Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Beleefd reageren in de rij oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Entschuldigung, ich glaube, das Ende der Schlange ist hinter uns.
entsjoeldigoeng, iech glau-buh, das enduh deer sjlanguh ist hinter oens. Pardon, ik denk dat het einde van de rij achter ons is.Entschuldigung, ich habe nicht gesehen, wo sie endete.
entsjoeldigoeng, iech habuh niecht guh-zeen, voh zee enduh-tuh. Sorry, ik zag niet waar de rij eindigde.Die Schilder sind von hier aus schwer zu sehen.
dee sjilder zint fon heer aus sjveer tsoe zeen. De borden zijn vanaf hier moeilijk te zien.Soll ich mich hinter die Person mit dem grauen Mantel stellen?
zol iech miech hinter dee per-zoon mit deem grau-uhn mantel sjtelluh? Moet ik achter de persoon met de grijze jas gaan staan?Bitte tun Sie das, alle warten schon eine Weile.
bittuh toen zee das, alluh vartuh(n) sjoon ainuh vailuh. Doe dat maar, iedereen wacht al een tijdje.Ich wollte mich nicht vordrängen.
iech voltuh miech niecht foordrenguh. Ik wilde niet voordringen.Das passiert, wenn es hier so voll wird.
das passeert, ven es heer zo fol virt. Dat gebeurt als het hier zo druk wordt.Ich stelle mich jetzt hinten an.
iech sjtelluh miech jetst hintuh(n) an. Ik ga nu achteraan staan.Uitleg van de zinnen
Entschuldigung, ich glaube, das Ende der Schlange ist hinter uns.
Pardon, ik denk dat het einde van de rij achter ons is.
- Entschuldigung
- pardon; sorry
- ich
- ik
- glaube
- denk; geloof
- Ende
- einde
- Schlange
- rij
- hinter uns
- achter ons
Uitgebreide uitleg
Entschuldigung is een beleefde formule met de betekenis ‘pardon’ of ‘sorry’. Ze kan bijvoorbeeld worden gebruikt om iemands aandacht te vragen: “Entschuldigung, können Sie mir helfen?” = “Pardon, kunt u me helpen?” ich is het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud in de onderwerpsfunctie: ‘ik’. De vorm verandert volgens de naamval: ich als onderwerp, maar mich als lijdend voorwerp en mir als meewerkend voorwerp. glaube komt van glauben en is de vorm voor ich in de tegenwoordige tijd: ‘ik geloof’ of hier natuurlijker ‘ik denk’. Ich glaube, ... leidt vaak een inschatting of mening in. Het daaropvolgende deel geeft aan wat de spreker denkt. das Ende betekent ‘het einde’. Ende is een onzijdig zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het bepaalde lidwoord das in de onderwerpsfunctie. Een bruikbare vormreeks is: das Ende (onderwerp), des Endes (bezit of ‘van het einde’), dem Ende (meewerkende of plaatsbepalende functie). der Schlange betekent hier ‘van de rij’. Het zelfstandige naamwoord Schlange kan in andere contexten ook ‘slang’ betekenen, maar de vaste vertaling maakt hier de betekenis ‘rij’ duidelijk. der is in deze woordgroep de genitief enkelvoud van het vrouwelijke die Schlange: das Ende der Schlange = ‘het einde van de rij’. De genitief drukt hier de relatie ‘van de rij’ uit. hinter uns betekent ‘achter ons’. hinter geeft hier een plaats aan, niet een beweging; daarom staat uns, de datiefvorm van wir (‘wij’). Vergelijk: Der Rucksack ist hinter uns. = ‘De rugzak is achter ons.’ Bij beweging naar een plaats kan na hinter een andere naamval verschijnen, bijvoorbeeld Wir gehen hinter das Haus. = ‘We gaan achter het huis.’ Samen vormen ich glaube en het volgende deel een hoofdzin met een gedachte-inhoud. In das Ende der Schlange ist hinter uns is das Ende der Schlange het onderwerp en ist hinter uns de plaatsaanduiding. De hele uiting betekent dus: ‘Pardon, ik denk dat het einde van de rij achter ons is.’ De formule klinkt beleefd en past bijvoorbeeld wanneer iemand wil aangeven waar hij of zij denkt dat het einde van een rij zich bevindt.
Entschuldigung, ich habe nicht gesehen, wo sie endete.
Sorry, ik zag niet waar de rij eindigde.
- Entschuldigung
- pardon
- ich habe
- ik heb
- nicht
- niet
- gesehen
- gezien
- wo
- waar
- sie
- ze
- endete
- eindigde
Uitgebreide uitleg
Entschuldigung is een zelfstandig woord dat hier als verontschuldiging wordt gebruikt: “pardon” of “sorry”. Het kan ook worden gebruikt om iemands aandacht te trekken. ich habe bestaat uit het onderwerp ich (“ik”) en de vorm habe van haben. Hier betekent habe niet “heb” in de betekenis van bezit; het is het hulpwerkwoord voor de voltooide tijd. habe is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud. Bijvoorbeeld: Ich habe gewartet. — “Ik heb gewacht.” nicht ontkent hier de handeling gesehen: de spreker heeft het niet gezien. De plaats van nicht helpt dus om de ontkenning met het daaropvolgende werkwoord te verbinden. gesehen is het voltooid deelwoord van sehen (“zien”). De vorm habe gesehen is de Duitse voltooide tijd: het vervoegde hulpwerkwoord staat in de hoofdzin op de tweede zinsplaats en het voltooid deelwoord staat aan het einde van de hoofdzin. sehen — gesehen; bijvoorbeeld: Ich habe das Schild gesehen. — “Ik heb het bord gezien.” wo betekent hier “waar” en leidt een bijzin in die de plaats beschrijft. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan: wo sie endete. sie is hier een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud, vrouwelijk. Volgens de vaste vertaling verwijst het naar de rij; het voornaamwoord neemt dus niet de vorm van de spreker ich over. De specifieke verwijzing wordt door de context ondersteund door die Schlange (“de rij”) uit de voorafgaande zin. In andere contexten kan sie ook naar een andere vrouwelijke enkelvoudige referent verwijzen, of naar meerdere personen; de vorm alleen bepaalt dat hier niet. endete is de verleden-tijdsvorm van enden (“eindigen”). Het is de derde persoon enkelvoud in de Präteritum-vorm: enden — sie endete. Omdat het onderwerp van deze bijzin sie is, krijgt het werkwoord deze vorm. Bijvoorbeeld: Die Straße endete am Fluss. — “De weg eindigde bij de rivier.” Samen vormen wo sie endete de bijzin “waar de rij eindigde”. De hoofdzin ich habe nicht gesehen betekent “ik heb niet gezien”. Met Entschuldigung ervoor ontstaat de volledige betekenis: “Pardon, ik zag niet waar de rij eindigde.”
Die Schilder sind von hier aus schwer zu sehen.
De borden zijn vanaf hier moeilijk te zien.
- Schilder
- borden
- sind
- zijn
- von hier aus
- vanaf hier
- schwer
- moeilijk
- zu sehen
- te zien
Uitgebreide uitleg
Schilder betekent hier “borden” en is het meervoud van Schild (“bord”). Het lidwoord Die en de werkwoordsvorm sind laten zien dat het om meervoud gaat. Een voorbeeld: Die Schilder sind groß. — “De borden zijn groot.” sind is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) bij die Schilder: de derde persoon meervoud. Vergelijk: ist bij een enkelvoudig onderwerp, zoals Das Schild ist groß — “Het bord is groot.” von hier aus is een vaste plaatsbepaling met de betekenis “vanaf hier” of “van hieruit”. aus maakt het vertrekpunt duidelijk; samen geeft de uitdrukking het standpunt aan van waaruit iets wordt beoordeeld. Een voorbeeld: Von hier aus sehe ich den Eingang. — “Vanaf hier zie ik de ingang.” schwer betekent hier “moeilijk” in de betekenis “niet gemakkelijk”. Het beschrijft hoe moeilijk de handeling is, niet de fysieke zwaarte van de borden. Een voorbeeld: Der Text ist schwer zu verstehen. — “De tekst is moeilijk te begrijpen.” zu sehen bestaat uit sehen (“zien”) met zu voor het infinitief. In de constructie schwer zu sehen betekent dit letterlijk dat het moeilijk is om iets te zien. sehen is een sterk werkwoord; belangrijke vormen zijn sehen (infinitief), sieht (hij/zij/het ziet) en sah (zag). Een voorbeeld: Ich versuche, das Schild zu sehen. — “Ik probeer het bord te zien.” Samen vormen de delen: Die Schilder (“de borden”) + sind (“zijn”) + von hier aus (“vanaf hier”) + schwer zu sehen (“moeilijk te zien”). De volledige betekenis is daarom: “De borden zijn vanaf hier moeilijk te zien.”
Soll ich mich hinter die Person mit dem grauen Mantel stellen?
Moet ik achter de persoon met de grijze jas gaan staan?
- Soll ich
- zal ik
- mich
- me
- hinter
- achter
- die Person
- de persoon
- mit
- met
- grauen
- grijze
- Mantel
- jas
- stellen
- plaatsen
Uitgebreide uitleg
Soll ich vormt hier een vraag met sollen in de eerste persoon enkelvoud. In deze context betekent het “zal ik …?”: de spreker vraagt of hij de handeling moet uitvoeren. De tegenwoordige vormen zijn bijvoorbeeld ich soll, du sollst, er/sie soll. In een vraag staat de vervoegde vorm vóór het onderwerp: Soll ich warten? = “Zal ik wachten?” mich is de accusatiefvorm van het wederkerend voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Het verwijst hier naar dezelfde persoon als ich; het is geen beklemtoonde vorm. De combinatie sich stellen betekent dat iemand zichzelf op een bepaalde plaats positioneert. Voorbeeld: Ich stelle mich hierhin. = “Ik ga hier staan.” hinter betekent “achter”. Als het een beweging naar een plaats aanduidt, krijgt het volgende naamwoordstuk in deze zin de accusatief. Vergelijk: Ich stehe hinter der Person. = “Ik sta achter de persoon” (vaste plaats), maar Ich stelle mich hinter die Person. = “Ik ga achter de persoon staan” (beweging naar die plaats). die Person betekent “de persoon”. Person is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In de accusatief enkelvoud blijft het bepaalde lidwoord die: die Person. Het lidwoord drukt hier bepaaldheid uit, niet op zichzelf een numerieke hoeveelheid. mit betekent “met” en vereist in het Duits de datief. Daarom staat het volgende naamwoordstuk in de datief: mit dem grauen Mantel. grauen is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord grau (“grijs”). Het beschrijft Mantel, niet Person. In mit dem grauen Mantel staat het in de datief mannelijk enkelvoud, na het bepaalde lidwoord dem. De relevante vergelijkingsreeks is grau – grauer – am grauesten; in deze zin is alleen de verbogen vorm grauen nodig. Voorbeeld: mit dem grauen Hut = “met de grijze hoed”. Mantel betekent “jas” of “mantel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Mantel; na mit wordt dat dem Mantel. In deze zin specificeert mit dem grauen Mantel welke persoon wordt bedoeld: de persoon met de grijze jas, zoals in de vaste vertaling. stellen is de infinitief en betekent hier “plaatsen” of, met het wederkerende sich, “zich ergens opstellen/ergens gaan staan”. Na het vervoegde soll blijft de infinitief aan het einde staan: Soll ich mich dort stellen? = “Zal ik me daar opstellen?” Samen vormen Soll ich (“zal ik”), mich ... stellen (“me opstellen/gaan staan”), hinter die Person (“achter de persoon”) en mit dem grauen Mantel (“met de grijze jas”) de vraag: “Moet ik achter de persoon met de grijze jas gaan staan?”
Bitte tun Sie das, alle warten schon eine Weile.
Doe dat maar, iedereen wacht al een tijdje.
- Bitte
- alsjeblieft
- tun Sie
- doet u / doe
- das
- dat
- alle
- iedereen
- warten
- wachten
- schon
- al
- Weile
- tijdje
Uitgebreide uitleg
Bitte maakt het verzoek beleefd: “alsjeblieft”. Het kan ook in andere beleefde verzoeken staan, bijvoorbeeld: Bitte warten Sie. — “Wacht u alstublieft.” tun Sie vormt hier de beleefde gebiedende wijs. tun is het werkwoord “doen”; bij een beleefd bevel staat het samen met Sie: Tun Sie das. — “Doe dat.” Sie is de formele aanspreekvorm en krijgt in deze constructie een hoofdletter. Dit is niet hetzelfde als de gewone gebiedende wijs voor één vertrouwde persoon, bijvoorbeeld Tu das! — “Doe dat!” das betekent hier “dat” en verwijst naar iets dat uit de situatie duidelijk is. Als zelfstandig aanwijzend voornaamwoord neemt het niet het volgende zelfstandig naamwoord over; het staat zelf voor dat bedoelde ding of die handeling. alle betekent hier “iedereen”: de hele betrokken groep is het onderwerp van warten. Het woord kan ook “allemaal” betekenen wanneer het naar meerdere personen of zaken verwijst, maar hier past de betekenis “iedereen” bij de vaste vertaling. warten betekent “wachten”. De vorm is hier de tegenwoordige tijd voor een meervoudig onderwerp: alle warten. De infinitief is warten, maar bij ich staat de tegenwoordige tijd als ich warte; bij er staat er wartet. Voor een beleefd verzoek gebruikt Duits juist Warten Sie! — “Wacht u!” schon betekent in deze zin “al”. Het geeft aan dat het wachten op het genoemde moment reeds bezig is. Het is niet hetzelfde als noch (“nog”): Sie warten schon. — “Ze wachten al.”; Sie warten noch. — “Ze wachten nog.” Weile is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord met de betekenis “poosje” of “tijdje”. Samen met eine vormt het eine Weile, een uitdrukking voor een onbepaalde tijdsduur: Wir bleiben eine Weile. — “We blijven een tijdje.” Het lidwoord eine drukt hier niet op zichzelf een geteld aantal uit; de hele uitdrukking geeft de onbepaalde duur aan. De delen bouwen de zin zo op: Bitte tun Sie das is het beleefde verzoek “Doe dat alstublieft”. Daarna geeft alle aan wie wacht, en schon eine Weile hoelang dat wachten op dit moment al bezig is. De volledige betekenis is daarom: “Doe dat maar, iedereen wacht al een tijdje.”
Ich wollte mich nicht vordrängen.
Ik wilde niet voordringen.
- Ich wollte
- ik wilde
- mich
- me / mij
- nicht
- niet
- vordrängen
- voordringen
Uitgebreide uitleg
Ich wollte betekent hier “ik wilde”. wollte is de verleden tijd (Präteritum) van wollen; de basisreeks is wollen – ich will – ich wollte. Met een tweede werkwoord in de infinitief drukt wollen een wil of bedoeling uit. Voorbeeld: Ich wollte helfen. — “Ik wilde helpen.” mich is de vorm van het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud in de accusatief: “mij/me”. Hier hoort het bij het wederkerende werkwoord sich vordrängen: de handelende persoon en degene die zichzelf naar voren dringt zijn dezelfde. Voorbeeld: Ich wasche mich. — “Ik was me.” nicht ontkent het deel dat erop volgt of de hele handeling in deze zin. Samen met mich vordrängen maakt het duidelijk dat de spreker niet de bedoeling had om voor te dringen. Voorbeeld: Ich wollte nicht warten. — “Ik wilde niet wachten.” vordrängen betekent hier “voordringen”, dus jezelf naar voren werken, bijvoorbeeld vóór anderen in een rij. Het is een wederkerend werkwoord: sich vordrängen. De vorm in de zin is de infinitief; in een hoofdzin staat het werkwoord met het scheidbare voorvoegsel vaak gesplitst: Ich dränge mich vor. — “Ik dring voor.” In de voltooide tijd staat het aaneen: Ich habe mich vorgedrängt. — “Ik ben voorgedrongen.” Samen vormen de delen Ich wollte + mich nicht vordrängen: “Ik wilde niet voordringen.” wollte geeft de bedoeling in het verleden aan, nicht ontkent die handeling en mich maakt duidelijk dat de spreker zichzelf naar voren zou dringen. De zin zegt daarmee dat de spreker niet de bedoeling had om voor te dringen.
Das passiert, wenn es hier so voll wird.
Dat gebeurt als het hier zo druk wordt.
- Das
- dat
- passiert
- gebeurt
- wenn
- als; wanneer
- es
- het
- hier
- hier
- so
- zo
- voll
- vol
- wird
- wordt
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en verwijst naar een eerder genoemde of contextueel bekende situatie; de zin identificeert niet zelfstandig precies waarnaar. Als aanwijzend voornaamwoord staat das in deze vorm bij een onzijdig enkelvoudig antecedent of verwijst het naar een hele situatie. Voorbeeld: Das ist neu. — “Dat is nieuw.” passiert komt van passieren en betekent hier “gebeurt”. Het is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: passieren → passiert. Voorbeeld: Was passiert? — “Wat gebeurt er?” wenn leidt hier een voorwaardelijke of temporele bijzin in: “als/wanneer”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Voorbeeld: Ich komme, wenn du anrufst. — “Ik kom als je belt.” es is hier het formele onderwerp in de onpersoonlijke uitdrukking es wird voll; het Nederlandse “het” is dus geen concreet aangewezen voorwerp of persoon. De vorm es is de derde persoon enkelvoud van het persoonlijke voornaamwoord in deze grammaticale rol. hier betekent “hier” en lokaliseert de beschreven situatie bij de spreker of op de relevante plaats. Voorbeeld: Hier ist es ruhig. — “Hier is het rustig.” so betekent hier “zo” en versterkt de daaropvolgende beschrijving: “zo vol”. Het kan in andere zinnen ook een manier of gevolg aangeven, maar hier drukt het de mate uit. voll betekent hier “vol”, in de zin dat er weinig ruimte over is omdat er veel mensen of dingen aanwezig zijn. Het is een bijvoeglijk naamwoord; de vorm verandert hier niet omdat hij na wird als beschrijving van de toestand staat. Voorbeeld: Der Bus ist voll. — “De bus is vol.” wird komt van werden en is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Hier betekent werden niet “zullen”, maar “worden”: het beschrijft de overgang naar een toestand. es wird voll betekent dus “het wordt vol”. In de bijzin staat deze vervoegde vorm aan het einde: wenn es hier so voll wird. Samen vormen wenn es hier so voll wird en vooraan Das passiert de structuur Das passiert, wenn ...: “Dat gebeurt als ...”. De hele zin betekent: “Dat gebeurt als het hier zo druk wordt.” De bijzin geeft de voorwaarde of het moment aan waarop de door Das bedoelde situatie plaatsvindt.
Ich stelle mich jetzt hinten an.
Ik ga nu achteraan staan.
- stelle … an
- ga in de rij staan / aansluiten
- mich
- me
- jetzt
- nu
- hinten
- achteraan
Uitgebreide uitleg
stelle … an: Dit is de eerste persoon enkelvoud van sich anstellen in de tegenwoordige tijd: ich stelle mich an. In deze zin betekent de wederkerende uitdrukking dat de spreker achteraan in een rij gaat staan of aansluit. Het voorvoegsel an staat bij een gewone hoofdzin aan het einde: Ich stelle mich an. In een bijzin blijft het werkwoord bijeen: …, weil ich mich anstelle. mich: Dit is de wederkerende vorm in de accusatief bij ich. Het verwijst hier naar dezelfde persoon als ich, niet naar een afzonderlijke deelnemer. Vergelijk: Ich setze mich. — ‘Ik ga zitten.’ De vorm mich hoort bij de eerste persoon enkelvoud; bij de tweede persoon is dat bijvoorbeeld dich in Du stellst dich an. jetzt: Dit bijwoord betekent hier ‘nu’ en plaatst het aansluiten in het huidige moment. Het verandert niet van vorm. Voorbeeld: Ich gehe jetzt nach Hause. — ‘Ik ga nu naar huis.’ hinten: Dit bijwoord betekent hier ‘achteraan’, dus op een positie aan het achterste uiteinde van de rij. Als bijwoord krijgt het hier geen verbuiging of extra uitgang. Voorbeeld: Bitte stell dich hinten an. — ‘Ga alsjeblieft achteraan staan.’ Samen vormen de delen: Ich + stelle … an geeft ‘ik ga staan/sluit aan’, mich maakt daarvan de wederkerende uitdrukking ‘ik sluit aan’, en jetzt hinten bepaalt respectievelijk wanneer en waar. De volledige betekenis is daarom: ‘Ik ga nu achteraan staan.’
Grammatica
sich hinten anstellen
Ich stelle mich jetzt hinten an.
iech sjtelluh miech jetst hintuh(n) an.Ik sluit achteraan aan.
Bij een scheidbaar en wederkerend werkwoord staat ‘an’ achteraan en verandert ‘sich’ mee met de persoon.
Duits woordenschat
Beleefde manier om iemands aandacht te vragen of je te verontschuldigen.
Geeft hier een plaats achter iets of iemand aan.
Geeft het punt aan vanwaar iets wordt bekeken.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik wilde niet voordringen.
Antwoord tonen
Ich wollte mich nicht vordrängen.Ik ga nu achteraan staan.
Antwoord tonen
Ich stelle mich jetzt hinten an.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
rij
Antwoord tonen
Schlangedenken; geloven
Antwoord tonen
glaubeachter
Antwoord tonen
hinterzien