Hulp bij een kapotte wasmachine | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared laundry area, two adults check why a washing machine will not start and fix it by closing the door properly..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Hulp bij een kapotte wasmachine oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Diese Waschmaschine startet nicht.

Dee-zeh wasj-ma-sjie-ne sjtar-tet niecht. Deze wasmachine start niet.
B

Hast du den Stecker und den Einschaltknopf überprüft?

Hast doe deen sjteker oent den aain-sjalt-knopf uu-ber-pruuft? Heb je de stekker en de aan-knop gecontroleerd?
A

Der Stecker steckt drin, aber nichts passiert.

Deer sjteker sjtekt drien, aaber niechts pas-sieert. De stekker zit erin, maar er gebeurt niets.
B

Vielleicht ist die Tür nicht richtig zu.

Fie-laaicht ist dee tuur niecht rich-tich tsoe. Misschien is de deur niet goed dicht.
A

In der Anleitung steht, dass die Tür klicken muss, bevor die Maschine startet.

In deer aan-lai-toeng sjteet, das dee tuur klikken moes, be-foor dee ma-sjie-ne sjtar-tet. In de handleiding staat dat de deur moet klikken voordat de machine start.
B

Drück die Tür noch einmal zu und drück dann auf Start.

Druk dee tuur noch ain-maal tsoe oent druk dan op sjtart. Duw de deur nog een keer dicht en druk dan op start.
A

Die Tür hat geklickt, und jetzt funktioniert die Waschmaschine.

Dee tuur hat ge-klikt, oent jetsjt foengk-tsie-o-nieert dee wasj-ma-sjie-ne. De deur klikte en nu werkt de wasmachine.
B

Manchmal lösen einfache Kontrollen das Problem.

Manch-maal leu-zen ain-fa-che kon-tro-len das pro-bleem. Soms lossen eenvoudige controles het probleem op.

Woord voor woord

Diese Diese verwijst hier naar de wasmachine die de spreker aanwijst: deze wasmachine start niet. In het patroon Diese Waschmaschine ... staat het woord vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt deze vorm wanneer je naar één concrete zaak verwijst.
Waschmaschine Waschmaschine betekent hier wasmachine, het apparaat dat niet start. In Diese Waschmaschine verwijst het woord naar het besproken apparaat. Je kunt het gebruiken wanneer je over een wasmachine praat.
startet Startet betekent hier dat de wasmachine begint te werken; in de dialoog gebeurt dat niet. In Waschmaschine startet staat de machine als onderwerp vóór de handeling. Je gebruikt dit bij een apparaat of programma dat begint.
nicht Nicht maakt de uitspraak negatief: de wasmachine start niet. Het staat hier na startet in Diese Waschmaschine startet nicht. Je gebruikt nicht om deze handeling of toestand te ontkennen.
Hast Hast draagt in deze vraag de betekenis van hebben: heb je gecontroleerd? In Hast du ... staat het aan het begin van een vraag. Je gebruikt het in vragen over iets dat iemand heeft gedaan of gecontroleerd.
du Du betekent hier jij en verwijst naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. In Hast du ... staat du direct na Hast. Je gebruikt du in een gesprek met één persoon die je informeel aanspreekt.
den Den hoort hier bij de twee concrete dingen die gecontroleerd moeten worden: den Stecker en den Einschaltknopf. In den Stecker und den Einschaltknopf staat het vóór beide zelfstandige naamwoorden. Je gebruikt dit woord in zulke vaste woordgroepen met een mannelijk zelfstandig naamwoord.
Stecker Stecker betekent hier stekker, het onderdeel dat op de stroomaansluiting is aangesloten. In den Stecker und den Einschaltknopf is het één van de twee dingen die gecontroleerd worden. Je gebruikt het wanneer je over een stekker praat.
und Und verbindt hier den Stecker en den Einschaltknopf als twee onderdelen die gecontroleerd worden. Het patroon is zelfstandig naamwoord und zelfstandig naamwoord. Je gebruikt und om woorden of zinsdelen samen te voegen.
Einschaltknopf Einschaltknopf betekent hier aan-knop of inschakelknop van de wasmachine. In den Stecker und den Einschaltknopf is het het tweede onderdeel dat gecontroleerd wordt. Je gebruikt het voor de knop waarmee een apparaat wordt ingeschakeld.
überprüft Überprüft betekent hier gecontroleerd of nagekeken. In Hast du den Stecker und den Einschaltknopf überprüft? hoort het bij de vraag of die twee onderdelen zijn nagekeken. Een betrouwbaar patroon is etwas überprüfen, met het gecontroleerde onderdeel erna.
Der Der hoort hier bij Stecker en betekent de in Der Stecker. Het introduceert de stekker als onderwerp van de volgende uitspraak. Je gebruikt der vóór een zelfstandig naamwoord wanneer die woordgroep met der wordt gevormd.
steckt Steckt draagt hier samen met drin de betekenis dat de stekker erin zit of aangesloten is. In Der Stecker steckt drin beschrijft steckt de positie van de stekker, terwijl drin de plaats nader aangeeft. Je gebruikt deze combinatie om te zeggen dat iets ergens in zit.
drin Drin betekent hier erin of binnenin, samen met steckt in Der Stecker steckt drin. Het maakt duidelijk dat de stekker in de aansluiting zit. Je gebruikt drin in korte, alledaagse beschrijvingen van iets dat ergens binnenin zit.
aber Aber betekent hier maar en zet een tegenstelling in: de stekker zit erin, maar er gebeurt niets. Het verbindt Der Stecker steckt drin met nichts passiert. Je gebruikt aber om twee tegengestelde of onverwachte mededelingen te verbinden.
nichts Nichts betekent hier niets: er gebeurt helemaal niets. In aber nichts passiert is het datgene waarover wordt gezegd dat het niet gebeurt. Je gebruikt nichts wanneer geen enkele zaak of gebeurtenis bedoeld wordt.
passiert Passiert betekent hier gebeurt. In nichts passiert zegt de spreker dat er geen reactie of gebeurtenis is. Je gebruikt het in het patroon etwas passiert of wanneer je zegt dat er niets gebeurt.
Vielleicht Vielleicht betekent hier misschien en maakt de verklaring voorzichtig: misschien is de deur niet goed dicht. In Vielleicht ist die Tür ... staat het aan het begin van de zin. Je gebruikt het wanneer je een mogelijkheid noemt zonder zekerheid te geven.
ist Ist verbindt die Tür hier met haar toestand: de deur is niet goed dicht. In Vielleicht ist die Tür nicht richtig zu staat ist vóór de beschrijving van de toestand. Je gebruikt het om een toestand of eigenschap van iets te beschrijven.
die Die hoort hier bij Tür en betekent de in die Tür. Het verwijst naar de deur van de wasmachine. Je gebruikt die vóór een zelfstandig naamwoord wanneer die woordgroep met die wordt gevormd.
Tür Tür betekent hier deur, specifiek de deur van de wasmachine. In die Tür ... is het de deur waarvan de sluiting wordt besproken. Je gebruikt het wanneer je over een deur praat.
richtig Richtig betekent hier goed of correct in richtig zu: de deur is niet goed gesloten. Het versterkt hier de manier waarop de deur dicht is. Je gebruikt richtig om aan te geven dat iets op de juiste manier gebeurt of is.
zu Zu betekent hier dicht of gesloten in die Tür nicht richtig zu. Samen met ist beschrijft het de toestand van de deur; het betekent hier niet ‘naar’. Je gebruikt ist ... zu om te zeggen dat iets gesloten is.
In In betekent hier in en maakt samen met der Anleitung duidelijk waar de informatie staat: In der Anleitung. Het staat vóór de plaats of bron waarin iets vermeld wordt. Je gebruikt in ook in nieuwe voorbeelden zoals In dem Buch steht ... als je naar geschreven informatie verwijst.
Anleitung Anleitung betekent hier handleiding, de bron waarin de regel over de deur staat. In der Anleitung verwijst het woord naar de gebruiksinstructies van de machine. Je gebruikt het voor instructies die uitleggen hoe je een apparaat gebruikt.
steht Steht betekent hier staat of is geschreven, niet letterlijk dat iemand rechtop staat. In In der Anleitung steht, dass ... leidt het een mededeling uit een geschreven bron in. Je gebruikt dit patroon om te zeggen wat er in een handleiding, bericht of ander document staat.
dass Dass betekent hier dat en leidt de inhoud van de handleiding in: dat de deur moet klikken. In der Anleitung steht, dass ... volgt de mededeling die in de handleiding staat. Je gebruikt dass om de inhoud van een uitspraak of tekst te verbinden.
klicken Klicken betekent hier klikken: de deur moet een klikgeluid maken voordat de machine start. In dass die Tür klicken muss benoemt het de vereiste gebeurtenis. Je gebruikt het voor een klikgeluid van bijvoorbeeld een deur, knop of schakelaar.
muss Muss betekent hier moet en drukt de vereiste voorwaarde uit: de deur moet klikken. In die Tür klicken muss staat muss bij de handeling die volgens de handleiding nodig is. Je gebruikt muss om een noodzakelijke handeling of voorwaarde uit te drukken.
bevor Bevor betekent hier voordat en ordent twee gebeurtenissen: eerst moet de deur klikken, daarna start de machine. In bevor die Maschine startet leidt het de tweede gebeurtenis in. Je gebruikt voordat met een handeling die later plaatsvindt dan de andere handeling.
Maschine Maschine betekent hier machine en verwijst door de context naar de wasmachine. In die Maschine startet staat het woord in de tijdsbepaling over wat er na de klik gebeurt. Je gebruikt het wanneer het soort machine uit de context duidelijk is.
Drück Drück is hier een directe instructie om te duwen of drukken. In Drück die Tür ... zu geeft de spreker opdracht om de deur dicht te duwen. Je gebruikt deze vorm wanneer je één persoon informeel een korte opdracht geeft.
noch Noch betekent hier nog in de combinatie noch einmal: opnieuw of nog een keer. In Drück die Tür noch einmal zu vraagt het om de handeling opnieuw uit te voeren. Je gebruikt noch einmal voor iets dat opnieuw gebeurt.
einmal Einmal betekent hier één keer in noch einmal, samen: nog een keer. Het geeft aan dat de deur opnieuw moet worden dichtgeduwd. Je gebruikt einmal om een aantal keren aan te geven, en in noch einmal om herhaling uit te drukken.
dann Dann betekent hier dan en geeft de volgende stap aan: eerst de deur dichtduwen, daarna op Start drukken. In und drück dann auf Start staat het vóór de tweede instructie. Je gebruikt dann om de volgorde van handelingen te ordenen.
auf Auf betekent hier op in de combinatie auf Start: op de Start-knop of -bediening drukken. In drück ... auf Start geeft het aan waarop de drukhandeling gericht is. Je gebruikt auf bij het indrukken van een knop of bediening.
Start Start is hier het opschrift of de naam van de bediening waarmee de machine wordt gestart. In drück dann auf Start is het het doel van de drukhandeling. Je gebruikt dit woord wanneer je naar een Start-knop of Start-bediening verwijst.
hat Hat draagt hier samen met geklickt de betekenis dat de deur heeft geklikt. In Die Tür hat geklickt meldt het dat het klikgeluid al is opgetreden. Je gebruikt hat geklickt om zo’n voltooide gebeurtenis te beschrijven.
gekl klickt De aangeleverde vorm gekl klickt staat niet letterlijk in de dialoog; daar staat geklickt. Geklickt verwijst hier naar het klikgeluid dat de deur maakte in Die Tür hat geklickt. Gebruik in deze dialoog dus de exacte vorm geklickt.
jetzt Jetzt betekent hier nu en markeert de toestand na het klikken: nu werkt de wasmachine. In und jetzt funktioniert die Waschmaschine verwijst het naar het huidige resultaat. Je gebruikt jetzt om het huidige moment of een verandering vanaf dit moment aan te geven.
funktioniert Funktioniert betekent hier werkt of functioneert. In jetzt funktioniert die Waschmaschine zegt het dat de machine na het sluiten van de deur weer werkt. Je gebruikt het bij apparaten, systemen of processen die goed werken.
Manchmal Manchmal betekent hier soms en beschrijft dat iets af en toe gebeurt. In Manchmal lösen einfache Kontrollen ... leidt het een algemene observatie in. Je gebruikt het voor een gebeurtenis die niet altijd, maar ook niet slechts één keer voorkomt.
lösen Lösen betekent hier oplossen: eenvoudige controles maken een einde aan het probleem. In einfache Kontrollen lösen das Problem staat het probleem als datgene wat wordt opgelost. Een betrouwbaar patroon is etwas lösen, met het probleem of de taak als object.
einfache Einfache betekent hier eenvoudig en beschrijft de controles als niet ingewikkeld. In einfache Kontrollen staat het vóór Kontrollen. Je gebruikt het om een controle, taak of oplossing als eenvoudig te beschrijven.
Kontrollen Kontrollen betekent hier controles of eenvoudige nakijken, zoals het controleren van de stekker en de deur. In einfache Kontrollen lösen das Problem zijn de controles de handelingen die het probleem oplossen. Je gebruikt het voor systematische checks van een apparaat of situatie.
das Das hoort hier bij Problem en betekent de in das Problem. Het verwijst naar het concrete probleem met de wasmachine. Je gebruikt das vóór een zelfstandig naamwoord wanneer die woordgroep met das wordt gevormd.
Problem Problem betekent hier probleem, namelijk dat de wasmachine niet start. In lösen das Problem is het de kwestie die door de controles wordt opgelost. Je gebruikt het wanneer iets opgelost of onderzocht moet worden.

Grammatica

Bevor + bijzin: werkwoord achteraan

Bevor du den Start drückst, überprüfst du den Stecker.

Be-foor doe deen sjtart drukst, uu-ber-pruuft doe deen sjteker.

Voordat je op Start drukt, controleer je de stekker.

Na „bevor” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

Imperativ voor du: werkwoordstam zonder -en

Drück den Einschaltknopf noch einmal.

Druk deen aain-sjalt-knopf noch ain-maal.

Druk nog een keer op de aan-knop.

Bij een bevel aan één persoon gebruik je vaak de stam zonder „-en”: drücken → Drück.

Duits woordenschat

drin bijwoord
drin erin
Einschaltknopf zelfstandig naamwoord
aain-sjalt-knopf aan-knop
nichts voornaamwoord
niechts niets
passieren werkwoord
pas-sie-ren gebeuren passiert
richtig bijwoord
rich-tich goed; juist
starten werkwoord
sjtar-ten starten startet
stecken werkwoord
sjtè-ken zitten; steken steckt
Stecker zelfstandig naamwoord
sjtè-ka stekker
Tür zelfstandig naamwoord
tuur deur
überprüfen werkwoord
uu-ber-pruu-fen controleren überprüft
vielleicht bijwoord
fie-laaicht misschien
Waschmaschine zelfstandig naamwoord
wasj-ma-sjie-ne wasmachine

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze wasmachine start niet.

Antwoord tonenDiese Waschmaschine startet nicht.

Soms lossen eenvoudige controles het probleem op.

Antwoord tonenManchmal lösen einfache Kontrollen das Problem.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

zitten; steken

Antwoord tonensteckt

niets

Antwoord tonennichts

erin

Antwoord tonendrin

controleren

Antwoord tonenüberprüft