Een plan voor een zeer warme dag | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before going outside on a very hot day, two adults plan to avoid the strongest heat, use sunscreen, carry water, and visit a park later..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Een plan voor een zeer warme dag oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Heute wird es wirklich heiß.

Hoituh virt es virk-lisj haais. Het wordt vandaag echt heel warm.
B

Lass uns in der heißesten Zeit des Tages nicht spazieren gehen.

Las oens in dee-uh haais-uh-stun tsaait dess taa-guhs nisjt sjpa-tsie-run gee-un. Laten we het heetste deel van de dag vermijden om te wandelen.
A

Ich trage Sonnencreme auf, bevor wir losgehen.

Isj traa-guh zon-nuhn-kreem aauf, buh-fohr vie-uh lohs-gee-un. Ik smeer zonnebrand op voordat we vertrekken.
B

Bleib auch im Schatten, wenn du kannst.

Blaaip aauch im sjat-tun, ven doe kanst. Blijf ook in de schaduw wanneer je kunt.
A

Ich könnte bei dieser Hitze schnell austrocknen.

Isj keun-tuh baai die-zuh hits-uh sjnel aauws-trok-nun. Ik kan in deze hitte snel uitgedroogd raken.
B

Nimm Wasser mit und trink oft.

Nim vas-suh mit oent tringk oft. Neem water mee en drink vaak.
A

Lass uns später in den Park gehen, wenn es kühler ist.

Las oens sjpee-tuh in deen park gee-un, ven es kuu-luh ist. Laten we later naar het park gaan als het koeler is.
B

Das wird sicherer und angenehmer sein.

Das virt zisj-uh-ruh oent ang-guh-nee-muh zaain. Dat zal veiliger en comfortabeler zijn.

Woord voor woord

Heute “Heute” betekent in deze zin “vandaag” en geeft aan wanneer het weer zo zal zijn. Het staat vaak aan het begin van een zin om de tijd te noemen, zoals in “Heute wird es wirklich heiß.”
wird “Wird” betekent hier “wordt” en beschrijft een verandering in het weer. Het is de vorm die bij “es” hoort in “Heute wird es wirklich heiß.”
es “Es” is hier het onpersoonlijke onderwerp bij een weersbeschrijving: “het” in “Heute wird es wirklich heiß.” Je gebruikt deze vorm in weeruitdrukkingen, ook wanneer er geen concreet ding is dat heet wordt.
wirklich “Wirklich” versterkt de uitspraak en betekent hier “echt” of “werkelijk”. Het staat vóór “heiß” in “Heute wird es wirklich heiß” en kan zo ook andere beschrijvingen benadrukken.
heiß “Heiß” betekent hier “heet” en beschrijft het weer. In “Heute wird es wirklich heiß” staat het na “wird es” als beschrijving van de toestand.
Lass “Lass” drukt in “Lass uns in der heißesten Zeit des Tages nicht spazieren gehen” een voorstel aan de gesprekspartner uit: “laten we”. De vorm hoort bij de vaste aansporing “Lass uns ...”, waarmee je samen iets voorstelt.
uns “Uns” betekent hier “ons” en verwijst naar de spreker en de aangesproken persoon samen. In “Lass uns ... gehen” maakt het duidelijk dat beide personen de handeling zullen uitvoeren.
in “In” betekent hier “in” of, in de tijdsaanduiding “in der heißesten Zeit des Tages”, “tijdens”. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord en verbindt de activiteit met een bepaalde tijdsperiode.
der “Der” betekent hier “de” in “der heißesten Zeit des Tages”. In deze vaste tijdsaanduiding hoort het bij “Zeit” en vormt het samen “in der heißesten Zeit”.
heißesten “Heißesten” betekent hier “heetste” en duidt het heetste deel van de dag aan. In “der heißesten Zeit” beschrijft het woord “Zeit” en krijgt het deze vorm binnen die woordgroep.
Zeit “Zeit” betekent hier “tijd”, meer bepaald de periode waarin het overdag het heetst is. In “in der heißesten Zeit des Tages” verwijst het naar een afgebakend tijdstip of tijdsdeel.
des “Des” betekent hier “van de” in “des Tages”. Samen met “Tages” geeft het aan dat het om de tijd van de dag gaat.
Tages “Tages” betekent hier “dag” in “der heißesten Zeit des Tages”. De vorm hoort bij de uitdrukking die een deel of periode van de dag aanduidt.
nicht “Nicht” ontkent hier de activiteit “spazieren gehen”: niet gaan wandelen tijdens de heetste tijd. Je plaatst het vóór de infinitiefgroep in “nicht spazieren gehen”.
spazieren “Spazieren” betekent hier “wandelen” en vormt samen met “gehen” de uitdrukking “spazieren gehen”. Je gebruikt deze combinatie voor een wandeling maken.
gehen “Gehen” betekent hier “gaan” en staat samen met “spazieren” in “spazieren gehen”, dus “gaan wandelen”. Als infinitief staat het aan het einde van deze werkwoordgroep.
Ich “Ich” betekent “ik” en verwijst naar de persoon die spreekt. In “Ich trage Sonnencreme auf” is “Ich” degene die de zonnebrandcrème aanbrengt.
trage “Trage” betekent hier “breng aan” in “Ich trage Sonnencreme auf”. Het is de vorm die bij “Ich” hoort en staat samen met het afgescheiden werkwoorddeel “auf”.
Sonnencreme “Sonnencreme” betekent “zonnebrandcrème” en is in “Ich trage Sonnencreme auf” het product dat wordt aangebracht. Het kan na “tragen ... auf” als het voorwerp van de handeling staan.
auf “Auf” is hier het afgescheiden werkwoorddeel van “auftragen”, “aanbrengen”. In “Ich trage Sonnencreme auf” staat het achteraan, terwijl “trage” eerder in de zin staat.
bevor “Bevor” betekent “voordat” en leidt in “bevor wir losgehen” een tijdsbepaling in. Het verbindt de handeling van zonnebrand aanbrengen met het latere vertrek.
wir “Wir” betekent “wij” en verwijst naar de spreker en minstens één andere persoon. In “bevor wir losgehen” zijn zij samen degenen die vertrekken.
losgehen “Losgehen” betekent hier “vertrekken” of “weggaan”. In “bevor wir losgehen” staat het als werkwoord aan het einde van de bijzin; het beschrijft het moment waarop men vertrekt.
Bleib “Bleib” betekent “blijf” en is in “Bleib auch im Schatten” een directe aansporing aan één persoon. Je gebruikt deze vorm om iemand te adviseren op dezelfde plaats of in dezelfde toestand te blijven.
auch “Auch” betekent hier “ook” en voegt het advies om in de schaduw te blijven toe aan de andere voorzorgsmaatregelen. Het staat in “Bleib auch im Schatten” vóór de plaatsbepaling.
im “Im” betekent hier “in het” en is de verkorte vorm van “in dem”. In “im Schatten” geeft het aan waar iemand moet blijven.
Schatten “Schatten” betekent “schaduw” in “Bleib auch im Schatten”. Samen met “im” vormt het de plaatsaanduiding voor een koele of tegen de zon beschermde plek.
wenn “Wenn” betekent hier “wanneer” of “als” en leidt de voorwaarde “wenn du kannst” in. De bijzin zegt wanneer het advies om in de schaduw te blijven van toepassing is.
du “Du” betekent “jij” en verwijst naar de persoon tegen wie het advies wordt uitgesproken. In “wenn du kannst” is “du” degene die iets kan doen.
kannst “Kannst” betekent hier “kunt” in “wenn du kannst”, met de betekenis: als je dat kunt doen. Het is de vorm die bij “du” hoort en verwijst hier naar de eerder genoemde handeling.
könnte “Könnte” betekent hier “zou kunnen” en drukt een mogelijke ontwikkeling uit in “Ich könnte bei dieser Hitze schnell austrocknen”. De vorm maakt de uitspraak minder absoluut: uitdrogen is een mogelijk risico bij deze hitte.
bei “Bei” betekent hier “bij” of “in de omstandigheden van” in “bei dieser Hitze”. Het verbindt het mogelijke risico met de hitte waarin iemand zich bevindt.
dieser “Dieser” betekent hier “deze” in “bei dieser Hitze” en verwijst naar de hitte van de huidige zeer warme dag. Het staat direct vóór “Hitze”.
Hitze “Hitze” betekent “hitte” en verwijst hier naar de warme omstandigheden buiten. In “bei dieser Hitze” beschrijft het de situatie waarin iemand snel kan uitdrogen.
schnell “Schnell” betekent hier “snel” en geeft aan dat het uitdrogen in korte tijd kan gebeuren. Het staat vóór “austrocknen” in “schnell austrocknen”.
austrocknen “Austrocknen” betekent hier “uitdrogen” in “Ich könnte bei dieser Hitze schnell austrocknen”. Het staat na “könnte” als infinitief en beschrijft het mogelijke gevolg van de hitte.
Nimm “Nimm” betekent “neem” in het advies “Nimm Wasser mit”. Het is een directe aansporing aan één persoon om water mee te nemen.
Wasser “Wasser” betekent “water” en is in “Nimm Wasser mit” wat de persoon moet meenemen. Het staat direct tussen “Nimm” en het afgescheiden werkwoorddeel “mit”.
mit “Mit” is hier het afgescheiden werkwoorddeel van “mitnehmen”, “meenemen”. In “Nimm Wasser mit” staat het achteraan en geeft het aan dat het water tijdens het meegaan wordt meegenomen.
und “Und” betekent “en” en verbindt de twee adviezen “Nimm Wasser mit” en “trink oft”. Het maakt van beide handelingen één reeks instructies.
trink “Trink” betekent “drink” en is een directe aansporing aan één persoon. In “trink oft” geeft het samen met “oft” het advies om regelmatig te drinken.
oft “Oft” betekent “vaak” en geeft aan dat de persoon herhaaldelijk moet drinken. Het staat na “trink” in “trink oft”.
später “Später” betekent “later” en verschuift het bezoek aan het park naar een later moment. In “Lass uns später in den Park gehen” staat het vóór de plaats- en bewegingsbepaling.
den “Den” betekent hier “de” in “in den Park”. Samen met “in den Park gehen” geeft het aan dat men naar het park toe gaat.
Park “Park” betekent “park” en is de bestemming in “in den Park gehen”. De woordgroep betekent hier dat men later naar het park gaat.
kühler “Kühler” betekent “koeler” en beschrijft het latere weer in “wenn es kühler ist”. De vorm vergelijkt de latere temperatuur met de huidige hitte.
ist “Ist” betekent “is” in “wenn es kühler ist”. Het vormt samen met “kühler” de beschrijving van het weer in de bijzin.
Das “Das” betekent hier “dat” en verwijst naar het voorgestelde plan om later naar het park te gaan. In “Das wird sicherer und angenehmer sein” is het plan het onderwerp van de beoordeling.
sicherer “Sicherer” betekent “veiliger” en vergelijkt het voorgestelde tijdstip voor het parkbezoek met het eerdere plan. Het staat samen met “angenehmer” als beschrijving van “Das”.
angenehmer “Angenehmer” betekent “aangenamer” of “comfortabeler” en beschrijft waarom het latere parkbezoek beter zal zijn. Het vormt samen met “sicherer” een reeks vergelijkende beschrijvingen.
sein “Sein” betekent “zijn” en staat in “Das wird sicherer und angenehmer sein” als infinitief na “wird”. Samen beschrijven ze hoe het plan later zal zijn.

Grammatica

Trennbare Verben im Imperativ: Verbteil vorne, Präfix am Satzende

Trage Sonnencreme auf.

Traa-guh zon-nuhn-kreem aauf.

Smeer zonnebrandcrème op.

Bij scheidbare werkwoorden staat het voorvoegsel in de gebiedende wijs achteraan.

Trennbares Verb mitnehmen im Imperativ: Nimm ... mit

Nimm Wasser mit.

Nim vas-suh mit.

Neem water mee.

Het werkwoord mitnehmen wordt in de gebiedende wijs gesplitst: Nimm ... mit.

Duits woordenschat

auftragen werkwoord
aauf-traa-gun aanbrengen; opsmeren trage ... auf

Ich trage Sonnencreme auf.

austrocknen werkwoord
aauws-trok-nun uitdrogen; uitgedroogd raken

Ich könnte bei dieser Hitze schnell austrocknen.

heiß bijvoeglijk naamwoord
haais heet

Heute wird es wirklich heiß.

Hitze zelfstandig naamwoord
hits-uh hitte

bei dieser Hitze

losgehen werkwoord
lohs-gee-un vertrekken; weggaan

bevor wir losgehen

mitnehmen werkwoord
mit-nee-mun meenemen Nimm ... mit

Nimm Wasser mit.

Schatten zelfstandig naamwoord
sjat-tun schaduw

Bleib auch im Schatten.

Sonnencreme zelfstandig naamwoord
zon-nuhn-kreem zonnebrandcrème

Ich trage Sonnencreme auf.

spazieren gehen uitdrukking
sjpa-tsie-run gee-un wandelen

nicht spazieren gehen

vermeiden werkwoord
fehr-maai-dun vermijden

Lass uns ... nicht spazieren gehen.

wirklich bijwoord
virk-lisj echt; werkelijk

Heute wird es wirklich heiß.

Zeit zelfstandig naamwoord
tsaait tijd

in der heißesten Zeit des Tages

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het wordt vandaag echt heel warm.

Antwoord tonenHeute wird es wirklich heiß.

Neem water mee en drink vaak.

Antwoord tonenNimm Wasser mit und trink oft.

Dat zal veiliger en comfortabeler zijn.

Antwoord tonenDas wird sicherer und angenehmer sein.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

zonnebrandcrème

Antwoord tonenSonnencreme

heet

Antwoord tonenheiß

vermijden

Antwoord tonenvermeiden

vertrekken; weggaan

Antwoord tonenlosgehen