Wachten op je beurt | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a public waiting area, two adults talk about staying nearby, watching the screen, and keeping a ticket ready for their turn..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Wachten op je beurt oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich warte immer noch, bis ich an der Reihe bin.

Ich var-tuh im-mer nokh, bis ich an deer raai-uh bin. Ik wacht nog steeds op mijn beurt.
B

Heute brauchen sie lange, um alle aufzurufen.

Hoj-tuh brau-chen zee lang-uh, om al-uh auf-tsoe-roefen. Ze doen er vandaag lang over om iedereen op te roepen.
A

Dann sollte ich in der Nähe bleiben.

Dan zol-tuh ich in deer nee-uh blaaiben. Dus moet ik in de buurt blijven.
B

Vielleicht rufen sie dich bald auf.

Fie-laicht roefen zee dich balt auf. Misschien roepen ze je binnenkort op.
A

Auf welchen Schalter soll ich achten?

Auf vel-chen sjal-ter zol ich ach-ten? Welke balie moet ik in de gaten houden?
B

Der Bildschirm zeigt den richtigen Schalter an.

Deer bilt-sjirm tsaikt deen rich-ti-gen sjal-ter an. Het scherm laat de juiste balie zien.
A

Dann halte ich das Ticket in meiner Hand.

Dan hal-tuh ich das tik-ket in mai-ner hant. Dan houd ik het ticket in mijn hand.
B

Das macht es einfacher, wenn du an der Reihe bist.

Das macht es ain-fakher, ven doe an deer raai-uh bist. Dat maakt het makkelijker als je aan de beurt bent.

Woord voor woord

Ich Ich betekent hier ‘ik’ en is de persoon die aan het woord is in ‘Ich warte immer noch’. Een bruikbaar patroon is ‘Ich + werkwoord’ wanneer je iets over jezelf zegt, bijvoorbeeld in een wachtruimte.
warte Warte betekent hier ‘wacht’ in ‘Ich warte immer noch’. Het is de vorm van ‘warten’ bij ‘ich’; een bruikbaar patroon is ‘auf etwas warten’ voor wachten op iets of iemand.
immer In ‘immer noch’ versterkt immer het idee dat het wachten nog steeds voortduurt. Het vaste patroon ‘immer noch + werkwoord’ is bruikbaar wanneer een situatie langer duurt dan verwacht.
noch In ‘immer noch’ geeft noch aan dat de situatie nog voortduurt: de spreker wacht nog. Samen met immer gebruik je het om aan te geven dat iets tot nu toe niet is veranderd.
bis Bis betekent hier ‘totdat’ en leidt ‘bis ich an der Reihe bin’ in: de spreker wacht tot zijn beurt komt. Na bis volgt hier een bijzin waarin ‘bin’ aan het einde staat.
an der Reihe ‘An der Reihe sein’ betekent als geheel ‘aan de beurt zijn’; in de dialoog staat ‘an der Reihe bin’ en ‘an der Reihe bist’. ‘An’ verbindt de persoon met de volgorde, ‘der’ is het lidwoord bij ‘Reihe’, en ‘Reihe’ verwijst naar de volgorde waarin mensen aan de beurt komen.
bin Bin betekent hier ‘ben’ in ‘bis ich an der Reihe bin’. Het is de vorm van ‘sein’ bij ‘ich’; je gebruikt het hier om te zeggen wanneer je aan de beurt bent.
Heute Heute betekent ‘vandaag’ en geeft in ‘Heute brauchen sie lange’ aan wanneer het wachten plaatsvindt. Het kan vooraan staan om de tijd meteen te noemen.
brauchen Brauchen betekent hier ‘nodig hebben’ in de betekenis ‘lang nodig hebben’ in ‘Heute brauchen sie lange’. Het is de infinitiefvorm van ‘brauchen’; een bruikbaar patroon is ‘lange brauchen, um ...’ wanneer iets veel tijd kost.
sie Sie betekent hier ‘zij’ of ‘ze’ en verwijst naar de mensen die iedereen oproepen: ‘sie lange’ en ‘sie dich bald auf’. Het staat als onderwerp vóór de werkwoordsvorm in deze mededelingen.
lange Lange betekent hier ‘lang’ in de tijdsbetekenis van ‘brauchen sie lange’. Samen met ‘brauchen’ beschrijft het dat het oproepen van alle mensen veel tijd kost.
um Um markeert hier het doel in ‘um alle aufzurufen’: waarvoor ze lange nodig hebben. Een bruikbaar doelpatroon is ‘um ... zu + infinitief’, waarbij de hele constructie het doel uitdrukt.
alle Alle betekent hier ‘iedereen’ of ‘alle mensen’ in ‘um alle aufzurufen’. Het verwijst naar de volledige groep mensen die aan de beurt komt.
aufzurufen Aufzurufen betekent hier ‘op te roepen’ in ‘um alle aufzurufen’. Het is de vorm van ‘aufrufen’ met ‘zu’ in een doelconstructie; een bruikbaar patroon is ‘jemanden aufrufen’ voor iemand oproepen.
Dann Dann betekent hier ‘dan’ of ‘dus’ in ‘Dann sollte ich in der Nähe bleiben’. Het verbindt de eerdere informatie met de voorgestelde volgende stap, zoals in een gesprek over wat je nu moet doen.
sollte Sollte drukt hier uit dat de spreker vindt dat hij het beste in de buurt kan blijven: ‘sollte ich ... bleiben’. Het is een vorm van ‘sollen’; een bruikbaar patroon is ‘sollte ich + infinitief’ voor een advies aan jezelf.
in In betekent hier ‘in’ in de vaste uitdrukking ‘in der Nähe bleiben’. Samen met ‘der Nähe’ geeft het aan dat iemand in de omgeving blijft tijdens het wachten.
der Der is hier het lidwoord in ‘an der Reihe’, ‘in der Nähe’ en ‘Der Bildschirm’. Aan het begin van de zin wordt het als ‘Der’ geschreven; het staat telkens bij het volgende zelfstandig naamwoord.
Nähe Nähe betekent hier ‘omgeving’ of ‘nabijheid’ in ‘in der Nähe’. Het bruikbare patroon ‘in der Nähe bleiben’ past wanneer je niet ver weggaat omdat je binnenkort aan de beurt kunt zijn.
bleiben Bleiben betekent ‘blijven’ in ‘in der Nähe bleiben’. Het is de infinitief na ‘sollte’; je gebruikt het hier om op dezelfde plek of in dezelfde omgeving te blijven wachten.
Vielleicht Vielleicht betekent ‘misschien’ en maakt ‘Vielleicht rufen sie dich bald auf’ onzeker. Het staat hier aan het begin van de zin om een mogelijke gebeurtenis te noemen, bijvoorbeeld dat iemand je binnenkort oproept.
rufen In ‘rufen sie dich bald auf’ betekent rufen samen met auf dat de medewerkers iemand oproepen. Het is de vorm van het werkwoord ‘rufen’; in deze context hoort het bij het scheidbare werkwoord ‘aufrufen’.
dich Dich verwijst hier naar de aangesproken persoon in ‘rufen sie dich bald auf’: die persoon kan worden opgeroepen. Het staat als persoon die door ‘aufrufen’ wordt genoemd.
bald Bald betekent ‘binnenkort’ in ‘rufen sie dich bald auf’. Het geeft aan dat het oproepen mogelijk niet lang meer op zich laat wachten.
auf In ‘rufen sie dich bald auf’ is auf het scheidbare deel van ‘aufrufen’, samen ‘iemand oproepen’. In ‘Auf welchen Schalter soll ich achten?’ is Auf een voorzetsel bij de vraag over de balie waarop iemand moet letten.
welchen Welchen betekent hier ‘welke’ in ‘Auf welchen Schalter soll ich achten?’. Het specificeert welke van de mogelijke balies de spreker in de gaten moet houden.
Schalter Schalter betekent hier ‘balie’ in ‘Auf welchen Schalter soll ich achten?’. Een bruikbaar patroon in een openbare wachtruimte is ‘an einem Schalter warten’ wanneer je bij een bepaalde balie wacht.
soll Soll betekent hier ‘moet’ of ‘zou moeten’ in de vraag ‘soll ich achten?’. Het is een vorm van ‘sollen’; ‘Soll ich + infinitief?’ gebruik je om te vragen wat je moet doen.
achten Achten betekent hier ‘letten op’ of ‘in de gaten houden’ in ‘Auf welchen Schalter soll ich achten?’. Het werkwoord wordt hier gebruikt met ‘auf’ en verwijst naar het opletten op een bepaalde balie.
Bildschirm Bildschirm betekent ‘scherm’ in ‘Der Bildschirm zeigt den richtigen Schalter an’. Het verwijst hier naar het scherm waarop de juiste balie wordt weergegeven; een bruikbaar patroon is ‘etwas auf dem Bildschirm sehen’.
zeigt Zeigt betekent hier ‘toont’ of ‘geeft weer’ in ‘zeigt den richtigen Schalter an’. Het is de vorm van ‘zeigen’; samen met ‘an’ vormt het hier ‘anzeigen’, zoals in ‘Der Bildschirm zeigt ... an’.
den Den is hier het lidwoord bij ‘richtigen Schalter’ in ‘den richtigen Schalter’. De volledige woordgroep duidt de specifieke balie aan die op het scherm verschijnt.
richtigen Richtigen betekent hier ‘juiste’ in ‘den richtigen Schalter’. Het maakt duidelijk dat het scherm niet zomaar een balie toont, maar de balie die voor deze persoon van belang is.
an In ‘zeigt den richtigen Schalter an’ is an het scheidbare deel van ‘anzeigen’ en draagt het bij aan de betekenis ‘weergeven’. Het bruikbare patroon is ‘etwas zeigt etwas an’ wanneer een scherm of apparaat informatie toont.
halte Halte betekent hier ‘houd’ in ‘halte ich das Ticket in meiner Hand’. Het is de vorm van ‘halten’ bij ‘ich’; een bruikbaar patroon is ‘etwas in der Hand halten’ wanneer je iets klaar bij je houdt.
das In ‘das Ticket’ is das het lidwoord bij ‘Ticket’. In ‘Das macht es einfacher’ verwijst Das naar de zojuist genoemde handeling; aan het begin van de zin wordt het met een hoofdletter geschreven.
Ticket Ticket betekent ‘ticket’ in ‘das Ticket in meiner Hand’. De spreker houdt het ticket klaar tijdens het wachten, zodat hij het bij zijn beurt direct kan gebruiken.
meiner Meiner betekent hier ‘mijn’ in ‘meiner Hand’ en geeft aan dat de hand van de spreker wordt bedoeld. Het is een vorm van ‘mein’; het patroon ‘in meiner Hand’ gebruik je om te zeggen dat je iets zelf vasthoudt.
Hand Hand betekent ‘hand’ in ‘in meiner Hand’. Samen met ‘halten’ beschrijft het dat de spreker het ticket vasthoudt terwijl hij op zijn beurt wacht.
macht Macht betekent hier ‘maakt’ in ‘Das macht es einfacher’. Het is de vorm van ‘machen’; een bruikbaar patroon is ‘Das macht es + bijvoeglijk naamwoord’ om een gevolg te beschrijven.
es Es betekent hier ‘het’ in ‘Das macht es einfacher’. Samen met ‘macht’ en ‘einfacher’ drukt het uit dat de situatie gemakkelijker wordt wanneer je het ticket klaarhoudt.
einfacher Einfacher betekent ‘gemakkelijker’ in ‘Das macht es einfacher’. Het is de vergrotende vorm van ‘einfach’ en wordt hier gebruikt om de situatie met en zonder het klaargehouden ticket te vergelijken.
wenn Wenn betekent hier ‘wanneer’ in ‘wenn du an der Reihe bist’. Het leidt de omstandigheid in waarin iets gemakkelijker wordt; in deze bijzin staat het werkwoord aan het einde.
du Du betekent hier ‘jij’ en verwijst naar de persoon die door B wordt aangesproken in ‘wenn du an der Reihe bist’. Het staat als onderwerp van de bijzin over het moment waarop die persoon aan de beurt is.
bist Bist betekent hier ‘bent’ in ‘wenn du an der Reihe bist’. Het is de vorm van ‘sein’ bij ‘du’; samen met ‘an der Reihe’ beschrijft het dat jouw beurt is aangebroken.

Grammatica

an der Reihe sein

Alle sind an der Reihe.

Al-uh zint an deer raai-uh.

Iedereen is aan de beurt.

Een vaste uitdrukking voor ‘aan de beurt zijn’; der Reihe staat hier in de datief.

aufzurufen

um alle aufzurufen

Om al-uh auf-tsoe-roefen.

om iedereen op te roepen

Bij een te-doelvorm komt zu tussen het voorvoegsel en het werkwoord: aufrufen wordt aufzurufen.

Duits woordenschat

alle voornaamwoord
al-uh iedereen; allen

um alle aufzurufen

an der Reihe sein uitdrukking
an deer raai-uh zain aan de beurt zijn

bis ich an der Reihe bin

aufrufen werkwoord
auf-roefen oproepen aufzurufen

um alle aufzurufen

bald bijwoord
balt binnenkort; snel

Sie rufen dich bald auf.

bleiben werkwoord
blaaiben blijven

in der Nähe bleiben

brauchen werkwoord
brau-chen nodig hebben; erover doen

Heute brauchen sie lange.

heute bijwoord
hoj-tuh vandaag

Heute brauchen sie lange.

immer noch bijwoord
im-mer nokh nog steeds

Ich warte immer noch, bis ich an der Reihe bin.

lange bijwoord
lang-uh lang; lang duren

Heute brauchen sie lange.

Nähe zelfstandig naamwoord
nee-uh buurt; nabijheid

in der Nähe bleiben

vielleicht bijwoord
fie-laicht misschien

Vielleicht rufen sie dich bald auf.

warten werkwoord
var-ten wachten warte

Ich warte immer noch.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Misschien roepen ze je binnenkort op.

Antwoord tonenVielleicht rufen sie dich bald auf.

Welke balie moet ik in de gaten houden?

Antwoord tonenAuf welchen Schalter soll ich achten?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

iedereen; allen

Antwoord tonenalle

nodig hebben; erover doen

Antwoord tonenbrauchen

wachten

Antwoord tonenwarte

vandaag

Antwoord tonenheute