Möchtest
Möchtest drukt hier een beleefde vraag naar iemands wens uit: zou je willen. De vorm staat bij du in Möchtest du morgen mit auf einen Fotospaziergang kommen? Gebruik het patroon Möchtest du ...? om iemand iets voor te stellen.
du
du verwijst hier naar één persoon die informeel wordt aangesproken. Het is het onderwerp in Möchtest du morgen mit auf einen Fotospaziergang kommen? Gebruik du bij een bekende of leeftijdgenoot in een informele situatie.
morgen
morgen is hier een tijdsadverbium en betekent de dag na vandaag. Het staat in Möchtest du morgen mit auf einen Fotospaziergang kommen? Gebruik morgen om naar die dag te verwijzen.
mit
mit geeft hier aan dat iemand meegaat op de fotowandeling. Het staat samen met auf einen Fotospaziergang kommen in Möchtest du morgen mit auf einen Fotospaziergang kommen? Een veelgebruikt patroon is mitkommen voor meegaan.
auf
auf geeft hier de activiteit of bestemming aan waar iemand naartoe komt: auf einen Fotospaziergang. Bij deze beweging staat daarna de vorm einen. Gebruik auf ook in een patroon voor ergens naartoe gaan of komen.
einen
einen is hier de vorm van het onbepaalde lidwoord ein bij het mannelijke Fotospaziergang. Na auf bij deze beweging staat de accusatiefvorm einen. De combinatie einen Fotospaziergang verwijst naar één fotowandeling.
Fotospaziergang
Fotospaziergang betekent een wandeling waarbij je foto’s maakt. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord in auf einen Fotospaziergang. Je kunt het gebruiken voor een geplande wandeling met fotografie als doel.
kommen
kommen betekent hier komen en staat als infinitief na Möchtest. In Möchtest du morgen mit auf einen Fotospaziergang kommen? vormt het samen met mit de betekenis meegaan. Na een modaal werkwoord staat het hoofdwerkwoord in de infinitief.
Ich
Ich betekent ik en is hier het onderwerp van de zin Ich könnte mehr Übung beim Fotografieren gebrauchen. Gebruik Ich aan het begin van een zin wanneer je over jezelf spreekt.
könnte
könnte drukt hier een voorzichtige mogelijkheid of behoefte uit in Ich könnte mehr Übung beim Fotografieren gebrauchen: ik zou meer oefening kunnen gebruiken. De basisvorm is können. Het patroon Ich könnte ... gebrauchen is bruikbaar om beleefd te zeggen dat iets goed van pas zou komen.
mehr
mehr geeft hier een grotere hoeveelheid aan: meer oefening. Het staat direct bij Übung in mehr Übung beim Fotografieren. Gebruik mehr vóór een hoeveelheid of zelfstandig naamwoord wanneer je een grotere hoeveelheid bedoelt.
Übung
Übung betekent hier oefening of praktijk en verwijst naar extra praktijk bij het fotograferen. In mehr Übung beim Fotografieren gaat het om tijd of ervaring om iets beter te leren. Übung kan vaak met een activiteit worden gecombineerd.
beim
beim is de samentrekking van bei dem en betekent hier tijdens het. In beim Fotografieren verwijst het naar de activiteit van fotograferen. Gebruik beim vaak vóór een activiteit die als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt.
Fotografieren
Fotografieren betekent hier het fotograferen als activiteit. Het is een zelfstandig gebruikt infinitief en krijgt daarom een hoofdletter in beim Fotografieren; de basisvorm is fotografieren. Het patroon beim Fotografieren verwijst naar wat er tijdens die activiteit gebeurt.
gebrauchen
gebrauchen betekent hier kunnen gebruiken of nodig hebben in Ich könnte mehr Übung beim Fotografieren gebrauchen. De vorm staat als infinitief na könnte. Gebruik het patroon Ich könnte ... gebrauchen met iets dat goed van pas zou komen.
Das
Das is hier het bepaalde lidwoord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Licht. In Das Licht am Morgen sollte für Straßenfotos besser sein verwijst het naar het licht waarover de spreker praat. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord.
Licht
Licht betekent hier licht, specifiek het licht dat ’s ochtends beschikbaar is. In Das Licht am Morgen wordt het nader bepaald door am Morgen. Je kunt Licht gebruiken voor de hoeveelheid of kwaliteit van licht in een bepaalde situatie.
am
am is de samentrekking van an dem en vormt hier de tijdsbepaling am Morgen. Het betekent in deze zin ’s ochtends of in de ochtend. Het patroon am + tijdsaanduiding wordt gebruikt om een moment of periode aan te geven.
sollte
sollte drukt hier een verwachting uit: het licht zou beter moeten zijn. De basisvorm is sollen. In Das Licht am Morgen sollte für Straßenfotos besser sein staat sollte vóór de infinitief sein; het patroon sollte ... sein geeft aan wat naar verwachting het geval is.
für
für geeft hier aan waarvoor het licht geschikt of gunstig zou zijn: voor straatfoto’s. Het staat direct vóór Straßenfotos in für Straßenfotos. Gebruik für om het doel of toepassingsgebied van iets aan te geven.
Straßenfotos
Straßenfotos betekent straatfoto’s. De basisvorm is Straßenfoto; Straßenfotos is hier de meervoudsvorm. In für Straßenfotos benoemt het waarvoor het ochtendlicht beter zou zijn.
besser
besser betekent hier beter en vergelijkt het ochtendlicht met ander licht voor straatfoto’s. Het staat bij sein in Das Licht am Morgen sollte für Straßenfotos besser sein. Gebruik besser om een verbeterde kwaliteit of geschiktheid aan te geven.
sein
sein betekent hier zijn en beschrijft de verwachte kwaliteit van het licht. Het staat als infinitief na sollte in Das Licht am Morgen sollte für Straßenfotos besser sein. Het patroon sollte ... sein wordt gebruikt voor een verwachting over een toestand of eigenschap.
Was
Was vraagt hier naar het onderwerp van de eerste foto: wat zullen we eerst fotograferen? Het staat aan het begin van Was sollen wir zuerst fotografieren? Gebruik Was om naar een ding, onderwerp of keuze te vragen.
sollen
sollen drukt hier een gezamenlijke vraag naar de volgende actie uit: wat zullen of moeten we doen? Het staat bij wir in Was sollen wir zuerst fotografieren? Gebruik het patroon Was sollen wir ...? om samen een plan of volgorde te bepalen.
wir
wir betekent wij of we en verwijst naar de twee personen samen. Het is het onderwerp in Was sollen wir zuerst fotografieren? en in Wir können mit alten Gebäuden anfangen. Aan het begin van een zin verschijnt dezelfde vorm als Wir.
zuerst
zuerst betekent eerst en geeft de volgorde van de activiteit aan. In Was sollen wir zuerst fotografieren? vraagt het welk onderwerp als eerste aan de beurt komt. Gebruik zuerst om het begin van een reeks aan te geven.
können
können betekent hier kunnen en drukt uit wat de twee personen als mogelijkheid hebben. Het staat bij wir in Wir können mit alten Gebäuden anfangen. Na können volgt de infinitief anfangen; dit is een bruikbaar patroon voor mogelijkheden of haalbare plannen.
alten
alten betekent hier oude en beschrijft de gebouwen. De basisvorm is alt; alten is de vorm in mit alten Gebäuden, na mit en vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord. Gebruik een bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord om het beschreven object te kenmerken.
Gebäuden
Gebäuden betekent gebouwen. De basisvorm is Gebäude; Gebäuden is hier de meervoudsvorm na mit. In mit alten Gebäuden anfangen geeft het aan waarmee de fotografen beginnen.
anfangen
anfangen betekent beginnen en staat als infinitief na können. In Wir können mit alten Gebäuden anfangen betekent het beginnen met oude gebouwen. Het patroon mit etwas anfangen is bruikbaar om het startpunt van een activiteit te noemen.
bringe
bringe betekent hier breng en is de ik-vorm van bringen. In Ich bringe meine kleine Kamera und einen zusätzlichen Akku mit vormt bringe ... mit het werkwoord mitbringen, iets meenemen. Gebruik Ich bringe ... mit wanneer je aankondigt welke spullen je meeneemt.
meine
meine geeft aan dat de camera van de spreker is of door de spreker wordt meegenomen. De basisvorm is mein; meine staat hier vóór het vrouwelijke Kamera in meine kleine Kamera. Gebruik een bezittelijk woord vóór een zelfstandig naamwoord om aan te geven van wie iets is.
kleine
kleine betekent hier kleine en beschrijft de camera. De basisvorm is klein; kleine staat in meine kleine Kamera vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Kamera. Gebruik een bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord om de grootte of andere eigenschap te noemen.
Kamera
Kamera betekent camera en is hier een voorwerp dat de spreker meeneemt. In meine kleine Kamera staat het na een bezittelijk woord en een bijvoeglijk naamwoord. Je kunt Kamera gebruiken voor het apparaat waarmee je foto’s maakt.
und
und verbindt hier twee voorwerpen die de spreker meeneemt: meine kleine Kamera und einen zusätzlichen Akku. Het betekent en. Gebruik und om gelijkwaardige woorden of woordgroepen met elkaar te verbinden.
zusätzlichen
zusätzlichen betekent hier extra of aanvullende en beschrijft de accu. De basisvorm is zusätzlich; zusätzlichen staat in einen zusätzlichen Akku vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Akku. Gebruik het om iets aan te duiden dat naast het eerste of gewone exemplaar wordt meegenomen.
Akku
Akku betekent hier een oplaadbare batterij of accu voor de camera. In einen zusätzlichen Akku is het een voorwerp dat de spreker meeneemt. Je kunt Akku gebruiken voor een oplaadbare energiebron in een apparaat.
Treffen
Treffen betekent hier laten we afspreken of elkaar ontmoeten in Treffen wir uns, voordat de straten druk worden. De vorm is gelijk aan de infinitief treffen, maar staat hier vooraan als uitnodiging aan wir. Het patroon Treffen wir uns wordt gebruikt om een gezamenlijk ontmoetingsvoorstel te doen.
uns
uns verwijst hier naar de twee personen samen en hoort bij elkaar ontmoeten in Treffen wir uns. Het is de wederkerende vorm bij wir. Gebruik Treffen wir uns om voor te stellen dat jullie elkaar op een afgesproken moment of plaats ontmoeten.
bevor
bevor betekent voordat en leidt hier de tijdsbepaling in voordat de straten druk worden. In bevor es auf den Straßen voll wird staat het aan het begin van de bijzin. Gebruik bevor om een eerdere handeling of tijdsgrens aan te geven.
es
es is hier een formeel onderwerp in es ... voll wird; de hele uitdrukking zegt dat het op straat druk wordt. Het verwijst hier niet naar een concreet zelfstandig naamwoord. In een bijzin met bevor staat es vóór de rest van de beschrijving.
den
den is hier het bepaalde lidwoord bij het meervoudige Straßen in de plaatsbepaling auf den Straßen. Omdat auf hier een plaats aanduidt, staat de naamwoordgroep in deze vorm. Gebruik den vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord in deze vaste plaatsbepaling.
Straßen
Straßen betekent straten. De basisvorm is Straße; Straßen is hier de meervoudsvorm in auf den Straßen. De woordgroep geeft de plaats aan waar het druk wordt.
voll
voll betekent hier vol of druk, in de betekenis dat er veel mensen of verkeer op straat zijn. In es auf den Straßen voll wird beschrijft het een toestand die ontstaat. Het patroon voll werden betekent druk of vol worden.
wird
wird betekent hier wordt en geeft aan dat de straten druk worden. De basisvorm is werden; wird is de vorm bij es in bevor es auf den Straßen voll wird. Het staat aan het einde van de bijzin na bevor.
Dann
Dann betekent dan en verbindt hier het eerdere plan met de volgende stap. In Dann können wir später unsere Fotos vergleichen verwijst het naar het moment nadat de foto’s zijn gemaakt. Gebruik Dann om een gevolg of volgende handeling in een reeks aan te kondigen.
später
später betekent later en verwijst naar een moment na de fotowandeling. In Dann können wir später unsere Fotos vergleichen bepaalt het wanneer het vergelijken plaatsvindt. Gebruik später om naar een later moment te verwijzen.
unsere
unsere betekent onze en geeft aan dat de foto’s van beide personen zijn of door hen samen zijn gemaakt. De basisvorm is unser; unsere staat vóór het meervoudige Fotos in unsere Fotos. Gebruik een bezittelijk woord vóór een zelfstandig naamwoord om een gezamenlijke relatie aan te geven.
Fotos
Fotos betekent foto’s. De basisvorm is Foto; Fotos is hier de meervoudsvorm en het lijdend voorwerp van vergleichen. In unsere Fotos verwijst het naar de foto’s die de twee personen later naast elkaar willen bekijken.
vergleichen
vergleichen betekent vergelijken en staat als infinitief na können. In Dann können wir später unsere Fotos vergleichen gaat het om de foto’s van de twee personen naast elkaar beoordelen. Gebruik het patroon etwas vergleichen, waarbij je het te vergelijken object behoudt.