Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Wisselvallig weer en passende kleding oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Das Wetter wechselt diese Woche ständig.
das vetter vek-selt dee-zuh voo-guh sjten-dig. Het weer wisselt deze week steeds.Trag mehrere Schichten, damit du sie tagsüber anpassen kannst.
traak mee-ruh sjig-tuh, da-miet doe zie taak-zuu-buh an-pas-sen kanst. Draag laagjes, zodat je ze overdag kunt aanpassen.Soll ich auch eine warme Jacke mitnehmen?
zol ieg aug ai-nuh var-muh jak-kuh mit-nee-men? Zal ik ook een warme jas meenemen?Nimm eine für den Morgen mit.
nim ai-nuh fuu-uh deen mor-ghen mit. Neem er een mee voor de ochtend.Dann kannst du sie später mitnehmen, wenn es wärmer wird.
dan kanst doe zie sjpee-tuh mit-nee-men, ven es ver-muh virt. Dan kun je hem later meenemen als het warmer wordt.Ich brauche auch Schuhe, in denen ich gut laufen kann.
ieg brau-ghuh aug sjoo-uh, in dee-nuhn ieg goet lau-fuhn kan. Ik heb ook schoenen nodig waarin ik makkelijk kan lopen.Nimm ein leichtes Paar mit gutem Halt, falls die Wege nass sind.
nim ain laig-tuhs paar mit goe-tum halt, fals dee vee-guh nas zint. Kies een licht paar met goede grip voor het geval de paden nat zijn.Das sollte funktionieren, wenn es am Nachmittag wärmer wird.
das zol-tuh foonk-tsio-nee-ren, ven es am naakh-mit-taak ver-muh virt. Dat zou moeten werken als het in de middag warmer wordt.Dann kannst du die Jacke mitnehmen, ohne dass sie sich schwer anfühlt.
dan kanst doe dee jak-kuh mit-nee-men, oo-nuh das zie sig sjveer an-fuu-lt. Dan kun je de jas meenemen zonder dat hij zwaar aanvoelt.Uitleg van de zinnen
Das Wetter wechselt diese Woche ständig.
Het weer wisselt deze week steeds.
- Wetter
- weer
- wechselt
- wisselt; verandert
- diese
- deze
- Woche
- week
- ständig
- steeds; voortdurend
Uitgebreide uitleg
Wetter betekent hier “weer”. Het is een zelfstandig naamwoord: das Wetter is onzijdig en krijgt daarom het lidwoord das. In het Duits schrijf je zelfstandige naamwoorden met een hoofdletter. wechselt komt van wechseln en is hier de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: das Wetter wechselt. Het betekent hier dat het weer van toestand verandert. Vergelijk: Das Wetter bleibt stabil. — “Het weer blijft stabiel.” diese betekent hier “deze” en hoort bij het vrouwelijke enkelvoud Woche: diese Woche. De vorm van dit aanwijzende woord stemt af op het zelfstandig naamwoord en de naamval; in deze tijdsbepaling staat het geheel in de accusatief. Het is dus niet dieser Woche in deze specifieke constructie. Woche betekent “week”. diese Woche is een veelgebruikte tijdsbepaling met de betekenis “deze week”. Voor een meervoudsvorm kun je bijvoorbeeld zeggen: diese Wochen — “deze weken”. ständig betekent “steeds” of “voortdurend”. Het is een bijwoord en beschrijft hier hoe vaak of aanhoudend het weer verandert. Een voorbeeld: Der Wind wechselt ständig. — “De wind verandert voortdurend.” Samen vormen de delen Das Wetter + wechselt + diese Woche + ständig de zin “Het weer wisselt deze week steeds.” Das Wetter is het onderwerp, wechselt de persoonsvorm, diese Woche geeft de tijd aan en ständig beschrijft het voortdurende karakter van de verandering.
Trag mehrere Schichten, damit du sie tagsüber anpassen kannst.
Draag laagjes, zodat je ze overdag kunt aanpassen.
- Trag
- draag
- Schichten
- laagjes; lagen
- damit
- zodat
- du … kannst
- je kunt
- sie
- ze
- tagsüber
- overdag
- anpassen
- aanpassen
Uitgebreide uitleg
Trag is de gebiedende wijs van tragen (“dragen”), gericht aan één persoon in de informele aanspreekvorm du. In deze zin betekent het: draag meerdere lagen kleding. Een voorbeeld: Trag eine Mütze. — “Draag een muts.” Schichten is het meervoud van die Schicht (“laag”). Hier gaat het, in combinatie met de context over wisselend weer en kleding, om kledinglagen. Het meervoud heeft hier geen zichtbaar meervoudsachtervoegsel zoals bij veel andere Duitse zelfstandige naamwoorden; het lidwoord of een ander bepalend woord maakt het meervoud duidelijk. Een voorbeeld: Mehrere Schichten halten warm. — “Meerdere lagen houden warm.” damit leidt een bijzin in die het doel of beoogde resultaat uitdrukt: “zodat”. In een damit-bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. du kannst combineert het onderwerp du met de vorm kannst van het modale werkwoord können (“kunnen”). kannst is de tweede persoon enkelvoud; het onderwerp du bepaalt die vorm. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Du kannst die Jacke anpassen. — “Je kunt de jas aanpassen.” sie is hier een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval, meervoud, en verwijst naar de eerder genoemde Schichten: “ze” of “die”. De vorm sie is voor vrouwelijk enkelvoud en meervoud hetzelfde; de zin en de grammaticale vorm maken hier het meervoud passend. tagsüber betekent “overdag”, dus gedurende de dag. Het is een bijwoord en wordt niet verbogen. Een voorbeeld: Tagsüber ist es warm. — “Overdag is het warm.” anpassen betekent “aanpassen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin wordt anpassen gesplitst, bijvoorbeeld Du passt die Kleidung an. — “Je past de kleding aan.” Na kannst blijft het als infinitief bijeen en staat het aan het einde van de bijzin: du kannst sie ... anpassen. De hele zin volgt dus het patroon Gebiedende wijs + doelbijzin: Trag mehrere Schichten (“Draag meerdere lagen”), gevolgd door damit du sie tagsüber anpassen kannst (“zodat je ze overdag kunt aanpassen”). Samen betekent de uiting: “Draag laagjes, zodat je ze overdag kunt aanpassen.”
Soll ich auch eine warme Jacke mitnehmen?
Zal ik ook een warme jas meenemen?
- Soll ich
- zal ik?
- auch
- ook
- warme
- warme
- Jacke
- jas
- mitnehmen
- meenemen
Uitgebreide uitleg
Soll ich bevat sollen in de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud, met ich als onderwerp. In deze vraag vraagt de spreker of het verstandig of gewenst is dat hij/zij iets doet; hier past dat bij “zal ik?”. Vergelijk: Soll ich warten? — “Zal ik wachten?” In een gewone mededeling kan ich soll ook betekenen dat iemand anders heeft gezegd dat de spreker iets moet doen. auch betekent hier “ook”. Het voegt deze jas toe aan iets anders dat al besproken of bedoeld is. De plaats van auch kan de nadruk beïnvloeden; in deze zin hoort het bij het meenemen van een extra kledingstuk. warme is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord warm. In eine warme Jacke staat het bijvoeglijk naamwoord bij Jacke, een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en de vierde naamval; na het onbepaalde lidwoord eine krijgt het hier de uitgang -e. Vergelijkbare vormen zijn ein warmer Mantel en ein warmes Hemd, waarbij de uitgang ook door het geslacht en de naamval van het zelfstandig naamwoord wordt bepaald. Jacke is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent “jas”. Het meervoud is Jacken: zwei Jacken — “twee jassen”. In de vaste zin staat het enkelvoud; de vorm Jacke ziet er in de eerste en vierde naamval hetzelfde uit, terwijl de grammaticale rol hier door de constructie wordt bepaald. mitnehmen betekent “meenemen”. Het is een scheidbaar werkwoord, opgebouwd uit mit en nehmen. Na een modaal werkwoord zoals sollen blijft het in de infinitief en staat het aan het einde: Soll ich die Jacke mitnehmen? In een hoofdzin zonder zo’n modaal werkwoord wordt het gesplitst: Ich nehme die Jacke mit. — “Ik neem de jas mee.” Samen vormt Soll ich ... mitnehmen? een vraag naar de wenselijkheid van een handeling: “Zal ik ... meenemen?” auch maakt duidelijk dat de jas als extra item wordt genoemd. eine warme Jacke is het voorwerp van mitnehmen: het gaat om het meenemen van een niet nader bepaalde warme jas; eine is hier niet op zichzelf een nadruk op een geteld aantal. De volledige betekenis is: “Zal ik ook een warme jas meenemen?”
Nimm eine für den Morgen mit.
Neem er een mee voor de ochtend.
- Nimm … mit
- neem ... mee
- eine
- een (vrouwelijke vorm)
- Morgen
- ochtend
Uitgebreide uitleg
Nimm is de gebiedende wijs van nehmen voor één aangesproken persoon (du). Samen met het latere mit betekent het hier ‘neem mee’. Voorbeeld: Nimm den Schlüssel mit. — Neem de sleutel mee. eine staat hier zelfstandig en verwijst naar de bedoelde zaak zonder die opnieuw te noemen. In deze zin is het de vrouwelijke vorm in de vierde naamval, omdat het als lijdend voorwerp bij nimm staat. De vorm drukt wel grammaticaal enkelvoud uit, maar beweert op zichzelf geen specifiek telaccent. Voorbeeld: Nimm eine mit. — Neem er een mee. Welk vrouwelijk zelfstandig naamwoord wordt bedoeld, wordt door de vaste zin zelf niet verder benoemd. Morgen betekent hier ‘de ochtend’. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. In für den Morgen staat het na für; deze voorzetselgroep geeft aan voor welk moment iets wordt meegenomen. für vraagt hier de vierde naamval, vandaar den bij het mannelijke Morgen. mit is het scheidbare voorvoegsel van mitnehmen (‘meenemen’). In deze gebiedende wijs staat het werkwoordelijke deel vooraan en komt mit achteraan: Nimm ... mit. In de eerdere vraag staat dezelfde combinatie als één infinitief: mitnehmen. Samen betekent Nimm eine für den Morgen mit.: Neem er een mee voor de ochtend. De gebiedende wijs richt zich tot één persoon; eine verwijst naar de bedoelde, maar niet opnieuw genoemde vrouwelijke zaak, en für den Morgen geeft aan dat die voor de ochtend bestemd is.
Dann kannst du sie später mitnehmen, wenn es wärmer wird.
Dan kun je hem later meenemen als het warmer wordt.
- Dann
- dan
- kannst du
- kun je
- sie
- hem
- später
- later
- mitnehmen
- meenemen
- wenn
- als
- wärmer
- warmer
- wird
- wordt
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan” en verwijst naar een later moment in de beschreven situatie. Het staat aan het begin van de zin; daardoor staat het vervoegde werkwoord kannst vóór het onderwerp du. Dat is een belangrijk patroon in Duitse hoofdzinnen: Dann kannst du .... kannst du bestaat uit können en du. können drukt hier mogelijkheid uit: “kunnen”. De vorm kannst hoort bij du; de infinitief können staat niet op die plaats. Voorbeeld: Du kannst warten. — “Je kunt wachten.” sie is hier het lijdend voorwerp van mitnehmen. Volgens de vaste vertaling is de bedoelde betekenis “hem”. De Duitse vorm zelf is echter niet de mannelijke accusatief: sie kan onder andere de vrouwelijke enkelvoudsvorm in de accusatief of een meervoudsvorm zijn; de mannelijke accusatiefsvorm is ihn. Leer dus de betekenis in deze vaste zin samen met de gegeven vertaling, maar leid uit sie alleen geen mannelijke vorm af. Het patroon jemanden/etwas mitnehmen betekent “iemand of iets meenemen”. später betekent “later” en plaatst het meenemen na het genoemde moment. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Wir sprechen später. — “We praten later.” mitnehmen is het werkwoord “meenemen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin staat het voorvoegsel los, bijvoorbeeld Ich nehme die Tasche mit. — “Ik neem de tas mee.” Na kannst blijft het als infinitief aan het einde van de hoofdzin staan: kannst du sie ... mitnehmen. wenn leidt hier een temporele bijzin in: “als” of “wanneer”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het patroon is wenn ... wird. wärmer is de vergrotende trap van warm: warm — wärmer — am wärmsten, “warm — warmer — het warmst”. Hier betekent wärmer samen met wird dat iets warmer wordt. wird komt van werden en is hier de vorm bij es in het enkelvoud. In es wird wärmer betekent werden “worden”: “het wordt warmer”. Voorbeeld: Es wird dunkel. — “Het wordt donker.” De hele opbouw is Dann + kannst du + sie später mitnehmen + wenn es wärmer wird: “Dan kun je hem later meenemen als het warmer wordt.” De hoofdzin drukt de mogelijkheid uit om hem mee te nemen; de bijzin geeft aan wanneer dat gebeurt.
Ich brauche auch Schuhe, in denen ich gut laufen kann.
Ik heb ook schoenen nodig waarin ik makkelijk kan lopen.
- Ich brauche
- ik heb ... nodig
- auch
- ook
- Schuhe
- schoenen
- in denen
- waarin
- gut
- goed; gemakkelijk
- laufen
- lopen
- kann
- kan
Uitgebreide uitleg
Ich brauche: brauche is the first-person singular present form of brauchen (“nodig hebben”). The reusable pattern is Ich brauche + accusatief: Ich brauche einen Regenschirm. — Ik heb een paraplu nodig. In this sentence, Ich is the person who needs something, and Schuhe is what is needed. auch adds this need to something already relevant: “ook”. It does not specify by itself what the other item or need is. Schuhe is the plural of der Schuh (“de schoen”). Here it is the accusative object of brauchen; the plural form Schuhe looks the same in the nominative and accusative. Example: Ich kaufe Schuhe. — Ik koop schoenen. in denen introduces a relative clause describing the shoes. denen is the dative plural relative pronoun, referring here to the plural Schuhe; together, in denen means “waarin”. The preposition in takes the dative here because the clause describes the place or setting in which the walking can happen, not movement into that place. Example: Das sind Schuhe, in denen ich lange stehen kann. — Dat zijn schoenen waarin ik lang kan staan. gut modifies laufen here and means “goed” or, in this context, “gemakkelijk”. It is used adverbially, so it has no adjective ending in this sentence. Its comparison is gut – besser – am besten: “goed – beter – het best”. laufen is the infinitive of laufen. Depending on context, it can refer to walking or running; the fixed translation supports “lopen” here. With a modal verb, the infinitive stays in the clause while the conjugated modal verb moves to the end: Ich kann gut laufen. — Ik kan goed lopen. kann is the first-person singular present form of the modal verb können: ich kann, “ik kan”. In this relative clause, kann stands at the end, while its infinitive laufen comes before it: in denen ich gut laufen kann. This word order is typical of a subordinate clause introduced by a relative pronoun. Together, Ich brauche auch Schuhe means “Ik heb ook schoenen nodig”. The relative clause in denen ich gut laufen kann specifies which shoes are meant: shoes in which the speaker can walk easily. The complete meaning is therefore: “Ik heb ook schoenen nodig waarin ik makkelijk kan lopen.”
Nimm ein leichtes Paar mit gutem Halt, falls die Wege nass sind.
Kies een licht paar met goede grip voor het geval de paden nat zijn.
- Nimm
- neem
- leichtes
- licht
- Paar
- paar
- gutem
- goed
- Halt
- grip
- falls
- voor het geval dat
- Wege
- paden
- nass
- nat
Uitgebreide uitleg
Nimm is de gebiedende wijs van nehmen voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm. Het is dus niet de gewone tegenwoordige tijd du nimmst, maar een directe opdracht: “Neem …”. Voorbeeld: Nimm den Schirm. — “Neem de paraplu.” leichtes betekent hier “licht” en hoort bij Paar. Het basiswoord is leicht; de vergelijking is leichter, en de overtreffende trap is am leichtesten. De uitgang -es komt doordat het bijvoeglijk naamwoord bij een onzijdig zelfstandig naamwoord in de vierde naamval staat na ein: ein leichtes Paar. De vorm wordt dus niet bepaald door enkelvoud alleen. Paar is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Paar, meervoud die Paare. Hier gaat het, in de context van schoenen, om een paar schoenen. Voorbeeld: Das Paar ist bequem. — “Het paar is comfortabel.” gutem is de verbogen vorm van gut bij Halt. Het basiswoord is gut; de vergrotende trap is besser en de overtreffende trap am besten. Na mit staat de naamwoordgroep in de derde naamval: mit gutem Halt. De uitgang -em past bij het mannelijke zelfstandig naamwoord der Halt in deze naamval. Halt betekent hier “grip” of “steun”: hoe goed iets houvast biedt. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord, der Halt. Voorbeeld: Diese Schuhe geben guten Halt. — “Deze schoenen geven goede grip.” falls leidt een voorwaardelijke bijzin in en betekent hier “voor het geval dat” of “als”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. falls die Wege nass sind heeft daarom sind aan het einde. Falls wordt vaak gebruikt wanneer de voorwaarde mogelijk is maar niet zeker. Wege is het meervoud van der Weg en betekent “paden” of “wegen”. In deze bijzin is die Wege het onderwerp van sind. Het meervoud blijkt bij het zelfstandig naamwoord uit Wege en in de persoonsvorm uit sind in de derde persoon meervoud. Voorbeeld: Die Wege sind lang. — “De paden zijn lang.” nass betekent “nat”. Hier staat het na het werkwoord sein in de bijzin: die Wege sind nass. Als naamwoordelijk deel na sein krijgt het geen uitgang voor meervoud of geslacht. Het blijft dus nass, ook al verwijst het naar die Wege. Samen vormt Nimm ein leichtes Paar mit gutem Halt de opdracht “Neem een licht paar met goede grip”. De bijzin falls die Wege nass sind voegt de voorwaarde toe: “voor het geval de paden nat zijn”. De volledige betekenis is daarom: “Neem een licht paar met goede grip voor het geval de paden nat zijn.”
Das sollte funktionieren, wenn es am Nachmittag wärmer wird.
Dat zou moeten werken als het in de middag warmer wordt.
- Das
- dat
- sollte
- zou moeten
- funktionieren
- werken
- wenn
- als / wanneer
- es
- het
- Nachmittag
- middag
- wärmer
- warmer
- wird
- wordt
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en is een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord. De precieze verwijzing wordt door deze zin niet afzonderlijk benoemd; de vorm is onzijdig enkelvoud. Als het voornaamwoord vóór een zelfstandig naamwoord staat, verandert de vorm volgens naamval, getal en geslacht, bijvoorbeeld der, die of das. sollte is hier de Konjunktiv-II-vorm van sollen, niet simpelweg de gewone verleden tijd. Samen met funktionieren drukt deze vorm een verwachting of voorzichtige inschatting uit: “zou moeten”. sollen kan in andere zinnen ook een opdracht of een doorgegeven bewering uitdrukken. Voorbeeld: Das sollte reichen. — “Dat zou genoeg moeten zijn.” funktionieren betekent “werken” in de zin van goed werken of functioneren. Het is een infinitief. Na een modaal werkwoord zoals sollen staat het andere werkwoord in het Duits doorgaans als infinitief aan het einde van de hoofdzin: Das sollte funktionieren — “Dat zou moeten werken.” wenn leidt hier een voorwaardelijke bijzin in: “als” of “wanneer”. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Falls kan een voorwaarde sterker als mogelijkheid presenteren; wenn is hier de gewone keuze voor deze voorwaarde. es is hier een onpersoonlijk onderwerp bij de beschrijving van het weer of de temperatuur. Het verwijst dus niet noodzakelijk naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord. In vergelijkbare weerzinnen blijft es staan: Es wird kalt. — “Het wordt koud.” Nachmittag betekent “middag” en is een zelfstandig naamwoord; daarom wordt het in het Duits met een hoofdletter geschreven. In am Nachmittag betekent het “in de middag”. am is de samentrekking van an dem; Nachmittag is mannelijk en staat daar in de datief. Voorbeeld: Am Morgen ist es kühler. — “’s Morgens is het koeler.” wärmer is de vergrotende trap van warm: warm — “warm”, wärmer — “warmer”, am wärmsten — “het warmst”. Hier beschrijft wärmer dat de temperatuur hoger wordt; er wordt niet noodzakelijk een specifiek vergelijkingspunt genoemd. wird is de derde persoon enkelvoud van werden in de tegenwoordige tijd. In wärmer wird betekent werden “worden”: de temperatuur verandert en wordt hoger. Het is hier dus niet de toekomende hulpconstructie; die zou bijvoorbeeld Es wird funktionieren zijn, met funktionieren als infinitief. Samen vormt wenn es am Nachmittag wärmer wird de voorwaardelijke bijzin “als het in de middag warmer wordt”. Omdat wenn de bijzin inleidt, staat wird aan het einde. De hoofdzin Das sollte funktionieren betekent “Dat zou moeten werken”. De volledige uiting betekent daardoor: “Dat zou moeten werken als het in de middag warmer wordt.”
Dann kannst du die Jacke mitnehmen, ohne dass sie sich schwer anfühlt.
Dan kun je de jas meenemen zonder dat hij zwaar aanvoelt.
- Dann
- dan
- kannst du
- kun je
- Jacke
- jas
- mitnehmen
- meenemen
- ohne dass
- zonder dat
- sie
- hij
- schwer
- zwaar
- sich … anfühlt
- aanvoelen
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan” in de betekenis van “in dat geval” of “vervolgens”. Het verbindt deze mogelijkheid met wat eerder is besproken. Voorbeeld: Dann gehen wir nach Hause. — “Dan gaan we naar huis.” kannst du bestaat uit de tweede persoon enkelvoud van können (du kannst) en het onderwerp du. können drukt hier mogelijkheid of toestemming uit: “je kunt”. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin. De vormketen is können — du kannst — ihr könnt. Jacke is het zelfstandig naamwoord “jas”. Het heeft in het Duits het vrouwelijke grammaticale geslacht: die Jacke. In deze zin is het de lijdende voorwerpsvorm na mitnehmen, dus die Jacke blijft bij dit vrouwelijke woord in de accusatief dezelfde vorm als in de nominatief. Voorbeeld: Ich kaufe die Jacke. — “Ik koop de jas.” mitnehmen betekent “meenemen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin staat mit bij de persoonsvorm, zoals in Du nimmst die Jacke mit. Na kannst blijft de infinitief echter bij elkaar: du kannst die Jacke mitnehmen. De stamvorm is mitnehmen; de vorm nimmst ... mit hoort bij du. ohne dass leidt een bijzin in met de betekenis “zonder dat”. In zo’n dass-bijzin staat de vervoegde werkwoordsvorm aan het einde. Hier geeft de bijzin een omstandigheid aan die niet moet optreden tijdens het meenemen. sie is hier een vrouwelijk enkelvoudig persoonlijk voornaamwoord in de onderwerpsfunctie. Volgens de vaste vertaling verwijst het naar die Jacke; daarom betekent het hier “hij” in de Nederlandse vertaling, omdat jas in het Nederlands een mannelijk woord is. De Duitse vorm volgt het Duitse grammaticale geslacht van Jacke, niet het Nederlandse geslacht. schwer betekent hier “zwaar”. Het staat na sich anfühlen als een beschrijvend, predicatief bijvoeglijk naamwoord en krijgt daarom geen uitgang: Die Jacke fühlt sich schwer an. — “De jas voelt zwaar aan.” sich anfühlt is de derde persoon enkelvoud van het scheidbare werkwoord sich anfühlen, “aanvoelen”. fühlt ... an is de vorm in een hoofdzin; in deze bijzin staat het geheel aan het einde als sich anfühlt. sich is hier het wederkerende voornaamwoord dat bij het onderwerp sie hoort: de jas voelt voor de waarnemer op een bepaalde manier aan. Voorbeeld: Der Stoff fühlt sich weich an. — “De stof voelt zacht aan.” Samen betekent Dann kannst du die Jacke mitnehmen: “Dan kun je de jas meenemen”. ohne dass sie sich schwer anfühlt voegt daaraan toe: “zonder dat hij zwaar aanvoelt”. De volledige boodschap is dus: “Dan kun je de jas meenemen zonder dat hij zwaar aanvoelt.”
Grammatica
falls + Nebensatz: Verb am Ende
Falls der Weg nass ist, brauche ich Schuhe mit Halt.
fals deuh veek nas ist, brau-ghuh ieg sjoo-uh mit halt.Als de weg nat is, heb ik schoenen met grip nodig.
Na falls staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin: nass ist.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Het weer wisselt deze week steeds.
Antwoord tonen
Das Wetter wechselt diese Woche ständig.Neem er een mee voor de ochtend.
Antwoord tonen
Nimm eine für den Morgen mit.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
wisselen
Antwoord tonen
wechseltmeenemen
Antwoord tonen
mitnehmenlaag
Antwoord tonen
Schichtenwarm