Een lekke band oppompen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared space, one adult borrows a bicycle pump and learns how to check and fill a flat tire..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een lekke band oppompen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Mein Hinterreifen ist fast platt.

main hinterraifen ist fast plat. Mijn achterband is bijna leeg.
B

Ich habe eine Pumpe, die du dir leihen kannst.

ich haabe aine poempe, die doe dier laaien kanst. Ik heb een pomp die je kunt lenen.
A

Soll ich zuerst nach einem Leck suchen?

zol ich tsoe-eerst naach ainem lek zoechen? Moet ik eerst controleren of er een lek is?
B

Schau an der Seitenwand entlang, bevor du Luft nachpumpst.

sjau an deer tsaitenwant entlang, befoor doe loeft naachpoemst. Kijk langs de zijkant van de band voordat je lucht toevoegt.
A

Kannst du mir zeigen, wie ich sie befestige?

kanst doe mier tsaigen, vie ich zie befestige? Kun je me laten zien hoe ik hem moet vastmaken?
B

Drück dieses Teil auf das Ventil und pumpe langsam.

druk diezes tail auf das ventiel oent poempe langzaam. Druk dit onderdeel op het ventiel en pomp langzaam.
A

Der Reifen fühlt sich jetzt fest genug an.

deer raifen voelt zich jetst fest genoek an. De band voelt nu stevig genoeg aan.
B

Bring die Pumpe zurück, wenn du fertig bist.

bring die poempe tsoeruk, wen doe fertich bist. Breng de pomp terug als je klaar bent.

Uitleg van de zinnen

  1. Mein Hinterreifen ist fast platt.

    Mijn achterband is bijna leeg.

    Mein
    mijn
    Hinterreifen
    achterband
    ist
    is
    fast
    bijna
    platt
    leeg
    Uitgebreide uitleg

    Mein betekent hier “mijn” en staat bij het onderwerp Hinterreifen. Het is de bezittelijke vorm van mein voor een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en de nominatief: mein Reifen, maar bijvoorbeeld meinen Reifen als het woord lijdend voorwerp is. Hinterreifen is een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud: der Hinterreifen = “de achterband”. Het is samengesteld uit hinten/Hinter- (“achter-”) en Reifen (“band”). Het meervoud is Hinterreifen; de vorm verandert daar dus niet, maar het lidwoord wel: der Hinterreifen → die Hinterreifen. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. Het verbindt het onderwerp met de toestand die daarna wordt beschreven. Voorbeelden: Der Reifen ist neu. — “De band is nieuw.” Die Reifen sind neu. — “De banden zijn nieuw.” fast is een bijwoord met de betekenis “bijna”. Het beperkt de daaropvolgende toestand: de band is niet volledig “platt”, maar nadert die toestand. fast voll betekent bijvoorbeeld “bijna vol”. platt betekent hier “plat” of, bij een band, natuurlijker “leeggelopen”. Als predicatief bijvoeglijk naamwoord na ist krijgt het geen uitgang: Der Reifen ist platt. In een andere positie kan het wel een uitgang krijgen, bijvoorbeeld ein platter Reifen — “een platte/leeggelopen band”. Samen vormen de delen: Mein Hinterreifen (“mijn achterband”) + ist (“is”) + fast platt (“bijna leeggelopen”). De volledige betekenis is daarom: “Mijn achterband is bijna leeg.”

  2. Ich habe eine Pumpe, die du dir leihen kannst.

    Ik heb een pomp die je kunt lenen.

    Ich habe
    ik heb
    Pumpe
    pomp
    die
    die
    du
    je/jij
    dir leihen
    voor jezelf lenen
    kannst
    kunt
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe betekent hier dat de spreker iets bezit of beschikbaar heeft. haben is de basisvorm; in de tegenwoordige tijd krijgt de vorm bij ich de uitgang -e: ich habe, maar du hast en er/sie hat. Voorbeeld: Ich habe Zeit. — Ik heb tijd. Pumpe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Pumpe; het meervoud is die Pumpen. In deze zin staat het na het onbepaalde lidwoord eine, omdat het het lijdend voorwerp van habe is: eine Pumpe — een pomp. Voorbeeld: Die Pumpe ist neu. — De pomp is nieuw. die verwijst hier naar Pumpe en leidt een betrekkelijke bijzin in. Het is dus geen los aanwijzend woord, maar een betrekkelijk voornaamwoord: “die je ...”. Omdat die in de bijzin het lijdend voorwerp is van leihen, staat het in de accusatief; bij een vrouwelijk enkelvoud ziet die vorm er hetzelfde uit als de nominatief. Voorbeeld: Das ist die Tasche, die ich brauche. — Dat is de tas die ik nodig heb. du is het persoonlijke voornaamwoord voor “jij/je” en is hier het onderwerp van de betrekkelijke bijzin. Het contrasteert bijvoorbeeld met ihr voor meervoudig “jullie” en Sie voor beleefd “u/jullie”. De bijbehorende werkwoordsvorm verandert mee: du kannst, tegenover ich kann en sie kann. dir leihen betekent hier “voor jezelf lenen”, in de wederkerende constructie sich etwas leihen: iets voor zichzelf lenen. dir is de datiefvorm van du en hoort bij deze constructie; leihen blijft de infinitief. Voorbeeld: Du kannst dir mein Fahrrad leihen. — Je kunt mijn fiets lenen. Dit is iets anders dan jemandem etwas leihen, waarbij iemand iets aan een ander uitleent. kannst is de vorm van het modale werkwoord können bij du. Hier drukt het de mogelijkheid uit: “kunt”. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Du kannst die Pumpe leihen. — Je kunt de pomp lenen. De vorm kannst draagt de persoonsinformatie; leihen blijft onveranderd. Samen bestaat de zin uit Ich habe eine Pumpe (“Ik heb een pomp”) en de betrekkelijke bijzin die du dir leihen kannst (“die je kunt lenen”). De bijzin specificeert welke pomp bedoeld is. In de Duitse hoofdzin staat het vervoegde werkwoord habe op de tweede plaats; in de betrekkelijke bijzin staat het vervoegde modale werkwoord kannst aan het einde, na de infinitief leihen.

  3. Soll ich zuerst nach einem Leck suchen?

    Moet ik eerst controleren of er een lek is?

    Soll ich
    zal ik ...?
    zuerst
    eerst
    Leck
    lek
    suchen
    zoeken
    Uitgebreide uitleg

    Soll ich is hier een vraagpatroon met sollen + onderwerp + infinitief: “zal/moet ik ...?” Soll is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud, van sollen; bij een ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan. De vorm drukt hier een voorstel of vraag naar de juiste volgende handeling uit, niet een vaststaand bevel. Voorbeeld: Soll ich warten? — “Zal ik wachten?” zuerst betekent “eerst” en markeert dat deze handeling vóór een andere handeling komt. Voorbeeld: Prüfe zuerst den Schlauch. — “Controleer eerst de slang.” Leck betekent hier “lek”: een plaats waar bijvoorbeeld lucht ontsnapt. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is Lecks. Na nach staat hier de datief: nach einem Leck betekent letterlijk “naar een lek op zoek”. Het onbepaalde lidwoord einem geeft hier de naamval aan en stelt niet op zichzelf een aantal vast. suchen betekent “zoeken”. In nach etwas suchen gebruikt het Duits nach met datief voor “naar iets zoeken”: Ich suche nach meinem Schlüssel. — “Ik zoek naar mijn sleutel.” De combinatie nach einem Leck suchen betekent dus “naar een lek zoeken” of, in deze context, controleren of er een lek is. Samen vormt Soll ich zuerst nach einem Leck suchen? de vraag: “Moet ik eerst controleren of er een lek is?” De spreker vraagt of het zoeken naar een lek de eerste stap moet zijn. De volgende handeling staat niet in deze zin zelf vast; alleen de volgorde “eerst” wordt aangegeven.

  4. Schau an der Seitenwand entlang, bevor du Luft nachpumpst.

    Kijk langs de zijkant van de band voordat je lucht toevoegt.

    Schau
    kijk
    an … entlang
    langs ...
    Seitenwand
    zijwand
    bevor
    voordat
    Luft
    lucht
    nachpumpst
    bijpompt
    Uitgebreide uitleg

    Schau is de gebiedende wijs van schauen (“kijken”) voor één aangesproken persoon: du schaust → Schau!. In deze zin is het een instructie om ergens langs te kijken. Voor een beleefde aanspreekvorm of meerdere personen zou Duits andere vormen gebruiken, maar die zijn hier niet aan de orde. an en entlang vormen hier samen het patroon an + datief + entlang, met de betekenis “langs ...”. In an der Seitenwand entlang staat der omdat Seitenwand vrouwelijk is en deze voorzetselgroep hier de datief gebruikt. entlang staat achter het zelfstandig naamwoord; dit is dus niet zomaar het losse voorzetsel an. Seitenwand betekent hier “zijwand”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Seitenwand; in de vaste groep staat de datiefvorm der Seitenwand. In de vertaling wordt duidelijk dat het om de zijkant van een band gaat. Voorbeeld: An der Wand entlang gehen. — “Langs de muur lopen.” bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde: bevor du .... Voorbeeld: Bevor du gehst, ruf mich an. — “Bel me voordat je weggaat.” Luft is het zelfstandig naamwoord voor “lucht”. Het heeft in deze zin geen expliciete meervoudsvorm of telbare hoeveelheid; het verwijst naar de lucht die aan de band wordt toegevoegd. Voorbeeld: Die Luft ist warm. — “De lucht is warm.” nachpumpst komt van het scheidbare werkwoord nachpumpen, “bijpompen” of “extra lucht pompen”. De vorm is de tweede persoon enkelvoud: du pumpst nach in een hoofdzin, maar in de bijzin na bevor staat het als één woord aan het einde: bevor du Luft nachpumpst. De vorm bevat dus het onderwerp du niet zelf; de uitgang -st hoort bij du. Samen betekent Schau an der Seitenwand entlang dat de aangesproken persoon langs de zijwand kijkt. bevor du Luft nachpumpst geeft aan dat dit moet gebeuren vóór het bijpompen van lucht. De volledige betekenis is daarom: “Kijk langs de zijkant van de band voordat je lucht toevoegt.”

  5. Kannst du mir zeigen, wie ich sie befestige?

    Kun je me laten zien hoe ik hem moet vastmaken?

    Kannst du
    kun je
    mir
    mij
    zeigen
    laten zien
    wie
    hoe
    ich
    ik
    sie
    hem
    befestige
    vastmaak
    Uitgebreide uitleg

    Kannst du is een vraagconstructie met können (“kunnen”) in de tegenwoordige tijd: du kannst = “jij kunt”. In een gewone hoofdzin staat het werkwoord bij du als kannst; in deze ja-neevraag staat Kannst vooraan. Het werkwoord drukt hier mogelijkheid of bereidheid uit: “kun je …?” mir is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: ich → mir. Het betekent hier “aan mij/voor mij” en markeert degene die de uitleg of demonstratie ontvangt. Vergelijk: Ich zeige dir etwas. = “Ik laat jou iets zien.” zeigen is het infinitief van zeigen, “laten zien” of “tonen”. Na het vervoegde modale werkwoord kannst blijft zeigen in het infinitief: Du kannst mir das zeigen. = “Je kunt me dat laten zien.” wie introduceert hier een indirecte vraag naar de manier: “hoe”. Een bruikbaar patroon is zeigen, wie ... = “laten zien hoe …”. In de bijzin die met wie begint, staat het vervoegde werkwoord achteraan. ich is het persoonlijke voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud, “ik”. Het is hier het onderwerp van de bijzin en bepaalt daarom de vorm befestige. sie is hier een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp: “hem” volgens de vaste vertaling. De Duitse vorm sie kan, afhankelijk van de context, onder meer een vrouwelijk enkelvoud of een meervoud aanduiden; de vorm alleen identificeert de concrete referent niet volledig. Het voornaamwoord staat in de accusatief, omdat het rechtstreeks het voorwerp is van befestige. befestige komt van befestigen, “vastmaken” of “bevestigen”. Dit is de ik-vorm van de tegenwoordige tijd: ich befestige. In deze bijzin staat die vorm achteraan, zoals gebruikelijk in een Duitse bijzin met wie. Voorbeeld: Ich befestige das Kabel. = “Ik maak de kabel vast.” Samen betekent Kannst du mir zeigen “Kun je me laten zien”, en wie ich sie befestige “hoe ik hem moet vastmaken”. De wie-bijzin geeft aan wat je moet laten zien; binnen die bijzin is ich degene die de handeling uitvoert, sie het voorwerp en befestige de handeling. De hele vraag is dus: “Kun je me laten zien hoe ik hem moet vastmaken?”

  6. Drück dieses Teil auf das Ventil und pumpe langsam.

    Druk dit onderdeel op het ventiel en pomp langzaam.

    Drück
    druk
    dieses
    dit
    Teil
    onderdeel
    auf
    op
    Ventil
    ventiel
    pumpe
    pomp
    langsam
    langzaam
    Uitgebreide uitleg

    Drück is hier de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon (du) van drücken = drukken. De vorm heeft een umlaut: drücken → drück!; het onderwerp du wordt in deze bevelsvorm niet uitgesproken. Voorbeeld: Drück den Knopf! — Druk op de knop! dieses betekent hier dit en hoort bij het onzijdige Teil. Het staat in de accusatief, omdat Teil het directe voorwerp van drück is. De vorm draagt dus geslacht en naamval van het zelfstandig naamwoord; ze drukt op zichzelf geen aantal uit. Voorbeeld: Nimm dieses Kabel. — Neem deze kabel. Teil betekent hier onderdeel of deel; het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Teil, meervoud die Teile. In deze zin gaat het om het onderdeel dat op het ventiel moet worden gedrukt. auf betekent hier op in de betekenis van een beweging naar een oppervlak of positie. Bij zo’n richting- of plaatsingsrelatie gebruikt Duits bij deze wisselvoorzetselverbinding de accusatief: auf das Ventil. Vergelijk als vastgestelde plaats: Das Teil liegt auf dem Ventil. — Het onderdeel ligt op het ventiel. Ventil betekent ventiel en is onzijdig: das Ventil. In auf das Ventil is de accusatief enkelvoud vereist door auf bij deze beweging. Het lidwoord das laat de accusatief hier niet op zichzelf zien, want bij een onzijdig zelfstandig naamwoord is de vorm in nominatief en accusatief hetzelfde; de constructie en de context bepalen de naamval. Das Ventil kan dus zowel nominatief als accusatief zijn. pumpe is opnieuw een bevelsvorm voor één aangesproken persoon, nu van pumpen = pompen. De waargenomen vorm bevat de uitgang -e: pumpen → pumpe!; in gebruik komt ook het kortere pump! voor. Voorbeeld: Pumpe langsam! — Pomp langzaam! langsam betekent langzaam. Hier beschrijft het bijwoord hoe het pompen moet gebeuren. De vorm verandert daarom niet mee met een zelfstandig naamwoord; als bijvoeglijk naamwoord kan langsam wél verbuiging krijgen, bijvoorbeeld ein langsamer Prozess — een langzaam proces. Samen vormt Drück dieses Teil auf das Ventil de instructie om dit onderdeel naar en op het ventiel te drukken. und verbindt die instructie met pumpe langsam, de tweede instructie om langzaam te pompen. De volledige betekenis is: Druk dit onderdeel op het ventiel en pomp langzaam.

  7. Der Reifen fühlt sich jetzt fest genug an.

    De band voelt nu stevig genoeg aan.

    Reifen
    band
    fühlt sich … an
    voelt aan
    jetzt
    nu
    fest genug
    stevig genoeg
    Uitgebreide uitleg

    Reifen betekent hier “band”. Het is een zelfstandig naamwoord: der Reifen in het enkelvoud en die Reifen in het meervoud. Voorbeeld: Der Reifen ist platt. — “De band is lek.” fühlt sich ... an is het scheidbare werkwoord sich anfühlen, “aanvoelen”. In deze zin staat de vervoegde vorm fühlt op de tweede plaats en staat het deel an aan het einde. sich verwijst hier naar de band: de band voelt op een bepaalde manier aan. Voorbeeld: Das Material fühlt sich weich an. — “Het materiaal voelt zacht aan.” jetzt betekent “nu” en plaatst de beschreven toestand in het huidige moment. Het zegt alleen wanneer de band zo aanvoelt; het drukt op zichzelf geen verandering of oorzaak uit. fest genug betekent “stevig genoeg”. fest is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “stevig” of “hard”, afhankelijk van de context. genug betekent “genoeg” en staat hier na het bijvoeglijk naamwoord: fest genug = “stevig genoeg”. De combinatie geeft aan dat de mate van stevigheid voldoende is voor de relevante bedoeling. Voorbeeld: Der Tisch ist stabil genug. — “De tafel is stabiel genoeg.” Samen vormt de zin: Der Reifen is het onderwerp, fühlt sich ... an beschrijft hoe hij aanvoelt, jetzt geeft het huidige moment aan en fest genug beschrijft de voldoende mate van stevigheid. De volledige betekenis is: “De band voelt nu stevig genoeg aan.”

  8. Bring die Pumpe zurück, wenn du fertig bist.

    Breng de pomp terug als je klaar bent.

    Bring … zurück
    terugbrengen
    Pumpe
    pomp
    fertig
    klaar
    wenn du fertig bist
    als je klaar bent
    Uitgebreide uitleg

    Bring ... zurück komt van het scheidbare werkwoord zurückbringen: iets terugbrengen. Bring is hier de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm, gebaseerd op bringen. In een Duitse hoofdzin staat het scheidbare voorvoegsel zurück aan het einde. Voorbeeld: Bring das Buch zurück. — Breng het boek terug. Pumpe betekent hier “pomp”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Pumpe. Na bringen is het voorwerp grammaticaal de accusatief; bij dit vrouwelijke lidwoord ziet die vorm er hetzelfde uit als de nominatief: die Pumpe. Het meervoud is die Pumpen. wenn du fertig bist betekent “als je klaar bent”. du is de informele tweede persoon enkelvoud. fertig is een bijvoeglijk naamwoord dat hier predicatief wordt gebruikt: het beschrijft de toestand van de aangesproken persoon. bist is de vorm van sein bij du; in deze bijzin staat dus een vervoegde vorm, niet de infinitief. In een wenn-bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: wenn du fertig bist. Voorbeeld: Ruf mich an, wenn du fertig bist. — Bel me als je klaar bent. Samen vormen de delen een instructie: Bring die Pumpe zurück geeft de opdracht om de pomp terug te brengen, en wenn du fertig bist geeft de voorwaarde of het tijdstip aan waaronder dat moet gebeuren. De volledige betekenis is: “Breng de pomp terug als je klaar bent.”

Grammatica

sich anfühlen: sich ... anfühlen

Der Hinterreifen fühlt sich fest an.

deer hinterraifen voelt zich fest an.

De achterband voelt stevig aan.

Bij een scheidbaar werkwoord staat ‘an’ achteraan; ‘sich’ verwijst naar het onderwerp.

zurückbringen: Bring ... zurück

Bring die Pumpe zurück.

bring die poempe tsoeruk.

Breng de pomp terug.

In de gebiedende wijs staat het voorvoegsel ‘zurück’ achteraan.

Duits woordenschat

befestigen werkwoord
befestige vastmaken, bevestigen befestige
Hinterreifen zelfstandig naamwoord
hinterraifen achterband
Leck zelfstandig naamwoord
lek lek
Luft nachpumpen uitdrukking
loeft naachpoempen lucht bijpompen Luft nachpumpst
platt bijvoeglijk naamwoord
plat plat, leeg
Pumpe zelfstandig naamwoord
poempe pomp
Seitenwand zelfstandig naamwoord
tsaitenwant zijkant van de band
sich leihen werkwoord
zich laaien lenen dir leihen
suchen werkwoord
zoechen zoeken
Teil zelfstandig naamwoord
tail onderdeel, deel
Ventil zelfstandig naamwoord
ventiel ventiel
zeigen werkwoord
tsaigen laten zien

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn achterband is bijna leeg.

Antwoord tonenMein Hinterreifen ist fast platt.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

plat, leeg

Antwoord tonenplatt

laten zien

Antwoord tonenzeigen

zijkant van de band

Antwoord tonenSeitenwand

zoeken

Antwoord tonensuchen