Joggen als hobby | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: During a personal conversation, one adult describes a new jogging routine around the park and a goal to keep running..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Joggen als hobby oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich habe nach der Arbeit mit dem Joggen angefangen.

isj haa-buh naach dee-uh ar-bait mit deem djogun an-guh-fang-un. Ik ben na mijn werk begonnen met joggen.
B

Wie läuft es bisher?

wie loift es bis-hee-uh? Hoe gaat het tot nu toe?
A

Mein Tempo ist langsam, aber ich werde besser.

main tem-po ist lang-zaam, aa-buh isj vee-uh-duh bes-uh. Mijn tempo is laag, maar ik word beter.
B

Hast du eine feste Strecke?

hast doe ai-nuh fess-tuh sjtrek-kuh? Heb je een vaste route?
A

Ich laufe meistens um den Park herum.

isj lao-fuh main-stuns oem deen park huh-roem. Ik loop meestal rond het park.
B

Welches Ziel möchtest du erreichen?

vel-sjus tsiel meutsj-tus doe uh-rai-sjun? Welk doel wil je bereiken?
A

Ich möchte joggen, ohne anzuhalten.

isj meutsjuh djogun, oo-nuh an-hal-tun. Ik wil joggen zonder te stoppen.
B

Das ist realistisch, wenn du dich langsam steigerst.

das ist ree-a-lis-tiesj, ven doe disj lang-zaam sjtai-gust. Dat is haalbaar als je het langzaam opbouwt.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich habe nach der Arbeit mit dem Joggen angefangen.

    Ik ben na mijn werk begonnen met joggen.

    Ich habe
    ik heb
    Arbeit
    werk
    Joggen
    joggen
    angefangen
    begonnen
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe vormt samen met angefangen het Duitse Perfekt, de voltooide verleden tijd. Ich is de eerste persoon enkelvoud en habe is de bijbehorende vorm van haben. In een hoofdzin staat de persoonsvorm op de tweede plaats; het voltooid deelwoord staat achteraan. Voorbeeld: Ich habe gelernt. = “Ik heb geleerd.” Arbeit betekent hier “werk”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt daarom met een hoofdletter geschreven. In nach der Arbeit vereist nach hier de datief. Omdat Arbeit vrouwelijk is, wordt die in deze datiefconstructie der. De vaste vertaling maakt duidelijk dat het hier om “mijn werk” gaat; het Duits drukt dat bezit in deze zin niet met een apart bezittelijk woord uit. nach der Arbeit betekent dus hier “na mijn werk”. Joggen is een gesubstantiveerd (zelfstandig gebruikt) werkwoord: de infinitief wordt als naam voor een activiteit gebruikt en krijgt daarom een hoofdletter. Na mit staat de datief: dem is hier de datiefvorm van het onzijdige lidwoord das. mit dem Joggen betekent “met joggen” en vormt samen met anfangen het patroon “beginnen met joggen”. Hetzelfde patroon zie je bijvoorbeeld in mit dem Lesen anfangen = “met lezen beginnen”. angefangen betekent hier “begonnen”. Het is het voltooid deelwoord van anfangen (“beginnen”), een scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin kan dat werkwoord verschijnen als Ich fange an; in het Perfekt staat het als één deelwoord achteraan: Ich habe angefangen. Het is dus geen zelfstandig naamwoord, maar de deelwoordvorm van anfangen. Samen geeft Ich habe ... angefangen de betekenis “ik ben ... begonnen”. nach der Arbeit geeft “na mijn werk” en mit dem Joggen geeft “met joggen”. De volledige zin betekent daarom: “Ik ben na mijn werk begonnen met joggen.”

  2. Wie läuft es bisher?

    Hoe gaat het tot nu toe?

    Wie läuft es
    Hoe gaat het?
    bisher
    tot nu toe
    Uitgebreide uitleg

    Wie läuft es is hier een vaste, herbruikbare manier om te vragen hoe een situatie verloopt: “Hoe gaat het?” Het vraagwoord wie betekent hier “hoe” en vraagt naar de manier of het verloop, niet naar een persoon. läuft is de vorm van laufen in de tegenwoordige tijd voor er/sie/es; in deze uitdrukking betekent laufen niet letterlijk “lopen”, maar “verlopen” of “gaan”. Het onpersoonlijke es is het grammaticale onderwerp van de uitdrukking. De zin specificeert niet zelfstandig waarnaar es precies verwijst; de context maakt wel duidelijk dat het om de voortgang van de besproken activiteit gaat. bisher betekent “tot nu toe” of “vooralsnog”. Het kijkt vanaf een eerder moment tot het huidige moment en past daarom goed bij een vraag naar de huidige voortgang. Een bruikbaar contrast is bisher (“tot nu toe”) tegenover ab jetzt (“vanaf nu”): Bisher läuft es gut. — “Tot nu toe gaat het goed.” Samen vormt Wie läuft es bisher? de vraag “Hoe gaat het tot nu toe?” De constructie vraagt naar het verloop tot het huidige moment, zonder zelf te zeggen of dat verloop goed of slecht is. De formulering is alledaags en kan voor allerlei situaties worden gebruikt.

  3. Mein Tempo ist langsam, aber ich werde besser.

    Mijn tempo is laag, maar ik word beter.

    Tempo
    tempo
    langsam
    laag / langzaam
    ich werde
    ik word
    besser
    beter
    Uitgebreide uitleg

    Tempo betekent hier het tempo of de snelheid van de spreker. Het is een zelfstandig naamwoord; in het Duits is das Tempo onzijdig. Voorbeelden: ein hohes Tempo = een hoog tempo en ein langsames Tempo = een langzaam tempo. langsam beschrijft hier het tempo en betekent daarom “laag” of “langzaam”. Het is een bijvoeglijk naamwoord. De gewone vergrotende trap is langsamer = langzamer; am langsamsten = het langzaamst. In deze zin staat langsam na ist, dus als naamwoordelijk deel zonder uitgang. ich werde bestaat uit het onderwerp ich = ik en de tegenwoordige vorm werde van werden = worden. Bij ich krijgt werden de vorm werde; bijvoorbeeld Ich werde müde. = Ik word moe. In deze zin drukt werde samen met besser een verandering uit: de spreker wordt beter. besser is de vergrotende trap van gut = goed: gut → besser → am besten (goed → beter → het best). Hier betekent het “beter”, zonder dat expliciet wordt gezegd waarmee de spreker wordt vergeleken. De eerste hoofdzin Mein Tempo ist langsam betekent letterlijk dat het tempo van de spreker langzaam of laag is. Mein betekent “mijn” en hoort bij Tempo. aber = maar verbindt deze hoofdzin met een tegenstelling. In ich werde besser is ich het onderwerp en geeft werde ... besser de ontwikkeling naar een betere toestand weer. Samen betekent de hele uiting: “Mijn tempo is laag, maar ik word beter.”

  4. Hast du eine feste Strecke?

    Heb je een vaste route?

    Hast du
    heb je
    feste
    vaste
    Strecke
    route
    Uitgebreide uitleg

    Hast du betekent hier “heb je” en vormt een ja/nee-vraag. hast is de vorm van haben voor du in de tegenwoordige tijd: ich habe, du hast, er/sie/es hat. In een Duitse ja/nee-vraag staat de persoonsvorm vaak vooraan: Hast du Zeit? — “Heb je tijd?” De betekenis van “een vaste route hebben” ontstaat samen met de rest van de zin; Hast du betekent op zichzelf alleen “heb je”. feste beschrijft Strecke als een vaste of vooraf bepaalde route. De vorm is hier feste omdat het bijvoeglijk naamwoord vóór het vrouwelijk zelfstandig naamwoord Strecke staat, in de accusatief enkelvoud na het onbepaalde lidwoord eine: eine feste Strecke. De basisvorm is fest; andere vormen zijn bijvoorbeeld ein fester Plan en ein festes Ziel. Voorbeeld: Wir laufen eine feste Strecke. — “Wij lopen een vaste route.” Strecke betekent hier “route” of “traject”: een afgebakende weg die je aflegt. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Strecke, met meervoud die Strecken. Afhankelijk van de context kan het ook een afstand of traject aanduiden, maar in deze zin past “route” bij de vaste vertaling. Voorbeeld: Die Strecke ist lang. — “De route is lang.” Samen vormen Hast du en eine feste Strecke de vraag Hast du eine feste Strecke? De woordvolgorde is letterlijk “Heb je een vaste route?”, met hast vooraan omdat het een ja/nee-vraag is. De zin vraagt of de aangesprokene een vaste route heeft.

  5. Ich laufe meistens um den Park herum.

    Ik loop meestal rond het park.

    Ich
    ik
    laufe
    loop
    meistens
    meestal
    um … herum
    rond ... heen
    Park
    park
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”: het is de eerste persoon enkelvoud. De vorm blijft gelijk als onderwerp; bijvoorbeeld Ich lerne. = “Ik leer.” laufe is hier de vorm van laufen in de tegenwoordige tijd bij ich: ich laufe. Afhankelijk van de context kan laufen “lopen” of “rennen” betekenen; de vaste vertaling maakt hier “lopen” de bedoelde betekenis. Voorbeeld: Ich laufe jeden Morgen. = “Ik loop elke ochtend.” meistens betekent “meestal” en geeft aan dat iets in het merendeel van de gevallen gebeurt, maar niet noodzakelijk altijd. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een persoon of zelfstandig naamwoord. um ... herum is een constructie met de betekenis “rond ... heen” of eenvoudig “rondom”. Het zelfstandig naamwoord staat tussen de twee delen: um den Park herum. De combinatie drukt hier een beweging langs de buitenkant van iets uit. Voorbeeld: Wir gehen um den See herum. = “We lopen rond het meer heen.” Park is het zelfstandig naamwoord voor “park”. In den Park staat het na um in de vierde naamval (accusatief): de woordenboekvorm is der Park, maar het mannelijke lidwoord wordt hier den. Park is dus het zelfstandig naamwoord; den markeert hier de naamval en drukt geen aantal uit. Samen betekent Ich laufe meistens um den Park herum.: “Ik loop meestal rond het park.” Ich is degene die de handeling uitvoert, laufe geeft de beweging in de tegenwoordige tijd aan, meistens beperkt de frequentie tot meestal, en um den Park herum geeft de route rond het park aan. De zin is een neutrale, alledaagse formulering.

  6. Welches Ziel möchtest du erreichen?

    Welk doel wil je bereiken?

    Welches
    welk(e)
    Ziel
    doel
    möchtest du
    wil je
    erreichen
    bereiken
    Uitgebreide uitleg

    Welches betekent hier “welk(e)” en hoort bij Ziel. De vorm welch- past zich aan de grammaticale kenmerken van het zelfstandig naamwoord aan: welcher bij een mannelijk woord, welche bij een vrouwelijk of meervoudig woord, en welches bij een onzijdig enkelvoudig woord zoals das Ziel. In deze vraag is Ziel het gevraagde doel van erreichen, dus het lijdend voorwerp. Voorbeeld: Welche Sprache lernst du? — “Welke taal leer je?” Ziel betekent hier “doel”: iets dat iemand wil bereiken. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Ziel; het meervoud is die Ziele. Voorbeeld: Mein Ziel ist klar. — “Mijn doel is duidelijk.” möchtest du combineert möchtest, de vorm voor du van möchten, met het onderwerp du. Möchten drukt hier een wens of voorkeur uit en is de gebruikelijke beleefde of zachte manier om “willen” uit te drukken. De vorm möchtest is specifiek de tweede persoon enkelvoud; bij ich staat möchte, bij er/sie/es ook möchte. Voorbeeld: Möchtest du mitkommen? — “Wil je meegaan?” erreichen betekent “bereiken” en staat in de infinitief. Na möchtest du staat het infinitief aan het einde van de zin: Du möchtest ein Ziel erreichen. — “Je wilt een doel bereiken.” Het werkwoord is niet-scheidbaar; belangrijke vormen zijn erreicht en hat erreicht. Samen vormt de zin Welches Ziel möchtest du erreichen? de vraag “Welk doel wil je bereiken?” Welches Ziel vraagt om het doel, möchtest du geeft aan dat de aangesprokene dat wil, en erreichen benoemt de handeling die met dat doel verbonden is.

  7. Ich möchte joggen, ohne anzuhalten.

    Ik wil joggen zonder te stoppen.

    Ich möchte
    ik wil graag
    joggen
    joggen
    ohne anzuhalten
    zonder te stoppen
    Uitgebreide uitleg

    Ich möchte drukt hier een wens of voornemen uit: “ik wil graag”. möchte is de eerste persoon enkelvoud van mögen in de Konjunktiv II; deze vorm wordt in het hedendaagse Duits vaak zelfstandig gebruikt om een wens beleefd uit te drukken. Na möchte staat het volgende werkwoord als infinitief: Ich möchte schlafen = “Ik wil graag slapen”. Dit drukt geen bevel uit. joggen is hier een werkwoord en betekent “joggen”. Na möchte staat het als infinitief, zonder extra uitgang. Voorbeeld: Ich möchte heute joggen. = “Ik wil vandaag joggen.” ohne anzuhalten betekent “zonder te stoppen”. ohne kan hier een zu-infinitiefconstructie inleiden. anhalten betekent “stoppen” en is een scheidbaar werkwoord: in anzuhalten staat zu tussen an- en halten. Voorbeeld: Sie läuft, ohne anzuhalten. = “Zij rent zonder te stoppen.” Samen betekent Ich möchte joggen, ohne anzuhalten.: “Ik wil joggen zonder te stoppen.” ohne anzuhalten voegt dus de beperking toe dat de spreker tijdens het joggen niet stopt.

  8. Das ist realistisch, wenn du dich langsam steigerst.

    Dat is haalbaar als je het langzaam opbouwt.

    Das ist
    dat is
    realistisch
    haalbaar
    wenn
    als
    du
    je
    dich … steigerst
    jezelf opbouwt
    langsam
    langzaam
    Uitgebreide uitleg

    Das ist is een vaste, herbruikbare combinatie voor “dat is”. Das is hier een aanwijzend voornaamwoord; de zin specificeert niet zelfstandig waarnaar het verwijst. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). realistisch betekent hier dat iets haalbaar of uitvoerbaar wordt geacht. Het is een bijvoeglijk naamwoord; het verandert in deze vorm niet omdat het na ist als naamwoordelijk deel van het gezegde staat. Voorbeeld: Der Plan ist realistisch. — “Het plan is haalbaar.” wenn leidt de voorwaardelijke bijzin in: “als” of “wanneer”. In een Duitse wenn-bijzin staat de persoonsvorm doorgaans achteraan. Het patroon is bijvoorbeeld: Wenn du übst, wirst du besser. — “Als je oefent, word je beter.” du is de informele tweede persoon enkelvoud: “je/jij”. Deze vorm is het onderwerp van de wenn-bijzin. Bij dit onderwerp hoort de werkwoordsvorm steigerst, niet een vorm voor een andere persoon of voor het meervoud. dich ... steigerst hoort bij het werkwoord sich steigern, hier met de betekenis “jezelf geleidelijk verbeteren of je inspanning opvoeren”. Het reflexieve voornaamwoord past bij du: du steigerst dich. In deze zin staat dich vóór het bijwoord langsam, terwijl de persoonsvorm steigerst aan het einde van de bijzin staat. De basisvorm is sich steigern; steigerst is de tegenwoordige tijd, tweede persoon enkelvoud. Voorbeeld: Du steigerst dich langsam. — “Je bouwt het langzaam op.” langsam betekent “langzaam” en beschrijft hier hoe de verbetering of opbouw gebeurt. Het is een bijwoord en blijft daarom in deze zin onveranderd. Het tegenovergestelde is schnell (“snel”). Samen betekent de hoofdzin Das ist realistisch “Dat is haalbaar”. De voorwaardelijke bijzin wenn du dich langsam steigerst zegt onder welke voorwaarde dat geldt: “als je het langzaam opbouwt”. De volledige betekenis is dus: “Dat is haalbaar als je het langzaam opbouwt.”

Grammatica

ohne + zu + Infinitiv

ohne anzuhalten

oo-nuh an-hal-tun

zonder te stoppen

Na „ohne” gebruik je „zu” met de infinitief. Bij scheidbare werkwoorden staat „zu” tussen de delen: an-zuhalten.

wenn + bijzin: werkwoord achteraan

wenn du dich steigerst

ven doe disj sjtai-gust

als je jezelf verbetert

In een bijzin met „wenn” staat het vervoegde werkwoord achteraan.

Duits woordenschat

anfangen werkwoord
an-fang-un beginnen angefangen

mit dem Joggen angefangen

Arbeit zelfstandig naamwoord
ar-bait werk

nach der Arbeit

besser bijvoeglijk naamwoord
bess-uh beter

ich werde besser

bisher bijwoord
bis-hee-uh tot nu toe

Wie läuft es bisher?

fest bijvoeglijk naamwoord
fest vast feste

eine feste Strecke

Joggen zelfstandig naamwoord
djogun joggen

mit dem Joggen

langsam bijvoeglijk naamwoord
lang-zaam langzaam

Mein Tempo ist langsam

laufen werkwoord
lao-fun lopen; gaan läuft / laufe

Wie läuft es bisher?

meistens bijwoord
main-stuns meestal

Ich laufe meistens

nach voorzetsel
naach na

nach der Arbeit

Strecke zelfstandig naamwoord
sjtrek-kuh route; traject

eine feste Strecke

Tempo zelfstandig naamwoord
tem-po tempo

Mein Tempo ist langsam

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Hoe gaat het tot nu toe?

Antwoord tonenWie läuft es bisher?

Heb je een vaste route?

Antwoord tonenHast du eine feste Strecke?

Welk doel wil je bereiken?

Antwoord tonenWelches Ziel möchtest du erreichen?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

tempo

Antwoord tonenTempo

werk

Antwoord tonenArbeit

joggen

Antwoord tonenJoggen

langzaam

Antwoord tonenlangsam