Der
„Der“ is het bepaalde lidwoord bij „Wetterbericht“: het gaat om het weerbericht. Het staat hier voor een mannelijk zelfstandig naamwoord. Je gebruikt een bepaald lidwoord wanneer je naar een bekende of bedoelde zaak verwijst, zoals in „Der Wetterbericht sagt ...“.
Wetterbericht
„Wetterbericht“ betekent hier het weerbericht dat informatie over het komende weer geeft. Het is een samenstelling met Wetter en Bericht. Je kunt het gebruiken als onderwerp van een zin, zoals in „Der Wetterbericht sagt ...“ wanneer je naar de voorspelling verwijst.
sagt
„Sagt“ betekent hier dat het weerbericht iets meldt of voorspelt. Het is de vorm van sagen die bij „Der Wetterbericht“ hoort. Je gebruikt „sagt“ bijvoorbeeld om informatie of een mededeling in te leiden, zoals in „Der Wetterbericht sagt, dass ...“.
dass
„Dass“ leidt hier de inhoud in van wat het weerbericht zegt: dat het binnenkort hard zal regenen. In de bijzin na „dass“ staat „wird“ achteraan in „regnen wird“. Je gebruikt „dass“ vaak na werkwoorden zoals „sagt“ om een volledige mededeling te verbinden.
es
„Es“ is hier het onpersoonlijke onderwerp bij het weer: het verwijst niet naar een persoon of een concreet voorwerp. Samen met „regnen“ beschrijft het dat het regent. Je gebruikt dit weer-„es“ bijvoorbeeld in een nieuwe zin als „Es regnet heute“.
bald
„Bald“ betekent hier dat de hevige regen binnen korte tijd begint. Het geeft aan wanneer de gebeurtenis verwacht wordt. Je gebruikt het bij iets dat binnenkort zal gebeuren, zoals in „bald regnen“.
stark
„Stark“ betekent hier hevig of in grote mate en beschrijft hoe hard het regent. In „stark regnen“ versterkt het de beschrijving van de regen. Je kunt het in een weerbericht gebruiken om de intensiteit van regen te beschrijven.
regnen
„Regnen“ betekent hier regenen. Het is de infinitief die samen met „wird“ de toekomstige gebeurtenis vormt in „regnen wird“. Je gebruikt het voor regen als weersverschijnsel, bijvoorbeeld in een nieuwe zin als „Es kann morgen regnen“.
wird
„Wird“ helpt hier om uit te drukken dat het binnenkort zal regenen: „regnen wird“. Het hoort samen met de infinitief „regnen“ en staat in deze „dass“-bijzin achteraan. Je gebruikt deze combinatie om een verwachte toekomstige gebeurtenis te noemen.
Dann
„Dann“ betekent hier dan of in dat geval: als er zware regen komt, volgt het advies over de schoenen. Het verbindt de nieuwe reactie met de informatie uit de vorige zin. Je gebruikt het aan het begin van een gevolg of advies, zoals in „Dann trag ...“.
trag
„Trag“ is hier een directe aansporing om iets te dragen, namelijk waterdichte schoenen. Het is de gebiedende vorm van tragen. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand informeel een kort advies of een opdracht geeft.
heute
„Heute“ betekent hier vandaag, de dag waarop de schoenen gedragen moeten worden. Het geeft het tijdstip van het advies aan. Je kunt het met een opdracht combineren, zoals in „Trag heute ...“.
wasserdichte
„Wasserdichte“ betekent hier waterdichte en beschrijft „Schuhe“ die water tegenhouden. Deze vorm staat direct voor het meervoud „Schuhe“. Je gebruikt het als bijvoeglijke beschrijving voor kleding of andere dingen die tegen water beschermen.
Schuhe
„Schuhe“ betekent hier schoenen die geschikt zijn voor de regen. Het woord verwijst naar het voorwerp dat gedragen moet worden in „trag ... Schuhe“. Je gebruikt het voor schoeisel in een advies over wat iemand moet aantrekken.
Beim
„Beim“ betekent hier bij of op de plaats van het station, in de vaste combinatie „beim Bahnhof“. Het is een verkorte vorm van „bei dem“. Je gebruikt het om een locatie aan te geven, bijvoorbeeld in „beim Bahnhof“ wanneer iets daar gebeurt of aanwezig is.
Bahnhof
„Bahnhof“ betekent hier station, de plaats waar altijd plassen zijn. Het staat in de locatieaanduiding „beim Bahnhof“. Je kunt het gebruiken na een voorzetsel om een reis- of ontmoetingsplaats te noemen.
gibt
„Gibt“ maakt hier samen met „es“ de uitdrukking „es gibt“, waarmee wordt gezegd dat er plassen aanwezig zijn. Het losse woord draagt dus niet alleen de volledige betekenis ‘er zijn’. Je gebruikt „es gibt“ om het bestaan of de aanwezigheid van iets te melden, gevolgd door wat er aanwezig is.
immer
„Immer“ betekent hier altijd: bij het station zijn er telkens plassen. Het geeft aan dat de situatie steeds of regelmatig voorkomt. Je gebruikt het om een terugkerende situatie te beschrijven, zoals in „es gibt immer ...“.
Pfützen
„Pfützen“ betekent hier plassen, kleine hoeveelheden water op de grond. Het is de meervoudsvorm die volgt op „es gibt“. Je gebruikt het bij regen of natte omstandigheden om meerdere plassen te benoemen.
Du
„Du“ betekent hier jij en spreekt één persoon informeel aan. Het is de persoon die extra tijd nodig heeft. Je gebruikt „du“ in een rechtstreeks gesprek met iemand die je informeel aanspreekt.
brauchst
„Brauchst“ betekent hier nodig hebben: jij hebt misschien extra tijd nodig. Het hoort bij de combinatie „brauchst ... Zeit“. Je gebruikt het om te zeggen wat iemand nodig heeft, bijvoorbeeld met een voorwerp of hoeveelheid na het werkwoord.
vielleicht
„Vielleicht“ betekent hier misschien en maakt het advies minder stellig. De spreker zegt niet zeker dat extra tijd nodig zal zijn, maar houdt daar rekening mee. Je gebruikt het om een mogelijkheid of voorzichtige inschatting uit te drukken.
auch
„Auch“ betekent hier ook: naast de andere voorbereiding kan extra tijd nodig zijn. Het voegt deze behoefte toe aan de eerdere informatie. Je gebruikt het om een extra punt aan een mededeling toe te voegen, zoals in „auch extra Zeit“.
extra
„Extra“ betekent hier extra of meer dan normaal. Het beschrijft de hoeveelheid „Zeit“ die voor mogelijke vertragingen nodig is. Je kunt het direct voor een zelfstandig naamwoord gebruiken, zoals in „extra Zeit“.
Zeit
„Zeit“ betekent hier tijd die beschikbaar moet zijn voor de reis. In „extra Zeit“ gaat het om aanvullende tijd bovenop de normale planning. Je gebruikt het bijvoorbeeld met „brauchen“, zoals in „Du brauchst ... Zeit“.
wenn
„Wenn“ leidt hier de voorwaarde in waaronder extra tijd nodig kan zijn: als er vertragingen zijn. In de bijzin na „wenn“ staat het werkwoord „gibt“ achteraan in „wenn es Verspätungen gibt“. Je gebruikt „wenn“ om een voorwaarde of een situatie aan te geven.
Verspätungen
„Verspätungen“ betekent hier vertragingen, bijvoorbeeld vertragingen tijdens de reis. Het staat in de uitdrukking „es Verspätungen gibt“, waarmee de aanwezigheid van vertragingen wordt genoemd. Je gebruikt het om meerdere gevallen van vertraagd vervoer of een vertraagd verloop te benoemen.
Soll
„Soll“ staat hier in de vraag „Soll ich ...?“ en vraagt of de spreker iets hoort of zou moeten doen. Het is de vorm van sollen die bij „ich“ hoort. Je gebruikt deze vraag om advies of toestemming voor een handeling te vragen.
ich
„Ich“ betekent hier ik en verwijst naar de persoon die over haar of zijn laptop en vertrek praat. Het is de persoon die de voorgestelde handeling zou uitvoeren. Je gebruikt „ich“ wanneer je jezelf als handelende persoon noemt, zoals in „Soll ich ...?“.
meinen
„Meinen“ betekent hier mijn en hoort bij „Laptop“: het gaat om de laptop van de spreker. Deze vorm staat direct voor het mannelijke zelfstandig naamwoord „Laptop“. Je gebruikt deze bezitsvorm om aan te geven dat iets van jezelf is.
Laptop
„Laptop“ betekent hier de laptop die tegen regen beschermd moet worden. Hij is het voorwerp dat de spreker in een waterdichte hoes wil doen. Je gebruikt het woord voor een draagbare computer, bijvoorbeeld in „meinen Laptop ... stecken“.
in
„In“ geeft hier de richting naar binnen aan: de laptop moet in een waterdichte hoes worden gestoken. Het hoort bij „in eine wasserdichte Hülle stecken“. Je gebruikt het bij een plaats of houder waarin iets terechtkomt.
eine
„Eine“ betekent hier een en introduceert de hoes waarin de laptop moet worden gestoken. Het staat direct voor „Hülle“. Je gebruikt het om één niet nader bepaalde hoes te noemen in „in eine ... Hülle“.
Hülle
„Hülle“ betekent hier hoes of beschermende omhulling voor de laptop. In „eine wasserdichte Hülle“ beschrijft het de plaats waarin de laptop wordt gestoken. Je gebruikt het voor een omhulsel dat een voorwerp beschermt.
stecken
„Stecken“ betekent hier in een hoes doen of steken. Het is de infinitief die na „Soll ich“ staat in „Soll ich meinen Laptop ... stecken?“. Je gebruikt het met een voorwerp en de plaats of houder waarin je het doet.
Lass
„Lass“ is hier een aansporing om de laptop in de tas te laten. Het is de gebiedende vorm van lassen en staat in „Lass ihn in deiner Tasche“. Je gebruikt het om iemand informeel te zeggen dat iets ergens moet blijven.
ihn
„Ihn“ verwijst hier naar de laptop en betekent hem of die. Het is het voorwerp dat in de tas moet blijven. Je gebruikt dit voornaamwoord om een eerder genoemd mannelijk voorwerp opnieuw te noemen zonder „Laptop“ te herhalen.
deiner
„Deiner“ betekent hier jouw en hoort bij „Tasche“: het gaat om de tas van de aangesproken persoon. Deze bezitsvorm staat voor „Tasche“. Je gebruikt hem om bezit aan te geven in een combinatie zoals „in deiner Tasche“.
Tasche
„Tasche“ betekent hier tas, de plaats waarin de laptop droog blijft. Het staat in „in deiner Tasche“. Je gebruikt het voor een tas of zak waarin je iets meeneemt of bewaart.
dort
„Dort“ betekent hier daar en verwijst naar de tas die net genoemd is. Het geeft de plaats aan waar de laptop droog blijft. Je gebruikt het om naar een eerder genoemde locatie te verwijzen, zoals in „dort bleibt er trocken“.
bleibt
„Bleibt“ betekent hier blijft: de laptop blijft droog in de tas. Het is de vorm van bleiben die bij „er“ hoort. Je gebruikt het om aan te geven dat iets op een plaats of in een toestand blijft, zoals in „trocken bleiben“.
er
„Er“ verwijst hier naar de laptop en betekent hij of die. In „er bleibt trocken“ is de laptop het onderwerp van de tweede mededeling. Je gebruikt dit voornaamwoord om naar de eerder genoemde laptop terug te verwijzen.
trocken
„Trocken“ betekent hier droog en beschrijft de toestand waarin de laptop blijft. Het hoort samen met „bleibt“ in „bleibt er trocken“. Je gebruikt het om aan te geven dat iets niet nat is of niet nat wordt.
sollte
„Sollte“ betekent hier zou moeten en geeft een voorzichtige aanbeveling: eerder vertrekken is waarschijnlijk verstandig. Het staat in „Das sollte ... machen“ en drukt daar een verwachte uitkomst uit. Je gebruikt het om een milde aanbeveling of verwachting te formuleren.
früher
„Früher“ betekent hier eerder, dus vóór het gebruikelijke vertrekmoment. Het beschrijft wanneer de spreker moet vertrekken. Je gebruikt het in een vergelijking zoals „früher als sonst“.
als
„Als“ betekent hier dan in de vergelijking „früher als sonst“. Het verbindt de eerdere vertrektijd met de normale situatie. Je gebruikt „als“ na een vergelijkend woord wanneer je twee situaties met elkaar vergelijkt.
sonst
„Sonst“ betekent hier gewoonlijk of normaal en verwijst naar het gebruikelijke vertrekmoment. Samen met „früher als“ vormt het „früher als sonst“: eerder dan normaal. Je gebruikt deze combinatie om een verandering ten opzichte van de gebruikelijke situatie aan te geven.
losgehen
„Losgehen“ betekent hier vertrekken of op weg gaan. Het staat als infinitief in „früher ... losgehen“ en beschrijft het begin van de reis. Je gebruikt het voor het moment waarop iemand of een reis begint, bijvoorbeeld in een nieuwe zin als „Wir müssen jetzt losgehen“.
Das
„Das“ betekent hier dat en verwijst naar het eerder genoemde idee om eerder te vertrekken. Het vormt het onderwerp van „Das sollte ... machen“. Je gebruikt het om naar een volledige voorafgaande handeling of situatie te verwijzen.
die
„Die“ is hier het bepaalde lidwoord bij „Fahrt“: het gaat om de betreffende reis. Het staat direct voor het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt een bepaald lidwoord wanneer de reis al uit de context bekend is.
Fahrt
„Fahrt“ betekent hier de reis of rit die door het eerdere vertrek minder stressvol moet worden. Het woord verwijst naar het verloop van het reizen van de spreker. Je gebruikt het voor een concrete rit of reis, zoals in „die Fahrt ... machen“.
weniger
„Weniger“ betekent hier minder en geeft aan dat de hoeveelheid stress tijdens de reis afneemt. Het hoort bij „stressig“ in „weniger stressig“. Je gebruikt het om een lagere mate of hoeveelheid te beschrijven.
stressig
„Stressig“ betekent hier stressvol en beschrijft de reis als belastend of gespannen. In „weniger stressig“ wordt gezegd dat de reis door eerder vertrekken minder belastend zal zijn. Je gebruikt het om een situatie of activiteit te beschrijven die stress veroorzaakt.
machen
„Machen“ betekent hier maken en staat in de constructie „die Fahrt weniger stressig machen“: de reis minder stressvol maken. Het is de infinitief na „sollte“. Je gebruikt het met een object en een gewenste verandering, zoals in „etwas einfacher machen“ als nieuw voorbeeld.