Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een kapotte paraplu in de regen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Mein Regenschirm ist im starken Wind kaputtgegangen.
main reegn-sjirm ist im sjtarken vint kapoetgee-en. Mijn paraplu ging stuk in de harde wind.Komm unter den Unterstand, bevor du ganz nass wirst.
kom oenter deen oenter-sjtant, befoor doe gants nas wirst. Kom onder de beschutting voordat je helemaal doorweekt bent.Der Regen ist stärker, als er aussah.
deer reegn ist sjterker, als eer aous-zaa. De regen is harder dan hij eruitzag.Du kannst dir meinen zweiten Regenschirm leihen.
doe kanst dieer mainen tsvaaiten reegn-sjirm laien. Je kunt mijn extra paraplu lenen.Bist du sicher, dass du ihn nicht brauchst?
bist doe zicher, das doe ien nicht braouks(t)? Weet je zeker dat je hem niet nodig hebt?Ich habe einen Regenmantel, also komme ich klar.
ich haabe ainen reegn-mantel, also komme ich klaar. Ik heb een regenjas, dus ik red me wel.Ich kann ihn morgen zurückbringen.
ich kan ien morgen tsoeruk-brengen. Ik kan hem morgen terugbrengen.Bleib auf dem Heimweg einfach trocken.
blaip aouf deem haim-veek ainfach trocken. Blijf gewoon droog op weg naar huis.Uitleg van de zinnen
Mein Regenschirm ist im starken Wind kaputtgegangen.
Mijn paraplu ging stuk in de harde wind.
- Mein
- mijn
- Regenschirm
- paraplu
- ist
- is
- im
- in het
- starken
- harde
- Wind
- wind
- kaputtgegangen
- stukgegaan
Uitgebreide uitleg
Mein hoort bij Regenschirm: het betekent hier “mijn” en is de bezittelijke vorm bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord in de onderwerpsfunctie. Vergelijk bijvoorbeeld mein Hund (“mijn hond”) met meine Tasche (“mijn tas”); de vorm verandert dus volgens de grammaticale eigenschappen van het volgende zelfstandig naamwoord en de rol in de zin. Regenschirm betekent hier “paraplu”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; Duitse zelfstandige naamwoorden krijgen een hoofdletter. Het samengestelde woord bestaat in het huidige Duits als één zelfstandig naamwoord: der Regenschirm. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. Hier is het niet het hoofdwerkwoord met de betekenis “zich bevinden”, maar het hulpwerkwoord in de voltooide constructie met kaputtgegangen. im is de vaste samentrekking van in dem. In deze zin leidt in een plaatsaanduiding in: “in de”. dem staat hier in de datief, omdat het om een plaats zonder richtingverandering gaat. Dezelfde vorm komt bijvoorbeeld voor in im Haus (“in het huis”). starken betekent hier “harde” of “sterke” en beschrijft Wind. De vorm is de verbogen vorm van stark; in im starken Wind staat het bijvoeglijk naamwoord in de datief mannelijk enkelvoud, na het bepaalde lidwoord dem (dat in im zit). De woordgroep betekent dus “in de harde wind”. Wind betekent “wind”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Wind. In deze zin staat het in de datief na in, omdat de zin een locatie beschrijft. In de woordgroep im starken Wind dragen zowel het lidwoord als de adjectiefuitgang informatie over die vorm. kaputtgegangen betekent hier “stukgegaan”. Het is het voltooid deelwoord van het werkwoord kaputtgehen (“stukgaan”). Bij dit intransitieve werkwoord wordt de voltooide tijd met sein gevormd: ist kaputtgegangen. Het deelwoord bevat kaputt plus de vorm van gehen; het gaat hier om een verandering van toestand, niet om iemand die de paraplu bewust kapotmaakt. Samen vormen Mein Regenschirm (mijn paraplu), ist ... kaputtgegangen (is stukgegaan) en im starken Wind (in de harde wind) de volledige betekenis: “Mijn paraplu ging stuk in de harde wind.” De Duitse voltooide constructie staat letterlijk met de tegenwoordige vorm van sein en het voltooid deelwoord, terwijl het Nederlands deze gebeurtenis hier natuurlijk met “ging stuk” weergeeft.
Komm unter den Unterstand, bevor du ganz nass wirst.
Kom onder de beschutting voordat je helemaal doorweekt bent.
- Komm
- kom
- unter
- onder
- Unterstand
- beschutting
- bevor du
- voordat je
- ganz
- helemaal
- nass
- nat
- wirst
- wordt
Uitgebreide uitleg
Komm is de gebiedende wijs van kommen (“komen”). Deze vorm richt zich hier tot één aangesproken persoon. Voorbeeld: Komm schnell! = “Kom snel!” Voor meerdere aangesproken personen staat bijvoorbeeld Kommt schnell! = “Komen jullie snel!” unter betekent hier “onder” en geeft een plaats aan waar iemand naartoe gaat. Bij een beweging naar een doel gebruikt het Duits een wisselvoorzetsel zoals unter met de accusatief. Daarom staat hier den Unterstand; bij een vaste plaats staat bijvoorbeeld unter dem Unterstand. Unterstand is een zelfstandig naamwoord voor een beschutte plek of overkapping. Het is mannelijk: der Unterstand. In deze accusatiefconstructie wordt dat den Unterstand. Het meervoud is die Unterstände. bevor du leidt een bijzin in met de betekenis “voordat je”. du spreekt één persoon aan. In deze bijzin staat de vervoegde werkwoordsvorm aan het einde; daarom staat wirst na nass. ganz betekent hier “helemaal” en versterkt nass. Voorbeeld: Der Boden ist ganz nass. = “De grond is helemaal nat.” nass is een bijvoeglijk naamwoord en betekent “nat”. In du wirst nass beschrijft het de toestand die de aangesproken persoon krijgt. Voorbeeld: Meine Schuhe sind nass. = “Mijn schoenen zijn nat.” wirst is de tweede persoon enkelvoud van werden in de tegenwoordige tijd: ich werde, du wirst, er wird. Hier drukt werden worden of raken uit, niet de toekomstbetekenis “zullen”: du wirst nass betekent “je wordt nat” of natuurlijker “je raakt doorweekt”. Samen betekent Komm unter den Unterstand “Kom onder de beschutting”. De bijzin bevor du ganz nass wirst betekent “voordat je helemaal nat wordt”. De volledige strekking is: “Kom onder de beschutting voordat je helemaal doorweekt bent.”
Der Regen ist stärker, als er aussah.
De regen is harder dan hij eruitzag.
- Regen
- regen
- stärker
- sterker
- als
- dan
- aussah
- eruitzag
Uitgebreide uitleg
Regen betekent hier regen. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Regen. Het meervoud is die Regen wanneer je over verschillende regenbuien of regens spreekt, maar in deze zin gaat het om de regen als verschijnsel. Voorbeeld: Der Regen beginnt. — De regen begint. stärker betekent hier intenser of heviger. Dit is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord stark: stark — stärker — am stärksten. De vorm vergelijkt de regen nu met hoe hij eerder leek; stärker beschrijft dus de regen, niet het zelfstandig naamwoord als handelende persoon. Voorbeeld: Der Wind ist stärker als gestern. — De wind is sterker dan gisteren. als verbindt hier een vergelijking met een volledige bijzin: stärker, als ... — sterker dan ... In een vergelijking gebruikt het Duits als; wenn betekent in andere constructies bijvoorbeeld “als/wanneer” en is hier niet de vergelijkingsvorm. Voorbeeld: Sie ist älter, als sie aussieht. — Ze is ouder dan ze eruitziet. aussah betekent hier eruitzag of leek. Het is de derde persoon enkelvoud van aussehen in de verleden tijd: er sieht aus — er sah aus. aussehen is een scheidbaar werkwoord: in de tegenwoordige tijd staat aus los, terwijl het in aussah binnen de verleden vorm staat. Het onderwerp van deze vorm is er; volgens de vaste vertaling verwijst dat hier naar de regen. Voorbeeld: Der Hund sah müde aus. — De hond zag er moe uit. Samen geeft stärker, als er aussah de vergelijking “sterker dan hij eruitzag”: de regen heeft in werkelijkheid meer intensiteit dan eerder uit zijn uiterlijk of indruk bleek. De hele zin betekent daarom: “De regen is heviger dan hij eruitzag.”
Du kannst dir meinen zweiten Regenschirm leihen.
Je kunt mijn extra paraplu lenen.
- Du kannst
- je kunt
- dir
- voor jezelf
- meinen
- mijn
- zweiten
- extra
- Regenschirm
- paraplu
- leihen
- lenen
Uitgebreide uitleg
Du kannst betekent hier “je kunt” en bestaat uit het onderwerp du en de tweede persoon enkelvoud van können (“kunnen”). Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord vaak als infinitief aan het einde: Du kannst kommen. — “Je kunt komen.” dir is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord du. Hier is het een wederkerende datiefvorm bij sich etwas leihen: het geeft aan dat de aangesprokene iets voor zichzelf leent. Dat is niet hetzelfde als het accusatiefvoornaamwoord dich. meinen betekent hier “mijn” en hoort bij Regenschirm. De vorm heeft de uitgang -en omdat meinen Regenschirm een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief enkelvoud is. Vergelijk: mein Regenschirm als onderwerp, maar Ich nehme meinen Regenschirm als lijdend voorwerp. zweiten betekent letterlijk “tweede”. Hier wordt daarmee de extra paraplu aangeduid; de vaste vertaling geeft die bedoelde praktische betekenis weer. Het bijvoeglijke woord zweiten krijgt de uitgang -en in meinen zweiten Regenschirm. De rangtelwoordbasis is zweit-; de uitgang past zich aan de grammaticale omgeving aan. Regenschirm betekent “paraplu”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Regenschirm. Het meervoud is die Regenschirme. Het woord is een samenstelling van Regen (“regen”) en Schirm (“scherm/paraplu”), maar als geheel betekent het “paraplu”. leihen betekent hier “lenen” in de zin van iets tijdelijk van iemand gebruiken. Na kannst staat het als infinitief. Let op het betekenisverschil tussen de constructies: Ich leihe mir ein Buch. — “Ik leen een boek voor mezelf” (ik leen het van iemand), maar Ich leihe dir mein Buch. — “Ik leen je mijn boek” (ik stel het aan jou ter beschikking). In de gegeven zin maakt dir in combinatie met leihen de eerste, wederkerige betekenis duidelijk. Samen vormt Du kannst dir meinen zweiten Regenschirm leihen de betekenis: “Je kunt mijn extra paraplu lenen.” Du kannst drukt de mogelijkheid of toestemming uit, dir markeert dat de aangesprokene iets voor zichzelf leent, meinen zweiten Regenschirm is het geleende voorwerp, en leihen staat als infinitief aan het einde. De hele woordgroep levert dus de Nederlandse vertaling op: “Je kunt mijn extra paraplu lenen.”
Bist du sicher, dass du ihn nicht brauchst?
Weet je zeker dat je hem niet nodig hebt?
- Bist du sicher
- weet je zeker
- dass
- dat
- du
- jij
- ihn
- hem
- nicht
- niet
- brauchst
- nodig hebt
Uitgebreide uitleg
Bist du sicher is een vaste, herbruikbare vraagvorm voor “weet je zeker?” Letterlijk staat bist voor de tweede persoon enkelvoud van sein (“zijn”): sein – bist. In een ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp: Bist du …? Vergelijk: Du bist sicher. — “Je bent zeker.” dass leidt een bijzin in met de betekenis “dat”. In een Duitse dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord meestal achteraan. Het onderwerp du wordt in deze bijzin opnieuw genoemd; het verwijst naar dezelfde aangesprokene als in Bist du sicher. ihn is de mannelijke enkelvoudsvorm van er in de accusatief: er → ihn. Hier verwijst het, in overeenstemming met de vertaling en de voorafgaande context, naar de aangeboden Regenschirm (“paraplu”), een mannelijk zelfstandig naamwoord in het Duits. Voor andere grammaticale rollen zijn andere vormen nodig, bijvoorbeeld Er ist hier — “Hij is hier” — maar Ich sehe ihn — “Ik zie hem.” nicht maakt de behoefte ontkennend: “niet nodig hebben”. De ontkenning hoort hier bij het werkwoordelijke geheel ihn nicht brauchst, niet bij het voornaamwoord afzonderlijk. brauchst is de tegenwoordige tijd van brauchen (“nodig hebben”) bij du: du brauchst. In de bijzin staat deze vervoegde vorm achteraan, na het object en nicht. Een herbruikbaar voorbeeld is: Ich glaube, dass du das brauchst. — “Ik denk dat je dat nodig hebt.” Samen bouwen de delen de vraag op als: Bist du sicher, dass + du ihn nicht brauchst? De eerste hoofdzin vraagt of de aangesprokene zeker is; de dass-bijzin noemt precies waarover die zekerheid gaat: of die persoon hem niet nodig heeft. De volledige betekenis is daarom: “Weet je zeker dat je hem niet nodig hebt?”
Ich habe einen Regenmantel, also komme ich klar.
Ik heb een regenjas, dus ik red me wel.
- Ich
- ik
- habe
- heb
- Regenmantel
- regenjas
- also
- dus
- komme … klar
- red me wel
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm voor de spreker; vergelijk bijvoorbeeld Du hast Zeit — “Jij hebt tijd”, waar het onderwerp verandert en ook het werkwoord een andere vorm krijgt. habe is de tegenwoordige-tijdsvorm van haben bij ich: ich habe, “ik heb”. De volledige basisreeks is bijvoorbeeld ich habe, du hast, er/sie hat; alleen habe hoort bij het hier gebruikte onderwerp Ich. Regenmantel betekent “regenjas”. Het is een samenstelling van Regen en Mantel. In deze zin staat de woordgroep als einen Regenmantel: einen is de accusatiefvorm van het onbepaalde lidwoord bij een mannelijk zelfstandig naamwoord dat als lijdend voorwerp fungeert. Het zelfstandig naamwoord Regenmantel zelf verandert hier niet van vorm. Voorbeeld: Ich habe einen Regenschirm. — “Ik heb een paraplu.” also verbindt de twee delen als gevolgtrekking: “dus” of “daarom”. Het geeft hier de relatie aan tussen het hebben van de regenjas en de daaropvolgende conclusie; het is geen tijdsaanduiding. komme ... klar is een vaste, scheidbare uitdrukking met klarkommen: zich redden, ergens mee uit de voeten kunnen. In een hoofdzin staat het vervoegde deel komme op de tweede positie en staat klar aan het einde: Ich komme klar. — “Ik red me.” De vorm komme is de tegenwoordige tijd bij ich; bij du is dat bijvoorbeeld du kommst klar. Hier betekent de uitdrukking niet letterlijk alleen “duidelijk komen”, maar dat de spreker zich kan redden. Samen betekent Ich habe einen Regenmantel dat de spreker een regenjas heeft. also maakt van het volgende deel een gevolgtrekking, en komme ich klar zegt dat de spreker zich redt. De volledige betekenis is daarom: “Ik heb een regenjas, dus ik red me wel.”
Ich kann ihn morgen zurückbringen.
Ik kan hem morgen terugbrengen.
- Ich kann
- ik kan
- ihn
- hem
- morgen
- morgen
- zurückbringen
- terugbrengen
Uitgebreide uitleg
Ich kann drukt uit dat de spreker iets kan of in staat is te doen. kann is de tegenwoordige tijd van können bij ich; het onderwerp Ich staat hier expliciet bij. Bij können staat een ander werkwoord vaak als infinitief aan het einde: Ich kann warten. — Ik kan wachten. ihn betekent hier hem en is de accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord er (mannelijk enkelvoud). De vorm ihn markeert dus de persoon of zaak die door de handeling wordt teruggebracht. Vergelijk: Ich sehe ihn. — Ik zie hem. Het voornaamwoord verwijst hier naar de bedoelde mannelijke persoon of zaak uit de context; de vaste zin identificeert die niet verder. morgen is een tijdsbepaling met de betekenis ‘de volgende dag’ of ‘op de dag na vandaag’. Het woord verandert niet naar persoon of getal. Bijvoorbeeld: Wir kommen morgen. — Wij komen morgen. zurückbringen betekent ‘terugbrengen’. Het is een samengesteld werkwoord met zurück- (‘terug-’) en bringen (‘brengen’). In de infinitief blijft het hier als één vorm aan het einde staan, omdat het na het modale werkwoord kann komt. Zonder modaal werkwoord kan het voorvoegsel in een hoofdzin loskomen: Ich bringe ihn zurück. — Ik breng hem terug. In de gegeven zin staat dus niet een vervoegde vorm van zurückbringen, maar de infinitief zurückbringen. Samen vormen de delen Ich kann ... zurückbringen het patroon ‘Ik kan ... terugbrengen’. ihn is het lijdend voorwerp en morgen geeft aan wanneer dat mogelijk is: Ich kann ihn morgen zurückbringen. betekent ‘Ik kan hem morgen terugbrengen.’
Bleib auf dem Heimweg einfach trocken.
Blijf gewoon droog op weg naar huis.
- Bleib
- blijf
- auf dem Heimweg
- op weg naar huis
- einfach
- gewoon
- trocken
- droog
Uitgebreide uitleg
Bleib is de gebiedende wijs van bleiben voor één aangesproken persoon (du): bleiben → du bleibst → Bleib!. Hier betekent het dat de aangesprokene in een bepaalde toestand moet blijven. Voorbeeld: Bleib hier! — Blijf hier! auf dem Heimweg is een vaste, bruikbare aanduiding voor de route of periode waarin iemand naar huis gaat: letterlijk ongeveer ‘op de weg naar huis’. dem is hier de datiefvorm van het lidwoord bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Heimweg; de voorzetselgroep staat na auf in deze betekenis als plaats- of trajectaanduiding. Voorbeeld: Auf dem Heimweg kaufe ich Brot. — Op weg naar huis koop ik brood. einfach betekent hier ‘gewoon’ of ‘simpelweg’ en verzacht of vereenvoudigt de instructie: doe dit zonder verdere toevoeging. In andere zinnen kan einfach ook ‘eenvoudig’ betekenen, maar hier is het een bijwoord bij de hele instructie. Voorbeeld: Sag einfach die Wahrheit. — Zeg gewoon de waarheid. trocken betekent hier ‘droog’ en beschrijft de toestand waarin de aangesprokene moet blijven. Na bleiben staat het als een onverbogen predicatief adjectief: het krijgt hier geen uitgang voor naamval, getal of geslacht. Voorbeeld: Die Jacke bleibt trocken. — De jas blijft droog. Samen vormt Bleib ... trocken een gebiedende zin met bleiben plus de toestand trocken: de aangesprokene moet droog blijven tijdens het traject naar huis. auf dem Heimweg geeft aan wanneer of waar dat geldt, en einfach voegt de betekenis ‘gewoon’ toe. De hele zin betekent dus: ‘Blijf gewoon droog op weg naar huis.’
Grammatica
aussehen → sah ... aus
Der Unterstand sah sicher aus.
deer oenter-sjtand zaa zicher aous.De beschutting zag er veilig uit.
Bij het scheidbare werkwoord aussehen staat aus aan het einde van de hoofdzin; in de verleden tijd wordt sehen: sah ... aus.
zurückbringen → bringe ... zurück
Ich bringe den Regenschirm morgen zurück.
ich bringe deen reegn-sjirm morgen tsoeruk.Ik breng de paraplu morgen terug.
Bij een scheidbaar werkwoord staat zurück in een gewone hoofdzin achteraan.
Duits woordenschat
Der Regen ist stärker, als er aussah.
Bist du sicher, dass du ihn nicht brauchst?
Mein Regenschirm ist im starken Wind kaputtgegangen.
Du kannst dir meinen zweiten Regenschirm leihen.
Komm unter den Unterstand, bevor du ganz nass wirst.
Der Regen ist stärker, als er aussah.
Mein Regenschirm ist im starken Wind kaputtgegangen.
Bist du sicher, dass du ihn nicht brauchst?
Mein Regenschirm ist im starken Wind kaputtgegangen.
Komm unter den Unterstand, bevor du ganz nass wirst.
Mein Regenschirm ist im starken Wind kaputtgegangen.
Du kannst dir meinen zweiten Regenschirm leihen.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik kan hem morgen terugbrengen.
Antwoord tonen
Ich kann ihn morgen zurückbringen.Blijf gewoon droog op weg naar huis.
Antwoord tonen
Bleib auf dem Heimweg einfach trocken.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
beschutting
Antwoord tonen
Unterstandtweede
Antwoord tonen
zweitenwind
Antwoord tonen
Windregen