Kann
“Kann” betekent hier “kan” en opent de vraag om toestemming: “Kann ich heute deine große Pfanne ausleihen?” Het is een vorm van können. Een bruikbaar patroon is “Kann ich …?” voor vragen naar toestemming of mogelijkheid.
ich
“ich” betekent “ik” en is hier degene die om de pan vraagt. Het staat in “Kann ich …?” en kan met andere werkwoorden worden gebruikt, bijvoorbeeld in een nieuwe zin: “Ich brauche Hilfe.”
heute
“heute” betekent “vandaag” en geeft aan wanneer de pan geleend zou worden. Het staat als tijdsaanduiding in “Kann ich heute deine große Pfanne ausleihen?” Je gebruikt het om naar de huidige dag te verwijzen.
deine
“deine” betekent “jouw” en geeft aan dat de pan van de aangesproken persoon is. De vorm staat vóór “Pfanne”, zoals in “deine große Pfanne”. Een bruikbaar patroon is “deine + zelfstandig naamwoord” om bezit aan te geven.
große
“große” betekent “grote” en beschrijft in “deine große Pfanne” welk soort pan wordt bedoeld. Het is de vorm van groß die hier vóór Pfanne staat. Je gebruikt zo’n beschrijving vóór een zelfstandig naamwoord.
Pfanne
“Pfanne” betekent “pan” en verwijst hier naar de grote pan die iemand wil lenen. Het woord komt voor in “deine große Pfanne” en later in “die Pfanne”. Een bruikbaar patroon is “eine Pfanne benutzen” voor een pan gebruiken.
ausleihen
“ausleihen” betekent hier “lenen” en staat als infinitief na “Kann ich”. De volledige vraag is “Kann ich heute deine große Pfanne ausleihen?” Je gebruikt het met iets dat je tijdelijk van iemand wilt lenen.
Das
“Das” betekent hier “dat” en verwijst naar de mogelijkheid waarnaar A zojuist vroeg. In “Das kannst du” geeft B toestemming. Je kunt “Das kannst du” gebruiken als korte bevestiging van wat iemand mag doen.
kannst
“kannst” betekent hier “kunt” en zegt dat de aangesproken persoon iets mag of kan doen. Het is een vorm van können in “Das kannst du”. De woordvolgorde “kannst du …?” is bruikbaar in een vraag aan één persoon.
du
“du” betekent “je” en verwijst naar de persoon die de pan mag lenen. Het staat in “Das kannst du” en maakt duidelijk wie de handeling uitvoert. Een bruikbaar patroon is “kannst du …?” wanneer je iemand iets vraagt.
aber
“aber” betekent “maar” en verbindt de toestemming met een waarschuwing over het handvat. In “Das kannst du, aber pass auf den Griff auf” introduceert het een beperking of extra aandachtspunt. Je gebruikt het om twee tegenovergestelde of aanvullende mededelingen te verbinden.
pass
“pass” betekent hier “let op” en is het begin van de waarschuwing “pass auf den Griff auf”. Het is een gebiedende vorm van aufpassen. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand rechtstreeks waarschuwt om aandachtig te zijn.
auf
In “pass auf den Griff auf” hoort “auf” bij de waarschuwing aufpassen. Het eerste “auf” richt de aandacht op “den Griff”; het tweede “auf” maakt de scheidbare werkwoordsvorm compleet. Dit hele patroon gebruik je om iemand voor iets te waarschuwen.
den
“den” is hier het lidwoord bij “Griff” in de waarschuwing “pass auf den Griff auf”. Het helpt het bedoelde handvat als object van de waarschuwing aan te wijzen. Je gebruikt de volledige combinatie “auf den Griff aufpassen” in deze betekenis.
Griff
“Griff” betekent “handvat” en verwijst hier naar het deel van de pan dat heet wordt. Het staat in “pass auf den Griff auf”. In een keuken gebruik je het woord wanneer je specifiek het handvat van een pan of ander voorwerp bedoelt.
denn
“denn” betekent “want” en geeft de reden voor de waarschuwing. In “denn er wird heiß” verklaart het waarom je op het handvat moet letten. Je gebruikt “denn” om een uitleg of reden aan een mededeling toe te voegen.
er
“er” verwijst hier naar “der Griff”, dus naar het handvat, en is het onderwerp van “er wird heiß”. De betekenis is in deze context “hij” of natuurlijker “het”. Een bruikbaar patroon is een persoonlijk voornaamwoord gebruiken om een eerder genoemd zelfstandig naamwoord niet te herhalen.
wird
“wird” betekent hier “wordt” of “raakt” en beschrijft een verandering: “er wird heiß”. Het is een vorm van werden. Het patroon “wird + eigenschap” kan aangeven dat iets een bepaalde toestand krijgt.
heiß
“heiß” betekent “heet” en beschrijft in “er wird heiß” de toestand van het handvat. Het woord geeft aan dat het handvat door het gebruik warmte krijgt. Je kunt het gebruiken om de temperatuur of toestand van iets te beschrijven.
die
“die” is hier het lidwoord bij “Pfanne” in “die Pfanne auf diesem Herd benutzen”. Het verwijst naar de pan die al eerder is genoemd. Je gebruikt “die Pfanne” wanneer je naar deze specifieke pan verwijst.
diesem
“diesem” betekent “deze” in “auf diesem Herd” en wijst het bedoelde fornuis aan. De vorm staat hier bij “Herd”. Een bruikbaar patroon is “auf diesem …” om een specifieke plek of ondergrond aan te wijzen.
Herd
“Herd” betekent “fornuis” en verwijst hier naar het fornuis waarop de pan gebruikt kan worden. Het staat in “auf diesem Herd”. Je gebruikt het woord om het kooktoestel of de kookplek aan te duiden.
benutzen
“benutzen” betekent “gebruiken” en staat als infinitief na “Kann ich”. In “Kann ich die Pfanne auf diesem Herd benutzen?” gaat het om de geschiktheid van de pan op dit fornuis. Je gebruikt het met een voorwerp dat je ergens voor wilt gebruiken.
sollte
“sollte” betekent hier “zou moeten” en drukt een voorzichtige verwachting uit: “Das sollte gut gehen”. Het is een vorm van sollen. Je gebruikt dit patroon wanneer je verwacht dat iets waarschijnlijk goed zal verlopen, zonder absolute zekerheid.
gut
“gut” betekent hier “goed” en maakt samen met “gehen” de uitdrukking “gut gehen”. In “Das sollte gut gehen” betekent die uitdrukking dat iets goed zou moeten verlopen. Je kunt “gut gehen” gebruiken om het verloop van een situatie te beoordelen.
gehen
In “Das sollte gut gehen” draagt “gehen” bij aan de betekenis “verlopen” of “goed komen”, niet alleen aan letterlijk lopen. De hele uitdrukking gaat over de vraag of het gebruik van de pan goed zal verlopen. Een bruikbaar patroon is “Das wird gut gehen” als nieuwe voorbeeldzin voor een geruststellende verwachting.
wenn
“wenn” betekent hier “als” en introduceert de voorwaarde “wenn du die Hitze niedrig hältst”. De zin zegt dat het goed zou moeten gaan onder die voorwaarde. Je gebruikt “wenn” om een voorwaarde voor een resultaat te formuleren.
Hitze
“Hitze” betekent “hitte” en verwijst hier naar de warmte van het fornuis. In “die Hitze niedrig hältst” gaat het om de warmte op een laag niveau houden. In een kookcontext gebruik je het woord om de intensiteit van warmte te benoemen.
niedrig
“niedrig” betekent “laag” en beschrijft in “die Hitze niedrig hältst” het gewenste niveau van de hitte. Het geeft aan dat de warmte niet hoog moet worden gezet. Je gebruikt het hier bij een niveau of waarde die laag gehouden wordt.
hältst
“hältst” betekent hier “houdt” in “die Hitze niedrig hältst”. Het is een vorm van halten en beschrijft dat de warmte op een laag niveau blijft. Een bruikbaar patroon is “etwas niedrig halten”, met een voorwerp of niveau dat laag moet blijven.
spüle
“spüle” betekent hier “was” of “spoel af” en verwijst naar het schoonmaken van de pan na het eten. Het is een vorm van spülen in “Ich spüle sie gleich nach dem Abendessen”. Je gebruikt het in een keuken wanneer je vaat of een voorwerp met water schoonmaakt.
sie
“sie” verwijst hier naar “die Pfanne” en betekent dus “haar” niet als bezit, maar “de pan” als datgene wat wordt schoongemaakt. In “Ich spüle sie” voorkomt het dat Pfanne opnieuw wordt herhaald. Je gebruikt zo’n voornaamwoord om naar een eerder genoemd voorwerp te verwijzen.
gleich
“gleich” betekent hier “meteen” en geeft aan dat het afwassen direct na het avondeten gebeurt. In “Ich spüle sie gleich nach dem Abendessen” versterkt het de tijdsaanduiding. Een nieuwe voorbeeldzin is “Ich komme gleich” wanneer je zegt dat je zo komt.
nach
“nach” betekent hier “na” en plaatst de handeling in de tijd na “dem Abendessen”. De volledige tijdsaanduiding is “nach dem Abendessen”. Je gebruikt “nach” vóór een gebeurtenis om aan te geven wat daarna gebeurt.
dem
“dem” is hier het lidwoord bij “Abendessen” in “nach dem Abendessen”. Samen met “nach” vormt het de tijdsaanduiding voor het moment waarop de pan wordt afgewassen. Je gebruikt de volledige combinatie “nach dem Abendessen” om “na het avondeten” te zeggen.
Abendessen
“Abendessen” betekent “avondeten” en verwijst hier naar de maaltijd waarna de pan wordt schoongemaakt. Het staat in “nach dem Abendessen”. Je gebruikt het woord voor de avondmaaltijd of het moment waarop die plaatsvindt.
Bitte
“Bitte” betekent hier “alsjeblieft” en maakt het verzoek beleefd. In “Bitte trockne sie gut ab” vraagt B A om de pan goed droog te maken. Je kunt “Bitte” aan het begin van een verzoek zetten.
trockne
“trockne” betekent “droog” en is hier een rechtstreeks verzoek aan één persoon. Het is een vorm van trocknen in “Bitte trockne sie gut ab”. Samen met “ab” betekent de combinatie dat de pan volledig wordt afgedroogd.
ab
“ab” hoort in “trockne sie gut ab” bij abtrocknen en maakt van droogmaken het afdrogen van een voorwerp. Het staat achteraan omdat dit werkwoord uit twee delen bestaat. Je gebruikt de volledige combinatie wanneer iets na het wassen droog moet worden gemaakt.
bevor
“bevor” betekent “voordat” en leidt de tijdsbepaling “bevor du sie mir zurückbringst” in. De zin zegt dat de pan eerst goed moet worden gedroogd. Je gebruikt “bevor” om een eerdere handeling vóór een andere handeling te plaatsen.
mir
“mir” betekent hier “aan mij” en verwijst naar de persoon aan wie de pan wordt teruggebracht. In “du sie mir zurückbringst” is die persoon de ontvanger. Je gebruikt “mir” wanneer iets aan of naar de spreker wordt gegeven of gebracht.
zurückbringst
“zurückbringst” betekent “terugbrengt” en beschrijft dat de pan terug naar B wordt gebracht. Het is een vorm van zurückbringen en staat in de bijzin “bevor du sie mir zurückbringst”. Je gebruikt dit werkwoord met iets dat naar de oorspronkelijke persoon of plaats teruggaat.
Wann
“Wann” betekent “wanneer” en vraagt naar het gewenste moment waarop de pan terug moet zijn. Het staat aan het begin van “Wann möchtest du sie zurückhaben?” Je gebruikt “Wann” om naar een tijdstip of moment te vragen.
möchtest
“möchtest” betekent hier “zou je willen” en vraagt op een beleefde manier naar de gewenste teruggaaftijd. Het is een vorm van möchten in “Wann möchtest du sie zurückhaben?” Je gebruikt “möchtest du …?” om naar iemands wens of voorkeur te vragen.
zurückhaben
“zurückhaben” betekent “terug willen hebben” in “Wann möchtest du sie zurückhaben?”. Het is de infinitief na möchtest en verwijst naar het opnieuw in bezit hebben van de pan. Je gebruikt het met iets dat je na uitlenen of tijdelijk afstaan weer wilt ontvangen.
ist
“ist” betekent “is” en verbindt de afgesproken tijd met de beoordeling “in Ordnung”. Het is een vorm van sein in “Nach dem Abendessen ist es in Ordnung”. Je gebruikt het om een situatie of afspraak als goed of acceptabel te beoordelen.
es
“es” verwijst hier naar de voorgestelde tijd, namelijk het terugbrengen na het avondeten. In “es in Ordnung” maakt het de volledige beoordeling van die afspraak mogelijk. Een bruikbaar patroon is “Es ist in Ordnung” om te zeggen dat iets in orde is.
in
“in” is hier onderdeel van de vaste uitdrukking “in Ordnung”, die “in orde” of “prima” betekent. Het gaat dus niet om een letterlijke plaatsaanduiding. Je kunt “Das ist in Ordnung” gebruiken om een voorstel of afspraak te accepteren.
Ordnung
“Ordnung” betekent letterlijk “orde”, maar in “in Ordnung” betekent het geheel “in orde” of “prima”. In deze dialoog keurt B het tijdstip na het avondeten goed. Je gebruikt “in Ordnung” vaak om instemming of aanvaarding uit te drukken.
brauche
“brauche” betekent “heb nodig” en beschrijft hier dat B de pan opnieuw nodig heeft. Het is een vorm van brauchen in “Ich brauche sie erst später in dieser Woche wieder”. Je gebruikt het met het voorwerp of de hulp die je nodig hebt.
erst
“erst” betekent hier “pas” en geeft aan dat de behoefte niet eerder dan het genoemde latere moment ontstaat. In “erst später in dieser Woche” beperkt het de tijd waarop B de pan weer nodig heeft. Je gebruikt “erst” met een tijdsaanduiding om “pas op dat moment” uit te drukken.
später
“später” betekent “later” en verwijst hier naar een later moment binnen deze week. De volledige tijdsaanduiding is “erst später in dieser Woche”. Je gebruikt het wanneer iets niet nu, maar op een later moment gebeurt.
dieser
“dieser” betekent hier “deze” en verwijst in “in dieser Woche” naar de huidige week. Het bepaalt welke week wordt bedoeld. Je gebruikt “in dieser Woche” om een moment binnen de lopende week aan te duiden.
Woche
“Woche” betekent “week” en vormt samen met “dieser” de tijdsaanduiding “in dieser Woche”. Hier gaat het om een later moment binnen de huidige week. Je gebruikt het woord om een periode van een week te benoemen.
wieder
“wieder” betekent “weer” of “opnieuw” en geeft aan dat B de pan later opnieuw nodig heeft. In “später in dieser Woche wieder” voegt het herhaling toe aan “brauche”. Je gebruikt “wieder” wanneer een handeling, behoefte of situatie opnieuw voorkomt.