Lid worden van een tekenclub | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: During a personal conversation, one adult considers joining a beginner-friendly drawing club after work..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Lid worden van een tekenclub oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich überlege, einem Zeichenclub beizutreten.

Ich uu-ber-lee-ge, aa-nem tsaaikhen-klup bai-tsu-treeten. Ik denk erover om lid te worden van een tekenclub.
B

Sind Anfänger dort willkommen?

Zint an-feng-er dort vil-kommen? Zijn beginners daar welkom?
A

Ja, Anfänger sind dort willkommen. Das erste Treffen beginnt mit einfachen Skizzen.

Yaa, an-feng-er zint dort vil-kommen. Das eers-te tref-fen be-gint mit ain-fakhen skits-sen. Ja, beginners zijn daar welkom. De eerste bijeenkomst begint met eenvoudige schetsen.
B

Wie oft trifft sich der Club?

Vii oft trift zich der klup? Hoe vaak komt de club samen?
A

Er trifft sich jede Woche nach der Arbeit.

Eer trift zich yee-dee vo-khe naakh deer ar-bait. De club komt elke week na het werk samen.
B

Dieser Zeitplan passt vielleicht zu deinem Alltag.

Dee-zer tsait-plaan past fie-laiht tsoe dai-nem alt-taak. Dat schema past misschien bij je routine.
A

Ich bin nervös, aber ich möchte es versuchen.

Ich bin ner-veus, aa-ber ich meugh-te es fer-zoekhen. Ik ben zenuwachtig, maar ik wil het proberen.
B

Geh zu einem Treffen, bevor du dich entscheidest.

Gee tsoe ai-nem tref-fen, be-foor doe dich ent-sjai-dest. Ga naar één bijeenkomst voordat je beslist.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich überlege, einem Zeichenclub beizutreten.

    Ik denk erover om lid te worden van een tekenclub.

    Ich
    ik
    überlege
    denk erover
    Zeichenclub
    tekenclub
    beizutreten
    lid te worden
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier ik: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de persoonlijke vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk in een nieuw voorbeeld: Ich lerne Deutsch. — Ik leer Duits. überlege is de tegenwoordige tijd van überlegen bij ich: ich überlege. Hier betekent het dat de spreker een mogelijke keuze overweegt; de keuze staat dus nog niet vast. Een bruikbaar patroon is Ich überlege, ... — Ik denk erover om .... Zeichenclub is hier het zelfstandig naamwoord voor een tekenclub. Het is een samenstelling die in het Duits met een hoofdletter wordt geschreven. In de groep einem Zeichenclub krijgt het woord een datiefrelatie bij beitreten: het gaat om de club waarvan iemand lid wil worden. beizutreten is de infinitief van beitreten, met de betekenis lid worden van of toetreden tot. beitreten is een scheidbaar werkwoord; in een infinitiefconstructie met zu komt zu tussen de delen: beitreten → beizutreten. Het werkwoord beitreten gebruikt hier de datief, daarom staat er einem Zeichenclub. De komma verbindt Ich überlege met de zu-infinitiefconstructie einem Zeichenclub beizutreten. Samen betekent de zin: Ik denk erover om lid te worden van een tekenclub. De formulering drukt een overweging uit; ze zegt niet dat de spreker al lid is geworden.

  2. Sind Anfänger dort willkommen?

    Zijn beginners daar welkom?

    Sind
    zijn
    Anfänger
    beginners
    dort
    daar
    willkommen
    welkom
    Uitgebreide uitleg

    Sind is hier de vervoegde vorm van sein (“zijn”) voor de derde persoon meervoud: sie sind. In een ja-neevraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp: Sind Anfänger ...? Vergelijk: Anfänger sind ... is een mededelende zin, terwijl Sind Anfänger ...? een vraag is. Anfänger betekent hier “beginners”. Het woord is het meervoud van Anfänger; het enkelvoud is ook Anfänger. Het gaat dus om meer dan één beginner, terwijl de vorm zelf in het meervoud niet verandert. Voorbeeld: Ein Anfänger lernt. — “Een beginner leert.” dort betekent “daar” en verwijst hier naar de plaats die in de situatie al bekend is. Het is een bijwoord en verandert niet naar geslacht of getal. Voorbeeld: Die Treffen finden dort statt. — “De bijeenkomsten vinden daar plaats.” willkommen betekent “welkom”. Hier staat het als een predicatief bijvoeglijk naamwoord na sein: jemand ist willkommen betekent dat iemand welkom is. Het krijgt in deze positie geen uitgang. Voorbeeld: Gäste sind willkommen. — “Gasten zijn welkom.” Samen vormen de delen de vraag Sind Anfänger dort willkommen?: “Zijn beginners daar welkom?” De Duitse ja-neevraag gebruikt hier de volgorde persoonsvorm + onderwerp + plaatsbepaling + predicatief bijvoeglijk naamwoord. De context bevestigt dat dort naar de bedoelde tekenclub verwijst.

  3. Ja, Anfänger sind dort willkommen. Das erste Treffen beginnt mit einfachen Skizzen.

    Ja, beginners zijn daar welkom. De eerste bijeenkomst begint met eenvoudige schetsen.

    Ja
    ja
    Anfänger
    beginners
    sind
    zijn
    dort
    daar
    willkommen
    welkom
    Das
    de
    erste
    eerste
    Treffen
    bijeenkomst
    beginnt
    begint
    mit
    met
    einfachen
    eenvoudige
    Skizzen
    schetsen
    Uitgebreide uitleg

    Ja bevestigt de voorafgaande vraag: “ja”. Het is een zelfstandig antwoord en verandert de grammatica van de daaropvolgende zin niet. Anfänger betekent hier “beginners”. Het is de meervoudsvorm van Anfänger; deze vorm blijft in het meervoud hetzelfde in de nominatief en accusatief. Voorbeeld: Anfänger lernen langsam. — “Beginners leren langzaam.” sind is een vorm van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd bij de derde persoon meervoud: sie sind. Hier vormt het samen met willkommen de mededeling dat de beginners welkom zijn. Andere vormen zijn bijvoorbeeld ich bin en du bist. dort betekent “daar” en verwijst naar een plaats die in de situatie als bekend geldt. Voorbeeld: Der Kurs ist dort. — “De cursus is daar.” willkommen is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “welkom”. Na sein beschrijft het de toestand of beoordeling van de genoemde personen; het is geen werkwoordsvorm. Voorbeeld: Alle Gäste sind willkommen. — “Alle gasten zijn welkom.” Das is hier het bepaald lidwoord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Treffen: “de”. Het drukt in deze zin bepaaldheid uit, niet op zichzelf een hoeveelheid. Treffen is hier een zelfstandig naamwoord met de betekenis “bijeenkomst”; daarom wordt het met een hoofdletter geschreven. Voorbeeld: Das Treffen ist morgen. — “De bijeenkomst is morgen.” erste betekent “eerste”. Het is een rangtelwoord, niet een vergrotende vorm van eins. De rangtelwoorden beginnen met erste, zweite, dritte enzovoort. In das erste Treffen krijgt erste de uitgang -e, omdat het bij een onzijdig zelfstandig naamwoord in de nominatief staat na het bepaalde lidwoord. beginnt komt van beginnen (“beginnen”) en is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: er/sie/es beginnt. Het onderwerp is hier Das erste Treffen, dat enkelvoud is. Voorbeeld: Der Film beginnt um acht Uhr. — “De film begint om acht uur.” mit betekent “met” en wordt in het Duits gevolgd door de datief. Skizzen is het meervoud van Skizze (“schets”); in de datieve meervoudsvorm blijft het zelfstandig naamwoord hier Skizzen. einfachen betekent hier “eenvoudige”. Het hoort bij Skizzen en krijgt de uitgang -en, omdat mit de datief vereist en het zelfstandig naamwoord meervoud is: mit einfachen Skizzen. Voorbeeld: Sie arbeitet mit kleinen Bildern. — “Zij werkt met kleine afbeeldingen.” Samen betekent Das erste Treffen beginnt mit einfachen Skizzen: “De eerste bijeenkomst begint met eenvoudige schetsen.” De structuur is [bepaald onderwerp] + [werkwoord] + mit + [datiefgroep]: de bijeenkomst begint met eenvoudige schetsen.

  4. Wie oft trifft sich der Club?

    Hoe vaak komt de club samen?

    Wie oft
    Hoe vaak
    trifft sich
    komt samen
    Club
    club
    Uitgebreide uitleg

    Wie oft vraagt naar de frequentie: “hoe vaak?”. Het is een vaste vraaguitdrukking. Vergelijk Wie oft kommt er? — “Hoe vaak komt hij?”; wie alleen betekent hier dus niet “wie” als persoon. trifft sich betekent hier “komt samen”. trifft is de vorm van treffen voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. sich is het wederkerend voornaamwoord dat bij deze betekenis hoort: mensen of een groep ontmoeten elkaar of komen bijeen. Zonder sich kan treffen ook betekenen dat iemand iemand anders ontmoet, bijvoorbeeld Sie trifft ihren Freund — “Zij ontmoet haar vriend.” In het volgende voorbeeld staat dezelfde constructie: Der Club trifft sich jede Woche — “De club komt elke week samen.” der Club is het onderwerp van de zin. Club is een zelfstandig naamwoord met mannelijk grammaticaal geslacht; daarom staat hier het nominatieve lidwoord der. Het meervoud is die Clubs, bijvoorbeeld Die Clubs treffen sich — “De clubs komen samen.” In de volledige vraag staat de vraaguitdrukking vooraan, gevolgd door het werkwoord en daarna het onderwerp: Wie oft + trifft sich + der Club? Samen betekent dit: “Hoe vaak komt de club samen?” De vraag gaat dus over de frequentie van de bijeenkomsten, niet over de identiteit van een persoon.

  5. Er trifft sich jede Woche nach der Arbeit.

    De club komt elke week na het werk samen.

    Er
    hij; hier: de club
    trifft sich
    komt samen
    jede
    elke
    Woche
    week
    nach
    na
    Arbeit
    werk
    Uitgebreide uitleg

    Er is een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud. In deze context verwijst het naar der Club; daarom is de Nederlandse betekenis hier ‘de club’. In andere zinnen kan er naar een ander mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord verwijzen. trifft sich komt van sich treffen, een werkwoord voor elkaar ontmoeten of samenkomen. Hier betekent het dat de club samenkomt. trifft is de tegenwoordige tijd van treffen bij er: ich treffe, du triffst, er trifft. Het wederkerende sich hoort hier bij de derde persoon enkelvoud. Voorbeeld: Wir treffen uns am Montag. — We komen elkaar maandag tegen / We spreken maandag af. jede hoort bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Woche en betekent hier ‘elke’. In jede Woche staat de vorm voor vrouwelijk enkelvoud; de vorm is in nominatief en accusatief hetzelfde. In deze tijdsbepaling staat jede Woche in de accusatief. Voorbeeld: Ich lerne jede Woche Deutsch. — Ik leer elke week Duits. Voor ‘om de twee weken’ gebruikt het Duits bijvoorbeeld alle zwei Wochen, niet jede zwei Wochen. Woche betekent ‘week’ en is vrouwelijk: die Woche. De meervoudsvorm is Wochen. Samen met jede vormt het jede Woche, een tijdsbepaling die aangeeft hoe vaak iets gebeurt. nach betekent hier ‘na’ en staat vóór de periode die als referentie dient. In deze betekenis neemt nach een datiefgroep: nach der Arbeit. Het kan ook richting uitdrukken, zoals in nach Berlin — naar Berlijn; dat is een andere gebruikswijze. Arbeit betekent hier ‘werk’ en is vrouwelijk: die Arbeit. Na nach krijgt het lidwoord de datiefvorm der: nach der Arbeit. Het zelfstandig naamwoord Arbeit zelf verandert hier niet. Voorbeeld: Nach der Schule lese ich. — Na school lees ik. De delen bouwen de zin als volgt op: Er trifft sich zegt wie samenkomt en wat die doet; jede Woche zegt hoe vaak; nach der Arbeit plaatst het samenkomen na het werk. De volledige betekenis is dus: ‘De club komt elke week na het werk samen.’

  6. Dieser Zeitplan passt vielleicht zu deinem Alltag.

    Dat schema past misschien bij je routine.

    Dieser
    deze
    Zeitplan
    schema; tijdplanning
    passt
    past
    vielleicht
    misschien
    zu deinem
    bij jouw
    Alltag
    dagelijks leven; routine
    Uitgebreide uitleg

    Dieser verwijst hier naar de mannelijke enkelvoudige vorm van het aanwijzende woord bij Zeitplan: de tijdsplanning is het onderwerp van de zin. De vorm staat in de nominatief, omdat het onderwerp is. Het aanwijzende woord past zich aan naamval, getal en grammaticaal geslacht van het zelfstandig naamwoord aan. Bijvoorbeeld: Dieser Plan ist gut. — Dit plan is goed. Zeitplan betekent hier een schema of tijdsplanning. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; dat zie je ook aan dieser en later aan deinem. Het meervoud is Zeitpläne. Bijvoorbeeld: Der Zeitplan ist voll. — Het schema is vol. passt komt van passen. Dit is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, passend bij Zeitplan. In deze zin betekent het dat iets geschikt is voor of overeenkomt met iemands dagelijks leven. De constructie zu etwas passen betekent bij iets passen; zu krijgt daarbij een datiefbepaling. Bijvoorbeeld: Der Termin passt zu meinem Plan. — De afspraak past bij mijn plan. vielleicht maakt de bewering voorzichtig: de spreker zegt dat het schema mogelijk bij de routine past, niet dat dit zeker zo is. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Bijvoorbeeld: Vielleicht passt dieser Termin. — Misschien past deze afspraak. zu deinem bestaat uit het voorzetsel zu en de vorm deinem van het bezittelijk woord bij een datiefbepaling. Hier hoort deinem bij het mannelijke enkelvoud Alltag; daarom staat niet bijvoorbeeld de nominatieve vorm dein. zu drukt in deze constructie de relatie bij uit. Bijvoorbeeld: Das passt zu deinem Plan. — Dat past bij jouw plan. Alltag betekent het dagelijkse leven of de dagelijkse routine. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord en staat hier in de datief na zu: zu deinem Alltag. Het meervoud is Alltage, al wordt in deze betekenis vaak over het dagelijks leven als geheel gesproken. Samen betekent Dieser Zeitplan passt vielleicht zu deinem Alltag: Dat schema past misschien bij je routine. Dieser Zeitplan is het onderwerp, passt zegt dat er een passende overeenkomst is, zu deinem Alltag geeft aan waarbij die overeenkomst wordt beoordeeld, en vielleicht verzacht de zekerheid van de uitspraak.

  7. Ich bin nervös, aber ich möchte es versuchen.

    Ik ben zenuwachtig, maar ik wil het proberen.

    Ich bin
    ik ben
    nervös
    zenuwachtig
    aber
    maar
    ich möchte
    ik wil graag
    es
    het
    versuchen
    proberen
    Uitgebreide uitleg

    Ich bin betekent hier “ik ben”. bin is de vorm van het werkwoord sein voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich bin, du bist, er/sie/es ist. Het onderwerp is dus ich. nervös is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “zenuwachtig”. Na sein beschrijft het een toestand van het onderwerp: Ich bin nervös. = “Ik ben zenuwachtig.” Het woord krijgt hier geen uitgang, omdat het na sein predicatief wordt gebruikt. aber verbindt twee delen met een tegenstelling: “maar”. Het eerste deel beschrijft een toestand; daarna volgt een ermee contrasterende mededeling. ich möchte betekent hier “ik wil graag”. möchte is de vorm van mögen die vaak een beleefde of zachtere wens uitdrukt; bij de eerste persoon enkelvoud staat zij met ich: ich möchte. In een Duitse hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede positie. Het volgende werkwoord blijft als infinitief aan het einde staan: Ich möchte lernen. = “Ik wil graag leren.” es betekent hier “het”. Dit is een persoonlijk voornaamwoord in de onzijdige vorm en het is het lijdend voorwerp van versuchen. De vaste zin specificeert niet welk concreet ding of welke handeling met es wordt bedoeld; de vertaling ondersteunt hier de betekenis “het”. versuchen betekent “proberen”. Dit is de infinitief na möchte; daarom krijgt het geen persoonsuitgang. Het patroon is etwas versuchen (“iets proberen”) of, zoals hier, es versuchen (“het proberen”). Voorbeeld: Ich möchte es morgen versuchen. = “Ik wil het morgen proberen.” Samen vormen de delen: Ich bin nervös (“Ik ben zenuwachtig”) + aber (“maar”) + ich möchte es versuchen (“ik wil het proberen”). De hele uiting betekent dus: “Ik ben zenuwachtig, maar ik wil het proberen.”

  8. Geh zu einem Treffen, bevor du dich entscheidest.

    Ga naar één bijeenkomst voordat je beslist.

    Geh
    ga
    zu
    naar
    Treffen
    bijeenkomst
    bevor
    voordat
    dich entscheidest
    beslissen
    Uitgebreide uitleg

    Geh is de gebiedende wijs van gehen (gaan), gericht tot één persoon met du. Het onderwerp du staat niet apart: Geh is hier al de aansporing. Voorbeeld: Geh nach Hause! — Ga naar huis! zu betekent hier “naar” bij een bestemming en krijgt in dit gebruik een datiefgroep: zu einem Treffen betekent “naar een bijeenkomst”. Voorbeeld: Sie geht zu einem Arzt. — Zij gaat naar een arts. Treffen is hier een zelfstandig naamwoord en betekent “bijeenkomst”. Daarom begint het met een hoofdletter. einem is de datiefvorm van het onbepaalde lidwoord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord das Treffen. Een onbepaald lidwoord drukt op zichzelf niet altijd een numerieke hoeveelheid uit; in deze vaste vertaling wordt de bedoelde hoeveelheid echter expliciet als één bijeenkomst weergegeven. Voorbeeld: Das Treffen beginnt um acht. — De bijeenkomst begint om acht uur. bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord in het Duits doorgaans achteraan. Voorbeeld: Wasche deine Hände, bevor du isst. — Was je handen voordat je eet. dich entscheidest hoort bij het wederkerige werkwoord sich entscheiden (beslissen). entscheidest is de du-vorm van entscheiden; dich is het wederkerende voornaamwoord in de vorm die hier bij du hoort. Samen met het niet afzonderlijk herhaalde onderwerp du betekent du dich entscheidest in deze bijzin “je beslist”. Voorbeeld: Entscheidest du dich heute? — Beslis je vandaag? Samen vormt Geh zu einem Treffen de aansporing “Ga naar één bijeenkomst”. bevor du dich entscheidest plaatst die handeling vóór het moment waarop je beslist. De volledige betekenis is: “Ga naar één bijeenkomst voordat je beslist.”

Grammatica

bevor + Nebensatz: Das Verb steht am Ende

Bevor du dich entscheidest, möchtest du überlegen.

Be-foor doe dich ent-sjai-dest, meugh-test doe uu-ber-lee-gen.

Voordat je beslist, wil je nadenken.

Na „bevor“ staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

zu + Infinitiv bei trennbaren Verben: beitreten → beizutreten

Du möchtest überlegen, dem Zeichenclub beizutreten.

Doe meugh-test uu-ber-lee-gen, deem tsaaikhen-klup bai-tsu-treeten.

Je wilt overwegen om lid te worden van de tekenclub.

Bij een scheidbaar werkwoord komt „zu“ tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam.

Duits woordenschat

Anfänger zelfstandig naamwoord
an-feng-er beginners

Sind Anfänger dort willkommen?

beginnen werkwoord
be-ginnen beginnen beginnt

Das erste Treffen beginnt mit einfachen Skizzen.

beitreten werkwoord
bai-treeten lid worden van; toetreden tot beizutreten

Ich überlege, einem Zeichenclub beizutreten.

einfach bijvoeglijk naamwoord
ain-fakh eenvoudig einfachen

Das erste Treffen beginnt mit einfachen Skizzen.

jede Woche uitdrukking
yee-dee vo-khe elke week

Er trifft sich jede Woche nach der Arbeit.

oft bijwoord
oft vaak

Wie oft trifft sich der Club?

sich treffen werkwoord
zich tref-fen samenkomen trifft sich

Wie oft trifft sich der Club?

Skizze zelfstandig naamwoord
skitse schets Skizzen

Das erste Treffen beginnt mit einfachen Skizzen.

Treffen zelfstandig naamwoord
tref-fen bijeenkomst

Das erste Treffen beginnt mit einfachen Skizzen.

überlegen werkwoord
uu-ber-lee-gen overwegen überlege

Ich überlege, einem Zeichenclub beizutreten.

willkommen bijvoeglijk naamwoord
vil-kommen welkom

Sind Anfänger dort willkommen?

Zeichenclub zelfstandig naamwoord
tsaaikhen-klup tekenclub

Ich überlege, einem Zeichenclub beizutreten.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik denk erover om lid te worden van een tekenclub.

Antwoord tonenIch überlege, einem Zeichenclub beizutreten.

Zijn beginners daar welkom?

Antwoord tonenSind Anfänger dort willkommen?

Hoe vaak komt de club samen?

Antwoord tonenWie oft trifft sich der Club?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

schets

Antwoord tonenSkizzen

beginnen

Antwoord tonenbeginnt

overwegen

Antwoord tonenüberlege

welkom

Antwoord tonenwillkommen