Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een geleend stuk gereedschap repareren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich muss mich für das entschuldigen, was mit dem Werkzeug passiert ist, das ich geliehen habe.
Iesj moet miesj vuur das entsjoeldigen, vas mit deem verk-tsoik passeert ist, das iesj gelie-en haabe. Ik moet mijn excuses aanbieden voor wat er met het gereedschap dat ik heb geleend is gebeurd.Was ist damit passiert?
Vas ist da-mit passeert? Wat is ermee gebeurd?Der Griff ist gerissen, während ich es benutzt habe.
Dee-uh grif ist ge-rissen, vè-rent iesj es be-noetst haabe. Het handvat is gebarsten toen ik het gebruikte.Lass mich sehen, wie schlimm der Schaden ist.
Las miesj see-en, vie sjlim dee-uh sjaa-den ist. Laat me kijken hoe erg de schade is.Ich kann es ersetzen oder bei der Reparatur helfen.
Iesj kan es èr-zet-sen oo-duh bai dee-uh re-pa-raa-toe-uh hel-fen. Ik kan het vervangen of helpen het te repareren.Wir sollten prüfen, ob die Reparatur hält.
Vie-uh zol-ten pruu-fen, op die re-pa-raa-toe-uh hèlt. We moeten controleren of de reparatie het houdt.Es tut mir leid, dass ich zusätzliche Arbeit verursacht habe.
Es toet mie-uh lait, das iesj tsoe-zèts-liesje ar-bait fer-uh-oer-zaacht haabe. Het spijt me dat ik extra werk heb veroorzaakt.Sag mir das beim nächsten Mal sofort.
Saak mie-uh das baim nèè-sj-ten maal zo-fort. Zeg het de volgende keer meteen tegen me.Wir können das klären.
Vie-uh keun-en das klè-ren. We kunnen het oplossen.Uitleg van de zinnen
Ich muss mich für das entschuldigen, was mit dem Werkzeug passiert ist, das ich geliehen habe.
Ik moet mijn excuses aanbieden voor wat er met het gereedschap dat ik heb geleend is gebeurd.
- mich
- mezelf
- entschuldigen
- excuses aanbieden
Uitgebreide uitleg
In de woordlaag was de betekenis van mich ten onrechte samengevoegd met die van entschuldigen: elk citaat moet alleen de geciteerde tekst verklaren. Hieronder staat de volledige gecorrigeerde kandidaat. Ich muss bevat müssen in de tegenwoordige tijd: ich muss = “ik moet”. Het is een modaal werkwoord en staat hier samen met het reflexieve werkwoord sich entschuldigen; de verplichting geldt dus voor de handeling van excuses aanbieden. Voorbeeld: Ich muss gehen. = “Ik moet gaan.” mich is hier de reflexieve vorm die bij ich hoort: “mezelf”. Het hoort bij entschuldigen in de combinatie sich für etwas entschuldigen. Bij andere personen verandert de reflexieve vorm: du entschuldigst dich, er/sie entschuldigt sich. entschuldigen betekent in deze combinatie “excuses aanbieden” of “zich verontschuldigen”. Na het modale werkwoord muss staat het als infinitief, dus zonder persoonsuitgang. Het werkwoord is entschuldigen; de reflexieve combinatie is sich entschuldigen. für das geeft aan waarvoor de excuses worden aangeboden. für regeert hier de accusatief, en das betekent in deze combinatie “datgene/wat”. Het is hier een verwijzende vorm in de verbinding sich für das entschuldigen. was leidt de inhoud aan van “wat er ...”. In deze zin verwijst het naar de gebeurtenis die verder wordt beschreven. was kan als vraagwoord “wat?” betekenen, maar hier leidt het een betrekkelijke bijzin in: “wat/datgene wat”. mit betekent “met” en geeft hier de relatie aan waarin iets met het gereedschap gebeurt. Na mit staat in het Duits de datief. Daarom verschijnt verderop dem in mit dem Werkzeug. Werkzeug betekent “gereedschap” en is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Werkzeug. In mit dem Werkzeug krijgt het lidwoord de datiefvorm dem, omdat mit die naamval vereist. Voorbeeld: Ich arbeite mit dem Werkzeug. = “Ik werk met het gereedschap.” passiert ist bestaat uit het voltooid deelwoord passiert van passieren en het hulpwerkwoord ist van sein. Samen betekent het hier “gebeurd is”. Omdat dit in een bijzin staat, staat het voltooid deelwoord vóór het vervoegde hulpwerkwoord: was ... passiert ist. In een hoofdzin staat dezelfde voltooide tijd bijvoorbeeld als Es ist passiert. = “Het is gebeurd.” das in das ich geliehen habe is een betrekkelijk voornaamwoord dat terugwijst naar Werkzeug. Omdat Werkzeug onzijdig enkelvoud is, heeft het betrekkelijk voornaamwoord deze vorm. Binnen de bijzin is das het lijdend voorwerp van geliehen habe: “dat ik heb geleend”. Dit das heeft dus een andere functie dan das in für das. geliehen is het voltooid deelwoord van leihen = “lenen”. De vorm ich habe geliehen is de voltooide tijd: haben draagt de persoon en geliehen blijft als voltooid deelwoord staan. Hier gaat het om iets dat de spreker eerder heeft geleend. zurückgeben betekent daarentegen “teruggeven”. De delen worden samengevoegd als volgt: Ich muss mich entschuldigen = “Ik moet mijn excuses aanbieden”, für das = “voor wat/datgene”, en was mit dem Werkzeug passiert ist = “wat er met het gereedschap is gebeurd”. De bijzin das ich geliehen habe bepaalt welk gereedschap bedoeld wordt: “dat ik heb geleend”. Samen betekent de volledige zin: “Ik moet mijn excuses aanbieden voor wat er met het gereedschap dat ik heb geleend is gebeurd.”
Was ist damit passiert?
Wat is ermee gebeurd?
- Was
- wat
- ist
- is
- damit
- ermee
- passiert
- gebeurd
Uitgebreide uitleg
Was vraagt hier naar wat er is gebeurd; het is de gebruikelijke Duitse vraagvorm voor “wat”. In deze vraag staat het vóór de persoonsvorm. Voor personen gebruikt Duits in vergelijkbare vragen vaak wer (“wie”), maar was verwijst hier niet naar een persoon. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). Hier is het geen zelfstandig werkwoord met de betekenis “is”, maar het hulpwerkwoord in de voltooide tijd. Bij passieren gebruikt Duits sein: ist passiert. damit betekent hier “ermee” of natuurlijker “met dat voorwerp”. In deze context verwijst het naar het gereedschap uit de gegeven context; de vraag vraagt wat er met dat voorwerp is gebeurd. damit is een pronominaal bijwoord voor een zaak of situatie. Voor een persoon gebruikt Duits normaal een persoonlijk voornaamwoord, niet damit. Een nieuw voorbeeld: Was ist mit dem Schlüssel passiert? — “Wat is er met de sleutel gebeurd?” passiert komt van passieren en betekent hier “gebeurd”. Het is het voltooid deelwoord, ook al ziet het er hetzelfde uit als de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In combinatie met ist en op de laatste plaats vormt het de voltooide tijd: ist passiert = “is gebeurd”. Een nieuw voorbeeld: Der Unfall ist gestern passiert. — “Het ongeluk is gisteren gebeurd.” Samen vormen Was + ist + damit + passiert een Duitse vraag met de persoonsvorm op de tweede plaats en het voltooid deelwoord aan het einde. De betekenis is: “Wat is ermee gebeurd?” In de gegeven context gaat ermee over het gereedschap; het vervolg maakt concreet dat het handvat tijdens het gebruik is gebarsten.
Der Griff ist gerissen, während ich es benutzt habe.
Het handvat is gebarsten toen ik het gebruikte.
- Griff
- handvat
- ist gerissen
- is gebarsten
- während
- toen / terwijl
- ich
- ik
- es
- het
- benutzt
- gebruikt
Uitgebreide uitleg
Griff betekent hier “handvat”. Het is een zelfstandig naamwoord met het mannelijke lidwoord: der Griff. De meervoudsvorm is die Griffe. Voor een ander soort handvat gebruik je bijvoorbeeld der Türgriff (“deurklink/deurgreep”). ist gerissen betekent hier dat het handvat gebarsten of gescheurd is. De vorm bestaat uit ist (een vorm van sein) en het voltooid deelwoord gerissen van reißen (“scheuren, barsten”). Bij deze betekenis beschrijft reißen een verandering of toestand van het handvat; daarom staat hier sein, niet haben. Bijvoorbeeld: Das Seil ist gerissen. — “Het touw is gebroken.” während leidt een bijzin in met de betekenis “terwijl” en kan, afhankelijk van de context, ook als “toen” worden vertaald. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Het patroon is: während + onderwerp + overige informatie + vervoegd werkwoord. ich betekent “ik”. Het is de eerste persoon enkelvoud. In de bijzin is dit de persoon die de handeling uitvoert: ich benutze betekent “ik gebruik”. es betekent hier “het”. Dit is een onzijdig persoonlijk voornaamwoord in de accusatief en verwijst naar het voorwerp dat gebruikt wordt; de aangeleverde zin identificeert dat voorwerp niet verder. De vorm es kan in andere zinnen ook een andere grammaticale rol hebben, dus de vorm alleen bepaalt niet altijd de precieze referent. benutzt is het voltooid deelwoord van benutzen (“gebruiken”). Samen met habe vormt het het Perfekt: ich habe ... benutzt — “ik heb ... gebruikt”. In de gegeven bijzin staat habe aan het einde door während: während ich es benutzt habe — “terwijl/toen ik het gebruikte”. Samen betekent Der Griff ist gerissen, während ich es benutzt habe.: “Het handvat is gebarsten toen ik het gebruikte.” Het hoofddeel zegt dat het handvat gebarsten is; de bijzin geeft aan dat dit gebeurde tijdens het gebruik ervan. De komma markeert de grens tussen de hoofdzin en de bijzin. Während klinkt als een expliciete beschrijving van gelijktijdigheid; de Nederlandse vertaling gebruikt hier natuurlijk toen.
Lass mich sehen, wie schlimm der Schaden ist.
Laat me kijken hoe erg de schade is.
- Lass mich
- laat me
- sehen
- kijken
- wie schlimm
- hoe erg
- der Schaden
- de schade
Uitgebreide uitleg
Lass mich betekent hier letterlijk dat de spreker toestemming of gelegenheid vraagt om iets te doen: “laat me …”. Lass is de gebiedende wijs van lassen bij du; mich is de accusatiefvorm van ich. In Lass mich sehen staat na lassen een tweede werkwoord in de infinitief, zonder zu. Voorbeeld: Lass mich helfen. — “Laat me helpen.” sehen is de infinitief “kijken” of “zien”. In deze zin betekent het samen met Lass mich dat de spreker zelf wil kijken. De infinitief blijft onveranderd; de vervoegde vorm staat in Lass. wie schlimm betekent “hoe erg”. wie kan vóór een bijvoeglijk naamwoord staan om de graad te vragen of te beschrijven: wie schlimm = “hoe erg”, wie groß = “hoe groot”. Hier leidt het een bijzin in. In die bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: wie schlimm der Schaden ist. Voorbeeld: Ich weiß, wie groß das Problem ist. — “Ik weet hoe groot het probleem is.” der Schaden betekent “de schade”. Schaden is een zelfstandig naamwoord met mannelijk grammaticaal geslacht; der is hier de bepaalde nominatief enkelvoud, omdat der Schaden het onderwerp is van ist. Het woord verandert in het meervoud: die Schäden — “de schades” of natuurlijker “de schadegevallen”, afhankelijk van de context. De delen bouwen samen de structuur Lass mich + infinitief, wie + bijvoeglijk naamwoord + onderwerp + sein: Lass mich sehen = “Laat me kijken”, en wie schlimm der Schaden ist = “hoe erg de schade is”. De volledige betekenis is dus: “Laat me kijken hoe erg de schade is.” Deze formulering is geschikt wanneer iemand eerst zelf de ernst van de schade wil beoordelen.
Ich kann es ersetzen oder bei der Reparatur helfen.
Ik kan het vervangen of helpen het te repareren.
- Ich kann
- ik kan
- es
- het
- ersetzen
- vervangen
- Reparatur
- reparatie
- helfen
- helpen
Uitgebreide uitleg
Ich kann betekent hier dat de spreker iets kan of in staat is te doen. kann is de vorm van het modale werkwoord können in de eerste persoon enkelvoud; na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief: Ich kann helfen = “Ik kan helpen”. es is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief), met de betekenis “het”. Hier verwijst het volgens de vaste vertaling naar het ding dat vervangen of gerepareerd kan worden. De vorm es markeert geen persoon; het precieze soort ding wordt in deze zin niet benoemd. ersetzen is de infinitief “vervangen”. Het is het zelfstandige werkwoord na kann; samen vormen ze kann es ersetzen = “kan het vervangen”. In een gewone hoofdzin zou de vervoegde vorm bijvoorbeeld Ich ersetze es zijn. oder verbindt twee alternatieven: de spreker kan het vervangen, of kan helpen bij de reparatie. Het woord zelf drukt geen extra tijd of zekerheid uit. Reparatur is een zelfstandig naamwoord voor een reparatie. Het heeft het vrouwelijke grammaticale geslacht: die Reparatur. In bei der Reparatur staat het na bei in de datief; daarom wordt die daar der. Het geslacht van Reparatur is dus niet af te leiden uit de betekenis “reparatie”, maar uit de Duitse grammaticale vorm. helfen betekent “helpen”. Hier staat het als infinitief na kann. De combinatie bei der Reparatur helfen betekent letterlijk helpen bij de reparatie, dus helpen met het repareren. Een ander veelgebruikt patroon is jemandem helfen: Ich helfe meiner Freundin = “Ik help mijn vriendin”; de geholpen persoon staat daarbij in de datief. De volledige structuur is Ich kann es ersetzen oder bei der Reparatur helfen: Ich kann geeft de mogelijkheid van de spreker aan, waarna twee infinitiefgroepen als alternatieven volgen: es ersetzen en bei der Reparatur helfen. Samen betekent de zin: “Ik kan het vervangen of helpen het te repareren.”
Wir sollten prüfen, ob die Reparatur hält.
We moeten controleren of de reparatie het houdt.
- Wir sollten
- wij zouden moeten
- prüfen
- controleren
- ob
- of
- Reparatur
- reparatie
- hält
- houdt stand
Uitgebreide uitleg
Wir sollten: sollten is hier de vorm van sollen bij wir. Samen met het infinitief daarna drukt het een aanbeveling of milde noodzaak uit: “we zouden moeten”. Het is hier niet gewoon een verleden tijd. Vergelijk Wir sollen prüfen (“we moeten controleren / er wordt van ons verwacht dat we controleren”) met Wir sollten prüfen (“we zouden moeten controleren”). prüfen: De basisvorm is prüfen, “controleren” of “nagaan”. Na een modaal werkwoord zoals sollten blijft het hoofdwerkwoord in het infinitief: Wir sollten prüfen. Voorbeeld: Wir sollten den Plan prüfen. — “We zouden het plan moeten controleren.” ob: ob leidt een indirecte ja-neevraag in en betekent hier “of”. In de bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: ob die Reparatur hält. Dit verschilt van het voorwaardelijke wenn (“als/wanneer”): ob geeft aan wat men als waar of niet waar wil nagaan. Voorbeeld: Ich weiß nicht, ob es funktioniert. — “Ik weet niet of het werkt.” Reparatur: Reparatur is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord met de betekenis “reparatie”. In die Reparatur is het enkelvoud; die is hier het bepaalde lidwoord bij dit zelfstandig naamwoord. Duitse zelfstandige naamwoorden krijgen een hoofdletter. Voorbeeld: Die Reparatur ist fertig. — “De reparatie is klaar.” hält: Dit is de derde persoon enkelvoud van halten in de tegenwoordige tijd: halten → er/sie/es hält. In deze zin betekent halten niet letterlijk iets vasthouden, maar dat de reparatie standhoudt of goed blijft werken. Voorbeeld: Der Kleber hält gut. — “De lijm houdt goed.” Samen vormt Wir sollten prüfen de aanbeveling “we zouden moeten controleren”. ob leidt vervolgens in wat gecontroleerd moet worden, en die Reparatur hält zegt dat de reparatie standhoudt. De volledige betekenis is: “We moeten controleren of de reparatie het houdt.”
Es tut mir leid, dass ich zusätzliche Arbeit verursacht habe.
Het spijt me dat ik extra werk heb veroorzaakt.
- Es tut mir leid
- Het spijt me
- zusätzliche
- extra
- Arbeit
- werk
- verursacht
- veroorzaakt
Uitgebreide uitleg
Es tut mir leid is een vaste manier om je te verontschuldigen: letterlijk is het ongeveer “het doet mij leed”, maar als geheel betekent het hier “het spijt me”. tut is de tegenwoordige tijd van tun bij es; mir is de datiefvorm van ich en markeert degene die het betreurt. Vergelijk: Das tut mir leid. — “Dat spijt me.” dass leidt een bijzin in. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde. ich is hier het onderwerp van die bijzin: “dat ik …”. zusätzliche komt van het bijvoeglijk naamwoord zusätzlich (“extra”, “bijkomend”). De uitgang -e staat hier omdat het bijvoeglijk naamwoord vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Arbeit staat zonder voorafgaand lidwoord: zusätzliche Arbeit. De vorm kan dus door de grammaticale omgeving veranderen; zusätzlich is de basisvorm. Arbeit betekent “werk” en is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Arbeit. Hier is het het lijdend voorwerp van verursacht: het gaat om extra werk dat door de spreker is veroorzaakt. Voorbeeld: Ich habe viel Arbeit. — “Ik heb veel werk.” verursacht komt van verursachen (“veroorzaken”). Hier is het het voltooid deelwoord in de voltooide tijd habe verursacht: habe draagt de tijd en verursacht benoemt wat er veroorzaakt is. Het onderwerp van habe is ich; daarom staat er habe, niet bijvoorbeeld hat. Voorbeeld: Der Fehler hat Probleme verursacht. — “De fout heeft problemen veroorzaakt.” Samen vormt dass ich zusätzliche Arbeit verursacht habe de bijzin “dat ik extra werk heb veroorzaakt”. Door dass staat habe aan het einde. De vaste verontschuldiging Es tut mir leid wordt daarmee verbonden: Es tut mir leid, dass ich zusätzliche Arbeit verursacht habe. betekent “Het spijt me dat ik extra werk heb veroorzaakt.”
Sag mir das beim nächsten Mal sofort.
Zeg het de volgende keer meteen tegen me.
- Sag
- zeg
- mir
- tegen me
- das
- het
- beim
- bij het
- nächsten
- volgende
- Mal
- keer
- sofort
- meteen
Uitgebreide uitleg
Sag is de gebiedende wijs van sagen (“zeggen”) voor du: du sagst → Sag! In deze zin is het een directe aansporing. Een bruikbaar contrast is Sag es! (“Zeg het!”) tegenover Sagt es! voor meerdere aangesproken personen. mir is de datiefvorm van ich en betekent hier “tegen me / aan mij”. Bij sagen staat de persoon aan wie iets wordt gezegd vaak in de datief: jemandem etwas sagen = “iemand iets zeggen”. De vormreeks is ich (onderwerp), mir (datief), mich (accusatief); deze vormen zijn niet onderling verwisselbaar. das is hier het onzijdige accusatieve voornaamwoord met de betekenis “het”. Het verwijst naar de inhoud die gezegd moet worden, zonder dat de zin zelf precies benoemt waarnaar das verwijst. Samen met mir ontstaat het patroon jemandem das sagen: “het tegen iemand zeggen”. beim is de samentrekking van bei dem. Hier leidt het een tijdsbepaling in: beim nächsten Mal = “de volgende keer”. bei met datief kan dus ook een tijdstip of gelegenheid aangeven, niet alleen een plaats. nächsten betekent hier “volgende”. Het bijvoeglijk naamwoord staat in beim nächsten Mal in de datief, omdat dem in de samengevoegde vorm beim dat naamvalspatroon bepaalt. De uitgang hoort bij nächsten, niet bij Mal. De basisvorm is nächst-; in een andere constructie kan de vorm veranderen, bijvoorbeeld das nächste Mal. Mal is het onzijdige zelfstandig naamwoord “keer”. In de vaste tijdsaanduiding das nächste Mal / beim nächsten Mal betekent het een volgende gelegenheid, niet een meeteenheid. einmal betekent daarentegen “een keer” of “ooit”, afhankelijk van de context. sofort betekent “meteen” of “onmiddellijk”. Het is een bijwoord en verandert daarom hier niet van vorm. In deze zin bepaalt het dat het zeggen direct bij die gelegenheid moet gebeuren. Samen vormen Sag mir das de aansporing “Zeg het tegen me”. beim nächsten Mal bepaalt wanneer dat moet gebeuren, en sofort benadrukt dat het dan onmiddellijk moet gebeuren. De volledige betekenis is dus: “Zeg het de volgende keer meteen tegen me.”
Wir können das klären.
We kunnen het oplossen.
- Wir
- wij
- können
- kunnen
- das
- het
- klären
- oplossen; verduidelijken
Uitgebreide uitleg
Wir betekent hier “wij” en is het onderwerp: de spreker rekent zichzelf samen met minstens één andere persoon tot de handelende groep. De vorm blijft wir voor dit meervoudige onderwerp; vergelijk ich voor “ik” en ihr voor “jullie”. Voorbeeld: Wir lernen Deutsch. — “Wij leren Duits.” können is de tegenwoordige vorm van können bij wir. Het drukt hier mogelijkheid of bereidheid uit: “kunnen”. Als modaal werkwoord staat het vervoegde werkwoord op de tweede plaats en staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde. Vergelijk: Wir können warten. — “Wij kunnen wachten.” Bij ich is de vorm kann: Ich kann warten. — “Ik kan wachten.” das is hier een zelfstandig gebruikt voornaamwoordelijk object met de betekenis “het”. De concrete referent van “het” wordt in deze ene zin niet nader benoemd; de vertaling bevestigt wel dat het om een bepaald “het” gaat. In andere zinnen kan das ook als aanwijzend woord of als lidwoord voorkomen, maar hier staat het op zichzelf en verwijst het naar het object van de handeling. klären is de infinitief van het werkwoord klären. In deze zin betekent het “oplossen” of “verduidelijken”: iets wordt opgehelderd of geregeld. De infinitief blijft na können staan; het is dus niet klärt in deze modale constructie. Voorbeeld: Wir klären die Frage. — “Wij verduidelijken de vraag.” Samen vormen de delen Wir können das klären.: wir is de handelende groep, können geeft aan dat die groep ertoe in staat is of bereid is, das is het bedoelde object en klären benoemt de handeling. De volledige betekenis is: “Wij kunnen het oplossen.”
Grammatica
während + bijzin: werkwoord achteraan
Während der Arbeit benutzt er das Werkzeug.
Vè-rent dee-uh ar-bait be-noetst ee-uh das verk-tsoik.Tijdens het werk gebruikt hij het gereedschap.
Na während staat het werkwoord in een bijzin achteraan.
Es tut mir leid.
Es tut mir leid.
Es toet mie-uh lait.Het spijt me.
Deze vaste Duitse uitdrukking gebruikt tut ... leid en verschilt van het Nederlandse ‘het spijt me’.
Duits woordenschat
während ich es benutzt habe
Was ist damit passiert?
mit dem Werkzeug
Der Griff ist gerissen
der Schaden
Ich kann es ersetzen
das ich geliehen habe
Was ist damit passiert?
Der Griff ist gerissen
wie schlimm der Schaden ist
Ich muss mich für das entschuldigen
während ich es benutzt habe
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wat is ermee gebeurd?
Antwoord tonen
Was ist damit passiert?We kunnen het oplossen.
Antwoord tonen
Wir können das klären.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
het gereedschap
Antwoord tonen
Werkzeugterwijl
Antwoord tonen
währendgebeuren
Antwoord tonen
passiertlenen