Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Gitaar leren met online lessen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich habe vor Kurzem angefangen, Gitarre zu lernen.
iesj haa-buh fohr koerts-em an-guh-fang-en, gie-ta-ruh tsoe ler-nen. Ik ben onlangs begonnen met gitaar leren.Nimmst du Unterricht?
niemst doe oen-ter-riesjt? Volg je lessen?Ich nehme nach der Arbeit Online-Unterricht.
iesj nee-muh naah der ar-bajt on-lajn oen-ter-riesjt. Ik volg online lessen na mijn werk.Ist es für Anfänger schwierig?
ist es fuur an-feng-er sjvie-riesj? Is het moeilijk voor een beginner?Der Rhythmus ist schwierig, aber es macht mir Spaß.
deer ruut-moos ist sjvie-riesj, aa-ber es maakt mier sjpaas. Het ritme is moeilijk, maar ik vind het leuk.Wie oft übst du?
vie oft uupst doe? Hoe vaak oefen je?Ich übe abends, wenn mein Zimmer ruhig ist.
iesj uu-buh aa-bents, ven main tsim-mer roe-iesj ist. Ik oefen 's avonds als mijn kamer stil is.Eine feste Zeit sollte dir helfen, besser zu werden.
ai-nuh fes-tuh tsajt sjol-tuh dier hel-fen, bes-ser tsoe vee-er-den. Een vast tijdstip zou je moeten helpen om beter te worden.Uitleg van de zinnen
Ich habe vor Kurzem angefangen, Gitarre zu lernen.
Ik ben onlangs begonnen met gitaar leren.
- Ich habe
- ik heb
- vor Kurzem
- onlangs
- angefangen
- begonnen
- Gitarre
- gitaar
- zu lernen
- te leren
Uitgebreide uitleg
Ich habe bevat ich, de vorm voor de eerste persoon enkelvoud, en habe, de tegenwoordige vorm van haben. Hier betekent habe niet “bezit hebben”, maar werkt het als hulpwerkwoord voor de voltooide tijd. Het volgende werkwoord, angefangen, draagt de hoofd betekenis. vor Kurzem is een vaste tijdsaanduiding met de betekenis “onlangs” of “kort geleden”. In Kurzem staat het bijvoeglijke woord als zelfstandig gebruikt woord met een hoofdletter; de hele uitdrukking geeft aan dat iets kort vóór het spreekmoment gebeurde. angefangen is het voltooid deelwoord van anfangen (“beginnen”). De vormketen is anfangen – fing an – hat angefangen. Anfangen is een scheidbaar werkwoord: in de tegenwoordige tijd kan het bijvoorbeeld Ich fange an zijn, maar in de voltooide tijd verschijnt het als hat angefangen. Gitarre is het zelfstandig naamwoord “gitaar”. Het heeft het grammaticale geslacht vrouwelijk: die Gitarre. In deze zin staat het zonder lidwoord als het instrument of de activiteit die men leert; het betekent hier dus niet dat er een specifieke gitaar wordt aangewezen. zu lernen bestaat uit zu plus de infinitief lernen (“leren”). Na anfangen kan een tweede handeling zo worden uitgedrukt: anfangen, etwas zu tun = “beginnen iets te doen”. Voorbeeld: Sie fängt an, Deutsch zu lernen. — “Zij begint Duits te leren.” Samen betekent Ich habe vor Kurzem angefangen, Gitarre zu lernen.: “Ik ben onlangs begonnen met gitaar leren.” Ich habe angefangen plaatst het begin in het verleden; vor Kurzem specificeert dat dit begin recent was; Gitarre zu lernen benoemt waarmee de persoon is begonnen.
Nimmst du Unterricht?
Volg je lessen?
- Nimmst
- volgt
- Unterricht
- lessen
Uitgebreide uitleg
Nimmst is hier de vorm van nehmen bij du: du nimmst. De stamklinker verandert in deze vorm; vergelijk ich nehme en er/sie nimmt. In Unterricht nehmen betekent nehmen niet letterlijk “pakken”, maar “lessen volgen” of “onderwijs krijgen”. Voorbeeld: Ich nehme Unterricht. — “Ik volg lessen.” Unterricht betekent hier “lessen” of “onderwijs” als activiteit. Het is in deze betekenis een stofnaam en staat daarom vaak zonder meervoud. Het samengestelde patroon Unterricht nehmen is een gewone manier om te zeggen dat je lessen volgt; het kan bijvoorbeeld om muziek-, taal- of andere lessen gaan. Voorbeeld: Sie nimmt Online-Unterricht. — “Zij volgt online lessen.” Samen vormen Nimmst du Unterricht? een vraag met nimmst vóór het onderwerp du. De vraag betekent: “Volg je lessen?” of, natuurlijker afhankelijk van de context, “Neem je les?” De gegeven context maakt duidelijk dat het om lessen volgen gaat, niet om iets letterlijk nemen. Het patroon is herbruikbaar: Nimmst du [Unterricht]? — “Volg je [lessen]?”
Ich nehme nach der Arbeit Online-Unterricht.
Ik volg online lessen na mijn werk.
- Ich nehme … Online-Unterricht
- ik volg online lessen
- nach
- na
- Arbeit
- werk
Uitgebreide uitleg
Ich nehme … Online-Unterricht is hier de combinatie Unterricht nehmen: “lessen volgen”. Het werkwoord nehme is de ik-vorm van nehmen; bij du wordt dat nimmst, zoals in Nimmst du Unterricht? — “Volg je lessen?” De combinatie bepaalt hier de betekenis “volgen”, niet het letterlijke “nemen”. Online-Unterricht betekent “online lessen” of “online onderwijs”. Unterricht is het kernwoord; Online- geeft de vorm van het onderwijs aan. nach betekent hier “na” en geeft een tijdsrelatie aan. In nach der Arbeit staat de naamwoordgroep in de datief: het vrouwelijke lidwoord die wordt der. Voorbeeld: Nach dem Kurs gehe ich nach Hause. — “Na de cursus ga ik naar huis.” Arbeit betekent hier “werk”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is Arbeiten. In deze zin wordt het enkelvoud gebruikt als tijdsreferentie. De vaste vertaling maakt duidelijk dat het om het werk van de spreker gaat: “mijn werk”. Samen betekent Ich nehme … Online-Unterricht + nach der Arbeit: “Ik volg online lessen na mijn werk.”
Ist es für Anfänger schwierig?
Is het moeilijk voor een beginner?
- Ist es
- is het
- für
- voor
- Anfänger
- beginner
- schwierig
- moeilijk
Uitgebreide uitleg
Ist es staat de ja/nee-vraagvolgorde in het Duits: het vervoegde werkwoord ist komt voor het onderwerpachtige es. Es is hier een formeel onderwerp; de inhoud waarover gevraagd wordt, volgt in für Anfänger. Bij een mededelende zin staat dezelfde combinatie bijvoorbeeld als Es ist schwierig — Het is moeilijk. Het werkwoord ist is de derde persoon enkelvoud van sein (zijn), bij het onderwerp es. für betekent hier voor en leidt in het Duits de accusatief in. Bij een meervoud zonder lidwoord is die naamval in de vorm meestal niet zichtbaar. Vergelijk: für einen Anfänger — voor een beginner — met für Anfänger — voor beginners of algemeen voor een beginner. Anfänger is een zelfstandig naamwoord voor iemand die iets aan het leren is. Het enkelvoud is der Anfänger; het meervoud is ook Anfänger, dus de vorm zelf verandert hier niet zichtbaar. In deze algemene uitdrukking staat het zonder lidwoord. Een concreet enkelvoud krijgt normaal wel een lidwoord, bijvoorbeeld für einen Anfänger. schwierig is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis moeilijk. Na sein staat het predicatief en krijgt het geen uitgang: Es ist schwierig betekent Het is moeilijk. Voor een vergelijking is de basisvorm schwierig, de vergrotende trap schwieriger (moeilijker) en de overtreffende trap am schwierigsten (het moeilijkst). Samen vormen de delen de vraag Ist es für Anfänger schwierig?: Ist es maakt er een ja/nee-vraag van, für Anfänger geeft aan voor wie de moeilijkheid wordt beoordeeld, en schwierig benoemt die moeilijkheid. De vaste vertaling geeft dit weer als Is het moeilijk voor een beginner?.
Der Rhythmus ist schwierig, aber es macht mir Spaß.
Het ritme is moeilijk, maar ik vind het leuk.
- Rhythmus
- ritme
- schwierig
- moeilijk
- es macht mir Spaß
- ik vind het leuk
Uitgebreide uitleg
Rhythmus betekent hier «ritme». Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Rhythmus; het meervoud is die Rhythmen. In Der Rhythmus ist schwierig is Der Rhythmus het onderwerp: daarover wordt gezegd dat het moeilijk is. schwierig betekent hier «moeilijk». Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na ist predicatief wordt gebruikt: Der Rhythmus ist schwierig — «Het ritme is moeilijk». In deze positie krijgt schwierig geen uitgang. Voorbeeld: Die Aufgabe ist schwierig. — «De opdracht is moeilijk.» es macht mir Spaß is een herbruikbare constructie met de betekenis «ik vind het leuk» of «ik heb er plezier in». macht is de vorm van machen in de tegenwoordige tijd bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud. mir is de datiefvorm van ich en verwijst naar de persoon die het plezier ervaart. Het geheel wordt hier met «ik vind het leuk» vertaald; de precieze referent van es wordt in de vaste zin niet afzonderlijk benoemd. Voorbeeld: Das Spiel macht mir Spaß. — «Ik vind het spel leuk.» aber verbindt de twee delen met «maar». Der Rhythmus ist schwierig zegt dat het ritme moeilijk is; es macht mir Spaß voegt toe dat de spreker er plezier aan beleeft. Samen betekent de zin: «Het ritme is moeilijk, maar ik vind het leuk.»
Wie oft übst du?
Hoe vaak oefen je?
- Wie oft
- hoe vaak
- übst
- oefent
- du
- je
Uitgebreide uitleg
Wie oft vraagt naar de frequentie: “hoe vaak”. Wie betekent hier niet “wie” als persoon; samen met oft vormt het de vaste vraaguitdrukking wie oft. Voorbeelden: Wie oft liest du? = “Hoe vaak lees je?” en Wie oft trainierst du? = “Hoe vaak train je?” übst is de vorm van üben (“oefenen”) voor du in de tegenwoordige tijd. De stamklinker blijft hier ü: ich übe, du übst, er/sie/es übt. De uitgang -st markeert hier de tweede persoon enkelvoud; de vorm zelf bevat dus niet het Nederlandse voornaamwoord “je”. Voorbeeld: Du übst jeden Tag. = “Je oefent elke dag.” du is het informele persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon. Het staat in deze vraag na het werkwoord. In een gewone mededelende zin staat dezelfde combinatie als Du übst.; in de vraag komt het werkwoord vóór het onderwerp: Übst du? Bij een vraag met een vraaguitdrukking staat die vooraan: Wie oft übst du? Samen betekent Wie oft + übst + du: “Hoe vaak oefen je?” De vraag gaat dus over de frequentie van het oefenen, niet over wat er geoefend wordt.
Ich übe abends, wenn mein Zimmer ruhig ist.
Ik oefen 's avonds als mijn kamer stil is.
- Ich
- ik
- übe
- oefen
- abends
- 's avonds
- wenn
- als
- mein
- mijn
- Zimmer
- kamer
- ruhig
- stil; rustig
- ist
- is
- wenn … ist
- als ... is
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik”: het is de eerste persoon enkelvoud. De vorm verandert volgens de grammaticale rol; vergelijk als onderwerp bijvoorbeeld ich met het meervoud wir (“wij”). übe komt van üben (“oefenen”). Dit is de tegenwoordige tijd bij ich: ich übe. Het onderwerp bepaalt de persoonsvorm: du übst betekent “jij oefent” en sie übt betekent “zij oefent”. abends geeft het tijdstip aan: “'s avonds”. Het is een tijdsbepaling en staat hier vóór de bijzin. Vergelijk morgens (“'s ochtends”) en nachts (“'s nachts”); deze vormen verwijzen eveneens naar een terugkerend deel van de dag. wenn leidt hier een voorwaardelijke of tijdsbepalende bijzin in. In deze zin past de betekenis “als/wanneer”: de hoofdhandeling geldt op de avonden waarop de genoemde toestand geldt. Een bijzin met wenn kan bijvoorbeeld zijn: Wenn ich Zeit habe, übe ich. — “Als ik tijd heb, oefen ik.” mein betekent hier “mijn” en hoort bij Zimmer. De vorm is hier passend omdat Zimmer onzijdig en enkelvoud is en in deze bijzin de nominatieve onderwerpvorm heeft: mein Zimmer. De vorm verandert in andere combinaties, bijvoorbeeld meine Zeit (“mijn tijd”). Zimmer betekent “kamer”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Zimmer. Het meervoud is die Zimmer; de vorm van het woord zelf blijft daar gelijk. ruhig betekent hier “stil” of “rustig” en beschrijft de toestand van de kamer. Na een vorm van sein staat dit bijvoeglijk naamwoord predicatief en krijgt het hier geen uitgang: Das Zimmer ist ruhig — “De kamer is stil.” Dat verschilt van een bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord, zoals ein ruhiges Zimmer — “een stille kamer”. ist komt van sein (“zijn”) en is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: das Zimmer ist. In de wenn-bijzin staat deze persoonsvorm aan het einde. De relevante structuur is dus wenn + onderwerp + beschrijving + persoonsvorm. De twee delen vormen samen wenn mein Zimmer ruhig ist: “als mijn kamer stil is”. De hoofdzin Ich übe abends staat in de brontekst vóór deze bijzin: “Ik oefen 's avonds”. Het geheel betekent: “Ik oefen 's avonds als mijn kamer stil is.”
Eine feste Zeit sollte dir helfen, besser zu werden.
Een vast tijdstip zou je moeten helpen om beter te worden.
- feste
- vaste
- Zeit
- tijdstip
- sollte
- zou moeten
- dir
- je, jou
- helfen
- helpen
- besser
- beter
- zu werden
- te worden
Uitgebreide uitleg
feste betekent hier “vast” en hoort bij Zeit. Het is de verbogen vorm van fest bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord in de nominatief: eine feste Zeit. De uitgang -e verschijnt hier na eine; vergelijk als voorbeeld ein fester Termin (“een vaste afspraak”), waar het bijvoeglijk naamwoord een andere uitgang heeft. Zeit betekent hier “tijdstip”: een vooraf bepaald moment of tijdsblok. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Zeit, met in deze zin de vorm Zeit na eine. In andere contexten kan Zeit ook algemene tijd of tijdsduur betekenen; de vaste vertaling kiest hier voor “tijdstip”. sollte is hier de derde persoon enkelvoud van sollen in de Konjunktiv II en betekent in combinatie met de vertaling “zou moeten”. Het drukt hier een verwachte of voorgestelde werking uit, niet een vaststaand resultaat. De vorm sollte kan er ook uitzien als de verleden tijd van sollen; de context en de betekenis “zou moeten” bepalen hier de bedoelde functie. Voorbeeld: Das sollte helfen. — “Dat zou moeten helpen.” dir is de datiefvorm van het informele persoonlijke voornaamwoord du (“jij”). Bij helfen staat de persoon die hulp ontvangt in de datief: Ich helfe dir. — “Ik help je.” De vorm dir verandert niet omdat de ontvanger mannelijk of vrouwelijk is; hij markeert hier vooral de persoon en de datieffunctie. helfen is de infinitief van het werkwoord helfen (“helpen”). Dit werkwoord gebruikt voor de geholpen persoon de datief, zoals in Sie hilft ihm. — “Zij helpt hem.” In de zin staat helfen na het modale werkwoord sollte; daarom blijft het als infinitief aan het einde van dit werkwoordelijke deel staan. besser is de vergrotende trap van gut: gut — besser — am besten (“goed” — “beter” — “het best”). Hier betekent besser werden “beter worden” of “vooruitgaan”. Het gaat dus om een verbetering ten opzichte van een eerdere toestand; besser beschrijft niet het tijdstip. zu werden bestaat uit zu plus de infinitief werden, “worden”. Na helfen kan een zu-infinitief volgen om aan te geven waarbij de hulp helpt: Das hilft mir, ruhiger zu werden. — “Dat helpt me om rustiger te worden.” In deze zin vormt besser zu werden samen het doel of resultaat van de hulp. Samen vormt Eine feste Zeit sollte dir helfen, besser zu werden de structuur “Een vast tijdstip zou je moeten helpen om beter te worden”. Eine feste Zeit is het onderwerp, sollte geeft de verwachte werking aan, dir helfen betekent “je helpen”, en besser zu werden benoemt de verbetering die die hulp zou moeten ondersteunen. De eerdere context over oefenen in de avond sluit aan bij het idee van een vast oefenmoment, zonder dat deze zin zelf een specifiek tijdstip noemt.
Grammatica
anfangen, ... zu + Infinitiv
Ich habe vor Kurzem angefangen, Gitarre zu lernen.
iesj haa-buh fohr koerts-em an-guh-fang-en, gie-ta-ruh tsoe ler-nen.Ik ben onlangs begonnen met gitaar leren.
Na angefangen staat zu + infinitief. Het werkwoord lernen krijgt het voorvoegsel zu.
Duits woordenschat
Ich habe vor Kurzem angefangen, Gitarre zu lernen.
Ist es für Anfänger schwierig?
Ich nehme nach der Arbeit Online-Unterricht.
Ich habe vor Kurzem angefangen, Gitarre zu lernen.
Ich habe vor Kurzem angefangen, Gitarre zu lernen.
Nimmst du Unterricht?
Ich nehme nach der Arbeit Online-Unterricht.
Der Rhythmus ist schwierig.
Ist es für Anfänger schwierig?
Es macht mir Spaß.
Nimmst du Unterricht?
Ich habe vor Kurzem angefangen, Gitarre zu lernen.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Volg je lessen?
Antwoord tonen
Nimmst du Unterricht?Ik volg online lessen na mijn werk.
Antwoord tonen
Ich nehme nach der Arbeit Online-Unterricht.Is het moeilijk voor een beginner?
Antwoord tonen
Ist es für Anfänger schwierig?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
gitaar
Antwoord tonen
Gitarrewerk
Antwoord tonen
Arbeitnemen
Antwoord tonen
Nimmstles