Vanwege de harde wind binnen afspreken | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before a planned picnic, two adults decide to meet indoors because strong wind would make eating outside difficult..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Vanwege de harde wind binnen afspreken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Der Wind ist viel stärker als gestern.

Deer vint ist feel sjterker als ges-tèrn. De wind is veel sterker dan gisteren.
B

Ein Picknick könnte heute nicht angenehm sein.

Ain piknik keun-te hoy-te niecht aang-ge-neem zain. Een picknick is vandaag misschien niet prettig.
A

Die Decke würde ständig wegwehen.

Die de-ke vuur-de sjten-dich vek-vee-en. De deken zou steeds wegwaaien.
B

Außerdem könnte es schwierig sein, draußen zu essen.

Au-ser-deem keun-te es sjvie-riech zain, drau-sen toe es-sen. Bovendien kan het moeilijk zijn om buiten te eten.
A

Sollen wir absagen und uns stattdessen drinnen treffen?

Zollen vier ap-zaa-gen oent oens sjtat-des-sen drinnen treffen? Zullen we afzeggen en in plaats daarvan binnen afspreken?
B

Das wäre sicherer und einfacher.

Das vèr-re zie-cherer oent ain-fa-cher. Dat zou veiliger en gemakkelijker zijn.
A

Ich sage es allen im Gruppenchat.

Iech zaa-ge es al-len im Groe-pen-tsjet. Laat me het in de groepschat aan iedereen vertellen.
B

Ein Café in der Nähe des Parks wäre eine gute Wahl.

Ain ka-vee in deer nee-e des parks vèr-re ain-e goe-te vaal. Een café bij het park zou een goede keuze zijn.

Uitleg van de zinnen

  1. Der Wind ist viel stärker als gestern.

    De wind is veel sterker dan gisteren.

    Wind
    wind
    ist
    is
    viel
    veel
    stärker
    sterker
    als
    dan bij een vergelijking
    gestern
    gisteren
    Uitgebreide uitleg

    Wind betekent hier “wind”. Het is een zelfstandig naamwoord: der Wind heeft in het Duits mannelijk grammaticaal geslacht. Het lidwoord en eventuele bijvoeglijke naamwoorden moeten bij dit zelfstandig naamwoord passen; het natuurlijke meervoud is die Winde. ist is de vorm van sein (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: er/sie/es ist. In deze zin verbindt het Wind met een eigenschap. Voorbeelden: Der Wind ist kalt. — “De wind is koud.” Die Winde sind kalt. — “De winden zijn koud.” viel versterkt hier de daaropvolgende vergelijking: “veel”. Het is dus niet zelf het woord dat “sterker” betekent. In andere contexten kan viel ook bij een niet-telbare hoeveelheid horen, bijvoorbeeld viel Wasser — “veel water”. stärker is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord stark (“sterk”). De reeks is stark — stärker — am stärksten: “sterk” — “sterker” — “het sterkst”. De vorm stärker vergelijkt de kracht van de wind met iets anders; viel stärker maakt het verschil groter: “veel sterker”. Een voorbeeld: Der Wind ist stärker als am Morgen. — “De wind is sterker dan ’s ochtends.” als leidt in deze zin het tweede deel van een vergelijking in. Het patroon is X ist stärker als Y: “X is sterker dan Y”. Bij gelijkheid gebruikt het Duits in plaats daarvan so ... wie, bijvoorbeeld Der Wind ist so stark wie gestern. — “De wind is net zo sterk als gisteren.” gestern betekent “gisteren” en verwijst naar de vorige dag. Hier vormt het het vergelijkingspunt: de wind nu wordt vergeleken met de wind van gisteren. Het woord verandert niet voor persoon of getal. Samen betekent Der Wind ist viel stärker als gestern.: “De wind is veel sterker dan gisteren.” Der Wind is het onderwerp, ist is de persoonsvorm van “zijn”, en viel stärker als gestern zegt dat de wind nu een aanzienlijk hogere mate van kracht heeft dan gisteren. De zin is een gewone, neutrale vergelijking.

  2. Ein Picknick könnte heute nicht angenehm sein.

    Een picknick is vandaag misschien niet prettig.

    Picknick
    picknick
    könnte
    zou kunnen; misschien
    heute
    vandaag
    angenehm
    prettig
    sein
    zijn
    Uitgebreide uitleg

    Picknick betekent hier een picknick: een maaltijd of samenzijn in de openlucht. Het is een zelfstandig naamwoord; in het Duits is het meervoud Picknicks. könnte is de vorm van können voor de Konjunktiv II. Hier drukt die vorm geen vast feit uit, maar een mogelijkheid: iets zou zo kunnen zijn of misschien zo zijn. Het onderwerp is Ein Picknick, enkelvoud, maar könnte verandert hier niet door een grammaticaal geslacht. Vergelijk in een ander voorbeeld: Das könnte stimmen. — Dat zou kunnen kloppen. heute betekent ‘vandaag’ en plaatst de situatie op de huidige dag. Het kan ook elders in een Duitse zin staan, zolang duidelijk blijft waarop de tijdsbepaling betrekking heeft. angenehm betekent hier ‘prettig’ of ‘aangenaam’. Het beschrijft hoe de picknickervaring zou zijn. De vergrotende trap is angenehmer (‘prettiger’); bijvoorbeeld: Der Schatten ist angenehmer. — De schaduw is prettiger. sein betekent ‘zijn’. Dit is de infinitief van sein; na het modale werkwoord könnte staat het hoofdwerkwoord in deze zin in de infinitief. De combinatie könnte ... sein betekent dus ‘zou ... kunnen zijn’. Samen vormt Ein Picknick könnte heute nicht angenehm sein de betekenis: ‘Een picknick is vandaag misschien niet prettig.’ Het onbepaalde lidwoord Ein introduceert Picknick als een niet nader bepaald exemplaar; het stelt op zichzelf geen specifiek aantal vast. nicht angenehm maakt de beoordeling negatief, en heute beperkt die mogelijke beoordeling tot vandaag. De hele zin geeft daarom een mogelijkheid of inschatting, geen stellige bewering.

  3. Die Decke würde ständig wegwehen.

    De deken zou steeds wegwaaien.

    Decke
    deken
    würde
    zou
    ständig
    steeds, voortdurend
    wegwehen
    wegwaaien
    Uitgebreide uitleg

    Decke betekent hier “deken”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Decke is hier een enkelvoudig onderwerp. Het meervoud is die Decken; het lidwoord die kan in andere contexten ook bij een meervoud horen, maar de vaste vertaling maakt hier de betekenis “de deken” duidelijk. würde is de vorm voor de derde persoon enkelvoud van werden in de Konjunktiv II. In de herbruikbare constructie würde + infinitief drukt het een voorwaardelijke of hypothetische situatie uit: Die Decke würde fallen = “De deken zou vallen”. De infinitief staat daarbij aan het einde van de zin. De vorm voor meervoud is bijvoorbeeld würden. ständig is een bijwoord dat de herhaling of voortdurende aard van de handeling aangeeft: “steeds” of “voortdurend”. Het verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. wegwehen betekent “wegwaaien”: iets wordt door de wind weggeblazen of waait weg. Het is opgebouwd als een scheidbaar werkwoord met weg- en wehen (“waaien”). In een gewone tegenwoordige hoofdzin wordt dat bijvoorbeeld Die Decke weht weg (“De deken waait weg”); bij würde blijft het als infinitief samen en staat het achteraan: würde ... wegwehen. Samen vormt Die Decke würde ständig wegwehen de structuur onderwerp + voorwaardelijke werkwoordsvorm + frequentiebepaling + infinitief. De hele zin betekent: “De deken zou steeds wegwaaien.”

  4. Außerdem könnte es schwierig sein, draußen zu essen.

    Bovendien kan het moeilijk zijn om buiten te eten.

    Außerdem
    bovendien
    könnte
    zou kunnen
    es
    het
    schwierig
    moeilijk
    sein
    zijn
    draußen
    buiten
    essen
    eten
    Uitgebreide uitleg

    Außerdem voegt nog een extra reden of overweging toe aan wat al gezegd is. Het staat hier aan het begin en kan in andere zinnen ook midden in de zin staan, bijvoorbeeld: Es ist außerdem teuer. — Het is bovendien duur. könnte is de vorm van können voor een voorwaardelijke of voorzichtige mogelijkheid: können → könnte. In combinatie met een tweede werkwoord staat dat tweede werkwoord aan het einde in de infinitief: Es könnte schwierig sein. betekent dat iets mogelijk moeilijk is, niet dat het zeker moeilijk is. Vergelijk: Es kann schwierig sein. — Het kan moeilijk zijn. Könnte klinkt voorzichtiger of hypothetischer. es is hier een onpersoonlijk onderwerp. Het verwijst niet noodzakelijk naar een specifiek zelfstandig naamwoord; samen met könnte ... sein maakt het de algemene uitspraak mogelijk dat iets moeilijk kan zijn. Een vergelijkbaar patroon is: Es ist wichtig, ruhig zu bleiben. — Het is belangrijk om rustig te blijven. schwierig is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘moeilijk’. Na sein blijft het hier onveranderd: sein → schwierig sein. Het tegenovergestelde is leicht — gemakkelijk: Die Aufgabe ist schwierig. — De opdracht is moeilijk. sein is de infinitief van sein, ‘zijn’. Na het modale werkwoord könnte staat het in de infinitief: könnte sein. De vorm ist is bijvoorbeeld de tegenwoordige tijd bij een derde persoon enkelvoud, maar na könnte gebruik je niet ist. draußen is een bijwoord dat een plaats buiten aanduidt: ‘buiten’. Het staat hier bij de handeling essen en zegt waar die handeling plaatsvindt. Het bijbehorende plaatscontrast is drinnen — binnen: Wir essen draußen. — We eten buiten. essen is de infinitief van ‘eten’. Na zu krijgt een infinitief in dit patroon de vorm zu essen: Es ist schwierig, draußen zu essen. — Het is moeilijk om buiten te eten. Hier staat zu essen na het bijvoeglijk naamwoord en geeft het aan welke handeling moeilijk is. Samen vormt de zin het patroon Außerdem könnte es + bijvoeglijk naamwoord + sein, ... zu + infinitief: er wordt een extra, voorzichtige mogelijkheid genoemd. draußen zu essen is de handeling die mogelijk moeilijk is. De volledige betekenis is: ‘Bovendien kan het moeilijk zijn om buiten te eten.’

  5. Sollen wir absagen und uns stattdessen drinnen treffen?

    Zullen we afzeggen en in plaats daarvan binnen afspreken?

    Sollen wir
    zullen we
    absagen
    afzeggen
    uns
    ons
    stattdessen
    in plaats daarvan
    drinnen
    binnen
    treffen
    afspreken
    Uitgebreide uitleg

    Sollen wir vormt hier een vraag naar een gezamenlijk voorstel: “zullen we …?” sollen is de persoonsvorm bij wir; het onderwerp staat na de persoonsvorm omdat dit een ja-neevraag is. In een gewone hoofdzin staat de volgorde bijvoorbeeld: Wir sollen .... absagen betekent hier een geplande afspraak of activiteit afzeggen. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin krijg je bijvoorbeeld Wir sagen die Veranstaltung ab. Na sollen blijft het werkwoord als infinitief aan het einde van zijn deel van de zin staan. uns is de vorm van het persoonlijke voornaamwoord voor “wij” in de objectsvorm. In uns treffen hoort het bij de wederkerige betekenis “elkaar ontmoeten/afspreken”: de betrokken personen ontmoeten elkaar. Vergelijk: Wir treffen uns morgen. — “We spreken morgen af.” stattdessen betekent “in plaats daarvan” en verwijst naar een alternatief voor wat eerder genoemd is. Het verandert niet zelf van vorm. In deze zin verbindt het afzeggen met het voorgestelde alternatief: niet doorgaan zoals gepland, maar binnen afspreken. drinnen is een bijwoord en betekent “binnen”, dus op een binnenlocatie. Het beschrijft hier de plaats van het afspreken. Het verwante plaatswoord draußen betekent “buiten”; dat staat in de voorafgaande context. treffen betekent “ontmoeten” of, in de wederkerige constructie sich treffen, “afspreken”. Ook dit is een infinitief na sollen. Het onderwerp van beide infinitieven blijft wir, en uns maakt bij treffen duidelijk dat het om elkaar ontmoeten gaat. De structuur is Sollen wir + absagen + und + uns stattdessen drinnen treffen? Het modale werkwoord sollen draagt de vraag en het voorstel; de twee infinitieven zijn de voorgestelde handelingen. Samen betekent de zin: “Zullen we afzeggen en in plaats daarvan binnen afspreken?”

  6. Das wäre sicherer und einfacher.

    Dat zou veiliger en gemakkelijker zijn.

    Das
    dat
    wäre
    zou zijn
    sicherer
    veiliger
    einfacher
    gemakkelijker
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en verwijst naar de eerder genoemde mogelijkheid of handelwijze als geheel. Als zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord staat het als onderwerp: Das ist besser. = “Dat is beter.” De vorm das drukt hier niet noodzakelijk een afzonderlijk benoemd onzijdig zelfstandig naamwoord uit; het kan ook naar een hele situatie verwijzen. wäre is de vorm van sein in de Konjunktiv II. In deze zin maakt die vorm de uitspraak voorwaardelijk of hypothetisch: “zou zijn”. De relevante keten is sein – ist – wäre. Voorbeeld: Das wäre gut. = “Dat zou goed zijn.” sicherer betekent hier “veiliger”. Het is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord sicher: sicher = “veilig”, sicherer = “veiliger”, am sichersten = “het veiligst”. De uitgang -er hoort bij het bijvoeglijk naamwoord sicher, niet bij Das. Voorbeeld: Dieser Weg wäre sicherer. = “Deze weg zou veiliger zijn.” einfacher betekent hier “gemakkelijker”. Het is de vergrotende trap van einfach: einfach = “gemakkelijk”, einfacher = “gemakkelijker”, am einfachsten = “het gemakkelijkst”. Ook hier draagt einfach zelf de vergrotende uitgang. Voorbeeld: So wäre es einfacher. = “Zo zou het gemakkelijker zijn.” Samen vormen de delen Das wäre + sicherer und einfacher de betekenis: “Dat zou veiliger en gemakkelijker zijn.” und verbindt de twee vergelijkende eigenschappen; beide worden aan dezelfde voorwaardelijke beoordeling gekoppeld. In de gegeven context slaat Das compatibel op de voorgestelde handelwijze, zonder dat de zin die handelwijze opnieuw benoemt.

  7. Ich sage es allen im Gruppenchat.

    Laat me het in de groepschat aan iedereen vertellen.

    Ich
    ik
    sage
    zeg; vertel
    es
    het
    allen
    aan iedereen
    Gruppenchat
    groepschat
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm voor de spreker; vergelijk bijvoorbeeld: Ich lerne Deutsch. — “Ik leer Duits.” sage komt van sagen (“zeggen; vertellen”). sage is de vorm voor ich in de tegenwoordige tijd: ich sage. Het werkwoord kan zowel iets letterlijk zeggen als iets aan iemand vertellen. Voorbeeld: Ich sage es dir. — “Ik vertel het je.” es betekent hier “het”. Dit is een persoonlijk voornaamwoord in het onzijdige enkelvoud en staat als lijdend voorwerp bij sage. De precieze zaak waarnaar es verwijst, wordt in deze zin niet benoemd. De vorm es kan ook als onderwerp voorkomen, maar hier ontvangt het de handeling van het zeggen. allen betekent hier “aan iedereen”. Het is de datief meervoudsvorm van alle en duidt de mensen aan aan wie iets wordt verteld. De datief markeert hier de ontvanger: Ich sage allen die Nachricht. — “Ik vertel iedereen het nieuws.” alle zonder deze datiefvorm heeft een andere grammaticale functie; allen is niet de vorm voor één persoon. Gruppenchat betekent “groepschat”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Gruppenchat. In im Gruppenchat staat het in de datief na in, omdat het om een plaats gaat: im is de samentrekking van in dem. Voorbeeld: Wir schreiben im Gruppenchat. — “We schrijven in de groepschat.” Samen vormen de delen: Ich sage = “ik vertel/zeg”, es = “het”, allen = “aan iedereen” en im Gruppenchat = “in de groepschat”. De hele zin betekent dus: “Ik vertel het aan iedereen in de groepschat.” De tegenwoordige tijd beschrijft hier wat de spreker nu doet of gaat doen; de zin zelf geeft geen extra informatie over wat es precies is.

  8. Ein Café in der Nähe des Parks wäre eine gute Wahl.

    Een café bij het park zou een goede keuze zijn.

    Café
    café
    in der Nähe
    in de buurt
    Parks
    park
    wäre
    zou zijn
    gute
    goede
    Wahl
    keuze
    Uitgebreide uitleg

    Café betekent hier een café. Het Duitse zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Café; in het meervoud staat die Cafés. Voorbeeld: Das Café ist offen. — Het café is open. in der Nähe betekent ‘in de buurt’ of ‘dichtbij’. Nähe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord (die Nähe); na in staat hier de datief: in der Nähe. Deze vaste woordgroep krijgt vaak een aanvulling met von of een genitief. Voorbeeld: Wir wohnen in der Nähe. — Wij wonen in de buurt. Parks verwijst hier naar het park. De vorm is de genitief enkelvoud van der Park: des Parks, dus ‘van het park’. De uitgang -s hoort bij dit mannelijke zelfstandig naamwoord in deze genitiefvorm; het is niet het meervoud. Het meervoud is die Parks. Voorbeeld: Die Nähe des Bahnhofs ist praktisch. — De nabijheid van het station is praktisch. wäre is de vorm van sein (‘zijn’) in de Konjunktiv II: ‘zou zijn’ of ‘was ... in een hypothetische formulering’. De vorm maakt hier een voorstel of beoordeling minder stellig; hij zegt dat iets een goede keuze zou zijn. Voorbeeld: Das wäre besser. — Dat zou beter zijn. gute betekent hier ‘goede’. Het bijvoeglijk naamwoord heeft als basisvorm gut; gute is de verbogen vorm vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Wahl na het onbepaalde lidwoord eine. Vergelijk: eine gute Idee — een goed idee; ein gutes Café — een goed café. De uitgang verandert dus mee met de combinatie van lidwoord, naamval en grammaticaal geslacht. Wahl betekent ‘keuze’. Het is vrouwelijk: die Wahl; daarom staat hier eine Wahl. Het woord kan ook een verkiezing betekenen, maar in deze zin gaat het om een keuze. Voorbeeld: Das ist eine gute Wahl. — Dat is een goede keuze. Samen vormen Ein Café in der Nähe des Parks en wäre eine gute Wahl de betekenis: ‘Een café bij het park zou een goede keuze zijn.’ Ein Café is het voorgestelde onderwerp, in der Nähe des Parks specificeert de locatie, en wäre eine gute Wahl geeft de voorwaardelijke beoordeling. De hele zin is een bruikbare manier om een mogelijke optie aan te bevelen zonder die als vaststaand feit te presenteren.

Grammatica

Komparativ mit „-er“ und „als“

Der Wind ist stärker als gestern.

Deer vint ist sjterker als ges-tèrn.

De wind is sterker dan gisteren.

Bij een vergelijking krijgt het bijvoeglijk naamwoord vaak -er; met „als“ vergelijk je twee dingen.

„Sollen“ + infinitief aan het einde

Sollen wir stattdessen drinnen essen?

Zollen vier sjtat-des-sen drinnen es-sen?

Zullen we in plaats daarvan binnen eten?

In een vraag staat het modale werkwoord vooraan; het infinitief „essen“ staat aan het einde.

Duits woordenschat

angenehm bijvoeglijk naamwoord
ang-ge-neem aangenaam

Ein Picknick könnte heute nicht angenehm sein.

Außerdem bijwoord
au-ser-deem bovendien

Außerdem könnte es schwierig sein, draußen zu essen.

Decke zelfstandig naamwoord
de-ke deken

Die Decke würde ständig wegwehen.

gestern bijwoord
ges-tèrn gisteren

Der Wind ist viel stärker als gestern.

heute bijwoord
hoy-te vandaag

Ein Picknick könnte heute nicht angenehm sein.

könnte werkwoord
keun-te zou kunnen

Ein Picknick könnte heute nicht angenehm sein.

Picknick zelfstandig naamwoord
piknik picknick

Ein Picknick könnte heute nicht angenehm sein.

schwierig bijvoeglijk naamwoord
sjvie-riech moeilijk

Außerdem könnte es schwierig sein, draußen zu essen.

ständig bijwoord
sjten-dich steeds, voortdurend

Die Decke würde ständig wegwehen.

stärker bijvoeglijk naamwoord
sjterker sterker

Der Wind ist viel stärker als gestern.

wegwehen werkwoord
vek-vee-en wegwaaien

Die Decke würde ständig wegwehen.

Wind zelfstandig naamwoord
vint wind

Der Wind ist viel stärker als gestern.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De deken zou steeds wegwaaien.

Antwoord tonenDie Decke würde ständig wegwehen.

Dat zou veiliger en gemakkelijker zijn.

Antwoord tonenDas wäre sicherer und einfacher.

Laat me het in de groepschat aan iedereen vertellen.

Antwoord tonenIch sage es allen im Gruppenchat.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

deken

Antwoord tonenDecke

zou kunnen

Antwoord tonenkönnte

gisteren

Antwoord tonengestern

picknick

Antwoord tonenPicknick