Een telefoon opladen voor een dringend gesprek | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a daily life situation, one adult asks to use a charging cable so a phone has enough battery for an urgent call..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een telefoon opladen voor een dringend gesprek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Der Akku von meinem Handy ist fast leer.

Deer akkoe fon mainum hendi is fast leer. De batterij van mijn telefoon is bijna leeg.
B

Hast du ein Ladegerät oder eine Powerbank dabei?

Hast doe ain laadə-gə-rèèt ooda pauwerbènk də-bai? Heb je een oplader of een powerbank bij je?
A

Ich habe beide zu Hause gelassen.

Ich haabə baidə tsoe hauzə gəlasən. Ik heb ze allebei thuis gelaten.
A

Ich muss dringend telefonieren.

Ich moet dringend telefonie-ren. Ik moet dringend bellen.
B

Neben dem Fenster ist eine Steckdose.

Neebən dem fenstər isj ain sjtek-doozə. Er zit een stopcontact naast het raam.
A

Könnte ich dein Kabel ein paar Minuten benutzen?

Keun-tə ich dain kaabəl ain paar mie-noetən bə-noetsən? Mag ik je kabel een paar minuten gebruiken?
B

Du kannst es lange genug benutzen, um zu telefonieren.

Doe kanst es langə gənoek bə-noetsən, oem tsoe telefonie-ren. Je kunt hem lang genoeg gebruiken om te bellen.
A

Ich gebe es zurück, sobald mein Handy angeht.

Ich geebə es tsoeroek, zo-balt main hendi ang-geet. Ik geef hem terug zodra mijn telefoon aangaat.
B

Lass dein Handy angeschlossen, bis du genug Akku hast.

Las dain hendi ang-gə-sjlosən, bis doe gənoek akkoe hast. Laat je telefoon aangesloten totdat je genoeg batterij hebt.

Uitleg van de zinnen

  1. Der Akku von meinem Handy ist fast leer.

    De batterij van mijn telefoon is bijna leeg.

    Akku
    batterij
    von meinem Handy
    van mijn telefoon
    ist
    is
    fast
    bijna
    leer
    leeg
    Uitgebreide uitleg

    Akku betekent hier de oplaadbare batterij van het apparaat. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Akku. Het meervoud is die Akkus. In deze zin staat het als onderwerp, dus staat het in de nominatief: der Akku. Batterie is een verwant woord; Akku maakt specifiek duidelijk dat de batterij oplaadbaar is. Batterie kan in andere contexten ook een oplaadbare batterij aanduiden, maar wordt vaak voor een niet-oplaadbare batterij gebruikt. von meinem Handy drukt uit van welk apparaat de batterij is. von wordt hier gebruikt voor een relatie van bezit of herkomst en krijgt een naamwoordgroep in de datief. Handy is in het Duits een onzijdig zelfstandig naamwoord (das Handy); na von krijgt het bezittelijk woord daarom de datiefvorm meinem. Het gaat hier om de telefoon van de spreker, zoals de vaste vertaling aangeeft. Een bruikbaar patroon is der Akku von meinem ... — de batterij van mijn ... . ist is de derde persoon enkelvoud van sein (zijn): ich bin, du bist, er/sie/es ist. Hier verbindt het onderwerp Der Akku met de toestand leer. In een Duitse mededelende hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede positie: Der Akku ... ist .... fast is een bijwoord met de betekenis ‘bijna’. Het geeft aan dat de daaropvolgende toestand bijna bereikt is. Het verandert niet van vorm. leer betekent hier ‘zonder veel of zonder resterende lading’. Als predicatief bijvoeglijk naamwoord na ist krijgt het geen uitgang: Der Akku ist leer. Voor een zelfstandig naamwoord kan een uitgang wel nodig zijn, bijvoorbeeld ein leerer Akku — een lege batterij. Samen betekent Der Akku von meinem Handy ist fast leer.: ‘De batterij van mijn telefoon is bijna leeg.’ De zinsbouw is: onderwerp (Der Akku von meinem Handy) + vervoegd werkwoord (ist) + toestand (fast leer).

  2. Hast du ein Ladegerät oder eine Powerbank dabei?

    Heb je een oplader of een powerbank bij je?

    Hast du
    heb je
    Ladegerät
    oplader
    Powerbank
    powerbank
    dabei
    bij je
    Uitgebreide uitleg

    Hast du is een korte vraagconstructie: hast is de tegenwoordige tijd van haben bij du (jij), en du is het onderwerp. In een Duitse ja-neevraag staat de persoonsvorm vooraan. Het werkwoord haben betekent hier “hebben”, niet “bezitten” in een speciaal juridische of blijvende zin. Voorbeeld: Hast du Zeit? — “Heb je tijd?” Ladegerät betekent hier “oplader”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het woord is een samenstelling; het laatste deel bepaalt het grammaticale geslacht: das Ladegerät. In deze vraag staat het na ein: ein Ladegerät. Voorbeeld: Ich brauche ein Ladegerät. — “Ik heb een oplader nodig.” Powerbank is het zelfstandig naamwoord voor “powerbank”. Ook dit woord krijgt in het Duits een hoofdletter. In de vraag staat eine Powerbank; eine hoort bij het vrouwelijke geslacht van die Powerbank in de naamval die hier na haben wordt gebruikt. Voorbeeld: Ich habe eine Powerbank. — “Ik heb een powerbank.” dabei betekent hier “bij je” of “bij je hebben”: het geeft aan dat iets op dit moment met iemand meegedragen of beschikbaar is. Het is geen tweede werkwoord; samen met haben vormt het de betekenis “iets bij zich hebben”. De precieze persoon blijkt hier uit du en hast: de vraag is gericht aan één persoon. Vergelijk: Ich habe meinen Ausweis dabei. — “Ik heb mijn identiteitsbewijs bij me.” De hele zin is een ja-neevraag. Hast du maakt de vraag, ein Ladegerät oder eine Powerbank noemt twee alternatieven, en dabei beperkt de vraag tot wat de aangesprokene op dat moment bij zich heeft. Samen betekent de zin: “Heb je een oplader of een powerbank bij je?”

  3. Ich habe beide zu Hause gelassen.

    Ik heb ze allebei thuis gelaten.

    Ich habe
    ik heb
    beide
    allebei
    zu Hause
    thuis
    gelassen
    gelaten
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe: habe is the first-person singular present form of haben. Here it is the auxiliary in the German perfect tense: the auxiliary is conjugated, while the other verb appears as a past participle later in the sentence. Compare ich habe (“ik heb”) with du hast (“jij hebt”). beide: This pronoun means “allebei” and refers here to the two items mentioned in the preceding question. It is used when exactly two known items are meant. In this object position, beide has the same form as in the plural subject form; in the dative, the form is beiden, as in mit beiden (“met allebei”). zu Hause: This is the fixed expression for “thuis”. zu takes the dative, and Hause is the traditional dative form preserved in this expression. The expression describes the place where something is, or where an action takes place; it does not mean movement toward home. gelassen: This is the past participle of lassen, whose basic meaning includes “laten” and, in this context, “achterlaten”. The perfect construction is haben + gelassen: Ich habe ... gelassen means “ik heb ... gelaten”. For example: Ich habe den Schlüssel im Büro gelassen. — “Ik heb de sleutel op kantoor laten liggen.” Together, Ich habe beide zu Hause gelassen has the structure “ik heb allebei thuis gelaten”: the speaker left both of the two previously mentioned items at home. In the perfect tense, habe marks the speaker and tense, while gelassen carries the lexical action and stands at the end.

  4. Ich muss dringend telefonieren.

    Ik moet dringend bellen.

    Ich muss
    ik moet
    dringend
    dringend
    telefonieren
    bellen
    Uitgebreide uitleg

    Ich muss betekent hier dat de spreker noodzakelijk moet handelen. muss is de vorm van het modale werkwoord müssen bij ich; vergelijk ich muss, du musst, wir müssen. In een hoofdzin staat het modale werkwoord op de tweede positie en komt het andere werkwoord als infinitief aan het einde. Voorbeeld: Ich muss arbeiten. — Ik moet werken. De vorm muss drukt hier noodzaak of verplichting uit; het zegt op zichzelf niet waarom die noodzaak bestaat. dringend betekent hier dringend of met spoed. Het versterkt de noodzaak: het telefoongesprek moet niet alleen gebeuren, maar snel of zonder uitstel. In deze zin wordt het bijwoordelijk gebruikt en bepaalt het de manier of urgentie van telefonieren. Voorbeeld: Wir müssen dringend gehen. — We moeten dringend vertrekken. telefonieren is het werkwoord telefoneren, hier in de infinitief. Het betekent een telefoongesprek voeren of bellen; er wordt in deze zin geen specifieke gesprekspartner genoemd. De tegenwoordige tijd heeft bijvoorbeeld ich telefoniere en wir telefonieren. Voorbeeld: Sie telefoniert jeden Abend. — Zij telefoneert elke avond. Samen vormen de delen de gebruikelijke Duitse structuur Ich muss + bijwoord + infinitief: Ich muss dringend telefonieren. Het modale werkwoord geeft de noodzaak aan, dringend voegt urgentie toe en telefonieren benoemt de noodzakelijke handeling. De volledige betekenis is: Ik moet dringend bellen.

  5. Neben dem Fenster ist eine Steckdose.

    Er zit een stopcontact naast het raam.

    Neben
    naast
    Fenster
    raam
    ist
    is
    Steckdose
    stopcontact
    Uitgebreide uitleg

    Neben betekent hier “naast”. Het is een voorzetsel voor een plaatsrelatie. Bij een vaste locatie staat het verbonden naamwoord in deze zin in de datief: neben dem Fenster. Bij een beweging naar een plaats kan neben met de accusatief voorkomen, bijvoorbeeld: Ich stelle den Stuhl neben das Fenster. — “Ik zet de stoel naast het raam.” Fenster betekent hier “raam”. De basisvorm is das Fenster; het is een onzijdig zelfstandig naamwoord. In het enkelvoud blijft Fenster in de nominatief, accusatief en datief hetzelfde: das Fenster, dem Fenster. In de genitief krijgt het de vorm des Fensters. Het meervoud is ook Fenster, bijvoorbeeld die Fenster — “de ramen”. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. Hier verbindt het een plaatsaanduiding met wat zich daar bevindt: “is/zit”. De vorm hoort bij het enkelvoudige onderwerp eine Steckdose; bij een meervoudig onderwerp staat bijvoorbeeld sind. Steckdose betekent “stopcontact”. De basisvorm is die Steckdose; het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Hier staat het als onderwerp in de nominatief met het onbepaalde lidwoord eine: eine Steckdose. Eine maakt het zelfstandig naamwoord onbepaald; het stelt op zichzelf geen concrete numerieke telling centraal. Samen betekent Neben dem Fenster “naast het raam”. ist eine Steckdose zegt dat daar een stopcontact is: “Er zit een stopcontact naast het raam.” De vaste woordvolgorde is een bruikbaar patroon voor een plaatsbeschrijving: Neben dem/der ... ist ... — “Naast de ... is/zit ...”.

  6. Könnte ich dein Kabel ein paar Minuten benutzen?

    Mag ik je kabel een paar minuten gebruiken?

    Könnte ich
    zou ik mogen
    dein
    jouw
    Kabel
    kabel
    ein paar Minuten
    een paar minuten
    benutzen
    gebruiken
    Uitgebreide uitleg

    Könnte ich betekent hier een beleefd verzoek: “zou ik mogen…?”. Könnte is de Konjunktiv-II-vorm van können bij ich; vergelijk ich kann = “ik kan” met ich könnte = “ik zou kunnen / zou ik mogen”. In een vraag zoals deze drukt de vorm geen vast verleden uit, maar een voorzichtige mogelijkheid of toestemming. Voorbeeld: Könnte ich hier sitzen? — “Zou ik hier mogen zitten?” dein geeft bezit aan: “jouw”. Het verwijst hier naar het kabel dat de aangesprokene bezit. De vorm is dein vóór het onzijdige zelfstandig naamwoord Kabel; bij andere naamvallen of geslachten kan de vorm veranderen, bijvoorbeeld deine Tasche (“jouw tas”) en deinen Stift (“jouw pen”). Kabel betekent “kabel” en is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Kabel. In deze zin staat het als het voorwerp van benutzen; bij dit woord zijn de nominatief en accusatief enkelvoud gelijk: das Kabel en ich benutze das Kabel. Het meervoud is eveneens Kabel, bijvoorbeeld zwei Kabel — “twee kabels”. ein paar Minuten geeft de duur aan: “een paar minuten”. Minuten is het meervoud van die Minute; na ein paar staat het zelfstandig naamwoord in het meervoud. ein paar duidt hier een kleine, niet exact bepaalde hoeveelheid aan. Voorbeeld: Warte ein paar Minuten. — “Wacht een paar minuten.” benutzen betekent “gebruiken”. Het is hier een infinitief na de modale vorm könnte; daarom staat het aan het einde van de vraag. De basisvorm is benutzen, bijvoorbeeld Ich benutze den Computer. — “Ik gebruik de computer.” Samen vormt Könnte ich dein Kabel ein paar Minuten benutzen? de vraag of de spreker het kabel van de aangesprokene gedurende een korte, niet exact bepaalde tijd mag gebruiken: “Mag ik je kabel een paar minuten gebruiken?” De modale vraag Könnte ich … benutzen? is een herbruikbaar patroon voor een beleefd verzoek.

  7. Du kannst es lange genug benutzen, um zu telefonieren.

    Je kunt hem lang genoeg gebruiken om te bellen.

    Du kannst
    je kunt
    es
    hem
    lange genug
    lang genoeg
    benutzen
    gebruiken
    um … zu
    om te
    telefonieren
    bellen
    Uitgebreide uitleg

    Du kannst betekent hier “je kunt”. kannst is de tegenwoordige tijd van können in de tweede persoon enkelvoud: du kannst. Met du krijgt het werkwoord dus deze vorm. Können staat als modaal werkwoord samen met een infinitief: Du kannst telefonieren = “Je kunt bellen”. De infinitief komt in deze hoofdzin aan het einde. es is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief). In deze context verwijst het naar het kabeltje uit de voorafgaande zin. Duits gebruikt daarvoor es, omdat Kabel grammaticaal onzijdig is: das Kabel → es. De Nederlandse vertaling gebruikt hier “hem” als de bedoelde verwijzing naar dat kabeltje. lange genug betekent “lang genoeg”. lange geeft de duur aan; genug zegt dat die duur voldoende is. Samen vormen ze een herbruikbaar patroon: lang(e) genug + infinitief, bijvoorbeeld Du bleibst lange genug = “Je blijft lang genoeg”. benutzen betekent “gebruiken”. Dit is hier de infinitief die bij kannst hoort. De basisvorm is benutzen; bijvoorbeeld Ich benutze das Kabel = “Ik gebruik de kabel”. De vorm verandert met de persoon, bijvoorbeeld du benutzt en er benutzt, terwijl benutzen de infinitief blijft. um ... zu is een doelconstructie: “om ... te”. De twee delen horen bij elkaar, ook al staat er tekst tussen. Hier is het patroon um + ... + zu + infinitief. Het doel heeft dezelfde uitvoerder als de hoofdzin: degene die kan gebruiken, is ook degene die belt. telefonieren betekent “telefoneren” of, in deze vertaling, “bellen”. Het is de infinitief na zu: zu telefonieren = “te bellen”. Een voorbeeld is Sie telefoniert mit ihrer Schwester = “Zij belt met haar zus”. Samen betekent Du kannst es lange genug benutzen, um zu telefonieren.: “Je kunt hem lang genoeg gebruiken om te bellen.” Du kannst geeft de mogelijkheid aan, es ... benutzen benoemt wat wordt gebruikt, lange genug geeft de voldoende gebruiksduur aan en um zu telefonieren noemt het doel van dat gebruik. De formulering is neutraal en bruikbaar in gewone gesprekken.

  8. Ich gebe es zurück, sobald mein Handy angeht.

    Ik geef hem terug zodra mijn telefoon aangaat.

    Ich
    ik
    gebe … zurück
    teruggeven
    es
    hem
    sobald
    zodra
    mein
    mijn
    Handy
    mobiele telefoon
    angeht
    aangaat
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik” en is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Het onderwerp staat bij gebe voor de persoon die iets teruggeeft. gebe ... zurück hoort bij het scheidbare werkwoord zurückgeben (“teruggeven”). In een hoofdzin staat het vervoegde deel op de tweede positie en komt het deel zurück aan het einde: Ich gebe es zurück. — “Ik geef het terug.” De vorm gebe is de tegenwoordige tijd bij ich; vergelijk bijvoorbeeld Ich gebe das Buch zurück. — “Ik geef het boek terug.” es is een voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief). De Nederlandse vertaling maakt duidelijk dat het hier om “hem” gaat; uit dit ene woord volgt niet zelfstandig welk concreet voorwerp bedoeld is. In het Duits is es de onzijdige vorm. Een nuttig contrast is Ich sehe es (“Ik zie het”) tegenover Ich gebe es zurück (“Ik geef het terug”). sobald betekent “zodra” en leidt een bijzin in die het tijdstip aangeeft. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het patroon is ..., sobald ... + werkwoord aan het slot. mein betekent hier “mijn” en hoort bij het daaropvolgende onzijdige zelfstandig naamwoord Handy. De vorm van het bezittelijk woord hangt onder meer af van naamval, geslacht en getal; in mein Handy staat het zelfstandig naamwoord in de eerste naamval en is het onzijdig. Vergelijk meine Tasche (“mijn tas”), waar het zelfstandig naamwoord vrouwelijk is. Handy is een zelfstandig naamwoord voor een mobiele telefoon. Het is in het Duits onzijdig: das Handy, dus mein Handy. In het Duits kan Handy ook in samengestelde woorden voorkomen, zoals Handyakku (“telefoonbatterij”). angeht komt van het scheidbare werkwoord angehen. In deze zin betekent het “aangaat” of “wordt ingeschakeld”, niet simpelweg “ergens naartoe gaan”. angeht is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd, passend bij mein Handy: Mein Handy geht an — “Mijn telefoon gaat aan.” In de bijzin blijft het scheidbare voorvoegsel bij het werkwoord en staat de volledige vervoegde vorm aan het einde: sobald mein Handy angeht. Samen betekent Ich gebe es zurück “Ik geef hem terug”. De tijdsbijzin sobald mein Handy angeht geeft aan wanneer dat gebeurt: “zodra mijn telefoon aangaat”. De volledige betekenis is dus: “Ik geef hem terug zodra mijn telefoon aangaat.”

  9. Lass dein Handy angeschlossen, bis du genug Akku hast.

    Laat je telefoon aangesloten totdat je genoeg batterij hebt.

    Lass
    laat; houd
    dein
    je/jouw
    Handy
    mobiele telefoon
    angeschlossen
    aangesloten
    bis
    totdat
    du
    je
    genug
    genoeg
    Akku
    batterij
    hast
    hebt
    Uitgebreide uitleg

    Lass is de gebiedende wijs van lassen voor één informeel aangesproken persoon. Hier betekent het: zorg dat iets in een bepaalde toestand blijft. Het patroon is Lass + voorwerp + toestand, bijvoorbeeld: Lass das Fenster offen. — Laat het raam open. dein betekent hier “jouw/je” en hoort bij Handy. Het is een bezittelijk woord; de vorm wordt mede bepaald door het zelfstandig naamwoord en zijn grammaticale kenmerken. In deze zin staat de vorm dein vóór het onzijdige zelfstandig naamwoord Handy in de accusatief. Handy is in het Duits een onzijdig zelfstandig naamwoord (das Handy) en betekent “mobiele telefoon”. angeschlossen beschrijft de toestand van de telefoon: hij is aangesloten, bijvoorbeeld op een lader. Het is de vorm van anschließen die hier als toestandsbeschrijving na Lass wordt gebruikt. In combinatie met lassen betekent Lass dein Handy angeschlossen dus niet alleen dat je iets aansluit, maar dat je het aangesloten laat. bis leidt een bijzin in met de betekenis “totdat”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het patroon is bis + onderwerp + ... + werkwoord, bijvoorbeeld: Warte, bis ich zurückkomme. — Wacht totdat ik terugkom. du is het persoonlijke voornaamwoord voor één informeel aangesproken persoon. Het is hier het onderwerp van de bijzin. genug betekent “genoeg” en geeft aan dat de vereiste hoeveelheid bereikt is. Het staat hier vóór Akku en bepaalt hoeveel batterij beschikbaar moet zijn. Akku is een mannelijk zelfstandig naamwoord (der Akku) voor de batterij of accu van een apparaat. In deze context verwijst genug Akku naar voldoende batterijcapaciteit of lading; het gaat niet noodzakelijk om een bepaald aantal batterijen. hast is de tegenwoordige tijd van haben bij du: du hast — “je hebt”. De volledige vormreeks is haben — du hast — er/sie/es hat. In deze bijzin staat hast aan het einde, omdat bis de Duitse bijzin inleidt. Samen bestaat de zin uit een bevel en een tijdsgrens: Lass dein Handy angeschlossen geeft de toestand die moet blijven gelden, en bis du genug Akku hast geeft aan tot welk moment. De volledige betekenis is: “Laat je telefoon aangesloten totdat je genoeg batterij hebt.” Deze formulering is informeel, omdat Lass en du bij de informele aanspreekvorm horen.

Grammatica

sobald + werkwoord aan het einde

Sobald das Handy angeht, gebe ich es zurück.

Zo-balt das hendi ang-geet, geebə ich es tsoeroek.

Zodra de mobiele telefoon aangaat, geef ik hem terug.

Na „sobald“ staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

scheidbaar werkwoord: zurückgeben

Ich gebe das Ladegerät zurück.

Ich geebə das laadə-gə-rèèt tsoeroek.

Ik geef de oplader terug.

Bij een scheidbaar werkwoord staat „zurück“ in een hoofdzin achteraan.

Duits woordenschat

Akku zelfstandig naamwoord
akkoe batterij
beide voornaamwoord
baidə allebei
dabei bijwoord
də-bai bij zich
dringend bijwoord
dringənt dringend
fast bijwoord
fast bijna
Handy zelfstandig naamwoord
hendi mobiele telefoon
Ladegerät zelfstandig naamwoord
laadə-gə-rèèt oplader
leer bijvoeglijk naamwoord
leer leeg
Powerbank zelfstandig naamwoord
pauwerbènk powerbank
Steckdose zelfstandig naamwoord
sjtek-doozə stopcontact
telefonieren werkwoord
telefonie-ren telefoneren
zu Hause uitdrukking
tsoe hauzə thuis

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb ze allebei thuis gelaten.

Antwoord tonenIch habe beide zu Hause gelassen.

Ik moet dringend bellen.

Antwoord tonenIch muss dringend telefonieren.

Er zit een stopcontact naast het raam.

Antwoord tonenNeben dem Fenster ist eine Steckdose.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

allebei

Antwoord tonenbeide

bijna

Antwoord tonenfast

oplader

Antwoord tonenLadegerät

powerbank

Antwoord tonenPowerbank