Buitengesloten zijn en om hulp vragen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, one adult asks for a place to wait while calling a landlord about being locked out of an apartment..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Buitengesloten zijn en om hulp vragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich bin aus meiner Wohnung ausgesperrt.

isj bin aus mai-nuh voo-noeng aus-guh-sjpert. Ik ben buitengesloten uit mijn appartement.
B

Hast du irgendwo einen Ersatzschlüssel?

hast doe ir-guhnt-voo ai-nuhn er-zats-sjuu-zul? Heb je ergens een reservesleutel?
A

Ich habe keinen, aber mein Vermieter hat vielleicht einen.

isj haa-buh kai-nuhn, aa-buh main fer-mie-tuh hat fie-lai-sjt ai-nuhn. Ik heb er geen, maar mijn verhuurder heeft er misschien een.
B

Versuch, ihn jetzt anzurufen.

fer-zoe-ch, ien yetst an-roefun. Probeer hem nu te bellen.
A

Kann ich drinnen warten, während ich anrufe?

kan isj drin-nun var-tun, vèè-runt isj an-roefuh? Mag ik binnen wachten terwijl ik bel?
B

Komm eine Weile rein.

kom ai-nuh vai-luh rain. Kom maar even binnen.
B

Draußen ist es kalt.

drau-sun ist es kalt. Het is daar buiten koud.
A

Ich erkläre, was passiert ist, und frage nach dem Schlüssel.

isj er-klèè-ruh, vas pa-sieert ist, oent fraa-guh naach deem sjuu-zul. Ik zal uitleggen wat er is gebeurd en naar de sleutel vragen.
B

Sag mir, wenn du beim Warten etwas brauchst.

zaak mier, ven doe baim var-tun et-vas braau-chst. Zeg het me als je tijdens het wachten iets nodig hebt.

Woord voor woord

Ich Ich betekent hier ik en is de persoon die spreekt in Ich bin aus meiner Wohnung ausgesperrt en Ich habe keinen. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord in zulke mededelingen. Je gebruikt Ich wanneer je iets over jezelf vertelt.
bin bin betekent ben in Ich bin aus meiner Wohnung ausgesperrt en beschrijft de toestand van de spreker. Het hoort hier bij Ich en vormt samen een mededeling over de huidige situatie. Je gebruikt Ich bin ... om een toestand over jezelf te beschrijven.
aus aus koppelt in aus meiner Wohnung ausgesperrt de woning aan de situatie van buitengesloten zijn. De hele combinatie betekent dat de spreker niet in zijn woning kan komen. Je ziet aus hier samen met een plaatsaanduiding in aus meiner Wohnung.
meiner meiner betekent mijn in aus meiner Wohnung en verwijst naar de woning van de spreker. Het is de vorm van mein die hier vóór Wohnung staat. Je gebruikt mein of een passende vorm ervan om aan te geven van wie iets is.
Wohnung Wohnung betekent appartement of woning in aus meiner Wohnung. Het woord benoemt de plaats waar de spreker niet binnen kan. Je gebruikt Wohnung wanneer je over een appartement of woning spreekt.
ausgesperrt ausgesperrt betekent buitengesloten in Ich bin aus meiner Wohnung ausgesperrt. Samen met bin beschrijft het dat de spreker niet naar binnen kan. Je gebruikt sein + ausgesperrt om deze toestand te melden.
Hast Hast betekent heb je in Hast du irgendwo einen Ersatzschlüssel? Het staat vooraan omdat dit een vraag is waarop ja of nee kan volgen. Je gebruikt Hast du ...? om te vragen of iemand iets heeft.
du du betekent je en verwijst naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. In Hast du irgendwo einen Ersatzschlüssel? staat du na Hast. Je gebruikt du om één gesprekspartner aan te spreken.
irgendwo irgendwo betekent ergens en geeft aan dat de plaats niet nader wordt genoemd. In Hast du irgendwo einen Ersatzschlüssel? gaat het om een reservesleutel die misschien op een onbekende plek ligt. Je gebruikt irgendwo bij vragen of mededelingen over een niet-bepaalde plaats.
einen einen betekent een en verwijst hier naar één reservesleutel in einen Ersatzschlüssel. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt een vorm van ein om naar één niet nader bepaalde zaak te verwijzen.
Ersatzschlüssel Ersatzschlüssel betekent reservesleutel en is het voorwerp waarnaar in Hast du irgendwo einen Ersatzschlüssel? wordt gevraagd. In de zin staat het samen met einen. Je gebruikt het woord wanneer je een extra sleutel voor noodgevallen bedoelt.
habe habe betekent heb in Ich habe keinen. Het geeft aan dat de spreker de gevraagde sleutel niet heeft. Je gebruikt Ich habe ... om te zeggen dat je iets bezit of tot je beschikking hebt.
keinen keinen betekent geen in Ich habe keinen en verwijst naar de eerder genoemde reservesleutel. Het herhaalt Ersatzschlüssel niet, maar maakt duidelijk dat de spreker er geen heeft. Je gebruikt Ich habe keinen wanneer je ontkent dat je iets hebt.
aber aber betekent maar en verbindt de ontkenning met een andere mogelijkheid: de verhuurder heeft misschien wel een sleutel. Het markeert dus een tegenstelling tussen Ich habe keinen en mein Vermieter hat vielleicht einen. Je gebruikt aber om twee tegengestelde of afwijkende mededelingen te verbinden.
mein mein betekent mijn in mein Vermieter en geeft aan dat het om de verhuurder van de spreker gaat. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord Vermieter. Je gebruikt mein om een persoon of zaak aan jezelf te koppelen.
Vermieter Vermieter betekent verhuurder in mein Vermieter. Deze persoon kan volgens de spreker misschien een reservesleutel hebben. Je gebruikt Vermieter wanneer je spreekt over degene die een woning verhuurt.
hat hat betekent heeft in mein Vermieter hat vielleicht einen. Het zegt dat de verhuurder mogelijk een reservesleutel bezit. Je gebruikt hat samen met een onderwerp om te zeggen dat iemand iets heeft.
vielleicht vielleicht betekent misschien en maakt de bewering over de verhuurder onzeker. In mein Vermieter hat vielleicht einen staat het vóór het woord dat naar de sleutel verwijst. Je gebruikt vielleicht wanneer je een mogelijkheid noemt zonder zekerheid te geven.
Versuch Versuch betekent probeer in Versuch, ihn jetzt anzurufen. Het is een aansporing aan de gesprekspartner om iets te doen. Je gebruikt Versuch, ... wanneer je iemand aanmoedigt om een handeling uit te proberen.
ihn ihn betekent hem en verwijst hier naar de verhuurder in ihn jetzt anzurufen. Het is de persoon die gebeld moet worden. Je gebruikt jemanden anrufen wanneer je zegt dat je iemand opbelt.
jetzt jetzt betekent nu en geeft aan dat het bellen meteen moet gebeuren. In ihn jetzt anzurufen staat het bij de handeling van opbellen. Je gebruikt jetzt om naar het huidige moment te verwijzen.
anzurufen anzurufen betekent op te bellen in Versuch, ihn jetzt anzurufen. Het is de handeling die de gesprekspartner volgens de aansporing moet proberen. Het werkwoord is anrufen; in deze constructie staat de vorm anzurufen na Versuch, ... Je gebruikt bijvoorbeeld Versuch, jemanden anzurufen met een persoon als objectslot.
Kann Kann betekent kan of zou kunnen in Kann ich drinnen warten? De spreker gebruikt het om toestemming of mogelijkheid te vragen. Je gebruikt Kann ich ...? om beleefd te vragen of je iets mag of kunt doen.
drinnen drinnen betekent binnen en beschrijft de plaats waar de spreker wil wachten. In Kann ich drinnen warten? gaat het om wachten in de woning van de gesprekspartner. Je gebruikt drinnen om een verblijfplaats aan de binnenkant aan te duiden.
warten warten betekent wachten in Kann ich drinnen warten? Het benoemt de handeling die de spreker wil uitvoeren. Hetzelfde woord verschijnt als Warten in beim Warten, waar het naar de activiteit van het wachten verwijst. Je gebruikt warten bijvoorbeeld om te zeggen dat je op iemand of iets blijft wachten.
während während betekent terwijl en verbindt twee handelingen die tegelijk plaatsvinden in während ich anrufe. De spreker wil wachten op hetzelfde moment als het telefoongesprek. Je gebruikt während vóór een bijzin die een gelijktijdige handeling beschrijft.
anrufe anrufe betekent bel of opbel in während ich anrufe. Samen met ich verwijst het naar het telefoongesprek dat de spreker zelf voert. In deze bijzin staat anrufe aan het einde. Je gebruikt während ich ... om een handeling te beschrijven die tijdens een andere handeling plaatsvindt.
Komm Komm betekent kom in Komm eine Weile rein. Het is een aansporing aan de gesprekspartner om naar binnen te komen. Je gebruikt Komm ... om iemand uit te nodigen of aan te moedigen ergens naartoe te gaan.
eine eine betekent een in eine Weile en verwijst naar een niet precies bepaalde hoeveelheid tijd. Het hoort samen met Weile bij de tijdsduur van het wachten. Je gebruikt eine Weile om een tijdje of korte periode aan te duiden.
Weile Weile betekent tijdje of poos in eine Weile. Het woord draagt daar het idee van een beperkte periode bij. Je gebruikt eine Weile wanneer iemand ergens gedurende een niet precies bepaalde tijd blijft.
rein rein betekent naar binnen in Komm eine Weile rein. Het geeft de richting van de beweging aan: de gesprekspartner moet de binnenruimte binnengaan. Je gebruikt rein samen met een werkwoord van beweging, zoals in Komm ... rein.
Draußen Draußen betekent buiten en geeft in Draußen ist es kalt de plaats aan waar de kou wordt ervaren. Het staat vooraan om de buitensituatie als onderwerp van de mededeling te benadrukken. Je gebruikt draußen wanneer je naar een plek buiten verwijst.
ist ist betekent is in Draußen ist es kalt en verbindt de situatie met de beschrijving kalt. Samen met es vormt het een mededeling over de temperatuur buiten. Je gebruikt Es ist ... om een toestand of eigenschap te beschrijven.
es es betekent het in Draußen ist es kalt en verwijst hier niet naar een concreet voorwerp, maar maakt de mededeling over de buitentemperatuur mogelijk. Het staat samen met ist en kalt. Je gebruikt Es ist ... vaak om een algemene toestand te beschrijven.
kalt kalt betekent koud en beschrijft in Draußen ist es kalt de temperatuur buiten. Het geeft de reden voor de uitnodiging om naar binnen te komen. Je gebruikt Es ist kalt om te zeggen dat het koud is.
erkläre erkläre betekent leg uit in Ich erkläre, was passiert ist. De spreker kondigt aan dat die zal vertellen wat er is gebeurd. Je gebruikt etwas erklären of een bijzin na erklären om informatie begrijpelijk te maken.
was was betekent wat en introduceert in was passiert ist de informatie over de gebeurtenis. De bijzin benoemt dus wat er is gebeurd. Je gebruikt was om naar de inhoud of aard van iets te vragen of te verwijzen.
passiert passiert verwijst in was passiert ist naar wat er is gebeurd. Samen met ist beschrijft het de gebeurtenis waarover de spreker uitleg zal geven. Je gebruikt was passiert ist om te verwijzen naar een gebeurtenis die al heeft plaatsgevonden.
und und betekent en en verbindt in Ich erkläre, was passiert ist, und frage nach dem Schlüssel twee handelingen van de spreker. Die handelingen zijn uitleg geven en naar de sleutel vragen. Je gebruikt und om gelijkwaardige handelingen of mededelingen te verbinden.
frage frage betekent vraag in frage nach dem Schlüssel. De spreker wil informatie over de sleutel verkrijgen. Je gebruikt frage nach + onderwerp om te zeggen waarnaar je vraagt.
nach nach hoort in frage nach dem Schlüssel bij de constructie vragen naar en markeert het onderwerp van de vraag. De hele woordgroep frage nach dem Schlüssel betekent naar de sleutel vragen. Je gebruikt fragen nach + een onderwerp wanneer je informatie over dat onderwerp wilt.
dem dem is de vorm die hier vóór Schlüssel staat in nach dem Schlüssel. Samen met nach vormt het de woordgroep voor het onderwerp waarnaar wordt gevraagd. Je gebruikt het patroon nach dem + zelfstandig naamwoord in een uitdrukking als frage nach dem Schlüssel.
Schlüssel Schlüssel betekent sleutel in nach dem Schlüssel. De spreker wil de verhuurder specifiek naar deze sleutel vragen. Je gebruikt Schlüssel wanneer je spreekt over een voorwerp waarmee je een deur kunt openen.
Sag Sag betekent zeg in Sag mir, wenn du beim Warten etwas brauchst. Het is een aansporing om informatie door te geven. Je gebruikt Sag mir, wenn ... om iemand te vragen je op de hoogte te brengen zodra een voorwaarde geldt.
mir mir betekent mij of tegen mij in Sag mir. Het geeft aan aan wie de informatie moet worden verteld. Je gebruikt Sag mir ... wanneer je wilt dat iemand iets aan jou vertelt.
wenn wenn betekent als of wanneer en introduceert in wenn du beim Warten etwas brauchst een voorwaarde. De boodschap geldt zodra de persoon tijdens het wachten iets nodig heeft. Je gebruikt wenn + een bijzin om een voorwaarde of moment aan te geven.
beim beim betekent tijdens het in beim Warten. Het geeft aan dat de behoefte kan ontstaan gedurende de activiteit van het wachten. Je gebruikt beim + een activiteit om te zeggen dat iets tijdens die activiteit gebeurt.
etwas etwas betekent iets in etwas brauchst en verwijst naar een niet nader genoemd ding of hulpmiddel dat nodig kan zijn. Het staat direct vóór brauchst. Je gebruikt etwas brauchen om te zeggen dat je iets nodig hebt.
brauchst brauchst betekent nodig hebt in wenn du beim Warten etwas brauchst. Het beschrijft wat de gesprekspartner tijdens het wachten eventueel nodig heeft. Je gebruikt etwas brauchst om over de behoefte van de aangesproken persoon te spreken.

Grammatica

anrufen: Ich rufe den Vermieter an.

Ich rufe den Vermieter an.

isj roefuh deem fer-mie-tuh aan.

Ik bel de verhuurder op.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel aan het einde van de hoofdzin.

während + bijzin: Während ich draußen warte, ...

Während ich draußen warte, rufe ich den Vermieter an.

vèè-runt isj drau-sun var-tuh, roefuh isj deem fer-mie-tuh aan.

Terwijl ik buiten wacht, bel ik de verhuurder op.

Na während staat het werkwoord in de bijzin achteraan; in de hoofdzin blijft de persoonsvorm op de tweede plaats.

Duits woordenschat

anrufen werkwoord
an-roefun opbellen anzurufen

ihn jetzt anzurufen

ausgesperrt bijvoeglijk naamwoord
aus-guh-sjpert buitengesloten

Ich bin aus meiner Wohnung ausgesperrt.

drinnen bijwoord
drin-nun binnen; binnen in huis

Kann ich drinnen warten?

Ersatzschlüssel zelfstandig naamwoord
er-zats-sjuu-zul reservesleutel

einen Ersatzschlüssel

irgendwo bijwoord
ir-guhnt-voo ergens

Hast du irgendwo einen Ersatzschlüssel?

jetzt bijwoord
yetst nu

jetzt anzurufen

keinen voornaamwoord
kai-nuhn geen

Ich habe keinen.

Vermieter zelfstandig naamwoord
fer-mie-tuh verhuurder

mein Vermieter

versuchen werkwoord
fer-zoe-chun proberen Versuch

Versuch, ihn jetzt anzurufen.

vielleicht bijwoord
fie-lai-sjt misschien

hat vielleicht einen

warten werkwoord
var-tun wachten

drinnen warten

Wohnung zelfstandig naamwoord
voo-noeng appartement; woning

aus meiner Wohnung

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ben buitengesloten uit mijn appartement.

Antwoord tonenIch bin aus meiner Wohnung ausgesperrt.

Heb je ergens een reservesleutel?

Antwoord tonenHast du irgendwo einen Ersatzschlüssel?

Probeer hem nu te bellen.

Antwoord tonenVersuch, ihn jetzt anzurufen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

opbellen

Antwoord tonenanzurufen

appartement; woning

Antwoord tonenWohnung

geen

Antwoord tonenkeinen

proberen

Antwoord tonenVersuch