Een kapotte paraplu in de regen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Outside in heavy rain, one adult offers shelter and an extra umbrella after another person's umbrella breaks..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Een kapotte paraplu in de regen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Mein Regenschirm ist im starken Wind kaputtgegangen.

main reegn-sjirm ist im sjtarken vint kapoetgee-en. Mijn paraplu ging stuk in de harde wind.
B

Komm unter den Unterstand, bevor du ganz nass wirst.

kom oenter deen oenter-sjtant, befoor doe gants nas wirst. Kom onder de beschutting voordat je helemaal doorweekt bent.
A

Der Regen ist stärker, als er aussah.

deer reegn ist sjterker, als eer aous-zaa. De regen is harder dan hij eruitzag.
B

Du kannst dir meinen zweiten Regenschirm leihen.

doe kanst dieer mainen tsvaaiten reegn-sjirm laien. Je kunt mijn extra paraplu lenen.
A

Bist du sicher, dass du ihn nicht brauchst?

bist doe zicher, das doe ien nicht braouks(t)? Weet je zeker dat je hem niet nodig hebt?
B

Ich habe einen Regenmantel, also komme ich klar.

ich haabe ainen reegn-mantel, also komme ich klaar. Ik heb een regenjas, dus ik red me wel.
A

Ich kann ihn morgen zurückbringen.

ich kan ien morgen tsoeruk-brengen. Ik kan hem morgen terugbrengen.
B

Bleib auf dem Heimweg einfach trocken.

blaip aouf deem haim-veek ainfach trocken. Blijf gewoon droog op weg naar huis.

Woord voor woord

Mein Mein betekent hier ‘mijn’ en hoort bij het mannelijke woord Regenschirm in Mein Regenschirm. De vorm meinen in meinen Regenschirm is dezelfde bezitsbetekenis in een andere zinsfunctie. Gebruik Mein bijvoorbeeld om in een gesprek een voorwerp als van jezelf aan te duiden.
Regenschirm Regenschirm betekent hier ‘paraplu’, het voorwerp dat kapot is gegaan. Het is een samenstelling met Regen en Schirm. Gebruik Regenschirm wanneer je over een paraplu praat, bijvoorbeeld bij regen of wind.
ist Ist betekent hier ‘is’ en vormt samen met kaputtgegangen de zin dat de paraplu kapot is gegaan: Mein Regenschirm ist im starken Wind kaputtgegangen. Hier is ist de vorm van sein die bij Mein Regenschirm past. Gebruik ist ook om een toestand of gebeurtenis met een enkelvoudig onderwerp te beschrijven.
im Im betekent hier ‘in het’ in im starken Wind. Het is de verkorte vorm van in dem en geeft hier de omstandigheden aan waarin iets gebeurde. Gebruik im bijvoorbeeld voor een plaats of situatie met een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord.
starken Starken betekent hier ‘sterke’ in im starken Wind. De uitgang -en hoort bij deze combinatie met im en het woord Wind. Gebruik starken dus samen met een passend zelfstandig naamwoord, zoals in im starken Wind.
Wind Wind betekent hier ‘wind’, de weersomstandigheid waardoor de paraplu kapotging. In im starken Wind staat het woord na im. Gebruik Wind wanneer je de kracht of aanwezigheid van wind beschrijft.
kaputtgegangen Kaputtgegangen betekent hier ‘kapotgegaan’ en beschrijft dat de paraplu niet meer heel is. Samen met ist vormt het de uitdrukking ist kaputtgegangen; kaputtgegangen is de vorm van kaputtgehen die in deze zin gebruikt wordt. Gebruik de uitdrukking voor iets dat tijdens een gebeurtenis defect raakt.
Komm Komm betekent hier ‘kom’ en is een directe aansporing aan één persoon. In Komm unter den Unterstand geeft het aan dat iemand naar de beschutting moet komen. Gebruik Komm bijvoorbeeld wanneer je iemand uitnodigt of aanspoort om naar je toe te komen.
unter Unter betekent hier ‘onder’ in unter den Unterstand. Het geeft de richting naar een plek onder of binnen de beschutting aan. Gebruik unter bijvoorbeeld met een plaats waar iemand naartoe gaat om bescherming te zoeken.
den Den is hier het bepaalde lidwoord bij Unterstand in unter den Unterstand. In deze combinatie staat het bij een beweging naar de beschutting toe. Gebruik den samen met het bijbehorende mannelijke zelfstandig naamwoord in een vergelijkbare richtinggevende uitdrukking.
Unterstand Unterstand betekent hier ‘beschutting’ of ‘schuilplek’, waar iemand voor de regen kan staan. In unter den Unterstand is het de bestemming van de beweging. Gebruik Unterstand voor een eenvoudige overdekte plek die bescherming biedt tegen weer of wind.
bevor Bevor betekent hier ‘voordat’ en verbindt de oproep met de gebeurtenis die nog moet worden voorkomen: voordat je helemaal nat wordt. Na bevor volgt een bijzin waarin het werkwoord aan het einde staat. Gebruik bevor om de volgorde van twee gebeurtenissen aan te geven.
du Du betekent hier ‘je’ of ‘jij’ en verwijst naar de persoon die door B wordt aangesproken. In bevor du ganz nass wirst is du het onderwerp van de bijzin. Gebruik du in een directe, informele aanspreekvorm voor één persoon.
ganz Ganz betekent hier ‘helemaal’ en versterkt de betekenis van ganz nass. Het benadrukt dat iemand volledig nat kan worden. Gebruik ganz vóór een bijvoeglijk naamwoord wanneer je een sterke of volledige graad wilt aangeven.
nass Nass betekent hier ‘nat’ in ganz nass wirst. Samen met wirst beschrijft het dat iemand door de regen nat wordt. Gebruik nass bijvoorbeeld voor kleding, haar of een persoon na contact met regen of water.
wirst Wirst betekent hier ‘wordt’ in ganz nass wirst: je wordt helemaal nat. Het is de vorm van werden die bij du hoort en staat in de bijzin na bevor. Gebruik deze combinatie om een verandering naar een toestand te beschrijven.
Der Der is hier het bepaalde lidwoord bij Regen in Der Regen. Het staat aan het begin van de zin en introduceert de regen als onderwerp. Gebruik Der samen met het bijbehorende mannelijke zelfstandig naamwoord wanneer dat woord onderwerp van de zin is.
Regen Regen betekent hier ‘regen’, waarvan A zegt dat hij sterker is dan verwacht. In Der Regen is het het onderwerp van de zin. Gebruik Regen wanneer je neerslag of de intensiteit daarvan bespreekt.
stärker Stärker betekent hier ‘sterker’ of bij regen ‘zwaarder’. Het vergelijkt de werkelijke regen met hoe die eerst leek. Gebruik stärker samen met als om aan te geven dat iets een grotere intensiteit heeft dan iets anders.
als Als betekent hier ‘dan’ in de vergelijking stärker, als er aussah. Het introduceert het tweede deel van de vergelijking. Gebruik als na een vergelijkende vorm zoals stärker wanneer je twee indrukken of situaties vergelijkt.
er Er betekent hier ‘hij’ en verwijst naar Der Regen. In als er aussah is er het onderwerp van de bijzin. Gebruik er om in een volgende zinsdeel naar een eerder genoemd mannelijk zelfstandig naamwoord te verwijzen.
aussah Aussah betekent hier ‘eruitzag’ en verwijst naar de eerdere indruk van de regen. Het staat in als er aussah aan het einde van de bijzin. Gebruik aussah wanneer je beschrijft hoe iets eruitzag of leek op een eerder moment.
kannst Kannst betekent hier ‘kunt’ in Du kannst dir meinen zweiten Regenschirm leihen. Het drukt uit dat de aangesproken persoon de mogelijkheid of toestemming heeft om de paraplu te lenen. Gebruik kannst met du en een infinitief om een mogelijkheid of aanbod aan te geven.
dir Dir betekent hier ‘je’ of ‘aan jou’ in dir ... leihen. Samen met leihen maakt het duidelijk dat de aangesproken persoon iets voor zichzelf leent. Gebruik dir in constructies waarin iets aan of voor een persoon wordt gedaan.
meinen Meinen betekent hier ‘mijn’ in meinen zweiten Regenschirm. Het verwijst naar de paraplu van de spreker; Mein in Mein Regenschirm heeft dezelfde bezitsbetekenis in een andere vorm. Gebruik meinen vóór een mannelijk voorwerp zoals Regenschirm wanneer dat voorwerp in deze zin de handeling ondergaat.
zweiten Zweiten betekent hier ‘tweede’ en geeft aan dat het om de andere of extra paraplu van de spreker gaat. In meinen zweiten Regenschirm staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik zweiten om een tweede exemplaar of een tweede plaats in een volgorde aan te duiden.
leihen Leihen betekent hier ‘lenen’ in dir meinen zweiten Regenschirm leihen. De volledige combinatie drukt uit dat iemand tijdelijk de paraplu van een ander mag gebruiken. Gebruik leihen met een voorwerp en de persoon die het tijdelijk krijgt.
Bist Bist betekent hier ‘ben je’ in Bist du sicher. Door Bist voor du te zetten, ontstaat een directe ja-neevraag. Gebruik Bist du sicher om bij iemand te controleren of die persoon werkelijk zeker is.
sicher Sicher betekent hier ‘zeker’ in Bist du sicher. Het vraagt of de ander vertrouwen heeft in zijn beslissing of antwoord. Gebruik sicher bijvoorbeeld in een vraag voordat je een aanbod of keuze van de ander accepteert.
dass Dass betekent hier ‘dat’ en leidt de inhoud van de vraag in: dat je hem niet nodig hebt. Na dass staat de bijzin met het werkwoord aan het einde, zoals in dass du ihn nicht brauchst. Gebruik dass om een mededeling, gedachte of vraaginhoud als bijzin te verbinden.
ihn Ihn betekent hier ‘hem’ en verwijst naar de eerder genoemde Regenschirm. In dass du ihn nicht brauchst is ihn het voorwerp van brauchst. Gebruik ihn om naar een mannelijk voorwerp te verwijzen dat iemand nodig heeft, gebruikt of terugbrengt.
nicht Nicht betekent hier ‘niet’ en ontkent dat de ander de paraplu nodig heeft. In dass du ihn nicht brauchst staat het vóór de werkwoordsvorm die wordt ontkend. Gebruik nicht om een handeling, behoefte of eigenschap te ontkennen.
brauchst Brauchst betekent hier ‘nodig hebt’ in du ihn nicht brauchst. Het zegt dat de aangesproken persoon de paraplu niet nodig heeft. Gebruik brauchst met een voorwerp wanneer je aan één persoon vraagt of zegt dat die persoon iets nodig heeft.
Ich Ich betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de spreker in Ich habe einen Regenmantel. Het is het onderwerp van de zin. Gebruik Ich om je eigen bezit, toestand of handeling te beschrijven.
habe Habe betekent hier ‘heb’ in Ich habe einen Regenmantel. Het geeft aan dat de spreker een regenjas bezit of bij zich heeft. Gebruik Ich habe met een zelfstandig naamwoord om bezit of iets dat je bij je hebt uit te drukken.
einen Einen betekent hier ‘een’ vóór Regenmantel in einen Regenmantel. Het introduceert één niet nader bepaalde regenjas als voorwerp van habe. Gebruik einen vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in een vergelijkbare positie.
Regenmantel Regenmantel betekent hier ‘regenjas’, het kledingstuk waarmee de spreker droog kan blijven. Het is een samenstelling met Regen en Mantel. Gebruik Regenmantel wanneer je een jas bedoelt die tegen regen beschermt.
also Also betekent hier ‘dus’ en verbindt het bezit van de regenjas met de conclusie komme ich klar. Het leidt de reden of gevolgtrekking in waarom de spreker de paraplu niet nodig heeft. Gebruik also om vanuit een voorafgaande informatie naar een gevolg te gaan.
komme Komme is hier de vorm van kommen in komme ich klar. In deze vaste combinatie betekent de hele uitdrukking dat de spreker het redt of ermee om kan gaan, niet dat hij letterlijk ergens naartoe komt. Gebruik komme ich klar om in een praktische situatie te zeggen dat je zonder extra hulp verder kunt.
klar Klar betekent hier ‘het redden’ of ‘ermee omgaan’ in komme ich klar. Samen met komme vormt het de uitdrukking waarmee de spreker zegt dat hij zich zelfstandig kan redden. Gebruik klar ook in deze combinatie wanneer je uitlegt dat je een situatie aankunt.
kann Kann betekent hier ‘kan’ in Ich kann ihn morgen zurückbringen. Het drukt de mogelijkheid van de spreker uit om de paraplu terug te brengen. Gebruik kann met een infinitief om te zeggen wat jij kunt of zult kunnen doen.
morgen Morgen betekent hier ‘morgen’ en geeft aan wanneer de paraplu wordt teruggebracht. Het staat vóór zurückbringen en bepaalt de tijd van de handeling. Gebruik morgen om naar de dag na vandaag te verwijzen.
zurückbringen Zurückbringen betekent hier ‘terugbrengen’ in ihn morgen zurückbringen. Het beschrijft dat de geleende paraplu weer naar de eigenaar wordt gebracht. Gebruik zurückbringen met een voorwerp wanneer je belooft iets terug te geven of naar de oorspronkelijke persoon terug te brengen.
Bleib Bleib betekent hier ‘blijf’ en is een aansporing aan de ander om droog te blijven. In Bleib ... trocken is het onderdeel van een wens of vriendelijk advies. Gebruik Bleib wanneer je iemand vraagt in een bepaalde toestand of op een bepaalde plek te blijven.
auf Auf betekent hier ‘op’ in auf dem Heimweg. Samen met Heimweg beschrijft het de periode of route tijdens het naar huis gaan. Gebruik auf in deze vaste combinatie om te zeggen dat iemand onderweg naar huis is.
dem Dem is hier het bepaalde lidwoord in auf dem Heimweg. Het hoort bij Heimweg in de vaste uitdrukking auf dem Heimweg. Gebruik dem samen met het bijbehorende zelfstandig naamwoord in deze combinatie voor een bepaalde weg of route.
Heimweg Heimweg betekent hier ‘weg naar huis’ of ‘tocht naar huis’. In auf dem Heimweg geeft het aan wanneer of tijdens welke route iemand droog moet blijven. Gebruik Heimweg wanneer je over de terugreis naar huis praat.
einfach Einfach betekent hier ‘gewoon’ en verzacht of vereenvoudigt de aansporing Bleib ... trocken. Het geeft de boodschap een praktische, geruststellende toon. Gebruik einfach in een verzoek wanneer je bedoelt dat iemand iets simpelweg moet doen.
trocken Trocken betekent hier ‘droog’ in Bleib ... trocken. Samen met Bleib drukt het uit dat de ander niet nat moet worden op weg naar huis. Gebruik trocken blijven voor mensen, kleding of andere dingen die niet nat mogen worden.

Grammatica

aussehen → sah ... aus

Der Unterstand sah sicher aus.

deer oenter-sjtand zaa zicher aous.

De beschutting zag er veilig uit.

Bij het scheidbare werkwoord aussehen staat aus aan het einde van de hoofdzin; in de verleden tijd wordt sehen: sah ... aus.

zurückbringen → bringe ... zurück

Ich bringe den Regenschirm morgen zurück.

ich bringe deen reegn-sjirm morgen tsoeruk.

Ik breng de paraplu morgen terug.

Bij een scheidbaar werkwoord staat zurück in een gewone hoofdzin achteraan.

Duits woordenschat

aussehen werkwoord
aous-zee-en eruitzien aussah

Der Regen ist stärker, als er aussah.

brauchen werkwoord
braouchen nodig hebben brauchst

Bist du sicher, dass du ihn nicht brauchst?

kaputtgehen werkwoord
kapoetgee-en stukgaan kaputtgegangen

Mein Regenschirm ist im starken Wind kaputtgegangen.

leihen werkwoord
laien lenen

Du kannst dir meinen zweiten Regenschirm leihen.

nass bijvoeglijk naamwoord
nas nat

Komm unter den Unterstand, bevor du ganz nass wirst.

Regen zelfstandig naamwoord
reegn regen

Der Regen ist stärker, als er aussah.

Regenschirm zelfstandig naamwoord
reegn-sjirm paraplu

Mein Regenschirm ist im starken Wind kaputtgegangen.

sicher bijvoeglijk naamwoord
zicher zeker

Bist du sicher, dass du ihn nicht brauchst?

stark bijvoeglijk naamwoord
sjtark sterk starken

Mein Regenschirm ist im starken Wind kaputtgegangen.

Unterstand zelfstandig naamwoord
oenter-sjtant beschutting

Komm unter den Unterstand, bevor du ganz nass wirst.

Wind zelfstandig naamwoord
vint wind

Mein Regenschirm ist im starken Wind kaputtgegangen.

zweite bijvoeglijk naamwoord
tsvaite tweede zweiten

Du kannst dir meinen zweiten Regenschirm leihen.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik kan hem morgen terugbrengen.

Antwoord tonenIch kann ihn morgen zurückbringen.

Blijf gewoon droog op weg naar huis.

Antwoord tonenBleib auf dem Heimweg einfach trocken.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

beschutting

Antwoord tonenUnterstand

tweede

Antwoord tonenzweiten

wind

Antwoord tonenWind

regen

Antwoord tonenRegen