vandaag” en geeft aan wanneer de handeling plaatsvindt. Het is een bijwoord en verandert hier niet van vorm. deine betekent hier “je/jouw” en hoort bij Pfanne. Het is een bezittelijk bepalend woord in de vrouwelijke enkelvoudige accusatief. De accusatief hangt hier samen met de rol van Pfanne als het voorwerp dat geleend wordt. deine draagt de relevante vorm; Pfanne zelf verandert in deze naamval niet. Vergelijk dein Topf (mannelijk) met deine Pfanne (vrouwelijk enkelvoud). große betekent “grote” en beschrijft Pfanne. Het bijvoeglijk naamwoord staat hier in de vrouwelijke enkelvoudige accusatief en krijgt na deine de uitgang -e: deine große Pfanne. De basisvorm is groß; de vergrotende trap is größer. Pfanne betekent hier “pan”, in het bijzonder een koekenpan. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Pfanne. In deze zin staat het in de accusatief, omdat het de zaak is die men wil lenen. Bij dit woord ziet de vorm in nominatief en accusatief er hetzelfde uit; andere woorden, zoals deine en große, tonen hier wel grammaticale informatie. ausleihen betekent hier “lenen”, dus iets tijdelijk van iemand nemen. Het is een scheidbaar werkwoord. Zonder modaal werkwoord kan het voorvoegsel in een hoofdzin loskomen: Ich leihe mir die Pfanne aus = “Ik leen de pan.” Na kann blijft de volledige infinitief samen: Ich kann mir die Pfanne ausleihen = “Ik kan de pan lenen.” In de vaste vraag geeft ausleihen de bedoelde handeling aan. Samen vormen de delen de vraag Kann ich heute deine große Pfanne ausleihen?: “Kan ik vandaag je grote pan lenen?” Kann ich vraagt naar mogelijkheid of toestemming, heute bepaalt het tijdstip, deine große Pfanne benoemt het voorwerp en ausleihen benoemt de handeling.
Das kannst du, aber pass auf den Griff auf, denn er wird heiß.
Dat kan, maar pas op voor het handvat, want dat wordt heet.
- Das
- dat
- kannst du
- je kunt
- pass … auf
- pas op
- Griff
- handvat
- er
- hij (voor het handvat)
- wird
- wordt
- heiß
- heet
Uitgebreide uitleg
Das staat hier zelfstandig en betekent in deze zin “dat”. Het is dus geen lidwoord vóór een zelfstandig naamwoord. De precieze referentie van dit aanwijzende voornaamwoord wordt niet afzonderlijk benoemd; de vaste vertaling ondersteunt de betekenis “dat”. Een herbruikbaar patroon is Das kannst du ... — “Dat kun je ...”. kannst du bevat können in de tegenwoordige tijd voor de tweede persoon enkelvoud: du kannst. De vorm kannst hoort bij du; können betekent hier dat iets mogelijk is of kan worden gedaan. Het onderwerp staat na de persoonsvorm omdat dit een mededelende zin met het element Das vooraan is. Voorbeeld: Du kannst die Pfanne benutzen. — “Je kunt de pan gebruiken.” pass ... auf komt van het scheidbare werkwoord aufpassen, “opletten” of “oppassen”. pass is de informele gebiedende wijs voor één persoon. Bij het patroon auf etwas aufpassen krijgt auf het voorwerp erbij: Pass auf die Pfanne auf. — “Pas op de pan.” In de bron staat het werkwoord in twee delen, met auf na het voorwerp; het is daarom terecht als één onderbroken constructie gelezen. Griff is een mannelijk zelfstandig naamwoord met als basisvorm der Griff, hier “het handvat”. Na auf in auf den Griff aufpassen staat het in de accusatief: der Griff wordt den Griff. Het woord kan in andere contexten ook een greep of grip aanduiden, maar hier is de betekenis door de vaste vertaling “handvat”. er is een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud, mannelijk, en is hier het onderwerp van het volgende werkwoord. Het verwijst naar der Griff; de mannelijke grammaticale vorm van dat Duitse zelfstandig naamwoord verklaart er. Dit betekent hier niet dat het om een mannelijke persoon gaat. wird is de vorm van werden voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Met een bijvoeglijk naamwoord drukt werden een verandering van toestand uit: iets wordt zo. Het is hier dus geen toekomende tijd en geen lijdende vorm. Voorbeeld: Das Wasser wird kalt. — “Het water wordt koud.” heiß is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “heet”. Na wird staat het predicatief en krijgt het geen uitgang: er wird heiß. Een bruikbare vergelijking is heiß — heißer — am heißesten (“heet” — “heter” — “het heetst”); de vorm heißer hoort bij het bijvoeglijk naamwoord heiß, niet bij Griff. Samen betekent Das kannst du “Dat kun je”. Daarna volgt de waarschuwing aber pass auf den Griff auf, “maar pas op het handvat”. De denn-zin geeft de reden: er wird heiß, “want het wordt heet”, waarbij er terugverwijst naar het handvat. De volledige betekenis is: “Dat kun je, maar pas op voor het handvat, want dat wordt heet.”
Kann ich die Pfanne auf diesem Herd benutzen?
Kan ik de pan op deze kookplaat gebruiken?
- Kann ich
- kan ik
- die Pfanne
- de pan
- auf
- op
- diesem
- deze
- Herd
- kookplaat
- benutzen
- gebruiken
Uitgebreide uitleg
Kann ich vormt het begin van een ja-neevraag: het modale werkwoord können staat hier als kann in de eerste persoon enkelvoud bij ich. Het betekent in deze zin dat de spreker vraagt of iets mogelijk of toegestaan is. In een Duitse hoofdzin met een modaal werkwoord staat het andere werkwoord meestal als infinitief aan het einde. Voorbeeld: Kann ich hier sitzen? — Kan ik hier zitten? die Pfanne betekent hier de pan, meer bepaald een pan die op een kookplaat gebruikt kan worden. Pfanne is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het lidwoord die is hier zowel de nominatief als de accusatief. Het is de pan die de spreker wil gebruiken, dus dit naamwoord staat als lijdend voorwerp bij benutzen. Voorbeeld: Ich nehme die Pfanne. — Ik pak de pan. auf betekent hier op en geeft de plaats of het oppervlak aan waarop iets staat of gebruikt wordt. Bij een vaste plaats gebruikt Duits na auf de datief; bij een beweging naar een plaats kan de accusatief volgen. Hier gaat het om gebruik op een kookplaat, niet om een beweging ernaartoe. diesem verwijst in deze woordgroep naar Herd en is de datiefvorm van het aanwijzende woord dieser bij een mannelijk zelfstandig naamwoord: dieser Herd (deze kookplaat), auf diesem Herd (op deze kookplaat). De vorm diesem komt dus door de combinatie van het mannelijke Herd en de datief na auf. Herd betekent hier kookplaat. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Herd. In auf diesem Herd staat het niet als losstaand onderwerp, maar als het zelfstandig naamwoord binnen de plaatsbepaling. Voorbeeld: Der Topf steht auf diesem Herd. — De pan staat op deze kookplaat. benutzen is de infinitief en betekent gebruiken. Het is het zelfstandige werkwoord dat bij kann hoort; in deze vraag staat het daarom aan het einde. Het onderwerp is ich, en het lijdend voorwerp is die Pfanne. Voorbeeld: Kann ich dein Fahrrad benutzen? — Kan ik je fiets gebruiken? Samen betekent die Pfanne auf diesem Herd ‘de pan op deze kookplaat’: de plaatsbepaling auf diesem Herd specificeert waar de pan gebruikt wordt. De vraagstructuur Kann ich ... benutzen? vraagt of de spreker iets kan of mag gebruiken. De volledige betekenis is daarom: ‘Kan ik de pan op deze kookplaat gebruiken?’
Das sollte gut gehen, wenn du die Hitze niedrig hältst.
Dat moet goed gaan als je het vuur laag houdt.
- Das
- Dat
- sollte
- zou moeten
- gut
- goed
- gehen
- gaan
- wenn
- als
- Hitze
- hitte
- niedrig
- laag
- hältst
- houdt
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en verwijst naar de bedoelde situatie of handeling waarover wordt gesproken. Als aanwijzend of persoonlijk voornaamwoord kan das ook naar een onzijdig zelfstandig naamwoord verwijzen; de vorm zelf identificeert hier niet zelfstandig één concreet antecedent. Sollte is de vorm van sollen in de Konjunktiv II. In deze zin drukt het geen harde opdracht uit, maar een verwachting of inschatting: “zou moeten”. Vergelijk: Das soll gut gehen. = “Dat zal goed gaan” (directer); Das sollte gut gehen. = “Dat zou goed moeten gaan” (voorzichtiger). Gut gehen is samen een vaste, herbruikbare uitdrukking voor “goed verlopen” of “goed aflopen”. Gehen staat hier dus niet letterlijk voor verplaatsen. Voorbeelden: Alles wird gut gehen. = “Alles zal goed gaan.” Das ist gut gegangen. = “Dat is goed afgelopen.” Wenn leidt een voorwaardelijke bijzin in: “als” of “wanneer”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Het patroon is bijvoorbeeld: Wenn du Zeit hast, ... = “Als je tijd hebt, ...”. Hitze is het zelfstandig naamwoord voor “hitte” of “warmte”; het heeft grammaticaal vrouwelijk geslacht: die Hitze. Het woord benoemt hier de warmte van het koken. Het bepaalde lidwoord die staat in de bron vóór Hitze, maar is niet in deze phrase-entry opgenomen. Niedrig betekent “laag”. Hier beschrijft het de ingestelde intensiteit van de hitte in de constructie etwas niedrig halten: iets laag houden. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na halten als beschrijving van het object functioneert. Vergelijkende vormen zijn niedriger = “lager” en am niedrigsten = “het laagst”. Hältst komt van halten, “houden”. Het is de tegenwoordige tijd, tweede persoon enkelvoud: du hältst. De stamklinker verandert van a naar ä in deze vorm; de uitgang -st markeert hier du. Hetzelfde werkwoord verschijnt bijvoorbeeld in Du hältst die Tür offen. = “Je houdt de deur open.” Samen betekent Das sollte gut gehen “Dat zou goed moeten gaan”. De bijzin wenn du die Hitze niedrig hältst betekent “als je de hitte laag houdt”. In de bijzin staat hältst aan het einde, omdat wenn de bijzin inleidt. De volledige uiting is dus: “Dat zou goed moeten gaan als je de hitte laag houdt.”
Ich spüle sie gleich nach dem Abendessen.
Ik was de pan meteen na het eten af.
- spüle
- was af
- sie
- de pan
- gleich
- meteen
- nach dem Abendessen
- na het eten
Uitgebreide uitleg
spüle komt van spülen en is hier de tegenwoordige tijd in de eerste persoon enkelvoud: “ik spoel/was af”. De stam blijft in deze vorm herkenbaar; vergelijk bijvoorbeeld du spülst (“jij spoelt”) en wir spülen (“wij spoelen”). Voorbeeld: Ich spüle die Tasse. — “Ik was het kopje af.” Het werkwoord staat hier zelfstandig; het is niet hetzelfde als een vorm met het scheidbare voorzetsel ab, zoals Ich spüle die Tasse ab, dat in sommige contexten “ik spoel het kopje af” kan betekenen. sie verwijst in deze vaste betekenis naar de pan en is het persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief), vrouwelijk enkelvoud. De vorm is hier dus het lijdend voorwerp van spüle; de vertaling maakt de bedoelde referent expliciet. Voorbeeld: Ich sehe sie. — “Ik zie haar/het.” De precieze Nederlandse vertaling van sie hangt van de bedoelde referent af, maar in deze zin is “de pan” de ondersteunde betekenis. gleich betekent hier “meteen”: de handeling volgt kort daarna. Het kan in andere contexten ook “straks” betekenen, maar hier past door de vaste vertaling de betekenis “meteen”. Voorbeeld: Ich komme gleich. — “Ik kom meteen.” nach dem Abendessen betekent “na het avondeten”. nach drukt hier een tijdsrelatie uit en krijgt bij deze betekenis de datief. Abendessen is een onzijdig zelfstandig naamwoord; daarom verschijnt het lidwoord als dem in plaats van het basislidwoord das. Voorbeeld: Nach dem Frühstück lese ich. — “Na het ontbijt lees ik.” Samen vormen de delen: Ich (“ik”) + spüle (“was af”) + sie (“de pan”) + gleich (“meteen”) + nach dem Abendessen (“na het avondeten”). De volledige betekenis is daarom: “Ik was de pan meteen na het eten af.”
Bitte trockne sie gut ab, bevor du sie mir zurückbringst.
Droog hem goed af voordat je hem bij mij terugbrengt.
- Bitte
- alsjeblieft
- trockne … ab
- droog ... af
- sie
- hem
- gut
- goed
- bevor
- voordat
- du
- jij
- sie
- hem
- mir
- bij mij
- zurückbringst
- terugbrengt
Uitgebreide uitleg
Bitte maakt van de gebiedende zin een beleefd verzoek. Het kan ook zelfstandig “alsjeblieft” betekenen. trockne ... ab komt van het scheidbare werkwoord abtrocknen: iets droogmaken door het af te drogen. In de gebiedende wijs voor één persoon is trockne de werkwoordsvorm; het voorvoegsel ab staat hier aan het einde van de hoofdzin. In een bijzin blijft het werkwoord samengevoegd aan het einde: bevor du sie abtrocknest (“voordat je hem/haar afdroogt”). Voorbeeld: Trockne das Glas ab. — “Droog het glas af.” Het eerste sie is hier het lijdend voorwerp van abtrocknen. Volgens de vaste vertaling en de context verwijst het naar dezelfde vrouwelijke zaak als in de voorafgaande zin, die in het Nederlands als hem wordt weergegeven. De vorm sie kan in andere contexten ook een andere grammaticale functie hebben; die mogelijkheden zijn hier niet de bedoelde lezing. gut betekent hier “goed” of “grondig”: de zaak moet goed droog zijn. Het is een bijwoord bij de handeling abtrocknen, niet een eigenschap van het voorwerp. bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. Het werkwoord van die bijzin staat in het Duits achteraan. Voorbeeld: Bevor du gehst, ruf mich an. — “Bel me voordat je weggaat.” du is de informele tweede-persoonsvorm voor één aangesproken persoon. Het is hier het onderwerp van de bijzin. Het werkwoord verandert daarbij mee: du bringst. Het tweede sie is opnieuw het lijdend voorwerp en verwijst hier naar dezelfde zaak. Het is het voorwerp van zurückbringst, niet het onderwerp van de bijzin. mir is de datiefvorm van ich (“ik”). Het geeft aan naar wie of bij wie de zaak wordt teruggebracht: “aan/bij mij”. De reeks mir ... zurückbringen betekent hier dus “het naar mij terugbrengen”. Vergelijk: Bring mir das Buch zurück. — “Breng het boek naar mij terug.” zurückbringst komt van het scheidbare werkwoord zurückbringen (“terugbrengen”). In een hoofdzin wordt het bij een vervoegde vorm gesplitst, bijvoorbeeld Du bringst es zurück. In deze bevor-bijzin staat de vervoegde vorm als één woord aan het einde: du ... zurückbringst. De uitgang -st hoort bij du in de tegenwoordige tijd. Samen vormt Bitte trockne sie gut ab het beleefde verzoek “Droog hem goed af”. bevor du sie mir zurückbringst voegt de voorwaarde in de tijd toe: dit moet gebeuren vóórdat jij hem bij mij terugbrengt. De volledige betekenis is daarom: “Droog hem goed af voordat je hem bij mij terugbrengt.”
Wann möchtest du sie zurückhaben?
Wanneer wil je hem terug hebben?
- Wann
- wanneer
- möchtest du
- wil je
- sie
- hem
- zurückhaben
- terug hebben
Uitgebreide uitleg
Wann vraagt naar het tijdstip: “wanneer?”. Het staat hier aan het begin van de vraag. Vergelijk bijvoorbeeld: Wann kommst du? — “Wanneer kom je?”. möchtest du combineert de vorm möchtest van möchten met het onderwerp du. In deze zin drukt möchtest een wens uit en past de vaste vertaling “wil je?” daarbij. möchten wordt vaak gebruikt voor “willen” of “graag willen”; du is de tweede persoon enkelvoud, dus “je/jij”. sie is hier het lijdend voorwerp van zurückhaben: datgene wat men terug wil hebben. Het is een accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord. Afhankelijk van de context kan sie bijvoorbeeld naar een vrouwelijk enkelvoud of naar meerdere personen of dingen verwijzen; in de gegeven vertaling wordt het weergegeven als “hem”. Een vergelijkbaar voorbeeld is: Ich sehe sie. — “Ik zie haar.” zurückhaben betekent “terug hebben”: iets of iemand opnieuw in bezit of bij zich hebben. Het is hier de infinitief na möchtest; daarom staat het als volledig werkwoord aan het einde van de vraag. zurückhaben verschilt van zurückbringen (“terugbrengen”): het eerste beschrijft het opnieuw hebben, het tweede het terugbrengen. Samen ontstaat de vraag Wann möchtest du sie zurückhaben?: “Wanneer wil je hem terug hebben?” De vraag vraagt naar het gewenste tijdstip waarop de aangesprokene het genoemde voorwerp weer wil hebben.
Nach dem Abendessen ist es in Ordnung.
Na het eten is prima.
- Nach
- na (in de tijd)
- Abendessen
- avondeten
- ist es
- is het
- in Ordnung
- in orde; prima
Uitgebreide uitleg
Nach betekent hier ‘na’ in een tijdsaanduiding. In deze betekenis krijgt het volgende zelfstandig naamwoord de datief. Voorbeeld: Nach der Arbeit bin ich müde. — ‘Na het werk ben ik moe.’ Abendessen betekent hier ‘avondeten’ of ‘avondmaaltijd’. Het is een zelfstandig naamwoord en krijgt in het Duits een hoofdletter. Leer Abendessen als één woord. Voorbeeld: Das Abendessen ist fertig. — ‘Het avondeten is klaar.’ In Nach dem Abendessen staat dem omdat nach hier de datief verlangt; de basisvorm van het lidwoord bij das Abendessen is das, en de datiefvorm is dem. ist es betekent hier ‘is het’. Ist is de derde persoon enkelvoud van sein (‘zijn’): sein – ist – war. Es vult hier de grammaticale onderwerpplaats; de zin noemt geen specifiek zelfstandig naamwoord waarnaar es verwijst. Omdat Nach dem Abendessen vooraan staat, komt de persoonsvorm vóór het onderwerp: Nach dem Abendessen ist es .... Zonder die vooropgeplaatste tijdsbepaling staat dezelfde basisvolgorde in Es ist .... in Ordnung betekent hier ‘in orde’ of ‘prima’. Samen met sein vormt het de veelgebruikte uitdrukking in Ordnung sein: iets is aanvaardbaar of geschikt. Voorbeeld: Das ist in Ordnung. — ‘Dat is prima.’ De volledige opbouw is Nach dem Abendessen (‘na het avondeten’) + ist es in Ordnung (‘is het prima/in orde’). Samen betekent de uiting: ‘Na het eten is het prima.’
Ich brauche sie erst später in dieser Woche wieder.
Ik heb hem deze week pas later weer nodig.
- Ich
- ik
- brauche
- heb nodig
- sie
- haar; hier volgens de context het bedoelde voorwerp
- erst später
- pas later
- in dieser Woche
- deze week
- wieder
- weer
Uitgebreide uitleg
brauche betekent “heb nodig” en is de eerste persoon enkelvoud van brauchen; Ich brauche betekent dus “ik heb nodig”. sie is hier het lijdend voorwerp in de vierde naamval. Als vrouwelijk enkelvoud verwijst het naar het eerder genoemde voorwerp. De Nederlandse vertaling gebruikt daarvoor “hem”, maar dat maakt het Duitse sie niet mannelijk; het verschil komt door het grammaticale geslacht van het woord waarnaar wordt verwezen. erst später betekent “pas later”. in dieser Woche betekent “deze week”; Woche is vrouwelijk, daarom staat het aanwijzende woord als dieser. wieder betekent “weer” of “opnieuw”. Samen betekent de zin: “Ik heb hem/deze zaak deze week pas later weer nodig.”
Grammatica
aufpassen auf + Akkusativ; trennbares Verb
Pass auf den Herd auf!
pas owf dehn heert owf!Let op de kookplaat!
Bij op iets letten gebruik je aufpassen auf. In een hoofdzin splitst het werkwoord: Pass ... auf.
Adjektivendung -e nach bestimmtem Artikel
die große Pfanne
dee groo-suh pfan-uhde grote pan
Na die krijgt het bijvoeglijk naamwoord in deze naamwoordgroep de uitgang -e: die große Pfanne.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wanneer wil je hem terug hebben?
Antwoord tonen
Wann möchtest du sie zurückhaben?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
vandaag
Antwoord tonen
heuteheet
Antwoord tonen
heißpan
Antwoord tonen
Pfannekookplaat