Ich
Ich betekent hier “ik” en verwijst naar de spreker die de plant heeft gekocht. Het staat als onderwerp aan het begin van de zin; een bruikbaar patroon is Ich + werkwoord om over jezelf te spreken.
habe
Habe betekent hier “heb” en helpt om de al afgeronde aankoop uit te drukken. De woordenboekvorm is haben; in deze zin staat de vorm habe bij Ich.
eine
Eine betekent hier “een” in de woordgroep “eine kleine Pflanze”. Het is het onbepaalde lidwoord bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Pflanze.
kleine
Kleine betekent hier “kleine” en beschrijft de plant in “kleine Pflanze”. De vorm kleine hoort bij deze woordgroep; een bruikbaar patroon is een bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord.
Pflanze
Pflanze betekent hier “plant”, meer bepaald de plant die de spreker voor de kamer heeft gekocht. Het woord kan als zelfstandig naamwoord in een woordgroep zoals “eine kleine Pflanze” worden gebruikt.
für
Für betekent hier “voor” en geeft aan waarvoor of voor welke plaats de plant bedoeld is in “für mein Zimmer”. Een bruikbaar patroon is für + persoon, plaats of doel.
mein
Mein betekent hier “mijn” en verwijst naar de kamer van de spreker in “mein Zimmer”. Het is een bezittelijk woord dat vóór het zelfstandig naamwoord staat.
Zimmer
Zimmer betekent hier “kamer”, de plaats waarvoor de plant is gekocht. De woordenboekvorm is al Zimmer; een bruikbaar patroon is mein Zimmer om naar je eigen kamer te verwijzen.
gekauft
Gekauft betekent hier “gekocht” en beschrijft de afgeronde aankoop van de plant. De woordenboekvorm is kaufen; gekocht staat hier als werkwoordsvorm samen met habe.
Braucht
Braucht betekent hier “heeft nodig” in de vraag over de hoeveelheid zonlicht. De woordenboekvorm is brauchen; Braucht staat aan het begin omdat het een vraag is.
sie
Sie betekent hier “ze” en verwijst naar de plant, omdat Pflanze in het Duits vrouwelijk is. In “Braucht sie viel Sonnenlicht?” is sie het onderwerp van de vraag.
viel
Viel betekent hier “veel” en geeft de hoeveelheid zonlicht aan in “viel Sonnenlicht”. Het wordt gebruikt vóór een niet-afzonderlijk getelde hoeveelheid; een bruikbaar patroon is viel + hoeveelheid of stof.
Sonnenlicht
Sonnenlicht betekent hier “zonlicht”, dus natuurlijk licht voor de plant. Het is het onderwerp waarnaar gevraagd wordt in “viel Sonnenlicht”.
Auf
Auf betekent hier “op” in “Auf dem Etikett steht” en geeft aan waar de informatie staat. Een bruikbaar patroon is auf + een oppervlak of plaats waar iets staat of geschreven is.
dem
Dem betekent hier “het” in “dem Etikett”. Het is de vorm van het bepaalde lidwoord die in deze woordgroep bij Etikett hoort.
Etikett
Etikett betekent hier “etiket”, het label met de verzorgingsinformatie van de plant. In “Auf dem Etikett steht” wordt het etiket genoemd als plaats waar informatie staat.
steht
Steht betekent hier “staat” in de betekenis dat informatie op een label geschreven staat. De woordenboekvorm is stehen; een bruikbaar patroon is “Auf dem Etikett steht” om informatie op een etiket aan te wijzen.
dass
Dass betekent hier “dat” en leidt de inhoud in van wat er op het etiket staat. Na dass volgt een bijzin; in “dass sie indirektes Licht mag” staat het werkwoord mag achteraan.
indirektes
Indirektes betekent hier “indirect” en beschrijft het soort licht dat de plant prettig vindt in “indirektes Licht”. De basisvorm is indirekt; hier staat de vorm indirektes vóór Licht.
Licht
Licht betekent hier “licht”, in het bijzonder het indirecte licht dat de plant nodig heeft of prettig vindt. Het staat in de woordgroep “indirektes Licht”.
mag
Mag betekent hier “houdt van” of “vindt prettig” in verband met de voorkeur van de plant voor indirect licht. De woordenboekvorm is mögen; in “dass sie indirektes Licht mag” beschrijft mag wat sie prettig vindt.
Dann
Dann betekent hier “dan” en verbindt de informatie over het indirecte licht met het daaropvolgende advies. Het wordt gebruikt om een gevolg of volgende stap in het gesprek aan te geven.
stell
Stell betekent hier “zet” als directe opdracht om de plant ergens neer te zetten. De woordenboekvorm is stellen; de vorm stell staat in het verzoek “stell sie in die Nähe des Fensters”.
in
In betekent hier “in” in “in die Nähe des Fensters” en geeft de bestemming van het neerzetten aan. Een bruikbaar patroon is in die Nähe + verwijzing naar iets in de buurt.
die
Die betekent hier “de” in de woordgroep “die Nähe”. Het hoort bij het zelfstandig naamwoord Nähe en vormt samen daarmee de bestemming van stell.
Nähe
Nähe betekent hier “nabijheid” of “buurt” in “in die Nähe des Fensters”. De uitdrukking geeft aan dat de plant niet buiten, maar dicht bij het raam moet staan.
des
Des betekent hier “van het” in “des Fensters” en maakt duidelijk waar de nabijheid betrekking op heeft. Het verbindt Nähe met het genoemde raam.
Fensters
Fensters betekent hier “raam” in “die Nähe des Fensters”. De basisvorm is Fenster; in deze woordgroep staat de vorm Fensters na de verwijzing naar de nabijheid van het raam.
nicht
Nicht betekent hier “niet” en ontkent de bestemming “nach draußen”. Het maakt duidelijk dat de plant niet naar buiten moet worden gezet.
nach
Nach betekent hier “naar” in de vaste richtingsuitdrukking “nach draußen”. Een bruikbaar patroon is nach + een richting of bestemming.
draußen
Draußen betekent hier “buiten” en verwijst naar de plaats buiten de kamer. Samen met “nach” vormt het de richtingsuitdrukking “nach draußen”.
Wie
Wie betekent hier “hoe” in de vraag “Wie oft”. Samen met oft vraagt het niet naar de manier, maar naar de frequentie van het water geven.
oft
Oft betekent hier “vaak” en gaat over de frequentie waarmee de aarde water krijgt. In “Wie oft” wordt gevraagd hoe vaak iets gebeurt.
soll
Soll betekent hier “moet” in de vraag om advies over het water geven. De woordenboekvorm is sollen; “soll ich ... gießen?” is een bruikbaar patroon om te vragen wat je hoort te doen.
Erde
Erde betekent hier “aarde” of “potgrond”, dus de grond waarin de plant groeit. In “die Erde gießen” is de aarde datgene waaraan water wordt gegeven.
gießen
Gießen betekent hier “water geven” en staat als werkwoord na soll. Een bruikbaar patroon is die Erde gießen voor het water geven van de potgrond.
Prüf
Prüf betekent hier “controleer” als directe opdracht om de aarde eerst te bekijken. De woordenboekvorm is prüfen; “Prüf die Erde” is een bruikbaar patroon voor een directe instructie.
pro
Pro betekent hier “per” in de tijdsaanduiding “zweimal pro Woche”. Het geeft aan hoe vaak iets binnen een bepaalde periode gebeurt.
Woche
Woche betekent hier “week” in “zweimal pro Woche”. De uitdrukking geeft de periode aan waarin de frequentie wordt geteld.
bevor
Bevor betekent hier “voordat” en geeft aan dat de aarde eerst gecontroleerd moet worden. Na bevor volgt hier de bijzin “bevor du sie gießt”; een bruikbaar patroon is bevor + bijzin.
du
Du betekent hier “je” en verwijst naar de persoon die de plant verzorgt. Het is het onderwerp in de bijzin “du sie gießt” en wordt gebruikt om één persoon informeel aan te spreken.
gießt
Gießt betekent hier “water geeft” in “du sie gießt”. De woordenboekvorm is gießen; deze vorm beschrijft de handeling die volgens bevor nog moet plaatsvinden.
hoffe
Hoffe betekent hier “hoop” in “Ich hoffe, dass sie hier gut wächst”. De woordenboekvorm is hoffen; het patroon Ich hoffe, dass + inhoud drukt een verwachting of wens van de spreker uit.
hier
Hier betekent hier “hier”, namelijk op de plaats waar de plant nu staat. Het lokaliseert waar de plant goed zou moeten groeien.
gut
Gut betekent hier “goed” in “gut wächst” en beschrijft hoe de plant groeit. Een bruikbaar patroon is gut + werkwoord om aan te geven dat een handeling of ontwikkeling goed verloopt.
wächst
Wächst betekent hier “groeit” en beschrijft de groei van de plant in “dass sie hier gut wächst”. De woordenboekvorm is wachsen; de vorm wächst hoort hier bij sie, de plant.
sollte
Sollte betekent hier “zou moeten” en drukt uit dat de plant naar verwachting goed zal groeien als de voorwaarde wordt nageleefd. De woordenboekvorm is sollen; een bruikbaar patroon is sollte + infinitief, zoals in “sollte gut wachsen”.
wachsen
Wachsen betekent hier “groeien” in “Sie sollte gut wachsen”. Het staat als infinitief na sollte; een bruikbaar patroon is een onderwerp + wachsen om groei te beschrijven.
solange
Solange betekent hier “zolang als” en introduceert de voorwaarde waaronder de plant goed zou moeten groeien. In “solange du sie nicht zu viel gießt” volgt na solange een volledige bijzin.
zu
Zu betekent hier “te” in de combinatie “zu viel” en maakt duidelijk dat de hoeveelheid water een ongewenste grens overschrijdt. De combinatie zu viel betekent “te veel” en staat hier vóór de handeling van water geven.