Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Voorbereiden op hevige regen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Der Wetterbericht sagt, dass es bald stark regnen wird.
Deer vetterberrigt zakt, das es balt sjtark reegnun virt. De weersvoorspelling zegt dat het binnenkort hard gaat regenen.Dann trag heute wasserdichte Schuhe.
Dan traak hoj-tuh vasserdigte sjoe-uh. Draag dan vandaag waterdichte schoenen.Beim Bahnhof gibt es immer Pfützen.
Baim baanhoof giept es immur pfutsun. Bij het station liggen altijd plassen.Du brauchst vielleicht auch extra Zeit, wenn es Verspätungen gibt.
Doe braaugtst fie-laaigt auwgt ekstra tsait, venn es fer-sjpee-toengun giept. Je hebt misschien ook extra tijd nodig als er vertragingen zijn.Soll ich meinen Laptop in eine wasserdichte Hülle stecken?
Zol ig mainun leptop in aainuh vasserdigte hullu sjtekkun? Moet ik mijn laptop in een waterdichte hoes doen?Lass ihn in deiner Tasche, dort bleibt er trocken.
Las ien in dainer tasje, dort blaibt er trocken. Houd hem in je tas, daar blijft hij droog.Dann sollte ich früher als sonst losgehen.
Dan zolte ig fruur als zonst loosgee-un. Dan moet ik eerder vertrekken dan normaal.Das sollte die Fahrt weniger stressig machen.
Das zolte die faart veeniger sjtressig maggun. Dat zou de reis minder stressvol moeten maken.Uitleg van de zinnen
Der Wetterbericht sagt, dass es bald stark regnen wird.
De weersvoorspelling zegt dat het binnenkort hard gaat regenen.
- Der Wetterbericht
- de weersvoorspelling
- sagt
- zegt
- dass
- dat
- es
- het
- bald
- binnenkort
- stark
- hard
- regnen
- regenen
- wird
- gaat
Uitgebreide uitleg
Der Wetterbericht betekent hier “de weersvoorspelling”. Het Duitse zelfstandig naamwoord is der Wetterbericht (mannelijk); het meervoud is die Wetterberichte. In deze zin staat het in de nominatief, omdat het de uitvoerder van sagt is. sagt is de vorm van sagen voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: er/sie/es sagt. Het betekent hier “zegt” of “meldt”. Voorbeeld: Die Zeitung sagt das. — “De krant zegt dat.” dass leidt een bijzin in met de betekenis “dat”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde. Hier komen daarom regnen en daarna wird aan het einde van de bijzin. es is hier het onpersoonlijke onderwerp bij het weerwerkwoord regnen: “het” in “het regent”. Dit es verwijst niet naar een concreet genoemd voorwerp. Voorbeeld: Es regnet. — “Het regent.” bald betekent “binnenkort” en plaatst de gebeurtenis in de nabije toekomst. Het is een bijwoord en verandert hier niet van vorm. stark betekent hier “hard” in de betekenis “intens”. Bij regnen beschrijft het de intensiteit van de regen: Es regnet stark. — “Het regent hard.” Het betekent hier dus niet “sterk” in de zin van lichamelijke of algemene kracht. regnen is de infinitief van het werkwoord “regenen”. Het vormt samen met wird de constructie wird regnen. De infinitief blijft regnen; de vervoegde vorm is wird, niet regnen. wird is de derde persoon enkelvoud van werden in de tegenwoordige tijd. Met een infinitief vormt werden de toekomende tijd: es wird regnen = “het zal regenen” of natuurlijk Nederlands “het gaat regenen”. In een dass-bijzin staat deze vervoegde vorm achter de infinitief: dass es bald stark regnen wird. Samen betekent Der Wetterbericht sagt “De weersvoorspelling zegt”, en de bijzin dass es bald stark regnen wird “dat het binnenkort hard gaat regenen”. De volledige uiting is dus: “De weersvoorspelling zegt dat het binnenkort hard gaat regenen.”
Dann trag heute wasserdichte Schuhe.
Draag dan vandaag waterdichte schoenen.
- Dann
- dan
- trag
- draag
- heute
- vandaag
- wasserdichte
- waterdichte
- Schuhe
- schoenen
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier ‘dan’: het plaatst het advies in de bedoelde situatie of op het bedoelde moment. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Bijvoorbeeld: Dann gehen wir nach Hause. — Dan gaan we naar huis. trag is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van tragen (‘dragen’). De vorm hoort bij het niet-uitgesproken onderwerp du; tragen wordt in deze vorm niet als *tragst gebruikt. De gebiedende wijs geeft hier een direct advies of verzoek. Bijvoorbeeld: Trag eine Jacke! — Draag een jas! heute betekent ‘vandaag’. Dit bijwoord verandert niet van vorm en plaatst de handeling op de huidige dag. Bijvoorbeeld: Heute arbeite ich. — Vandaag werk ik. wasserdichte is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord wasserdicht (‘waterdicht’). Het beschrijft hier Schuhe, dus schoenen die geen water doorlaten. In wasserdichte Schuhe staat het bijvoeglijk naamwoord vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord zonder voorafgaand lidwoord. Daarom krijgt het hier in de accusatief de uitgang -e. Bijvoorbeeld: wasserdichte Jacken — waterdichte jassen. Schuhe is het meervoud van Schuh (‘schoen’). In deze zin is het het lijdend voorwerp van tragen: het gaat om de schoenen die de aangesproken persoon moet dragen. Het meervoud heeft hier de accusatiefvorm; die ziet er hetzelfde uit als de nominatiefvorm, omdat Schuhe zelf geen extra naamvalsuitgang krijgt. Samen vormen de delen de gebiedende zin Dann trag heute wasserdichte Schuhe.: ‘Draag dan vandaag waterdichte schoenen.’ Dann plaatst het advies in de bedoelde situatie, heute bepaalt de dag, en wasserdichte Schuhe benoemt wat de aangesproken persoon moet dragen.
Beim Bahnhof gibt es immer Pfützen.
Bij het station liggen altijd plassen.
- Beim
- bij het
- Bahnhof
- station
- gibt es
- er is / er zijn
- immer
- altijd
- Pfützen
- plassen
Uitgebreide uitleg
Beim is de samentrekking van bei dem: bei betekent hier “bij” en dem is de datiefvorm van het bepaald lidwoord bij een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord. De vorm beim staat dus vóór een mannelijk of onzijdig woord in deze combinatie. Voorbeeld: Beim Arzt war es ruhig. — “Bij de dokter was het rustig.” Bahnhof betekent “station”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Bahnhof; in beim Bahnhof staat het na bei in de datief, terwijl de vorm van het zelfstandig naamwoord zelf hier niet verandert. Het meervoud is Bahnhöfe. Voorbeeld: Der Bahnhof ist groß. — “Het station is groot.” gibt es is de vaste existentiële constructie voor “er is” of “er zijn”. Het werkwoord is geben; in deze constructie staat de derde persoon enkelvoud gibt, ook wanneer wat er is meervoudig is. Voorbeeld: Im Park gibt es viele Bäume. — “In het park staan veel bomen.” immer betekent “altijd” en geeft aan dat iets telkens of voortdurend het geval is. Voorbeeld: Hier gibt es immer viele Menschen. — “Hier zijn er altijd veel mensen.” Pfützen betekent “plassen” en is het meervoud van die Pfütze (“de plas”). Het meervoud wordt gevormd met een umlaut en de uitgang -en: die Pfütze → die Pfützen. Voorbeeld: Nach dem Regen gibt es Pfützen. — “Na de regen zijn er plassen.” Samen vormt beim Bahnhof de plaatsbepaling “bij het station”. Daarna zegt gibt es dat iets daar aanwezig is, immer dat dit steeds het geval is, en Pfützen wat er aanwezig is: “Bij het station zijn er altijd plassen.” In de vaste Nederlandse vertaling worden die plassen natuurlijk weergegeven als plassen die daar liggen.
Du brauchst vielleicht auch extra Zeit, wenn es Verspätungen gibt.
Je hebt misschien ook extra tijd nodig als er vertragingen zijn.
- Du brauchst
- je hebt nodig
- vielleicht
- misschien
- auch
- ook
- extra
- extra
- Zeit
- tijd
- wenn
- als; wanneer
- es … gibt
- er is; er zijn
- Verspätungen
- vertragingen
Uitgebreide uitleg
Du brauchst: brauchen betekent hier “nodig hebben”. brauchst is de tegenwoordige tijd bij du; de stam is brauch- en de uitgang -st markeert deze tweede persoon enkelvoud. Het patroon is bijvoorbeeld Ich brauche mehr Zeit. — “Ik heb meer tijd nodig.” vielleicht drukt onzekerheid uit: “misschien”. Het verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord en kan ook bij andere werkwoorden staan. Voorbeeld: Vielleicht kommt er später. — “Misschien komt hij later.” auch betekent “ook” en voegt deze mogelijkheid of persoon toe aan iets dat al in de context meespeelt. Voorbeeld: Ich brauche auch Wasser. — “Ik heb ook water nodig.” extra betekent hier “extra” of “bijkomend” en beschrijft Zeit. In deze betekenis blijft extra onveranderd; het krijgt hier geen Duitse verbuiging zoals een typisch bijvoeglijk naamwoord. Voorbeeld: Wir haben extra Platz. — “We hebben extra ruimte.” Zeit: het zelfstandig naamwoord is die Zeit, “tijd”. In de zin staat het enkelvoud; het meervoud is die Zeiten. Duits gebruikt hier geen lidwoord, omdat het om een niet nader bepaalde hoeveelheid tijd gaat. Voorbeeld: Ich habe keine Zeit. — “Ik heb geen tijd.” wenn: dit leidt de voorwaardelijke bijzin in: “als” of “wanneer”. Bij een bijzin met wenn staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Wenn ich Zeit habe, komme ich. betekent: “Als ik tijd heb, kom ik.” Wenn kan ook bij herhaalde situaties staan; voor één afgeronde gebeurtenis in het verleden wordt vaak als gebruikt. es gibt: deze vaste constructie betekent “er is” of “er zijn”. gibt is de derde persoon enkelvoud van geben, maar in es gibt wordt de hele constructie gebruikt om het bestaan of voorkomen van iets te melden. Het formele onderwerp es draagt hier niet de betekenis van een concreet ding. Voorbeeld: Es gibt viele Möglichkeiten. — “Er zijn veel mogelijkheden.” Verspätungen: dit betekent “vertragingen”. Het enkelvoud is die Verspätung; het meervoud is die Verspätungen. De uitgang -en markeert hier het meervoud, terwijl de vorm geen umlaut krijgt. In deze zin staat het woord als datgene wat er voorkomt: es gibt Verspätungen — “er zijn vertragingen”. Samen bestaat de zin uit de hoofdzin Du brauchst vielleicht auch extra Zeit en de voorwaardelijke bijzin wenn es Verspätungen gibt. De hoofdzin zegt dat jij misschien ook extra tijd nodig hebt; de bijzin geeft de voorwaarde waaronder dat geldt. Daarom betekent het geheel: “Je hebt misschien ook extra tijd nodig als er vertragingen zijn.”
Soll ich meinen Laptop in eine wasserdichte Hülle stecken?
Moet ik mijn laptop in een waterdichte hoes doen?
- Soll ich
- moet ik
- Laptop
- laptop
- wasserdichte
- waterdichte
- Hülle
- hoes
- stecken
- doen; stoppen
Uitgebreide uitleg
Soll ich vormt hier een vraag met het modale werkwoord sollen en het onderwerp ich: “moet ik …?” In een ja/nee-vraag staat het vervoegde werkwoord vooraan. De infinitief komt in deze constructie aan het einde: Soll ich warten? = “Moet ik wachten?” De vraag drukt hier een verzoek om advies of toestemming uit, niet een vaststaand feit dat de spreker het móét doen. Laptop betekent hier “laptop”. Het is een mannelijk Duits zelfstandig naamwoord: der Laptop. Na mein staat in deze zin de accusatief: meinen Laptop, omdat de laptop het object is van stecken. Het bezittelijke woord verandert dus mee met naamval en geslacht: mein Laptop maar meinen Laptop. wasserdichte betekent “waterdichte”. De basisvorm is wasserdicht; de vorm krijgt hier de uitgang -e omdat zij vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Hülle staat in de combinatie eine wasserdichte Hülle. Een vergelijkbaar voorbeeld is eine warme Jacke = “een warme jas”. Hülle betekent “hoes” of “omhulsel”. Het is vrouwelijk: die Hülle, daarom staat hier eine Hülle. Eine geeft hier een niet nader bepaalde hoes aan; op zichzelf stelt het niet noodzakelijk een geteld aantal vast. In in eine Hülle gaat het om een richting: iets wordt naar binnen in de hoes geplaatst. Bij een locatie zonder beweging staat vaak de datief, bijvoorbeeld Der Laptop ist in einer Hülle = “De laptop zit in een hoes.” stecken betekent hier “doen” of “stoppen” in de betekenis van iets ergens in plaatsen. Het is de infinitief en staat na het modale werkwoord sollen. Dezelfde infinitief kan ook “steken” betekenen, maar in deze zin gaat het om plaatsen. Voorbeeld: Ich stecke das Kabel in die Tasche. = “Ik stop de kabel in de tas.” Samen bestaat de vraag uit Soll ich + meinen Laptop + in eine wasserdichte Hülle + stecken. De accusatiefgroep meinen Laptop is wat geplaatst wordt; in eine wasserdichte Hülle geeft de bestemming aan; stecken benoemt de handeling. De volledige betekenis is daarom: “Moet ik mijn laptop in een waterdichte hoes doen?”
Lass ihn in deiner Tasche, dort bleibt er trocken.
Houd hem in je tas, daar blijft hij droog.
- Lass
- houd / laat
- ihn
- hem
- deiner
- je (bezittelijk)
- Tasche
- tas
- dort
- daar
- bleibt
- blijft
- trocken
- droog
Uitgebreide uitleg
Lass is de gebiedende wijs van lassen voor één aangesproken persoon. In deze zin betekent het: iets ergens laten of houden. De infinitief is lassen; voor meerdere aangesproken personen is de gebiedende wijs bijvoorbeeld lasst. Voorbeeld: Lass die Tür offen. — Laat de deur open. ihn is de accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor een mannelijk persoon of mannelijk zelfstandig naamwoord: er (onderwerp), ihn (lijdend voorwerp), ihm (meewerkend voorwerp of na bepaalde voorzetsels). Hier is hij datgene wat men in de tas moet laten. De vertaling ondersteunt de betekenis hem; deze zin benoemt niet verder wie of wat hij precies is. deiner Tasche is een bezitsgroep: deiner komt van het bezittelijke woord dein (‘jouw’/‘je’) en staat hier bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Tasche in de datief enkelvoud. Tasche is vrouwelijk: die Tasche. Omdat in hier een plaats zonder beweging naar die plaats aanduidt, staat de combinatie in de datief: in deiner Tasche. Bij beweging naar binnen staat de accusatief: in deine Tasche — ‘in je tas’ als bestemming. De vorm deiner wordt hier dus bepaald door het vrouwelijke woord Tasche en de datief, niet door een aantal. Tasche betekent ‘tas’ en heeft als meervoud Taschen: die Tasche, die Taschen. In deze zin gaat het om één tas; de bezitsvorm deiner maakt duidelijk dat het om de tas van de aangesprokene gaat. dort is een plaatsbijwoord met de betekenis ‘daar’. Hier verwijst het naar de genoemde plaats in de tas. Het is niet zelf een voorzetsel of naamwoord. Voorbeeld: Das Buch liegt dort. — Het boek ligt daar. bleibt is de derde persoon enkelvoud van bleiben, ‘blijven’. De tegenwoordige tijd drukt hier uit dat de toestand voortduurt: hij blijft droog. De infinitief is bleiben; bijvoorbeeld ich bleibe, du bleibst, er bleibt. Bleiben beschrijft het voortduren van een toestand of plaats, anders dan werden, dat een verandering naar een toestand kan aangeven. trocken is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘droog’. Na bleiben staat het predicatief en krijgt het geen uitgang: er bleibt trocken. Het beschrijft de toestand die voortduurt. Een bruikbaar tegenovergesteld woord is nass (‘nat’). Voorbeeld: Die Kleidung bleibt trocken. — De kleding blijft droog. Samen vormt Lass ihn in deiner Tasche een bevel om hem in jouw tas te laten of te houden. dort bleibt er trocken zegt vervolgens dat hij daar droog blijft; er is de onderwerpvorm die naar hetzelfde mannelijke referent terugwijst als ihn. De volledige betekenis is: ‘Houd hem in je tas, daar blijft hij droog.’
Dann sollte ich früher als sonst losgehen.
Dan moet ik eerder vertrekken dan normaal.
- Dann
- dan
- sollte ich
- moet ik
- früher
- eerder
- als sonst
- dan normaal
- losgehen
- vertrekken
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan” in de zin van “op dat moment” of “in dat geval”. Het kan een gevolg of een volgende stap inleiden. Voorbeeld: Dann gehen wir. — “Dan gaan we.” sollte ich bevat het werkwoord sollen (“moeten” of “geacht worden te”) in de vorm sollte voor ich. In deze zin geeft sollte een aanbeveling of gepaste verplichting weer: “zou ik moeten” / “moet ik”. Vergelijk: Ich soll warten. — “Ik moet wachten” (iemand verwacht dat van mij); Ich sollte warten. — “Ik zou moeten wachten” (advies of wat verstandig is). früher is de vergrotende trap van früh (“vroeg”): früh → früher → am frühesten. Het betekent hier “vroeger” in de zin van een eerder tijdstip, niet “in het verleden”. Voorbeeld: Wir müssen früher anfangen. — “We moeten eerder beginnen.” als sonst vormt hier de vergelijking “dan normaal”. Bij een vergrotende trap gebruikt het Duits als: früher als sonst = “eerder dan normaal”. Sonst betekent in andere contexten vaak “anders”, maar verwijst hier naar wat gewoonlijk gebeurt. Voorbeeld: Heute ist sie früher als sonst da. — “Vandaag is ze er eerder dan normaal.” losgehen betekent “vertrekken” of “op weg gaan”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin staat het vervoegde deel van gehen op de tweede plaats en komt los aan het einde: Ich gehe um acht los. — “Ik vertrek om acht uur.” Het infinitief losgehen staat in deze zin achteraan omdat het bij sollte hoort. Samen betekent de zin: “Dan moet ik eerder dan normaal vertrekken.” De vergelijking bepaalt wanneer het vertrek plaatsvindt; sollte ich geeft aan dat dit als aanbeveling of vereiste geldt, en losgehen benoemt het vertrek zelf.
Das sollte die Fahrt weniger stressig machen.
Dat zou de reis minder stressvol moeten maken.
- Das sollte
- dat zou moeten
- die Fahrt
- de reis
- weniger
- minder
- stressig
- stressvol
- machen
- maken
Uitgebreide uitleg
Das sollte bestaat uit Das, een aanwijzend voornaamwoord, en sollte, een vorm van sollen. In deze zin drukt sollte samen met het infinitief machen volgens de vaste vertaling een verwachting of veronderstelling uit: “zou moeten”. De vorm sollte kan ook de verleden-tijdsvorm van sollen zijn, maar hier beweert de zin niet dat de handeling in het verleden plaatsvond. Das is hier een onzijdig enkelvoudig aanwijzend voornaamwoord; de zin en vertaling noemen niet welk concreet ding met “dat” wordt bedoeld. Voorbeeld: Das sollte funktionieren. — “Dat zou moeten werken.” Sollen kan in andere contexten ook een plicht of opdracht uitdrukken; hier geeft de vaste vertaling de betekenis van verwachting aan. die Fahrt betekent hier “de reis”, met nadruk op het reizen of de rit zelf. Fahrt is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. In deze zin is die Fahrt het lijdend voorwerp in de accusatief; bij een vrouwelijk enkelvoud heeft het bepaalde lidwoord daar dezelfde vorm die als in de nominatief. Voorbeeld: Die Fahrt dauert zwei Stunden. — “De reis duurt twee uur.” weniger is de vergelijkende vorm van wenig en betekent “minder”. Het vergelijkt hier de mate waarin de reis stressvol is met een andere, niet nader genoemde situatie. De basisreeks is wenig — “weinig”, weniger — “minder”, am wenigsten — “het minst”. Voorbeeld: Heute habe ich weniger Arbeit. — “Vandaag heb ik minder werk.” stressig is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “stressvol” of “veel stress veroorzakend”. In weniger stressig maakt weniger dit bijvoeglijk naamwoord gradueel: iets is in mindere mate stressvol. Voorbeeld: Der neue Plan ist weniger stressig. — “Het nieuwe plan is minder stressvol.” machen is het infinitief “maken”. Na het modale werkwoord sollte staat het infinitief aan het einde van de zin. De combinatie etwas weniger stressig machen betekent “iets minder stressvol maken”. Voorbeeld: Eine Pause kann die Arbeit leichter machen. — “Een pauze kan het werk gemakkelijker maken.” Samen is Das het onderwerp, die Fahrt het lijdend voorwerp en weniger stressig de eigenschap die door de handeling verandert. De woordvolgorde levert de betekenis op: “Dat zou de reis minder stressvol moeten maken.”
Grammatica
Lass + infinitief
Lass den Laptop stecken.
Las deen leptop sjtekkun.Laat de laptop zitten.
Lass is de gebiedende wijs van lassen. In deze vaste uitdrukking betekent Lass ... stecken: iets laten zitten of niet meenemen.
wasserdichte + zelfstandig naamwoord
wasserdichte Hülle
vasserdigte hulluwaterdichte hoes
Voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord na die/een de uitgang -e: die wasserdichte Hülle.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Draag dan vandaag waterdichte schoenen.
Antwoord tonen
Dann trag heute wasserdichte Schuhe.Bij het station liggen altijd plassen.
Antwoord tonen
Beim Bahnhof gibt es immer Pfützen.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
waterdicht
Antwoord tonen
wasserdichtehard
Antwoord tonen
starkdragen
Antwoord tonen
tragschoenen