Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Iemand voorlaten in de rij oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Entschuldigung, Sie können vorgehen.
ent-sjoel-di-goeng, zie keunnen foor-gee-en. Pardon, u mag voor mij gaan.Sind Sie sicher? Ich möchte Ihnen nicht den Platz wegnehmen.
zint zie zicher? Ich vil ie-nen nicht den plats vek-nee-men. Weet u het zeker? Ik wil uw plek niet innemen.Das ist schon in Ordnung, Ihre Taschen sehen schwer aus.
das ist sjohn in ord-noeng, ie-re tasjen zee-en sjweer aus. Het is al goed, uw tassen zien er zwaar uit.Das weiß ich zu schätzen.
das vais ich tsoe sjetsen. Dat waardeer ik.Ich bin nur eine Minute am Schalter.
ich bin noer ai-nuh mi-noe-tuh am sjal-tuh. Ik ben maar een minuut bij de balie.Ich kann noch etwas länger warten.
ich kan noch et-vas leng-uh var-ten. Ik kan nog wat langer wachten.Ich werde Sie nicht lange aufhalten.
ich veer-duh zie nicht lang-uh auf-hal-ten. Ik zal ervoor zorgen dat ik u niet ophoud.Uitleg van de zinnen
Entschuldigung, Sie können vorgehen.
Pardon, u mag voor mij gaan.
- Entschuldigung
- pardon / excuseer
- Sie können
- u kunt / u mag
- vorgehen
- voorgaan; naar voren gaan
Uitgebreide uitleg
Entschuldigung betekent hier “pardon” of “neemt u mij niet kwalijk”. Het is een beleefde manier om iemand aan te spreken of een kleine onderbreking in te leiden. Het woord hangt samen met entschuldigen (“verontschuldigen”), maar in deze zin functioneert het zelfstandig als beleefde formule. Sie können betekent hier dat de aangesprokene toestemming krijgt: “u kunt” of “u mag”. Sie is de formele aanspreekvorm voor één of meer personen; de vorm zegt op zichzelf niet hoeveel personen bedoeld zijn. können is de vorm van können bij Sie en staat hier als modaal werkwoord bij een ander werkwoord. Vergelijk: Sie können warten. — “U kunt wachten.” Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief. vorgehen betekent hier “voorgaan” of “verdergaan naar voren”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin zonder modaal werkwoord kan het bijvoorbeeld worden gesplitst: Sie gehen vor. — “U gaat voor.” Na können blijft het als infinitief aan het einde staan: Sie können vorgehen. Samen vormen de delen een beleefde toestemming: “Pardon, u mag voor mij gaan.” De aangesprokene krijgt dus toestemming om voor de spreker verder te gaan of voor te gaan. De combinatie können + infinitief drukt hier niet alleen vermogen uit, maar door de situatie en de vaste vertaling ook toestemming.
Sind Sie sicher? Ich möchte Ihnen nicht den Platz wegnehmen.
Weet u het zeker? Ik wil uw plek niet innemen.
- Sind Sie
- bent u
- sicher
- zeker
- Ich möchte
- ik wil graag
- Ihnen
- u (formeel)
- nicht
- niet
- Platz
- plek
- wegnehmen
- innemen
Uitgebreide uitleg
Sind Sie staat voor de formele aanspreekvorm u in een vraag. Sie wordt voor deze beleefde aanspreekvorm altijd met een hoofdletter geschreven. In een ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord voor het onderwerp: Sind Sie sicher? = “Weet u het zeker?” sicher betekent hier “zeker”. Het is een bijvoeglijk naamwoord; in deze zin staat het na sein en krijgt het geen uitgang. Voorbeeld: Bist du sicher? = “Weet je het zeker?” Ich möchte betekent hier “ik wil graag”. möchte is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud van de beleefde wensvorm bij mögen; het is niet dezelfde vorm als het gewone tegenwoordige ich mag (“ik vind ... leuk” of “ik mag”). Na möchte staat de andere werkwoordsvorm aan het einde: Ich möchte helfen. = “Ik wil graag helpen.” Ihnen is de formele vorm van “u” in de datief. Hier duidt het de persoon aan van wie de plek is: de spreker wil die persoon niet diens plek afnemen. De formele vormen worden onderscheiden van de informele vormen: Ihnen tegenover dir (“jou”) en ihnen (“hun”); de hoofdletter in Ihnen markeert de formele aanspreekvorm. nicht betekent “niet” en ontkent hier de daaropvolgende handeling als geheel: de spreker wil de plek niet innemen. Voorbeeld: Ich möchte nicht warten. = “Ik wil niet wachten.” Platz betekent hier “plek” of “plaats”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt met een hoofdletter geschreven. In den Platz staat het mannelijke zelfstandig naamwoord in de accusatief, omdat het de plek is die door wegnehmen wordt weggenomen. ein Platz betekent “een plek”; der Platz betekent “de plek”. wegnehmen betekent letterlijk “wegnemen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin kan het voorvoegsel loskomen, bijvoorbeeld Ich nehme den Platz weg. = “Ik neem de plek weg.” Na möchte blijft het als infinitief samen: Ich möchte den Platz wegnehmen. In combinatie met jemandem den Platz wegnehmen betekent het “iemands plek innemen” of “iemand zijn plek afnemen”. Samen bestaat de tweede zin uit Ich möchte + Ihnen + nicht + den Platz wegnehmen: “Ik wil uw plek niet innemen.” Ihnen markeert de persoon die door de handeling wordt benadeeld, den Platz is wat wordt weggenomen, en wegnehmen staat aan het einde omdat het na möchte de infinitief is. De volledige uiting is dus: “Weet u het zeker? Ik wil uw plek niet innemen.”
Das ist schon in Ordnung, Ihre Taschen sehen schwer aus.
Het is al goed, uw tassen zien er zwaar uit.
- Das ist
- dat/het is
- schon
- al
- in Ordnung
- in orde
- Ihre
- uw
- Taschen
- tassen
- sehen … aus
- eruitzien
- schwer
- zwaar
Uitgebreide uitleg
Das ist betekent hier “het is”. Das is een aanwijzend voornaamwoord dat in deze zin naar de genoemde situatie verwijst; ist is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) in de derde persoon enkelvoud. Een bruikbaar patroon is: Das ist ... = “Dat is ...”. schon betekent hier “al”. Het kan ook andere betekenissen hebben, maar in deze zin drukt het uit dat iets als in orde wordt beschouwd. Bijvoorbeeld: Das ist schon gut. — “Dat is al goed.” in Ordnung is een vaste uitdrukking voor “in orde” of “goed”. Samen met ist vormt het de beoordeling ist in Ordnung = “is in orde”. Ihre betekent hier “uw” en hoort bij de formele aanspreekvorm. De hoofdletter is kenmerkend voor het formele bezittelijke woord; de vorm verwijst hier naar de aangesprokene, niet naar een concreet eerder genoemd zelfstandig naamwoord. Ihre staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord Taschen. Taschen betekent “tassen”. De basisvorm is die Tasche (“de tas”); Taschen is het meervoud. In Ihre Taschen betekent het geheel “uw tassen”. sehen ... aus komt van het scheidbare werkwoord aussehen (“eruitzien”). In een hoofdzin staat het vervoegde deel op de gewone werkwoordplaats en komt aus aan het einde. sehen is hier de tegenwoordige tijd voor een meervoudig onderwerp: Ihre Taschen sehen ... aus. Bijvoorbeeld: Die Schuhe sehen neu aus. — “De schoenen zien er nieuw uit.” schwer betekent hier “zwaar”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na aussehen zonder uitgang staat: sehen schwer aus = “zien er zwaar uit”. De vorm schwer zelf laat hier geen meervoudsuitgang zien, omdat hij in deze beschrijving na het werkwoord staat. Samen betekent Das ist schon in Ordnung “Het is al goed/in orde”. Daarna beschrijft Ihre Taschen sehen schwer aus de tassen van de aangesprokene als zwaar ogend. De volledige uiting is dus: “Het is al goed, uw tassen zien er zwaar uit.”
Das weiß ich zu schätzen.
Dat waardeer ik.
- Das
- dat
- weiß ich zu schätzen
- waardeer ik
Uitgebreide uitleg
Das staat vooraan en is hier het aanwijzende voornaamwoord voor datgene of die handeling die de spreker waardeert. In deze zin is het een zelfstandig gebruikt voornaamwoord en het is het lijdend voorwerp van schätzen; de Nederlandse vertaling geeft dat weer met “dat”. Het concrete antecedent wordt in deze ene zin niet benoemd. weiß ich zu schätzen is een vaste Duitse constructie met de betekenis “waardeer ik”. weiß is de eerste persoon enkelvoud van wissen in de tegenwoordige tijd: ich weiß. In deze constructie betekent wissen niet simpelweg “kennis hebben”, maar maakt het samen met zu schätzen de uitdrukking “iets weten te waarderen”. schätzen betekent hier “waarderen”; het is niet de betekenis “schatten” in de zin van een hoeveelheid berekenen. De vorm zu schätzen is een infinitief met zu, vergelijkbaar met “te waarderen”. De volgorde is: lijdend voorwerp Das, daarna de persoonsvorm weiß, vervolgens het onderwerp ich, en aan het einde de infinitiefgroep zu schätzen. Samen betekent de uiting: “Dat waardeer ik.” De constructie is bruikbaar wanneer je dankbaarheid of waardering voor iets wilt uitdrukken.
Ich bin nur eine Minute am Schalter.
Ik ben maar een minuut bij de balie.
- Ich bin
- ik ben
- nur
- maar
- Minute
- minuut
- am
- bij de
- Schalter
- balie
Uitgebreide uitleg
Ich bin is de eerste persoon enkelvoud van sein (“zijn”): ich bin, du bist, er/sie ist. In deze zin beschrijft het waar de spreker zich bevindt; de vorm bin hoort bij ich. nur beperkt wat volgt: “maar/ slechts”. Hier maakt het de verblijfsduur kort: de spreker is slechts één minuut bij de balie. Voorbeeld: Ich bleibe nur kurz. — “Ik blijf maar kort.” eine Minute noemt een tijdsduur van één minuut. Minute is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier eine. De vorm eine Minute is in deze tijdsduuruitdrukking de accusatief. Voorbeeld: Warte eine Minute. — “Wacht één minuut.” am is de vaste samentrekking van an dem: an + het lidwoord dem. In am Schalter betekent het “bij/aan de balie”. Het daaropvolgende Schalter is mannelijk; na an in deze plaatsaanduiding staat de datief, dus dem Schalter, samengevoegd tot am Schalter. Schalter betekent hier “balie” of “loket”, bijvoorbeeld in een station of kantoor. Het woord kan in andere contexten ook een “schakelaar” betekenen, maar de vertaling en deze zin geven hier de betekenis “balie” aan. Voorbeeld: Der Schalter ist geschlossen. — “De balie is gesloten.” Samen betekent Ich bin nur eine Minute am Schalter.: “Ik ben maar één minuut bij de balie.” De spreker geeft dus zijn aanwezigheid bij de balie en de korte duur daarvan aan.
Ich kann noch etwas länger warten.
Ik kan nog wat langer wachten.
- Ich kann
- ik kan
- noch
- nog
- etwas
- wat
- länger
- langer
- warten
- wachten
Uitgebreide uitleg
Ich kann combineert Ich (“ik”) met de vorm kann van können (“kunnen”). In deze zin drukt het uit dat de spreker in staat is om iets te doen: “ik kan”. können is een modaal werkwoord; in de tegenwoordige tijd zijn bijvoorbeeld ich kann, du kannst en sie kann verschillende persoonsvormen. Het daaropvolgende werkwoord staat dan in de infinitief. noch betekent hier “nog”: de mogelijkheid of handeling blijft op dit moment bestaan. Het verwijst in deze zin niet naar een extra persoon of voorwerp. Voorbeeld: Ich bin noch hier. — “Ik ben nog hier.” etwas betekent hier “wat” in de betekenis van “een beetje”. Het maakt länger milder: de spreker kan een zekere, niet nader bepaalde extra tijd wachten. In andere contexten kan etwas ook “iets” betekenen, maar hier past de hoeveelheid-betekenis bij länger. länger is de vergrotende trap van lang: lang — länger — am längsten. Het betekent hier “langer”, dus gedurende meer tijd dan een al bedoelde of verwachte wachttijd. De vorm länger is de vergelijking van het bijvoeglijk naamwoord lang; etwas is niet de basisvorm ervan. Voorbeeld: Wir bleiben länger. — “We blijven langer.” warten betekent “wachten”. Dit is de infinitief die volgt op het modale werkwoord kann. In een zelfstandige tegenwoordige zin krijgt het werkwoord bijvoorbeeld de vorm ich warte: Ich warte hier. — “Ik wacht hier.” Na kann blijft het echter warten en staat het aan het einde van de zin. Samen vormen de delen Ich kann + noch + etwas länger + warten de betekenis: “Ik kan nog wat langer wachten.” De spreker zegt dus dat hij of zij nog gedurende enige extra tijd kan wachten.
Ich werde Sie nicht lange aufhalten.
Ik zal ervoor zorgen dat ik u niet ophoud.
- Ich werde
- ik zal
- Sie
- u
- nicht
- niet
- lange
- lang
- aufhalten
- ophouden
Uitgebreide uitleg
Ich werde vormt hier samen de toekomende tijd in de eerste persoon enkelvoud: werden staat vervoegd als werde bij ich, en het volgende werkwoord blijft in de infinitief. Patroon: Ich werde + infinitief = “ik zal + werkwoord”. Voorbeeld: Ich werde morgen kommen. — “Ik zal morgen komen.” Sie is hier de formele aanspreekvorm “u” en staat als voorwerp bij aufhalten. De hoofdletter hoort bij de formele aanspreekvorm. Dezelfde vorm kan in andere zinnen ook een formeel onderwerp betekenen; de grammaticale rol blijkt dan uit de zin. nicht ontkent hier de handeling. In combinatie met lange betekent dit dat het ophouden niet lang zal duren. lange betekent hier “lang” in de betekenis van tijdsduur. De vorm is een bijwoordelijke bepaling bij aufhalten, niet een verbogen vorm van het werkwoord. Voorbeeld: Ich bleibe nicht lange. — “Ik blijf niet lang.” aufhalten betekent hier iemand ophouden of ervoor zorgen dat iemand niet verder kan gaan. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin kan het voorvoegsel loskomen, bijvoorbeeld Ich halte Sie nicht auf. — “Ik houd u niet op.” In de infinitief blijft het aaneen: aufhalten. Samen betekent Ich werde Sie nicht lange aufhalten.: “Ik zal u niet lang ophouden.” De vaste vertaling geeft dezelfde bedoeling weer: de spreker zal ervoor zorgen dat het ophouden van de aangesprokene niet lang duurt. De combinatie werden + infinitief plaatst die handeling in de toekomst, terwijl nicht lange de duur beperkt.
Grammatica
möchte + infinitief
Ich möchte eine Minute warten.
ich meuch-te ai-nuh mi-noe-tuh var-ten.Ik wil graag een minuut wachten.
Na möchte staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde van de zin.
Duits woordenschat
Entschuldigung, Sie können vorgehen.
Das ist schon in Ordnung.
Ich bin nur eine Minute am Schalter.
Ich möchte Ihnen nicht den Platz wegnehmen.
den Platz wegnehmen
am Schalter
Das weiß ich zu schätzen.
Ihre Taschen sehen schwer aus.
Sind Sie sicher?
Ihre Taschen sehen schwer aus.
Sie können vorgehen.
den Platz wegnehmen
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Pardon, u mag voor mij gaan.
Antwoord tonen
Entschuldigung, Sie können vorgehen.Dat waardeer ik.
Antwoord tonen
Das weiß ich zu schätzen.Ik kan nog wat langer wachten.
Antwoord tonen
Ich kann noch etwas länger warten.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
tas
Antwoord tonen
Taschenplek
Antwoord tonen
Platzvoorgaan
Antwoord tonen
vorgehenzwaar