Der
Der betekent hier “de” in Der Wind en hoort bij het mannelijke onderwerp van de zin. Dit bepaalde lidwoord staat vóór een zelfstandig naamwoord; nieuw voorbeeld: der Park.
Wind
Wind betekent hier “wind” in Der Wind. Het woord kan samen met weersomstandigheden worden gebruikt; nieuw voorbeeld: Der Wind ist stark.
ist
Ist betekent hier “is” en verbindt Der Wind met de beschrijving viel stärker als gestern. Het is de vorm van sein die bij dit onderwerp in deze zin hoort; nieuw voorbeeld: Der Park ist nah.
viel
Viel versterkt hier de vergelijking viel stärker en betekent “veel” sterker. Het staat vóór een vergrotende vorm; nieuw voorbeeld: viel größer.
stärker
Stärker betekent hier “sterker” en beschrijft dat de wind meer kracht heeft dan gisteren. Het is de vergrotende vorm van stark en wordt hier gevolgd door als bij de vergelijking; nieuw voorbeeld: stärker als vorher.
als
Als betekent hier “dan” in de vergelijking stärker als gestern. Het verbindt de vergrotende beschrijving met datgene waarmee wordt vergeleken; nieuw voorbeeld: größer als das Haus.
gestern
Gestern betekent hier “gisteren” en geeft het eerdere vergelijkingsmoment aan. Het is een tijdsaanduiding die vaak met een vergelijking wordt gebruikt; nieuw voorbeeld: gestern war es ruhig.
Ein
Ein betekent hier “een” in Ein Picknick en introduceert een niet nader bepaald picknick. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord Picknick; nieuw voorbeeld: ein Café.
Picknick
Picknick betekent hier “picknick”, de geplande activiteit die vandaag misschien niet aangenaam is. Het woord kan als onderwerp met sein worden gebruikt; nieuw voorbeeld: Ein Picknick im Park.
könnte
Könnte drukt hier een mogelijkheid uit: een picknick zou vandaag misschien niet aangenaam zijn. Het staat samen met de infinitief sein; nieuw voorbeeld: Das könnte schwierig sein.
heute
Heute betekent hier “vandaag” en verwijst naar de dag waarop de picknick gepland is. Het is een tijdsaanduiding die vóór of na andere zinsdelen kan staan; nieuw voorbeeld: Heute ist der Wind stark.
nicht
Nicht ontkent hier de beschrijving angenehm: de picknick zou niet aangenaam kunnen zijn. De ontkenning staat vóór het bijvoeglijke woord dat wordt ontkend; nieuw voorbeeld: Das ist nicht einfach.
angenehm
Angenehm betekent hier “aangenaam” als beoordeling van de picknick. Het staat na sein en beschrijft hoe de situatie zou aanvoelen; nieuw voorbeeld: Das Wetter ist angenehm.
sein
Sein betekent hier “zijn” in könnte heute nicht angenehm sein. Het is de infinitief die na könnte aan het einde van de zin staat; nieuw voorbeeld: Das könnte angenehm sein.
Die
Die betekent hier “de” in Die Decke en hoort bij Decke. Dit bepaalde lidwoord staat vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord; nieuw voorbeeld: die Wahl.
Decke
Decke betekent hier “deken”, het voorwerp dat door de wind zou kunnen wegwaaien. Het woord kan als onderwerp worden gebruikt bij een handeling die het voorwerp overkomt; nieuw voorbeeld: Die Decke liegt im Park.
würde
Würde drukt hier een hypothetisch gevolg uit: de deken zou steeds wegwaaien. De woordenboekvorm is werden; würde staat samen met de infinitief wegwehen aan het einde van de zin.
ständig
Ständig betekent hier “voortdurend” en benadrukt dat het wegwaaien telkens zou doorgaan. Het versterkt de duur of herhaling van de handeling; nieuw voorbeeld: Der Wind weht ständig.
wegwehen
Wegwehen betekent hier “wegwaaien”: de wind zou de deken telkens van zijn plaats blazen. De infinitief staat na würde; nieuw voorbeeld: Der Wind kann die Blätter wegwehen.
Außerdem
Außerdem betekent hier “bovendien” en voegt een tweede bezwaar aan de eerdere situatie toe. Het staat aan het begin van de zin en leidt een extra punt in de bespreking in; nieuw voorbeeld: Außerdem ist es kalt.
es
Es verwijst hier niet naar een concreet voorwerp, maar vormt de onpersoonlijke structuur voor de situatie draußen zu essen. De inhoud van die situatie volgt verderop in de zin; nieuw voorbeeld: Es ist schwierig, früh aufzustehen.
schwierig
Schwierig betekent hier “moeilijk” en beschrijft hoe buiten eten onder deze omstandigheden zou zijn. Het staat na könnte es en vóór de infinitiefgroep draußen zu essen; nieuw voorbeeld: Das ist schwierig.
draußen
Draußen betekent hier “buiten” en geeft aan waar het eten zou plaatsvinden. Het vormt samen met zu essen de handeling die als moeilijk wordt beoordeeld; nieuw voorbeeld: Wir essen draußen.
zu
Zu markeert hier de infinitiefgroep zu essen, die de activiteit buiten eten benoemt. De combinatie staat na schwierig; nieuw voorbeeld: Es ist schön, draußen zu sitzen.
essen
Essen betekent hier “eten” in draußen zu essen. Het is de infinitief na zu en benoemt de activiteit die door schwierig wordt beschreven; nieuw voorbeeld: Wir möchten draußen essen.
Sollen
Sollen wir ...? betekent hier “zullen we ...?” en vraagt om instemming met een voorstel. De vorm staat vooraan in de vraag, gevolgd door wir en een infinitief; nieuw voorbeeld: Sollen wir morgen kommen?
wir
Wir betekent hier “wij” en verwijst naar de twee personen die samen een beslissing nemen. Het staat na Sollen in de voorstelvraag; nieuw voorbeeld: Wir treffen uns später.
absagen
Absagen betekent hier “afzeggen”, namelijk de geplande picknick annuleren. Het is de infinitief na Sollen; nieuw voorbeeld: Wir müssen den Termin absagen.
und
Und betekent hier “en” en verbindt de twee voorgestelde handelingen absagen en uns stattdessen drinnen treffen. Het voegt gelijkwaardige delen van de zin samen; nieuw voorbeeld: Wir bleiben drinnen und essen.
uns
Uns betekent hier “ons” in uns treffen en verwijst naar de twee mensen die elkaar ontmoeten. Het hoort bij de wederkerige uitdrukking elkaar ontmoeten; nieuw voorbeeld: Wir treffen uns morgen.
stattdessen
Stattdessen betekent hier “in plaats daarvan” en verwijst naar de alternatieve afspraak binnen. Het vervangt de eerder besproken mogelijkheid van een picknick buiten; nieuw voorbeeld: Wir bleiben zu Hause und kochen stattdessen.
drinnen
Drinnen betekent hier “binnen” en geeft de plaats van de alternatieve afspraak aan. Het is de tegenhanger van draußen in de bespreking van buiten of binnen zijn; nieuw voorbeeld: Wir essen drinnen.
treffen
Treffen betekent hier “afspreken” of “elkaar ontmoeten” in uns drinnen treffen. Het is de infinitief na Sollen en wordt hier samen met uns gebruikt; nieuw voorbeeld: Wir treffen uns im Café.
Das
Das betekent hier “dat” en verwijst naar het voorstel om af te zeggen en binnen af te spreken. Het staat als onderwerp aan het begin van het antwoord; nieuw voorbeeld: Das wäre gut.
wäre
Wäre betekent hier “zou zijn” en geeft een hypothetische beoordeling van het voorstel. De woordenboekvorm is sein; wäre staat hier vóór de vergelijkende beschrijvingen sicherer en einfacher.
sicherer
Sicherer betekent hier “veiliger” en vergelijkt de voorgestelde afspraak binnen met de picknick buiten. Het is de vergrotende vorm van sicher; nieuw voorbeeld: Dieser Weg ist sicherer.
einfacher
Einfacher betekent hier “gemakkelijker” en beschrijft een tweede voordeel van binnen afspreken. Het is de vergrotende vorm van einfach en staat naast sicherer; nieuw voorbeeld: So ist es einfacher.
Ich
Ich betekent hier “ik” en geeft aan wie de informatie in de groepschat zal delen. Het staat als onderwerp vóór sage; nieuw voorbeeld: Ich komme später.
sage
Sage betekent hier “zeg” of “vertel” in Ich sage es allen. Het drukt uit dat de spreker de informatie aan anderen doorgeeft; een bruikbaar patroon is iemand iets zeggen.
allen
Allen betekent hier “aan iedereen” en noemt de ontvangers van de mededeling in Ich sage es allen. Het staat bij zeggen voor de personen aan wie iets wordt meegedeeld; nieuw voorbeeld: Ich erzähle es allen.
im
Im betekent hier “in het” in im Gruppenchat. Het is de samengevoegde vorm van in dem en staat vóór een plaats of medium; nieuw voorbeeld: im Café.
Gruppenchat
Gruppenchat betekent hier “groepschat”, de plaats of het communicatiekanaal waar de informatie wordt gedeeld. Het staat na im; nieuw voorbeeld: Ich schreibe es in den Gruppenchat.
Café
Café betekent hier “café”, de voorgestelde binnenlocatie bij het park. Het wordt ingeleid door het onbepaalde lidwoord Ein; nieuw voorbeeld: Wir treffen uns in einem Café.
in
In betekent hier “in” in in der Nähe des Parks en maakt deel uit van de uitdrukking voor een plaats dichtbij iets. De volledige plaatsaanduiding is in der Nähe des Parks; nieuw voorbeeld: Das Café ist in der Nähe.
Nähe
Nähe betekent hier “nabijheid” in in der Nähe des Parks, dus de omgeving vlak bij het park. De vaste combinatie in der Nähe wordt gebruikt om een locatie dichtbij iets aan te geven; nieuw voorbeeld: ein Hotel in der Nähe.
des
Des betekent hier “van het” in des Parks en geeft de relatie met het park aan in in der Nähe des Parks. Het hoort bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Parks in deze plaatsaanduiding; nieuw voorbeeld: die Tür des Cafés.
Parks
Parks betekent hier “van het park” in des Parks en bepaalt waarvan de Nähe wordt beschreven. Het is de vorm van Park in deze genitiefgroep; nieuw voorbeeld: die Nähe des Bahnhofs.
eine
Eine betekent hier “een” in eine gute Wahl en introduceert één mogelijke keuze. Het staat vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Wahl; nieuw voorbeeld: eine gute Idee.
gute
Gute betekent hier “goede” en beoordeelt de voorgestelde keuze positief. Het staat vóór Wahl in de woordgroep eine gute Wahl; nieuw voorbeeld: eine gute Möglichkeit.
Wahl
Wahl betekent hier “keuze” en verwijst naar het café als geschikte optie voor de afspraak. De vaste woordgroep eine gute Wahl betekent dat iets een goede optie is; nieuw voorbeeld: Das ist eine gute Wahl.