Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Samen een kookles bespreken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Im Gemeindezentrum gibt es einen Kochkurs.
im gemáindetsentróem gipt es áinen kóchkoers. Er is een kookles in het buurthuis.Welche Gerichte lernst du dort zu kochen?
velche geríchtə lèrnst doe dort tsoe kóchən? Welke gerechten leer je daar maken?Einfache Pastagerichte und einfache Soßen.
áinfache pastageríchtə oent áinfache zóózən. Eenvoudige pastagerechten en eenvoudige sauzen.Ist der Kochkurs für Anfänger geeignet?
ist dea kóchkoers fuur ánfengər ge-áigənət? Is de kookles geschikt voor beginners?Der Kochkurs beginnt mit einfachen Schritten.
dea kóchkoers begínt mit áinfachən sjrítən. De kookles begint met eenvoudige stappen.Du solltest dich anmelden.
doe zóltest dich ánmeldən. Je zou je moeten inschrijven.Ich möchte ein praktisches Rezept lernen.
ich meuchtə áin práktisjes reçépt lèrnən. Ik wil één praktisch recept leren.Danach kannst du es für uns kochen.
darnáách kanst doe es fuur oens kóchən. Daarna kun je het voor ons koken.Uitleg van de zinnen
Im Gemeindezentrum gibt es einen Kochkurs.
Er is een kookles in het buurthuis.
- Im
- in het
- Gemeindezentrum
- buurthuis
- gibt es
- er is
- Kochkurs
- kookcursus
Uitgebreide uitleg
Im betekent hier “in het”. Het is de samengevoegde vorm van in dem. Bij een plaats waar iets zich bevindt staat in hier met de datief; dem hoort bij het onzijdige das Gemeindezentrum. De vorm im komt dus voort uit in dem, niet uit een aparte plaatsvorm. Gemeindezentrum betekent hier “buurthuis” of “gemeenschapscentrum”. Het is een samenstelling van Gemeinde en Zentrum. Het hoofdwoord is Zentrum; daarom is het zelfstandig naamwoord onzijdig: das Gemeindezentrum. gibt es is de Duitse constructie om het bestaan of de aanwezigheid van iets uit te drukken: “er is” of “er zijn”. Het werkwoord is geben; in deze constructie staat het als gibt, de derde persoon enkelvoud. Es gibt ... is een direct bruikbaar patroon. Als een andere zinsdeel vooraan staat, zoals Im Gemeindezentrum, blijft het werkwoord in een mededelende hoofdzin op de tweede zinsplaats: Im Gemeindezentrum gibt es .... Kochkurs betekent “kookcursus” en kan hier als “kookles” worden vertaald. Het is een samenstelling van Koch en Kurs, met de betekenis van een cursus waarin men kookt. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Kochkurs. Na gibt es staat het in de accusatief: einen Kochkurs. Einen is hier de accusatiefvorm van het onbepaalde lidwoord bij een mannelijk zelfstandig naamwoord; op zichzelf beweert het niet noodzakelijk dat er precies één cursus is. Samen betekent Im Gemeindezentrum gibt es einen Kochkurs.: “Er is een kookles in het buurthuis.” Eerst wordt de plaats genoemd, daarna volgt de aanwezigheidsconstructie gibt es, en einen Kochkurs benoemt wat daar aanwezig of georganiseerd is.
Welche Gerichte lernst du dort zu kochen?
Welke gerechten leer je daar maken?
- Welche
- welke
- Gerichte
- gerechten
- lernst
- leert
- du
- jij
- dort
- daar
- zu kochen
- te koken
Uitgebreide uitleg
Welche betekent hier “welke” en staat bij Gerichte. In het meervoud heeft deze vorm in het Duits dezelfde vorm voor onder andere nominatief en accusatief: Welche Gerichte ...? vraagt dus naar de gerechten die het voorwerp van de handeling zijn. Vergelijk als bruikbaar patroon: Welche Bücher liest du? — “Welke boeken lees je?” Gerichte is het meervoud van Gericht. In deze zin betekent het “gerechten” in de zin van bereide maaltijden; in andere contexten kan Gericht ook “rechtbank” betekenen. Het meervoud herken je hier aan -e: das Gericht → die Gerichte. lernst is de tweede persoon enkelvoud van lernen in de tegenwoordige tijd: du lernst. De constructie lernen, etwas zu tun betekent “leren om iets te doen” of natuurlijker “leren iets te doen”. Voorbeelden: Ich lerne Deutsch zu lesen. — “Ik leer Duits lezen.” Sie lernt, Brot zu backen. — “Zij leert brood bakken.” du is het informele persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon en is hier het onderwerp van lernst. De vorm van het werkwoord past daarbij: du lernst; bij ich zou het ich lerne zijn. dort is een plaatsbijwoord met de betekenis “daar”, voor een plaats die als niet-hier wordt aangewezen. Het zegt alleen waar de handeling plaatsvindt; het noemt die plaats zelf niet. zu kochen bestaat uit het infinitief kochen (“koken”) met zu, de markering die hier bij een infinitiefconstructie hoort. kochen blijft als infinitief onveranderd. Het patroon Du lernst, X zu kochen betekent “Je leert X te koken”; bij een zelfstandig naamwoord als Gerichte wordt dat Du lernst, Gerichte zu kochen. Samen vormen de delen de vraag Welche Gerichte lernst du dort zu kochen?: “Welke gerechten leer je daar te maken?” Welche Gerichte is wat er gekookt wordt, lernst du vraagt wat de aangesprokene leert, dort geeft de plaats aan en zu kochen benoemt de aangeleerde handeling.
Einfache Pastagerichte und einfache Soßen.
Eenvoudige pastagerechten en eenvoudige sauzen.
- Einfache
- eenvoudig
- Pastagerichte
- pastagerechten
- Soßen
- sauzen
Uitgebreide uitleg
De eerste Einfache beschrijft Pastagerichte; de tweede, zichtbare vorm einfache beschrijft Soßen. Beide betekenen hier “eenvoudige”. Het bijvoeglijk naamwoord einfach krijgt hier de uitgang -e. In deze woordgroepen staat het vóór meervoudige zelfstandige naamwoorden zonder lidwoord: einfache Gerichte = “eenvoudige gerechten”. In het enkelvoud kan de vorm anders zijn, bijvoorbeeld ein einfaches Gericht = “een eenvoudig gerecht”. Pastagerichte is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Pasta + Gerichte, dus “pastagerechten”. Het kernwoord Gerichte is het meervoud van Gericht (“gerecht”); Pasta specificeert welk soort gerechten bedoeld zijn. Een vergelijkbaar voorbeeld is Fischgerichte = “visgerechten”. Soßen betekent “sauzen”. De vorm is het meervoud van Soße (“saus”); de spelling met ß hoort bij dit Duitse woord. Bijvoorbeeld: zwei Soßen = “twee sauzen”. Samen vormen de twee naamwoordgroepen Einfache Pastagerichte en einfache Soßen, verbonden door und (“en”). De volledige uiting betekent daarom: “Eenvoudige pastagerechten en eenvoudige sauzen.” Het is een opsomming zonder expliciet werkwoord; in de gegeven context kan deze opsomming aangeven welke gerechten iemand leert koken.
Ist der Kochkurs für Anfänger geeignet?
Is de kookles geschikt voor beginners?
- Ist
- is
- Kochkurs
- kookcursus
- Anfänger
- beginners
- geeignet
- geschikt
Uitgebreide uitleg
Ist is de tegenwoordige tijd van sein (zijn), in de derde persoon enkelvoud: er/sie/es ist. In een ja-neevraag staat de vervoegde werkwoordsvorm vooraan: Ist der Kurs geeignet? — “Is de cursus geschikt?” Kochkurs betekent hier “kookcursus”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord met Koch- als eerste deel en Kurs als tweede deel; het geheel is mannelijk: der Kochkurs. Voorbeeld: Der Kochkurs beginnt um sechs. — “De kookcursus begint om zes uur.” Anfänger betekent hier “beginners”. Het enkelvoud en meervoud hebben in deze vorm dezelfde spelling: der Anfänger — “de beginner”, die Anfänger — “de beginners”. Na für staat het lijdend voorwerp in de accusatief; in het meervoud blijft de vorm hier Anfänger: für Anfänger — “voor beginners”. Voorbeeld: Der Kurs ist für Anfänger. — “De cursus is voor beginners.” geeignet betekent “geschikt”. Het is het voltooid deelwoord van eignen, maar in deze zin wordt het als predicatief bijvoeglijk naamwoord gebruikt met sein: ist geeignet. In die positie krijgt het geen uitgang. Een veelgebruikte combinatie is für etwas geeignet sein: geschikt zijn voor iets. Voorbeeld: Die Übung ist für Anfänger geeignet. — “De oefening is geschikt voor beginners.” De vaste woordgroep für Anfänger geeft aan voor welke doelgroep iets geschikt is. für betekent hier “voor” en regeert de accusatief. De structuur is dus Ist + der Kochkurs + für Anfänger + geeignet: eerst staat de vervoegde werkwoordsvorm omdat het een ja-neevraag is, daarna het onderwerp, vervolgens de doelgroep en ten slotte het predicatieve bijvoeglijk naamwoord. Samen betekent Ist der Kochkurs für Anfänger geeignet?: “Is de kookcursus geschikt voor beginners?”
Der Kochkurs beginnt mit einfachen Schritten.
De kookles begint met eenvoudige stappen.
- Der Kochkurs
- de kookles
- beginnt
- begint
- einfachen
- eenvoudige
- Schritten
- stappen
Uitgebreide uitleg
Der Kochkurs betekent hier “de kookles”. Kochkurs is een mannelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: Koch + Kurs. In deze zin staat het met der omdat het de handelende positie van het onderwerp inneemt: Der Kochkurs beginnt = “De kookles begint”. beginnt komt van beginnen en is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: er/sie/es beginnt. Het onderwerp is hier der Kochkurs, dus de vorm is enkelvoud. Voorbeeld: Der Film beginnt um acht. — “De film begint om acht uur.” einfachen komt van het bijvoeglijk naamwoord einfach (“eenvoudig”). Hier beschrijft het Schritten en staat het in het meervoud na mit. Het voorzetsel mit vraagt in het Duits de datief; bij een meervoudig zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord in deze combinatie de uitgang -en: mit einfachen .... De vorm einfachen betekent hier dus “eenvoudige”, niet “gemakkelijker”. De vergrotende trap is einfacher — “eenvoudiger”. Voorbeeld: Wir beginnen mit einer einfachen Übung. — “We beginnen met een eenvoudige oefening.” Schritten is de datief-meervoudsvorm van Schritt (“stap”). Het meervoud is Schritte, maar na mit wordt dat mit Schritten; in de datief krijgt het meervoud hier bovendien de uitgang -n. Voorbeeld: Sie erklärt es mit wenigen Schritten. — “Zij legt het met weinig stappen uit.” Samen vormt mit einfachen Schritten de voorzetselgroep “met eenvoudige stappen”. De volledige zin Der Kochkurs beginnt mit einfachen Schritten. betekent daarom: “De kookles begint met eenvoudige stappen.”
Du solltest dich anmelden.
Je zou je moeten inschrijven.
- Du solltest
- je zou moeten
- dich anmelden
- je inschrijven
Uitgebreide uitleg
Du solltest betekent hier een advies aan één aangesproken persoon: “je zou moeten”. Du is de onderwerpsvorm voor “jij/je”. solltest is de vorm voor de tweede persoon enkelvoud van sollen in de Konjunktiv II; in deze zin drukt die vorm een aanbeveling uit, niet een harde verplichting. Vergelijk Du sollst dich anmelden (“je moet je inschrijven”), dat directiever klinkt. Voorbeeld: Du solltest mehr üben. — “Je zou meer moeten oefenen.” dich anmelden betekent hier “je inschrijven”. anmelden is een scheidbaar werkwoord; de basisvorm met het wederkerende voornaamwoord is sich anmelden. Bij du wordt sich dich, de wederkerende accusatiefvorm voor de tweede persoon enkelvoud. In een gewone tegenwoordige-hoofdzin splitst het werkwoord: Du meldest dich an. — “Je schrijft je in.” Na een modaal werkwoord zoals solltest blijft anmelden als infinitief aan het einde staan, terwijl dich ervoor staat. Samen vormen de delen: Du solltest + dich anmelden → “Je zou je moeten inschrijven.” De aangesprokene is zowel degene die het advies krijgt als degene die zich inschrijft. Het patroon is herbruikbaar: Du solltest + [wederkerend werkwoord in de infinitief], bijvoorbeeld Du solltest dich ausruhen. — “Je zou moeten uitrusten.”
Ich möchte ein praktisches Rezept lernen.
Ik wil één praktisch recept leren.
- Ich möchte
- ik wil
- praktisches
- praktisch
- Rezept
- recept
- lernen
- leren
Uitgebreide uitleg
Ich möchte bevat möchte, de vorm die hier door Ich als eerste persoon enkelvoud wordt gebruikt. De betekenis is “ik wil” of iets zachter “ik zou graag willen”. Möchte staat bij een ander onderwerp ook bij de derde persoon enkelvoud: Er möchte helfen betekent “Hij wil helpen”. Het is de beleefde/wenselijke vorm van mögen; in deze zin drukt het een wens uit, niet graag-zijn bij een activiteit. praktisches betekent hier “praktisch”. De uitgang -es hoort bij het bijvoeglijk naamwoord praktisch, niet bij Rezept. Die vorm past bij het onzijdige enkelvoudige zelfstandig naamwoord Rezept in deze naamwoordgroep, na het onbepaalde lidwoord ein. Een bruikbaar contrast is ein praktisches Rezept tegenover eine praktische Idee: het bijvoeglijk naamwoord krijgt een andere uitgang omdat het zelfstandig naamwoord en de naamwoordgroep andere grammaticale eigenschappen hebben. Rezept is het zelfstandig naamwoord voor “recept”. Het is onzijdig: das Rezept; het meervoud is die Rezepte. In ein praktisches Rezept gaat het om een niet nader gespecificeerd recept in het enkelvoud. Het Duitse ein is hier een onbepaald lidwoord; de zin legt dus niet noodzakelijk nadruk op het telwoord “één”, ook al gebruikt de vaste Nederlandse vertaling dat woord. lernen betekent “leren”. Dit is de infinitief, de basisvorm van het werkwoord. Na möchte blijft lernen in de infinitief en staat het in deze hoofdzin achteraan: Ich möchte Deutsch lernen betekent “Ik wil Duits leren”. De vorm lerne zou bijvoorbeeld bij ich zonder möchte staan: Ich lerne betekent “Ik leer”. Samen vormen de delen Ich möchte + ein praktisches Rezept + lernen de betekenis: “Ik wil een praktisch recept leren.” Möchte geeft de wens aan, ein praktisches Rezept is wat de spreker wil leren, en lernen benoemt de handeling. De woordvolgorde met de infinitief aan het einde is een belangrijk patroon bij möchte: Ich möchte [iets] [werkwoord in de infinitief].
Danach kannst du es für uns kochen.
Daarna kun je het voor ons koken.
- Danach
- daarna
- kannst du
- kun je
- es
- het
- für uns
- voor ons
- kochen
- koken
Uitgebreide uitleg
Danach betekent hier “daarna” en verwijst naar een moment of handeling die al in de context staat. Het is een bijwoord en verandert niet naar persoon of aantal. kannst du bestaat uit de vorm kannst van können en het persoonlijk voornaamwoord du. können drukt hier mogelijkheid of bekwaamheid uit: “kunnen”. Bij du krijgt het werkwoord de vorm kannst; vergelijk: ich kann, du kannst, wir können. De vorm kannst is dus van können, niet van het volgende werkwoord. Voorbeeld: Du kannst das lesen. — “Je kunt dat lezen.” es is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief), met de betekenis “het”. In deze zin verwijst het volgens de vaste vertaling naar wat gekookt wordt. De vorm es markeert hier niet wie kookt, maar wat wordt gekookt. für uns betekent “voor ons”. für wordt gebruikt voor de persoon of groep voor wie iets bestemd is; na für staat in het Duits de accusatief. uns is de accusatiefvorm van wir (“wij/ons”). Voorbeeld: Sie kocht für uns. — “Zij kookt voor ons.” kochen is de infinitief “koken”. Na een modaal werkwoord zoals können staat het andere werkwoord in het Duits doorgaans als infinitief aan het einde: Du kannst kochen. — “Je kunt koken.” De infinitief is hier kochen; de persoonsvorm kannst draagt de vervoeging. Samen vormen de delen: Danach + kannst du + es + für uns + kochen: “Daarna kun je het voor ons koken.” De zin zegt dus dat jij op een later moment de mogelijkheid hebt om iets voor ons te koken.
Grammatica
Modalverb + Infinitiv am Satzende
Du kannst dich anmelden.
doe kanst dich ánmeldən.Je kunt je aanmelden.
Na können staat het hoofdwerkwoord als infinitief aan het einde van de zin: anmelden.
Adjektivendung nach ein
Ein praktisches Rezept.
ajn práktisjes reçépt.Een praktisch recept.
Na ein krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -es: praktisches.
Duits woordenschat
für Anfänger
Der Kochkurs beginnt
dort zu kochen
Einfache Pastagerichte
für Anfänger geeignet
Im Gemeindezentrum
Welche Gerichte
zu kochen
einen Kochkurs
lernst du dort zu kochen
Einfache Pastagerichte
einfache Soßen
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Er is een kookles in het buurthuis.
Antwoord tonen
Im Gemeindezentrum gibt es einen Kochkurs.Eenvoudige pastagerechten en eenvoudige sauzen.
Antwoord tonen
Einfache Pastagerichte und einfache Soßen.Is de kookles geschikt voor beginners?
Antwoord tonen
Ist der Kochkurs für Anfänger geeignet?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
saus
Antwoord tonen
Soßenkookcursus
Antwoord tonen
Kochkursleren
Antwoord tonen
lernsteenvoudig