In
„In” betekent hier „in” of „tijdens” en geeft in „In der Nacht” aan wanneer het sneeuwde. Dit patroon gebruik je om een tijdsperiode te noemen, bijvoorbeeld bij een weergebeurtenis gedurende de nacht.
der
„der” is hier het bepaalde lidwoord bij „Nacht” in de tijdsbepaling „In der Nacht”. Samen verwijst „In der Nacht” naar een specifieke nacht; je gebruikt deze combinatie wanneer je vertelt wanneer iets gebeurde.
Nacht
„Nacht” betekent „nacht” en maakt in „In der Nacht” duidelijk dat het om de nachtelijke periode gaat. Je gebruikt dit woord in gesprekken over gebeurtenissen of omstandigheden gedurende de nacht.
hat
„hat” is hier het hulpwerkwoord in „hat es viel geschneit” en helpt een afgeronde gebeurtenis uit het verleden uit te drukken. De vorm komt van „haben”; je gebruikt dit patroon om te vertellen dat er eerder sneeuw is gevallen.
es
„es” is hier het formele onderwerp in de weeruitdrukking „hat es viel geschneit”; het verwijst niet naar een concreet voorwerp. Je gebruikt „es” op deze manier bij weergebeurtenissen zoals sneeuwval.
viel
„viel” betekent hier „veel” en geeft aan dat er een grote hoeveelheid sneeuw is gevallen. In „hat es viel geschneit” versterkt het de hoeveelheid; je gebruikt het om de omvang van een gebeurtenis te benadrukken.
geschneit
„geschneit” betekent hier „gesneeuwd” en is de voltooide vorm van „schneien” in „hat es viel geschneit”. Je gebruikt deze vorm om te vertellen dat het eerder heeft gesneeuwd.
Die
„Die” is het bepaalde lidwoord bij het meervoudige „Gehwege” in „Die Gehwege”. Het introduceert de specifieke voetpaden waarover de gesprekspartners het hebben; je gebruikt het wanneer de bedoelde voetpaden duidelijk zijn.
Gehwege
„Gehwege” betekent „voetpaden” of „trottoirs” en verwijst hier naar de plaatsen waarop mensen lopen. De vorm is het meervoud van „Gehweg”; je gebruikt het in gesprekken over lopen, straten en de toestand van voetpaden.
können
„können” betekent hier „kunnen” in de betekenis van een mogelijkheid: de voetpaden kunnen glad zijn. In „können heute Morgen vereist sein” staat het samen met „sein”; je gebruikt dit patroon om een mogelijke toestand te beschrijven.
heute
„heute” betekent „vandaag” en maakt samen met „Morgen” de tijdsbepaling „heute Morgen”. Je gebruikt het om een gebeurtenis aan de huidige dag te verbinden, hier bij de toestand van de voetpaden.
Morgen
„Morgen” betekent hier „ochtend”, omdat het deel is van „heute Morgen”. In deze combinatie gaat het dus niet om de volgende dag; je gebruikt „heute Morgen” om de ochtend van vandaag aan te duiden.
vereist
„vereist” betekent hier „bevroren” of „glad door ijs” en beschrijft de toestand van de voetpaden. In „vereist sein” staat het als de toestand die mogelijk is; je gebruikt het voor oppervlakken waarop zich ijs heeft gevormd.
sein
„sein” betekent „zijn” en verbindt in „können heute Morgen vereist sein” de voetpaden met hun mogelijke toestand. Het staat na „können”; je gebruikt dit patroon om uit te drukken dat iets mogelijk een bepaalde toestand heeft.
Dann
„Dann” betekent hier „dan” of „in dat geval” en verbindt de gladde voetpaden met de daaropvolgende aanbeveling. In „Dann sollte ich ... tragen” gebruik je het om een gevolg of passende reactie in te leiden.
sollte
„sollte” drukt hier een aanbeveling voor de spreker zelf uit: onder deze omstandigheden zou die laarzen moeten dragen. De vorm komt van „sollen” en staat in „Dann sollte ich Stiefel ... tragen”; je gebruikt dit om een verstandig voornemen of advies te formuleren.
ich
„ich” betekent „ik” en is in „Dann sollte ich ... tragen” de persoon die de laarzen zal dragen. Je gebruikt het om je eigen plan, reactie of verantwoordelijkheid te benoemen.
Stiefel
„Stiefel” betekent „laarzen” en noemt hier het schoeisel dat de spreker wil dragen. In „Stiefel mit besserem Halt” wordt het type laarzen nader beschreven; je gebruikt het bij kledingkeuzes voor koud of glad weer.
mit
„mit” betekent „met” en verbindt „Stiefel” met de eigenschap „besserem Halt” in „Stiefel mit besserem Halt”. Je gebruikt het patroon „zelfstandig naamwoord + mit + eigenschap” om een kenmerk of onderdeel te noemen.
besserem
„besserem” betekent hier „beter” en beschrijft de verbeterde grip in „mit besserem Halt”. De vorm drukt een vergelijking uit; je gebruikt haar wanneer je een eigenschap van een voorwerp vergelijkt met een minder goede mogelijkheid.
Halt
„Halt” betekent hier „grip” of „houvast”, dus de mate waarin de laarzen steun geven op een gladde ondergrond. In „mit besserem Halt” beschrijft het een eigenschap van de laarzen; je gebruikt dit woord bij schoeisel en veilige beweging.
tragen
„tragen” betekent hier „dragen” in de betekenis van kleding of schoenen aanhebben. Het staat als infinitief na „sollte” in „sollte ich Stiefel ... tragen”; je gebruikt dit patroon om te zeggen wat je volgens jezelf zou moeten aantrekken of gebruiken.
Du
„Du” betekent „jij” of „je” en is de persoon tot wie de tweede spreker zich rechtstreeks richt. In „Du solltest ... laufen” gebruik je het in een informeel gesprek met één persoon.
solltest
„solltest” drukt hier advies aan de aangesprokene uit: die persoon zou voorzichtiger moeten lopen. De vorm komt van „sollen” en staat in „Du solltest auch vorsichtiger ... laufen”; je gebruikt haar om iemand een aanbeveling te geven.
auch
„auch” betekent „ook” en voegt een tweede aanbeveling toe aan wat eerder is gezegd. In „Du solltest auch ... laufen” geeft het aan dat de aangesprokene naast een andere maatregel nog iets moet doen; je gebruikt het om informatie of advies toe te voegen.
vorsichtiger
„vorsichtiger” betekent hier „voorzichtiger” en vergelijkt het lopen nu met het gewone lopen. De vorm is de vergelijkende vorm van „vorsichtig” en hoort bij „als sonst”; je gebruikt haar wanneer iemand zijn gedrag vanwege een risico moet aanpassen.
als
„als” betekent hier „dan” en leidt in „vorsichtiger als sonst” de vergelijking met de normale situatie in. Je gebruikt het na een vergelijkende vorm om twee manieren of omstandigheden tegenover elkaar te zetten.
sonst
„sonst” betekent hier „anders” of „gewoonlijk” en verwijst naar hoe iemand normaal loopt. Samen met „vorsichtiger als sonst” maakt het duidelijk dat de huidige situatie uitzonderlijk is; je gebruikt dit patroon om gedrag met de gebruikelijke situatie te vergelijken.
laufen
„laufen” betekent hier „lopen” en beschrijft hoe de aangesprokene zich over de gladde voetpaden moet bewegen. Het staat als infinitief na „solltest”; je gebruikt dit bij advies over verplaatsing te voet.
Glaubst
„Glaubst” betekent hier „geloof je” of „denk je” en vraagt naar de inschatting van de ander over vertraagde bussen. De vorm komt van „glauben” en staat in de vraag „Glaubst du, dass die Busse Verspätung haben?”; je gebruikt haar om iemands mening of verwachting te vragen.
dass
„dass” betekent „dat” en leidt in „Glaubst du, dass die Busse Verspätung haben?” de inhoud van de gedachte in. Het verbindt de vraag met een volledige bijzin; je gebruikt het om te zeggen wat iemand denkt, weet of verwacht.
Busse
„Busse” betekent „bussen” en is hier het onderwerp van de vraag naar vertraging. De vorm is het meervoud van „Bus”; je gebruikt het in gesprekken over openbaar vervoer en reistijden.
Verspätung
„Verspätung” betekent „vertraging” en staat in de vaste uitdrukking „Verspätung haben”. De hele uitdrukking betekent dat de bussen vertraagd zijn; je gebruikt haar om te vragen of te melden dat openbaar vervoer niet op tijd is.
haben
„haben” betekent hier „hebben” binnen de uitdrukking „Verspätung haben”, die voor bussen betekent dat ze vertraging hebben. Het staat aan het einde van de bijzin na „dass”; je gebruikt dit patroon bij vragen of mededelingen over vertraging.
Wahrscheinlich
„Wahrscheinlich” betekent „waarschijnlijk” en geeft een verwachting aan zonder volledige zekerheid. Als antwoord aan het begin van „Wahrscheinlich, weil ...” gebruik je het om een vermoedelijk antwoord of een inschatting te geven.
weil
„weil” betekent „omdat” en leidt de reden voor de mogelijke vertraging in. In „weil der Verkehr im Schnee langsam fährt” verbindt het de oorzaak met de eerdere verwachting; je gebruikt het om een verklaring te geven.
Verkehr
„Verkehr” betekent „verkeer” en verwijst hier naar het verkeer als geheel dat zich door de sneeuw beweegt. In „der Verkehr ... langsam fährt” is het degene die langzaam rijdt; je gebruikt het bij gesprekken over wegen, drukte en reisomstandigheden.
im
„im” betekent hier „in het” en is de verkorte vorm van „in dem” in „im Schnee”. Het geeft de omstandigheden aan waarin het verkeer rijdt; je gebruikt „im Schnee” om beweging of verkeer in sneeuw te beschrijven.
Schnee
„Schnee” betekent „sneeuw” en noemt in „im Schnee” de ondergrond of weersomstandigheid waarin het verkeer langzaam rijdt. Je gebruikt het in gesprekken over winterweer en de gevolgen daarvan voor vervoer.
langsam
„langsam” betekent „langzaam” en beschrijft hier de snelheid van het verkeer. In „der Verkehr im Schnee langsam fährt” gebruik je het om aan te geven dat verplaatsing door de sneeuw trager verloopt.
fährt
„fährt” betekent hier „rijdt” of „beweegt zich” en beschrijft wat het verkeer doet. De vorm komt van „fahren” en staat in „der Verkehr im Schnee langsam fährt”; je gebruikt haar bij voertuigen of verkeer dat zich over de weg verplaatst.
schaue
„schaue” betekent hier „kijk” of „controleer” in de constructie „Ich schaue ... in die Verkehrs-App”. De vorm komt van „schauen”; je gebruikt deze constructie wanneer je vóór vertrek een app of andere bron raadpleegt.
vor
„vor” betekent hier „voor” in de tijdsbepaling „vor dem Losgehen”. Het geeft aan dat het controleren eerder gebeurt dan het vertrek; je gebruikt het om een handeling vóór een andere handeling te plaatsen.
dem
„dem” staat in de vaste tijdsbepaling „vor dem Losgehen” en hoort bij het zelfstandig gebruikte „Losgehen”. Samen betekent de uitdrukking „voor het vertrek”; je gebruikt haar om een moment vóór het weggaan aan te duiden.
Losgehen
„Losgehen” betekent hier „vertrekken” of „weggaan” en wordt in „vor dem Losgehen” als de naam van de vertrekhandeling gebruikt. De vorm is gebaseerd op „losgehen” en krijgt hier een hoofdletter; je gebruikt de uitdrukking wanneer je een handeling vóór het vertrek beschrijft.
Verkehrs-App
„Verkehrs-App” betekent hier een verkeers- of vervoersapp waarin je reisinformatie kunt controleren. In „in die Verkehrs-App” is het de bron die de spreker vóór vertrek raadpleegt; je gebruikt het woord bij route-, verkeers- of openbaarvervoerinformatie.
Das
„Das” betekent hier „dat” en verwijst naar de zojuist genoemde handeling van het controleren van de app. In „Das kann dir Zeit sparen” gebruik je het om naar een eerdere actie of situatie als geheel te verwijzen.
kann
„kann” betekent hier „kan” en drukt de mogelijkheid uit dat de handeling tijd bespaart. De vorm komt van „können” en staat met de infinitief „sparen”; je gebruikt dit patroon om een mogelijk voordeel te benoemen.
dir
„dir” betekent hier „jou” of „je” als degene die voordeel heeft van de bespaarde tijd. In „dir Zeit sparen” geeft het aan voor wie de tijd wordt bespaard; je gebruikt deze vorm wanneer je een voordeel rechtstreeks aan één informeel aangesproken persoon koppelt.
Zeit
„Zeit” betekent „tijd” en is in „Zeit sparen” wat er wordt bespaard. Je gebruikt deze combinatie bij planning, reizen en andere situaties waarin een handeling tijdwinst oplevert.
sparen
„sparen” betekent hier „besparen” in de vaste combinatie „Zeit sparen”. Het staat als infinitief na „kann”; je gebruikt dit patroon om te zeggen dat een handeling iemand tijd kan besparen.