Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Hulp bij een kapotte wasmachine oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Diese Waschmaschine startet nicht.
Dee-zeh wasj-ma-sjie-ne sjtar-tet niecht. Deze wasmachine start niet.Hast du den Stecker und den Einschaltknopf überprüft?
Hast doe deen sjteker oent den aain-sjalt-knopf uu-ber-pruuft? Heb je de stekker en de aan-knop gecontroleerd?Der Stecker steckt drin, aber nichts passiert.
Deer sjteker sjtekt drien, aaber niechts pas-sieert. De stekker zit erin, maar er gebeurt niets.Vielleicht ist die Tür nicht richtig zu.
Fie-laaicht ist dee tuur niecht rich-tich tsoe. Misschien is de deur niet goed dicht.In der Anleitung steht, dass die Tür klicken muss, bevor die Maschine startet.
In deer aan-lai-toeng sjteet, das dee tuur klikken moes, be-foor dee ma-sjie-ne sjtar-tet. In de handleiding staat dat de deur moet klikken voordat de machine start.Drück die Tür noch einmal zu und drück dann auf Start.
Druk dee tuur noch ain-maal tsoe oent druk dan op sjtart. Duw de deur nog een keer dicht en druk dan op start.Die Tür hat geklickt, und jetzt funktioniert die Waschmaschine.
Dee tuur hat ge-klikt, oent jetsjt foengk-tsie-o-nieert dee wasj-ma-sjie-ne. De deur klikte en nu werkt de wasmachine.Manchmal lösen einfache Kontrollen das Problem.
Manch-maal leu-zen ain-fa-che kon-tro-len das pro-bleem. Soms lossen eenvoudige controles het probleem op.Uitleg van de zinnen
Diese Waschmaschine startet nicht.
Deze wasmachine start niet.
- Diese
- deze
- Waschmaschine
- wasmachine
- startet
- start
- nicht
- niet
Uitgebreide uitleg
Diese betekent hier “deze” en staat bij Waschmaschine. De vorm is nominatief vrouwelijk enkelvoud, omdat Waschmaschine in het Duits een vrouwelijk zelfstandig naamwoord is. Het gaat om grammaticaal geslacht, niet om het geslacht van een persoon. Vergelijk dieser Knopf = “deze knop”: dieser hoort bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in dezelfde naamval. Waschmaschine betekent “wasmachine”. Het is een samengesteld Duits zelfstandig naamwoord met Wasch- en Maschine; als geheel benoemt het één apparaat. Duitse zelfstandige naamwoorden krijgen een hoofdletter. Voorbeeld: Diese Maschine startet. = “Deze machine start.” startet is de tegenwoordige tijd van starten bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud: er/sie/es startet. De uitgang -t bewijst op zichzelf geen enkelvoud, want dezelfde vorm kan ook bij de tweede persoon meervoud staan, bijvoorbeeld Ihr startet. In deze zin blijkt het enkelvoud uit diese Waschmaschine. Bij een meervoudig onderwerp staat bijvoorbeeld Die Maschinen starten. = “De machines starten.” nicht ontkent hier de handeling of toestand startet: de wasmachine start niet. Dat verschilt van kein, dat doorgaans een zelfstandig naamwoord ontkent, bijvoorbeeld Das ist keine Waschmaschine. = “Dat is geen wasmachine.” Samen vormen Diese Waschmaschine + startet + nicht de betekenis “Deze wasmachine start niet.” Diese Waschmaschine is het onderwerp, startet beschrijft de handeling en nicht maakt die mededeling negatief.
Hast du den Stecker und den Einschaltknopf überprüft?
Heb je de stekker en de aan-knop gecontroleerd?
- Hast du
- heb je
- Stecker
- stekker
- Einschaltknopf
- aan-knop
- überprüft
- gecontroleerd
Uitgebreide uitleg
Hast du is de vraagvorm met haben: hast is de tweede persoon enkelvoud van haben en du is het onderwerp. In een Duitse ja/nee-vraag staat het vervoegde werkwoord vooraan. In deze zin vormt hast samen met het latere überprüft het Duitse Perfekt, dat hier overeenkomt met de Nederlandse voltooide tegenwoordige tijd: hast draagt persoon en getal, terwijl überprüft het voltooid deelwoord is. Stecker betekent hier ‘stekker’. Het zelfstandige naamwoord is der Stecker; na überprüfen staat het gecontroleerde voorwerp in de vierde naamval, waardoor het lidwoord der in de zin den wordt: den Stecker. Het meervoud is ook die Stecker, maar in deze zin is de vorm enkelvoud. Einschaltknopf betekent ‘aan-knop’ of ‘inschakelknop’. Het is een samenstelling met einschalten (‘inschakelen’) en Knopf (‘knop’); het laatste deel bepaalt het grammaticale geslacht. Daarom is het der Einschaltknopf, en als lijdend voorwerp verschijnt het als den Einschaltknopf. Duitse zelfstandige naamwoorden worden met een hoofdletter geschreven. überprüft is het voltooid deelwoord van überprüfen (‘controleren’). Het onderwerp du bepaalt hier de vorm van het hulpwerkwoord hast; überprüft verandert in deze constructie niet mee met du. Een bruikbaar patroon is: Hast du ... überprüft? — ‘Heb je ... gecontroleerd?’ Samen betekent Hast du den Stecker und den Einschaltknopf überprüft?: ‘Heb je de stekker en de aan-knop gecontroleerd?’ De twee voorwerpen zijn verbonden met und en horen allebei bij überprüft; de vraag gaat dus over het controleren van beide onderdelen.
Der Stecker steckt drin, aber nichts passiert.
De stekker zit erin, maar er gebeurt niets.
- Der Stecker
- de stekker
- steckt
- zit
- drin
- erin
- aber
- maar
- nichts
- niets
- passiert
- gebeurt
Uitgebreide uitleg
Der Stecker betekent hier “de stekker”. Stecker is een mannelijk zelfstandig naamwoord. In deze zin is het de onderwerpsgroep in de nominatief; daarom staat het bepaalde lidwoord als der. Het meervoud is die Stecker. steckt komt van stecken. Hier beschrijft het de positie van de stekker: hij zit ergens in. Het is de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd: ich stecke, du steckst, er/sie/es steckt. Voorbeeld: Der Schlüssel steckt im Schloss. — “De sleutel zit in het slot.” drin betekent “erin” of “binnenin”. Het is een korte, alledaagse vorm die vaak wordt gebruikt voor “daarin” of “in het betreffende voorwerp”. Samen met steckt geeft het aan dat de stekker erin zit; drin specificeert op zichzelf niet welk onderdeel of welke opening bedoeld wordt. aber betekent “maar” en verbindt hier twee delen met een tegenstelling: de stekker zit erin, maar het verwachte resultaat blijft uit. nichts betekent “niets”. Hier is het de grammaticale onderwerpsvorm in nichts passiert: er gebeurt niets. Voorbeeld: Nichts funktioniert. — “Niets werkt.” passiert komt van passieren, “gebeuren”. Het is de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd: Es passiert. — “Het gebeurt.” In nichts passiert staat het werkwoord in het enkelvoud, omdat nichts grammaticaal als enkelvoud wordt behandeld. De delen vormen samen Der Stecker steckt drin — “De stekker zit erin” — en aber nichts passiert — “maar er gebeurt niets”. De hele uiting betekent dus: “De stekker zit erin, maar er gebeurt niets.”
Vielleicht ist die Tür nicht richtig zu.
Misschien is de deur niet goed dicht.
- Vielleicht
- misschien
- ist
- is
- die Tür
- de deur
- nicht
- niet
- richtig
- goed
- zu
- dicht
Uitgebreide uitleg
Vielleicht betekent hier “misschien” en maakt de uitspraak voorzichtig: de spreker presenteert het als een mogelijkheid, niet als een zekerheid. Het staat vooraan, maar kan ook elders in de zin staan, bijvoorbeeld: Die Tür ist vielleicht zu. — “De deur zit misschien dicht.” ist is de vorm van sein (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: sein → ist. Het onderwerp is die Tür, dus de vorm past bij één onderwerp. In deze zin koppelt ist het onderwerp aan de toestand zu; het betekent hier “is”, niet “bevindt zich” als afzonderlijke beweging. die Tür betekent “de deur”. Tür is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het bepaalde lidwoord hier als die. Het meervoud is die Türen, bijvoorbeeld: Die Türen sind zu. — “De deuren zijn dicht.” In het vaste voorbeeld gaat het om één deur, wat ook door de enkelvoudige vorm ist wordt ondersteund. nicht is de ontkenning “niet”. Hier ontkent het de daaropvolgende toestandsbeschrijving als geheel: de deur is niet goed dicht. Dat betekent niet automatisch dat de deur volledig open is; de zin zegt alleen dat ze niet op de bedoelde manier dicht is. richtig betekent hier “goed” of “op de juiste manier”. Het beschrijft hoe zu van toepassing is: de deur is niet correct gesloten. In andere contexten kan richtig ook “echt” of “juist” betekenen, maar die betekenissen zijn hier niet nodig. Een bruikbaar voorbeeld is: Die Tür ist richtig zu. — “De deur zit goed dicht.” zu betekent hier “dicht” in de toestand van een deur. Het is geen zelfstandig naamwoord en ook niet het voorzetsel zu in een richting als “naar”. Het tegenovergestelde in deze betekenis is offen (“open”): Die Tür ist offen. — “De deur is open.” Samen vormen richtig zu de toestandsbeschrijving “goed dicht”. De combinatie nicht richtig zu maakt daarvan “niet goed dicht”. De hele volgorde is dus Vielleicht + ist + die Tür + nicht richtig zu: “Misschien is de deur niet goed dicht.”
In der Anleitung steht, dass die Tür klicken muss, bevor die Maschine startet.
In de handleiding staat dat de deur moet klikken voordat de machine start.
- In
- in
- der Anleitung
- de handleiding
- steht
- staat
- dass
- dat
- die Tür
- de deur
- klicken
- klikken
- muss
- moet
- bevor
- voordat
- die Maschine
- de machine
- startet
- start
Uitgebreide uitleg
In en der Anleitung vormen samen In der Anleitung: dit betekent hier dat iets in een handleiding staat. Bij een vaste plaats gebruikt in hier de datief. der is de datiefvorm bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Anleitung; het basiswoord is die Anleitung (handleiding). Voor een beweging naar binnen kan in in andere zinnen de accusatief krijgen, bijvoorbeeld: Ich lege das Buch in die Tasche. — Ik leg het boek in de tas. steht is de derde persoon enkelvoud van stehen. In deze zin betekent stehen niet letterlijk ‘rechtop staan’, maar ‘vermeld zijn’ of ‘geschreven staan’. Het onderwerp is die Anleitung, ook al staat dat naamwoord in de datiefgroep der Anleitung en is het dus niet de handelende persoon. Een herbruikbaar voorbeeld is: Das steht im Handbuch. — Dat staat in het handboek. dass leidt een bijzin in met de betekenis ‘dat’. In een Duitse dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde. Daarom komen klicken en muss aan het slot van die bijzin, met muss als laatste werkwoord. die Tür is het vrouwelijke zelfstandig naamwoord voor ‘de deur’. die is hier de vorm van het vrouwelijk enkelvoud in de nominatief, omdat de deur het onderwerp is van klicken. Het meervoud is ook die, maar het werkwoord maakt hier duidelijk dat het om enkelvoud gaat: Die Tür klickt. — De deur klikt. klicken is de infinitief ‘klikken’. Hier beschrijft het de hoorbare of mechanische klik van de deur. Na een modaal werkwoord zoals müssen blijft het andere werkwoord in de infinitief: Die Tür muss klicken. — De deur moet klikken. Het modaliserende muss drukt in deze zin de vereiste voorwaarde uit; klicken benoemt de handeling zelf. muss is de derde persoon enkelvoud van müssen, met de betekenis ‘moet’. De infinitief is müssen; vergelijk: Ich muss gehen. — Ik moet gaan. In de vaste zin verwijst deze vorm naar de vereiste dat de deur klikt, niet naar een door de zin genoemde persoon die iets moet doen. bevor betekent ‘voordat’ en verbindt de hoofdzin van de bijzin met een tijdsbepalende bijzin. Ook na bevor staat het vervoegde werkwoord aan het einde van die bijzin. De gebeurtenis in die bijzin — dat de machine start — wordt dus als later dan het klikken van de deur voorgesteld. die Maschine betekent ‘de machine’. die is hier de nominatief enkelvoud bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Maschine; de machine is het onderwerp van startet. Een voorbeeld met een andere vorm is: Ich sehe die Maschine. — Ik zie de machine. Daar staat die Maschine als lijdend voorwerp, maar de vorm is bij dit vrouwelijke zelfstandig naamwoord in het enkelvoud hetzelfde. startet is de derde persoon enkelvoud van starten: ‘start’. De stam blijft herkenbaar en krijgt hier de uitgang -t, omdat het onderwerp die Maschine enkelvoud is. Vergelijk: Die Maschine startet. — De machine start. De vorm starten is de infinitief. Samen betekent In der Anleitung steht, dass die Tür klicken muss, bevor die Maschine startet.: ‘In de handleiding staat dat de deur moet klikken voordat de machine start.’ De hoofdzin zegt waar deze informatie vermeld staat; de dass-bijzin geeft de inhoud ervan. Binnen die bijzin maakt muss klicken de vereiste duidelijk, en bevor die Maschine startet plaatst het starten van de machine daarna. Deze formulering is geschikt voor instructies of technische informatie.
Drück die Tür noch einmal zu und drück dann auf Start.
Duw de deur nog een keer dicht en druk dan op start.
- Drück
- duw!
- die Tür
- de deur
- noch einmal
- nog een keer
- zu
- dicht
- und
- en
- drück
- druk!
- dann
- dan
- auf Start
- op Start
Uitgebreide uitleg
Drück is de informele gebiedende wijs van drücken (“duwen; drukken”) voor één persoon. De vorm hoort bij du; bij een beleefde aanspreking gebruikt het Duits in plaats daarvan Drücken Sie. In Drück die Tür ... zu hoort zu bij het werkwoord zudrücken: de scheidbare werkwoordspartikel staat hier aan het einde. Voorbeeld: Drück die Schublade zu. — “Duw de lade dicht.” die Tür betekent hier “de deur”. die is het lidwoord bij dit zelfstandig naamwoord; het geslacht van Tür is vrouwelijk. Het zelfstandig naamwoord zelf verandert in deze korte opdracht niet van vorm. noch einmal betekent “nog een keer” of “opnieuw”. Het voegt aan de opdracht toe dat de handeling opnieuw moet gebeuren. Voorbeeld: Sag das noch einmal. — “Zeg dat nog een keer.” zu betekent hier “dicht” en is niet los een volledige werkwoordbetekenis: samen met drück vormt het zudrücken, “dichtduwen”. De combinatie die Tür zudrücken beschrijft dus het dichtduwen van de deur. und verbindt de twee opdrachten: eerst de deur dichtduwen en daarna de volgende handeling uitvoeren. Het tweede drück is opnieuw de informele gebiedende wijs van drücken. Doordat het na und staat, wordt het onderwerp niet opnieuw uitgesproken; de opdracht blijft aan dezelfde persoon gericht. Hier betekent drücken niet “duwen” van een voorwerp, maar “drukken op” een bedieningselement. dann betekent “dan” in de volgorde van handelingen. Het maakt duidelijk dat de tweede opdracht na de eerste komt. Voorbeeld: Drück die Taste und dann warte. — “Druk op de knop en wacht dan.” auf Start betekent “op Start”. In de combinatie auf Start drücken geeft auf aan waarop iemand drukt, en Start is de naam van de knop of bediening. De vaste combinatie is dus auf + bedieningselement drücken, bijvoorbeeld: Drück auf die Taste. — “Druk op de knop.” Samen vormt Drück die Tür noch einmal zu de eerste opdracht: duw de deur nog een keer dicht. und drück dann auf Start voegt de tweede opdracht toe: druk daarna op Start. De volledige betekenis is: “Duw de deur nog een keer dicht en druk dan op start.”
Die Tür hat geklickt, und jetzt funktioniert die Waschmaschine.
De deur klikte en nu werkt de wasmachine.
- Tür
- deur
- hat geklickt
- heeft geklikt
- jetzt
- nu
- funktioniert
- werkt; functioneert
- Waschmaschine
- wasmachine
Uitgebreide uitleg
Tür betekent hier “deur”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Tür; in het meervoud is het die Türen. Het voorafgaande Die is hier dus het bepaalde lidwoord bij Tür. hat geklickt betekent dat de deur een klikgeluid heeft gemaakt; in de vaste vertaling wordt dat natuurlijk weergegeven als “klikte”. Het werkwoord is klicken. De vorm hat geklickt is de voltooide tijd (Perfekt): haben in de tegenwoordige tijd + het voltooid deelwoord geklickt. Bijvoorbeeld: Der Schalter hat geklickt. — “De schakelaar heeft geklikt.” jetzt betekent “nu” en plaatst de werking in het huidige moment. Het contrasteert hier met de eerdere gebeurtenis: eerst maakte de deur een klikgeluid, daarna werkt de wasmachine nu. funktioniert betekent hier “werkt”. De basisvorm is funktionieren; funktioniert is de tegenwoordige tijd bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud. Bijvoorbeeld: Der Drucker funktioniert. — “De printer werkt.” Het woord kan ook “functioneert” betekenen, maar “werkt” past hier het natuurlijkst. Waschmaschine betekent “wasmachine”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Waschmaschine; het meervoud is die Waschmaschinen. Het woord is opgebouwd uit waschen (“wassen”) en Maschine (“machine”), maar in deze zin verwijst het geheel naar het apparaat, niet naar een losse handeling. De eerste hoofdzin is Die Tür hat geklickt: de deur heeft een klikgeluid gemaakt. Und verbindt die zin met de tweede hoofdzin. In jetzt funktioniert die Waschmaschine staat jetzt vooraan als tijdsbepaling; het vervoegde werkwoord funktioniert blijft in deze hoofdzin op de tweede positie en het onderwerp die Waschmaschine volgt daarna. Samen betekent de uiting: “De deur klikte en nu werkt de wasmachine.”
Manchmal lösen einfache Kontrollen das Problem.
Soms lossen eenvoudige controles het probleem op.
- Manchmal
- soms
- lösen
- oplossen
- einfache
- eenvoudige
- Kontrollen
- controles
- das
- het
- Problem
- probleem
Uitgebreide uitleg
Manchmal betekent hier “soms”: het is een bijwoord van frequentie en zegt hoe vaak iets gebeurt. Het staat in deze zin vooraan, maar kan ook op een andere plaats staan, bijvoorbeeld: Einfache Kontrollen lösen manchmal das Problem. — “Eenvoudige controles lossen het probleem soms op.” lösen betekent hier “oplossen”. Het is de infinitiefvorm lösen; in de tegenwoordige tijd krijgt hij bijvoorbeeld ich löse, du löst, er/sie/es löst, maar bij het meervoud staat wir/sie lösen. In deze zin is lösen dus de persoonsvorm bij het meervoudige onderwerp Kontrollen. Het werkwoord kan ook “losmaken” betekenen, maar die betekenis past hier niet. einfache betekent hier “eenvoudige”. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is einfach. In einfache Kontrollen staat het bijvoeglijk naamwoord vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord zonder voorafgaand lidwoord; daarom heeft het hier de uitgang -e. Ter vergelijking: eine einfache Kontrolle — “een eenvoudige controle”; einfache Kontrollen — “eenvoudige controles”. Kontrollen betekent “controles”. De enkelvoudsvorm is die Kontrolle, en Kontrollen is hier het meervoud. Dit zelfstandig naamwoord is het onderwerp van de zin: de controles voeren de handeling uit. Daarom staat de persoonsvorm in het meervoud: Kontrollen lösen. das betekent hier “het”. Het is het bepaalde lidwoord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Problem. In deze zin staat das Problem als lijdend voorwerp; het lidwoord ziet er bij dit onzijdige woord in de nominatief en accusatief hetzelfde uit. Het is dus niet zelf een aanwijzend voornaamwoord in deze woordgroep. Problem betekent “probleem”. De basisvorm is das Problem; het meervoud is die Probleme. Hier staat het woord in het enkelvoud na das: das Problem. Samen vormen de delen: Manchmal + lösen + einfache Kontrollen + das Problem. Het onderwerp is einfache Kontrollen, de persoonsvorm is lösen, en das Problem is wat wordt opgelost. De volledige betekenis is: “Soms lossen eenvoudige controles het probleem op.”
Grammatica
Bevor + bijzin: werkwoord achteraan
Bevor du den Start drückst, überprüfst du den Stecker.
Be-foor doe deen sjtart drukst, uu-ber-pruuft doe deen sjteker.Voordat je op Start drukt, controleer je de stekker.
Na „bevor” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.
Imperativ voor du: werkwoordstam zonder -en
Drück den Einschaltknopf noch einmal.
Druk deen aain-sjalt-knopf noch ain-maal.Druk nog een keer op de aan-knop.
Bij een bevel aan één persoon gebruik je vaak de stam zonder „-en”: drücken → Drück.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Deze wasmachine start niet.
Antwoord tonen
Diese Waschmaschine startet nicht.Soms lossen eenvoudige controles het probleem op.
Antwoord tonen
Manchmal lösen einfache Kontrollen das Problem.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
zitten; steken
Antwoord tonen
stecktniets
Antwoord tonen
nichtserin
Antwoord tonen
drincontroleren