Das
In „Das Wetter“ is Das het bepaalde lidwoord bij Wetter: het weer. Het verwijst naar het onderwerp van de zin en staat hier vóór het zelfstandig naamwoord.
Wetter
In „Das Wetter“ betekent Wetter het weer. Het is het onderwerp van „Das Wetter wechselt“ en wordt gebruikt voor weersomstandigheden.
wechselt
In „Das Wetter wechselt“ betekent wechselt dat het weer verandert of wisselt. Het is de vorm van wechseln die bij Das Wetter hoort; een bruikbaar patroon is een onderwerp plus wechselt.
diese
In „diese Woche“ betekent diese deze en wijst het naar de huidige week. Het staat vóór Woche om die tijdsperiode te bepalen; hetzelfde patroon kan met andere tijdswoorden worden gebruikt.
Woche
In „diese Woche“ betekent Woche week. Samen geeft de uitdrukking aan binnen welke week iets gebeurt; Woche is het zelfstandig naamwoord voor een periode van zeven dagen.
ständig
In „wechselt diese Woche ständig“ betekent ständig voortdurend of steeds. Het versterkt wechselt en laat zien dat de verandering herhaaldelijk gebeurt; je gebruikt het als bijwoord bij een handeling of toestand.
Trag
In „Trag mehrere Schichten“ is Trag een directe instructie om meerdere lagen kleding te dragen. Het is de gebiedende vorm van tragen; je gebruikt deze vorm wanneer je één persoon rechtstreeks advies of een opdracht geeft.
mehrere
In „mehrere Schichten“ betekent mehrere meerdere of verschillende. Het bepaalt een meervoudig zelfstandig naamwoord en is bruikbaar in patronen zoals meerdere plus een meervoudig voorwerp.
Schichten
In „Trag mehrere Schichten“ betekent Schichten lagen, hier lagen kleding. Het is het meervoud van Schicht; de uitdrukking past bij advies om kleding in lagen te dragen.
damit
In „damit du sie tagsüber anpassen kannst“ betekent damit zodat en het leidt het doel van de instructie in. Na damit staat een bijzin waarin het vervoegde werkwoord aan het einde staat; je gebruikt het om een doel of beoogd gevolg uit te drukken.
du
In „damit du sie tagsüber anpassen kannst“ betekent du jij of je tegen één persoon. Het is daar het onderwerp van de bijzin; je gebruikt het bij informele aanspreking van één persoon.
sie
In „damit du sie tagsüber anpassen kannst“ verwijst sie naar de lagen, Schichten, en betekent het ze. Het vervangt hier een eerder genoemd meervoudig voorwerp, zodat dat niet opnieuw hoeft te worden herhaald.
tagsüber
In „sie tagsüber anpassen“ betekent tagsüber overdag, dus gedurende de dag. Het geeft aan wanneer je de lagen kunt aanpassen en wordt als tijdsbepaling bij een handeling gebruikt.
anpassen
In „sie tagsüber anpassen“ betekent anpassen aanpassen, hier de lagen aanpassen aan veranderende omstandigheden. De infinitief staat na kannst; een bruikbaar patroon is iets aanpassen.
kannst
In „du ... anpassen kannst“ betekent kannst kunt of kan je. Het drukt hier de mogelijkheid uit om de lagen aan te passen en is de vorm van können bij du; het wordt gebruikt met een infinitief.
Soll
In „Soll ich auch eine warme Jacke mitnehmen?“ gebruikt de spreker Soll om te vragen of het verstandig of gewenst is iets mee te nemen. Het is de vorm van sollen bij ich in een vraag om advies; daarna volgt de handeling mitnehmen.
ich
In „Soll ich auch eine warme Jacke mitnehmen?“ betekent ich ik. Het is het onderwerp van de vraag en geeft aan dat de spreker zelf de jas zou meenemen.
auch
In „auch eine warme Jacke“ betekent auch ook. Het voegt de warme jas toe aan wat al besproken is, namelijk de lagen; het staat hier vóór het toegevoegde zelfstandig naamwoordelijk deel.
eine
In „eine warme Jacke“ is eine het onbepaalde lidwoord bij Jacke en betekent het een. In „Nimm eine für den Morgen mit“ staat dezelfde vorm zelfstandig voor één jas, omdat Jacke daar niet opnieuw wordt genoemd.
warme
In „eine warme Jacke“ betekent warme warm en beschrijft het de jas. De vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord; je kunt dezelfde combinatie gebruiken om een kledingstuk naar zijn warmte te beschrijven.
Jacke
In „eine warme Jacke“ betekent Jacke jas. Het is het kledingstuk dat volgens de dialoog voor de ochtend moet worden meegenomen; het woord wordt gebruikt als voorwerp van mitnehmen.
mitnehmen
In „Soll ich auch eine warme Jacke mitnehmen?“ betekent mitnehmen meenemen. De infinitief volgt op Soll en beschrijft de handeling die de spreker overweegt; een bruikbaar patroon is iets mitnehmen.
Nimm
In „Nimm eine für den Morgen mit“ is Nimm een directe instructie om iets te nemen of mee te nemen. Samen met mit aan het einde vormt het de gebiedende vorm van mitnehmen; je gebruikt dit wanneer je één persoon rechtstreeks zegt wat die moet doen.
für
In „für den Morgen“ betekent für voor en geeft het aan waarvoor of voor welk moment de jas bedoeld is. Hier wordt het gebruikt vóór een tijdsaanduiding; het patroon für plus een moment of periode is herbruikbaar.
den
In „für den Morgen“ is den het bepaalde lidwoord bij Morgen. Samen met für verwijst het naar de ochtend waarvoor de jas wordt meegenomen; de vorm staat hier vóór Morgen.
Morgen
In „für den Morgen“ betekent Morgen de ochtend. Het benoemt het tijdstip waarvoor de jas nodig is en kan in een tijdsbepaling bij een geplande handeling worden gebruikt.
mit
In „Nimm eine für den Morgen mit“ is mit het afgescheiden deel van mitnehmen en draagt het bij aan de betekenis meenemen. Bij deze gebiedende vorm staat het aan het einde; dit is kenmerkend voor dit soort afgescheiden werkwoorden.
Dann
In „Dann kannst du sie später mitnehmen“ betekent Dann dan. Het verbindt deze stap met de eerdere situatie en geeft aan wat daarna mogelijk is; het wordt vaak gebruikt om een gevolg of volgende handeling in te leiden.
später
In „sie später mitnehmen“ betekent später later. Het plaatst het meenemen op een later moment dan de ochtend; je gebruikt het als tijdsbepaling bij een handeling.
wenn
In „wenn es wärmer wird“ betekent wenn als of wanneer. Het leidt de voorwaarde in waaronder de jas later kan worden meegenomen; in de bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde.
es
In „wenn es wärmer wird“ verwijst es niet naar een concreet voorwerp, maar naar de weers- of temperatuurtoestand. In deze uitdrukking betekent het ongeveer het wordt warmer; es wordt vaak gebruikt in weeruitdrukkingen.
wärmer
In „es wärmer wird“ betekent wärmer warmer en beschrijft het een stijging van de temperatuur. Het is de vergrotende vorm die bij warm hoort; je gebruikt het om een verandering in temperatuur aan te geven.
wird
In „es wärmer wird“ betekent wird wordt en drukt het een verandering naar een nieuwe toestand uit. Het is de vorm van werden bij es; samen met een bijvoeglijk naamwoord beschrijft het een verandering, zoals warmer worden.
brauche
In „Ich brauche auch Schuhe“ betekent brauche heb nodig. Het is de vorm van brauchen bij ich en neemt hier Schuhe als datgene wat nodig is; een bruikbaar patroon is Ich brauche plus een voorwerp.
Schuhe
In „Ich brauche auch Schuhe“ betekent Schuhe schoenen. Het is het meervoud van Schuh en benoemt het paar dat geschikt moet zijn om goed in te lopen.
in
In „in denen ich gut laufen kann“ betekent in waarin of in. Het geeft hier aan in welke schoenen de handeling plaatsvindt; samen met denen leidt het een bijzin in die de schoenen nader beschrijft.
denen
In „in denen ich gut laufen kann“ verwijst denen terug naar Schuhe en betekent het waarin. Het vormt samen met in een betrekkelijke bepaling na Schuhe, waarmee wordt uitgelegd wat je met die schoenen kunt doen.
gut
In „in denen ich gut laufen kann“ betekent gut goed of comfortabel. Het beschrijft hoe de spreker in de schoenen kan lopen; een bruikbaar patroon is gut plus een werkwoord.
laufen
In „ich gut laufen kann“ betekent laufen lopen. De infinitief staat na kann en benoemt de activiteit die met de schoenen mogelijk moet zijn; je gebruikt het met können om aan te geven dat iemand kan lopen.
ein
In „ein leichtes Paar“ is ein het onbepaalde lidwoord bij Paar en betekent het een. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord in een naamwoordgroep.
leichtes
In „ein leichtes Paar“ betekent leichtes licht, hier licht van gewicht. Het beschrijft het paar schoenen en staat vóór Paar; zo kun je een voorwerp typeren naar zijn gewicht.
Paar
In „ein leichtes Paar“ betekent Paar paar, hier een paar schoenen. Het benoemt de twee schoenen als één geheel en kan gebruikt worden wanneer het soort paar uit de context duidelijk is.
Halt
In „mit gutem Halt“ betekent Halt grip of houvast, hier de grip van de schoenen op de grond. De uitdrukking beschrijft een gewenste eigenschap van schoenen, vooral wanneer de ondergrond nat kan zijn.
falls
In „falls die Wege nass sind“ betekent falls voor het geval dat of als. Het introduceert een mogelijke omstandigheid waarvoor de schoenen met goede grip nuttig zijn; het wordt gebruikt om een voorzorgsvoorwaarde uit te drukken.
die
In „die Wege nass sind“ is die het bepaalde lidwoord bij Wege. Het verwijst naar de paden die in deze situatie bedoeld zijn; vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord heeft het deze vorm.
Wege
In „die Wege nass sind“ betekent Wege paden of wegen. Het is het meervoud van Weg en benoemt de ondergrond waarop de schoenen gebruikt worden.
nass
In „die Wege nass sind“ betekent nass nat. Het beschrijft de toestand van de paden; je gebruikt het om aan te geven dat een oppervlak of voorwerp water bevat.
sind
In „die Wege nass sind“ betekent sind zijn. Het verbindt Wege met de toestand nass en is de vorm van sein bij een meervoudig onderwerp; het staat aan het einde van deze bijzin.
sollte
In „Das sollte funktionieren“ drukt sollte een voorzichtige verwachting uit: dat zou moeten werken. Het is een vorm van sollen en wordt hier gebruikt om een oplossing of plan niet absoluut, maar voorzichtig te beoordelen.
funktionieren
In „Das sollte funktionieren“ betekent funktionieren werken of functioneren. De infinitief volgt op sollte en verwijst naar het plan om de kleding en schoenen onder deze omstandigheden te gebruiken; dit is een bruikbaar patroon voor oplossingen of plannen.
am
In „am Nachmittag“ betekent am in de of gedurende de en geeft het een tijdstip aan. Het is de vaste verkorte vorm die in deze tijdsbepaling wordt gebruikt; am plus een deel van de dag is een veelgebruikt patroon.
Nachmittag
In „am Nachmittag“ betekent Nachmittag de namiddag of middag. Het benoemt het moment waarop de temperatuur volgens de dialoog hoger kan worden en staat in een tijdsbepaling.
ohne
In „ohne dass sie sich schwer anfühlt“ betekent ohne zonder. Het introduceert hier het ontbreken van een ongewenst gevolg, namelijk dat de jas zwaar aanvoelt; een bruikbaar patroon is ohne dass plus een bijzin.
dass
In „ohne dass sie sich schwer anfühlt“ leidt dass de bijzin in die beschrijft wat niet gebeurt. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde; hier is dat anfühlt.
sich
In „sie sich schwer anfühlt“ verwijst sich terug naar sie, de jas, binnen het werkwoord anfühlen. Het geeft aan dat de jas zelf als zwaar wordt ervaren; het hoort bij de wederkerige werkwoordconstructie.
schwer
In „sich schwer anfühlt“ betekent schwer zwaar. Het beschrijft hoe de jas aanvoelt wanneer je hem meeneemt; het wordt hier gebruikt na anfühlen om een ervaren eigenschap te benoemen.
anfühlt
In „sie sich schwer anfühlt“ betekent anfühlt aanvoelt of voelt. Het is de vervoegde vorm van anfühlen in de bijzin en staat daar aan het einde; de constructie beschrijft hoe iets voor iemand aanvoelt.